CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een tankstation met ondergeschikte detailhandel-horeca op het XL Businesspark - 2

Raad 28 mei 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een tankstation met ondergeschikte detailhandel/horeca op het XL Businesspark Twente18.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eli

IN Em 444 Almelo ma ne

4 4% Gemeente %

Klantcontactcentrum Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Pte Joptts BEEZ NV evrouw FTE FTE

Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo telefoon: (0546) 54 11 11 e-mail: gemeente @almelo.nl

internet: www.almelo.nl

Uw brief

Uw kenmerk 7495229

Zaaknummer Z/23/133583

Briefnummer D/24/674811

Datum 28 mei 2024

Behandeld door

Bijlage(n)

Ps]

1

Onderwerp

Ontwerpbesluit uitgebreide omgevingsvergunning

Geachte EE

U diende op 13 januari 2023 een aanvraag omgevingsvergunning in voor het bouwen van een tankstation XL-businesspark op het perceel Ambt-Almelo, sectie O nummer 1627, Columbus 1 te Almelo. In deze brief informeren wij u over de beslissing op de aanvraag.

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Wij zijn voornemens om de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen. Uw aanvraag en het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken worden op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnenkort gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een kopie van het ontwerpbesluit treft u hierbij aan. Lees de ontwerpvergunning goed door Het is belangrijk dat u als vergunninghouder de aan deze ontwerpvergunning verbonden voorschriften naleeft als de vergunning definitief wordt verleend. Wij adviseren u daarom deze ontwerpvergunning inclusief de bijlagen zorgvuldig door te lezen. Dat verkleint de kans op misverstanden. Publicatie Het ontwerpbesluit om de omgevingsvergunning te verlenen, publiceren wij in het digitale gemeenteblad op www.officielebekendmakingen.nl. Een ieder kan tijdens de periode van ter inzage legging zienswijzen tegen het ontwerpbesluit indienen.

Pagina 1 van 49

Bank: BNG Bank, Den Haag NL56 BNGH 028 50 00 187

BTWnr.

BIC Code: BNGHNL2G

NL 0015 84 108 B 01

Bel of mail met vragen Heeft u nog vragen? Bel of mail ons dan gerust. U kunt ons bereiken via (0546) 54 11 11, keuze

5. U kunt vragen naar EEE. Of stuur een mail naar

gemeente @almelo.nl. Het is handig als u daarbij het zaaknummer Z/23/133583 vermeldt. Hoogachtend, namens het college van burgemeester en wethouders van Almelo, manager team Vergunningverlening en naleving,

J.H.F. Vollenbroek

Dit document is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend.

Bijlage:

- Ontwerpbesluit omgevingsvergunning

Pagina 2 van 49

ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING

EE

Burgemeester en Wethouders hebben op 13 januari 2023 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen voor het bouwen van een tankstation XL-businesspark op het perceel Ambt-Almelo sectie O nummer 1627, Columbus 1 te Almelo. Deze aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/23/133583.

ee EE

Het betreft een verzoek van:

Pte Dt ss]

Besluit Burgemeester en wethouders besluiten, gelet op artikel 2.1en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de omgevingsvergunning te verlenen.

De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende activiteit(en): 1 Het (ver)bouwen van een bouwwerk 2 Het afwijken van het bestemmingsplan 3 Het oprichten van een inrichting 4 Het maken of veranderen van een uitweg Rechtsbescherming Het ontwerpbesluit ligt binnenkort gedurende 6 weken ter inzage. Een ieder kan gedurende deze periode zijn zienswijze kenbaar maken. In de publicatie van het ontwerpbesluit staat hoe dit kan.

Na de periode van de ter inzage legging van het ontwerpbesluit, neemt het college een definitief besluit. Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 Wabo (de uitgebreide voorbereidingsprocedure). De aanvraag is getoetst aan: _ artikel 2.10 Wabo voor de activiteit 'Het (ver)bouwen van een bouwwerk’ _ artikel 2.12 Wabo voor de activiteit ‘Het afwijken van het bestemmingsplan’ _ artikel 2.14 Wabo voor de activiteit 'Het oprichten van een inrichting’ _ artikel 2.18 Wabo voor de activiteit ‘Het maken of veranderen van een uitweg’

Tevens is de aanvraag getoetst aan het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht. Bevoegd gezag Gelet op de projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij behorende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen.

Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) getoetst op ontvankelijkheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. De aanvrager is op 19 april 2023 in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens aan te leveren. Op 24 juli 2023 hebben wij de laatste aanvullende gegevens ontvangen.

Pagina 3 van 49

Wij zijn van oordeel dat de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Bijbehorende documenten De volgende documenten behoren bij het besluit: Naam

7495229 1673619957000 210730_RAP_BENG_aanvraag_Shop_025317_0.0.p

df 7495229 1673619957503_8646_C-301_20221027.pdf

Ons kenmerk

Datum toegevoegd

13-1-2023

D/23/57

13-1-2023

D/23/57

2498 2506

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620145662 _0478700.100NRB_EG_Almelo_XL_Park_revisie_1_d.d._4-11-2022.pdf 7495229 1673620145737_553630_20221213_Niet_technische_samenvatting. pdf 7495229 1673620145990 _553630_IPB_EG_Almelo_20221219.pdf

13-1-2023

D/23/57

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146000 553630 NIBM_20220914 tankstation.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146004 _553630_OBAS-EN858_Almelo_20210907.pdf

13-1-2023

7495229 1673620146010 _553630_PGS25_checklist_20220207.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146016 553630 _PGS33_checklist_ 20220207.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146024 553630_PGS35_checklist_20220207.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146215 Verkennend_bodemonderzoek_d.d._07-072022.pdf 7495229 1673620146037_55363020220914 Aerius toelichting _tankstation.pdf 7495229 1673620146129 AERIUS bijlage _20220914153220 SituatielRiUW1 YuHXwed_gebruik_tankstation.pdf 7495229 1673620146146 AERIUS bijlage_20220914154833_SituatielRn4HKF wJ3Vdm_aanleg tankstation.pdf 7495229 1673620146163_Rap204370.pdf

13-1-2023

2509 2510 2518 2519

D/23/57 2520 2521 2522 2523

D/23/57 2524

13-1-2023

D/23/57 2525

13-1-2023

D/23/57

13-1-2023

D/23/57

13-1-2023

D/23/57

2526 2527 2528

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620146186 Rapport_3-1122 Tankstation Newton_te_Almelo.pdf 7495229 1673620313127_553630_vetafscheider_berekening_20210907.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673620413709 _Aanmeldnotitie_vormvrije_m.e.r.-beoordeling.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673624546973 papierenformulier.pdf

13-1-2023

D/23/57

7495229 1673624546987_publiceerbareaanvraag.pdf

13-1-2023

220510 Kavel EG_Aansluitpunten riolering + CBV, Bijlage bij advies riool-hwa bij aanvraag Z23133583 het bouwen van een tankstation XL-businesspark 7495229 1686738817034 _8646_C-101_20230613.pdf

7-3-2023

D/23/58

14-6-2023

D/23/59

2529 2530 2531 2533

D/23/57 2534

Pagina 4 van 49

1708

8426

7495229 1686738817056_8646_C-112 20230613.pdf

14-6-2023

20210526 inrichtingsplan_ aangepast

26-4-2024

D/23/59 8427

D/24/67 4731

7495229 1686738817521 61211424 IB Geotechniek.pdf

14-6-2023

7495229 1686738817553_61221059-FA-1.pdf

14-6-2023

D/23/59

7495229 1686739158042 SB-1 Gewichts_en_stabiliteitsberekening_20230614.pdf

14-6-2023

D/23/59

D/23/59 8429 8430 8432

553630_20240425-DO0-B101

26-4-2024

553630_20240425-DO-B102

26-4-2024

553630_20240425-DO-B104

26-4-2024

553630_20240425-DO0-B105

26-4-2024

553630_20240425-DO-B106

26-4-2024

D/24/67 4727

D/24/67 4732

D/24/67

4730

D/24/67 4726

D/24/67 4729

553630_20240425-DO-B107

26-4-2024

7495229 1686739212213 553630 _20230517-DO-B301.pdf

14-6-2023

D/24/67 4728

D/23/59 8439

7495229 1686739212233 553630 20230612 _OV_tankstation_aanvullingen.p df

14-6-2023

553630_20240425-DO-B303

26-4-2024

Bijlagen ruimtelijke motivering

25-4-2024

D/23/59 8440

D/24/67 4725

D/24/67 4558

Nog in te dienen gegevens en bescheiden Uiterlijk drie weken voor aanvang van de desbetreffende werkzaamheden moeten de volgende bescheiden ter goedkeuring worden ingediend:

_ een veiligheidsplan waaruit volgt dat onveilige situaties worden voorkomen en hinder

tijdens de bouw wordt beperkt, als bedoeld in artikel 8.7 van het Bouwbesluit 2012. Het plan omvat ten minste een tekening waarop de bouwplaatsinrichting blijkt met: o de toegang tot de bouwplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouwplaats; de ligging van het perceel waarop gebouwd wordt en de omliggende wegen en bouwwerken; de situering van het te bouwen bouwwerk; de aan- en afvoerwegen; de laad-, los- en hijszones; de plaats van eventuele bouwketen; de plaats van machines, werktuigen en ander hulpmaterieel en opslag van materialen; de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen.

Pas na goedkeuring hiervan mag worden gestart met de inrichting van het bouwterrein.

Later in te dienen stukken (niet behorend tot de hoofdlijn van de constructie) Uiterlijk drie weken voor de aanvang van de betreffende bouwwerkzaamheden moeten nog de volgende documenten ter goedkeuring te worden ingediend. Pagina 5 van 49

Definitieve gewichtsberekening, dimensioneringsberekening en stabiliteitsberekening, hierbij dient ook rekening te worden gehouden met sneeuwophoping Detailberekening en (wapening)tekening fundatie balkenrooster Detailberekening en tekening palenplan Detailberekeningen en -tekeningen systeemvloeren Detailberekeningen en -tekeningen staalconstructie en ankerplan Detailberekeningen en —tekeningen in het werk gestorte betonconstructies Tekeningen en berekeningen van waterafvoersysteem en noodafvoeren Certificaten van de te gebruiken ondergrondse tanks waaruit blijkt dat de ondergrondse tanks geschikt zijn voor het dragen van verkeerslasten. Met het desbetreffende onderdeel mag niet worden gestart voordat deze gegevens zijn ingediend en goedgekeurd. Redenen en regels Onderdeel van het besluit vormen de redenen en regels die per activiteit zijn opgenomen.

1. Het (ver)bouwen van een bouwwerk U krijgt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een tankstation XL-businesspark op het perceel Ambt-Almelo sectie O nummer 1627, Columbus 1 te Almelo. U krijgt deze vergunning volgens artikel 2.1, lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Wij geven u graag meer informatie: 1 Bij punt | leest u waarom u de omgevingsvergunning krijgt. 2 Bij punt Il leest u aan welke regels u, de vergunninghouder, zich moet houden tijdens het bouwen. 3. Bij punt Ill leest u wat u moet doen in bijzondere situaties. l

Redenen

Wij keken of het bouwwerk voldoet aan de regels die staan in artikel 2.10 van de Wabo. Hieronder leest u onze conclusies.

Waarom u de vergunning krijgt Hieronder leest u waarom u de omgevingsvergunning krijgt. Bestemmingsplan 1 Het perceel is gelegen in het onherroepelijke bestemmingsplan XL Businesspark Twente Tranche 3 en is hierin voorzien van de bestemming Bedrijventerrein, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein-1' en de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.2’. Wij maken een uitzondering voor u. Het bouwwerk past namelijk niet binnen de regels van het bestemmingsplan. U krijgt de omgevingsvergunning toch, want: Uw aanvraag is namelijk in strijd met de regels van het bestemmingsplan. U krijgt de omgevingsvergunning toch, want: Het bouwwerk heeft geen negatieve gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Het bouwwerk mag afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo). 3 U leest meer informatie over het bovenstaande punt in het hoofdstuk ‘Het afwijken van het bestemmingsplan’. _

Welstand

Pagina 6 van 49

1

Het uiterlijk of de plek van het bouwwerk past bij de rest van de omgeving. Hierover kregen wij op 8 september 2023, onder nummer R31338-2023, een positief advies van de stadsbouwmeester. Het bouwwerk voldoet daarmee aan redelijke eisen van welstand.

Bouwbesluit 1 Het bouwwerk voldoet aan de regels van het Bouwbesluit 2012. Bouwverordening 1 Het bouwwerk voldoet aan de bouwverordening van de gemeente Almelo. il. Regels bij het bouwen Als u als vergunninghouder gaat bouwen, zijn er regels waaraan u zich moet houden. Deze staan in artikel 2.22 van de Wabo. U bent er verantwoordelijk voor dat de bouw gaat volgens deze regels. Dat staat in artikel 2.25 lid 1 van de Wabo. Dit zijn de regels:

Algemeen 1 Het bouwen gaat volgens de regels van: het Bouwbesluit 2012; de Bouwverordening van gemeente Almelo; de regels die gemaakt zijn over het Bouwbesluit 2012 en de Bouwverordening gemeente Almelo. U zorgt dat de volgende documenten altijd op de bouwlocatie zijn. U geeft deze documenten aan de toezichthouder als hij daarom vraagt: deze vergunning; de bouwtekening(en); andere documenten die horen bij het bouwen. Wij kunnen deze omgevingsvergunning ongeldig maken. Dat kunnen wij doen op de volgende momenten: als de bouw niet begint binnen 26 weken na vergunningverlening; als de bouw meer dan 26 weken stil staat. Wij maken nooit van deze mogelijkheid gebruik zonder uw mening hierover te vragen. _ _

_

_

_

Bodem 1

Uit het bij de aanvraag ingediende onderzoeksrapport bodemkwaliteit blijkt dat vrijkomende grond wel kan worden hergebruikt. De bij de bouwwerkzaamheden vrijkomende grond wordt bij voorkeur op het eigen terrein verwerkt. De vrijkomende grond die niet op eigen terrein kan worden verwerkt is geschikt voor hergebruik op een ander terrein van gelijke bodemkwaliteit. Voor toepassing kunt u onder andere de regionale bodemkwaliteitskaart, ook voor PFAS, raadplegen. Of de grond afvoeren naar een grondbank. Diegene die uw grond gaat toepassen of zijn/haar (onder)aannemer, danwel adviseur of transporteur geeft aan waar de vrijkomende grond wordt toegepast. Hiervoor maakt de toepasser gebruik van de internetmodule van het meldpunt bodemkwaliteit (www.meldpuntbodemkwaliteit.nl ). De toepassing moet tenminste werkdagen van tevoren gemeld zijn. Van de afgevoerde grond houdt u of uw aannemer een registratie bij. De toezichthouder bodem van de Omgevingsdienst Twente kan u vragen de registratie aan hem te tonen. Deze voorwaarde is van toepassing indien naar verwachting meer dat 25 m 3 grond wordt afgevoerd. Bij een niet ernstig geval is formeel een plan van aanpak vereist indien vrijkomende grond niet aan de vastgestelde achtergrondwaarden voldoet. Wilt u grondwater gaan onttrekken dan meldt u of uw aannemer dit bij het Waterschap Vechtstromen.

Riolering Pagina 7 van 49

Hemelwater en vuilwater moeten conform de gemaakte afspraken met de gemeente worden aangelegd. Voor de aanleg en/of wijziging van de rioolaansluiting is een aanvraag noodzakelijk. Deze aanvraag valt buiten de omgevingsvergunning. Voor deze aanvraag met betrekking tot de rioolaansluiting kunt u contact opnemen met Team Dagelijks Beheer, telefonisch bereikbaar op 0546-54111.

Meldingsplicht U meldt de volgende werkzaamheden aan de toezichthouder. U stuurt een e-mail naar: EEE @almelo.nl. Als u gebruik maakt van het e-mailadres, wilt u dan het zaaknummer vermelden?

Werkzaamheid

Hoe meldt u de werkzaamheid?

Onderdelen van het bouwwerk waarvoor u toestemming nodig brief/e-mail/digitaal heeft volgens deze vergunning. Start van het werk (hieronder vallen telefoon/e-mail ook graafwerkzaamheden) telefoon/e-mail Aanvullen van grond Funderingspalen (hieronder vallen telefoon/e-mail ook proefpalen) telefoon/e-mail Leggen van de fundering Storten van beton

telefoon/e-mail

Leggen van de vloeren Afronden van rioleringsputten en grond- en huisaansluitleidingen Einde van de werkzaamheden

telefoon/e-mail

telefoon/e-mail telefoon/e-mail

Wanneer meldt u de werkzaamheid? volgens de afspraken

uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk 2 werkdagen voor de start van het werk uiterlijk op de dag dat het werk stopt

Bijzondere situaties Komen de volgende situaties voor tijdens het bouwen? Dan leest u hieronder wat u moet doen.

Ul.

1

Is het tijdens het bouwen nodig dat u uw bouwplan verandert? En is dit een verandering waarvoor u nog geen omgevingsvergunning heeft? Neem dan contact op vóórdat u de verandering bouwt. Dat kan met onze toezichthouder van het team Regelgeving en Handhaving. Moet u een deel van gemeentegrond afzetten voor de werkzaamheden? Dan heeft u

hiervoor eerst toestemming van ons nodig. Hiervoor neemt u contact op met EEEN

BEEZ op (0546) 54 11 11. Komt u beschermde planten of dieren tegen tijdens de werkzaamheden? Houdt u dan aan de Wet natuurbescherming. Daarin staat wat u moet doen als u beschermde planten of dieren tegenkomt die door de bouw in gevaar zijn. Bijvoorbeeld omdat ze gedood kunnen worden, of omdat hun leefomgeving wordt verstoord. Wij adviseren u om zich aan deze wet te houden. Zo voorkomt u dat u dat u uw werkzaamheden moet stoppen. Dat u naar de rechter moet. En dat u de schade aan de beschermde planten of dieren moet herstellen of vergoeden. Dit geldt voor u, de opdrachtgever en vergunninghouder, maar ook voor de persoon die de schade veroorzaakt.

Pagina 8 van 49

2. Het afwijken van het bestemmingsplan U krijgt een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. U krijgt deze vergunning volgens artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Wij geven u graag meer informatie: 1 Bij punt | leest u waarom u de omgevingsvergunning krijgt. 2 Bij punt Il leest u aan welke regels u, de vergunninghouder, zich moet houden. 1

Redenen

Wij keken of uw aanvraag voldoet aan artikel 2.12 van de Wabo. Hieronder leest u onze conclusies.

Waarom u de vergunning krijgt Hieronder leest u waarom u de omgevingsvergunning krijgt. Afwijken van het bestemmingsplan met ruimtelijke onderbouwing 1 Het perceel is gelegen in het onherroepelijke bestemmingsplan “XL Businesspark Twente Tranche 3","Parapluherziening wonen” en “Parapluherziening parkeren”. Hierin heeft het perceel de bestemming “Bedrijventerrein”, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijventerrein-1’ en de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 4.2. Wij maken een uitzondering voor u. Uw aanvraag is namelijk in strijd met de regels van het bestemmingsplan. Dat komt omdat; 1. Op basis van artikel 3.1 lid h is geen risicovol bedrijf toegestaan 2. Op basis van artikel 3.1 lid i niet wordt voldaan aan de criteria voor ondergeschikte detailhandel/horeca 3 U krijgt de omgevingsvergunning toch, want: Het afwijken van het bestemmingsplan is ruimtelijk aanvaardbaar. Hierover leest u meer uitleg in de bijlage bij deze vergunning met kenmerk ‘Motivering afwijking van het bestemmingsplan Tankstation EG met shop Newton ong (XL _

Businesspark Twente)’. U mag daarom afwijken van het bestemmingsplan. Dat staat in 2.12, lid 1, onder a, sub 3 Wabo.

Il. Regels bij het afwijken van een bestemmingsplan Als u, de vergunninghouder, afwijkt van het bestemmingsplan, zijn er regels waaraan u zich moet houden. U bent er verantwoordelijk voor dat de bouw en het gebruik gaan volgens deze regels. Dat staat in artikel 2.22 en 2.25 lid 1 van de Wabo. Dit zijn de regels:

Algemeen U zorgt dat de volgende documenten altijd op de bouwlocatie zijn. U geeft deze documenten aan de toezichthouder als hij daarom vraagt: ° deze vergunning; ° de werktekening(en); ° andere documenten die horen bij de werkzaamheden.

Pagina 9 van 49

3. Het maken of veranderen van een uitweg U krijgt een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg. U krijgt deze vergunning volgens artikel 2.2 lid 1, onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Wij geven u graag meer informatie: 1 Bij punt | leest u waarom u de omgevingsvergunning krijgt. 2 Bij punt Il Ieest u aan welke regels u, de vergunninghouder, zich moet houden. Il. Redenen

Inleiding 1

Op grond van artikel 2:12 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Almelo is het verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd bestuursorgaan een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. De omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 onder e Wabo kan op grond van artikel 2.18 Wabo en artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Almelo worden geweigerd of onder voorschriften worden verleend: _ _ _

Toetsing 1

2

ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg te koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.

De gevraagde uitweg leidt niet tot gevaar voor het verkeer op de weg. Gelet op bovenstaande overwegingen kan de omgevingsvergunning worden verleend

Conclusie 1. Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het maken van een uitweg zijn er ten aanzien van de aangevraagde activiteit geen redenen om de omgevingsvergunning te weigeren. Il.

Regels bij het maken of veranderen van een uitweg Als u, de vergunninghouder, een uitweg wil aanleggen of veranderen, zijn er regels waaraan u zich moet houden. U bent er verantwoordelijk voor dat dit gebeurt volgens deze regels. Dat staat in artikel 2.25 lid 1 van de Wabo. Dit zijn de regels: Algemee 1

2

De in-/uitrit kan in overeenstemming met de situatietekening worden aangelegd.

Voor de aanleg de in-/uitrit kunt u contact opnemen met EEEN, telefonisch bereikbaar op 05486-54111. Hij zal dan zorgen voor de feitelijke aanleg, conform de gestelde eisen

Pagina 10 van 49

4. Het oprichten van een milieu-inrichting U krijgt een omgevingsvergunning voor het oprichten van een milieu-inrichting ‘het oprichten van een tankstation’ op het perceel Ambt-Almelo sectie O nummer 1627, Columbus 1 te Almelo U krijgt deze vergunning volgens artikel 2.1, lid 1 onder e, sub 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Inhoudelijke overwegingen Milieu Algemeen Bij de beslissing op de aanvraag hebben wij conform artikel 2.14, eerste lid onder a, b en c van de Wabo: ° de bestaande toestand van het milieu betrokken; ° met het milieubeleidsplan rekening gehouden; ° de best beschikbare technieken in acht genomen. In de onderstaande paragrafen lichten wij dit nader toe. Wij beperken ons tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

Vormvrije mer-beoordeling Toetsingskader De activiteiten vallen onder onderdeel D categorie 25.2 van de bijlage van het besluit milieueffectrapportage. De aangevraagde activiteiten liggen onder de drempelwaarde genoemd in deze lijst. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moet het bevoegd gezag, voor alle activiteiten die beneden de m.e.r.-beoordelingsdrempel liggen, bepalen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Dit dient te gebeuren op grond van de criteria genoemd in bijlage III bij de EG-richtlijn milieueffectbeoordeling (2011/92/EU en 2014/52/EU). De criteria van bijlage Ill van de richtlijn omvatten: ° de kenmerken van het project (onder andere omvang en cumulatie); ° de locatie van het project (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving); de soort en kenmerken van het potentiële effect (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid) Hieronder volgt onze afweging.

De kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: ° de omvang en het ontwerp van het gehele project; ° de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; ° het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico’s voor de menselijke gezondheid.

Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldingsnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling EG XL Businesspark Twente, Almelo, projectnummer P001665 van 13 december 2022.

Het project betreft de bouw van een nieuw tankstation voor brandstoffen en andere energievormen zoals LNG ‚ CNG en waterstof. De locatie van het project betreft een bedrijventerrein (XL Businesspark). Pagina 11 van 49

Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport. De locatie van het project Bij de locatie van het project wordt het volgende in overweging genomen: ° het bestaande grondgebruik; ° de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn.

Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldingsnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling EG XL Businesspark Twente, Almelo, projectnummer P001665 van 13 december 2022.

De projectlocatie is gelegen op een bestaand bedrijventerrein waar momenteel veel nieuwbouwactiviteiten plaatsvinden. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in een beschermd gebied.

Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de plaats van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport. De soort en kenmerken van het potentiële effect Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder 1.2.2 en 1.2.3 uiteengezette criteria en met inachtneming van: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Overweginge De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldingsnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling EG XL Businesspark Twente, Almelo, projectnummer P001665 van 13 december 2022.

De ontwikkeling brengt op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, externe veiligheid en ecologie (waaronder stikstof) geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich mee. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het potentiële effect geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport. Conclusie Nu uitgesloten kan worden dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, is er geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport.

Pagina 12 van 49

Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor een groot aantal activiteiten, die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, rechtstreeks werkende, algemene regels opgenomen. De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, is aangemerkt als een inrichting waarvoor vergunningplicht (type C inrichting) geldt. Er geldt een aantal specifieke milieuregels uit het Activiteitenbesluit voor de volgende activiteiten: 5 Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer Opslaan in ondergrondse opslagtanks van vloeibare brandstof, afgewerkte olie, bepaalde organische oplosmiddelen of vloeibare bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen of CMR stoffen zijn Bereiden van voedingsmiddelen Daarnaast geldt een aantal algemene milieuregels: 5 Algemene milieuregels voor lozen . Algemene milieuregels voor emissies van zeer zorgwekkende stoffen voor type C inrichtingen Algemene milieuregels voor geuremissies voor type C inrichtingen Algemene milieuregels voor bodembedreigende activiteiten

Gelet op artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld. Tegelijkertijd met de aanvraag is een melding ingediend voor bovenstaande activiteiten. De voorschriften voor het onderdeel milieu, die in deze vergunning zijn opgenomen betreffen aspecten en activiteiten die niet zijn geregeld in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling. Beste beschikbare technieken In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk — bij voorkeur bij de bron — te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.

Als op een activiteit of op een type productieproces binnen de inrichting waarvoor een vergunning is aangevraagd, geen BBT-conclusies of informatiedocumenten over BBT van toepassing zijn, of als de van toepassing zijnde BBT conclusies of informatiedocumenten niet alle mogelijke milieueffecten van de activiteit of het proces behandelen moet het bevoegd gezag de BBT zelf vast stellen. Hierbij houdt het bevoegd gezag in ieder geval rekening met: ° de toepassing van technieken die weinig afvalstoffen veroorzaken; D de toepassing van stoffen die minder gevaarlijk zijn dan stoffen of mengsels als omschreven in artikel 3 van de EG-verordening(nr. 1272/2008) indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels; ° de ontwikkeling, waar mogelijk, van technieken voor de terugwinning en opnieuw gebruiken van de bij de processen in de inrichting uitgestoten en gebruikte stoffen en van afvalstoffen; ° vergelijkbare processen, apparaten of wijzen van bedrijfsvoering die met succes in de praktijk zijn beproefd; ° de vooruitgang van de techniek en de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis; ° de aard, de effecten en de omvang van de betrokken emissies; D de data waarop de installaties in de inrichting in gebruik zijn of worden genomen; ° de tijd die nodig is om een betere techniek toe te gaan passen; Pagina 13 van 49

°

het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energieefficiëntie; ° de noodzaak om het algemene effect van de emissies op en de risico’s voor het milieu te voorkomen of tot een minimum te beperken; ° de noodzaak ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor het milieu te beperken. De op één van deze criteria vastgestelde BBT moet een milieubeschermingsniveau garanderen dat tenminste gelijkwaardig is aan het niveau in de BBT-conclusies.

De inrichting voldoet - met inachtneming van de aan dit besluit gehechte voorschriften - aan BBT. Voor de overwegingen per milieuthema wordt verwezen naar de onderstaande paragrafen

Afvalstoffen

Preventie Preventie van afval is een van de hoofddoelstellingen van het afvalstoffenbeleid. In deel B2 van het Landelijk Afvalbeheerplan 2017-2029, hierna aangeduid als het LAP, is het beleid uitgewerkt voor afvalpreventie. In Nederland is een separaat afvalpreventieprogramma vastgesteld. De

uitwerking van preventie-activiteiten vindt voornamelijk plaats via het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) en is inmiddels voortgezet in de vorm van het Rijks brede programma Circulaire Economie. Op grond van artikel 5.4 (vaststelling van de beste beschikbare technieken) en artikel 5.7 van het Bor kan bevoegd gezag voorschriften in omgevingsvergunningen opnemen om invulling te geven aan dit aspect.

In alle bedrijfsprocessen kunnen mogelijkheden bestaan om het ontstaan van afvalstoffen en het - directe of indirecte - gebruik van grondstoffen terug te dringen of de bestaande grondstoffen te vervangen door duurzame alternatieven. Zowel het beperken van de hoeveelheid afvalstoffen als het terugdringen van de hoeveelheid grondstoffen levert direct een financiële besparing op.

Uitgangspunt voor alle bedrijven is dat het ontstaan van afval moet worden voorkomen of beperkt. Binnen de inrichting ontstaan de volgende afvalstoffen: °

° °

Papier; Restafval;

Water-sludge.

Gezien het feit dat de hoeveelheid afval die vrijkomt beperkt is concluderen wij dat preventie niet relevant is. Wij hebben daarom in deze vergunning verder geen aandacht besteed aan de preventie van afvalstoffen. Afvalscheiding In deel B3 van het LAP is het beleid uitgewerkt voor afvalscheiding, waarbij paragraaf B.3.5 specifiek ingaat op afvalscheiding door bedrijven. Voor bedrijfsafval is het niet goed mogelijk een limitatieve opsomming te maken van afvalstoffen die door alle bedrijven gescheiden moet worden gehouden. Bedrijven verschillen van aard en omvang veel van elkaar en er bestaat een groot aantal bedrijfsspecifieke afvalstoffen. Uitgangspunt is dat bedrijven verplicht zijn alle afvalstoffen gescheiden te houden en gescheiden af te geven, tenzij dat redelijkerwijs niet van hen kan worden gevergd. Voor een aantal die diffuus of in kleine hoeveelheden ontstaan is in het LAP (paragraaf B.3.5.2) een tabel opgenomen waarin een indicatie wordt gegeven wanneer het redelijk is afvalscheiding te vergen. Daarnaast zijn in bijlage 11 van de Activiteitenregeling verschillende categorieën van gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen vastgelegd welke niet met elkaar, met andere afvalstoffen of met niet afvalstoffen mogen worden gemengd. Deze categorieën moeten dus gescheiden gehouden Pagina 14 van 49

worden. Voor de overwegingen met betrekking tot het gescheiden houden/niet mengen van deze categorieën van afvalstoffen wordt verwezen naar de paragraaf ‘mengen’. Uit de aanvraag blijkt dat binnen de inrichting geen afvalstoffen vrijkomen waarvan in paragraaf B.3.5.2 (tabel 2) van het LAP is aangegeven dat er omstandigheden kunnen zijn dat scheiding daarvan redelijkerwijs van een inrichting kan worden gevergd. Op basis van het gestelde in de aanvraag achten wij het in voorliggende situatie daarom niet redelijk van vergunninghouder afvalscheiding te verlangen.

Afvalwater Toetsingskader Binnen de inrichting is er sprake van lozingen waarvoor afdeling 2.1 over de zorgplichtbepaling en afdeling 2.2 over lozingen van het Activiteitenbesluit rechtsreeks gelden. Het betreft de volgende activiteiten: 5 Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer 5 Bereiden van voedingsmiddelen

Dergelijke lozingen moeten voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling hierover mogen geen voorschriften worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Bodem

Activiteitenbesluit Voor wat betreft het aspect bodembescherming valt het bedrijf gedeeltelijk onder het Activiteitenbesluit. Het betreft de activiteiten die in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. In het kader van deze vergunning gaat het om de volgende activiteiten: . Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer (hieronder valt ook het afleveren van AdBlue) Opslaan in ondergrondse opslagtanks van vloeibare brandstof, afgewerkte olie, bepaalde organische oplosmiddelen of vloeibare bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen of CMR stoffen zijn Deze activiteiten moeten voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling en hierover mogen geen voorschriften worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Nulsituatieonderzoek Het preventieve bodembeschermingsbeleid gaat ervan uit dat (zelfs) een verwaarloosbaar bodemrisico nooit volledig uitsluit dat een verontreiniging of aantasting van de bodem optreedt. Om die reden is altijd een nulsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. Het nulsituatieonderzoek richt zich op de afzonderlijke activiteiten en de daar gebruikte stoffen.

Nulsituatieonderzoek bestaat uit het vastleggen van de nulsituatie bodemkwaliteit voorafgaand aan de start van de betreffende activiteit(en). Na het beëindigen van de betreffende activiteit(en) dient een vergelijkbaar eindonderzoek te worden uitgevoerd. Het nulsituatieonderzoek moet ten minste duidelijkheid verstrekken over: de bodemkwaliteit ter plaatse van de bodembedreigende activiteiten die binnen de inrichting worden uitgevoerd. Hierbij is ook van belang dat op de stoffen wordt geanalyseerd die worden gebruikt; de locatie van bemonsteringspunten rekening houdend met de mobiliteit van de gebruikte stoffen en de lokale grondwaterstroming; de wijze waarop de betreffende stoffen moeten worden gedetecteerd, bemonsterd en geanalyseerd; de bodemkwaliteit ter plaatse van bemonsteringslocaties. Pagina 15 van 49

De in het nulsituatieonderzoek vastgelegde bodemkwaliteit geldt als uitgangspunt bij de beoordeling of ten gevolge van de betreffende activiteiten verontreiniging of aantasting van de bodem heeft plaatsgevonden en of bodemherstel nodig is. Voor het bodemonderzoek noodzakelijke werkzaamheden als vermeld in de Regeling bodemkwaliteit moeten zijn uitgevoerd door een erkende instantie als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Bij de aanvraag is een Verkennend bodemonderzoek Almelo, XL-Businesspark — Brandstofverkooppunt, van Buro Antares bv (kenmerk 402215, 7 juli 2022) gevoegd. Het onderzoek voldoet niet aan de geldende normen en richtlijnen voor een nulsituatieonderzoek in kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het onderzoek geeft wel inzicht in de globale milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie in kader van een omgevingsvergunning, activiteit bouw.

Conform artikel 2.11, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dient uiterlijk 3 maanden na oprichting van de inrichting een rapport met de resultaten van een onderzoek naar de bodemkwaliteit te worden toegestuurd aan het bevoegd gezag. Indien niet tijdig een nulsituatieonderzoek wordt toegestuurd (lees: uitgevoerd) dan zullen bij een eindsituatieonderzoek de achtergrondwaarden voor grond, streefwaarden voor grondwater en de detectiegrens voor niet-genormeerde stoffen aangehouden moeten worden. Eindsituatieonderzoek en herstelplicht bij geconstateerde verontreiniging Na beëindiging van de activiteiten of een deel daarvan moet een eindsituatieonderzoek naar de kwaliteit van de bodem worden verricht. Indien blijkt dat sprake is van een bodembelasting als gevolg van de activiteiten, zal de bodemkwaliteit hersteld moeten worden. De voorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden hiervoor rechtstreeks. Energie Energie relevante inrichting Uit de aanvraag blijkt dat sprake is van een relevant jaarlijks energiegebruik door de inrichting (volgens de aanvraag 1.000.000 kWh/jaar elektriciteit).

In aansluiting op de criteria voor inrichtingen die onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen, worden inrichtingen met een jaarlijks verbruik van minimaal 25.000 m? aan aardgasequivalenten of een jaarlijks elektriciteitsverbruik van minimaal 50.000 kWh elektriciteit als energierelevant bestempeld.

Op basis van artikel 5.7 Besluit omgevingsrecht kan bevoegd gezag voorschriften in de vergunning opnemen met betrekking tot een doelmatig gebruik van energie. Uitgangspunt is dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast, zoals bedoeld in artikel 2.14 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Energierelevante bedrijven die vallen en onder de Tijdelijke regeling implementatie artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie en de bedrijven onder het Activiteiten milieubeheer zijn verplicht vierjaarlijks een energie onderzoek op te stellen. Voor de type C-inrichtingen (niet EEDinrichtingen, en niet MJA-deelnemers) geldt eveneens een vierjaarlijkse onderzoeksverplichting. Hiermee wordt aangesloten bij eenzelfde verplichting die van toepassing is voor de EEDondernemingen, MJA-deelnemers en de type A-/B-inrichtingen die vallen onder het Activiteitenbesluit. Juridisch is dit goed verklaarbaar omdat de overige vergunningplichtige inrichtingen over het algemeen energie-relevant zijn en hier vaak evenveel of meer besparingspotentieel is als bij type A-/B-inrichtingen en EED-ondernemingen. Hiermee ontstaat een gelijk speelveld voor alle type energie-relevante inrichtingen. Pagina 16 van 49

Door deze vierjaarlijkse onderzoeksverplichting wordt BBT voor het onderdeel energie periodiek in kaart gebracht. In aansluiting op de bovenstaande genoemde wettelijke regelingen, schrijven wij bij vergunningplichtige bedrijven, die niet onder de ETS, EED of MJA3 vallen, een vierjaarlijks energie onderzoek voor. In de ministeriële regeling (Mor) omgevingsrecht zijn geen informatie documenten opgenomen voor het onderwerp energiebesparing en vervoer. Om die reden moeten wij, voor dit onderwerp, op grond van artikel 5.4, tweede lid, van het Bor BBT zelf vaststellen. Wij dienen daarbij rekening te houden met de in artikel 5.4, derde lid, van het Bor genoemde aspecten. Met name onderdeel i van genoemd lid is in dit kader van belang: Het verbruik en de aard van de grondstoffen, met inbegrip van water, en de energie-efficiëntie.

Uit onze toetsing blijkt dat wat betreft energiebesparing op dit moment de stand der techniek wordt toegepast. Uiterlijk vanaf 1 juni 2027 moet vierjaarlijks een rapportage van een energie onderzoek worden ingediend met het bijbehorende energie uitvoeringsplan. In het vergunningvoorschrift is omschreven welke elementen de rapportage van het energie onderzoek moet bevatten. Wanneer uit (de actualisatie van) het energie onderzoek blijkt dat er geen rendabele maatregelen zijn te treffen, vervalt de verplichting om een energie uitvoeringsplan op te stellen. Externe veiligheid Algemeen De processen, de aard en hoeveelheid van de gebruikte gevaarlijke stoffen zoals vermeld in de aanvraag kunnen een risico vormen voor de omgeving. Binnen de inrichting vinden de volgende risicovolle activiteiten plaats: Opslaan van benzine en diesel in een ondergrondse reservoir Afleveren van benzine en diesel Opslag van waterstof in gasflessen Afleveren van waterstof aan voertuigen Opslag van LNG in een bovengronds reservoir Afleveren van LNG Productie en bufferen van CNG Afleveren van CNG Opslag van stikstof in een reservoir Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van activiteiten voor de omgeving (mens en milieu). Het gaat hierbij onder meer om de risico's die verbonden zijn aan de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Zoals in het NMP4 (Vierde Nationaal Milieubeleidsplan) is aangegeven, is de basis van het huidige risicobeleid dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer: het plaatsgebonden risico niet hoger is dan is genormeerd; . de kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers kan worden verantwoord (het groepsrisico). 5

Het plaatsgebonden risico (PR) is een maatstaf om te bepalen welke afstand nodig is tussen de risicodragende activiteit en de bebouwde omgeving. Het plaatsgebonden risico is de kans dat zich op een bepaalde plaats over een periode van één jaar een dodelijk ongeval voordoet als direct gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen, indien zich op die plaats 24 uur per dag en onbeschermd een persoon zou bevinden. De gehanteerde norm voor het plaatsgebonden risico in Nederland is in beginsel 10% per jaar (d.w.z. een kans van 1 op de miljoen per jaar). Deze norm is opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi is aangegeven in welke gevallen hiervan (tijdelijk) kan worden afgeweken. Het groepsrisico (GR) voegt daar als maatstaf aan toe de verwachte omvang van een ongeval uitgedrukt in het aantal dodelijke slachtoffers, gegeven de kans op dat ongeval. Het groepsrisico geeft de kans aan dat in een keer een groep personen die zich in de omgeving van de risicosituatie bevindt, overlijdt vanwege een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met de grootheid Pagina 17 van 49

groepsrisico is getracht een maat voor maatschappelijke ontwrichting te creëren. In het Bevi is een niet-normatieve benadering van het groepsrisico neergelegd. Het groepsrisico moet altijd verantwoord worden. Bij de beoordeling van het groepsrisico is de vraag aan de orde welke omvang van een ramp, gegeven de kans daarop, maatschappelijk aanvaardbaar is. Interimbeleid LNG tankstations Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna lenW) is voornemens LNG tankstations onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna Bevi) te brengen. Hiervoor is echter nog verdergaand onderzoek nodig. Vooruitlopend is door lenW als handreiking voor gemeenten voor de ruimtelijke inpassing van LNG-tankstations een Interimbeleid gepubliceerd. Het Interimbeleid loopt vooruit op definitieve besluitvorming. Belangrijk doel van lenW bij de vaststelling van het Interimbeleid is dat het “no-regret” is, dat wil zeggen dat als gevolg van dit beleid men niet later onverhoopt voor saneringssituaties komt te staan. Ter invulling van dit interim beleid is op 28 januari 2015 (Staatscourant, 3125, 2015) de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations ondertekent.

Het interim beleid geldt voor nieuwe situaties, zoals in dit geval, en houdt in hoofdlijnen het volgende in: ° Het interim beleid is van toepassing op LNG tankstations met minder dan 50 ton LNG, anders is het BRZO van toepassing De risico’s van LNG-tankstations worden berekend met de rekenmethodiek LNGtankstations. Voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico worden de waarden en de systematiek uit het Bevi gevolgd. Indien de PR10-6 afstand kleiner is dan 50 meter wordt geadviseerd voor de toetsing van (beperkt) kwetsbare objecten toch 50 meter aan te houden. Wanneer uit de ORA blijkt dat het PR10-6 groter is dan 50 meter, dan zal deze afstand aan gehouden moeten worden. Nieuw ten opzichte van het Bevi is dat de effecten van een ongeval een rol spelen. Geadviseerd wordt om de locatie van het LNG-tankstations dan wel objecten in de omgeving zo te kiezen dat in het gebied tussen de PR 10-6 contour en de effectafstand van het LNG-tankstation geen kwetsbare objecten zijn gelegen of gerealiseerd kunnen worden. Beperkt kwetsbare objecten zijn mogelijk, maar hieraan moet een motivering ten grondslag liggen.

Bij de effectgerichte lijn voor LNG-tankstations richt de aandacht zich op de beperking van het aantal slachtoffers binnen de effectafstand, uitgaande van het meest risicorelevante ongevalsscenario (het ongevalsscenario dat het meest bijdraagt aan het plaatsgebonden risico). Volgens de huidige inzichten is het meest risicorelevante ongevalsscenario bij LNG-tankstations het falen van de slang tijdens het lossen door een tankwagen en vervolgens het ontstaan van een wolkbrand. De effectafstand is afhankelijk van de configuratie van het station en ligt tussen de 50 en 200 meter. Toetsing aan het interim beleid Afstanden tot object Kwetsbaar object Buiten PR10®

Buiten effectafstand Binnen PR10®

Binnen effectafstand Binnen 50 meter

Ja Ja Nee Nee Nee

Beperkt kwetsbaar object Ja Ja

Nee, tenzij gewichtige redenen Ja, mits te motiveren Nee, tenzij gewichtige redenen

Plaatsgebonden risico

Specifieke externe veiligheidsrisico's bij het LNG tankstation Pagina 18 van 49

De belangrijkste risico’s bij de inrichting worden veroorzaakt door de volgende bedrijfsactiviteiten: ° de aanvoer van LNG per tankauto. Dit gebeurt middels het verpompen van de tankauto naar de opslagtank binnen de inrichting; opslag van LNG in een bovengrondse geïsoleerde tank die is voorzien van een hittewerende coating; het afleveren van LNG aan (vracht)auto's. Voor alle activiteiten geldt dat bij het vrijkomen van de inhoud van de diverse insluitsystemen (opslagtank, tankauto's, slangen en leidingen) het risico ontstaat van brand, eventueel gepaard gaand met een explosie. Belangrijke scenario's In het Interimbeleid wordt als meest relevante ongevalsscenario vermeld het falen van de slang tijdens het lossen door een tankwagen, gevolgd door een wolkbrand. Door de opwarming van een LNG tank(wagen) kan een BLEVE ontstaan. In het Interimbeleid wordt ervan uit gegaan dat er voldoende tijd is om bij een dreigende BLEVE tijdig te ontruimen. Door de dubbelwandige uitvoering van de LNG tankwagen en de LNG-installaties bezwijken deze niet bij een warmtestraling kleiner dan 35 kW/m:2. Beoordeling ORA Bij de aanvraag is een ORA gevoegd van Aviv, Risicoanalyse LPG/H2-tankstation Almelo, project 204370, d.d. 27-09-2022. Voor het opstellen van de ORA en modellering zijn de juiste rekenmethodieken gebruikt. De scenario’s en faalfrequenties zijn in lijn met de methodiek.

De ORA en modellering zijn voldoende.

De voorgenomen activiteit is op basis van de berekende plaatsgebonden risicocontour in strijd met de vigerende regels in het vigerende bestemmingsplan (XL Businesspark Twente tranche 3, onherroepelijk vastgesteld d.d. 31-01-2017).

Omdat de risicocontouren voornamelijk worden bepaalt door de verlading, is het belangrijk om dit vast teleggen. Een wijziging in de verlading kan direct gevolgen hebben voor de risicocontouren. In de ORA wordt geschreven dat de aangevraagde doorzet van LNG 4500 ton/jaar is. Verder wordt er alleen een schematische weergave gegeven van de verschillende onderdelen van de installatie. Voor de overige gegevens wordt verwezen naar de aanvraag voor de omgevingsvergunning en de bij de aanvraag gevoegde situatietekening. Uit de ORA blijkt dat de volgende scenario's bepalend zijn voor het plaatsgebonden risico: breuk van de slang en de pomp van de tankauto; breuk van de pomp van de tankauto; instantaan falen van de opslagtank.

° ° °

Omdat deze scenario's zo bepalend zijn voor het risico zijn de uitgangspunten die in de ORA zijn gebruikt in de voorschriften bij dit besluit vastgelegd. Groepsrisico Uit het vigerende bestemmingsplan (XL Businesspark Twente tranche 3, onherroepelijk vastgesteld d.d. 31-01-2017) blijkt dat risicovolle inrichtingen, zijnde inrichtingen waarvan de plaatsgebonden risicocontour PR10-6 buiten de perceelsgrenzen is gelegen, niet zijn toegestaan. Deze regel geldt niet voor zover de overschrijding betrekking heeft op de bestemmingen ‘Groen’, ‘Water’ en ‘Verkeer’. Hoewel de gronden binnen de plaatsgebonden risico in onderhavige situatie worden gebruikt voor groen en verkeer, hebben ze wel de bestemming ‘Bedrijventerrein’. Daarnaast dient er bij afwijken van het bestemmingsplan een positieve verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden.

Pagina 19 van 49

Het groepsrisico (GR) kent geen vaste norm waaraan dient te worden voldaan, maar een oriënterende waarde welke dient te worden getoetst. Bij het vaststellen van bestemmingsplannen (en wijzigen/afwijken) dient elke (mogelijke) verandering van het groepsrisico verantwoord te worden (de verantwoordingsplicht groepsrisico). Deze verantwoordingsplicht geldt ook als het groepsrisico wijzigt maar wel onder de oriënterende waarde blijft. De Veiligheidsregio Twente heeft in het kader van de groepsrisicoverantwoording op 27 februari 2023 advies uitgebracht (kenmerk Z2023-000181/D2023-005596). Dit advies is beschouwd en meegenomen in deze verantwoording van het groepsrisico.

Het landelijk beleid op het gebied van de externe veiligheid laat beleidsruimte open die ingevuld kan worden door gemeenten. De gemeente Almelo heeft invulling gegeven aan deze ruimte. De gemeente heeft haar beleid met betrekking tot externe veiligheid weergegeven in het beleidsdocument: 'Extern veiligheidsbeleid gemeente Almelo 2015-2018 (verlengt tot inwerkingtreding omgevingswet). Deze beleidsnota Externe Veiligheid geeft daarbij de kaders aan waarbinnen de gemeentelijke afweging op het gebied van externe veiligheid dient plaats te vinden. Dit beleidsdocument vormt het gemeentelijk kader voor het invullen voor de verantwoordingsplicht. Het plan is daarom ook getoetst aan het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Almelo Als gekeken wordt naar de wet- en regelgeving en het huidige externe veiligheidsbeleid van de gemeente Almelo is de conclusie dat de realisatie van het plan voldoet, mits de volgende maatregelen worden geborgd: . Leg de doorzet vast in de vergunning; 5 Realiseer twee windzakken om de windrichting te kunnen bepalen bij een incident; 5 Realiseer een extra bluswatervoorziening bij de oprit ter hoogte van de carpoolplaats 5 Laat het brandstofverkooppunt deelnemen aan de speciale appgroep op het XL park.

Deelname aan de appgroep draagt positief bij aan risicocommunicatie; Ga met de veiligheidsregio in gesprek voor een alternatieve oplossing voor de hoogtebeperking van 2,7 meter. Deze maatregelen zijn voor zover mogelijk verwerkt in de voorschriften bij deze vergunning. Opslaan en gebruiken van gevaarlijke stoffen (PGS-richtlijnen) Ten behoeve van de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen zijn richtlijnen opgesteld in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. Deze PGS richtlijnen zijn vermeld als Nederlandse informatiedocumenten over BBT in de bijlage van de Mor. Voor de beoordeling van de aanvraag van de inrichting zijn de volgende PGS richtlijnen relevant: PGS 9: Cryogene gassen PGS 25: Aardgasafleverinstallaties voor motorvoertuigen PGS 28: Vloeibare brandstoffen: ondergrondse tankinstallaties en afleverinstallaties PGS 33-1: Aardgas afleverinstallaties van LNG voor motorvoertuigen PGS 35: Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen

Opslag van stikfstof in een reservoir De opslag van stifstof in een reservoir moet voldoen aan de PGS 9. In deze vergunning zijn voorschriften opgenomen waarin wordt verwezen naar deze richtlijn.

Aardgasafleverinstallaties voor motorvoertuigen De aardgasafleverinstallatie voor motorvoertuigen valt onder de werkingssfeer van Hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. In de Activiteitenregeling zijn voorschriften opgenomen die overgenomen zijn uit de PGS 25. Deze voorschriften zijn direct werkend en hebben wij zodoende niet aan de vergunning verbonden. Opslag en gebruik van LNG Pagina 20 van 49

Voor de opslag en aflevering van LNG zijn in het Activiteitenbesluit en —regeling geen voorschriften opgenomen die hierop van toepassing zijn. Er zullen daarom in deze vergunning voorschriften worden opgenomen. Deze voorschriften zijn gebaseerd op de Richtlijn PGS 33-1. In de PGS 33-1 staan eisen ten aanzien van de constructie en uitvoering van de LNG installatie, eisen voor de installatie in werking en eisen ten aanzien van onderhoud, inspectie en keuring.

Vloeibare brandstoffen: ondergrondse tankinstallaties en afleverinstallaties De ondergrondse tankinstallaties die binnen de inrichting in gebruik zijn, vallen onder de werkingssfeer van Hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. In de Activiteitenregeling zijn voorschriften opgenomen die overgenomen zijn uit de PGS 28. Deze voorschriften zijn direct werkend en hebben wij zodoende niet aan de vergunning verbonden. Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen Voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen zijn in het Activiteitenbesluit en —regeling geen voorschriften opgenomen die hierop van toepassing zijn. Er zullen daarom in deze vergunning voorschriften worden opgenomen. Deze voorschriften zijn gebaseerd op de Richtlijn PGS 35.

Geluid Algemeen De bedrijfsactiviteiten hebben tot gevolg dat geluid wordt geproduceerd. Deze geluidsemissie wordt vooral veroorzaakt door de voertuigbewegingen, bevoorrading tankstation, de motoren van de brandstofpompen en tankactiviteiten. De veroorzaakte geluidsbelasting in de omgeving en de perioden waarin deze optreedt, is in kaart gebracht in het (brief)rapport behorend bij de vergunningsaanvraag(akoestisch onderzoek) EC tankstation Twente XL Park te Almelo door Munsterhuis geluidsadvies d.d. 3 november 2022.

Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie (de geluidsemissie die de inrichting onder normale omstandigheden veroorzaakt). Beoordeeld worden het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en het maximale geluidsniveau als gevolg van het in werking zijn van de inrichting. Vanwege de ligging van het tankstation op een gezoneerd industrieterrein en het daarbij behorende zonebeheer wordt het geluid vanwege het tankstation beoordeeld over de gebruikelijke drie etmaalperioden en wordt voor wat betreft geluid geen aansluiting gezocht met het beoordelingskader Activiteitenbesluit voor tankstations. Indirecte hinder wordt niet beoordeeld op een gezoneerd terrein. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar,T) In het kader van de beoordeling of de inrichting niet op ontoelaatbare wijze geluidshinder teweegbrengt is het akoestisch onderzoek getoetst aan het vastgestelde zonemodel van het Twente XL Park. De inrichting ligt in de gemeente Almelo. In de aanvraag zijn activiteiten angevraagd voor het bemand verstrekken van brandstoffen, AdBlue, LNG, CNG en waterstof gedurende het gehele etmaal.

De geluidsbelasting vanwege de aangevraagde activiteiten is zowel beoordeeld op 50 meter van de inrichtingsgrens als op de vastgestelde geluidszone rond het terrein. In de nabijheid van het tankstation zijn geen geluidgevoelige objecten gelegen. De berekende langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus voor de representatieve bedrijfssituatie bedragen respectievelijk ten hoogste 50, 48 en 37 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode beoordeeld op een hoogte van 5 meter en op 50 meter van de inrichting. Op grond van de beschikbare geluidruimte op de zone kunnen deze waarden worden gegund. Maximaal geluidsniveau (Lmax) De maximale geluidsbelastingen zijn eveneens beoordeeld op de toetspunten 50 meter van de inrichtingsgrens. De maximale geluidsbelasting bedraagt 50 meter zuidoostelijk van de inrichtingsgrens en gemeten op een voorgeschreven hoogte van 5 meter 64 dB(A) in alle etmaalperioden. Maatgevend zijn hier de vrachtwagens die het tankstation bezoeken. Pagina 21 van 49

Conclusie De ontwikkeling is getoetst aan het geluidzonemodel van het Twente XL Park. Uit de toets is gebleken dat de ontwikkeling past in de geluidruimte die voor deze ontwikkeling is gereserveerd. Wij hebben aan de vergunning voorschriften verbonden, waarin grenswaarden zijn opgenomen overeenkomstig de uitkomsten van het onderzoek en berekend op 50 meter van de inrichtingsgrens. Vanwege de ligging van het bemande tankstation op een gezoneerd industrieterrein is bij de etmaalindeling geen reklening gehouden met de gebruikelijke tweedeling van het etmaal voor tankstations.

Lucht Toetsingskader Het algemeen luchtbeleid is gericht op het voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken van emissies naar de lucht door het toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT) en het voldoen aan de luchtkwaliteitseisen van bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Luchtemissies voor inrichtingen worden in beginsel gereguleerd door de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Deze eisen zijn rechtstreeks geldend en daarom niet in deze vergunning opgenomen. Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Wet milieubeheer en de bijbehorende bijlage 2 bij de Wet milieubeheer zijn grens- en richtwaarden gesteld aan de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht op leefniveau, die wij als toetsingscriteria moeten hanteren. De inrichting emitteert een aantal stoffen waarvoor deze grenswaarden gelden, te weten stikstofdioxide en zwevende deeltjes (PM2,5 en PM10). De inrichting heeft voor deze stoffen een immissietoets uitgevoerd. Het luchtkwaliteitsonderzoek bestaat uit een NIBM-tool berekening (worst-case) en toetsen van de rekenresultaten aan de grenswaarde (stikstofdioxide/fijnstof 1,2 ug/m3) voor ‘Niet In Betekende Mate’ (NIBM). De onderbouwing en uitgangspunten voor het plan hebben wij beoordeeld en hebben deze als voldoende aangemerkt. Het plan zorgt voor een toename van stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. De toename is berekend met de NIBM-tool. Voor de verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van 350 verkeersbewegingen (aandeel zwaar verkeer 26%). Volgens de onderbouwing van het verkeer {m.e.r.-beoordeling par. 4.7) bestaat het zwaar verkeer uit 75 verkeersbewegingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=0cfd792c-7caa-464f-90cf-64a6728a438c