CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan Nijreesweg 47 - bijlage 1 - Nijreesweg 47

Raad 23 april 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nijreesweg 4731.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

H_14024

25

H_14100

27

70

H_14224 H_14205

H_14221

H_14022

29

H_14213

H_14208

31

68

H_14225

33 35

H_14207

Van Lu n t er en s t r aat

37

H_14144

39

H_14137 41

H_14140 H_14146 H_14156

43

H_14157 45

47

H_14155

49

H_14138

H_14154

51

54

H_14141 H_14070

56

55 57

H_14125 H_14069

58

59 61

60

H_14142

H_14035

H_14145

62

H_14036

64

H_14342 H_14356

H_14102 66

H_14345

68

H_14331

H_14346

H_14348

70

H_14332

72

H_14347 H_14349

74

H_14130 76

Ni j r ees weg

H_14129

78

H_14132

31 a

80 31 b

G_4384

33

82

35

37

84

H_14341

G_4595

G_4583 G_4582

43

41

T-1

G_3001

Ni j r ees weg

45

G_4596

G_4597

1

G_4589

49

51

6 6

G_4520

G_4601

12

G_3000

53 55

G_4602

G_4385 47

G_4603

G_2220

W

G_4604

G_4598 10

G_4386 G_4519

WR-WM

G_2786

6 8

G_4599

12

G_4586

G_4588

G_4585

1

G_4610

G_4611

G_4609 G_4608

16

G_4587

G_4607 18

6

G_4600

G_4606

T-1

20

G_4605

22

24

G_4897

26

28

1

3

G_4896

5 7 9

G_4664

Poor t man s t r aat

11

G_4663

13

G_4662 15

G_4661

17

G_4660 19

G_4659

21

G_4657

G_4656

25

23

27

G_4655

Ni jreesweg

G_4658

29

G_4654

31

33

G_4620

35

G_4619

37

G_4618 39

G_4617 G_4652

G_4616 G_4651

G_4615 G_4650

G_4649

G_4614 G_4613

G_4648

G_4612

G_4647 G_4646 G_4645 4

6

G_4644 G_4643

8

G_4642

10

12

G_4641 G_4640

14 16

G_4639

18 20

G_4638

G_4637

22

24

G_4636 G_4635

26 28

G_4634

30

32

G_4633

G_4632

34

G_4631 36

G_4630

38

G_4629 G_4628

Spr i n ger s t r aat

G_4627 G_4626

40 42 44

G_4625 G_4624

50

46

G_4623

48 52

54

G_4622

G_4621 G_4410

56 58 60 62 64

66

Plangebied Bestemmingsplan 00118 Nijreesweg 47 Bestemmingen

Maatvoeringaanduidingen

maatvoeringsvlak art.3

T-1

Tuin - 1 1

art.4

W

maximum aantal wooneenheden

Wonen

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

6 12

Ligging plangebied

Dubbelbestemmingen Verklaring

Vriezenveen

WR-WM

Harbrinkhoek

Waarde - Waardevolle bomen Topografische gegevens en bestaande ondergrond (13 januari 2021)

12 10 6

8

Mariaparochie

Bouwvlak Aadorp

bouwvlak Wierden

Zenderen

A35

Ruimtelijk plan

1/1

NL.IMRO.0141.00118-BP31

G e m e e n t e

Almelo

Nijreesweg 47 Bornerbroek

eenheid Stedelijke ontwikkeling

Vastgesteld door Gemeenteraad / B&W d.d. A1

Ligging plangebied

Modelnaam

Datum

23-04-2024

Schaal

1:1000

Status

VASTGESTELD

Formaat

A3

Getekend

MvL

Best M ingenieursbureau Molenweg 107 1436 BS AALSMEERDERBRUG

Bestandnaam

06 13300041 info@bestm.nl

Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo 0546 454466

www.bjz.nu

Bestemmingsplan Nijreesweg 47 NL.IMRO.0141.00118-

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Inhoudsopgave

T oelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Plangebied en omgeving

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 20

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Ecologie 5.7 Archeologie & cultuurhistorie 5.8 Fysieke veiligheid 5.9 Besluit milieueffectrapportage

25 25 26 27 28 30 32 34 35 38

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

40 40 42

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

43 43 43 44

Hoofdstuk 8

46

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

47 47 47 47

Bijlagen bij toelichting

48

Bijlage 1

49

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

3

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

111

Bijlage 3

Aeriusberekening

154

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

183

Bijlage 5

Bomeneffectanalyse

214

Bijlage 6

Watertoetsresultaat

226

Regels

229

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

230 231 235

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Tuin - 1 Wonen Waarde - Waardevolle bomen

236 237 239 242

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene gebruiksregels Algemene procedureregels Overige regels

244 245 246 248 249 250

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

251 252 253

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

4

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

5

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie aan de Nijreesweg 47 te Almelo, in de woonwijk Nijrees, ligt een woonperceel. Op het perceel staat nu een verouderde vrijstaande woning. Het overige deel van het perceel ligt braak. Initiatiefnemer is voornemens het perceel te herontwikkelen met woningbouw. Concreet bestaat het plan uit de sloop van de bestaande verouderde vrijstaande woning en de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Nijrees" omdat ter plaatse van de gewenste woningen geen bouwvlakken liggen.Ter plaatse van het aanwezige bouwvlak is uitsluitend de bestaande woning toegestaan. De bouwmogelijkheden voor de nieuwe woningen ontbreken dan ook. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplan herziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Nijreesweg 47" bestaat uit de volgende stukken: regels; verbeelding; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. De volgende bijlagen zijn bij deze toelichting opgenomen Bijlage 1 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek; Bijlage 3 Aeriusberekening; Bijlage 4 Quickscan flora en fauna; Bijlage 6 Watertoetsresultaat;

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Nijreesweg 47. Het plangebied is kadastraal bekend als Ambt-Almelo, sectie G, nummers 4588 en 4589. In afbeelding 1.1 is de indicatieve ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Almelo (rode ster) en de directe omgeving weergegeven (rode lijn).

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

6

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (Bron: PDOK)

1.4

Huidige planologische situatie

1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan "Nijrees", zoals vastgesteld op 12 juni 2012. Daarnaast geldt het bestemmingsplan "Parapluherziening parkeren", die op 5 juni 2018 is vastgesteld. Tot slot geldt het bestemmingsplan "Parapluherziening wonen", die op 23 maart 2020 is vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldend bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is rood omlijnd aangegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2 Beschrijving bestemmingen Op basis van het geldende bestemmingsplan "Nijrees" gelden ter plaatse van het plangebied de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn met name bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend in het bouwvlak toegestaan, met inachtneming van de daar opgenomen maatvoeringen. In dit bouwvlak is uitsluitend het bestaande aantal woningen toegestaan, in dit geval één woning.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

7

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Gronden met de bestemming 'Tuin - 1' zijn met name bestemd voor tuinen en erven, erkers, ingangspartijen, luifels, balkons, galerijen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

1.4.3 Strijdigheid Voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan "Nijrees" omdat ter plaatse van de gewenste woningen geen bouwvlakken gelegen zijn. Momenteel is namelijk uitsluitend de verouderde, vrijstaande woning mogelijk, waar een bouwvlak is gelegen. De bouwmogelijkheden voor de nieuwe woningen ontbreken dan ook. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplan herziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het gebied beschreven. In hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, al is opgesteld (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie besproken. Hoofstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

8

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige situatie

Plangebied en omgeving

Het plangebied ligt aan de Nijreesweg in de wijk Nijrees. Dit betreft een woonwijk die in de jaren '90 van de vorige eeuw is ontwikkeld. Het betreft primair een woonwijk, met een mix van vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen. Recent is de wijk Nijrees nog in zuidelijke richting (ten zuiden van het plangebied) uitgebreid met woningbouw. Inmiddels zijn nagenoeg alle kavels bebouwd. Het plangebied zelf betreft een perceel waar momenteel een verouderde vrijstaande woning staat. Het overige deel van het perceel is braakliggend. Wel zijn er enkele bomen aanwezig. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Poortmanstraat, aan de westzijde deels door een zijtak van de Poortmanstraat en deels door een voetpad, aan de noordzijde door de Nijreesweg en aan de oostzijde door woningen. In afbeelding 2.1 is en luchtfoto opgenomen. In afbeelding 2.2 is een straatbeeld weergegeven.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie (Bron luchtfoto: Google maps)

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

9

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Afbeelding 2.2 Huidige situatie vanaf Nijreesweg (links) en Poortmanstraat (rechts) (Bron: Google Maps)

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

10

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Ontwikkeling

Initiatiefnemer is voornemens de ter plaatse aanwezige verouderde woning en de verouderde bijgebouwen te slopen en het gebied te herontwikkelen met twee vrijstaande woningen. De zuidelijke woning wordt aansluitend op de reeds bestaande tweekappers langs de Poortmanstraat gebouwd. De noordelijke vrijstaande woning wordt aansluitend op de daar vrij recent gebouwde vrijstaande woningen langs de Nijreesweg gebouwd. Qua goot- en bouwhoogten zullen de woningen aansluiten bij de daar voorkomende goot- en bouwhoogten. Ook zullen de woningen in de rooilijn van de reeds bestaande bebouwing gebouwd worden. De bijgebouwen worden op het achtererf gesitueerd. Opgemerkt wordt dat er in het plangebied een kastanjeboom staat. Deze boom staat op de lijst van bijzondere bomen. De boom is mandelig, wat betekend dat deze op de erfgrens staat. Deze boom zal behouden blijven. Voor deze boom is een boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd, waaruit blijkt dat behoud mogelijk is. In paragraaf 5.6 en Bijlage 5 wordt hier nader op ingegaan. In afbeelding 3.1 is een inrichtingsschets weergegeven.

Afbeelding 3.1 Inrichting (Bron: Projectinitiator)

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

11

NL.IMRO.0141.00118-BP31

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De CROW gaat uit van een minimum en een maximum behoefte. Dat is de bandbreedte. In dit geval wordt van het gemiddelde uitgegaan. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Functie: wonen, koop, huis, tussen/hoek en vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Almelo (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Parkeerbehoefte (per woning): 3 voor een vrijstaande woning; Verkeersgeneratie (per woning): 8,2 voor een vrijstaande woning.

3.2.2 Parkeren In voorliggend geval dient er voor de vrijstaande woningen te worden voorzien in afgerond drie parkeerplaatsen. Het parkeren op de kavel aan de Poortmanstraat wordt op eigen terrein opgelost, waar ruimte is voor in ieder geval twee parkeerplaatsen. In verband met het behouden van een speelveldje is het niet wenselijk om meer parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. De overige behoefte kan ik het openbaar gebied worden opgevangen. De noordelijke woning beschikt over een eigen oprit, waar ruimte is voor het parkeren van 3 auto's.

3.2.3 Verkeer Per saldo wordt er met deze ontwikkeling een woning toegevoegd. Er is immers al een vrijstaande woning aanwezig in het plangebied. Deze woning zorgt voor een extra verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen. Deze verkeersbewegingen kunnen eenvoudig afgewikkeld worden via de Poortmanstraat en de Nijreesweg in de richting van de Bornerbroeksestraat. Deze wegen zijn allemaal van voldoende omvang om deze behoefte adequaat af te kunnen wikkelen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkelingen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

12

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

13

NL.IMRO.0141.00118-BP31

tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

4.1.3 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. Het begrip stedelijke ontwikkeling: (ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) is niet gewijzigd. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen in ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een planologische toevoeging één nieuwe woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

14

NL.IMRO.0141.00118-BP31

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is in verschillende plannen verwoord. Het belangrijkste provinciale plan is de provinciale omgevingsvisie, die is verankerd in de provinciale omgevingsverordening.

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld. Beiden zijn inmiddels geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel.

4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd.

Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

15

NL.IMRO.0141.00118-BP31

4.2.3.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. 4.2.3.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' is artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt nader op het artikel ingegaan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

16

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw; 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien; 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijk ing van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken; 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming; 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6.

In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Het realiseren van twee woningen aan de Nijreesweg is passend in de stedenbouwkundige structuur. De woningen vervangen een oude, vervallen woning en sluiten qua situering als uitstraling aan bij de omliggende wijk. Hiermee wordt aan de wijk Nijrees een positieve impuls gegeven. In paragraaf 4.3.3 en 4.3.4 wordt nader ingegaan op het gemeentelijk woonbeleid. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met dit woonbeleid. De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. 4.2.4.2 Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving gaat het - kort door de bocht - om het optimaal in verbinding laten zijn van de stedelijke netwerken met elkaar (connectiviteit) en ervoor zorgen dat de stedelijke netwerken elkaar onderling versterken en aanvullen (complementariteit). Het gaat daarnaast om het behouden/vergroten van de kwaliteit van woonomgevingen en werklocaties.

Het plangebied is op de Ontwikkelingsperspectievenkaart aangemerkt als 'Woon- en werklocaties binnen het stedelijke netwerk'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Het plangebied is indicatief met de gele omlijning weergegeven.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

17

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Afbeelding 4.2 Uitsnede Ontwikkelperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties binnen het stedelijke netwerk' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik kelingsperspectief' In voorliggend geval wordt ter plaatse een verouderde woning gesloopt en het perceel herontwikkeld met twee woningen. Er is daarmee sprake van transformatie. De woonfunctie past binnen het ontwikkelingsperspectief en de functionele structuur van de omgeving (voornamelijk woongebied). De woningen sluiten aan bij de reeds bestaande woningen en dragen daarmee bij aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van het woongebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven aangezien deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Wat betreft de "Laag van beleving' kent het plangebied geen specifieke kenmerken. Er wordt daarom enkel aan de 'Stedelijke laag' getoetst. De 'Stedelijke laag' De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

18

NL.IMRO.0141.00118-BP31

verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. De ruimtelijke kwaliteitsambities in de stedelijke laag zijn: Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur Contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken dor het infrastructuurnetwerk Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Woonwijken 1955 - nu". In afbeelding 4.3 is het plangebied met de rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede De Stedelijke laag' (Bron: Provincie Overijssel) "Woonwijken 1955 – nu" De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaatsvinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Woonwijk Nijrees bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, tweekappers en rijwoningen. Deze ontwikkeling, die uitgaat van twee vrijstaande woningen sluit daarbij aan. Ook stedenbouwkundig zullen de woningen aansluiten bij de daar voorkomende woningtypen. Er wordt daarom geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de gebiedskenmerken van de 'Stedelijke laag'.

4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

19

NL.IMRO.0141.00118-BP31

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 4.3.1.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over een recente omgevingsvisie. Deze is op 29 september 2020 vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. Het betreft een dynamisch document, die bij de invoering van de Omgevingswet hier een onderdeel van zal vormen. In de omgevingsvisie worden vier verschillende gebieden omschreven, waarvoor ontwikkelingsrichtingen zijn opgenomen. Het betreffen het buitengebied, de bedrijventerreinen, wijken en dorpen en de binnenstad. In dit geval is met name de visie ten aanzien van wijken en dorpen relevant. Hierna wordt op deze visie ingegaan. 4.3.1.2 Wijken en dorpen Voor de wijken en dorpen is een gezamenlijke visie ontwikkeld. Het algemene streven is om wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. Almelo heeft een bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van de visie waarschijnlijk zal omslaan naar krimp.

Daarom is het zaak om de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dit betekent onder meer: het aanbrengen van de benodigde verscheidenheid door het herstructureren van panden; de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie In dit geval wordt bijgedragen aan het streven naar gemengde woonmilieus, passend bij de omgeving. De nieuwe woningen sluiten namelijk aan bij omliggende wijk Nijrees. Ook zorgt de sloop van de verouderde woning en het realiseren van twee nieuwe toekomstbestendige woningen ervoor dat bij wordt gedragen aan het zo slim mogelijk benutten van de woningvoorraad. Door de ontwikkeling wordt leegstand en verpaupering voorkomen. Tot slot wordt aangesloten bij het principe 'inbreiding voor uitbreiding'. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het de Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040.

4.3.2 Masterplan Almelo 4.3.2.1 Algemeen Het Masterplan geeft de ontwikkeling van Almelo aan tot het jaar 2030. Almelo wil met het Masterplan onder meer jongeren, hoger opgeleiden en gezinnen aan de stad binden. Daarnaast heeft het plan als doel de regionale positie van Almelo als centrumstad te versterken en de voorzieningen in de stad te verbeteren. Deze ambities krijgen de komende jaren concreet vorm in de verschillende projecten en plannen die voortkomen uit het Masterplan. Een vernieuwing van de binnenstad levert meer sfeer en gezelligheid op en een toename van het winkelbezoek. Met het creëren van verschillende nieuwe woonmilieus wil Almelo tegemoet komen aan de verschillende wensen op de woningmarkt. Het aanpassen van de wegenstructuur zorgt ervoor dat Almelo beter en makkelijker toegankelijk wordt. Het Masterplan bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Daarnaast zijn elf kernprojecten benoemd. In afbeelding 4.4 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Masterplan weergegeven.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

20

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Afbeelding 4.4: Uitsnede kaart Masterplan (Bron: Gemeente Almelo) Het plangebied (rode ster in afbeelding 4.4) ligt binnen het plandeel 'Wezenbeekzone', die onderdeel is van plandeel 'Zuid'. 4.3.2.2 Plandeel Zuid In plandeel Zuid spelen grote veranderingen een rol, die cruciaal zijn voor de toekomst van de Stad. De zuidelijke entree van de stad wordt belangrijk als de verbinding tussen de snelweg en de binnenstad. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het 'Masterplan Almelo' In voorliggend geval worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Deze ruimtelijk-functionele invulling van het plangebied past goed binnen het bestaande woonmilieu van de woonwijk. Tevens is er sprake van een ontwikkeling die bij het uitgangspunt 'inbreiding voor uitbreiding' aansluit. Ten aanzien van het plandeel 'Zuid' zijn er geen specifieke opgaven waar deze ontwikkeling invloed op heeft. Geconcludeerd wordt de ontwikkeling niet in strijd is met de beleidskaders zoals opgenomen in het Masterplan Almelo.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

21

NL.IMRO.0141.00118-BP31

4.3.3 Woonbeleid 4.3.3.1 Woningbouwplanning en -programmering 2017 t/m 2026 Kwantitatief In de raadsvergadering van 9 oktober 2018 is de woningbouwplanning en -programmering 2017 t/m 2026 vastgesteld. Het woningbouwprogramma 2017 t/m 2026 plant een gemiddelde uitbreiding van de woningvoorraad van circa 160 woningen per jaar. Vanwege de demografische ontwikkelingen en de Twentse Woonafspraken wordt 2/3 deel van de uitbreiding gepland in de eerste vijf jaar en 1/3 in de vijf jaar daarna. Kwalitatief Momenteel bestaat een groot deel van de Almelose woningvoorraad uit eengezins koopwoningen. Voor de nieuwbouwopgave is het essentieel om producten toe te voegen die de huidige woningvoorraad maximaal versterken en/of verbeteren. Woonvoorkeuren vormen hiervoor het uitgangspunt. Uit onderzoek van de Stec Groep blijkt dat de vraag met name ligt bij koopwoningen in het midden-plussegment. De grootste voorkeur gaat daarbij uit naar de woonmilieus 'binnenstad' en 'groenstedelijk gebied'. Uitgangspunt in de Twentse Woonafspraken is dat de nadruk ligt op binnenstedelijke locaties en alleen uitleglocaties worden ontwikkeld die kwaliteit toevoegen op basis van een daarbij behorende marktvraag die niet binnenstedelijk ingevuld kan worden (Ladder voor duurzame verstedelijking). In onderstaande tabel is de kwalitatieve behoefte weergegeven.

Tabel 4.1 Behoefte aan woonmilieus in Almelo (Bron: Gemeente Almelo/Stec Group) Het advies is om te werken met gouden regels voor Stedelijk Wonen. De Gouden regels voor stedelijk wonen in Netwerkstad Twente zijn: 1. Kies voor de beste centrumlocaties en werk met contouren als focus voor stedelijk wonen; 2. Varieer extreem in woningtypen, locaties en architectuur voor rijke portefeuille; 3. Wees kritisch bij transformatie van gebouwen naar stedelijk wonen; 4. Maak werk van goede middel-dure huur als smeerolie van de woningmarkt; 5. Zet vaker in op exclusief wonen binnenstedelijk woonsegment De gouden regels voor stedelijk wonen zijn te beschouwen als een visie voor de lange termijn. Hierbij hoort het aangeven van contouren zodat richting marktpartijen duidelijk is waar in Almelo hierop ingezet wordt. Het is belangrijk om de nieuwbouwproductie op markttechnisch en ruimtelijk de beste plekken te krijgen en de lange termijn betekenis van deze afweging goed te taxeren. Dit vraagt om focus en prioriteitstelling. Het werken met de contouren en gouden regels voor stedelijk wonen en de woningbouwplanning geeft daar invulling aan. Daarbij zal de nadruk moeten liggen op: elke woning raak, maximaal kwaliteit toevoegen aan de bestaande woningvoorraad, met name koopwoningen.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

22

NL.IMRO.0141.00118-BP31

4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan het Woonbeleid Het plan voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen. Vanwege de sloop van een bestaande woning gaat het per saldo om één extra woningen. De woningen maken oorspronkelijk onderdeel uit van het woningprogramma voor Nijrees-Noord en passen binnen de woningbouwplanning en -programmering 2017-2026. Ook kwalitatief gezien sluit deze ontwikkeling aan bij de vraag naar groenstedelijk/suburbaan wonen in het stedelijk gebied. Tevens wordt door de herontwikkeling de duurzaamheid van de woningvoorraad vergroot. Geconcludeerd wordt dat het initiatief passend is binnen het woonbeleid.

4.3.4 Woonvisie Almelo 2020-2030 4.3.4.1 Algemeen De hiervoor in paragraaf 4.3.3 behandelde woonvisie stamt uit 2012 en is reeds enigszins verouderd. De gemeente Almelo beschikt over een (concept)woonvisie tot 2030. Deze is nog niet definitief vastgesteld, maar gezien dit voor de komende periode het toetsingskader zal gaan vormen, wordt ook aan deze woonvisie getoetst. De woonvisie geeft antwoord op de grote vragen over wonen in de toekomst: hoe om te gaan met de vergrijzing van de bevolking? hoe te zorgen voor een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad? hoe te zorgen dat er in de toekomst duurzaam kan worden gewoond? 4.3.4.2 Ambities Voorgenoemde vragen leiden tot de volgende drie ambities: Ambitie 1: Flexibele woningvoorraad 1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 5. De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. Ambitie 2: Evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad 1. Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. 2.

De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over Almelo (en omliggende) gemeenten verdelen. Ambitie 3: Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. In dit geval zijn met name ambitie 1 en ambitie 3 van belang. Hierna wordt samengevat op de relevante ambities ingegaan. Flexibele woningvoorraad: verwachte groei De verwachting is dat Almelo nog tien tot vijftien jaar groeit. Daarna wijzen de cijfers op een periode van krimp; eerst alleen van de bevolking en daarna ook van het aantal huishoudens. Hier kan de woningvoorraad de komende jaren op voorbereiden waar nodig, met als belangrijke kanttekening: Er wordt ingezet op het zoveel mogelijk voorkomen van krimp. De groei van de komende jaren wil de gemeente faciliteren door herbestemming en door de woningvoorraad uit te breiden met nieuwbouw. Bij de uitbreiding van de woningvoorraad wordt de ruimte in het bestaande bebouwde gebied benut. De groei van Almelo en de huidige druk op de woningmarkt maakt dat snel woningen nodig zijn: 1.400 tot

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

23

NL.IMRO.0141.00118-BP31

2030 en dan nog circa 230 tot 2035. De belangrijkste vraag is welke woningen waar worden toegevoegd. De gemeente kijkt heel nauwkeurig wat de precieze woonvraag is, zodat er niet wordt gebouwd voor leegstand (op termijn). Hierbij geldt het credo: inbreiding voor uitbreiding Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat in de gebouwde omgeving geen aardgas meer gebruikt wordt voor verwarming, warm tapwater en koken. Daarom moet de gemeente op zoek naar warmtealternatieven. De nieuwbouw realiseert de gemeente uiteraard meteen aardgasvrij en toekomstbestendig. Hierbij worden de landelijke normen gevolgd. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Almelo 2020-2030 De woningen dragen bij aan het realiseren van een flexibele woningvoorraad, waarbij er sprake is van inbreiding. De gemeente geeft aan de groei te faciliteren door herbestemming en nieuwbouw. Daar is hier sprake van. Tevens past het initiatief in de beoogde groei van 1.400 woningen tot 2030. Gezien de ligging, op een deels braakliggende locatie in een relatief nieuwe woonwijk, wordt de locatie logisch geacht. Tevens zullen er maatregelen op het gebied van duurzaamheid worden uitgevoerd. Zo zal naar waarschijnlijkheid gebruik gemaakt worden van een warmtepomp inclusief zonneboiler bij de tweekapper.

Verder wordt voldaan aan de meest recente eisen vanuit het bouwbesluit.

4.3.5 Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het plan in lijn is met het gemeentelijk beleid.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

24

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

5.1.2 Beoordeling 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Op grond van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel.

De zone is gelegen aan weerszijden van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- of fietspaden en vluchtstroken worden niet tot de weg gerekend en vallen binnen de zone. De geluidszone langs een weg omvat het gebied waarbinnen extra aandacht moet worden geschonken aan het geluid afkomstig van de betrokken weg. De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). De geplande woningen zijn gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de Nijreessingel. BJZ.nu heeft in voorliggend geval een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In de volgende alinea zijn de resultaten hiervan opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt naar Bijlage 1 bij deze toelichting verwezen. Opgemerkt wordt dat het onderzoek uitging van het oude plan voor drie woningen. Gezien de positie van de woningen ten opzichte van de Nijreessingel onveranderd is, worden de resultaten nog steeds bruikbaar geacht.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

25

NL.IMRO.0141.00118-BP31

De geluidsbelasting als gevolg van de Nijreessingel ter plaatse van de te bouwen woningen bedraagt hoogstens 43 dB voor de zuidelijke woningen en 41 dB voor de noordelijke woning. Hiermee wordt ruimschoots aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wgh voldaan. Tevens wordt aan de ambitiewaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid (tevens 48 dB) voldaan. Er is daarmee ter plaatse van de beoogde woning sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Op een afstand van 250 meter tot het plangebied ligt de spoorlijn Deventer-Hengelo. Op basis van het geluidsregister geldt voor het dichtstbijzijnde meetpunt een geluidproductieplafond van 55,4. Op basis van het Besluit geluidhinder (artikel 1.4a) geldt voor een geluidproductieplafond van maximaal 56 dB een zone met een breedte van 100 meter. Hier ligt het plangebied ruimschoots buiten. Het aspect 'railverkeerslawaai' vormt dan ook geen belemmering. 5.1.2.3 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).

5.1.3 Conclusie De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1 Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is er een verkennend bodemonderzoek door Agri Terra uitgevoerd. Deze is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. De resultaten en conclusies worden hierna besproken.

5.2.2 Beoordeling 5.2.2.1 Verkennend bodemonderzoek 5.2.2.1.1 (Boven- en onder)grond In het bovengrondmengmonster (BM1) zijn lichte verhogingen lood en DDD (som) aangetroffen. In het ondergrondmengmonster (OM1) zijn geen verhogingen aangetroffen. 5.2.2.1.2 Grondwater In het grondwatermonster (PB1 WM1) zijn lichte verhogingen koper, zink, cadmium en barium aangetroffen.

5.2.3 Conclusie Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

26

NL.IMRO.0141.00118-BP31

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1 Algemeen Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

5.3.2 Beoordeling In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met categorieën van gevallen, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de woonfunctie niet aan te merken is als gevoelige bestemming zoals opgenomen in het Besluit gevoelige bestemmingen.

5.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

27

NL.IMRO.0141.00118-BP31

5.4

Externe veiligheid

5.4.1 Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgesteld in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

5.4.2 Beoordeling Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is met rode marker aangegeven.

vastgesteld bestemmingsplan Nijreesw eg 47

28

NL.IMRO.0141.00118-BP31

Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicok aart (Bron: Risicokaart) Spoorweg Deventer-Hengelo In de omgeving van het plangebied ligt de spoorlijn Deventer-Hengelo, op circa 250 meter afstand. Over dit traject worden gevaarlijke stoffen getransporteerd. Voor het spoortracé geldt geen wettelijk plasbrandaandachtsgebied en daarnaast reikt de 10-6 plaatsgebonden risicocontour niet buiten het spoortracé. Aangezien het plangebied binnen 300 meter van deze risicobron Iigt wordt hierna ingegaan op de scenario's (plasbrand, BLEVE en toxisch) die zich voor kunnen doen. Gelet op de afstand van de gebouwde objecten en het spoortracé is het scenario plasbrand niet van toepassing. Wel dient rekening te worden gehouden met de scenario's BLEVE en toxische wolk. Het effectgebieden bij een incident verschilt hierbij sterk per stofgroep. Globaal gesteld reiken de letale aspecten van een plasbrand tot circa 30 meter, een BLEVE tot 200 meter en een toxische wolk tot vele kilometers. Het plangebied ligt op circa 250 meter van het spoor waarbij deze binnen het giftige stoffen (toxische wolk) is gelegen. Het vervoer van brandbare gassen is in belangrijke mate verantwoordelijk voor het huidige groepsrisico binnen de gemeente Almelo.

Het vervoer van giftige stoffen levert zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie (maatregelen basisnet spoor) relatief een geringe bijdrage aan de omvang van het groepsrisico. De omvang van deze bijdrage wordt namelijk sterk bepaald door de aanname dat 90% van de aanwezige personen doelmatig binnen kan schuilen. Dit geldt ook voor het plangebied. Voor het plangebied is een toxische wolk + een BLEVE (hetzij in mindere mate gezien de afstand tot het plangebied) als effect leidend. Door de beperkte toename van het aantal personen en de kleine kans op incidenten richten de geadviseerde maatregelen zich voornamelijk op de zelfredzaamheid van de aanwezige personen in het plangebied. Bronmaatregelen of maatregelen om de bluswatervoorziening te optimaliseren om een scenario op het spoor te kunnen bestrijden worden niet proportioneel geacht. Daarbij is van groot belang dat bewoners van het plangebied van de risicobron af kunnen vluchten bij een calamiteit. Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=436f4a7d-9ade-45f9-b53c-0b3a1e126b39