CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Westerdok en investeringskrediet Kanaalpark fase 1 - bijlage 9 - Waterstructuurplan

Raad 16 december 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Westerdok en investeringskrediet Kanaalpark fase 114.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.8

Overzicht van resultaten

Tabel 6.1 geeft het aantal risicopanden per variant weer, ter referentie is ook de huidige situatie (inclusief autonome ontwikkelingen) meegenomen. Het betreft alleen de risicopanden die zijn ingemeten, kleine schuurtjes en overige panden zijn niet meegenomen.

Tabel 6.1 Overzicht aantal risicopanden per variant Variant

Aantal risicopanden

Huidige situatie (+ autonome ontwikkelingen)

60

variant 1

46

variant 2

31

variant 3

20

variant 4

16

variant 5

22

De resultaten van de variantenstudie laten zien dat variant 4 het meest effectief is. Door gebruik te maken van hemelwaterriolen ter plaatse van de knelpunten in combinatie met waterberging op straat, zoals de verdiepte parkeerplaatsen kan het water effectief worden verwerkt zonder voor overlast te zorgen. Het implementeren van alleen de verdiepte parkeerplaatsen als waterberging zonder aanvullende maatregelen is onvoldoende om overlast effectief te beperken.

49 | 51

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Definitief

7 CONCLUSIE De gemeente Almelo staat voor de uitdaging om het gebied Westerdok klimaatrobuust te herinrichten, waarbij wateroverlast en hittestress als gevolg van klimaatverandering centraal staan. Dit waterstructuurplan biedt een analyse van de huidige situatie, inclusief hoogteverschillen, bodemopbouw, grondwaterstanden en het bestaande watersysteem. Ook de klimaatrisico’s zoals neerslag, droogte, hitte en overstromingen zijn in kaart gebracht. De analyse toont aan dat Westerdok kwetsbaar is voor wateroverlast, met name door de beperkte capaciteit van het gemengde rioolstelsel en de lage ligging van bepaalde straten zoals de Boddenstraat. Aanbevolen maatregelen omvatten het afkoppelen van hemelwater van het gemengde rioolstelsel en de implementatie klimaatadaptieve straatprofielen met groen en mogelijkheden voor het vasthouden en infiltreren van hemelwater. Deze maatregelen moeten worden geïntegreerd in het nieuwe ontwerp om wateroverlast te verminderen en de waterbergingscapaciteit te vergroten. Voor het reeds bebouwde gebied Binnenstad Noord worden specifieke oplossingen voorgesteld voor geïdentificeerde knelpunten, zoals het afkoppelen van het hemelwatersysteem, en het creëren van infiltratievoorzieningen en klimaatadaptieve profielen. Deze maatregelen zijn bedoeld om zowel wateroverlast als de gevolgen van hittestress te verminderen.

Daarnaast is een 5 tal maatregelscenario’s doorgerekend om de effecten in kaart te brengen. Hieruit komt naar voren dat een combinatie van meerdere hemelwaterriolen rond de knelpunten het meest effectief is, in dit geval variant 4. Het waterstructuurplan biedt de gemeente Almelo een uitvoerbaar kader om Westerdok en Binnenstad Noord duurzaam en klimaatrobuust in te richten met inachtneming van de lokale beleidskaders, rekening houdend met toekomstige klimaatveranderingen en de daaruit voortvloeiende risico’s.

50 | 51

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Definitief

REFERENTIES 1

AHN. Actueel hoogtebestand Nederland. AHN-Viewer, AHN 4. [online]. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ 2 TNO. DINOloket ondergrondmodellen. [online]. https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 3 Twentswaternet. Actuele grondwaterstanden. [online]. https://grondwater.webscada.nl/twentswaternet/# 4 Twentswaternet. Klimaatatlas Twente. [online]. https://twn.klimaatmonitor.net/ 5 Waterschap Vechtstromen (2021). Waterbeheerprogramma 2022-2027. https://www.vechtstromen.nl/publish/pages/33091/20211215_geamendeerd_waterbeheerprogram ma_def.pdf 6 Gemeente Almelo (2022). Klimaatadaptatie-strategie Almelo 2021-2025, samen kansen benutten. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677620#intitule 7 Gemeente Almelo (2022). Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026, De verbindende kracht van water. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677132#hoofdstuk_4. 8 Witteveen+Bos (2024). Waterstructuurplan Westerdok. Basisgegevens en uitgangspunten stresstest wateroverlast. Ref. 139927/24-006.545. 9 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Klimaateffectatlas. https://www.klimaateffectatlas.nl 10 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/03/23/landelijkemaatlat-factsheets-en-overzichtstabel

51 | 51

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Definitief

Bijlagen

52 | 51

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Definitief

I BIJLAGE: MAATLAT GROENE KLIMAATADAPTIEVE GEBOUWDE OMGEVING Tabel I.1 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: wateroverlast Wateroverlast doel

hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar

landelijke norm

geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt (70 mm/uur), vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat (verbonden met gevolgbeperking overstromingen)

decentrale norm

neerslag op bebouwd privaat terrein verwerken op privaat terrein (range 40 - 70 mm) of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen ontwikkeling voorkomt afwenteling

richtlijnen

in het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig

voorkeursvolgorde

benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren

Tabel I.2 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: droogte Droogte doel

droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies

decentrale norm

grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

richtlijnen

vergroten infiltratie ten opzichte van voor de ontwikkeling en minimaliseren verharding. Buitenstedelijke ontwikkeling is infiltratieneutraal: grondwateraanvulling blijft gelijk ondanks verhardingstoename, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp

voorkeursvolgorde

benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage I | Definitief

Tabel I.3 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: hitte Hitte doel

tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

norm

voor hitte zijn geen normen opgenomen

richtlijnen

geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen (installaties) >40 % schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken op het heetste moment van de dag afstand tot groene koele verblijfsplekken (<300 m van de ingang) een belangrijk deel van de oppervlakten (40 - 50 %) is warmtewerend vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen zijn bestand tegen hitte

richtlijn

in het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig

voorkeursvolgorde

koele omgeving, warmte weren, passief koelen, actief koelen (ladder van koeling van OSKA)

Tabel I.4 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: gevolgbeperking overstroming Gevolgbeperking overstroming doel

de gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken

norm

voor gevolgbeperking van overstromingen zijn geen normen opgenomen

richtlijnen

overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijbehorende impact afwegen, met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies

Tabel I.5 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: Bodemdaling Bodemdaling doel

bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar

decentrale norm

draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting motiveren in hoeverre bebouwing en infrastructuur binnen het plangebied afgestemd is op de draagkracht van de bodem. De bodemdaling wordt hiermee zoveel mogelijk gemitigeerd en beperkt, zodat bodemdaling nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar blijven gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal aantonen dat over de levensduur de meest (maatschappelijk) kosteneffectieve ontwerppeilen van bebouwing, infrastructuur en groen, en bijbehorende maatregelenset voor openbaar en privaat terrein is gekozen. De maatregel- en materiaalkeuze wordt afgestemd op de draagkracht van de bodem ter plekke om (de gevolgen van) bodemdaling zoveel mogelijk te mitigeren en te beperken. Bij de keuze moet de gehele levensduur (bijvoorbeeld 60 jaar voor de riolering) worden betrokken inclusief de beheerfase, zodat de kosten niet afgewenteld worden op bewoners en beheerders. De restzetting wordt berekend over een periode van 30 jaar na oplevering. Drinkwaterbedrijven hanteren het uitgangspunt van restzetting van 10 cm in 30 jaar. Parameters worden gemonitord over een periode van 10 jaar. Betrokken partijen leggen verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden vooraf vast

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage I | Definitief

Tabel I.6 Maatlat groende klimaatadaptieve gebouwde omgeving: biodiversiteit en natuurinclusief Biodiversiteit en natuurinclusief doel

groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus

norm

er zijn voor het thema biodiversiteit geen normen opgenomen, vanwege het locatie specifieke karakter van de onderdelen en de nog beperkte onderbouwing ervan.

richtlijnen

waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur behouden en realiseren groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij … percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage I | Definitief

II BIJLAGE: KLIMAATADAPTATIE BELEID GEMEENTE ALMELO De onderstaande situaties zijn geclassificeerd in de klimaatadaptatiestrategie geclassificeerd als onacceptabel of onwenselijk: -

-

-

-

II.1

onacceptabel wanneer er door wateroverlast …: · een gebiedsontsluitingsweg vol water staat, waardoor hulpdiensten de wijk niet kunnen bereiken; · het ziekenhuis enkele uren niet bereikbaar is vanwege het water op straat; · de stroomvoorziening uitvalt door extreme neerslag; onwenselijk wanneer er door wateroverlast…: · de winkelstraat blank staat en het water in de gebouwen loopt, waardoor ondernemers financiële schade leiden; · er een paar centimeter water in woningen staat, waardoor de parketvloer moet worden vervangen; · het bedrijventerrein een aantal dagen slecht bereikbaar is door wateroverlast; · een putdeksel die omhoog komt tijdens een hevige regenbui; · de kruipruimte volledig blank staat; onwenselijk wanneer er door hittestress…: · winkels genoodzaakt dicht gaan omdat er door hitte geen winkelend publiek is in een dorp/de stad; · door blauwalgen de recreatieplas in de vakantieperiode gesloten is; · het aantal sterfgevallen door hitte toe neemt; · er veel meer fijnstof in de lucht komt, waar mensen met een longziekte extreem veel last van hebben; · de basisschool 2 dagen gesloten is door oververhitting klaslokaal; · de treinrails uitzetten en het treinverkeer 2 dagen stil ligt; · er een plaag van de processierups ontstaat; onwenselijk wanneer er door droogte…: · er vanwege watertekort een beregeningsverbod van twee weken is, waardoor alle jonge aanplant sterft; ·

scheepvaart in sommige rivieren/kanalen niet mogelijk is door de lage waterstand; · natuurgebied door een grote natuurbrand verdwijnt; · vijvers en sloten droogvallen, vissen doodgaan en er stankoverlast ontstaat; · de opbrengst van gewassen vele malen kleiner is door de droogte en het verbod op beregenen.

Klimaatadaptatie strategie Almelo 2021-2025

Leidende principes zijn uitgewerkt en deels al verankerd in bestaand beleid. Algemene uitgangspunten in de klimaatadaptatiestrategie zijn [ref. 6]: - bij extreme regenval blijven hoofd- en gebiedsontsluitingswegen toegankelijk voor hulpdiensten; - regenval veroorzaakt geen grote schade in gebouwen of nutsvoorzieningen; - hoge grondwaterstanden veroorzaken geen schade of gezondheidsrisico’s; - geen hittestress voorkwetsbare groepen en objecten.

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage II | Definitief

Infrastructuur Voor de wegen geldt, bij een bui van 70 mm / uur voor hoofdwegen en 45 mm / uur voor gebiedsontsluitingswegen, een gemiddelde waterdiepte van: - < 10 cm op nieuwe wegen; - < 25 cm op bestaande wegen. Neerslag Voor nieuwbouw geldt: - het vloerpeil ligt minimaal 30 cm boven het straatpeil; - ten minste 40 mm water kan op eigen terrein geborgen worden; - water kan zonder schade worden vastgehouden, geborgen en afgevoerd in de openbare ruimte én op privaat terrein. Voor privaat terrein geldt: - inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door wateroverlast vanuit eigen terrein. Hoge grondwaterstanden Voor nieuwbouw geldt: - vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand; - een kelder is waterdicht wanneer deze bestemd is als verblijfsruimte (bouwbesluit 1992 en 2012). Voor de openbare ruimte geldt: - bij structurele grondwateroverlast neemt de gemeente maatregelen indien dat doelmatig is. Voor bestaande bouw geldt: - vloerhoogte van minimaal 90 cm; - straatpeil van 70 cm ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand; - een eigenaar is verantwoordelijk voor het oplossen van grondwateroverlast op eigen terrein. Hittestress Voor nieuwbouw geldt: - landelijke normen in het Bouwbesluit (2021) voorkomen oververhitting van woningen.

Voor de openbare ruimte geldt: - voldoende koelteplekken en schaduw in de open ruimte (in de uitvoeringsagenda is aanvullend onderzoek opgenomen). Voor privaat terrein geldt: - inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen (bijvoorbeeld toevoegen van groen, warmtewerend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken); - in het Omgevingsplan wordt onderzocht of het wenselijk is eisen op te nemen voor maximaal percentage verhard oppervlak. Vergroten Sponswerking Bodem en Robuust Watersysteem Voor nieuwbouw geldt: - nieuwe ontwikkelingen worden dusdanig ingericht dat ze neerslag bergend en afvoer vertragend zijn. Bij droogte voorziet het plangebied bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water; - droogval bij oppervlaktewater zo veel mogelijk voorkomen en circulatie mogelijk maken. Voor de openbare ruimte geldt: - bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treffen we maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Denk aan maatregelen om water op de locatie langer vast te houden. We onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de kans op blauwalg en vissterfte te verkleinen;

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage II | Definitief

-

we voorkomen onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur door water vast te houden waar het valt.

Voor privaat terrein geldt: - inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van groen of het beperken van de gevolgen; - in het Omgevingsplan wordt onderzocht of het wenselijk is eisen op te nemen voor het percentage verharding of groen.

II.2

Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026

In het ‘Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026, De verbindende kracht van water’ [ref. 7] worden de volgende normen en uitgangspunten beschreven voor de waterstromen binnen de gemeente Almelo. De volgende normen en uitgangspunten zijn relevant voor de herontwikkeling van Westerdok. In de onderstaande alinea’s wordt steeds eerst een uitgangspunt genoemd met daaronder de bijbehorende normen en/of eisen. Afvoercapaciteit hemelwater - we onderzoeken de mogelijkheden hoe we in de toekomst het hemelwater verwerken. De mogelijkheden werken we per gebied uit in gebiedspaspoorten: · in bestaand stedelijk gebied (stad en dorpen) wordt de particulier waar mogelijk gestimuleerd het hemelwater op eigen terrein te verwerken volgens de trits vasthouden, bergen en dan pas afvoeren; · bij nieuwbouw en renovatie geldt afhankelijk van het gebiedspaspoort een gedifferentieerde bergingseis; · voor getalsmatige invullingen zie de Almelose Klimaatadaptatiestrategie (Almelose Klimaatadaptatiestrategie); - bij herinrichting of nieuwe aanleg leggen we de openbare ruimte zo aan, dat er bij hoosbuien geen overlast is van hemelwater in woningen en dat hoofdwegen toegankelijk zijn voor hulpdiensten; · voor getalsmatige invullingen zie Almelose Klimaatadaptatiestrategie; · voor ondergrondse infra gaan we uit van een afvoercapaciteit van bui 8 + 15% (bui 8 is 20 mm in 1 uur tijd); - we hebben aandacht

voor bestaande gebieden waar sprake is van wateroverlast bij hevige buien en nemen daar maatregelen; · onacceptabele situaties lossen we uiterlijk in 2030 op; · onwenselijke situaties lossen we uiterlijk in 2085 op. Oppervlaktewater - het oppervlaktewater heeft een belangrijke functie als berging voor ‘overtollig hemelwater, waarmee water-op-straat’ situaties of schade wordt voorkomen; - de waterkwaliteit is de verantwoordelijkheid van het waterschap en de gemeente zorgt ervoor dat ze geen afbreuk doen aan die kwaliteit; · het minimaal benodigde vrije profiel van de watergang is 50 tot 75 % van het jaar gewaarborgd, met inbegrip van de aanwezigheid van bagger op de bodem; - Almelo wil voorkomen dat door niet goed functionerend oppervlaktewater toekomstige grondwateroverlast gaat ontstaan; · de gemeente onderhoudt haar systemen in afstemming met het waterschap. Grondwater - daar waar het grondwater niet voldoet aan de grenswaarden en er sprake is van structurele grondwateroverlast, werken we mee aan doelmatige en effectieve grondwater maatregelen in de openbare ruimte; · we hanteren voor meldingen van overlast de beslisboom grondwateroverlast; - bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treffen we maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken;

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage II | Definitief

· -

aan de hand van gebiedspaspoorten bepalen we waar mogelijkheden zijn voor het vasthouden en bergen van water; waar mogelijk vergroten we de sponswerking van de bodem en nemen we maatregelen om water langer vast te houden; · aan de hand van gebiedspaspoorten bepalen we waar mogelijkheden zijn voor het vasthouden en bergen van water.

Voorkomen structurele grondwateroverlast bij nieuwe aanleg - per gebied hanteren we eisen ten aanzien van de aanleghoogte van vloeren. Deze werken we uit in het omgevingsplan; · aangezien bij in- en uitbreidingen meer mogelijkheden zijn om toekomstige overlast te voorkomen geldt voor nieuwe (inbreidings-)gebieden een ontwateringsdiepte van 0,8 m bij wegen en 1,0 m ten opzichte van vloerpeil; - we sturen aan op een robuuste inrichting van het gebied om grondwateroverlast in de toekomst te kunnen voorkomen; · we hanteren de volgende voorkeursvolgorde: - ophogen; - aanleg nieuw oppervlaktewater; - aanleg ontwateringsvoorzieningen (drainage); - we willen de aanwezige structurele grondwateroverlast verminderen; · we streven in het bestaande bebouwd gebied de volgende ontwateringsdieptes na (richtlijn): - (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG)) onder plantsoen 0,5 m; - (GHG) onder wegen en de doorwortelbare ruimte voor bomen 0,7 m; - (GHG) onder gebouwen (vloerpeil) 0,9 m; · in gebieden met structurele overlast neemt de gemeente Almelo daar waar mogelijk en doelmatig, het initiatief om de overlast te bestrijden in de openbare ruimte; · grondwateroverlast wordt als structureel beschouwd als er én gedurende meerdere aaneengesloten jaren te hoge grondwaterstanden zijn én meerdere meldingen van diverse percelen zijn over grondwateroverlast; · er bestaat inzicht in de optredende

grondwaterstanden. Scheiden hemelwater en afvalwater - hemelwater verwerken we zoveel mogelijk bovengronds; · deze keuze leidt tot een ruimteclaim; · voor getalsmatige invullingen zie de Almelose Klimaatadaptatiestrategie; · we zoeken naar zoveel als mogelijk prikkels om inwoners of particulieren te stimuleren om maatregelen te nemen; - schoon hemelwater scheiden we zoveel als mogelijk van afvalwatersystemen; · gemiddeld koppelen we jaarlijks 2 ha verhard oppervlak af; - we zorgen voor de inzameling van hemelwater van particulieren wanneer zij het hemelwater niet op eigen terrein kunnen vasthouden of bergen; · gebieden groter dan 1 hectare zijn zelf verantwoordelijk voor bergen van water op eigen terrein. voor overig bestaand stedelijk gebied (stad en dorpen) wordt op basis van de gebiedspaspoorten gekeken welke bergingseis doelmatig is. Deze wordt dan vastgelegd in het Omgevingsplan; · bij nieuwbouw en renovatie van een woning wordt van de particulier verwacht het hemelwater te verwerken volgens de trits hergebruik, infiltreren, bergen of gereduceerd afvoeren. Bij herinrichting van bestaande wijken altijd in afstemming met de gemeente en het waterschap.

De bergingseisen zoals bepaald in Almelose Klimaatadaptatiestrategie (20 mm inbreidingslocatie en 40 mm uitbreidingslocatie) gaan we verder uitwerken en waar nodig differentiëren in gebiedspaspoorten zodat we ze gebiedspecifiek kunnen vastleggen in ons omgevingsplan; - we zorgen ervoor dat er geen vuilwateraansluitingen op hemelwatersystemen zijn aangesloten; · er zijn geen foutieve aansluitingen op de HWA riolering; daar waar deze zijn geconstateerd, wordt gehandhaafd; · door gebruik te maken van duurzame, milieuvriendelijke en niet uitlogende materialen worden risico’s op vervuiling van afgekoppelde oppervlakken voorkomen;

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage II | Definitief

-

bij vervanging en/of uitbreiding zijn de nieuwe systemen klimaatrobuust ingericht. Waar mogelijk worden verharde oppervlakken ontsteend en vergroend; we onderzoeken per gebied de mogelijkheden van vasthouden, bergen en afvoeren van hemelwater en vertalen dit in gebiedspaspoorten; inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door wateroverlast vanuit eigen terrein.

Afvalwater De voorzieningen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater verkeren in een goede technische staat: - de vertaling van schadebeelden van rioolinspecties voor stabiliteit, waterdichtheid of afstroming naar maatregelen vindt plaats aan de hand van de beoordelingsmatrix 'de Almelose norm' uit het beheerplan vrij verval riolering; - de beheerdata zijn op orde. De gegevens van de objecten worden centraal binnen de gemeente vastgelegd en bijgehouden in het beheerpakket, voor het verkrijgen van inzicht; - wanneer stankoverlast in openbaar gebied wordt geconstateerd, wordt binnen een week actie ondernomen; - afvalwater kan ongehinderd afstromen: · de verloren berging is maximaal 10 % per rioolstreng; · de in- en uitslagpeilen van gemalen dienen gelijk of lager te zijn ingesteld dan de binnen onderkant van het aanvoerriool; - voor komende planperiode wordt vastgehouden aan huidige wet- en regelgeving: · we volgen het bouwbesluit; · de riolering en voorzieningen zijn aangelegd conform technische eisen en standaarddetails ‘Openbare ruimte’ van de gemeente Almelo; - de vuiluitworp vanuit het afvalwatersysteem via overstorten naar oppervlaktewater in het geval van hoosbuien is beperkt. De overstorten in sloten en vijvers leidt tot beperkte risico's voor mens en omgeving.

Slechts af en toe is er sprake van stank en vervuiling; · de vuiluitworp uit gemengde rioolstelsels moet kleiner of gelijk zijn aan de doelstellingen voor de oppervlaktewaterkwaliteit, zoals bepaald in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder; · overstorten van gemengde stelsels zijn voorzien van meetregistratie; - vuilwater wordt zoveel als mogelijk gescheiden van hemelwater ingezameld en gescheiden aangeboden aan de zuivering waardoor zuivering efficiënter is; · gemiddeld koppelen we 2 hectare per jaar af.

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage II | Definitief

III BIJLAGE: ONTWERP HERONTWIKKELING WESTERDOK

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage III | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage III | Definitief

IV BIJLAGE: KAART ‘WATER OP STRAAT’ NA AUTONOME AFKOPPELING (70 MM IN ÉÉN UUR)

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage IV | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage IV | Definitief

V BIJLAGE: ‘WATER OP STRAAT’ NA AFKOPPELING (BUI 10)

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage V | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage V | Definitief

VI BIJLAGE: RESULTATEN SCENARIO 1

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VI | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VI | Definitief

VII BIJLAGE: RESULTATEN SCENARIO 2

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VII | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VII | Definitief

VIII BIJLAGE: RESULTATEN SCENARIO 3

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VIII | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage VIII | Definitief

IX BIJLAGE: RESULTATEN SCENARIO 4

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage IX | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage IX | Definitief

X BIJLAGE: RESULTATEN SCENARIO 5

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage X | Definitief

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage X | Definitief

XI BIJLAGE: BASISGEGEVENS EN UITGANGSPUNTEN STRESSTEST WATEROVERLAST

Witteveen+Bos | 139927/25-007.947 | Bijlage XI | Definitief

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

Basisgegevens en uitgangspunten stresstest wateroverlast Waterstructuurplan Westerdok Gemeente Almelo 139927 Concept 01 3 mei 2024 139927/24-006.545 K. van der Lek BSc Ir. J. Klein Ir. J. Klein

Paraaf

Bijlage(n)

-

Aan

Gemeente Almelo

Ir. C. de Groot

Kopie

1

INLEIDING

De gemeente Almelo ontwikkelt plannen voor de herinrichting van het gebied Westerdok. Voorafgaand aan de planontwikkeling wil de gemeente Almelo weten welke risico’s de klimaatverandering voor dit gebied meebrengt en hoe het gebied klimaatrobuust kan worden ingericht. Deze studie richt zich vooral op het voorkomen van schade als gevolg van wateroverlast, rekening houdend met de verwachte klimaatverandering. De eerste stap van de opdracht is het actualiseren van het rekenmodel dat eerder is opgesteld voor de klimaatstresstest van Almelo. Hierna wordt het risico op wateroverlast in beeld gebracht aan de hand van de modelberekeningen. De afwatering van hemelwater in Westerdok kan niet los gezien worden van de omgeving. Het gebied dat in beschouwing wordt genomen omvat ook het woongebied ten oosten van Westerdok. Afbeelding 1.1 toont het projectgebied. Deze notitie beschrijft: 1 de werkmethode die is gehanteerd voor het actualiseren van het rekenmodel in en rond het studiegebied; 2 de uitgangspunten voor de wateroverlast berekeningen als onderdeel van de klimaatstresstest van Westerdok en omgeving.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c | Postbus 24087 | 3502 MB Utrecht | +31 (0)30 765 19 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

Afbeelding 1.1 Projectgrenzen Westerdok en omgeving

2

ACTUALISEREN REKENMODEL

De gemeente Almelo heeft een Infoworks model ter beschikking gesteld dat vervolgens door Witteveen+Bos is gecontroleerd en geactualiseerd. Hierbij is het model gecontroleerd op logische opbouw. Dit omvat een controle op: - diameters en leidingdieptes; - onderscheid tussen het gemengd rioolstelsel en gescheiden rioolstelsels; - het verhard oppervlak; - de ligging van overstorten en pompen. De meest actuele versie van het beheerbestand is gebruikt om nieuwe ontwikkelingen in het rioolstelsel op te sporen. Wijzigingen in het verhard oppervlak zijn in rekening gebracht aan de hand van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).

2.1

Brondocumenten

De volgende bestanden zijn toegepast tijdens het actualiseren van het rekenmodel: - infoworks model van Almelo, versie september 2020; - gemeentelijk beheerbestand Brutis, ontvangen op 06-03-2024; - sweco rapportage ‘Uitgangspunten notitie Stresstest Almelo’, d.d. 22-07-2019, kenmerk 365794/ SW_190722_RUBO; - GIS shapefile ‘Almelo_20200709.shp’ met daarin het verhard oppervlak van Almelo met daarin het type oppervlak en het type riool waarop wordt afgewaterd; - basisregistratie Grootschalige Topografie, versie maart-2024; - algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN4).

2|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

2.2

Actualisatie rioolstelsel

Het Infoworks model is vergeleken met het beheerbestand. In afbeelding 2.1 zijn de leidingen weergegeven die zijn aangelegd sinds het Infoworks model in 2020 is opgeleverd. Er zijn vier locaties: 1 HWA-stelsel in de Brugstraat is toegevoegd aan het rekenmodel; 2 HWA-stelsel Noorderes is toegevoegd aan het rekenmodel en gekoppeld aan het HWA-stelsel in de Winkelsteeg; 3 persriool perceel Gravenallee 10 B. Deze leiding wordt niet relevant geacht voor de hydraulische berekeningen; 4 leiding gemengd rioolstelsel Werfstraat. Deze leiding is 1-op-1 vervangen.

Afbeelding 2.1 Overzicht leidingen die zijn aangelegd sinds 2020

2.3

Modelcontrole

Op basis van de modelcontrole zijn de volgende wijzigingen uitgevoerd: - leiding 01-743400 - 01-743410 heeft verkeerde bob-hoogtes toegekend in het aangeleverde Infoworks model. Hierdoor kan het rioolstelsel lokaal niet leeglopen. De bob-hoogte is aangepast naar de waarde in het beheerbestand; - de diameter van leiding 02-770200 - 02-770210 is in het rekenmodel aangepast van Ø900 mm naar Ø800 mm (conform beheerbestand). Naar aanleiding van de modelcontrole is een vragenlijst gecommuniceerd met de gemeente. Op basis van de reactie van de gemeente is het rekenmodel aangepast. De vragen en antwoorden zijn opgenomen in tabel 2.1.

Tabel 2.1 Vragen en reactie Infoworks model Nr

Vraag W+B

Reactie gemeente

1

de Brugstraat is in recent verleden opnieuw ingericht. Onderdeel hiervan was de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Welke oppervlakken zijn aangesloten op het HWA-riool?

toezichthouder geeft aan dat 1/3 van de straatkolken is aangesloten op het HWA-riool. Gebouwen zijn in het geheel niet afgekoppeld

3|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

Nr

Vraag W+B

Reactie gemeente

2

het beheerbestand wijkt af van het aangeleverde Infoworks model op de volgende punten: 1 externe overstort 02_743550: · hoogte (m NAP) · breedte (m) 2 BBB overstort 01_761025: · breedte (m)

1

externe overstort 02_743550: · het uitgangspunt zijn de gegevens uit het beheerbestand · hoogte NAP 10,15 m en breedte 4,25 m

2

BBB overstort 01_761025: ·

uitgangspunt is tekening van de beheerder

·

interne overstort hoogte NAP +9,85m en breedte 9,60 m

·

externe overstort hoogte NAP +10,15 m en breedte 9,00 m

3

de situatie omtrent het hoofdriool in de Corridor is veranderd rond het jaar 2018

2.4

Actualisatie verhard oppervlak

de gemeente is hiervan op de hoogte. Het uitgangspunt is het aangeleverde Infoworks model

In afbeelding 2.2 is het verhard oppervlak in het studiegebied weergegeven en onderverdeeld naar het type rioolstelsel waarop wordt afgewaterd.

Afbeelding 2.2 Actualisatie verhard oppervlak Westerdok

Afbeelding 2.2 toont drie locaties waar het verhard oppervlak is gewijzigd: A. verharding van de hoofdrijbaan in de Brugstraat is op het HWA-stelsel aangesloten; B. verhardingen Noorderes (ontwikkeld in 2022) toegevoegd en aangesloten op HWA-stelsel; C. het parkeerterrein in het Espad is in het aangeleverde GIS-bestand gemarkeerd als HWA. Volgens het beheerbestand bevindt zich hier geen HWA-riool. De verhardingen zijn in het rekenmodel aangesloten op het gemengd riool.

4|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

3

UITGANGSPUNTEN HYDRAULISCHE BEREKENINGEN

3.1

Algemeen

Voor de hydraulische berekeningen gelden de volgende uitgangspunten: - de hydraulische berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenpakket InfoWorks ICM versie [2021.2.3]; - de berekeningen zijn uitgevoerd conform de Kennisbank Stedelijk Water ´Berekenen vrijvervalriolering’ van Stichting Rioned, met als uitzondering het gebruik van de wandruwheidswaarde van k = 3 mm voor kunststofleidingen; - het rioolstelsel wordt doorgerekend met bui 10 uit de Kennisbank Stedelijk Water. Dit komt overeen met een herhalingstijd van ongeveer 1 keer in de 10 jaar. Deze bui heeft een tijdsduur van 45 minuten en een totale hoeveelheid neerslag van 35,7 mm. De maximale neerslagintensiteit bedraagt 75 mm/uur (210 l/s.ha); - het rioolstelsel wordt daarnaast blootgesteld aan de extreme klimaatbui van 70 mm in één uur. De neerslag is uniform verdeeld over 60 minuten. Deze neerslaghoeveelheid komt overeen met een herhalingstijd van 1 keer in de 100 jaar.1

3.2

2D-maaiveldmodel

De stresstest berekeningen worden uitgevoerd met behulp van een 2D-maaiveldmodel. De maaiveldhoogtes in het model worden verkregen uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4). Hiervoor zijn de putdekselhoogtes uit het 1D-model vervangen door de plaatselijke hoogte van het AHN4. In 2019 is reeds een stresstest uitgevoerd voor de gemeente Almelo. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat de neerslagafvoer verloopt via het 2D grid. In dit waterstructuurplan wordt gekozen voor een alternatieve methode, namelijk toepassing van het NWRW inloopmodel. Dit model is gepubliceerd in 1989 op basis van onderzoek van de Nationale Werkgroep Riolering en Waterkwaliteit (NWRW) en wordt sinds 1995 als standaard gebruikt in Nederland. Het model houdt rekening met plasvorming, infiltratie, verdamping en afstromingsvertraging. Deze processen kunnen feitelijk ook in het 2D rekengrid in rekening worden gebracht. In het NWRW inloopmodel worden in beginsel de onverharde oppervlakken niet meegenomen. Afbeelding 3.1 toont beide modelschematisaties. De afbeelding geeft weer in hoeveel dimensies de modelonderdelen zijn geschematiseerd. Alle onderdelen in de afbeelding worden hieronder toegelicht: - neerslag in 0D versus 0D/2D dimensie. Toepassen van het NWRW inloopmodel betekent dat de neerslag direct afstroomt op het rioolstelsel.

Op basis van parameters wordt de neerslaghoeveelheid omgerekend naar een afvoerhoeveelheid op het stelsel. Dit gebeurt uitgaande van de verharde straatdelen en daken. Neerslagafvoer via het 2D grid betekent dat neerslag terecht komt op het maaiveldmodel en via het maaiveld een weg moet vinden naar de straatkolken. Neerslag kan ook tot afstroming komen vanaf onverharde oppervlakken. De daken worden in dit modelconcept nog steeds via 0D aangesloten op het rioolstelsel; - oppervlaktewatersysteem in 0 dimensies, het oppervlaktewatersysteem geldt alleen als randvoorwaarde. Het uitgangspunt is dat het oppervlaktewatersysteem voldoende afvoer- en bergingscapaciteit heeft; - rioolstelsel in 1 dimensie, het rioolwater kan stromen van put naar put; - maaiveld in 2 dimensies. Toepassen van het NWRW inloopmodel betekent dat als het rioolstelsel onvoldoende afvoercapaciteit heeft, het rioolwater vanuit de put het maaiveld op stroomt. Op het maaiveld kan het rioolwater afstromen naar het laagste punt in het maaiveld. Neerslag-afvoer via het 2D grid betekent dat waterdieptes op straat ontstaan door een combinatie van de neerslag die op het maaiveld terecht komt en uittreding vanuit het rioolstelsel.

1

STOWA 2019-19 Statistiek voor extreme neerslag voor klimaatscenario’s. Tabel 6: ‘Klimaatscenario statistiek voor het scenario 2050 upper voor het jaar T100’, blz. 44.

5|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

Afbeelding 3.1 Twee varianten voor 2D-modelschematisatie. ‘d’ staat voor dimensies

Afbeelding 3.2 toont de rekenresultaten die worden verkregen met beide modelschematisaties voor een deel van Westerdok.

Afbeelding 3.2 Effect van neerslag-afvoer via het 2D grid versus het NWRW 4.3 inloopmodel

In het rechter plaatje van afbeelding 3.2 is meer water-op-straat te zien. Dit is echter niet altijd een gevolg van onvoldoende capaciteit in de riolering. SWECO heeft eerder de onverharde delen in zowel de openbare ruimte als op privéterreinen geïdentificeerd in het ‘rainfall on mesh’ scenario, gebruikmakend van een infrarood luchtfoto waarop vegetatie hoge reflectiewaarden vertoont. De onverharde delen hebben een initiële infiltratiewaarde toegekend van 200 mm/uur die na 3 uur is gereduceerd tot 15 mm/uur. Er blijven echter nog verharde oppervlakken over op privéterreinen die leiden tot afstroming.

6|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

Met name in de achtertuinen van woningen leidt dit tot ophoping van water, omdat er geen route mogelijk is naar de riolering. Dit leidt tot een forse toename van het aantal risicopanden in het ‘rainfall on mesh’ scenario. Afbeelding 3.2 laat in het linker plaatje zien dat de berekening met het NWRW inloopmodel alleen waterdieptes op straat toont als direct gevolg van uitstroming vanuit het gemeentelijk rioolstelsel. De gebouwen die worden gemarkeerd als risicopand zijn dus het gevolg van onvoldoende capaciteit van de hoofdriolering. In de praktijk wordt de afstroming in tuinen afgevangen met private riolering en wordt een gedeelte geïnfiltreerd. Het rekenmodel in beide modelschematisaties neemt de perceel afwatering niet mee. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de waterdieptes in de achtertuinen daadwerkelijk optreden in de praktijk. Het toepassen van het NWRW inloopmodel voor de 2D berekeningen heeft als voordeel dat de rekenresultaten eenvoudig zijn te interpreteren. De waterdieptes worden immers altijd veroorzaakt door onvoldoende capaciteit in het gemeentelijk rioolstelsel. De effectiviteit van maatregelen in de openbare ruimte is daardoor ook eenvoudiger inzichtelijk te brengen.

4

RESULTATEN KLIMAATSTRESSTEST

Met behulp van het Infoworks model in combinatie met het maaiveldmodel zijn de maximale waterdieptes op straat berekend. Afbeelding 4.1 toont het resultaat bij standaardbui 10.

Afbeelding 4.1 Maximale inundatiedieptes tijdens standaardbui 10

Op basis van de modelresultaten zijn zes locaties gemarkeerd met een risico op wateroverlast. Een pand wordt gemerkt als risicopand wanneer de waterdiepte tegen de gevel groter is dan 10 cm. In overleg met de gemeente is besloten de dorpelhoogtes van de panden op de gemarkeerde locaties in te meten. Vervolgens kan voor ieder pand worden nagegaan of er daadwerkelijk sprake is van risico op wateroverlast.

7|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

5

CONCLUSIE

Het Infoworks model is geactualiseerd aan de hand van het meest recente gemeentelijk beheerbestand. Hierbij zijn ook de verhardingen bijgewerkt op basis van de BGT. Op basis van de modelcontrole zijn een aantal vragen ontstaan en gecommuniceerd met de gemeente. Op basis van de reactie van de gemeente is het rekenmodel gereed gesteld voor de klimaat stresstest berekeningen. De klimaatstresstest voor wateroverlast wordt uitgevoerd met het rekenmodel met standaard inloopmodel. Dit betekent dat water-op-straat plaatsvindt zodra het rioolstelsel is overbelast. Dit wijkt af van de methode die in de klimaatstresstest van 2019 is gehanteerd. Voorkeur wordt nu gegeven aan het standaard inloopmodel, omdat het een duidelijker beeld geeft van de wateroverlast als direct gevolg van onvoldoende afvoercapaciteit van het gemeentelijk rioolstelsel. Naar aanleiding van de stresstest resultaten is in overleg met de gemeente besloten inmetingen van dorpelhoogtes van de gedetecteerde risicopanden in te meten. Door de dorpelhoogtes te vergelijken met de maximale waterstanden kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk risico is van intreding van water in de woning. Het aangepaste model wordt in het vervolg van de opdracht gebruikt om het effect van klimaatadaptieve maatregelen te toetsen.

8|8

Witteveen+Bos | 139927/24-006.545 | Concept 01

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=f4c1be67-9f66-4078-a4f1-a1b21667fb77