Verordening jeugdhulp gemeente Almelo - Bijlage 5. Reactiebrief college aan Adviesraad Sociaal Domein
Tekst van het document
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo
Adviesraad Sociaal Domein t.a.v. mevrouw R. Ter Hedde-Koel, secretaris Boddenstraat 3 7607 BL Almelo
telefoon: (0546) 54 11 11 e-mail: gemeente@almelo.nl internet: www.almelo.nl
Uw brief 29 december 2024
Uw kenmerk
Ons kenmerk UIT - 118513
Datum 11 februari 2025
Bijlage(n) -
Doorkiesnummer 0546-541111
Behandeld door H. Kraaijenhof
Zaaknummer DCS - 118513
Onderwerp Reactiebrief college aan Adviesraad Sociaal Domein inzake verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025 Geachte leden van de Adviesraad Sociaal Domein, Op 29 december 2024 heeft u een advies gegeven op de ontwerp verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025. Het college dankt de Adviesraad voor haar gemotiveerde advies aan het college van B&W over de ontwerp verordeningen. Onderstaand geeft het college graag een reactie op de door de Adviesraad genoemde aanbevelingen en adviezen. Voor de leesbaarheid hebben wij uw aanbevelingen genummerd. In het algemeen geeft u aan dat u zich bewust bent geworden van de complexiteit in het Sociaal Domein waar het gaat om de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Het college herkent de complexiteit in het Sociaal Domein en tracht de uitvoering daarvan binnen Almelo zo goed mogelijk vorm te geven. Het college hoopt en verwacht dat de voorgenomen besluiten rondom de Jeugdwet in 2025 zullen zorgen voor een minder complex jeugdstelsel. U merkt verder op dat maatschappelijke ondersteuning een steeds belangrijker onderdeel uitmaakt van de Almelose zorgstructuur en u onderstreept daarbij nogmaals het belang hiervan.
Bij het opstellen van de ontwerp verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025 is, daar waar mogelijk, getracht de duidelijkheid en leesbaarheid van de beide verordeningen te vergroten. Een aantal bepalingen komt inderdaad overeen, maar op onderdelen is de inhoud van de artikelen anders als gevolg van de te volgen onderliggende wetgeving. Tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet zitten daar dan ook de wezenlijke verschillen die tot uiting gebracht moeten worden in de lokale regelgeving, zoals een verordening. Graag gaat het college puntsgewijs in op de door u geformuleerde aandachtspunten. 1. Aandachtspunt Begrijpelijke taal Onze reactie Het opstellen van deze verordeningen vloeit voort uit de beide onderliggende wetten. Gemeenten zijn als gevolg daarvan verplicht verordeningen op te stellen die voor het college de juridische basis vormt voor de lokale uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. Bij eventueel juridisch verweer en bij bezwaar of beroep wordt juridisch teruggevallen op een verordening. Door de juridische context van een verordening kan deze daarom niet altijd in eenvoudige taal opgesteld Pagina 1 van 6 UIT - 118513
worden vanwege mogelijke (juridische) interpretatieverschillen. Verder doet u een suggestie om van de verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025 een publieksversie of een samenvatting te maken. Het college zal een leesbare samenvatting maken van de beide verordeningen in lijn met de motie Noodzaak communicatiestrategie wijzigingen sociaal domein daterend van juli 2024. 2. Aandachtspunt Begripsbepalingen (artikel 1.1 mo) Onze reactie In artikel 1.6. van de Beleidsregels wordt nader toegelicht hoe het college dit beoordeelt bij algemeen gebruikelijke voorzieningen. De verordening is daarbij kaderstellend. In de Beleidsregels wordt een en ander nader uitgelegd. De beleidsregels liggen thans ter advisering bij u voor. 3. Aandachtspunt Definitie Beschermd wonen Onze reactie De verschillen tussen beschermd en beschermend wonen zijn terug te voeren op de doelgroepen die met beide voorzieningen worden bediend. Beschermd wonen is uitsluitend bestemd voor inwoners met een psychische beperking en beschermend wonen voor inwoners met een verstandelijke beperking. Voor beschermend wonen geldt dat er altijd sprake moet zijn van wonen/verblijf in een instelling (tijdelijk totdat cliënt in staat is om zelfstandig te wonen met ondersteuning).
Voor beschermd wonen geldt dit niet: hier wordt juist ingezet op beschermd thuis (verblijf in een instelling is daarbij geen voorwaarde). Beschermd wonen is een ‘centrumgemeentetaak’ en beschermend wonen is dat niet. Alle individuele regiogemeenten moeten dit in principe zelf regelen, dit heeft gevolgen voor de financieringssystematiek. Wij nemen uw suggestie om de definitie van Maatschappelijke Opvang op te nemen in de begripsbepalingen over en wel als volgt: Maatschappelijke opvang: het bieden van tijdelijk onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. Aandachtspunt Algemene voorzieningen (artikel 2.1. jeugdhulp en artikel 2.1 mo) Onze reactie Het college is verplicht een toelichting te geven op de vorm, inzet en toegang van algemene voorzieningen. De opsomming is niet limitatief, omdat het aanbod gaandeweg kan wijzigen. Het college heeft de vormen van algemene voorzieningen beschreven. De verordeningen zijn kaderstellend en niet bedoeld om details uit te werken. Met de wijze waarop dit nu beschreven is, wordt voldaan aan de opdracht vanuit de wet om het aanbod van maatwerkvoorzieningen en de algemene voorzieningen nader uit te werken.
De daarover door de Adviesraad genoemde punten horen niet thuis in de verordeningen, maar bij de informatieverstrekking naar inwoners. Het college zal een leesbare samenvatting maken van de beide verordeningen in lijn met motie 25 daterend van juli 2024. In de verordening jeugdhulp, artikel 2.1, zal het college bij de opsomming van algemene voorzieningen het woord ‘onder andere’ opnemen. 5. Aandachtspunt Lichte voorwaarden (artikel 2.2. jeugdhulp & mo) Onze reactie De terminologie vloeit voort uit de rechtspraak waarin is bepaald dat het college een lichte toegangstoets mag uitvoeren bij een algemene voorziening en dat er een drietal criteria gelden bij de verwijzing naar een algemene voorziening. Deze zijn uitgewerkt in de Beleidsregels. Het woord ‘lichte’ komt logischerwijze voort uit het feit dat het college de toegang tot een algemene voorziening laagdrempelig wil houden. Omwille van interpretatieverschillen laat het college het woord ‘lichte ..’ in de beide verordeningen (artikel 2.2) vervallen. 6. Aandachtspunt Melding behoefte aan maatschappelijke ondersteuning (artikel 2.3 mo) Onze reactie Er is een onderscheid tussen een melding en aanvraag.
In de verordening maatschappelijke ondersteuning onder artikel 2.6 lid 1 staat al vermeld dat een aanvraag voor een maatwerkvoorziening schriftelijk en ondertekend of digitaal kan worden ingediend door middel van een daartoe door het college ter beschikking gesteld aanvraagformulier. Hiermee is voldaan aan uw advies.
Pagina 2 van 6 UIT - 118513
7. Aandachtspunt Clientondersteuning en toegang (artikel 2.3 jeugdhulp & mo) Onze reactie Intern wordt er gewerkt aan hoe de communicatie beter kan gaan plaatsvinden. Hiervoor is aandacht. Wij zullen de medewerkers in de wijkteams en het KCC (Klant Contact Centrum) er nogmaals op wijzen dat zij inwoners die een beroep doen op de gemeente informeren over de mogelijkheden van onafhankelijke cliëntondersteuning. Het college zal in overleg met de wijkteams, het team juridische zaken en de afdeling communicatie dit punt bespreken, zodat inwoners bij melding al op de hoogte zijn van de mogelijkheid om gebruik te maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. 8. Aandachtspunt Onderzoek naar de hulpvraag (art.2.7 jeugdhulp) Onze reactie Het ondersteuningsplan is vormvrij voor gemeenten. Er gelden geen wettelijke vereisten. Het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep, zoals dat in de verordening jeugdhulp staat, wordt verwerkt in het ondersteuningsplan. Dit, omdat uit de rechtspraak volgt dat dit een vereiste is voor het uitvoeren van zorgvuldig onderzoek naar de hulpvraag. In het ondersteuningsplan staan de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek naar de hulpvraag. In de verordening wordt dit zo ook aangeven. In het ondersteuningsplan moet gerapporteerd worden over het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep waardoor de zorgvuldigheid daarvan wordt gewaarborgd.
Hiermee geven wij invulling aan uw advies. 9. Aandachtspunt Afwegingscriteria eigen mogelijkheden (artikel 2.8 jeugd) en eigen kracht (artikel 2.5 mo) Onze reactie In artikel 2.5 lid 7 staat dan ook: ‘Als de cliënt een beroep kan doen op het sociale netwerk [...] wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken’. De inwoner zal zich moeten inspannen om aan te tonen dat hij/zij een beroep op een sociaal netwerk heeft gedaan of nog gaat doen. Het college kan het opbouwen van een sociaal netwerk van een inwoner ondersteunen door een doorverwijzing te doen naar een voorliggende of algemene voorziening. Als een netwerk ontbreekt en ook andere voorliggende voorzieningen (ook ondersteuning door vrijwilligers), algemene voorzieningen, ondersteuning door familie of een sociaal netwerk geen bijdrage kan leveren bij het ondersteunen van de hulpvraag, dan zal naar verwachting, afhankelijk van de persoonlijke situatie van de inwoner, geconstateerde beperking en de ondersteuningsbehoefte, bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening het opbouwen van een sociaal netwerk het uitgangspunt zijn. 10. Aandachtspunt Beschikking (artikel 2.10 lid 1 jeugdhulp & 2.8 lid 1 mo) Onze reactie Het begrip ‘verlenen’ is een juridische term. Om de leesbaarheid te vergroten zal het college het begrip ‘verlenen’ vervangen door ‘verstrekken’. 11.
Aandachtspunt Criteria en vorm van individuele voorzieningen (artikel 3.2 jeugdhulp en artikel 3.1.1. i mo) Onze reactie Wij gebruiken in beide gevallen termen die ook terug te vinden zijn in de beide wetgevingen en willen daar zoveel als mogelijk bij aansluiten. In de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt het begrip ‘goede kwaliteit’ expliciet genoemd in artikel 3.1, 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.3. In de Jeugdwet wordt goede kwaliteit niet genoemd, omdat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) verantwoordelijk is voor toezicht op de kwaliteit van de uit te voeren taken. In de Jeugdwet wordt in de plaats van ‘goede kwaliteit’, het begrip ‘toereikend aanbod’ gebruikt. Bij de inkoop maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp moeten aanbieders voldoen aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen (Programma van Eisen). U heeft in verschillende overleggen aangegeven dat wij gebruik zouden moeten gaan maken van een Kwaliteitshandboek. Met u zijn wij van mening dat we doorlopend moeten blijven inzetten op de kwaliteit van de voorzieningen en kwaliteitsbewaking. Hiervoor kiezen wij andere instrumenten dan een Kwaliteitshandboek. Met de inrichting van het Kwaliteitshuis wordt toegezien op de kwaliteit van de (beschrijving van) processen en de kwaliteit van de inhoudelijke beoordeling van de verstrekking van voorzieningen, geven wij invulling aan de interne kwaliteitsbewaking.
Op de kwaliteit van de
Pagina 3 van 6 UIT - 118513
uitvoering van de voorzieningen door de gecontracteerde aanbieders wordt toegezien door onze contractmanagers en toezichthouders. De gemeente Almelo werkt nauw samen met de IGJ.
12. Aandachtspunt Medicatiecontrole (artikel 3.4.1.6. jeugdhulp) Onze reactie Het college heeft deze formulering overgenomen uit de vastgestelde productomschrijving van de nieuwe regionale inkoop jeugdhulp. Het college neemt uw suggestie daarom niet over. 13. Aandachtspunt artikel 3.4.1. bij 7. Onze reactie Dank voor uw suggestie. Het betreft hier regionaal ingekochte producten met bijgaande formulering. Het college kan de tekst bij artikel 3.4.1. bij 7 daarom niet wijzigen. 14. Aandachtspunt Aanvullende criteria elektrische ondersteuning (artikel 3.6.5. mo) Onze reactie Dank voor uw opmerkzaamheid. Het college zal dit in de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 aanpassen. 15. Aandachtspunt Uitgesloten van een Pgb, (artikel 5.2 jeugdhulp & mo) Onze reactie De uitsluitingsgronden van een Pgb zijn niet gewijzigd ten opzichte van de huidige verordeningen. Het college ziet in de uitvoeringspraktijk niet dat deze uitsluitingsgronden te strikt zijn geformuleerd. De factoren die bepalen of iemand in staat is om een Pgb te beheren staan met name in lid 1 en bijlage 3 van de verordeningen. Het college zal deze artikelen niet wijzigen. 16. Aandachtspunt Criteria kwaliteit zorg (zorgplan) (artikel 5.3. jeugdhulp & mo) Onze reactie De coach heeft geen rol bij het opstellen van het zorgplan en is ook niet in de lead voor het evalueren van het zorgplan.
Bij een Pgb is dat iets tussen een zorgverlener en de inwoner/cliënt en Pgbbeheerder. Het college heeft hierin geen wettelijke taak. Wel zal het college de uitvoering van de ondersteuning en het zorgplan en het evaluatieplan evalueren/herbeoordelen. Deze aanpak sluit aan bij de huidige werkwijze. 17. Aandachtspunt Controle (artikel 6.3 jeugdhulp & 6.2. mo) Onze reactie Het in gebreke stellen van een aanbieder, wanneer er sprake is van het niet voldoen aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen, is altijd mogelijk. Een ingebrekestelling, beëindiging/ontbinding van een overeenkomst is een besluit dat het college weloverwogen neemt. Immers, voor de inwoner/cliënt zal dan ook weer een nieuw aanbod en een nieuwe aanbieder gevonden moeten worden. 18. Aandachtspunt Toezichthouders (hoofdstuk 7 jeugdhulp & mo) Onze reactie Rechtmatigheidsonderzoeken worden preventief uitgevoerd en als er (aantoonbare) signalen zijn dat er sprake is van onrechtmatigheid in welke zin dan ook. Het is niet gebruikelijk dat adviesraden de verslagen van rechtmatigheidsonderzoeken ontvangen. Het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken is behouden aan enkele daartoe specifiek door het college formeel aangewezen medewerkers binnen de gemeente.
De onderzoeken richten zich op de rechtmatigheid van de verstrekking in financiële en materiële zin en betreft overwegend vertrouwelijke informatie, zoals persoonsgegevens en bedrijfsgevoelige informatie. 19. Aandachtspunt Inspraak en medezeggenschap (artikel 9.3 jeugdhulp & artikel 10 mo) Onze reactie Het college bekijkt op dit moment hoe de inspraak van inwoners, waaronder ook jeugdigen, verder vormgegeven kan worden (voor wat betreft het bestrijden van armoede en de voorzieningen in de jeugdwet). 20. Aandachtspunt Intrekken oude verordening en overgangsrecht (artikel 10.3 jeugdhulp & artikel 11.3 mo) Onze reactie
Pagina 4 van 6 UIT - 118513
In de huidige versie en dus de definitieve versie van de verordeningen is het overgangsrecht aangepast.
21. Aandachtspunt Enkele algemene opmerkingen Onze reactie Het college bedankt de Adviesraad voor haar algemene opmerkingen. Het college beperkt zich tot een samenvattende reactie op hoofdlijnen. De Adviesraad schrijft het volgende: De Verordening jeugdhulp kent een aantal artikelen waarin de zorgverlener door B&W wordt herinnerd aan het belang van het normaliseren: de zorgverlener “dient te kijken welke hulpvragen en problemen in het algemeen beschouwd kunnen worden als horende bij de ontwikkeling van een jeugdige gelet op de ontwikkelingsfase waarin deze zich bevindt”. Waarbij de ouders eraan herinnerd worden dat opvoeden tijd en energie kost en dat het ene kind niet de andere is ( o.a. 2.8.3.). De Adviesraad haalt hier het proces van indicatiestelling aan. De wijkcoach stelt een indicatie waarop vervolgens een zorgverlener wordt ingeschakeld om de geconstateerde problematiek op te lossen indien geen gebruik kan worden gemaakt van het sociale netwerk en alleen voor zover het oplossen van de problematiek meer behelst dan wat van ouders verwacht mag worden of waarvoor ouders verantwoordelijk zijn. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor kinderen bij de ouders. Nadat beoordeeld is dat een voorziening op basis van de Jeugdwet moet worden toegekend is een jeugdhulpverlener aan zet om ondersteuning te bieden of hulp te verlenen.
Hier wordt juist een beroep gedaan op de kwaliteit van de jeugdhulpverlener om overeenkomstig de professionele standaarden te werken: niet voor niets is bij de inkoop van voorzieningen vastgelegd dat hulpverleners onder andere SKJ of BIG geregistreerd moeten zijn. Overigens geldt een dergelijke registratie ook voor onze medewerkers in de toegang die indicaties stellen voor de Jeugdwet. De opmerking dat kennis van het ouderschap node wordt gemist, in relatie tot de voorliggende verordening, kunnen we dan ook niet plaatsen. Wij nodigen u dan ook uit om dit concreet te maken in de vorm van een nieuw artikel of een aanvulling op een bestaand artikel, waarbij we deze dan bij de herziening van de verordening of de beleidsregels eventueel kunnen overnemen. De Adviesraad wijst het college verder op het advies van de Adviesraad over de Strategische Beleidsnota Sociaal Domein van 13 februari 2022. Het college begrijpt de reactie van de Adviesraad, maar wijst erop dat vanuit wet- en regelgeving juist de gemeenteraad de opdracht heeft om hier zelf een visie op te vormen. Dit moet in de context gezien worden aan de hand van de rechtspraak en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Bij uw reactie Rechtspositie gebruikers van de jeugdzorg, geeft u aan dat de Adviesraad een advies heeft gegeven te stoppen met interventies als er gebrek is aan de inzet van de gebruiker.
In de verordening jeugdhulp heeft het college een artikel opgenomen over de Inlichtingen- en medewerkingsplicht van cliënten. Dit staat eveneens in de Beleidsregels. Bij het niet verstrekken van gevraagde inlichtingen of waar een cliënt geen medewerking verleent, kan het college maatregelen nemen. De Adviesraad stelt verder een aantal vragen: • Is de gebruiker geïnformeerd over wie de regisseur is, wat zijn/haar taken en verantwoordelijkheden zijn en waar en hoe deze functionaris bereikbaar is? Onze reactie: dit gebeurt tijdens het huisbezoek. • Is de gebruiker geïnformeerd over zaken als het klachtrecht, een bezwaarrecht, de rechten van minderjarigen bij het opstellen van het ondersteuningsplan, de (on-)mogelijkheden tot inzage in het klantdossier, ook ingeval echtscheiding en de blijven de plicht van de niet opvoedende ouder? Onze reactie: onder meer in de beschikking wordt aandacht besteed aan de rechten van de cliënt en wijze waarop er inzage is in het klantdossier. In de verordening en beleidsregels jeugdhulp wordt dit ook verder beschreven. • Alle andere regelingen zoals deze duidelijk worden gepresenteerd in de WGBO-bepalingen ten aanzien van volwassenen en minderjarigen , uitgesplitst naar leeftijdscategorieën. Deze bepalingen kunnen worden gehanteerd ook al zijn de werkzaamheden veelal niet van medische aard.
Je hoeft geen dokter te zijn om je aan deze regels te houden. Krijgt de klant hier informaties over? Pagina 5 van 6 UIT - 118513
De Adviesraad heeft hier in een vroeger overleg met specialisten ten stadhuize uitvoerig aandacht voor gevraagd. Onze reactie: de informatie wordt verstrekt door de jeugdhulpverlener, niet door de gemeente, noch door de wijkcoach. De aanbieder, die belast is met de uitvoering van de ondersteuning, is hier aan zet. • De (schriftelijke?) instemming en toestemming met het begeleidingsplan. Onze reactie: ook dit is de taak van de jeugdhulpverlener die zorgt voor de daadwerkelijke uitvoering van de ondersteuning, niet voor de gemeente, noch voor de wijkcoach. De gemeente bepaalt slechts de toegang tot jeugdhulp. De concept verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025 zullen met inachtneming van het advies van Adviesraad ter besluitvorming gebracht worden bij de gemeenteraad. Verwacht wordt dat de gemeenteraad op 11 maart 2025 een besluit neemt over de verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2025. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo
de secretaris
de burgemeester,
J.H. Dijkstra
R.T.A. Korteland
Pagina 6 van 6 UIT - 118513