Wijziging statuten Stichting OSG Almelo-Hengelo - bijlage 2 - Voorstel statuten OSG Twente
Tekst van het document
Pagina 1 van 17 MVR/WJO/ 5.1.1e 3 april 2025
.03
AKTE VAN STATUTENWIJZIGING Stichting Openbare Scholengemeenschap Twente Heden, •, verscheen voor mij, 5.1.2e notaris te Enschede:
,
5.1.2e , kantooradres 5.1.2e Enschede, 5.1.2e , geboren te Markelo op vijftien januari negentienhonderdtweeënzeventig. De comparante verklaarde: Op • heeft het bestuur van de stichting: Stichting Openbare Scholengemeenschappen Almelo-Hengelo, met zetel te gemeente Hengelo (Overijssel), kantoorhoudende 5.1.2e Hengelo, 5.1.2e (handelsregister 93691785), besloten: de statuten te wijzigen als hierna vermeld, en de comparante te machtigen de akte van statutenwijziging te tekenen. Van deze besluiten blijkt uit een schriftelijk stuk dat aan deze akte wordt gehecht. Van de goedkeuring van de raad van toezicht blijkt uit een schriftelijk stuk dat aan deze akte wordt gehecht. De statuten van de stichting luiden thans zoals gewijzigd bij akte op eenendertig juli tweeduizend vierentwintig verleden voor notaris 5.1.2e 5.1.2e te Enschede, van kracht per een augustus tweeduizend vierentwintig. Ter uitvoering van de besluiten verklaarde de comparante dat besloten is de statuten algeheel te wijzigen en geheel opnieuw vast te stellen als volgt: Begripsbepalingen Artikel 1 1. In deze statuten wordt verstaan onder: a. Bestuur: het orgaan dat belast is met het besturen van de Stichting en het Bestuur van de stichting vormt; b. Bestuursreglement: het reglement van het Bestuur; c. Bevoegd Gezag: de Stichting als bedoeld in deze statuten, vertegenwoordigd door het Bestuur; d.
Gemeenteraad: de gemeenteraden van de gemeenten Almelo en Hengelo. Waar in deze statuten wordt gesproken over de Gemeenteraden (meervoud) geldt het gestelde voor de beide gemeenteraden gezamenlijk. Waar gesproken wordt over Gemeenteraad (enkelvoud) geldt het gestelde voor de raad van de gemeente die het betreft; e. GMR: gemeenschappelijke medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet medezeggenschap op scholen; f. Leidinggevenden: rectoren en directeuren als bedoeld in artikel 7.2 WVO alsmede anderen aan wie middels het Managementstatuut taken en bevoegdheden van het Bestuur zijn opgedragen; g. Managementstatuut: het managementstatuut als bedoeld in artikel 7.6 WVO;
Pagina 2 van 17
h. Raad van Toezicht: het orgaan dat belast is met het integraal toezicht te houden op het beleid van het Bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie; i. Reglement Raad van Toezicht: het reglement van de Raad van Toezicht; j. School/Scholen: de door de Stichting in stand gehouden openbare school/scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de WVO; k. Schriftelijk (bericht): elk via gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, daaronder begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht, gericht aan of afkomstig van het adres dat voor dit doel bekend is gemaakt; l. Stichting: deze stichting, zijnde Stichting Openbare Scholengemeenschap Twente, statutair gevestigd te gemeente Hengelo (Overijssel); m. WVO: de Wet voortgezet onderwijs 2020, dan wel een daarvoor in de plaats komende wettelijke regeling. Verwijzingen naar artikelnummers betreffen de huidige artikelen en omvatten mede een daarvoor in de plaats komend (ander) artikel. 2. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd. 3.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar het vrouwelijke geslacht in en omgekeerd. Naam en zetel Artikel 2 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Openbare Scholengemeenschap Twente. 2. De Stichting kan ook worden aangeduid als OSG Twente. 3. De Stichting is gevestigd in de gemeente Hengelo (Overijssel). Doel Artikel 3 1. De Stichting heeft tot doel het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 3.10 tot en met 3:15 WVO, waarbij er naar wordt gestreefd om een breed onderwijsaanbod te bieden. Om haar doel te bereiken houdt de Stichting Scholen in stand en kan zij gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. De Stichting beoogt niet het maken van winst. Karakter openbaar onderwijs Artikel 4 1. Het openbaar (voortgezet) onderwijs draagt overeenkomstig artikel 2.3 WVO bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar voortgezet onderwijs wordt zo gegeven dat ieders godsdienst of levensovertuiging wordt geëerbiedigd. 2. De Stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het Bevoegd Gezag als bedoeld in de onderwijswetgeving uit, tenzij de wet anders bepaalt.
Middelen en beheer Artikel 5 1. De Stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde
Pagina 3 van 17
middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen en particulieren inbegrepen. 2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.39 lid 1 WVO besteedt de Stichting de aan haar door het Rijk krachtens de onderwijswetgeving verstrekte bekostiging en door het Rijk betaalde bedragen aan het geven van onderwijs. De bekostiging en de bedragen bedoeld in artikel 5.39 WVO worden niet aangewend voor contractactiviteiten of andere activiteiten die niet passen bij het geven van onderwijs. Voor zover sprake is van een verkrijging van andere middelen dan hiervoor in dit lid bedoeld, worden die middelen aangewend overeenkomstig het doel waarvoor ze zijn verkregen en met inachtneming van de doelstelling van de Stichting. 3. De Stichting draagt overeenkomstig de onderwijswetgeving zorg voor een rechtmatige verwerving en een doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen, alsmede een rechtmatig financieel beheer. De Stichting neemt daarbij de voor de sector geldende en al dan niet in wet- en regelgeving uitgewerkte normen voor financieel beheer en verslaglegging in acht en onthoudt zich in dat kader van: a. het beleggen in financiële producten met een hoog risicoprofiel (waaronder begrepen derivaten); en, b.
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen voor zover dat niet past binnen de voor het onderwijs geldende regels voor de voorziening in de huisvesting van het onderwijs. Organisatie van de Stichting Artikel 6 1. De Stichting kent als civielrechtelijke organen: a. het Bestuur dat belast is met het besturen van de Stichting; en, b. de Raad van Toezicht die belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 3.1 WVO en als intern toezichthouder toezicht houdt op het functioneren van het Bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de Stichting. 2. Bij de invulling van de scheiding van de in lid 1 beschreven functies, richt het Bestuur zich bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden op draagvlak binnen de organisatie en neemt de Raad van Toezicht de taken en bevoegdheden en de daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden van het Bestuur in acht. Bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 7 1. De Stichting wordt bestuurd door het Bestuur bestaande uit minimaal één bestuurder. De Raad van Toezicht stelt het aantal bestuurders vast. 2. De bestuurders worden benoemd door de Raad van Toezicht. Bestuurders worden benoemd voor onbepaalde tijd of voor een door de Raad van Toezicht te bepalen periode. In geval van benoeming voor bepaalde tijd kunnen zij onmiddellijk worden herbenoemd. 3.
Bij de samenstelling van het Bestuur wordt, onverminderd het in de volgende leden bepaalde, gelet op de diverse aspecten die de aandacht van het Bestuur vragen. De aandachtspunten met betrekking tot de van een bestuurder gevraagde deskundigheid en achtergrond worden vastgelegd in een profielschets. De profielschets is openbaar.
Pagina 4 van 17
De Raad van Toezicht stelt een werving- en selectieprocedure vast, waarvan in ieder geval de in dit lid bedoelde profielschets deel uitmaakt. In geval van een meerhoofdig bestuur wordt de zittende bestuurder (of bestuurders) hierover gehoord. De werving- en selectieprocedure is onderdeel (of bijlage) van het reglement Raad van Toezicht. 4. Indien het Bestuur uit meerdere bestuurders bestaat benoemt de Raad van Toezicht één van de bestuurders als voorzitter van het bestuur. Het Bestuur kan nadat de Raad van Toezicht een voorstel van het Bestuur daartoe heeft goedgekeurd, onderling vaststellen welke bestuurder met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle bestuurders voor het gehele Bestuur onverlet. 5. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurders geschiedt door de Raad van Toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de onderwijssector geldende (centrale) arbeidsvoorwaarden en de wet- en regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de (semi-) publieke sector. Jaarlijks wordt door de Raad van Toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van het bepaalde in de vorige volzinnen zijn toegekend aan de bestuurders. 6.
De bestuurders worden periodiek beoordeeld door de Raad van Toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, wordt uitgewerkt in het Bestuursreglement. 7. Bestuurder kan niet zijn een persoon die: a. tegelijkertijd een bestuurs- of toezichtfunctie vervult bij een andere maatschappelijke organisatie in de regio waarin de Stichting actief is waarmee onverenigbare belangen kunnen bestaan; b. lid is van de Raad van Toezicht van de Stichting of dit lidmaatschap heeft bekleed in de vier jaren voor diens benoeming; c. mogelijkerwijs strijdige functies en/of hoedanigheden in zich verenigt in verband met zijn persoonlijke positie of activiteiten op andere terreinen, zulks ter beoordeling door de Raad van Toezicht. Deze onverenigbaarheden gelden zowel bij de benoeming als tijdens het bestuurslidmaatschap. Bestuurders vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de Stichting. Voor het aanvaarden van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie door de bestuurders is voorafgaand aan het aanvaarden van een dergelijke nevenfunctie goedkeuring vereist van de Raad van Toezicht. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de bestuurders vermeld. Bestuur; schorsing en ontslag; defungeren, belet en ontstentenis Artikel 8 1. De Raad van Toezicht schorst en ontslaat de bestuurders. 2. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurder te schorsen.
Indien een bestuurder is geschorst, dient de Raad van Toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing. Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de Raad van Toezicht het besluit tot verlenging heeft
Pagina 5 van 17
genomen. 3. De bestuurder die is geschorst, wordt in persoon in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een adviseur te laten bijstaan. 4. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurder te ontslaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat de bestuurder over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 5. Een bestuurder defungeert voorts: a. door het verlies van het gehele vrije beheer of de gehele vrije beschikking over zijn vermogen; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; d. door zijn ontslag door de rechtbank; e. door zijn overlijden. 6. In geval van (een) vacature(s) in het Bestuur wordt door de Raad van Toezicht zo spoedig mogelijk voorzien in de vervulling daarvan. In geval van (een) vacature(s) behoud(t)/en - indien van toepassing- de/het overblijvende bestuurder(s) zijn bevoegdheden. 7. Bij belet of ontstentenis van een of meer bestuurders zijn de overige bestuurders, of is de enige overgebleven bestuurder, tijdelijk met het bestuur belast. 8. Bij belet of ontstentenis van alle bestuurders is een door de Raad van Toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het bestuur belast.
Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de Stichting, de Raad van Toezicht of een medebestuurder geen contact met een bestuurder kan worden verkregen, met dien verstande dat de Raad van Toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is alsmede indien de bestuurder door ziekte, ongeval of welke oorzaak ook duurzaam in een lichamelijke en/of geestelijke toestand bevindt waardoor hij zich op grond van onvoldoende bewustzijn of onvermogen niet kan uiten. Bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 9 1. Het Bestuur is belast met het besturen van de Stichting, onder toezicht van de Raad van Toezicht. Aan het Bestuur komen in de Stichting alle taken en bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen, daaronder ook begrepen alle taken en bevoegdheden die krachtens de WVO tot het Bevoegd Gezag behoren. 2. Bij de vervulling van zijn taak richt het Bestuur zich naar het belang van de Stichting, het belang van de Scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 3. Het Bestuur legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht en verschaft de Raad van Toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de Raad van Toezicht.
Het Bestuur brengt aan de Raad van Toezicht periodiek verslag uit. In het Bestuursreglement wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. Het Bestuur is gehouden terstond door de Raad van Toezicht gevraagde inlichtingen en gegevens te verstrekken.
Pagina 6 van 17
4. Het Bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 2:291 lid 2 Burgerlijk Wetboek). Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in de eerste volzin van dit lid, neemt het Bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht de in de onderwijswetgeving terzake opgenomen bepalingen in acht. Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast te vertegenwoordigingsbevoegdheid van het Bestuur aan en op het ontbreken van de bedoelde goedkeuring kan door de Stichting tegen derden wel een beroep worden gedaan. 5. Voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht is voorts vereist voor bestuursbesluiten tot: a. de vaststelling van (meerjaren-)beleidsplan en (meerjaren-)begroting; b. de vaststelling van de in de WVO bedoelde klachtenregeling; c. de vaststelling van het Bestuursreglement; d.
het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bedrag van honderdduizend euro (€ 100.000,00) te boven gaan; e. de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag, met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de Raad van Toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; f. het aangaan, wijzigen en verbreken van samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen; g. het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het Bestuur daartoe is bevoegd; h. het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden; i. het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de Stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; j. een (juridische) fusie of (juridische) splitsing zoals onder meer bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en in de WVO; k.
het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie; l. het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; m. onderwerpen waarover een (potentieel) tegenstrijdig belang dan wel een verstrengeling van belangen bestaat; n. bestuursoverdracht of samenvoeging van een School; o. sluiting van een afdeling, nevenvestiging of locatie van een School; p. (het doen van een voorstel aan de Gemeenteraad tot) opheffing van een School, niet zijnde enkel een afdeling, nevenvestiging of locatie. Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de
Pagina 7 van 17
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het Bestuur aan en op het ontbreken van de bedoelde goedkeuring kan door de Stichting tegen derden een beroep worden gedaan. 6. De Raad van Toezicht kan besluiten dat indien het belang van een rechtshandeling als bedoeld in dit artikel beneden een door de Raad van Toezicht vast te stellen grens blijft, goedkeuring door de Raad van Toezicht niet is vereist. 7. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 5 van dit artikel genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Wanneer de Raad van Toezicht van deze regeling gebruik maakt dient hij dit nader te motiveren en Schriftelijk aan het Bestuur mee te delen welke besluiten nog meer aan zijn goedkeuring zijn/worden onderworpen. Dit document zal als bijlage aan het reglement van het Bestuur worden gehecht. Bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 10 1. Vergaderingen van het Bestuur zijn in beginsel openbaar. Het Bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast. 2. Tot beslotenheid van vergadering en besluitvorming kan door het Bestuur uitsluitend worden besloten, indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de Stichting; c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering en besluit wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het Bestuur anders beslist. 3. Indien en voor zover het Bestuur uit meerdere bestuurders bestaat gelden voorts de hierna volgende bepalingen. 4. In de vergaderingen van het Bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Alle besluiten worden door het Bestuur genomen met een volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 5. Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda geplaatst van een volgende vergadering. Indien de stemmen dan opnieuw staken, wordt het voorstel geacht te zijn afgewezen. De Raad van Toezicht wordt over een dergelijke situatie geïnformeerd. 6. Het Bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit Schriftelijk en unaniem geschiedt en alle bestuurders in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de bestuurders zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 7.
Elke bestuurder, alsmede de voorzitter van de Raad van Toezicht, is gelijkelijk bevoegd een vergadering van het Bestuur bijeen te roepen. 8. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie en onderneming. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 9. De overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van het Bestuur, alsmede de
Pagina 8 van 17
eventuele verdeling van taken, geschiedt bij het Bestuursreglement dat met inachtneming van deze statuten wordt vastgesteld door het Bestuur. Bestuur; vertegenwoordiging Artikel 11 1. De Stichting wordt vertegenwoordigd door het Bestuur. Daarnaast wordt de Stichting vertegenwoordigd door iedere bestuurder afzonderlijk. 2. Krachtens besluit van het bestuur kan aan een of meer rectoren, directeuren en/of andere personen een volmacht worden verleend om de Stichting te vertegenwoordigen. Een doorlopende volmacht aan rectoren, directeuren en andere Leidinggevenden wordt vastgelegd in het Managementstatuut. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de Stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 12 1. De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd (en herbenoemd) door de Gemeenteraden, met inachtneming van de voordrachtsrechten als hierna bepaald. 3. De GMR wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de Raad van Toezicht. 4. Tevens worden de ouders van leerlingen die zijn ingeschreven op de Scholen afzonderlijk in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de Raad van Toezicht.
Indien de Raad van Toezicht uit vijf, zes of zeven personen bestaat, wordt de oudergeleding van de GMR in de gelegenheid gesteld een extra bindende voordracht te doen voor een tweede zetel in de Raad van Toezicht. 5. Voor de zetels in de Raad van Toezicht waarvoor de GMR en de ouders van leerlingen die zijn ingeschreven op de Scholen geen voordrachtsrecht hebben, heeft de Raad van Toezicht een voordrachtsrecht. Voor de zetels in de Raad van Toezicht ten aanzien waarvan de GMR en de oudergeleding van de GMR een hen toekomend voordrachtsrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de Raad van Toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de Raad van Toezicht eveneens een voordrachtsrecht, doch slechts voor één zittingsperiode. De overeenkomstig de vorige zin benoemde persoon geldt als te zijn benoemd krachtens een voordracht. 6. De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden allen met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde wervings- en selectieprocedure, tevens omvattende een profielschets waarin de competenties van de Raad van Toezicht en de afzonderlijke leden van de Raad van Toezicht worden beschreven. De profielschets is openbaar. De wervings- en selectieprocedure gaat in elk geval specifiek in op de functie van de voorzitter van de Raad van Toezicht.
De werving- en selectieprocedure kan inhouden dat een wervings- en selectiecommissie wordt ingesteld en dat deze commissie bestaat uit leden van de Raad van Toezicht, leden van de GMR en/of derden. De wervings- en selectieprocedure wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht gehoord het Bestuur, na advies van de GMR. De wervings- en selectieprocedure is onderdeel (of bijlage) van het Reglement Raad van Toezicht.
Pagina 9 van 17
7. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht kan niet worden bekleed door: a. echtgenoten/levenspartners, ouders, kinderen, broers en zussen van zittende leden of van bestuurders; b. personeelsleden van de Stichting dan wel hun echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen; c. leden van medezeggenschapsorganen van de Stichting; d. personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar een School van de Stichting is gevestigd; e. personen die de functie van bestuurder bekleden bij een andere organisatie voor voortgezet onderwijs of lid zijn van de raad van toezicht (of vergelijkbaar toezichthoudend orgaan) van een andere instelling die binnen het verzorgingsgebied van de Stichting dezelfde werkzaamheden verricht; f. personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de Stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen, bijvoorbeeld zoals aangegeven in de toepasselijke governance-code. Deze onverenigbaarheden gelden zowel bij de benoeming als tijdens het lidmaatschap van de Raad van Toezicht. 8. De samenstelling van de Raad van Toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de bestuurders en welk deelbelang ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren.
De leden van de Raad van Toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de Stichting en de Scholen betrokken deelbelangen. 9. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na het eindigen van de periode waarvoor men benoemd is, op de datum van de eerstvolgende vergadering van de Gemeenteraden na afloop van de benoemingstermijn en met in achtneming van een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de Raad van Toezicht neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is onmiddellijk (daaronder begrepen op de datum van de eerstvolgende vergadering van de Gemeenteraden na afloop van de benoemingstermijn) herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de Raad van Toezicht kan zijn. Dit brengt mee dat een lid van de Raad van Toezicht ook één keer kan worden herbenoemd. De periode dat een lid van de Raad van Toezicht reeds deel uitmaakte van de raad van toezicht van een rechtsvoorganger van de Stichting telt voor diens benoemingsduur en eventuele herbenoeming mee. 10.
De eventuele vergoedingen aan de leden van de Raad van Toezicht worden door de Raad van Toezicht vastgesteld en vastgelegd in het Reglement Raad van Toezicht. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de onderwijssector geldende normen en de wet- en regelgeving omtrent de beloning van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector. Jaarlijks wordt door de Raad van Toezicht in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van het bepaalde in de vorige volzinnen zijn toegekend aan de leden van de
Pagina 10 van 17
Raad van Toezicht. 11. Eenmaal per jaar evalueert de Raad van Toezicht voorts zijn functioneren als zodanig. 12. Ten minste één keer per jaar vergadert de Raad van Toezicht in afwezigheid van het Bestuur. In deze vergadering komen aan de orde: a. het onderlinge functioneren van de Raad van Toezicht; en b. het functioneren van het Bestuur. De voorzitter van de Raad van Toezicht doet tezamen met een ander lid van de Raad van Toezicht verslag van de uitkomst aan het Bestuur. 13. Leden van de Raad van Toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de Stichting. In het jaarverslag worden alle nevenfuncties van de leden van de Raad van Toezicht vermeld. Raad van toezicht; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 13 1. Een lid van de Raad van Toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de Gemeenteraden, al dan niet op verzoek van de Raad van Toezicht. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een advocaat. Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de Raad van Toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. 2. Een lid van de Raad van Toezicht kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b.
onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de Stichting. 3. Een lid van de Raad van Toezicht kan voorts worden geschorst door de Raad van Toezicht, voor een periode van ten hoogste drie maanden. Het betrokken lid wordt alsdan in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden in de vergadering van de Raad van Toezicht. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een adviseur. Indien een lid van de Raad van Toezicht wordt geschorst door de Raad van Toezicht, deelt de voorzitter van de Raad van Toezicht dit per omgaande Schriftelijk aan de Gemeenteraden mee. 4. Voor het einde van de schorsingsperiode als genoemd in het vorige lid, neemt de Raad van Toezicht een besluit tot verlenging dan wel opheffing van de schorsing. Een schorsing kan eenmaal worden verlengd, voor ten hoogste een periode van drie maanden. De verlenging van de schorsing gaat in op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. De schorsing van een lid van de Raad van Toezicht vervalt, indien de Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. 5. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert voorts: a.
door het verlies van het gehele vrije beheer of de gehele vrije beschikking over zijn vermogen; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming;
Pagina 11 van 17
d. door het niet langer voldoen aan de in de profielschets en/of deze statuten opgenomen kwaliteitseisen; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de Gemeenteraden; g. door zijn overlijden. De wijze waarop wordt vastgesteld of een lid van de Raad van Toezicht niet langer voldoet aan de in de profielschets opgenomen kwaliteitseisen wordt uitgewerkt in het Reglement Raad van Toezicht. 6. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden. 7. Bij belet of ontstentenis van een of meer leden van de Raad van Toezicht zijn de overige leden van de Raad van Toezicht, of is het enige overgebleven lid van de Raad van Toezicht, tijdelijk met het toezicht op het Bestuur belast. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. 8. Bij belet of ontstentenis van alle leden van de Raad van Toezicht is een door de Raad van Toezicht daartoe voor onbepaalde tijd aan te wijzen persoon tijdelijk met het toezicht op het Bestuur belast.
Onder belet wordt in elk geval verstaan schorsing en het geval waarin om welke reden ook gedurende een aaneengesloten periode van minimaal tweeënzeventig uur door de Stichting, het Bestuur of een ander lid van de Raad van Toezicht geen contact met een lid van de Raad van Toezicht kan worden verkregen, alsmede indien de bestuurder door ziekte, ongeval of welke oorzaak ook duurzaam in een lichamelijke en/of geestelijke toestand bevindt waardoor hij zich op grond van onvoldoende bewustzijn of onvermogen niet kan uiten, met dien verstande dat de Raad van Toezicht kan besluiten dat een andere periode van toepassing is. Bij gebreke hiervan kunnen door de rechtbank bevoegd in de statutaire vestigingsplaats van de Stichting, op verzoek van hetzij een afgetreden lid van de Raad van Toezicht, hetzij de raad van bestuur, hetzij de GMR met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, een of meerdere leden van de Raad van Toezicht worden benoemd die vervolgens onverwijld maatregelen ter aanvulling van de nieuwe Raad van Toezicht zullen nemen. Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 14 1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het Bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de Stichting en de onder de Stichting ressorterende Scholen. De Raad van Toezicht kan het Bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren.
Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de Scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. De taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht zijn zodanig dat de Raad van Toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens in de wet en bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de Raad van Toezicht belast met: a. het goedkeuren van de begroting en het jaarverslag en het meerjarenbeleidsplan van de Stichting, alsmede het goedkeuren van de besluiten van het Bestuur als genoemd in artikel 9 lid 4, 5 en 7, artikel 20 lid 1 en artikel 21 lid 1; b. het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de
Pagina 12 van 17
Stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving; c. het houden van toezicht op het functioneren van het Bestuur en het toezien op de naleving door het Bestuur van de wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur als bedoeld in artikel (3.2 juncto) 5.46 WVO en eventuele afwijkingen van die code; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen. 3. De Raad van Toezicht legt in het jaarverslag van de Stichting verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd. 4. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; de Raad van Toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 5. In het Reglement Raad van Toezicht wordt nader de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het Bestuur en de Raad van Toezicht opgenomen. In dit reglement wordt ook vastgelegd hoe met interne conflicten tussen beide organen wordt omgegaan. Raad van toezicht; besluitvorming en werkwijze Artikel 15 1.
De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier (4) maal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de Raad van Toezicht dit wenselijk acht(en). Specifieke regels betreffende de op- en bijeenroeping, de wijze van vergadering en besluitvorming zijn opgenomen in het Reglement Raad van Toezicht. 2. In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft ieder lid één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. 3. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de Raad van Toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de Raad van Toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Is in de vergadering van de Raad van Toezicht niet meer dan de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee weken en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezigen of vertegenwoordigden.
Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 4. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich door een ander lid van de Raad van Toezicht ter vergadering Schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de Raad van Toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van Toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan. 6. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn niet openbaar, tenzij de Raad van Toezicht incidenteel anders besluit. 7. Besluiten van de Raad van Toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen,
Pagina 13 van 17
mits dit Schriftelijk geschiedt en alle leden van de Raad van Toezicht zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten worden aan de notulen toegevoegd. 8. De Raad van Toezicht kan met inachtneming van deze statuten in het Reglement Raad van Toezicht de verdeling van zijn taak over de verschillende leden, zijn werkwijze, ondersteuning en informatievoorziening en de verdere besluitvorming van de Raad van Toezicht nader uitwerken. 9. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie en onderneming. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen besluit kan nemen, is het betreffende lid van de Raad van Toezicht toch bevoegd om deel te nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming en is de Raad van Toezicht bevoegd om het besluit op deze wijze te nemen. De Raad van Toezicht legt dan Schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen. 10. Het Bestuur voorziet in (secretariële) ondersteuning van de Raad van Toezicht. Indien het werkzaamheden betreft waarbij persoonlijke of gevoelige gegevens ter sprake of naar voren zullen komen, kan de Raad van Toezicht zich doen bijstaan door een derde/niet bij de Stichting betrokken persoon. 11.
De Raad van Toezicht stelt een scholingsplan op en kan voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. In het Reglement Raad van Toezicht werkt de Raad van Toezicht de in het kader van dit lid te hanteren inhoudelijke en financiële kaders verder uit. Boekjaar, jaarstukken Artikel 16 1. Het boekjaar van de Stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Het Bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan en bijbehorende begroting op voor het komende boekjaar en legt deze voor het einde van het boekjaar ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. Na goedkeuring van de Raad van Toezicht stelt het Bestuur het beleidsplan en de begroting vast, doch uiterlijk voor één januari. In overeenstemming met de doelstelling en met het oog op de continuïteit van de activiteiten stelt het Bestuur voorts een meerjarenbeleidsplan op voor een periode van ten minste vier jaar, alsmede een bijbehorende meerjarenbegroting. 4. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de Stichting afgesloten.
Daaruit wordt door het Bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar. 5. De accountant wordt door de Raad van Toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het Bestuur en de Raad van Toezicht verslag uit over zijn bevindingen. 6. Het Bestuur stelt tevens een jaarverslag op. Bij het opmaken van het jaarverslag schenkt het Bestuur tevens aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 7. De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het
Pagina 14 van 17
boekjaar door het Bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht en ten blijke daarvan door alle bestuurders en alle leden van de Raad van Toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 8. Het Bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaren lang te bewaren. De jaarstukken en begroting zijn openbaar en worden direct na vaststelling ter informatie aangeboden aan de Gemeenteraden. Commissies en reglementen Artikel 17 1. Het Bestuur kan besluiten commissies in te stellen. De samenstelling, de werkwijze en de taken en bevoegdheden van een door het Bestuur ingestelde commissie worden alsdan door het Bestuur nader bij reglement bepaald. 2. De Raad van Toezicht kan commissies instellen. De samenstelling, de werkwijze en de taken en bevoegdheden van een door de Raad van Toezicht ingestelde commissie worden alsdan door de Raad van Toezicht nader bij reglement bepaald. 3. Reglementen, daaronder begrepen het Reglement Raad van Toezicht, het Bestuursreglement en het Managementstatuut, mogen geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten. Vrijtekening en vrijwaring Artikel 18 1.
De Stichting zal een bestuurder van de Stichting niet aansprakelijk stellen ter zake van schade die de Stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van een bestuurder in diens hoedanigheid van: • bestuurder van de Stichting; • bestuurder of toezichthouder van een rechtspersoon waarover de Stichting zeggenschap heeft (een "Dochter"). Van zeggenschap is sprake indien de Stichting meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van aandeelhouders of meer dan de helft van de stemrechten in de algemene ledenvergadering kan uitoefenen en/of het recht heeft om een meerderheid van de bestuurders of toezichthouders te benoemen en/of af te laten treden; • bestuurder of toezichthouder van een rechtspersoon anders dan een Dochter, indien het vervullen van die functie samenhangt met het zijn van bestuurder van de Stichting en/of van een Dochter. 2.
De Stichting zal een bestuurder schadeloos stellen ter zake van de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een bestuurder in diens hoedanigheid van bestuurder van de Stichting en/of bestuurder of toezichthouder van een Dochter en tot vergoeding waarvan een bestuurder gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits is voldaan aan de in lid 3 van dit artikel genoemde voorwaarden. Onder een derde wordt ook een Dochter verstaan. 3. De verdediging in de procedure bedoeld in lid 2 wordt met instemming van de Stichting gevoerd. De vaststellingsovereenkomst bedoeld in lid 2 kan uitsluitend worden gesloten met de uitdrukkelijke Schriftelijke goedkeuring van de Stichting. Het betreffende lid van het Bestuur dient volledige medewerking aan de Stichting te geven bij het voeren van de verdediging respectievelijk bij de desbetreffende
Pagina 15 van 17
schikkingsonderhandelingen. 4. Aan de in lid 1 omschreven vrijtekening en de in lid 2 omschreven vrijwaring kan een bestuurder geen rechten ontlenen indien: • de schade het gevolg is van opzettelijk of bewust roekeloos gedrag (of nalaten) van de betreffende bestuurder; • de betreffende bestuurder in redelijkheid niet kon menen in het belang van de Stichting of Dochter te handelen, waaronder mede begrepen de situatie dat het verweten handelen of nalaten als feitelijk of beoogd gevolg heeft dat de betreffende bestuurder of anderen in welk opzicht dan ook onrechtmatig worden bevoordeeld. 5. Aan de in lid 1 omschreven vrijtekening en de in lid 2 omschreven vrijwaring kan een bestuurder geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. 6. Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een bestuurder is gehouden te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van een bestuurder gemaakte rechtsbijstandskosten, inclusief de kosten van rechtsbijstand bij een onderzoek waaraan de bestuurder zijn medewerking moet verlenen, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade. 7.
Onder schade in de zin van dit artikel worden eveneens aan de betreffende bestuurder ter zake van enig handelen en/of nalaten in diens hoedanigheid van bestuurder van de Stichting en/of bestuurder of toezichthouder van een Dochter door autoriteiten opgelegde boetes begrepen, voor zover vergoeding daarvan rechtens is toegestaan. 8. Kosten door een bestuurder redelijkerwijs gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de Stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits de betreffende bestuurder zich Schriftelijk en onherroepelijk jegens de Stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op vrijwaring door de Stichting. De Stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. 9. De vrijtekening en vrijwaring voorzien in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen bestuurder meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van een bestuurder. 10. Ook de leden van de Raad van Toezicht van de Stichting kunnen aanspraak maken op de vrijtekening en vrijwaring als voorzien in dit artikel onder overeenkomstige toepassing van de hierin genoemde reikwijdte en voorwaarden. 11. Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak op vrijtekening en vrijwaring maken gewijzigd worden.
Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is. Statutenwijziging Artikel 19 1. Het Bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Wijziging van de statuten kan alleen plaatsvinden na voorafgaande instemming van
Pagina 16 van 17
de Gemeenteraden. 2. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen van goedkeuring aan de statutenwijziging wordt genomen in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin ten minste een drie vierde meerderheid aanwezig is en alle leden vertegenwoordigd zijn. Is in de vergadering van de Raad van Toezicht waarin een besluit tot het verlenen van goedkeuring aan statutenwijziging aan de orde komt, niet ten minste een drie vierde meerderheid van de leden aanwezig en zijn niet alle leden vertegenwoordigd, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee weken en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5.
Het Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamers van Koophandel gehouden handelsregister en een afschrift daarvan ter kennisneming toe te zenden aan de Gemeenteraden. 6. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. Ontbinding en vereffening Artikel 20 1. Het Bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het bepaalde in artikel 19 lid 2 is van overeenkomstige toepassing. Het besluit tot (de gevolgen van de) ontbinding is ook onderworpen aan de instemming van de Gemeenteraden. 2. Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 3. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, is het Bestuur met de vereffening belast. De vereffenaars dragen zorg voor inschrijving van de ontbinding in het door de Kamers van Koophandel gehouden handelsregister. 4.
Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd conform het doel van de Stichting. Het besluit van het Bestuur hiertoe behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. 5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamers van Koophandel gehouden handelsregister. Extern toezicht openbaar onderwijs
Pagina 17 van 17
Artikel 21 1. In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht en de taken en bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs zoals volgt uit de Wet op het onderwijstoezicht, geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs voorts het navolgende: a. de Gemeenteraad kan zich vanuit zijn wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het Bestuur van de Stichting. De Gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs; b. de Gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het Bestuur of het functioneren van het Bestuur in strijd met de WVO, de maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om - indien en voor zover dat noodzakelijk is - zelf te voorzien in het Bestuur van de Scholen en zo nodig de Stichting te ontbinden. 2. De Stichting sluit een bestuurlijk convenant met de Gemeenten waarin afspraken worden opgenomen met betrekking tot de wederzijdse informatie-uitwisseling en de verantwoording inzake het openbaar karakter van het onderwijs. 3. Alvorens een Gemeenteraad overgaat tot het nemen van een maatregel als bedoeld in lid 1 onder b, treedt deze Gemeenteraad hierover in overleg met de andere gemeente waar Scholen van de Stichting zijn gevestigd.
Bij het nemen van maatregelen mag de continuïteit van het onderwijs op de Scholen van de Stichting niet in het geding komen. Vervolgens stelt de gemeenteraad de Raad van Toezicht in de gelegenheid in overleg te treden met de gemeenteraad om de mogelijkheden te verkennen, te bespreken en eventueel te (doen) uitvoeren die noodzakelijk zijn om de gerezen bezwaren tegen het door het Bestuur gevoerde beleid of het functioneren van het Bestuur op andere wijze weg te nemen. Hierbij hanteert de Gemeenteraad als uitgangspunt dat het toezien op het functioneren van en handelen door het Bestuur (het ‘intern toezicht’) primair de taak is van de Raad van Toezicht. 4. De Stichting en de gemeenten kunnen in voornoemd bestuurlijk convenant kwalificaties casu quo parameters opnemen met betrekking tot het onderwerp 'ernstige taakverwaarlozing' van het Bestuur, zulks ter bevordering van de professionele uitoefening van het intern toezicht en een zuivere rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de Raad van Toezicht enerzijds en de Gemeenteraden anderzijds. De comparante is mij, notaris, bekend. Waarvan akte verleden te Enschede op de datum vermeld in het hoofd van deze akte. Nadat de inhoud van de akte aan de comparante zakelijk werd opgegeven en toegelicht, verklaarde zij dat zij van de inhoud heeft kennis genomen en daarmee instemt.
Onmiddellijk na beperkte voorlezing overeenkomstig de wet is deze akte door de comparante en mij, notaris, ondertekend.
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 1 sub e
Nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven
1
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1