Vierde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 - bijlage 2 - Raadsbesluit
Tekst van het document
Was-wordt tabel gewijzigde artikelen APV Rood = verwijderd Groen = toegevoegd Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Geen wijzigingen. Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Artikel 2:26a Begripsbepalingen
Artikel 2:26a Begripsbepalingen
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. organisator: 1. een betaald voetbalorganisatie, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van deze betaald voetbalorganisatie als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie; of 2. de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Almelo waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie betrokken is en indien het betreft een A-interland; of 3. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie of een nationaal elftal is betrokken; en b. risicowedstrijd: een door de burgemeester aan te merken voetbalwedstrijd die een verhoogd risico vormt voor de openbare orde en veiligheid; c. veiligheidsverklaring: veiligheidsverklaring als bedoeld in het Licentiereglement van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond; en d. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door de organisator.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a. organisator: 1. een betaald voetbalorganisatie statutair gevestigd in de gemeente Almelo, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van deze betaald voetbalorganisatie als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie; of 2. de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Almelo waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie betrokken is en indien het betreft een A-interland; of 3. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie of een nationaal elftal is betrokken; en b. risicowedstrijd: een door de burgemeester aan te merken voetbalwedstrijd die een verhoogd risico vormt voor de openbare orde en veiligheid; c. veiligheidsverklaring: veiligheidsverklaring als bedoeld in het Licentiereglement van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond; en d. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door de organisator.
Artikel 2:26l Openbare ordeverstoring bij een voetbalwedstrijd 1. Onverminderd artikel 2:1b, eerste lid, is het verboden bij voorafgaand, tijdens of na afloop van een voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren. 2. Onverminderd artikel 2:1b, tweede lid, is het verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij de voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren.
Artikel 2:26l Openbare ordeverstoring bij een voetbalwedstrijd 1. Onverminderd artikel 2:1b, eerste lid, is het verboden bij, voorafgaand, tijdens of na afloop van een voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren. 2. Onverminderd artikel 2:1b, tweede lid, is het verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij de voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren.
Artikel 2:28f Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een openbare inrichting wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; b. de exploitant of de leidinggevende in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; of f. de voorgenomen uitoefening van de openbare inrichting strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. 3. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien: a. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28g, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; b.
voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; of c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.
Artikel 2:28f Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een openbare inrichting wordt geweigerd indien: a. de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat; b. de exploitant of de leidinggevende in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; c. de leidinggevende de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; d. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; of f. de voorgenomen uitoefening van de openbare inrichting strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan. Een exploitant of leidinggevende is in ieder geval van slecht levensgedrag als niet voldaan wordt aan de gestelde eisen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit. 3. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien: a.
voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28g, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; b. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; of c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door
de aanwezigheid van de openbare inrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.
Artikel 2:29 Openingstijden Openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. tussen 01:00 uur en 07:00 uur, op maandag tot en met donderdag; en b. tussen 04:00 uur en 07:00 uur, op vrijdag tot en met zondag. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de exploitant, die ten tijde van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening reeds beschikt over een geldige vergunning en voor zover in de verleende vergunning afwijkende ruimere openingstijden zijn opgenomen. In dat geval gelden de openingstijden zoals opgenomen in de vergunning. Deze overgangstermijn geldt zolang de vergunning, zoals die gold ten tijde van de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, geldig is en niet is vervallen of ingetrokken. 3. Het in het eerste lid onder a gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet geldt op de volgende (feest)dagen: a. de nacht volgend op Goede Vrijdag; b. de nacht volgend op Eerste Paasdag; c. de nacht volgend op Tweede Paasdag; d. Koningsdag en de nacht volgend op Koningsdag; e. de nacht volgend op Bevrijdingsdag; f. de nacht volgend op Hemelvaartsdag; g. de nacht volgend op Eerste Pinksterdag; h. de nacht volgend op Tweede Pinksterdag; i. Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag en de nacht volgend op Tweede Kerstdag.
Op deze dagen geldt het verbod van artikel 2:29, eerste lid, aanhef en onder b (sluitingstijd tussen 04:00 en 07:00 uur), ook als in een vergunning een minder ruime openingstijd is opgenomen. 4. Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet tijdens de jaarwisseling (nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag). Tijdens de jaarwisseling geldt een sluitingstijd tussen 05:00 uur en 07:00. 5. Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 04:00 uur en 07:00 uur) geldt niet voor: a. een openbare inrichting die door de burgemeester is opgenomen in de coffeeshoplijst (en dus een coffeeshop betreft), hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 12:00 uur; en b. een openbare inrichting die door een paracommerciële rechtspersoon wordt
Artikel 2:29 Openingstijden Openbare inrichting 1. De sluitingstijd voor een openbare inrichting wordt geregeld in de vergunning, met inachtneming van onderstaande regels. 2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. tussen 01:00 uur en 07:00 uur, op maandag tot en met donderdag; en b. tussen 04:00 uur en 07:00 uur, op vrijdag tot en met zondag. 3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor de exploitant, die ten tijde van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening reeds beschikt over een geldige vergunning en voor zover in de verleende vergunning afwijkende ruimere openingstijden zijn opgenomen. In dat geval gelden de openingstijden zoals opgenomen in de vergunning. Deze overgangstermijn geldt zolang de vergunning, zoals die gold ten tijde van de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, geldig is en niet is vervallen of ingetrokken. 4. Het in het tweede lid onder a gestelde verbod geldt niet als de burgemeester een ontheffing heeft verleend. Deze ontheffing kan uitsluitend betrekking hebben op de periode gelegen tussen 01:00 uur en 04:00 uur. 5. De burgemeester verleent een ontheffing voor bepaalde tijd: voor de duur van twee jaar. Een ontheffing vervalt van rechtswege na het verstrijken van twee jaar.
Voor een nieuwe periode moet een nieuwe ontheffing worden aangevraagd. 6. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester een ontheffing weigeren of intrekken indien, als gevolg van de exploitatie van de openbare inrichting, de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Een ontheffing wordt geweigerd als in de afgelopen twee jaar een ontheffing, die verleend is aan dezelfde exploitant als de aanvrager, is ingetrokken. 7. Het in het tweede lid onder a gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet geldt op de volgende (feest)dagen: a. de nacht volgend op Goede Vrijdag; b. de nacht volgend op Eerste Paasdag; c. de nacht volgend op Tweede Paasdag; d. Koningsdag en de nacht volgend op Koningsdag; e. de nacht volgend op Bevrijdingsdag; f. de nacht volgend op Hemelvaartsdag; g. de nacht volgend op Eerste Pinksterdag;
geëxploiteerd, hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 07:00 uur. 6. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de zedelijkheid, de gezondheid of ter voorkoming of beperking van overlast andere openingstijden vaststellen dan de openingstijden als bedoeld in het eerste en vijfde lid. 7. Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting bij of krachtens dit hoofdstuk gesloten dient te zijn voor bezoekers. Terras 8. Het is verboden een bij de openbare inrichting behorend terras voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01:00 en 09:00 uur. 9. Het in het achtste lid gestelde verbod (sluitingstijd terras tussen 01:00 uur en 09:00 uur) geldt niet als de burgemeester een ontheffing heeft verleend. 10. Als de burgemeester een ontheffing heeft verleend, geldt een sluitingstijd tussen 02:00 uur en 09:00 uur, uitsluitend op de vrijdag, zaterdag en zondag in het terrassenseizoen en op de feestdagen genoemd in het derde lid, mits die feestdagen vallen binnen het terrassenseizoen (als bedoeld in het elfde lid). 11. De burgemeester verleent een ontheffing voor bepaalde tijd: van 1 april tot en met 31 oktober. Deze periode wordt aangeduid als het terrassenseizoen. Een ontheffing vervalt van rechtswege op 1 november.
Voor een volgend terrassenseizoen moet een nieuwe ontheffing worden aangevraagd. Buiten het terrassenseizoen wordt geen ontheffing verleend. 12. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester een ontheffing weigeren of intrekken, indien de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het terras behorende bij de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
h. de nacht volgend op Tweede Pinksterdag; i. Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag en de nacht volgend op Tweede Kerstdag. Op deze dagen geldt het verbod van artikel 2:29, tweede lid, aanhef en onder b (sluitingstijd tussen 04:00 en 07:00 uur), ook als in een vergunning een minder ruime openingstijd is opgenomen. 8. Het in het tweede lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet tijdens de jaarwisseling (nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag). Tijdens de jaarwisseling geldt een sluitingstijd tussen 05:00 uur en 07:00. 9. De burgemeester kan een ontheffing verlenen om tijdelijk af te wijken van de in het tweede lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 04:00 uur en 07:00 uur) bij bijzondere gelegenheden. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder bijzondere gelegenheden wordt verstaan. 10. Het in het tweede lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 04:00 uur en 07:00 uur) geldt niet voor: a. een openbare inrichting die door de burgemeester is opgenomen in de coffeeshoplijst (en dus een coffeeshop betreft), hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 12:00 uur; en b.
een openbare inrichting die door een paracommerciële rechtspersoon wordt geëxploiteerd, hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 07:00 uur. 11. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de zedelijkheid, de gezondheid of ter voorkoming of beperking van overlast andere openingstijden vaststellen dan de openingstijden als bedoeld in het tweede en tiende lid. 12. Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting bij of krachtens dit hoofdstuk gesloten dient te zijn voor bezoekers. Terras 13. De sluitingstijd voor een terras wordt geregeld in de vergunning, met inachtneming van onderstaande regels. 14. Het is verboden een bij de openbare inrichting behorend terras voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01:00 en 09:00 uur. 15. Het in het veertiende lid gestelde verbod (sluitingstijd terras tussen 01:00 uur en 09:00 uur) geldt niet als de burgemeester een ontheffing heeft verleend. 16. Als de burgemeester een ontheffing heeft verleend, geldt een sluitingstijd tussen 02:00 uur en 09:00 uur, uitsluitend op de vrijdag, zaterdag en
zondag in het terrassenseizoen en op de feestdagen genoemd in het zevende lid, mits die feestdagen vallen binnen het terrassenseizoen (als bedoeld in het zeventiende lid). 17. De burgemeester verleent een ontheffing voor bepaalde tijd: van 1 maart tot en met 31 oktober. Deze periode wordt aangeduid als het terrassenseizoen. Een ontheffing vervalt van rechtswege op 1 november. Voor een volgend terrassenseizoen moet een nieuwe ontheffing worden aangevraagd. Buiten het terrassenseizoen wordt geen ontheffing verleend. 18. Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester een ontheffing weigeren of intrekken, indien de openbare orde, de openbare veiligheid of het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het terras behorende bij de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Een ontheffing wordt geweigerd als in de afgelopen twee jaar een ontheffing, die verleend is aan dezelfde exploitant als de aanvrager, is ingetrokken.
Artikel 2:29a Aanwezigheid exploitant en leidinggevende
Artikel 2:29a Aanwezigheid van en vereisten over exploitant en leidinggevende
1. De exploitant dan wel de leidinggevende van een openbare inrichting is in die inrichting aanwezig en bereikbaar gedurende de uren dat de openbare inrichting daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. In afwijking van het eerste lid, is het een paracommerciële rechtspersoon verboden om een openbare inrichting uit te oefenen, indien in die openbare inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, onder b; b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28e, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd door de burgemeester, zolang nog niet op die aanvraag is beslist; of c. een barvrijwilliger. 3. De paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van barvrijwilligers. Deze registratie of een afschrift daarvan is in de openbare inrichting aanwezig.
1. De exploitant dan wel de leidinggevende van een openbare inrichting is in die inrichting aanwezig en bereikbaar gedurende de uren dat de openbare inrichting daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. In afwijking van het eerste lid, is het een paracommerciële rechtspersoon verboden om een openbare inrichting uit te oefenen, indien in die openbare inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, onder b; b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28e, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd door de burgemeester, zolang nog niet op die aanvraag is beslist; of c. een barvrijwilliger. 3. De paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van barvrijwilligers. Deze registratie of een afschrift daarvan is in de openbare inrichting aanwezig. 4. Het is verboden in een openbare inrichting of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert. 5. Het is verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een openbare inrichting.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, begraafplaatsen, plantsoenen, groenstroken of enige andere openbare beplanting of bloemperk, anders dan op de daarin gelegen wegen, paden, grasperken, lig- of speelweides. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam (onderhouds)werkzaamheden worden verricht.
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder 1 bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2. van een verandering van de onder 1 bedoelde adressen; 3. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:78 Gebiedsontzegging
Artikel 2:78 Gebiedsontzegging
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uren niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. In het geval de burgemeester een gebiedsontzegging oplegt op vrijdagavond na 18.00 uur kan de burgemeester de gebiedsontzegging laten
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uren niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een voor publiek toegankelijke plaats op te houden. In het geval de burgemeester een gebiedsontzegging oplegt op vrijdagavond na 18.00 uur kan de burgemeester de gebiedsontzegging
voortduren tot maandagochtend 06.00 uur. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
laten voortduren tot maandagochtend 06.00 uur. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.
Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling
Artikel 6:1 Sanctiebepaling
1. Overtreding van een bij of krachtens deze verordening gegeven voorschrift of een voorschrift verbonden aan een vergunning of ontheffing wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12, eerste lid, en artikel 4:11, tweede lid.
1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde, daaronder mede begrepen een krachtens deze verordening gegeven bevel, voorschrift of beperking, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12, eerste lid, en artikel 4:11, tweede lid.