CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren - bijlage omgevingsplan

Hamerraad 2 december 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren14.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Vreugdevuren NL.IMRO.0141.TAM00003

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

TAM- omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

1

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding Paasvuren zijn een eeuwenoude traditie die vooral in het noorden en oosten van Nederland en delen van Duitsland ontstoken worden. Het paasvuur werd oorspronkelijk ontstoken om de winter te verdrijven en vruchtbaarheid te brengen voor het nieuwe seizoen. Later werd het door het christendom overgenomen als symbool van het licht van Pasen. Tijdens Pasen worden op 1e of 2e paasdag stapels snoeihout aangestoken als een soort vreugdevuur. Het bouwen van een paasbult is voor de gemeenschap een gezamenlijke activiteit waarbij jong en oud betrokken zijn. Het bevordert samenwerking, sociale cohesie en onderlinge verbondenheid. Het paasvuur is daarmee een belangrijk onderdeel van de lokale identiteit. Het draagt bij aan het behoud van immaterieel erfgoed en versterkt het gevoel van continuïteit met het verleden. De paasvuren konden in het verleden soms tientallen meters hoog zijn. Tegenwoordig zijn de vuren aanzienlijk kleiner geworden vanwege milieuoverwegingen maar het bouwen van de paasbult en het ontsteken van het vuur blijven een belangrijke culturele gebeurtenis. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn tientallen wetten en Algemene maatregelen van bestuur samengevoegd tot één wet en vier Algemene maatregelen van bestuur. Door het samenbrengen van diverse regelingen in de Omgevingswet hebben inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden.

Een van de onderwerpen betreft het verbanden van afvalstoffen in de buitenlucht. Dit heeft effect op de traditionele paasvuren zoals wij deze kennen. In tabel 1 "Verbranden snoeiafval voor en na 2024" zijn de wijzigingen weergeven. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet kon een gemeente op basis van een ontheffing van het stookverbod op grond van de Wet milieubeheer paasvuren mogelijk maken. Deze ontheffing kan echter onder de Omgevingswet niet meer gebruikt worden ten behoeve van paasvuren waarvoor snoeiafval is afgegeven en ingezameld. De Omgevingswet beschouwt dit snoeiafval als bedrijfsafvalstof. Hiervoor moet een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (hierna: mba) worden aangevraagd. Daarnaast zijn er paasvuren op eigen terrein met snoeiafval afkomstig van eigen terrein. Dit zijn veelal kleinere, private paasvuren. Als toestemming voor deze paasvuren geldt nog steeds een stookontheffing op basis van de Wet milieubeheer. Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet getoetst worden aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, afdeling 8.5.1). Uitgangspunt daarbij is dat afvalstoffen doelmatig worden beheerd en zoveel mogelijk worden gescheiden en hergebruikt. Het verbranden van afvalstoffen wordt in alle gevallen gezien als niet doelmatig en is daarmee vanuit afvalbeheer en de milieubelastende activiteit niet te vergunnen.

Ook kan niet worden voldaan aan de eisen die het Bkl stelt voor luchtkwaliteit. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet verleend kan worden. Uit de toelichting bij de rijksregels en het Landelijke afvalbeheerplan (LAP of LAP3) volgt dat een gemeente in uitzonderlijke gevallen alsnog medewerking kan verlenen aan het verbranden van snoeiafval. Als voorbeeld worden paasvuren genoemd. Dat doet zij door beoordelingsregels te stellen in het omgevingsplan. Om die reden is voorliggende tam-imroplan opgesteld, zodat het verbranden van afgegeven en ingezameld snoeifafval als openbaar publiek toegankelijk paasvuur met een omvang tot maximaal 900m3 bij de bron te reguleren valt.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

2

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Wettelijk kader voor 1 januari 2024

Wettelijk kader na 1 januari 2024

Het verbranden van afvalstoffen is een Het verbranden van bedrijfsafvalstoffen is een vergunningplichtige activiteit op basis van de Wet vergunningplichtige activiteit (artikel 3.40e Besluit milieubeheer (artikel 10.63 lid 1 Wm). activiteiten leefomgeving). Onder bedrijfsafvalstoffen worden ook afgegeven of ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen verstaan. Snoeiafval dat wordt afgestaan of ingezameld voor een vreugdevuur wordt gezien als een bedrijfsafvalstof. Daarmee is sprake van een vergunningplicht. Het college is bevoegd ontheffing te verlenen. Een ontheffing is niet meer in de wet opgenomen. Voor het verlenen van de ontheffing maakt het college gebruik van lokaal beleid.

Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet getoetst worden aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, afdeling 8.5.1). Uitgangspunt daarbij is dat afvalstoffen doelmatig worden beheerd en zoveel mogelijk worden gescheiden en hergebruikt. Het verbranden van afvalstoffen wordt in alle gevallen gezien als niet doelmatig en is daarmee vanuit afvalbeheer en de milieubelastende activiteit niet te vergunnen. Ook kan niet worden voldaan aan de eisen die het Bkl stelt voor luchtkwaliteit. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet verleend kan worden. Uit de toelichting bij de rijksregels en het Landelijke afvalbeheerplan (LAP of LAP3) volgt dat een gemeente in uitzonderlijke gevallen alsnog medewerking kan verlenen aan het verbranden van snoeiafval. Dat doet zij door beoordelingsregels te stellen in het omgevingsplan. Als voorbeeld worden paas- en vreugdevuren genoemd. Voor wat betreft luchtkwaliteit is in elk geval artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Dit artikel bevat omgevingswaarden voor milieubelastende activiteiten met emissie naar de lucht. Niet alle in dat artikel opgenomen omgevingswaarden zijn van toepassing bij het verbranden van snoeiafval.

Tabel 1: Verbranden snoeiafval voor en na 2024.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

3

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

1.1 Ligging plangebied Het voorliggende tam- imro omgevingsplan vreugdevuren is van toepassing op het aangegeven gebied, afbeelding 1.1 plangebied.

Afbeelding 1.1 plangebied.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

4

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 2 Regeling

2.1 Voorliggende regeling Binnen Almelo worden al jaren private en openbare paasvuren ontstoken.Verder kent de gemeente Almelo geen andere vreugdevuren, om die reden wordt in dit plan uitsluitend gesproken over een paasvuur of paasvuren en niet over een vreugdevuur. Dit omgevingsplan is uitsluitend opgesteld ten behoeve van het verbranden van afgegeven en ingezameld snoeifafval ten behoeve van een openbaar paasvuur. De regeling is niet van toepassing op paasvuren op eigen terrein met snoeiafval afkomstig van eigen tuin/ terrein. Dit zijn veelal de kleinere, private paasvuren. Als toestemming voor deze paasvuren geldt nog steeds een stookontheffing op basis van het stookbeleid en de Wet milieubeheer.Het is niet toegestaan om andere afvalstoffen te verbranden dan onbehandeld snoei- en takkenhout. Pallets of andere vormen van (voor) bewerkt hout zijn geen snoeiafval. Naast het begripsmatig vastleggen van wat een paasvuur is, worden in voorliggend plan regels vastgelegd over het per kalenderjaar maximum aantal openbare paasvuren, gebouwd met afgegeven en ingezameld snoeiafval. Het totaal aantal openbaar voor publiek toegankelijke paasvuren, zijnde een evenement of vreugdevuren is gereguleerd tot maximaal 2 stuks per kalenderjaar. Daarmee wordt voorkomen dat onbegrensde hoeveelheden snoeiafval ondoelmatig aangewend worden en heeft geen significantie effecten op de luchtkwaliteit.

Een aantal zeer droge (voor)jaren, nationale problemen rondom stikstof en aandacht voor beschermde dieren hebben geleid tot aanpassingen aan de paasvuren. De traditie van het paasvuur is daarmee met zijn tijd mee gegroeid en is doorontwikkeld tot het fenomeen zoals we dat nu kennen. Sinds is 2015 een regionale werkwijze rondom de advisering van paasvuren afgesproken. Deze werkwijze is een belangrijke bron voor lokale beoordelingsregels zoals opgenomen in dit plan. Om die reden worden regels gesteld over de weersomstandigheden bij ontsteken van het vuur en de luchtkwaliteit op dag van ontsteken. Naast de bronmaatregelen stelt het plan regels over overdracht in de vorm van afstanden. Door voldoende afstand te houden van brandgevoelige objecten wordt de veiligheid voldoende gewaarborgd. Met deze lokale regels wordt tot uitdrukking gebracht dat het verbranden van snoeiafval met Pasen een bijzondere omstandigheid is. Het plan voorziet alleen in mogelijkheid van het verbranden van ingezameld en afgegeven snoeifval met Pasen vanwege het het culturele en het lokale maatschappelijke belang. Het immateriele erfgoed en de gemeenschapszin weegt zwaar ten opzichte van de regels bij de milieubelastende activiteit.

Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit TAM-plan alleen toeziet op het ruimtelijk gebruik hierbij maakt het onderdeel milieuhygiene wel onderdeel van de beoordeling in het kader van de eftal maar dit leidt niet automatisch tot een omgevingsvergunning. Dit omdat paragraaf 3.2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangeeft dat een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit nodig is voor het verbranden van afvalstoffen buiten een installatie, waaronder een paasvuur valt. Van de regels in artikel 3.40e van het Besluit activiteiten leefomgeving mag worden afgeweken omdat de wet flexibiliteit biedt om maatwerk te leveren voor specifieke situaties. Dit kan nodig zijn wanneer de standaardregels niet goed aansluiten bij de omstandigheden van een bepaalde activiteit of locatie. De mogelijkheid om af te wijken is bedoeld om pragmatische oplossingen te vinden die zowel de belangen van de initiatiefnemer als de bescherming van de leefomgeving in acht nemen. Het bevoegde gezag, zoals de gemeente of provincie, kan op basis van een gedegen motivering en onder bepaalde voorwaarden toestemming geven voor een afwijking. Eventuele toestemmingsplan op basis van andere lokale regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening of andere regelgeving vallen buiten de reikwijdte van dit plan.

Het ontsteken kan alleen doorgaan als voor alle benodigde toestemmingen en mba- vergunningen zijn verkregen.De mba

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

5

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

vergunning / toestemming mag je voor meerdere jaren gebruiken. Het is niet noodzakelijk deze mbavergunning opnieuw aan te vragen als het paasvuur op dezelfde plek en met dezelfde omvang wordt gehouden. Als een openbaar paasvuur ieder jaar op een andere locatie wordt gehouden moet de mba-vergunningen wel opnieuw worden aangevraagd.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

6

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 3 Onderzoek 3.1 Wettelijk toetsingskaders Onder de Omgevingswet zijn de regels voor afgegeven en ingezamelde afvalstoffen opgenomen in Besluit activiteit leefomgeving (Bal). Op grond van het Bal wordt dit afgegeven en ingezamelde snoeihout beschouwd als afvalstof. Hiervoor geldt een omgevingsvergunningplicht mba. Het verlenen van vergunningen voor het verbranden van afvalstoffen is een basistaak die wordt uitgevoerd door Omgevingsdienst Twente (ODT). In het landelijke Besluit kwaliteit leefomgeving staan beoordelingsregels waar de vergunningaanvraag mba aan moet worden getoetst. Belangrijke onderdelen zijn het nationaal geldende afvalbeheerplan (LAP3) en de luchtkwaliteit. In het LAP3 staat dat het verbranden van afvalstoffen in de open lucht in principe ongewenst is. Achterliggende gedachte is dat afvalstoffen hoogwaardiger kunnen worden verwerkt. Daarbij komt dat verbranding negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. Gemeenten worden in het LAP3 opgeroepen om terughoudend te zijn met het verlenen van vergunningen voor mba’s en dit te beperken tot uitzonderingssituaties. De gemeente heeft voor dit aspect beoordelingsruimte om de vergunning al dan niet te verlenen: het bestuursorgaan kan andere belangen (zoals cultureel erfgoed; sociaal-culturele aspecten) doorslag laten geven, mits dit deugdelijk wordt gemotiveerd.

Paasvuren worden expliciet als voorbeeld aangehaald. Het is gewenst dat gemeenten in hun omgevingsplannen beleid (lees: algemeen verbindende voorschriften) vaststellen over het verbranden van afvalstoffen in de open lucht. Voor luchtkwaliteit gelden (rijks)omgevingswaarden (lees: de ten hoogst toelaatbare concentraties in de buitenlucht) voor bepaalde stoffen. Een omgevingsvergunning mba kan alleen worden verleend als de geldende omgevingswaarden in acht worden genomen. Een activiteit kan alleen worden toegestaan op locaties waar aan de norm wordt voldaan, zolang de activiteit niet leidt tot overschrijding van omgevingswaarden.

3.2 Afvalbeheer Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet getoetst worden aan de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl, afdeling 8.5.1). Uitgangspunt daarbij is dat afvalstoffen doelmatig worden beheerd en zoveel mogelijk worden gescheiden en hergebruikt. Het verbranden van afvalstoffen wordt in alle gevallen gezien als niet doelmatig en is daarmee vanuit afvalbeheer en de milieubelastende activiteit niet te vergunnen. Ook kan niet worden voldaan aan de eisen die het Bkl stelt voor luchtkwaliteit. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet zomaar verleend kan worden. Uit de toelichting bij de rijksregels en het Landelijke afvalbeheerplan (LAP of LAP3) volgt dat een gemeente in uitzonderlijke gevallen alsnog medewerking kan verlenen aan het verbranden van snoeiafval. Als voorbeeld worden paas- en vreugdevuren genoemd. Dat kan door beoordelingsregels te stellen in het omgevingsplan.

3.3 Luchtkwaliteit De stoffen in de lucht die schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid zijn onder andere fijnstof en stikstofoxiden. Fijnstof PM2,5, en PM10 en NO2 zijn categorieën van luchtverontreinigende deeltjes die in de lucht zweven. De aanduidingen " PM2,5" en " PM10" verwijzen naar de grootte van de deeltjes, waarbij PM staat voor Particulate Matter (deeltjes). PM2,5 zijn deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer of kleiner, terwijl PM10 deeltjes zijn met een diameter van 10 micrometer of kleiner. Stikstofdioxide is een ander type luchtverontreiniging dat ontstaat door verbrandingsprocessen in voertuigen, industrieën en verwarmingsinstallaties. In de Omgevingswet is de belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit vastgelegd. Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de luchtkwaliteitsregelgeving gaat het met name over fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2). De concentratie stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) zijn maatgevend voor de

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

7

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

beoordeling van de luchtkwaliteit. De Omgevingswet bevat de rijksomgevingswaarden voor deze stoffen, deze zijn gebaseerd op de EU-richtlijn luchtkwaliteit 2008/50/EG. De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 advieswaarden gepubliceerd die gezondheidskundige Grenzen aangeven voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Op 22 september 2021 zijn door de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd, deze zijn aanzienlijk verlaagd ten opzichte van de eerdere richtlijnen uit 2005. De herziene advieswaarden zijn gebaseerd op recent wetenschappelijk bewijs dat sterke verbanden heeft aangetoond tussen luchtverontreiniging en gezondheidseffecten. De World Health Organization (WHO) heeft ook advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. Deze liggen lager dan de wettelijke normen in Nederland en zijn daarmee strenger. De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit voor 2030. Het naleven van deze advieswaarden is belangrijk om de negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te verminderen en de algehele kwaliteit van de lucht te verbeteren. In vergelijking met de rest van Nederland is de luchtkwaliteit in Almelo en omgeving vrij goed, en op sommige aspecten worden zelfs bijna de zeer strikte WHO-normen gehaald.

(bron mer beoordeling gebiedvisie Bornerbroek/ atlas van de leefomgeving) In februari 2025 heeft de gemeente Almleo het Schone Lucht akoord ondertekend, Dit n.a.v de uitkomsten van het rapport ‘Luchtkwaliteit en Gezondheid in Overijssel over de luchtkwaliteit in 2019 van de GGD IJsselland en GGD Twente van oktober 2022. De GGD riep daarin op om gezondheid mee te laten wegen in ruimtelijke plannen en beleid en benoemt de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het streefdoel van het SLA 2030 is de World Health Organization (WHO) norm (advieswaarden voor luchtkwaliteit) uit 2005. In de gemeente Almelo liggen de waarden al onder de WHO norm uit 2005, en daarmee wordt dus al voldaan aan het doel van het SLA 2030. Neemt niet weg dat geen rekening moet worden gehouden met het gezondheids aspect van de paasvuren, om die reden is in de regels op genomen dat op de dag van ontbranding geen bijzondere lokale omstandigheden zijn die de bestaande luchtkwaliteit al significant beïnvloeden zoals dichte mist of ernstige smog.

3.4 Onderzoek luchtkwaliteit Onder de Omgevingswet vallen vreugde- en paasvuren onder de milieubelastende activiteit het verbranden van afvalstoffen. Dit volgt uit paragraaf 3.2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Uit deze paragraaf volgt ook dat een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit nodig is. Bij het verrichten van deze activiteit moet worden voldaan aan de regels met betrekking tot Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). De regels uit het Bal met betrekking tot emissies naar de lucht (emissiegrenswaarden) zijn niet van toepassing omdat hier sprake is van diffuse emissie. Daarnaast moet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden getoetst aan de omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de verbranding van hout zitten in de emissies naar de lucht zeer veel verschillende stoffen. In dit onderzoek zijn alleen de volgende stoffen getoetst: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10, PM2,5), benzeen (C6H6), formaldehyde (CH O) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor PAK is uitgegaan van benzo(a)pyreen (BaP) (C20H12). Ten behoeve van het ontsteken van paasvuren/ vreugdevuren in Twente heeft een beoordeling luchtkwaliteit plaatsgevonden. Dit onderzoek is uitgevoerd door Antea in opdracht van de Twentse gemeenten en de gemeente Deventer ( bijlage 1).

Buiten de stoffen die standaard in luchtkwaliteitsonderzoeken beoordeeld worden (NO2, PM10 en PM2,5) heeft het onderzoek geprobeerd inzicht te geven in de verspreiding van meer schadelijke stoffen die vrijkomen bij houtstook, zoals benzeen, benzo(a)pyreen (als indicator voor PAK’s) en formaldehyde. In het onderzoek is de uitstoot van de bovenstaande zes stoffen onderzocht voor het verbranden van grote hoeveelheden hout in de context van een paasvuur. De impact van de paasvuur verbranding is geëvalueerd op het niveau van een enkel vuur, op het niveau van alle vuren in een enkele gemeente simultaan, en op het niveau van alle vuren in alle deelnemende gemeentes simultaan. Zie de onderstaande figuur voor het beschouwde gebied.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

8

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Figuur 1-1: Kaart van gemeentes waarin Paas- en vreugdevuren beschouwd zijn.

De conclusie van het onderzoek is dat paasvuren een cumulatief effect hebben, waarbij vuren die benedenwinds staan van andere vuren te maken hebben met verhoogde concentraties van luchtverontreinigende stoffen, tot op het punt dat de jaargemiddelde immissiegrenswaarde voor PAK’s in het beschouwde moment overschreden wordt in het westen van het beschouwde gebied. De daadwerkelijke concentraties van luchtverontreinigende stoffen ter plekke zal dus sterk afhankelijk zijn van de windrichting. Daarnaast is de onderzochte set aan paasvuren niet compleet: vuren in Drenthe, Gelderland en Duitsland kunnen een meetbaar effect hebben in Overijssel mits de wind uit de daarvoor juiste richting komt. Concentraties luchtverontreinigende stoffen kunnen in de praktijk dus hoger uitvallen, afhankelijk van de windrichting en de hoeveelheid paasvuren die bovenwinds te vinden zijn. De paasvuren afzonderlijk kunnen aan alle gestelde waarden kunnen voldoen, zelf aan de waarden die gesteld worden voor het jaar 2030. Op het moment dat in de gehele regio alle vuren worden aangestoken is er sprake van een overschrijding de immissiegrenswaarde voor PAK’s. Daarnaast worden sterk verhoogde benzeen- en fijnstofconcentraties benedenwinds verwacht, alhoewel deze geen gestelde normen zullen overschrijden.

Deze overschrijding betreft echter slechts een enkele dag, terwijl de waarden waaraan getoetst zijn jaargemiddelde concentraties betreffen. De verhoogde concentraties zijn in die context dus niet gewenst, maar zouden pas een overschrijding vormen als een heel jaar concentraties op dit niveau gemeten zouden worden. Wat luchtkwaliteit betreft zou een parallel getrokken kunnen worden met Oud & Nieuw, gezien dit ook een enkele dag in het jaar betreft waarin verhoogde concentraties luchtverontreinigende stoffen wijdverspreid present zullen zijn.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

9

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Figuur 1-2: NO2-concentratie

Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat de luchtkwaliteit geen significante belemmering vormt voor de eventuele vergunningverlening. Alleen in het geval van PAK’s wordt de jaargemiddelde immissiegrenswaarde overschreden binnen de beschouwde tijd (8 uur op 20 april). Deze concentratie zou echter het gehele jaar aan moeten houden om een probleem te vormen wat luchtkwaliteit betreft, wat niet het geval is. Daarmee kan gesteld worden dat het planvoornemen om maximaal twee openbare paasvuren binnen Almelo toe te staan naar verwachting niet leidt tot een permanente toename van luchtverontreiniging.

3.5 Stikstof wet natuurbescherming Bij de organisatie van een evenement moet onderzocht worden of dat evenement voldoet aan de regels voor natuurbescherming die onderdeel maken van de Omgevingswet. De Omgevingswet reguleert o.a de flora- en fauna-activiteiten, zoals het beschermen van soorten en het reguleren van handel, exoten, populatiebeheer, jacht en schadebestrijding en activiteiten die betrekking hebben op Natura 2000-gebieden (gebiedsbescherming). De omgevingswet verbiedt om beschermde plant- en diersoorten opzettelijk te verstoren, te beschadigen en de voortplantings- en rustplaatsen te vernielen. Een ontheffing soortenbescherming voor dit verbod is niet mogelijk. Een evenement moet aantoonbaar voldoen aan de ‘zorgplichtvereisten’ uit de wet. Dat betekent dat maatregelen getroffen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Gebiedsbescherming richt zich op de bescherming van leefgebieden en aangewezen soorten binnen Natura 2000-gebieden. Naast verstoring van soorten of betreding van kwetsbare vegetaties kan het hier ook om indirecte effecten gaan door bijvoorbeeld de neerslag van stikstof. Bij soortenbescherming gaat het om overtredingen van in de wet opgenomen verbodsbepalingen voor beschermde soorten.

Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het plukken van beschermde planten, het verstoren van broedende vogels, het verwijderen van nesten van vogels en het verstoren of vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen. In het algemeen is in de Omgevingswet het voorzorgsbeginsel opgenomen om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Voor het opbouwen van de paasvuren telt dan ook dat dit zo kort mogelijk voor het onsteken moet plaatsvinden zodat geen dieren in de bult gaan nestelen of zich in gaan verstoppen en zo min mogelijk verstoring plaatsvindt. Als een evenement wordt georganiseerd, moet tevens worden nagaan of het evenement (in de omgevingswet wordt dit het project genoemd) stikstofneerslag zal veroorzaken of dat andere effecten optreden, zoals verstoring door aanwezigheid van mensen, licht en geluid op in het gebied aanwezige beschermde soorten. Door Provincie Overijssel is een tool beschikbaar gesteld voor organisatioren van paasvuren ter beoordeling van de stikstofdepostie op een Natura 2000-gebied. Een organisator van een paasvuur kan op twee manieren aantonen aan tonen dat een paasvuur geen effect heeft op een Natura 2000-gebied.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

10

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Tabel paasvuren verkregen 2025 (voor meeste actuele tabel kunt u contact opnemen met het Overijssel loket)

De eenvoudigste manier is om te toetsen met behulp van de tabel die opvraagbaar is via het Overijssel loket. Met het volume snoeihout (in m3) en de afstand van de locatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn twee opties mogelijk. De tabel laat zien dat het paasvuur geen effect heeft (groen). Het paasvuur kan doorgaan op de locatie en in de omvang die getoetst is. Er is dan geen AERIUS-berekening nodig. Een positieve tabeltoetsing geeft aan dat paasvuur zeker door kan gaan. Een effect is dan op basis van tabeltoetsing uitgesloten. Bij een negatief resultaat van tabeltoetsing (rood) is er wel een AERIUS-berekening nodig. Op basis van de tabel kan een effect namelijk niet worden uitgesloten. Of er daadwerkelijk een effect is of niet, dat moet blijken uit een AERIUS-berekening. Die kan en zal in veel gevallen gunstiger uitpakken dan tabeltoetsing. Op basis van deze tabel is de inhoudsmaat van een paasvuur op maximaal 900m3 gesteld.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

11

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 4 Overleg 4.1 Vooroverleg Bij het wijzigen van het omgevingsplan is de Omgevingswet de basis. Er is contact geweest met de aanvrager van de het paasvuur van De'boake-bouwers' over het verloop van de procedure en de effecten van het plan. Daarnaast zijn in het kader van vooroverleg hde overlegpartners op de hoogte gebracht dat het omgevingsplan ter inzage is gelegd. De overlegpartners hebben aangegeven geen inhoudelijk bezwaren te hebben tegen het plan.

4.2 Regionaal overleg Door de Omgevingswet en de wijziging die deze met zich mee heeft gebracht ten aan zien van het ontsteken van paasvuren is in de regio Twente inclusief Deventer samen met de ODT en GGD een werkgroep gevormd. Dit nadat door de bouwers van de vuren diverse vragen hadden aan de gemeenten over de vergunningverlening. In deze werkgroep is gekeken naar de mogelijheden voor vergunningverlening voor het ontsteken van een paasvuur met Pasen 2025. Deze werkgroep heeft geresulteerd in een beoordeling op basis van luchtkwaliteit en de daarvoor opgenomen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden. Buiten de stoffen die standaard in luchtkwaliteitsonderzoeken beoordeeld worden (NO2, PM10 en PM2,5) is door de GGD de wens uitgesproken om inzicht te krijgen in de verspreiding van meer schadelijke stoffen die vrijkomen bij houtstook, zoals benzeen, benzo(a)pyreen (als indicator voor PAK’s) en formaldehyde. Dit verzoek is meegenomen. Hiermee zijn paasvuren regionaal eenduidig onderzocht.

4.3 Zienswijzen Het ontwerp 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren met identificatienummer NL.IMRO.0141.TAM00003-BP21 van de gemeente Almelo heeft vanaf 2 januari 2025 tot en met 12 februari 2025 ter inzage gelegen als onderdeel van het omgevingsplan. Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn geen zienswijzen ingekomen. Na vaststelling van het wijzigingsbesluit wordt het plan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

12

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Vreugdevuren NL.IMRO.0141.TAM00003

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Regels Preambule Dit plan beoogt het mogelijk maken van openbare paasvuren in Almelo. Het plan regelt dat 1. uitsluitend binnen de aangegeven contour een paasvuur gehouden mag worden; 2.het maximum aantal openbare paasvuren binnen Almelo; 3. en de maximum omvang. Het plan ziet niet toe op de milieutechnisch onderzoeken. Voorafgaande aan het evenement het ontsteken van een openbaar paasvuur zal eerst verantwoord moeten worden of er geen milieutechnische belemmeringen zijn. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Almelo. De in dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Almelo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22b gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22b gelezen worden

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

1

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

2

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Artikel 1 Begripsbepaling Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen: Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage II van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:

1.1 Toepassing omgevingsplan Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.

1.2 Plan Het omgevingsplan van de gemeente Almelo.

1.3 TAM- omgevingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren met identificatienummer NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31 van de gemeente Almelo.

1.4 Snoeiafval Afval afkomstig na onderhoudswerkzaamheden door particulieren in tuinen, parken, plantsoenen en bosgebieden dat alleen bestaat uit takken, blad of stammen.

1.5 Paasvuur Een locatiegebonden openbaar vreugdevuur, dat bij wijze van traditie ter gelegenheid van Pasen op 1e of 2e Paasdag wordt ontstoken.

1.6 Vreugdevuur Een locatiegebonden voor publiek toegankelijk openbaar vuur dat ter ere van een feestdag wordt ontstoken.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

3

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Artikel 2 Toepassingsbereik 2.1 Verhouding bestaand tijdelijk deel omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan) a. b. c. d.

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML bestand NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31 de onderliggende bestemmingsplannen blijven van toepassingen op de locatie zoals bedoeld onder a. de regels zoals genoemd onder a moeten bezien worden als een aanvulling van de bestaande regels. Voor zover de begripsbepalingen en de wijze van meten van plannen op de locatie bedoeld in het derde lid afwijken van de bepalingen uit dit hoofdstuk, gaat dit hoofdstuk voor bij de uitleg van hoofdstuk 22. De regels in dit hoofdstuk gelden alleen voor een milieubelastende activiteit zoals omschreven in artikel 3.40e Besluit activiteiten leefomgeving.

2.2 Bruidsschat inhoudelijk buiten toepassing De regels in hoofdstuk 22, anders dan de regels in dit omgevingsplan, zijn niet van toepassing op de activiteit zoals in dit TAM-omgevingsplan beschreven.

2.3 Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

4

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Hoofdstuk 2 inhoudelijke regels

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

5

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

Artikel 3 Medegebruik gronden voor paasvuren - vergunningplicht

3.1 Toepassingsbereik a. b.

De regels in dit hoofdstuk, hoofdstuk 2, zijn van toepassing op het medegebruik van gronden ten behoeve van openbare paasvuren. De regels in dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op het verbranden van snoeiafval op Eerste en Tweede Paasdag, tenzij het verbranden van reeds opgebouwde paasvuren vanwege bijzondere weersomstandigheden niet mogelijk is op Eerste en/ of Tweede Paasdag ( te denken valt aan mist, harde wind). Dit op advies van de Veiligheidsregio Twente of Omgevingsdienst Twente. In deze situatie dien het verbranden zo spoedig mogelijk na de Eerste Paasdag of Tweede Paasdag plaatsvinden op instructies van de Veiligheidsregio Twente of Omgevingsdienst Twente

3.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als kan worden afgeweken van de onderdelen genoemd in het Artikel 4 Afwijken beoordelingsregels Besluit kwaliteit leefomgeving en: a. b. c. d. e. f. g.

het paasvuur uitsluitend uit snoeiafval bestaat; het totaal aantal openbare paasvuren in de gemeente Almelo samen niet meer dan 2 per kalenderjaar bedraagt; een openbaar paasvuur een maximale omvang van 900m3 heeft; er op de dag van ontbranding geen bijzondere lokale omstandigheden zijn die de bestaande luchtkwaliteit al significant beïnvloeden zoals dichte mist of ernstige smog; de maximale windkracht bij ontbranding niet meer dan 5 beaufort bedraagt; het paasvuur bijdraagt aan de cultuurhistorische traditie rondom Pasen; en de afstand tussen het paasvuur en brandgevoelige objecten niet kleiner is dan de in tabel 1 weergeven afstand;

Volume (in m3)

Type brandgevoelig object

Afstand (in m)

0-1000

Bouwwerk met pannendak

6 keer hoogte paasvuur

- Bouwwerk met rietendak

10 keer hoogte paasvuur

- Bos - Heide Feesttent

10 keer hoogte paasvuur

Openbare weg

30

Autosnelweg (A-weg)

250

Bovengrondse hoogspanningskabels

40

Ondergrondse buisleiding

30

Publiek

2 keer hoogte paasvuur

Tabel 1: kruismatrix afstanden tot brandgevoelige objecten.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

6

NL.IMRO.0141.TAM00003-BP31

3.3 Voorschriften verbinden aan omgevingsvergunning Het college kan aan de te verlenen omgevingsvergunning nadere voorschriften verbinden met in acht neming van de beoordelingsregels artikel 3.2 zoals opgenomen in het omgevingsplan.

vastgesteld Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vreugdevuren

7

Luchtkwaliteit paasvuren

Twentse gemeentes & Deventer

projectnummer 0499206.100 definitief revisie 01 12 mei 2025

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 definitief revisie 01 12 mei 2025

Auteur(s) 5.1.2e 5.1.2e

Opdrachtgever Gemeente Enschede T.a.v. 5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e

ENSCHEDE

Datum 12 mei 2025

Versie Definitief

Vrijgave 5.1.2e

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1

Leeswijzer

5

2.

Toetsingskader

6

2.1 2.2

Zeer Zorgwekkende Stoffen (Bal) Omgevingswaarden (Bkl)

6 6

3.

Uitgangspunten

7

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3

Onderzochte situaties Locaties vreugde-/paasvuren Emissie Paas- en vreugdevuren Wegverkeer Rekenmodel en methode Algemeen Bepaling 8 uursgemiddelde en uurgemiddelde waarden Bronkenmerken

7 7 9 9 10 10 10 11 11

4.

Resultaten

13

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Enkel klein paas- of vreugdevuur Enkel middelgroot paas- of vreugdevuur Enkel groot paas- of vreugdevuur Meerdere vreugdevuren gelijktijdig van verschillende groottes in een gemeente Meerdere vreugdevuren gelijktijdig van verschillende groottes in heel Twente en omstreken

13 15 18 20 23

5.

Conclusie

27

5.1 5.2

Toetsing Aanbevelingen

27 27

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

1.

Inleiding Met oog op het aankomende Paasfeest zijn de gemeentes in Twente en omstreken bezig met de vergunningverlening van de geplande Paas- en vreugdevuren in de omgeving. Onderdeel van dit traject is een beoordeling op basis van luchtkwaliteit en de daarvoor opgenomen toetsing aan de Rijksomgevingswaarden. Buiten de stoffen die standaard in luchtkwaliteitsonderzoeken beoordeeld worden (NO2, PM10 en PM2,5) is de wens uitgesproken om inzicht te krijgen in de verspreiding van meer schadelijke stoffen die vrijkomen bij houtstook, zoals benzeen, benzo(a)pyreen (als indicator voor PAK’s) en formaldehyde. In voorliggend onderzoek is de uitstoot van de bovenstaande zes stoffen onderzocht voor het verbranden van grote hoeveelheden hout in de context van een Paas- of vreugdevuur. De impact van zulk een verbranding is geëvalueerd op het niveau van een enkel vuur, op het niveau van alle vuren in een enkele gemeente simultaan, en op het niveau van alle vuren in alle deelnemende gemeentes simultaan. Zie de onderstaande figuur voor het beschouwde gebied.

Figuur 1-1: Kaart van gemeentes waarin Paas- en vreugdevuren beschouwd zijn.

Specifiek betreft dit gebied de volgende gemeentes: Almelo Borne Dalfsen Deventer Dinkelland Enschede Haaksbergen Hellendoorn Hengelo Hof van Twente Losser Oldenzaal Rijssen-Holten Tubbergen Twenterand Wierden blad 4 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

1.1

Leeswijzer De opbouw van dit rapport is als volgt:  Hoofdstuk 2: Wettelijk kader dat aan dit onderzoek ten grondslag ligt;  Hoofdstuk 3: Gehanteerde uitgangspunten voor het model;  Hoofdstuk 4: Resultatenberekening en de bijbehorende beoordeling;  Hoofdstuk 5: De conclusie naar aanleiding van de resultaten.

blad 5 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

2.

Toetsingskader Onder de Omgevingswet vallen vreugde- en paasvuren onder de milieubelastende activiteit het verbranden van afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie (anders dan IPPC), of buiten een installatie. Dit volgt uit paragraaf 3.2.15 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Uit deze paragraaf volgt ook dat een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit nodig is. Bij het verrichten van deze activiteit moet worden voldaan aan de regels met betrekking tot Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). De regels uit het Bal met betrekking tot emissies naar de lucht (emissiegrenswaarden) zijn niet van toepassing omdat hier sprake is van diffuse emissie. Daarnaast moet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden getoetst aan de omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij de verbranding van hout zitten in de emissies naar de lucht zeer veel verschillende stoffen. In dit onderzoek zijn de volgende stoffen getoetst: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10, PM2,5), benzeen (C6H6), formaldehyde (CH₂O), koolstofmonoxide (CO) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor PAK is uitgegaan van benzo(a)pyreen (BaP) (C20H12). Dit zijn stoffen die veelvuldig vrijkomen bij houtstook. De bijbehorende grenswaarden zijn hieronder weergegeven.

2.1

Zeer Zorgwekkende Stoffen (Bal) In onderstaande tabel zijn de immissiegrenswaarden uit het Bal voor de onderzochte ZZS opgenomen. De gegeven waarde is de concentratie inclusief achtergrondconcentratie. Dit betreffen jaargemiddelde concentraties. Tabel 2-1: Immissiegrenswaarden1 Stof

2.2

Immissiegrenswaarde [µg/m3]

Benzeen

5

Formaldehyde

10

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s)

0,001

Omgevingswaarden (Bkl) In onderstaande tabel zijn uit het Bkl de omgevingswaarden voor de onderzochte stoffen opgenomen. De gegeven waarde is de concentratie inclusief achtergrondconcentratie. Vanaf 2030 gaan er voor een aantal stoffen aangescherpte omgevingswaarden gelden. Deze zijn in de laatste kolom opgenomen. Tabel 2-2: Rijksomgevingswaarden Stof

Middelingstijd

Rijksomgevingswaarde [µg/m3]

Rijksomgevingswaarde 2030 [µg/m3]

Benzeen

Jaargemiddelde

5

3,42

Stikstofdioxide3

Jaargemiddelde

40

20

Stikstofdioxide2

Uurgemiddelde; max. 18 overschrijding per jaar

200

200*2

Fijn stof (PM10)4

Jaargemiddelde

40

20

Fijn stof (PM10)3

24-Uurgemiddelde; max. 35 overschrijding per jaar

50

452

Fijn stof (PM2,5)3

Jaargemiddelde

25

10

Fijn stof (PM2,5)

24-uurgemiddelde, max. 18 overschrijdingen per jaar

-

252

10.000

10.000

CO5 8 uurgemiddelde *) Maximaal 3 overschrijdingen per jaar in 2030.

1

Uit bijlage Via, Besluit activiteiten leefomgeving, geraadpleegd op 5-3-2025.

2

Uit bijlage 1 van ‘RICHTLIJN (EU) 2024/2881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024, betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa’, geraadpleegd op 2-5-2025. 3 Uit artikel 2.4, Besluit kwaliteit leefomgeving, geraadpleegd op 5-3-2025 4 Uit artikel 2.5, Besluit kwaliteit leefomgeving, geraadpleegd op 5-3-2025 5 Uit artikel 2.6, Besluit kwaliteit leefomgeving, geraadpleegd op 12-5-2025

blad 6 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

3.

Uitgangspunten In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven zoals deze zijn gehanteerd in dit onderzoek. Het voornemen is in Geomilieu (versie 2024.0.0) gemodelleerd, voor de stoffen NO2, PM10 en PM2,5, benzeen, benzo(a)pyreen en formaldehyde. De concentraties zijn in beeld gebracht voor het laatste jaar waarin GeoMilieu benzeen en benzo(a)pyreen kan doorrekenen, wat overeenkomt met 2023.

3.1

Onderzochte situaties In dit onderzoek zijn de concentraties van de hierboven omschreven stoffen beschouwd in de volgende scenario’s: 1. Een enkel klein Paas-/vreugdevuur (100 m3 hout) 2. Een enkel middelgroot Paas-/vreugdevuur (500 m3 hout) 3. Een enkel groot Paas-/vreugdevuur (1.000 m3 hout) 4. Alle Paas- en vreugdevuren binnen eenzelfde gemeente. Hiervoor is de gemeente uitgekozen met de meeste opgegeven Paas- en vreugdevuren, wat gemeente Dinkelland betreft. 5. Alle Paas- en vreugdevuren binnen alle deelnemende gemeentes. Er wordt vanuit gegaan dat een vreugdevuur 8 uur emissies zal veroorzaken. Voor ieder scenario is voor ieder toetspunt bepaald wat de gemiddelde concentratie is van de beschouwde stoffen over een periode van 8 uur, en van 1 uur.

3.2

Locaties vreugde-/paasvuren De gemeentes benoemd in de inleiding hebben gegevens aangeleverd met betrekking tot de locaties en het formaat van de beoogde Paas- en vreugdevuren. Zie de onderstaande figuur voor alle gemodelleerde locaties van de Paas- en vreugdevuren.

Figuur 3-1: Gemodelleerde locaties van de Paas- en vreugdevuren.

blad 7 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

In de onderstaande tabel is aangegeven hoeveel Paas- en vreugdevuren in de gemeente in kwestie beoogd zijn, en zijn deze op formaat uitgesplitst. Tabel 3-1: Uitsplitsing van het type vreugdevuur per gemeente Gemeente Codering Kleine vuren [aantal]

Middelgrote vuren [aantal]

Grote vuren [aantal]

Almelo

ALM

1

1

1

Borne

BOR

1

1

1

Dalfsen

DAL

0

3

0

Deventer

DEV

2

2

1

Dinkelland

DIN

19

4

0

Enschede

ENS

2

9

0

Haaksbergen

HAA

0

0

3

Hellendoorn

HEL

6

1

0

Hengelo

HEN

5

1

0

Hof van Twente

HVT

4

4

7

Losser

LOS

5

0

0

Oldenzaal

OLD

9

3

0

Rijssen-Holten

RH

0

0

6

Tubbergen

TUB

11

5

0

Twenterand

TWR

4

1

0

Wierden

WIE

0

6*

0

TOTAAL 69 41 19 *) Voor Wierden was de aangegeven verdeling 1 klein vuur en 5 middelgrote vuren. Er is echter niet gespecificeerd welk vuur welk formaat had. Daarom is er worstcase vanuit gegaan dat alle vuren het formaat middelgroot hebben.

Ieder gemodelleerd vreugdevuur heeft een code toegekend gekregen in dit onderzoek. Deze bestaat uit de benoemde codering in tabel 3-1, gevolgd door een nummer. Een vreugdevuur met het nummer 1 betreft het meest westelijke vreugdevuur in die gemeente. Een vreugdevuur met het hoogste nummer van die gemeente betreft het meest oostelijke vreugdevuur. De enige uitzondering hierop betreft vreugdevuur ENS11, deze ligt westelijker dan ENS10. Rondom ieder gemodelleerd vreugdevuur zijn toetspunten geplaatst, waarop de concentraties van de onderzochte stoffen berekend worden. Deze wijze van plaatsing is identiek voor ieder vreugdevuur. Een voorbeeld van hoe deze geplaatst zijn is te zien in de onderstaande figuur.

Figuur 3-2: De plaatsing van toetspunten rondom vreugdevuur TUB9, welke de rode ster in het midden van de figuur betreft.

In iedere gangbare windrichting is een toetspunt geplaatst op een afstand van 10 meter (eerste ring) en 50 meter (tweede ring). De naamgeving van toetspunten borduurt voort op de naamgeving van de vreugdevuren.

blad 8 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

Als voorbeeld uit figuur 3-2: TUB9-ZW2 betreft het toetspunt 50 meter (in de tweede ring) ten zuidwesten van vreugdevuur TUB9.

3.3

Emissie

3.3.1

Paas- en vreugdevuren Bij de verbranding van hout zitten in de emissies naar de lucht zeer veel verschillende stoffen. In dit onderzoek zijn alleen de volgende stoffen onderzocht: stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10, PM2,5), benzeen (C6H6), formaldehyde (CH₂O) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor PAK is uitgegaan van de emissiefactor voor benzo(a)pyreen (BaP) (C20H12). Voor het bepalen van de emissies van luchtverontreinigende stoffen bij paasvuren is aangesloten bij de methode die Emissieregistratie hiervoor hanteert6. Deze methode maakt onderscheid in de verbranding van pallets en van snoeihout. Uit de aangeleverde gegevens van de opdrachtgever blijkt dat de meeste gemeente alleen het gebruik van snoeihout toestaan. Het is niet bekend of ook pallets worden gebruikt. In dit onderzoek is daarom alleen uitgegaan van de emissies bij de verbranding van snoeihout. In de methode van Emissieregistratie wordt voor de emissiefactoren uitgegaan van de gegevens van het European Environment Agency7. Deze emissiefactoren zijn gegeven in een hoeveelheid emissie luchtverontreinigende stof per gewicht verbrand snoeihout. Benzeen en formaldehyde worden niet beschouwd in de methodiek van Emissieregistratie. Voor deze stoffen zijn de emissiefactoren op andere literatuur gebaseerd8. Emissieregistratie gaat voor de dichtheid van snoeihout uit van 0,15 ton/m3.

Op basis van voorgaande is in onderstaande tabel de totale hoeveelheid verbrand snoeihout bepaald en zijn de emissies voor een groot, middelgroot en klein vuur bepaald. Tabel 3-2: Emissies paas- of vreugdevuren Groot paas- of vreugdevuur

Middelgroot paas- of vreugdevuur

Klein paas- of vreugdevuur

Hoeveelheid snoeihout (m3)

1.000

500

100

Hoeveelheid snoeihout (ton)

150

75

15

Emissiefactor NOX (kg/ton)

3,18

3,18

3,18

Emissiefactor PM10 (kg/ton)

4,51

4,51

4,51

Emissiefactor PM2,5 (kg/ton)

4,19

4,19

4,19

Emissiefactor benzo(a)pyreen (BaP) (g/ton)

3,15

3,15

3,15

Emissiefactor benzeen (kg/ton)

2,3

2,3

2,3

Emissiefactor formaldehyde (kg/ton)

0,4

0,4

0,4

Emissie NOX (kg)

477,0

238,5

47,7

Emissie PM10 (kg)

676,5

338,3

67,7

Emissie PM2,5 (kg)

628,5

314,3

62,9

Emissie benzo(a)pyreen (BaP) (kg)

0,473

0,236

0,047

Emissie benzeen (kg)

345,0

172,5

34,5

Emissie formaldehyde (kg)

60,0

30,0

6,0

De hierboven bepaalde emissies komen vrij gedurende de verbranding van het in te zetten hout. Zoals benoemd in hoofdstuk 3.1 betreft dit een periode van 8 uur.

RIVM 2023 Methodology for the calculation of emissions from product usage by consumers, construction and services. RIVM report 20230046. Bonfires (CRF 5.C.2). 7 EMEP/EEA air pollutant emission inventory guidebook 2023. Category 5C2 table 3.2 Open burning of agricultural wastes/forest residue. 8 5.1.2e and 5.1.2e . Summary of the emissions characterization and noncancer respiratory effects of wood smoke. Final report." , Dec. 1993. Table 2/ 6

blad 9 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

3.3.2

Wegverkeer Tijdens de paas- of vreugdevuren zal een deel van de bezoekers met de auto naar de locatie komen. In de gemeente Rijssen-Holten is ingeschat dat bij een groot paas- of vreugdevuur ongeveer 300 bezoekers met de auto komen. Dit wegverkeer heeft ook emissie van stikstofoxiden en fijn stof tijdens het rijden en bij koude start. Deze emissies zijn berekend met de set emissiefactoren gepubliceerd in april 20249. Voor het rijdend wegverkeer zijn de emissies bij de vervoersbewegingen bepaald over een afstand van 1 km per vervoersbeweging. Hierbij zijn de emissiefactoren voor stagnerend stadverkeer gehanteerd voor het jaar 2025. Voor de emissie bij koude start is aangenomen dat elke auto die de locatie bezoekt langer dan 2 uur aanwezig is en een koude start heeft bij vertrek. In onderstaande tabel zijn de emissies van rijdend verkeer en koude start berekend. Deze emissies zijn relatief aan de emissies van de paas- of vreugdevuren zeer beperkt (<1 %) en hebben geen significante invloed op de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Deze emissies zijn daarom verder niet betrokken in de berekeningen. Tabel 3-3: Emissies wegverkeer Emissie Rijdend

Emissie koude start

Emissie Totaal

Bezoekers

300

Vervoersbeweging

600

km/beweging

1

Voertuigkilometers

600

Koude starts

300

Emissiefactor NOX (g/km)

0,3532

Emissiefactor NOX (g/koude start)

0,2744

Emissiefactor PM10 (g/km)

0,0188

Emissiefactor PM10 (g/koude start)

0,0085

Emissiefactor PM2,5 (g/km)

0,0069

Emissiefactor PM2,5 (g/koude start)

0,0085

Emissie NOX (kg )

0,21

Emissie NOX (kg )

0,08

Emissie NOX (kg )

0,29

Emissie PM10 (kg)

0,01

Emissie PM10 (kg)

0,00

Emissie PM10 (kg)

0,01

Emissie PM2,5 (kg)

0,00

Emissie PM2,5 (kg)

0,00

Emissie PM2,5 (kg)

0,01

3.4

Rekenmodel en methode

3.4.1

Algemeen Om het opgestelde model door te rekenen is gebruik gemaakt van GeoMilieu versie 2024.0.0. Het rekengedeelte van dit programma is STACKS+, en door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gevalideerd rekenprogramma. In het programma kunnen zowel wegen als (industriële) puntbronnen worden doorgerekend in één gecombineerde berekening. Naast de eerder in dit hoofdstuk beschreven uitgangspunten dienen voor een correcte berekening een aantal algemene rekenparameters te worden ingevoerd. De in dit onderzoek gehanteerde (algemene) parameters zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3-4: Algemene invoergegevens GeoMilieu Parameter Rekenjaar GCN-referentiepunt Meteorologische rekenperiode Weekendverkeersverdeling Zeezoutcorrectie Ruwheidslengte Dubbeltellingscorrectie

9

Gehanteerde invoer 2023 Mid bronnen 2023 - 2023 Standaard Nee Gebaseerd op modelgebied Nee

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2023/03/15/emissiefactoren-voor-snelwegen-en-niet-snelwegen-2023

blad 10 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

3.4.2

Bepaling 8 uursgemiddelde en uurgemiddelde waarden Om het 8 uursgemiddelde en het uurgemiddelde door te rekenen in GeoMilieu dient gebruik gemaakt te worden van geavanceerde opties in het programma. Het eerste onderdeel betreft het gebruik van een eigen emissiebestand. Eerste paasdag valt dit jaar op 20 april 2025. Helaas is het prognostisch doorrekenen van alle beschouwde stoffen niet mogelijk, waardoor teruggevallen is op het rekenjaar 2023. Keuze voor dit rekenjaar heeft geen verdere invloed op de uiteindelijke emissies. In dit eigen emissiebestand is aangegeven dat de vreugdevuuremissies plaatsvinden op 20 april 2023, van 16:00 tot aan middernacht, voor een totaal aan 8 uur. Vervolgens is een eigen meteo-bestand aangeleverd. Meteo-gegevens uit de periode 2020 – 2030 zijn gedownload vanaf de site van het KNMI voor het weerstation Twente. Gegevens voor het jaar 2023 zijn hieruit geïsoleerd, waarna vervolgens de windsnelheid aangepast is naar -99 voor het gehele jaar, buiten de emissieuren op 20 april om. Hierdoor rekent GeoMilieu alleen de periode door waarin de windsnelheid niet gelijk staat aan -99, wat zo het 8 uurs gemiddelde oplevert. Door tot slot ook 7 van de 8 emissieuren een windsnelheid van -99 te geven kan een uurgemiddelde concentratie bepaald worden. Hiervoor is het uur 19:00 tot 20:00 uitgekozen op 20 april 2023.

De gehanteerde meteo-gegevens zijn vergeleken met dagen uit de tweede helft van april en de eerste helft van mei uit alle jaargangen in dezelfde dataset (2020, 2021, 2022, 2023 en 2024). Hieruit bleek dat 20 april 2023 niet noemenswaardig afweek van de gemiddelde meteo-waarden voor deze periode van het jaar. GeoMilieu kan met de STACKS module geen formaldehyde concentraties doorrekenen. Er is daarom voor gekozen om formaldehyde door te rekenen met de STACKS-G module, en aan te nemen dat formaldehyde een inert gas is. De berekening met de STACKS-G module is met dezelfde methodiek als hierboven omschreven uitgevoerd.

3.4.3

Bronkenmerken Voor de aangehouden hoogte van de vreugdevuren is aangenomen dat het vuur cirkelvormige basis heeft, en dat de straal van deze cirkel net zo groot is als de hoogte van de vuurstapel. Effectief levert dit de volgende formule op om op te lossen: V = π * r2 * r Waarin V het volume van het vreugdevuur in kubieke meters (m3) betreft, en r de straal van de cirkelvormige basis in meters (m) betreft. Dit levert de onderstaande invoergegevens op per vuur-formaat. Tabel 3-5: Bepaalde formaten van vreugdevuren Klein vuur [m]

Middelgroot vuur [m]

Groot vuur [m]

Interne straal -> Interne diameter

3,19

5,42

6,83

Externe straal -> Externe diameter

3,29

5,52

6,93

Hoogte

3,19

5,42

6,83

Deze stralen zijn in GeoMilieu ingevuld als diameter. De externe diameter dient minstens 0,1 meter groter te zijn dan de interne diameter. Dit verschil van 0,1 meter is daarom opgeteld bij de interne diameter om zo tot de externe diameter te komen. Aangenomen wordt dat het vreugdevuur gedurende de periode van 8 uur consistent aangevuld wordt om te blijven branden, om zo tot 100 m3, 500 m3 en 1.000 m3 verbrand hout te komen voor kleine, middelgrote en grote vuren, respectievelijk. In de praktijk wordt een enkele stapel gemaakt welke in een keer op zal branden, er is in dit onderzoek effectief gerekend met een kleiner bronoppervlak en -hoogte. Kwalitatief heeft dit geen invloed op de eindresultaten. In het emissiebestand is tevens de warmte-inhoud van het rookgas meegeven en wat Geomilieu hanteert in de berekeningen. De warmte-inhoud is berekend op basis van het totaal volume van het vuur, de dichtheid van hout (150 kg/ton) en de verbrandingswarmte van hout (13,6 MJ/kg). Hierbij is de warmte gelijkmatig verdeeld over de 8 uur brandtijd. Dit levert onderstaande warmte-inhoud op vuur-formaat.

blad 11 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

Tabel 3-6: Ingevoerde warmte-inhoud per type vuur Klein vuur [MW] Warmte-inhoud

7,1

Middelgroot vuur [MW]

Groot vuur [MW]

35,4

70,8

blad 12 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede

4.

Resultaten Op basis van de uitgangspunten in hoofdstuk 3 zijn de relevante modellen opgesteld en doorgerekend. De resultaten worden behandeld in volgorde van oplopende hoeveelheden verbrand hout. Om snel een idee te krijgen van het resultaat is gebruik gemaakt van een kleurcodering. Groen houdt in dat de bepaalde concentratie voldoet aan of de immissiegrenswaarde, of aan zowel de rijksomgevingswaarde nu en de beoogde rijksomgevingswaarde in 2030. Geel houdt in dat de bepaalde concentratie wel voldoet aan de rijksomgevingswaarde nu, maar niet in 2030. Oranje houdt in dat de bepaalde concentratie niet voldoet aan of de immissiegrenswaarde, of dat deze waarde niet voldoet aan de rijksomgevingswaarde zoals deze nu geldt. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat berekende 8-uurgemiddelden en uurgemiddelden worstcase worden vergeleken met grenswaarden die zijn uitgedrukt als jaargemiddelden. Het beschouwen van deze activiteit op jaarbasis zal in ieder scenario ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de lokale concentraties van luchtverontreinigende stoffen.

4.1

Enkel klein paas- of vreugdevuur Een enkel klein vreugdevuur is doorgerekend voor TWR2. In de onderstaande tabellen zijn de vijf toetspunten met de hoogste bronbijdrage gepresenteerd voor elke beschouwde stof. Tabel 4-1: Resultaten NO2 voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W2

5,062

5,025

0,037

TWR2-ZW2

5,048

5,025

0,023

TWR2-W1

5,039

5,025

0,014

TWR2-ZW1

5,037

5,025

0,012

TWR2-NW2

5,030

5,025

0,005

Tabel 4‐2: Resultaten NO2 voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W2

5,162

5,120

0,042

TWR2-ZW2

5,142

5,120

0,022

TWR2-ZW1

5,133

5,120

0,013

TWR2-W1

5,133

5,120

0,013

TWR2-NO1

5,120

5,120

0,000

Tabel 4-3: Resultaten PM10 voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

16,170

15,850

0,320

TWR2-ZW1

16,130

15,860

0,270

TWR2-W2

16,120

15,850

0,270

TWR2-ZW2

16,030

15,860

0,170

TWR2-NW1

15,940

15,850

0,090

Tabel 4‐4: Resultaten PM10 voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

15,450

15,140

0,310

TWR2-ZW1

15,440

15,140

0,300

TWR2-W2

15,420

15,140

0,280

TWR2-ZW2

15,290

15,140

0,150

TWR2-N1

15,140

15,140

0,000

blad 13 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede Tabel 4‐5: Resultaten PM2,5 voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

7,865

7,568

0,297

TWR2-ZW1

7,823

7,568

0,255

TWR2-W2

7,818

7,568

0,250

TWR2-ZW2

7,730

7,568

0,162

TWR2-NW1

7,649

7,568

0,081

Tabel 4‐6: Resultaten PM2,5 voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

7,853

7,568

0,285

TWR2-ZW1

7,845

7,568

0,277

TWR2-W2

7,829

7,568

0,261

TWR2-ZW2

7,707

7,568

0,139

TWR2-NO1

7,568

7,568

0,000

Tabel 4‐7: Resultaten benzeen voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

0,463

0,300

0,163

TWR2-ZW1

0,440

0,300

0,140

TWR2-W2

0,437

0,300

0,137

TWR2-ZW2

0,389

0,300

0,089

TWR2-NW1

0,344

0,300

0,044

Tabel 4‐8: Resultaten benzeen voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W1

0,456

0,300

0,156

TWR2-ZW1

0,452

0,300

0,152

TWR2-W2

0,443

0,300

0,143

TWR2-ZW2

0,377

0,300

0,077

TWR2-NO1

0,300

0,300

0,000

Tabel 4‐9: Resultaten benzo(a)pyreen voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W2

0,000

-

0,000

TWR2-ZW1

0,000

-

0,000

TWR2-W1

0,000

-

0,000

TWR2-NW1

0,000

-

0,000

TWR2-ZW2

0,000

-

0,000

Tabel 4‐10: Resultaten benzo(a)pyreen voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie Achtergrondconcentratie [µg/m3] [µg/m3]

Bronbijdrage [µg/m3]

TWR2-W2

0,000

-

0,000

TWR2-ZW1

0,000

-

0,000

TWR2-W1

0,000

-

0,000

TWR2-ZW2

0,000

-

0,000

TWR2-NO1

0,000

-

0,000

blad 14 van 28

Luchtkwaliteit paasvuren Twentse gemeentes & Deventer projectnummer 0499206.100 12 mei 2025 revisie 01 Gemeente Enschede Tabel 4‐11: Resultaten formaldehyde voor een enkel klein vreugdevuur als 8 uurs gemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie [µg/m3] TWR2-W1

0,028

TWR2-ZW1

0,024

TWR2-W2

0,024

TWR2-ZW2

0,016

TWR2-NW1

0,008

Tabel 4‐12: Resultaten formaldehyde voor een enkel klein vreugdevuur als uurgemiddelde Toetspunt Bepaalde concentratie [µg/m3] TWR2-W1

0,027

TWR2-ZW1

0,026

TWR2-W2

0,025

TWR2-ZW2

0,013

TWR2-O1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=a0df2f21-496e-4311-ae7c-cd7b732ac8a4