CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening jeugdhulp - getekend

Raad 15 april 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de verordening jeugdhulp gemeente Almelo 202517.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening jeugdhulp gemeente Almelo 2025 Geldend van 15-04-2025 t/m heden Intitulé Verordening jeugdhulp gemeente Almelo 2025 De raad van de gemeente Almelo;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 februari 2025 (raadsvoorstel zaaknummer: 8665);

Gelet op de artikelen 2.9, 2.10 en 8.1.1, derde lid van de Jeugdwet en artikel 147 en 149 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de: ‘Verordening jeugdhulp gemeente Almelo 2025’

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.

b.

c.

d. e. f.

g. h.

Aanbieder: natuurlijk persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een individuele voorziening te leveren; Algemene voorziening: een aanbod van diensten of activiteiten, die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van

de aanvrager, niet vallende onder de Jeugdwet;, een algemene voorziening is in beginsel voorliggend op een voorziening op grond van de Jeugdwet; Beleidsregels: beleidsregels Jeugdhulp gemeente Almelo;

Cliënt: de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet die gebruik maakt van jeugdhulp of door of namens wie een aanvraag is gedaan, College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo; Gezinssysteem: een leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van één of meer jeugdigen. Hieronder vallen bijvoorbeeld: een traditioneel gezin, een éénoudergezin, een samengesteld gezin, een pleeggezin en/of een adoptiegezin; Hulpvraag: behoefte van een jeugdige en/of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; Individuele voorziening: op de cliënt toegesneden voorziening die door het college in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt

i._Informele hulp: iemand uit het sociale netwerk van de cliënt die ondersteuning verleent door j.

middel van financiering vanuit een Pgb; Ondersteuningsplan: Het plan dat door het college wordt opgesteld naar aanleiding van het onderzoek waarin de adviezen, verwijzingen en de afspraken die met de client zijn gemaakt naar aanleiding van zijn aanvraag op grond van de Wetstaan beschreven; hierin is de

ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of zijn ouder(s) vastgelegd en zijn de doelen

(beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken beschreven, evenals de bijdragen die zowel het

k. |.

college als de hulpvrager en zijn sociale netwerk hieraan kunnen leveren, Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige dat hem/haar in staat stelt een individuele voorziening in het kader van jeugdhulp bij een derde in te kopen;

_Pgb-aanbieder: een derde die cliënt heeft betrokken om ondersteuning in te kopen. Dit kan professionele hulp of een informele hulp zijn;

m. Pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de cliënt behartigt en de aan een Pgb verbonden taken uitvoert, indien de cliënt ondersteuning heeft (of wenst te ontvangen) in de n.

vorm van een Pgb;

Sociaal netwerk: personen uit huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een

o.

sociale relatie onderhoudt; Voorliggende voorziening: een voorziening die geboden wordt op grond van andere

p.

Wet: Jeugdwet.

q.

wetgeving zoals Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg etc. zoals bedoeld in artikel 1.2 lid 1 van de Wet;

Zorgverlener: hiermee wordt zowel de (Pgb-)aanbieder, de professionele hulp als de informele aanbieder aangeduid. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven

hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, het Besluit jeugdwet en de Algemene wet bestuursrecht.

Hoofdstuk 2: Toegang tot algemene en individuele voorzieningen Artikel 2.1. Vormen van jeugdhulp 1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn onder andere beschikbaar: e Voorlichting;

° Informatie en advies; e Dagactiviteiten; e Consultatie;

e Ondersteuning gericht op ontwikkeling;

e Ondersteuning gericht op (ontzorgen van) het gezinssysteem;

° (Preventieve) opvoed- en opgroeiondersteuning. In de navolgende segmenten zijn verschillende vormen van individuele voorzieningen beschikbaar: a. Ambulant; b. Wonen en verblijf, c. Advies en expertise; d. Crisis;

e. Jeugdhulpvervoer.

De hierboven genoemde segmenten worden in hoofdstuk 3 en bijlage 1 van deze verordening verder toegelicht, evenals een eventueel van toepassing zijnde maximale doorlooptijd.

Inzet van een collectieve voorziening, algemene voorziening en/of voorliggende voorzieningen

gaat voor op de inzet van een individuele voorziening. Het college treft geen individuele

voorziening als een collectieve, algemene en/of voorliggende voorziening de hulpvraag/problemen van de jeugdige en/of ouders kan oplossen. Voor zoverblijkt dat een algemene voorziening en/of voorliggende voorziening niet geheel in de hulpvraag/problemen van de jeugdige en/of ouders kan voorzien, kan aanvullend op deze voorzieningen een individuele voorziening worden verstrekt.

De inzet van individuele voorzieningen wordt afgestemd op collectieve voorzieningen, algemene en /of voorliggende voorzieningen om zo tot een doelmatige en efficiënte inzet van jeugdhulp te komen.

Artikel 2.2 Toegang algemene voorzieningen

1.

Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder beschikking en zonder voorafgaand

onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/ofzijn gezinssysteem. Een algemeen onderzoek of iemand tot de doelgroep van een algemene voorziening behoort, is mogelijk. Het college kan bepalen dat aan de toegang van een bepaalde algemene voorziening lichte voorwaarden zijn verbonden.

Artikel 2.3. Toegang jeugdhulp via gemeente - de aanvraag 1. Een aanvraag voor een individuele voorziening wordt door een belanghebbende schriftelijk

ingediend bij het college door middel van een daartoe door het college ter beschikking gesteld

aanvraagformulier.

Een aanvraag voor eenindividuele voorziening kan ook worden ingediend door ondertekening van het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 2.7 lid 11 van deze verordening.

Bij de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb dient een aanvraagformulier of

ondertekend ondersteuningsplan, een zorgplan, bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de vereiste kwaliteitseisen voor jeugdhulp wordt voldaan (zoals diploma) en een geldige VOG van de directe en vervangende zorgverlener overlegd te worden aan het college.

Het college wijst de cliënt voor het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te maken van een

vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.5 van de Wet en van gratis cliëntondersteuning als

bedoeld in artikel 2.2.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Indien de cliënt in geval van een aanvraag voor een Pgb een Pgb-beheerder heeft gemachtigd, dan zal het college deze Pgb-beheerder in het beoordelen van de aanvraag betrekken en daarmee minstens eenmaal een gesprek laten plaatsvinden, alvorens over te gaan tot besluitvorming op de aanvraag tot verstrekking van een voorziening in de vorm van een Pgb.

In afwijking van de voorgaande leden kan het college in het dringende belang van de cliënt besluiten om een individuele voorziening ambtshalve te verstrekken, indien en zolang het niet mogelijk is dat hiervoor door of namens de cliënt een aanvraag wordt ingediend.

Artikel 2.4. Toegang gecontracteerde jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

1.

Het college draagt zorg voor de inzet van door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp na

verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Het college hanteert de volgende

voorwaarden: a. Eris sprake van een gecontracteerde jeugdhulpaanbieder. Het college vergoedt geen jeugdhulp bij verwijzing naar een niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder, b. Het is aan de cliënt om bij verwijzing naar een niet-gecontracteerde aanbieder en bij het verzoek om een Pgb eerst een besluit van het college te vragen. c.

d.

De jeugdhulpaanbieder houdt zich aan de afspraken die hij met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contractrelatie en de regels die zijn opgenomen in deze verordening en

met name het in artikel 2.7 lid 2 genoemde stappenplan; De jeugdhulpaanbieder houdt zich aan de door de verwijzer genoemde hulpvraag, individuele

voorziening, omvang en duur. Indien de verwijzing niet specifiek is, dan geldt het bepaalde in het eerste lid onderdeel c van dit artikel;

Binnen eenzelfde hulpvraag vindt geen dubbele inzet van jeugdhulp plaats. Als er meerdere individuele voorzieningen worden geboden aan de jeugdige en/of het gezinssysteem wordt er gekeken naar de samenhang tussen deze individuele voorzieningen. Het college kan (nadere) afspraken maken over de invulling van de verwijzingsmogelijkheid en de

e.

voorwaarden die hieraan kunnen worden gesteld. De aanbieder stelt het college desgevraagd in kennis over de inhoud, vorm, omvang en duur van

de benodigde jeugdhulp na een externe verwijzing, rekening houdend met hetgeen hierover in de artikel 6a1 lid 1 van de Regeling Jeugdwetis opgenomen.

Het college legt op verzoek van de cliënt na een externe verwijzing de te verlenen individuele voorziening, dan wel de afwijzing daarvan, vast in een beschikking.

Artikel 2.5 Toegang gecontracteerde jeugdhulp via gecertificeerde instelling 1. Het college draagt zorg voor de inzet van door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp na verwijzing door de gecertificeerde instelling tijdens de uitvoering (en duur) van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclasseringsmaatregel. Het college hanteert hierbij de voorwaarden als bedoeld in artikel 2.4 lid 1 onder a tot en met e van deze verordening. Het college kan (nadere) afspraken maken over de invulling van de verwijzingsmogelijkheid en de voorwaarden die hieraan kunnen worden gesteld.

De aanbieder stelt het college desgevraagd in kennis over de inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp van de doorverwezen jeugdige, rekening houdend methetgeen hierover in de artikel 6a.1 lid 1 van de Regeling Jeugdwet is opgenomen.

Artikel 2.6. Toegang in het kader van jeugdstrafrecht en via de familierechter 1. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke

2.

beslissing binnen het jeugdstrafrecht en voor de inzet van alle vormen van jeugdreclassering.

Wanneer een familierechter bepaalt dat jeugdhulp noodzakelijk is, betekentdit niet dat er direct

toegangtot jeugdhulp bestaat. De cliént dient hiervoor eerstbij het college een aanvraag tot jeugdhulp in te dienen. Het college onderzoekt vervolgens zelfstandig of een individuele voorziening noodzakelijk is en neemt hierover een besluit.

Artikel 2.7 Onderzoek naar de hulpvraag 1. Het college voert, onder andere naar aanleiding van een gesprek met de cliént, onderzoekuit 2.

naar de hulpvraag. Het college onderzoekt: |. Stap 1: Wat de hulpvraag is van de jeugdige en/of ouder(s); ll. Stap 2: Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of

stoornissen en zo ja, welke problemen en/of stoornissen datzijn; Ill. Stap 3: Welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend

met zijn/haar leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te kunnen participeren; IV. Stap 4: Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van

de ouder en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning

te kunnen bieden. In artikel 2.8 van deze verordening is het onderzoek naar eigen kracht en

het probleemoplossend vermogen nader uitgewerkt. Daarnaast onderzoekt het college of de

cliënt gebruik kan maken van voorliggende en/of algemene voorzieningen;

V. Stap 5: Slechts voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen en voorliggende en/of algemene voorzieningen ontoereikend zijn, dient het college een voorziening van jeugdhulp te verlenen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist, zal een specifiek deskundig oordeel en/of advies niet mogen ontbreken.

De cliënt verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en

waarover hij redelijkerwijs kan beschikken.

Als de cliënt een familiegroepsplan aan het college overhandigd heeft, betrekt het college dit plan bij het onderzoek naar de hulpvraag. Het college kan, zo nodig met instemming en op verzoek van de cliënt, informatie inwinnen bij

andere instanties, zoals de huisarts, school of (jeugdhulp)deskundige en met deze in gesprek gaan over de beperkingen en/of aangewezen hulp. Het onderzoek wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een medewerker die beschikt over een registratie als professional:

e

e

e e

Bij de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd in het kwaliteitsregister jeugd;

Bij het Nederlands Instituut van Psychologen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen; of

_Op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register.

En: Kennis heeft over opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen binnen een gezinssysteem:;

De mogelijke uitwerking hiervan op opvoedsituaties; De benodigde interventies om de jeugdige gezond en veilig en zelfredzaam op te laten groeien en maatschappelijk te laten participeren; en e Kennis heeft over de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling; Het college is bevoegd om de cliënt op een aangegeven plaats en tijdstip door één of meer door het college te bepalen externe deskundigen te doen bevragen en onderzoeken als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist. Hierbij geldt het vereiste dat de externe adviseur onafhankelijk en onpartijdig is. Tijdens het gesprek wordt de cliënt in begrijpelijke woorden meegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een Pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn.

e

Het college streeft bij het onderzoek een integrale beoordeling na, zodat aangedragen oplossingen voor de hulpvragen/problemen afgestemd worden op andere lopende voorzieningen

om zo tot een doelmatige en efficiënte inzet van (jeugd)hulp te komen. 10. Het college legt de uitkomsten van het onderzoek vast in het ondersteuningsplan. 11. Het college verstrekt de cliënt, na afronding van het onderzoek, het ondersteuningsplan. 12. Het college kan besluiten het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk achterwegete laten als het college op basis van voorafgaande dossieronderzoeken bekend is met de cliënt en zijn actuele situatie en over voldoende inzicht beschikt in de ondersteuningsbehoefte.

13. Het college kan het onderzoek naar de hulpvraag nader uitwerken.

Artikel 2.8 Afwegingscriteria eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht)

1.

De Jeugdwetheeft het doel de eigen kracht van de jeugdige en het zorgend en

probleemoplossend vermogen van diens gezin en sociale omgeving te versterken (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012/13, 33 684, nr. 3, pagina 2). Hierbij past een actieve rol van de ouders

en de jeugdige om in eerste instantie te trachten de op hun weg komende problemen zelf of met

behulp van hun eigen netwerk op lossen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012/13, 33 684, nr. 3, pagina 2). Deze uitgangspunten zijn (ook) in artikel 2.1 van de Wet verankerd; de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf en er moet worden uitgegaan van de eigen kracht van de jeugdige, zijn ouder(s) en het sociale netwerk. Het college weegt bij het onderzoek uit artikel 2.7 van deze verordening mee dat ouders naast het recht ook een plicht hebben om hun minderjarig kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 van het Burgerlijk Wetboek) en de kosten van die verzorging en opvoeding te dragen (art. 1:82 Burgerlijk Wetboek). Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking en dat de hulp die deze minderjarige, in beginsel daarvoor nodig heeft, ook door hen geleverd kan worden. De zorgplicht van ouder(s) strekt zich in ieder geval uit over:

verzorging, toezicht, begeleiding en opvoeding die een ouder(s) normaal gesproken geeft/geven

aan het kind passend bij de leeftijd en/of het ontwikkelingsniveau van het kind. Dat betekent ook

dat als één van de ouders uitvalt, de andere ouder dit overneemt. Verder behoren ouders hun kinderen een passend leefklimaat te bieden in een veilige en stimulerende opvoedomgeving. De zorgplicht van ouders voor kinderen draagt bij aan het gezond en veilig kunnen opgroeien, het groeien naar zelfstandigheid en het voldoende zelfredzaam worden en maatschappelijk kunnen participeren. In het onderzoek naar de hulpvraag weegt het college mee wat de oorzaak achter de hulpvraag

van de cliënt is. Het uitgangspunt is om zo veel als mogelijk te normaliseren. Dit wil zeggen dat

gekeken wordt welke hulpvragen en problemen in het algemeen beschouwd kunnen worden als

horende bij de ontwikkeling van een jeugdige gelet op de ontwikkelingsfase waarin deze zich

bevindt. Voor normaliseren geldt: e Kwetsbaarheid, problemen en tegenslagen horen bij het leven. Jeugdhulp is bedoeld voor hulpvragen die de oorzaak hebben in gedrags- of opvoedproblematiek, psychische problemen

e e

e e

of stoornissen die uitmonden in problemen in het dagelijks leven en die niet behoren tot de ontwikkelingsfase waarin de jeugdige zich bevindt. Kinderen opvoeden kost tijd en energie. Dat geldt voor alle kinderen en daarbij verschilt het per kind hoeveel tijd en energie dit kost; Het is normaal dat kinderen soms lastig en afwijkend gedrag vertonen; Het uitgangspunt is door het versterken van opvoedvaardigheden en de kennis over opvoeden de acceptatie van de jeugdhulpvraag of beperking door ouders te vergroten;

Er wordt rekening gehouden met de context. Dit betekent dat het gezinssysteem onderdeel is van de beoordeling van de hulpvraag en er naar de omgeving van de cliënt wordt gekeken; Jeugdhulp wordt slechts (tijdelijk) ondersteunend ingezet in gevallen waarin het de cliënt het

tijdelijk zelf of met behulp van andere oplossingen niet lukt en de ontwikkeling (algehele ontwikkeling passend bij leeftijd en/of ontwikkelingsniveau) en veiligheid (fysieke en/of mentale veiligheid) van de jeugdige belemmerd wordt. Onder eigen mogelijkheden wordt verstaan: het vermogen van ouders en kinderen om zelf

feitelijk hun leven vorm te geven.

Onder probleemoplossend vermogen wordt verstaan: het vermogen om zelf of met behulp van anderen, zoals het sociaal netwerk en/of andere voorzieningen, te herkennen en erkennen

(begrijpen) dat problemen bestaan om vervolgens zelf te kunnen komen tot het treffen van maatregelen om deze problemen op te lossen. Hieronder wordt onder andere verstaan het kunnen signaleren en analyseren en oplossingsgericht kunnen denken en handelen. Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden worden alle relevante feiten en omstandigheden

meegewogen. Het gaat dan onder meer om de behoefte en de mogelijkheden van de cliënt, de voor hem/haar benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan, de mogelijkheden,

draagkracht en de belastbaarheid van ouder(s), de samenstelling van het gezinssysteem en de woonsituatie en het belang van de ouder(s) om te voorzien in een inkomen. Het college onderzoekt bij de beoordeling of er sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen om de noodzakelijke hulp voor de jeugdige te bieden de volgende factoren:

a. b.

c. d.

Is de ouder (eventueel met hulp uit het sociaal netwerk en/of andere voorzieningen) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? Is de ouder (eventueel met hulp uit het sociaal netwerk en/of andere voorzieningen)

beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? Levert het bieden van de hulp door de ouder(s) geen overbelasting op? Blijft de ouder (eventueel met hulp uit het sociaal netwerk en/of andere voorzieningen) de hulp bieden en zo ja, komt de ouder daardoor niet in de problemen?

Als uit onderzoek blijkt dat de ouder(s) (eventueel met hulp uit het sociaal netwerk en/of andere voorzieningen) zelf een oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag zonder dat dit tot problemen

leidt op één van deze terreinen, dan is er sprake van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht).

Als ouders redelijkerwijs een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. Als personen uit het sociale netwerk van de jeugdige en/of ouder(s) kunnen bijdragen

aan het verminderen of oplossen van de hulpvraag van de cliënt wordt dit ook gezien als het aanspreken van 'eigen kracht’. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening.

Bij de afwegingsfactoren voor het onderzoek naar de eigen kracht, zoals benoemd in het zesde lid

wordt gekeken naar de volgens het college noodzakelijk geachte ondersteuningsbehoefte van de

jeugdige. Dat de ondersteuning van de jeugdige met een beperking als bedoeld in de Wet meer is dan normaal bij kinderen van eenzelfde leeftijd en/of ontwikkelingsniveau maakt niet dat inzet van een individuele voorziening om deze reden noodzakelijk is. Het college onderzoekt in het kader

van het onderzoek naar de eigen kracht of feitelijk sprake is van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen om de hulp te bieden die de cliënt naar het oordeel van het college nodig heeft. 10. Ouders behouden na scheiding de zorg- en opvoedplicht voor hun kind. Het college houdt daarom, in het geval van gescheiden ouders, bij het onderzoek naar de eigen kracht ook rekening met de ouder waar de jeugdige niet woonachtig is. 11. Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast, waardoor fysieke en/of psychische klachten ontstaan. Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de hulp aan de jeugdige. Een beroep op overbelasting moet door de ouder(s) aannemelijk worden gemaakt en zo nodig nader worden onderbouwd. Is dat door de ouder(s) aannemelijk gemaakt, dan rust de plicht op het college om daar verder onderzoek naar te doen. Is de (dreigende) overbelasting vastgesteld en kan van de ouder(s) niet worden verwacht deze op te heffen, dan zijn de eigen mogelijkheden van de desbetreffende ouder ontoereikend. 12.

In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele

voorziening als bedoeld in deze verordening. 13. Het voorgaande lid is niet van toepassing als er parallel aan een hulpvraag sprake is van meervoudige problematiek in de context van het gezin die onder de reikwijdte van de jeugdhulpplicht valt.

14. Voor zover het ontbreken van eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten of een vorm van werk, hanteert het college het

uitgangspunt dat in beginsel het verlenen van zorg aan een kind voor gaat op het uitvoeren van

maatschappelijke activiteiten of een vorm van werk. Het verminderen of anders organiseren van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt in dit geval van de ouder/verzorger verwacht. 15. Onder eigen kracht valt ook het door de cliënt aanspreken van een aanvullende verzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet als die is afgesloten.

16. Het college treft geen individuele voorziening als de eigen mogelijkheden en/of het probleemoplossend vermogen van de cliënt toereikend zijn om de hulpvraag van de cliënt op te lossen. 17. Het college kan het onderzoek naar de eigen kracht nader uitwerken.

Artikel 2.9 Spoedeisende jeugdhulp 1. Het college kan in spoedeisende gevallen, al dan niet in verband met risico's voor de veiligheid, na een melding besluiten om onverwijld en zo nodig ambtshalve, een tijdelijke individuele voorziening te verstrekken in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, zoals bedoeld in 2.

artikel 2.7 van deze verordening of de aanvraag van een cliënt.

Spoedeisende jeugdhulp kan niet ingezet worden in de vorm van een Pgb.

Artikel 2.10 Beschikking 1. Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. 2. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt vastgelegd:

a.

Welke individuele voorziening verstrekt wordt, wie de jeugdhulp gaat bieden en wat het

b.

Wat de ingangsdatum, omvang en duur van de verstrekking is; of

c.

beoogde resultaat daarvan is;

De voorziening in natura of in de vorm van een Pgb wordt verstrekt.

Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een Pgb vermeldt de beschikking naast de

4.

in het tweede lid genoemde zaken bovendien: a. De hoogte van het Pgb en hoe deze is bepaald; b. Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het Pgb; c. Welke verplichtingen verbonden zijn aan een Pgb; d. De wijze van verantwoording van de besteding van het Pgb. Het college neemt hetbesluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag, de resultaten van het onderzoek en het ondersteuningsplan.

Hoofdstuk 3 Criteria en vormen van individuele voorzieningen

Artikel 3.1 Criteria voor toekenning individuele voorziening 1. De cliént kan slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover: a. De cliënt woonplaats heeft in de gemeente Almelo op grond van de Wet; en b. c.

d.

e.

De cliënt behoort tot de doelgroep van de Jeugdwet, en; De cliënt geen gebruik kan maken van de eigen mogelijkheden en/of probleemoplossend

vermogen, en; De cliënt geen hulp kan krijgen van andere personen uit het sociaal netwerk, en; De cliënt geen gebruik kan maken van algemene voorzieningen, en;

f._De cliënt geen gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen, en;

Het college, aldus, de noodzaak voor hettreffen van een individuele voorziening heeft vastgesteld. Het college besluit, indien de cliënt op een individuele voorziening is aangewezen, tot de goedkoopst adequate individuele voorziening. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening

g.

doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en (waar beschikbaar) er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de cliënt voorafgaand aan de

aanvraag gemaakt heeft, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:

a.

b.

Als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of

opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; Voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen en vaststellen;

Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een individuele voorziening indien: a. De maatwerkvoorziening, gelet op de persoon, veilig is voor hemzelf/haarzelf en zijn omgeving en geen gezondheidsrisico's met zich meebrengt, b. De cliënt binnen zijn vermogen in voldoende mate meewerkt aan het opstellen en nakomen c. d.

van het ondersteuningsplan;

De cliënt de gemaakte afspraken met de zorgverlener (defeitelijke uitvoering van ondersteuning) nakomt en/of mogelijk maakt; De noodzaak tot het verstrekken van een voorziening niet aan de cliënt te verwijtenis.

Artikel 3.2 Criteria voor weigeren individuele voorziening 1. Het college weigert een individuele voorziening als:

a.

b.

Niet voldaan wordt aan de voorwaarden bedoeld als in lid 1 van artikel 3.1 van deze

verordening; Uit de uitkomst van het onderzoek naar de hulpvraag blijkt dat inzet van een individuele

voorziening naar het oordeel van het college niet noodzakelijk wordt geacht.

d.

De noodzaak tot ondersteuning voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de hulpvraag overbodig te maken; Als voor de problematiek, die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een

e.

Een aanvraag voor een individuele voorziening is gedaan op een zodanig moment dat een

c.

voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat:

objectieve beoordeling van de noodzaak voor of de wijze van ondersteuning naar het oordeel

van het college niet kan plaatsvinden;

f._De individuele voorziening aantoonbaar niet effectief is voor de hulpvraag van de cliënt en/of

h.

het gezinssysteem; Deindividuele voorziening niet van goede kwaliteit is als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 onder c van de Wet; Erondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college

i.

bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat uit de Wet. Als de cliënt een individuele voorziening in de vorm van een Pgb wenst en er wordt voldaan

g.

2.

van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijzondere

aan de voorwaarden voor een Pgb, dan is het niet toegestaan om dat Pgb te besteden aan inzet van de (dreigende) overbelaste ouder (gezinssysteem) en/of sociaal netwerk. Het college kan de criteria zoals genoemd in dit artikel nader uitwerken.

Artikel 3.3 Afwegingscriteria bij inzet individuele voorziening 1. Het college hanteert voor wat betreft de wijze van beoordeling voor de noodzaak tot het al dan niet toekennen van een individuele voorziening het onderzoek als bedoeld in artikel 2.7 van de verordening. 2. Aanvullend op hetgestelde in lid 1 hanteert het college de volgende afwegingscriteria bij het

bepalen van de in te zetten individuele voorziening; a. Normaliseren is het uitgangspunt. De cliënt en het gezinssysteem benutten voldoende hun

b. c. d. e. f.

g.

h. i.

j.

k.

eigen kracht om met fysieke, mentale en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Zij voeren daarbij zo veel als mogelijk eigen regie; De inzet van jeugdhulp is in beginsel systeemgericht en primair gericht op versterking van de

eigen kracht van de jeugdige en of ouder(s). De inzet vindt plaats aanvullend op wat de cliënt en het gezinssysteem zelf kunnen;

Het waar mogelijk realiseren van afschaling, dat wil zeggen overgang naar eenlichtere vorm van ondersteuning of een algemene voorziening, zodra dit naar het oordeel van het college verantwoord is;

De ondersteuning wordt zo licht (laagdrempelig), integraal en zo nabij als mogelijk ingezet, zo zwaar en specialistisch als nodig; De ondersteuning vindt waar mogelijk ambulant plaats, zo thuis (normale woonsituatie) en zo

nabij in de omgeving van de cliënt als mogelijk;

In de afweging wordt meegenomen welke volgorde van inzet van hulp en ondersteuning naar verwachting het meeste effect sorteert en in hoeverre hulp en ondersteuning gelijktijdig kan of

moet worden ingezet;

De ondersteuning wordt zo ingericht en opgezet dat een normale manier van opgroeien en

opvoeden wordt gestimuleerd. Verblijf is alleen aan de orde wanneer ambulante ondersteuning ontoereikend is gebleken. Verblijf duurt zo kort als mogelijk en is gericht op de behandeling en begeleiding, waarbij het noodzakelijk is om te verblijven bij een aanbieder, Ambulante ondersteuning is niet plaatsgebonden. De ondersteuning vindt thuis of elders plaats (bijvoorbeeld op school, op eenlocatie in de wijk of bij een (Pgb-)aanbieder) en kan in een groep of individueel aangeboden worden; De inzet van jeugdhulp is in beginsel tijdelijk;

De inzet van jeugdhulp leidt niet tot zorg- en/of persoonsafhankelijkheid, maar draagt actief en

maximaal bij aan het versterken van de eigen kracht van de cliént, het gezinssysteem en/of

sociaal netwerk;

De inzet van hulp is integraal afgestemd op andere voorzieningen;

|. Erwordt rekening gehouden methet (toekomst)perspectief van de cliënt; m. Ouders en kinderen hebben een eigen verantwoordelijkheid voor een doeltreffende inzet van

voorzieningen die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van kinderen en het versterken

n.

van hun eigen kracht (medewerkingsplicht);

Een individuele voorziening is bedoeld om de ontwikkeling van kinderen te bevorderen waar deze in gevaar komt en niet voor de bevordering van de algemene ontwikkeling die elk kind

doormaakt. Dit kan betekenen dat naast een individuele voorziening direct gericht op het kind hieraan de voorwaarde gesteld kan worden dat ouders meewerken aan interventies of een

traject of een beroep op algemene en/of voorliggende voorzieningen doen gericht op het versterken van hun eigen kracht. Het college kan ouders in dit kader vragen om een plan van aanpak op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun eigen kracht duurzaam kunnen versterken, waardoor zij (weer) in staat zijn zelf de hulpvraag van de cliënt op te kunnen

lossen. Het college weegt dit mee in haar advies ten aanzien van de in te zetten individuele

voorziening;

In het geval de jeugdige/ouders aanspraak kunnen doen op een aanvullende verzekering

verwacht het college van de jeugdige/ouder(s) dat de aanvullende verzekering wordt

aangesproken. Als vaststaat dat hulp noodzakelijk is en meer behandelingen nodig zijn of slechts een gedeelte wordt vergoed vanuit de aanvullende verzekering, dan treft het college hiervoor in het kader van de Jeugdwet (aanvullend) een individuele voorziening indien dit naar

het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht. Het college hanteert naast de afwegingscriteria genoemd in lid 2 de volgende afwegingscriteria bij het bepalen van de in te zetten individuele voorziening, voor zover de voorziening wordt ingezet

ter ontlasting/ontzorgen van het gezinssysteem: a. De inzet van een individuele voorziening bij (dreigende) overbelasting is altijd tijdelijk met het doel om de (dreigende)overbelasting duurzaam op te heffen;

Bij inzet van een individuele voorziening ter ontlasting/ontzorgen van het gezinssysteem wordt altijd een professionele hulpverlener ingezet, niet zijnde de ouder(s);

b.

Van ouder(s) wordt verwacht dat zij een plan van aanpak opstellen om de (dreigende)

C.

overbelasting op te lossen en dat zij in de tijd dat jeugdhulp wordt gegeven werken aan dit plan van aanpak;

De inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting is gericht op een duurzame oplossing, dat wil zeggen dat de hulp gericht is op het gezinssysteem in gezamenlijke verantwoordelijkheid tot het verkrijgen van voldoende eigen kracht. In beginsel wordt daarom de jeugdhulp ingezet in de thuissituatie;

Voor de inzet van jeugdhulp bij (dreigende) overbelasting moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de zorg die geboden wordt en noodzakelijk wordt geacht in het kader van de Jeugdwet. Bij overbelasting met een andere oorzaak dan de zorg aan het kind dient de oorzaak van deze overbelasting opgelost te worden;

Wanneerde indicatieduur voor een individuele voorziening is verlopen en een nieuwe aanvraag wordt gedaan voor hulp (herindicatie), zal naast het onderzoek als bedoeld in artikel 2.7 van de verordening onderzocht worden of en welke inspanningen zijn verricht om de overbelasting terug te dringen. Hierbij geldt het uitgangspunt van de Wet dat van ouders een actieve rol verwacht wordt om de op hun weg komende problemen (waaronder (dreigende)

overbelasting) zelf of met behulp van hun eigen netwerk of andere mogelijkheden op te lossen.

Artikel 3.4 Vormen van individuele voorzieningen en beschikbaarheid

Zeepaard

Artikel 3.4.1. Ambulante jeugdhulp 1. Ambulante jeugdhulp bestaat uit de volgende vormen: Begeleiding Individueel; Vaktherapie; Behandeling Individueel;

Forensische jeugdhulp - behandeling;

Medicatiecontrole exclusief medische comorbiditeit; Medicatiecontrole inclusief medische comorbiditeit; Begeleiding Groep Basis;

Begeleiding Groep Intensief, Behandeling Groep Basis;

Behandeling Groep Intensief,

Kinderdagcentrum (KDC)/Orthopedagogisch dagcentrum (ODC) Basis, Kinderdagcentrum (KDC)/Orthopedagogische dagcentrum (ODC) Intensief, . Ernstige Dyslexiezorg (ED);

n

Screening.

Begeleiding Individueel: is voor de jeugdige met enkelvoudige of meervoudige problematiek

en/of zijn gezinssysteem. Bij Begeleiding Individueelstaat het bevorderen, het behouden of het compenseren van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezinssysteem voorop. De

begeleiding richt zich voornamelijk op het aanleren van vaardigheden en/of het leren omgaan met

een beperking. De doelen van Begeleiding Individueel zijn: Dat de jeugdige en het gezinssysteem in staat zijn zo zelfstandig mogelijk binnen sociale relaties en in de maatschappij te functioneren; Het aanleren van psychosociale en sociaal-emotionele vaardigheden (inclusief psycho-

educatie toegepast in de praktijk) van de jeugdige;

Het aanleren van leeftijds- en ontwikkelingsadequate Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) van de jeugdige;

Ondersteunen bij opvoedvaardigheden van de ouder bij lichte tot zware opvoedproblemen;

e

Veiligheid voor de jeugdige en/of het gezinssysteem, bijvoorbeeld in gedrag, zorgbehoefte of

e

in het gezin of netwerk. Vaktherapie: is voor de jeugdige. Vaktherapie is de overkoepelende naam voor de vaktherapeutische disciplines: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, psychomotorische kindertherapie en speltherapie. Vaktherapie is een behandelvorm die uitgaat van doen en ervaren. Vaktherapie kan ook systemisch worden ingezet. De doelen van Vaktherapie zijn:

Dat de jeugdige uiting kan geven aan zijn problemen of over zijn problemen wil praten;

e

Klachtgericht, namelijk om de jeugdige te ondersteunen om lichamelijke, verstandelijke, psychische, psychosomatische, psychosociale of psychiatrische problematiek te verhelpen, te

e

verminderen of te accepteren en om terugval en hernieuwde klachten zoveel mogelijk te

voorkomen;

_Persoonsgericht, namelijk om het welbevinden en de kwaliteit van leven en de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige te bevorderen. In sommige gevallen kan vaktherapie vanuit de zorgverzekering vergoed worden. Als de ouder(s) aanvullend verzekerd zijn, kan het zijn dat vanuit de aanvullende verzekering sprake is van een

e

(gedeeltelijke) vergoeding. Als de ouder(s) aanvullend verzekerd zijn, dan wordt het aantal uren

behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed afgetrokken van de maximale inzet aan

ondersteuning.

Behandeling Individueel: is gericht op de jeugdige en/of het gezinssysteem en betreft milde en

ernstige enkelvoudige (opvoed) problematiek, milde meervoudige (opvoed)problematiek of ernstige meervoudige problematiek, veiligheid en onderzoek en diagnostiek. a. De doelen van Behandeling Individueel zijn:

Het oplossen of hanteerbaar maken van de problematiek en/of beperking;

e

b.

Het verbeteren, verminderen of voorkomen van verergering van de problematiek; Het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag (bij jeugdige of gezinssysteem); Het wegnemen van klachten;

e

Het op gang brengen van een gestagneerde ontwikkeling; Veiligheid voor de jeugdige en/of het gezinssysteem, bijvoorbeeld in gedrag, De zorgbehoefte in het gezin of netwerk.

Binnen Behandeling Individueel zijn er modulesin te zetten, die ook wel ambulante alternatieven voor verblijf genoemd worden. De ambulante alternatieven voor verblijf die

=oaooup

binnen Behandeling Individueel vallen zijn: Kind In Gezond Systeem (KINGS); Intensive Home Treatment (IHT); Zeer Intensieve Gezinsbehandeling (ZIG); Multi Dimensionale Familie Therapie (MDFT); Intensieve Psychiatrische Gezinsbehandeling (IPG);

Crisis Systeem Interventie (CSI) voor wat betreft behandeling thuis; g. Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG). Forensische jeugdhulp -behandeling: is voor de jeugdige die: e Een strafbaar feit heeft gepleegd; of

e e e

Risico loopt om een strafbaar feit te plegen; of _Grensoverschrijdend gedrag heeft gepleegd; en/of _Gediagnosticeerd is met een gedragsstoornis, vaak in combinatie met andere stoornissen

of een licht verstandelijke beperking. De stoornis die mogelijk ten grondslag ligt aan de zorg is

geen in- of exclusiecriterium voor de inzet van jeugdhulp in het strafrechtelijk kader. Forensische jeugdhulp - behandeling is (hoog)specialistische zorg die zich richt op de veiligheid

van de samenleving. Het gaat om diagnostiek, risicotaxatie en/of ambulante behandeling van de

jeugdige met (dreigend) ernstig grensoverschrijdend gedrag en/of (dreigend) delict gedrag. Het gevaarscriterium van (dreigend) ernstig grensoverschrijdend gedrag en/of delictgedrag is leidend in de bepaling of Forensische jeugdhulp - behandeling nodig is.

De doelen van Forensische jeugdhulp - behandeling zijn: e _Hetterugdringen van recidive en de kans verkleinen dat een jeugdige (opnieuw) een strafbaar e e

feit pleegt en (weer) in aanraking met justitie komt; Het voorkomen van delicten en/of grensoverschrijdend gedrag; Dat de jeugdige weer perspectief op een goede toekomst wordt geboden.

Medicatiecontrole exclusief medische comorbiditeit: is voor de jeugdige die tijdens of na de

behandeling op basis van de Wet afzonderlijke medicatiecontrole krijgt. De doelen zijn bijvoorbeeld: _Medicatiecontrole bij gedragsproblemen; _Medicatiecontrole bij psychische problemen.

e e

Medicatiecontrole inclusief medische comorbiditeit: is gericht op de jeugdige die tijdens of na de behandeling op basis van de Wet afzonderlijke medicatiecontrole krijgt, waarbij sprake is van medische comorbiditeit. De jeugdige is in behandeling bij een ziekenhuis wegens een medische diagnose en daarnaast is sprake van ADHD en/of gedragsproblemen waar medicatiecontrole voor nodig is. Begeleiding Groep Basis: is gericht op de jeugdige. Er wordt gewerkt met een duidelijk beschreven doel van de begeleiding en de methode is systeemgericht. De hulp wordt op locatie

en in groepsverband geboden. De doelen van Begeleiding Groep Basis zijn: e Het stimuleren van zelfredzaamheid op alle levensgebieden en het aanvullen van tekorten daarin; e Het aanleren en zich eigen maken van praktische en sociale vaardigheden; e Het behoud van aangeleerde vaardigheden; De deelname aan het maatschappelijke leven.

e

Begeleiding Groep Intensief: richt zich op de jeugdige met ernstige enkelvoudige of ernstige meervoudige problematiek en er kunnen veiligheidsrisico's zijn vanwege onvoorspelbaarheid in

gedrag en zorgbehoefte. De hulp wordt op locatie en in groepsverband geboden. De doelen van

Begeleiding Groep Intensief zijn: e Het stimuleren van zelfredzaamheid op alle levensgebieden en het aanvullen van tekorten daarin;

Het aanleren en zich eigen maken van praktische en sociale vaardigheden;

e

Het behoud van aangeleerde vaardigheden;

e

e De deelname aan het maatschappelijke leven. 10. Behandeling Groep Basis: biedt de jeugdige behandeling van milde enkelvoudige of

meervoudige problematiek. Deze problematiek kan van pedagogische en/of psychologische aard

zijn, zoals gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en/of sociaal emotionele problemen. De behandeling is in groepsverband en wordt op locatie geboden. De doelen van Behandeling

Groep Basis zijn: e Het verminderen van (gedrags-) problemen in de omgang met andere mensen en/of het e

vinden van een effectieve manier van omgang met het probleem/de beperking; Herstel, ontwikkeling, stabiliseren en/of hanteerbaar maken van het probleem of de beperking;

e

Het stimuleren van de normale en gezonde ontwikkeling van de jeugdige;

e

Het verbeteren van de opvoedsituatie waarin de jeugdige opgroeit doorhet versterken van opvoedvaardigheden van het gezinssysteem;

Het verhelpen of verminderen van probleemgedrag en het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezinssysteem. 11. Behandeling Groep Intensief: biedt de jeugdige behandeling van ernstige enkelvoudige of e

meervoudige problematiek. Deze problematiek kan van pedagogische en/of psychologische aard

zijn, zoals gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand en/of sociaal emotionele problemen. Situaties zijn crisisgevoelig (lastig planbaar) en er is een hoge mate van regie. De behandeling is in groepsverband en wordt op locatie geboden. De doelen van Behandeling Groep Intensiefzijn: e e

e e e e

e

Het verminderen van (gedrags-) problemen in omgang met andere mensen; en/of Het vinden van een effectieve manier van omgang met het probleem/de beperking;

Herstel, ontwikkeling, stabiliseren en/of hanteerbaar maken van het probleem of de

beperking; Het stabiliseren van een gezonde en/of veilige (tijdelijke) opvoedsituatie; Het verbeteren van de opvoedsituatie waarin de jeugdige opgroeit door het versterken van opvoedvaardigheden van het gezinssysteem; Het stimuleren van de normale en gezonde ontwikkeling van de jeugdige;

Het verhelpen van of verminderen van probleemgedrag en het vergroten van de zelfredzaamheid van de jeugdige en het gezinssysteem.

12. Kinderdagcentrum (KDC)/Orthopedagogisch dagcentrum (ODC) Basis: biedt de jeugdige van 0 — 18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking hulp. De jeugdige

(vroegere MDC, infantgroepen) van 0-6 jaar heeft ontwikkelingsproblematiek en/of gedragsproblematiek of de jeugdige ouder dan 5 jaar die niet naar het onderwijs door kan stromen

vanwege een forse handicap en/of externaliserend gedrag (snel boos worden, geïrriteerd raken,

moeilijk met anderen in een ander groepje kunnen zitten). In het centrum zijn diverse soorten hulpverleners aanwezig die verschillende therapieën aanbieden om de ontwikkeling van de

jeugdige te stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld logopedie, speltherapie, muziektherapie, ergotherapie en fysiotherapie. Doelen van het Kinderdagcentrum/Orthopedagogisch dagcentrum Basis zijn:

e De jeugdige, indien mogelijk, door te laten stromen naar (speciaal) onderwijs; e Een zo'n optimaal mogelijk ontwikkelperspectief te bieden. 13. Kinderdagcentrum (KDC)/Orthopedagogische dagcentrum (ODC) Intensief: biedt de jeugdige

van 0-18 jaar met een (ernstige) verstandelijke of meervoudige beperking hulp met zware ondersteuningsbehoeften. In het centrum zijn diverse soorten hulpverleners aanwezig die

verschillende therapieën aanbieden om de ontwikkeling van de jeugdige te stimuleren. Zo is er bijvoorbeeld logopedie, speltherapie, muziektherapie, ergotherapie en fysiotherapie. Het doel van het Kinderdagcentrum (KDC)/ Orthopedagogische Dagcentrum (ODC) Intensief is:

e De jeugdige een zo'n optimaal mogelijk ontwikkelperspectief te bieden. 14. Ernstige Dyslexiezorg (ED): is gericht op de jeugdige van 7 tot 13 jaar (die de basisschool bezoekt). Dyslexie is een specifieke en hardnekkige lees- en spellingstoornis met een basis in de neurobiologische ontwikkeling, die niet verklaard kan worden door een algemeen leerprobleem, inadequaat onderwijs of sensorische beperkingen. Ernstige Dyslexiezorg (ED) richt zich op: e Diagnose; e Behandeling.

De primaire doelen van het diagnostisch onderzoek zijn: e Inzicht te geven in de aard van de klachten van de jeugdige en in de factoren die een rol e

spelen in het ontstaan of in stand houden hiervan; Antwoord te geven op de hulpvraag en te komen tot op het individu toegesneden

handelingsadviezen. Het doel van de dyslexiebehandeling is: e Het bereiken van een voldoende niveau van technisch lezen en spellen, uitgedrukt in gangbare eisen en criteria passend bij de leeftijd, schoolniveau en/of beroepsperspectief van de jeugdige en een voor de jeugdige acceptabel niveau van zelfredzaamheid.

15. Screening: is gericht op de jeugdige in situaties waarbij de verwijzer niet zeker weet of een

jeugdige bij een aanbieder past (bijvoorbeeld qua doelgroep, expertise). Screening is de optionele beoordeling of de jeugdige in zorg kan worden genomen bij een jeugdhulpaanbieder. Screening vindt plaats wanneer niet duidelijk is welke aanbieder het meest passend is. Het doel van

Screening is: e

Het vinden van een passende aanbieder.

Artikel 3.4.2 Ambulante alternatieven voor verblijf 1. Ambulante alternatieven voor verblijf zijn interventies die worden ingezet om te voorkomen dat een jeugdige uit huis wordt geplaatst, binnen een woonvoorziening kan blijven wonen en om te bevorderen dat de jeugdige uitstroomtuit verblijf. De Ambulante alternatieven omvatten intensieve begeleiding, behandeling, oudertraining en andere ondersteunende programma’s om het gezinssysteem te versterken, veiligheid te waarborgen en de noodzaak van uithuisplaatsing te verminderen.

a.

b.

Ambulante alternatieven zijn gericht op: e

e

Complexe/ ernstige problemen op meerdere domeinen (psychiatrische problematiek en/of licht verstandelijke beperking, gedragsproblemen, delinquentie, alcohol- of drugsmisbruik,

ernstig antisociaal en/of grensoverschrijdend gedrag, ernstige opvoed- en opgroeiproblemen); (Acute) onveiligheid binnen het gezinssysteem.

Ambulante alternatieven voor verblijf bestaat uit de volgende vormen:

a. Ambulant alternatief Zeer Intensieve Traumabehandeling (ZIT); b. Ambulant alternatief Flexibel Assertive Community Treatment (FACT Jeugd/ c. GezinsFACT); d. Ambulant alternatief Multisysteem Therapie (MST); e. Ambulant alternatief Crisis Systeem Interventie (CSI) voor wat betreft de gezinsopname. Ambulant alternatief Zeer Intensieve Traumabehandeling (ZIT): is gericht op de jeugdige en

betreft een kortdurende klinische opname waarin intensief en doelgericht gewerkt wordt aan

vermindering van traumagerelateerde klachten. De behandeling omvat individuele behandeling

(EMDR-therapie, Imaginaire Exposure, EMDR-activatie, een traumasensitief pedagogischklimaat) en lichamelijke activiteiten. De jeugdige verblijft twee weken achter elkaar van maandagtot en

met donderdag op de behandellocatie van de ZIT. Daarna gaat de jeugdige weer naar huis of naar de locatie waar de jeugdige verblijft/woont. Ambulant alternatief Flexibel Assertive Community Treatment (FACT Jeugd/ GezinsFACT): is gericht op de jeugdige die vaak al verschillende vormen van hulpverlening heeft gehad. Tegelijkertijd is er sprake of een vermoeden van psychiatrische problematiek. Ook is er sprake van

zorgwekkend en/of zorgmijdend gedrag. FACT Jeugd/ GezinsFACTis flexibel in tijd en intensiteit en richt zich op het weerbaar maken van de jeugdige en zijn gezinssysteem in en mét de

maatschappij. FACT Jeugd/ GezinsFACTbiedt multidisciplinaire behandeling, begeleiding en ondersteuning op maat, voornamelijk in de eigen omgeving van de jeugdige. De begeleiding en behandeling is outreachend en de inzet is gericht op wat de jeugdige en het gezinssysteem nodig hebben. Ambulant alternatief Multisysteem Therapie (MST): is gericht op de jeugdige tussen de 10 en

18 jaar met gedragsproblemen. MST is bedoeld voorhet gezinssysteem met één of meerdere jeugdigen die ernstige gedragsproblemen hebben (bijvoorbeeld fysieke agressie, verbale agressie, het plegen van delicten, weglopen, intimideren, middelenmisbruik of omgang met verkeerde vrienden). Het grensoverschrijdende probleemgedrag komt voor op meerdere levensgebieden van de jeugdige, zoals thuis, op school of op straat. Soms mondt hetuit in

criminaliteit, zoals diefstal en vandalisme. De toekomst van de jeugdige staat op het spel en opname in een open of gesloten setting dreigt. De behandeling vindt plaats in de thuissituatie. Ambulant alternatief Crisis Systeem Interventie (CSI): is gericht op het gezinssysteem met

tenminste één jeugdige tot 18 jaar, die meervoudige en ernstige problemen heeft en een lange hulpverleningsgeschiedenis. Minimaal één van de gezinsleden heeft een licht verstandelijke

beperking. CSI is bedoeld voor een gezinssysteem in crisis waar een uithuisplaatsing dreigt. Er

wordt gewerkt vanuit verschillende methodieken, die passend zijn bij de jeugdige en het

gezinssysteem De behandelduur betreft gemiddeld 16 weken. De behandeling vindt in principe thuis plaats. Indien nodig verblijven de jeugdige(n) en het gezinssysteem tijdelijk bij de aanbieder op locatie (het hele gezinssysteem woont dan tijdelijk in een woning van de aanbieder). Het doel van CSI is: e Dat de jeugdige thuis kan blijven wonen en een uithuisplaatsing wordt voorkomen.

Artikel 3.4.3 Wonen

1.

In dit artikel wordt de individuele voorziening Wonen beschreven. Wonen kenmerkt zich doordat het perspectief biedend is op een thuis, waardoor het langdurig ingezet kan worden. Wonen

bestaat uit de volgende vormen: a. Pleegzorg; b. Gezinshuis; c. Woongroep;

d. Hoogspecialistische (kleinschalige) woonvoorziening. Pleegzorg: is een gezinsvervangende of gezinsondersteunende voorziening waarbij de jeugdige door één of meerdere pleegouders tijdelijk of structureel opgevoed en verzorgd wordt. De jeugdige kan door omstandigheden een korte of langere tijd niet thuis wonen en er is sprake van laag complexe factoren bij de jeugdige op moment van plaatsing. Pleegzorg bestaat uit de volgende vormen: a. Hulpverleningspleegzorg: is een vorm van tijdelijke pleegzorg, met de verwachting dat de jeugdige weer terug naar huis kan; b.

c.

Opvoedingspleegzorg: is een vorm van pleegzorg voor langere tijd, als de jeugdige niet terug naar huis kan. De doelen van Opvoedingspleegzorg zijn: continuïteit,

opvoedzekerheid en optimale kansen voor de jeugdige creëren, Deeltijdpleegzorg: is een variant van pleegzorg waarin een jeugdige een aantal dagen

wordt opgevangen door pleegouders. Deeltijdpleegzorg wordt ingezet om het

gezinssysteem te ontlasten, om een uithuisplaatsing of doorstroom naar een zwaardere

vorm van hulp te voorkomen. De inzet van deeltijdpleegzorg varieert van een enkele dag

tot maximaal drie dagen per week.

Gezinshuis: is een kleinschalige woonvorm van jeugdhulp waar gezinshuisouders (zijn professionals) de vaste basis vormen voor de jeugdige. Een gezinshuis is gericht op de jeugdige

die ondanks eigen beperkingen en/of doorgemaakte gebeurtenissen in staat wordt geacht om in

een gezinsstructuur te kunnen functioneren en de nabijheid van gezinshuisouderste verdragen. Binnen een gezinshuis wordt de jeugdige geplaatst die als gevolg van beschadigde ervaringen en/of complexe problematiek (tijdelijk) niet bij het gezinssysteem of zelfstandig kan wonen. De

|

| |

jeugdige is onderdeel van de gezinsstructuur, cultuur en het bredere netwerk van het gezinshuis.

Doelen van het Gezinshuiszijn: e De jeugdige een veilige plek te bieden waar aandacht, ondersteuning en begeleiding/zorg continu geboden worden en positieve omgangsvormen worden gestimuleerd; e

Werken aan het onderhouden of verbeteren van het contact met het gezinssysteem en/of sociaal netwerk.

Woongroep: gericht op de jeugdige veelal in de leeftijd tussen de 12 en 18 jaar met een licht tot zwaar opgroeiprobleem die vanwege eigen problematiekniet in een pleeggezin of gezinshuis kan

wonen. Voor de jeugdige ligt de nadruk op opgroeien en ontwikkelen en niet op behandeling. Binnen een woongroep wordt een pedagogisch leefklimaat geboden waarbinnen een vaste groep jeugdigen 24 uur per dag wordt begeleid door een beperkt aantal jeugdprofessionals. Het doel van

de Woongroep is: e

Duurzaam wonen totdat zelfstandig (begeleid) wonen of terugkeer naar een gezinssysteem

mogelijk is. Hoogspecialistische (kleinschalige) woonvoorziening: is gericht op de jeugdige van wie de problemen complex zijn, zoals ernstige gedrags- en ontwikkelingsproblemen of suïcidaliteit of er is

sprake van een (licht) verstandelijke beperking. De zorg in een pleeggezin, gezinshuis of woongroep is voor de jeugdige niet voldoende of er is sprake van meerdere mislukte

hulppogingen. Een hoogspecialistische (kleinschalige) woonvoorziening is een 24/7-voorziening binnen een open residentiële jeugdzorginstelling, op een instellingsterrein of in een woonwijk.

Daarbij wordt een intensieve, individuele behandeling en/of begeleiding op maat — en zolang als nodig — gegeven. Het doel van de hoogspecialistische (kleinschalige) woonvoorziening is: e

Perspectief op wonen, zorg en onderwijs/arbeid tijdens verblijf en/of daarna.

sQa*D 2900

Artikel 3.4.4 Verblijf 1. In dit artikel wordt de individuele voorziening Verblijf beschreven. Verblijf bestaat uit de volgende vormen: Kamertraining;

.

Ouder-kind Groep;

Behandelgroep; Driemilieuvoorziening; Jeugd GGZ-verblijf,

JeugdzorgPlus; Deeltijd verblijf/logeren;

Extra Verblijfsbegeleiding.

Kamertraining: is gericht op de jeugdige met psychosociale- en/of gedragsproblemen, veelal in

de leeftijd vanaf 16 jaar, die niet langer bij het gezinssysteem of binnen een gezinshuis of andere vormen van de individuele voorziening Wonen of Verblijf kan verblijven, maar nog niet over de benodigde vaardigheden beschikt om zelfstandig te wonen. Bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid is ondersteuning nog nodig. Kamertraining is een vorm van zelfstandigheidstraining. De jeugdige kan 24/7 binnen deze verblijfvorm verblijven. Het doel van Kamertraining is:

e

Het bieden van hulp en begeleiding bij het ontwikkelen van vaardigheden om zelfstandig te

kunnen wonen.

Ouder-kind Groep: is gericht op ouder(s) met jeugdige(n) tot circa 4 jaar en/of met een

ongeboren kind. De 24- uurszorg is noodzakelijk om de veiligheid van de jeugdige te kunnen

waarborgen. De ouder-kind groep is tijdelijk. De ondersteuning is daarnaast vaak gericht op meerdere domeinen en passend bij de leeftijd- en ontwikkelingsfase waarin de jeugdige zich bevindt. Indien nodig wordt nauw samengewerkt met ketenpartners, bijvoorbeeld het consultatiebureau en de kinderopvang. De doelen van de Ouder-kind Groep zijn:

e

e

Gericht op zelfstandig wonen van ouder(s) en de jeugdige(n) buiten de instelling;

Werken aan het leren omgaan met de eigen problematiek of beperking van ouder(s) ten behoeve van de eigen opvoedvaardigheden.

Behandelgroep: is gericht op de jeugdige die behoefte heeft aan een gestructureerde en

ondersteunende omgeving om aan de ontwikkelings- behoeften en gedragsverandering te werken. Deze jeugdige kan te maken hebben met complexe uitdagingen, zoals

gedragsproblemen, emotionele moeilijkheden of crisissituaties, waarbij intensieve

multidisciplinaire behandeling essentieel is. Een behandelgroep biedt een leefklimaat aan dat bestaat uit een stabiele ontwikkelings- en behandelsituatie. De behandeling is altijd

multidisciplinair ingebed. De behandeling gaat altijd samen met intensieve ondersteuning in de

thuissituatie. De jeugdige kan 24/7 op een behandelgroep verblijven. De doelen van

Behandelgroep zijn: e e e

Het bieden van herstel; Het voorkomen van verdere escalatie van problemen; Hetcreëren van een perspectief voor de toekomst, altijd in combinatie met ondersteuning in de thuissituatie om uiteindelijk terugkeer naar het gezinssysteem of het netwerk mogelijk te maken. Driemilieuvoorziening: is gericht op de jeugdige met LvB-problematiek die niet thuis kan

verblijven door (zeer) ernstige meervoudige gedragsproblematiek veelal gecombineerd met psychische/psychiatrische problematiek. Er is continue sturing, regulering, behandeling,

ondersteuning en toezicht nodig. Er is sprake van verbaal agressief, destructief, manipulatief,

ongecontroleerd en/of ongeremd gedrag en vaak ook grensoverschrijdend seksueel gedrag waardoor er sprake is van een groot veiligheidsrisico; de jeugdige die een gevaar voor zichzelf of anderen is en/of gevaar voor zichzelf onvoldoende herkent, dan wel wordt bedreigd door derden. De jeugdige heeft een sterke neiging zich aan begeleiding te onttrekken. Dit toont zich in

complexe problematiek en vaak al meerdere mislukte hulppogingen. Veelal zijn de problemen sterk verweven met die in het gezin/netwerk en is eerder ingezette specialistische hulp (met

verblijf) niet in staat (gebleken) om die belemmeringen weg te nemen. Bij de Driemilieuvoorziening

wordt behandeling binnen verblijf, onderwijs en vrijetijdsbesteding gecombineerd aangeboden. De Driemilieuvoorziening wordt ingezet voor de jeugdige die 24-uur actief toezicht nodig heeft. De

Driemilieuvoorziening bestaat uit een samenhang van ten minste de volgende onderdelen: verblijf, onderwijs (op het terrein of een schoolin de buurt waar samenwerkingsafspraken mee zijn) en vrijetijd/dagbesteding in een open setting. Er is sprake van een orthopedagogisch behandel- en leefklimaat. De doelen van de Driemilieuvoorziening zijn:

e e

Het reguleren van gedrag, ondersteuning en behandeling; Gericht op de terugkeer van de jeugdige naar het gezinssysteem of naar het netwerk.

Jeugd GGZ-verblijf: is gericht op de jeugdige met (zeer ernstige) psychiatrische problematiek,

waarbij een intensieve behandeling (in een open of gesloten setting) noodzakelijk is. Een (tijdelijke) opname is noodzakelijk. Ondersteuning is gericht op de jeugdige en de ouders. Het betreft een (korte) klinische opname voor de jeugdige en eventueel het gezinssysteem als onderdeel van de GGZ-behandeling. In het algemeen is sprake van intensieve dagelijkse begeleiding en dagstructurering met continu individueel (opvoedkundig) toezicht. Verpleegkundig, opvoedkundig, verzorgend (VOV) personeel is permanent beschikbaar. De zelfredzaamheid van de jeugdige is laag. Een gedeeltelijke overname van zorg en permanent (opvoedkundig) toezicht door VOV-personeel is noodzakelijk. De doelen van Jeugd GGZ-verblijf zijn: e Gevaar voor de jeugdige of de omgeving te voorkomen; e De jeugdige te behandelen of stabiliseren. JeugdzorgPlus: is gericht op de jeugdige tot 18 jaar met gedragsproblemen die zo ernstig zijn dat de jeugdige een gevaar is voor zichzelf, of voor anderen. Jeugdhulp is noodzakelijk in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. JeugdzorgPlus betreft verblijf dat zich onderscheidt doordat er beperkende maatregelen kunnen worden toegepast. JeugdzorgPlus is er voor de jeugdige met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=a215e23e-8ac7-4fce-8928-0ccc8c34f20c