CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Westerdok en investeringskrediet Kanaalpark fase 1 - bijlage 8 - Externe veiligheid

Raad 16 december 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Westerdok en investeringskrediet Kanaalpark fase 116.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.

Binnen 30 meter van het spoor of de snelweg, maar buiten de PR10-6contour, zijn woningen toegestaan, wanneer de locatie wordt aangewezen als voorschriftengebied en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Doordat het wordt aangewezen als voorschriftengebied moeten bouwkundige maatregelen worden toegepast.

4.

Binnen 30 meter van het spoor of de snelweg, maar buiten de PR10-6 contour is een evenementenlocatie toegestaan, als het groepsrisico kan worden verantwoord.

4.3.3.1 Lokaal vervoer van gevaarlijke stoffen Zoals al aangegeven in paragraaf 2.4 kunnen gemeenten ervoor kiezen (op basis van art. 24 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen) om vervoer van gevaarlijke stoffen alleen over bepaalde gemeentelijke en/of provinciale wegen toe te staan, door deze aan te wijzen met een routeringsbesluit. De gemeente Almelo maakt geen gebruik van de beleidsvrijheid die hiervoor geldt en wijst geen gemeentelijke routes aan voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals dit onder het bestaande beleid ook niet werd gedaan. Hier wordt voor gekozen, omdat middels de Wet vervoer gevaarlijke stoffen al is geregeld, dat de transporteur van gevaarlijke stoffen verplicht is de kortste route te rijden, en de bebouwde kom te mijden. Daarmee is een veilige routekeuze al geborgd. Indien nodig kan de gemeente Almelo via de milieuvergunning bovendien venstertijden opleggen, om ervoor te zorgen dat het transport plaatsvindt op momenten dat er zo min mogelijk personen langs de route aanwezig zijn. Daarnaast zal de gemeente Almelo (zoals hierboven al aangegeven is) risicovolle activiteiten in de bebouwde kom weg bestemmen. Dit zorgt ervoor dat er steeds minder risicovolle activiteiten binnen de bebouwde kom aanwezig zijn. Door minder eindbestemmingen voor het vervoer, hoeft er ook minder vervoer door de gemeente plaats te vinden.

Doordat er geen route voor vervoer van gevaarlijke stoffen door de gemeente Almelo wordt vastgesteld, worden er ook geen aanvullende veiligheidszones vastgesteld rondom deze wegen en gelden er vanuit het oogpunt van externe veiligheid geen aanvullende beperkingen aan de ruimtelijke ordening rondom deze wegen.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

22 van 39

4.3.4

Ontwikkelingen nabij hogedrukaardgasleidingen

In tabel 3 is te zien hoe in de gemeente Almelo wordt omgegaan met ontwikkelingen nabij hogedrukaardgasleidingen. PR10-6 (0-enkele meters)

Belemmeringenstrook (4-5 meter)

Zeer kwetsbaar gebouw

Geen beleidsvrijheid

Geen beleidsvrijheid

Kwetsbaar gebouw

Geen beleidsvrijheid

Geen beleidsvrijheid

Beperkt kwetsbaar gebouw

Kwetsbare locatie

Geen beleidsvrijheid

•

• Beperkt kwetsbare locatie

•

•

Voorwaarden af te stemmen met leidingbeheerder Verantwoording groepsrisico Voorwaarden af te stemmen met leidingbeheerder Verantwoording groepsrisico

Brandaandachtsgebied

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

Tabel 2: Toelaten ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden van hogedrukaardgasleidingen

Voor veel van de gemaakte keuzes geldt dat deze in lijn zijn met het voorgaande beleid externe veiligheid van de gemeente Almelo. Onderstaand is per categorie kwetsbaarheid uitgewerkt welke keuzes zijn gemaakt. Zeer kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour en de belemmeringenstrook zijn van rechtswege geen zeer kwetsbare gebouwen toegestaan. Daarnaast is ervoor gekozen om binnen het gehele brandaandachtsgebied zeer kwetsbare gebouwen uit te sluiten. De gemeente Almelo wil voorkomen dat verminderd zelfredzame personen op deze afstand van hogedrukaardgasleidingen (binnen een brandaandachtsgebied) verblijven, aangezien zij zich bij een incident niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen (beperkt) Kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour en de belemmeringenstrook zijn van rechtswege geen kwetsbare gebouwen toegestaan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen is hierin wel beleidsvrijheid. Van deze beleidsvrijheid wordt echter geen gebruik gemaakt omdat de gemeente Almelo in de eerste meters rondom dit type risicobron geen gebouwen (dus ook geen beperkt kwetsbare gebouwen) wil toelaten, vanwege het risico op beschadiging van de buisleiding. Binnen het brandaandachtsgebied zijn (beperkt) kwetsbare gebouwen toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

23 van 39

Er wordt geen onderscheid gemaakt in de omgang met kwetsbaar en beperkt kwetsbaar omdat dit in de verantwoording van het groepsrisico beschouwd wordt. Eventueel kan in de verantwoording een onderscheid gemaakt worden tussen aanwezigen in de 1-99% letaalzone en de 100% letaalzone. Daarbij zal het toelaten van (beperkt) kwetsbare gebouwen in de 100% letaalzone zwaarder beargumenteerd moeten worden, dan het toelaten van (beperkt) kwetsbare gebouwen in de 1-99% letaalzone, vanwege de grotere kans op overlijden bij een ongeval in de 100% letaalzone. (beperkt) Kwetsbare locaties Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen kwetsbare locaties toegestaan. Voor beperkt kwetsbare locaties is hierin wel beleidsvrijheid. Van deze beleidsvrijheid wordt echter geen gebruik gemaakt, gelet op de ambitie van de gemeente Almelo om een uniform beschermingsniveau te realiseren voor mensen die wonen, werken en recreëren in de gemeente tegen externe veiligheidsrisico’s. Binnen de belemmeringenstrook geldt voor zowel kwetsbare als beperkt kwetsbare locaties beleidsvrijheid. Van deze beleidsvrijheid kan gebruik gemaakt worden wanneer toestemming is gegeven door de leidingbeheerder, wanneer kan worden voldaan aan de door de leidingbeheerder gestelde eisen en voorwaarden en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord.

De gemeente staat dit toe omdat de risico’s bij een hogedrukaardgasleiding zeer beperkt zijn, doordat deze ondergronds zijn gelegen en graafschade de belangrijkste oorzaak is van een ongeval. Graafwerkzaamheden binnen de belemmeringenstrook zijn echter alleen mogelijk wanneer de leidingbeheerder daar toestemming voor geeft en wanneer deze gepland zijn. Wanneer dat het geval is wordt ook richting de omgeving gecommuniceerd dat in die strook gegraven wordt en kan ervoor gezorgd worden dat er geen mensen aanwezig zijn in de omgeving van de graafwerkzaamheden, waardoor het risico op slachtoffers bij een mogelijk incident wordt beheerst. Binnen het brandaandachtsgebied zijn (beperkt) kwetsbare locaties toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Met deze keuze wordt er gezorgd voor dezelfde lijn binnen de toelating van de verschillende soorten in (beperkt) kwetsbare locaties. In onderstaand kader zijn een aantal voorbeelden gegeven van ontwikkelingen die wel, niet of onder voorwaarden zijn toegestaan. In paragraaf 4.3.1 is een toelichting te lezen op de voorwaarden die worden gesteld. Voorbeelden in overeenstemming met het beleid: 1.

Binnen het brandaandachtsgebied zijn een kinderdagverblijf, zorgfunctie met bedden of basisschool niet toegestaan.

2.

Binnen het brandaandachtsgebied, maar buiten de belemmeringenstrook, is woningbouw toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord.

3.

Met goedkeuring van de leidingbeheerder kan over een hogedrukaardgasleiding heen een sportvereniging of parkeerplaats worden gerealiseerd wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord en er geen bouwwerk op de leiding ligt.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

24 van 39

4.3.5

Ontwikkelingen nabij stationaire risicovolle activiteiten

In tabel 4 is te zien hoe wordt omgegaan met ontwikkelingen nabij stationaire risicovolle activiteiten. PR10-6 contour (enkele tot tientallen meters)*

Zeer kwetsbaar gebouw

Geen beleidsvrijheid

Kwetsbaar gebouw

Geen beleidsvrijheid

Brandaandachtsgebied (enkele tientallen meters)*

Explosieaandachtsgebied (enkele tientallen tot honderden meters*

Gifwolkaandachtsgebied (tot 300

Gifwolkaandachtsgebied (vanaf 300

meter)*

meter)*

•

•

Borging ventilatie

•

Borging ventilatie

•

Borging ventilatie

• •

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

• •

•

Beperkt kwetsbaar gebouw Kwetsbare locatie

Beperkt kwetsbare locatie

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

• •

Geen beleidsvrijheid

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico Borging ventilatie (0-300 meter) Verantwoording groepsrisico Borging ventilatie (0-300 meter) Verantwoording groepsrisico Borging ventilatie (0-300 meter) Verantwoording groepsrisico

Verantwoording groepsrisico

Tabel 3: Toelaten ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden van stationaire risicovolle activiteiten

Ook hier geldt dat de voorgenomen keuzes uit de tabel hoofdzakelijk in lijn zijn met het huidige beleid van de gemeente Almelo. Onderstaand is per categorie kwetsbaarheid uitgewerkt welke keuzes zijn gemaakt. Zeer kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen zeer kwetsbare gebouwen toegestaan. Binnen het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied zijn zeer kwetsbare gebouwen eveneens uitgesloten. De gemeente Almelo wil voorkomen dat verminderd zelfredzame personen binnen deze aandachtsgebieden van stationaire risicovolle activiteiten verblijven, aangezien zij zich bij een incident niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. Binnen het gifwolkaandachtsgebied wordt onderscheid gemaakt tussen een zone die tot 300 meter reikt en een zone vanaf 300 meter. Voor de zone tot 300 meter geldt dat een zeer kwetsbaar gebouw is toegestaan als kan worden voldaan aan de voorwaarde om de ventilatie te borgen (en daarmee voldoende bescherming tegen een gifwolk kan worden gecreëerd) en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Voor de zone vanaf de 300 meter geldt dat een zeer kwetsbaar gebouw is toegestaan als kan worden voldaan aan de voorwaarde om de ventilatie te borgen. Op die afstand zijn de effecten al zodanig minder ernstig, dat met het tijdig afsluiten van de ventilatie het aantal slachtoffers bij een incident beperkt blijft.

(beperkt) Kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen kwetsbare gebouwen toegestaan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen is hierin wel beleidsvrijheid. Net als voor de andere risicobronnen geldt ook hier dat de gemeente Almelo een uniform beschermingsniveau wil realiseren voor mensen die wonen, werken en recreëren in de gemeente tegen externe veiligheidsrisico’s en er geen gebruik gemaakt wordt van deze beleidsvrijheid. Binnen het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied is een (beperkt) kwetsbaar gebouw toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

25 van 39

aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft. Binnen het gifwolkaandachtsgebied geldt dezelfde redenatie en dezelfde voorwaarden als voor zeer kwetsbare gebouwen het geval is. Binnen de eerste 300 meter van het gifwolkaandachtsgebied is een (beperkt) kwetsbaar gebouw toegestaan als kan worden voldaan aan de voorwaarde om de ventilatie te borgen (en daarmee voldoende bescherming tegen een gifwolk kan worden gecreëerd) en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Voor die zone vanaf de 300 meter geldt dat een (beperkt) kwetsbaar gebouw is toegestaan. Daarbij wordt als extra beschermende maatregel opgenomen dat het kunnen afsluiten van de ventilatie geborgd moet worden. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de omgang met kwetsbaar en beperkt kwetsbaar omdat dit in de verantwoording van het groepsrisico beschouwd wordt. (beperkt) Kwetsbare locaties Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen kwetsbare locaties toegestaan. Voor beperkt kwetsbare locaties is hierin wel beleidsvrijheid. Van deze beleidsvrijheid wordt echter geen gebruik gemaakt om dezelfde reden als voor beperkt kwetsbare gebouwen het geval is. Binnen het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en binnen 300 meter van het gifwolkaandachtsgebied is een (beperkt) kwetsbare locatie toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord.

Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft. Binnen het gifwolkaandachtsgebied, maar buiten de 300 meter is een (beperkt) kwetsbare locatie toegestaan. Er wordt geen onderscheid gemaakt in kwetsbaar en beperkt kwetsbaar omdat dit in de verantwoording van het groepsrisico beschouwd wordt. In onderstaand kader zijn een aantal voorbeelden gegeven van ontwikkelingen die wel, niet of onder voorwaarden zijn toegestaan. In paragraaf 4.3.1 is een toelichting te lezen op de voorwaarden die worden gesteld. Voorbeelden in overeenstemming met het beleid: 1.

Een LPG-tankstation kent een PR10-6 contour van 25 en 15 meter, een brandaandachtsgebied van 60 meter en een explosieaandachtsgebied van 160 meter. Binnen al die zones is een kinderdagverblijf of basisschool uitgesloten.

2.

Woningbouw of grote kantoren zijn buiten de PR10-6 contour van een waterstoftankstation toegestaan, onder voorwaarde dat het groepsrisico kan worden verantwoord.

3.

Een sportvereniging is buiten de PR10-6 contour van een opslaglocatie van gevaarlijke stoffen in verpakking toegestaan, als het groepsrisico kan worden verantwoord.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

26 van 39

4.3.6

Het toelaten van stationaire risicovolle activiteiten

In tabel 5 is te zien hoe wordt omgegaan met het toelaten van nieuwe stationaire risicovolle activiteiten. Bedrijventerrein

Woongebied*

Landelijk gebied*/**

Stationaire risicovolle activiteit met PR10-6

•

PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven

•

PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven

•

PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven

Stationaire risicovolle activiteit met aandachtsgebieden

•

Brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied mogen niet over woongebied en zeer kwetsbare gebouwen vallen Verantwoording groepsrisico PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven Brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied mogen niet over woongebied en zeer kwetsbare gebouwen vallen Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

Verantwoording groepsrisico

•

PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven Verantwoording groepsrisico

•

PR10-6 moet binnen eigen terreingrens blijven Verantwoording groepsrisico

• Stationaire risicovolle activiteit met PR10-6 contour & aandachtsgebieden

• •

•

•

•

Tabel 4: Toelaten van nieuwe of uitbreiding van bestaande stationaire risicovolle activiteiten

* Alleen risicovolle activiteiten toegelaten als zij noodzakelijk zijn voor de energietransitie ** Alleen risicovolle activiteiten toegelaten als zij onmisbaar zijn voor de bedrijfsvoering Anders dan in de vorige drie paragrafen, waar het ging over het toestaan van een ontwikkeling binnen een aandachtsgebied, gaat het hier over het toestaan van een nieuwe of de uitbreiding van een stationaire risicovolle activiteit met een PR10-6 contour en/of aandachtsgebieden. Zoals in de tabel te zien is, gelden hiervoor altijd voorwaarden en is dit nooit zonder meer toegestaan óf uitgesloten. Op bedrijventerreinen is de meeste ruimte om risicovolle activiteiten te ontplooien. Wel moet hier altijd worden voldaan aan de voorwaarde dat de PR10-6 contour binnen de eigen terreingrenzen moet blijven en dat het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied niet tot over woongebieden of zeer kwetsbare gebouwen mogen reiken. Daarnaast moet altijd het groepsrisico worden verantwoord. Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft. Dit beleidsprincipe is strenger dan het huidige beleid, om verdichting op bedrijventerreinen mogelijk te maken. Voor woongebied en landelijk gebied gelden twee harde voorwaarden voor het kunnen toelaten van risicovolle activiteiten.

De aangevraagde activiteit móét een relatie hebben met de energietransitie in woongebied of met de bedrijfsvoering en/of de energietransitie in landelijk gebied. Als daar niet aan wordt voldaan is de activiteit niet toegestaan. Dit is in lijn met het huidige beleid, waarin nieuwe of uitbreiding van stationaire risicovolle activiteiten ook alleen onder voorwaarden waren toegestaan. Daarnaast moet ook hier de PR10-6 contour binnen de eigen terreingrenzen blijven en moet het groepsrisico worden verantwoord.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

27 van 39

Voorbeelden in overeenstemming met het beleid: 1.

Een energieopslagsysteem is binnen woongebied en landelijk gebied toegestaan, omdat de activiteit een relatie heeft met de energietransitie, wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord.

2.

Binnen een bedrijventerrein is een nieuwe stationaire risicovolle activiteit, zoals een opslaglocatie van gevaarlijke stoffen, niet toegestaan wanneer de PR10-6 contour niet binnen de eigen terreingrens blijft of het brandaandachtsgebied of explosieaandachtsgebied (indien aanwezig) tot over woongebied of een zeer kwetsbaar gebouw reikt.

3.

In landelijk gebied is een propaantank toegestaan, wanneer deze noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn t.b.v. het verwarmen van een veestal als er geen aardgasnet beschikbaar is op die locatie.

4.3.6.1 LPG-tankstations en propaantanks Met de inwerkintreding van de Omgevingswet bestaan er voor externe veiligheid een aantal zogeheten ‘bruidsschatonderwerpen’. Twee belangrijke onderwerpen hierover zijn de omgang met LPG-tankstations en met propaantanks. Zowel voor de LPG-tankstations als voor propaantanks legt de gemeente Almelo een vergunningplicht op. Voor propaantanks geldt tevens dat deze vergunningplicht ook geldt wanneer het slechts om één propaantank gaat. De realisatie van deze activiteiten legt namelijk een beslag op de ruimte in de vorm van de aandachtsgebieden die van rechtswege gelden rondom deze activiteiten. Wat betreft de realisatie van nieuwe LPG-tankstations of propaantanks geldt daardoor ook het afwegingskader onder paragraaf 4.3.6.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

28 van 39

5 Uitvoering 5.1

Van ambities naar acties

De in dit beleidsplan geformuleerde uitgangspunten en ambities kunnen alleen gerealiseerd worden als daarvoor de goede maatregelen genomen worden en het juiste instrumentarium aanwezig is. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet op welke wijze de uitgangspunten en ambities van de gemeente Almelo worden omgezet in acties. Voorop staat dat externe veiligheid een takenveld kent waaraan vele gemeentelijke disciplines een bijdrage moeten leveren: milieu, RO, verkeer en vervoer, openbare orde en veiligheid, bouwen, communicatie en economische zaken. Waar toepasselijk, is sprake van inzet bij beleidsvorming, vergunningverlening en handhaving. Het merendeel van de werkzaamheden ligt echter bij de afdelingen Milieu, RO, de Omgevingsdienst Twente en de Veiligheidsregio Twente. Zij leveren belangrijke ‘producten’ in de eerste drie schakels van de veiligheidsketen (proactie, preventie, preparatie). Bij de totstandkoming van die producten nemen zij de uitgangspunten en ambities van dit EV-beleid in acht. In hoofdlijnen strekken de acties van de discipline milieu zich uit over het inventariseren en invoeren van risicovolle en kwetsbare activiteiten in het Register Externe Veiligheid (REV) (en houden) van een actueel beeld van risicobronnen en andere relevante situaties.

Verder liggen er taken (actualiseren, verlenen, handhaven) op het gebied van de omgevingsvergunningen van risicovolle activiteiten en meldingen van nietvergunningplichtige risicovolle activiteiten. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden dienen structureel te zijn verankerd in procedures en beschrijvingen van werkprocessen. Onderhavig beleid vindt eveneens zijn toepassing binnen de ruimtelijke besluitvorming. Dit gebeurt hoofdzakelijk bij de vaststelling van het omgevingsplan en het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Middels de ruimtelijke onderbouwing/toelichting wordt uiteengezet wat de keuzes zijn en wat deze keuzes betekenen voor de externe veiligheid. Een verantwoording van het groepsrisico maakt hier indien nodig deel van uit. De gemaakte keuzes worden vertaald in mogelijkheden en beperkingen in de regels en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan en het besluit omtrent een omgevingsvergunning. De beheersing van calamiteiten zal door de Veiligheidsregio Twente goed moeten worden afgestemd op de risico’s die zich in de gemeente Almelo ten gevolge van gevaarlijke stoffen kunnen voordoen.

Ook heeft de Veiligheidsregio Twente een belangrijke adviestaak richting de taakuitvoering van Milieu en RO, zowel in het kader van de Omgevingswet als in het kader van hun eigenstandige adviesfunctie op basis van de Wet veiligheidsregio’s. Uitgangspunten en ambities zijn niet tijdloos. Interne en externe factoren en omstandigheden kunnen zorgen voor een aanpassing van het externe veiligheidsbeleid. Aanpassing is slechts mogelijk na goedkeuring van de gemeenteraad. De vaststelling van relevante wijzigingen in het externe veiligheidsbeleid dient door de gemeenteraad te gebeuren.

5.2

Uitvoeringsprogramma externe veiligheid

Zoals hierboven is aangegeven ligt de uitvoering van de taken op het gebied van externe veiligheid deels bij de gemeente zelf (milieu en RO) en wordt deze deels ingevuld door de Omgevingsdienst Twente en de Veiligheidsregio Twente. Hierover zijn in het verleden reeds afspraken gemaakt. Deze afspraken veranderen niet door de komst van het nieuwe beleidskader. Het nieuwe beleidskader brengt wel enkele nieuwe taken met zich mee. Deze worden hieronder toegelicht:

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

29 van 39

5.2.1

Aanleveren gegevens kwetsbare gebouwen en locaties aan het REV

Met de komst van de Omgevingswet is de gemeente verantwoordelijk voor het bijhouden van het register externe veiligheid met informatie over de verschillende typen kwetsbare gebouwen en locaties. Dit betekent dat de vooringevulde informatie in het REV gecontroleerd moet worden en een proces ingericht dient te worden om deze informatie in het vervolg actueel te houden, bijvoorbeeld door het maken van een koppeling met de gemeentelijke basisadministratie.

5.2.2

Inventarisatie zeer kwetsbare gebouwen

Voor zeer kwetsbare gebouwen geldt dat deze met het nieuwe beleid extra beschermd worden. Het is van belang deze gebouwen - en ook de locaties waar deze gebouwen conform het huidige (tijdelijke) omgevingsplan zijn toegelaten – goed in beeld te brengen. Hiervoor dient een inventarisatie te worden uitgevoerd.

5.2.3

Vertaling beleid naar omgevingsplan

Bij het toedelen van functies aan locaties en het opstellen van planregels dient het geformuleerde beleid gehanteerd te worden. Op die manier wordt het beleid ook geborgd in de praktijk.

5.2.4

Saneren en verbeteren onwenselijke situaties

Om uitvoering te geven aan het uitsterfbeleid voor bestaande risicovolle activiteiten in woongebieden moeten risicovolle activiteiten met aandachtsgebieden over woongebieden wegbestemd worden. Ook voor bestaande zeer kwetsbare gebouwen binnen brandaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden geldt, dat deze zo veel als mogelijk wegbestemd moeten worden wanneer wijzigingen plaatsvinden binnen deze gebouwen. Bovendien moeten de vergunningen van risicovolle activiteiten ambtshalve geactualiseerd of ingetrokken worden, zodra deze activiteiten kleiner worden in omvang, respectievelijk beëindigd worden. Er dient (naast het in 5.2.2. genoemde overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen) een overzicht gemaakt te worden van de risicovolle activiteiten met aandachtsgebieden over woongebieden. Daarnaast dient een proces te worden ingericht om te signaleren wanneer deze activiteiten in omvang verminderen of beëindigd worden. Aan dit proces dient de vervolgactie gekoppeld te worden om de vergunning van de desbetreffende risicovolle activiteit te actualiseren dan wel in te trekken.

5.2.5

Borging adviesrol veiligheidsregio

Met de komst van de Omgevingswet is de adviesrol van de veiligheidsregio bij externe veiligheid veranderd. Om de veiligheid in de gemeente Almelo ook in de toekomst goed te kunnen borgen is de inbreng van de expertise van de veiligheidsregio, naast die van de omgevingsdienst, essentieel bij besluiten over ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Om zo goed mogelijk mee te kunnen denken over de veiligheid van de fysieke leefomgeving is vroegtijdige afstemming met de Veiligheidsregio Twente en de Omgevingsdienst Twente dan ook van groot belang, zowel bij vergunningen als bij ruimtelijke ontwikkelingsprojecten. Voor de Omgevingsdienst Twente liggen er bestaande afspraken over de advisering. Voor het adviesproces van de Veiligheidsregio Twente bij verschillende planprocessen is een nadere uitwerking nodig.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

30 van 39

Bijlage 1 Uitleg Modernisering Omgevingsveiligheid Onder de Omgevingswet en de Modernisering Omgevingsveiligheid gaan we op een andere manier om met externe veiligheid. Hieronder staan de belangrijkste veranderingen genoemd en in het kader staat steeds in hoeverre gemeenten beleidsvrijheid hebben.

B1.1 Wat is externe veiligheid? Externe veiligheid gaat over de risico’s die ontstaan door het vervoer, opslag, gebruik en productie van gevaarlijke stoffen en het in werking hebben van windturbines en luchthavens. Bij een ongeval met een dergelijke activiteit kunnen er levensbedreigende effecten in de omgeving optreden zoals warmtestraling door een brand, overdrukeffecten door een explosie of vergiftiging door het vrijkomen van een gifwolk. De kans op een ongeval is erg klein, maar de effecten voor mensen in de omgeving kunnen enorm zijn (zie B1.3). Dit betekent dat we voldoende afstand moeten houden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijvoorbeeld woon-, werk- en recreatiegebieden óf beschermende maatregelen moeten nemen als afstand houden niet mogelijk is. We kennen binnen externe veiligheid vijf soorten risicovolle activiteiten (zie B1.2) waarvoor regels gesteld worden: a.

Transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor

b.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

c.

Opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen

d.

Windturbines, met de kans op het afbreken van een blad, gondel of mast

e.

Luchthavens, met de kans op een ongeval met een vliegtuig

Om te beoordelen of voldoende afstand wordt aangehouden of voldoende beschermende maatregelen zijn genomen werden er voor de invoering van de Omgevingswet twee risicomaten toegepast; het plaatsgebonden risico (zie B1.4) en het groepsrisico (zie B1.5).

B1.2 Van inrichting naar activiteit Onder de Omgevingswet is het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer losgelaten en vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit (Mba). Sommige inrichtingen6 vallen in meerdere risicovolle Mba’s uiteen. Deze Mba’s worden aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal staan ook alle algemene rijksregels die gelden voor deze Mba’s. Dit besluit regelt tevens de meldings- of vergunningsplicht per Mba en de bijhorende inhoudelijke regels. De Mba’s die relevant zijn vanuit externe veiligheid noemen we risicovolle Mba’s en zijn te herleiden uit bijlage VII t/m IX van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

B1.3 Van object naar gebouwen en locaties Onder de Omgevingswet is het verzamelbegrip ‘object’ vervangen en onderverdeeld in de twee begrippen: ‘gebouwen’ en ‘locaties’. Daarmee hebben we onder de Omgevingswet de volgende categorieën die bescherming behoeven: kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties, beperkt kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare locaties. Bovendien wordt ‘zeer kwetsbare gebouwen’ als extra categorie onderscheiden. Deze was voorheen onderdeel van de categorie ‘kwetsbare objecten’. In bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden de (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties aangewezen.

6

Seveso-inrichtingen vormen hierop een uitzondering. Daar blijft het begrip inrichting bestaan, in overeenstemming met de Europese regelgeving hierover.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

31 van 39

B1.4 Het plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het plaatsgebonden risico mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen jaar (10-6). Dit betekent dat binnen dit plaatsgebonden risicocontour rondom een risicovolle activiteit geen (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties zijn toegestaan. Voor die gebouwen en locaties is dit een grenswaarde. Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties zijn binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour alleen toegestaan met goede motivering. De 10-6 plaatsgebonden risicocontour geldt dan als richtwaarde.

B1.5 Het aandachtsgebied Onder de Omgevingswet wordt het begrip ‘invloedsgebied’ losgelaten. Daarvoor in de plaats wordt er gekeken naar verschillende ‘aandachtsgebieden’. Het invloedsgebied is het gebied dat wordt begrensd tot daar waar nog 1% van de mensen, die zich buitenshuis bevinden, kunnen komen te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het aandachtsgebied is het gebied waarbinnen mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende zijn beschermd tegen de levensbedreigende effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een brandaandachtsgebied (BAG), explosieaandachtsgebied (EAG) en een gifwolkaandachtsgebied (GAG). Binnen het brandaandachtsgebied kan onderscheid gemaakt worden tussen zones met een verschillende overlijdenskans. Vaak wordt onderscheid gemaakt tussen een 100% letaalzone en een letaalzone 1-99%. Binnen de 100% letaalzone zullen alle aanwezige mensen komen te overlijden in geval van een incident. Deze zone ligt het dichtst bij de risicobron. Hoe verder van de risicobron, hoe lager de kans op overlijden. Binnen de letaalzone 1-99% neemt het aantal personen dat komt te overlijden bij een incident bij de betreffende risicobron af samen met de afstand van de risicobron.

Aan de uiterste rand van deze zone (gerekend vanaf de risicobron) zal bij een incident nog 1% van alle aanwezigen op die afstand komen te overlijden. Waar in het invloedsgebied het groepsrisico berekend moest worden, hoeft dat in het aandachtsgebied niet. Wel moet de gemeente in het omgevingsplan regelen hoe ze omgaan met het groepsrisico, dus hoe zij groepen mensen gaan beschermen tegen de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen (conform artikel 5.15 van het Bkl). Het groepsrisico (GR) is de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met gevaarlijke stoffen (of met een vliegtuig of windturbine). Voor een aantal risicovolle Mba’s en voor transportroutes is de omvang van de aandachtsgebieden in bijlage VII tot en met IX van het Bkl vastgesteld met een vaste afstand. Vaste afstanden (bijlage VII Bkl onder A, B en C) gelden bijvoorbeeld voor: het tanken van LPG, propaantanks (waarvoor geen vergunningplicht geldt) en routes die onderdeel uitmaken van het landelijke Basisnet. Voor andere (meer complexe) activiteiten en voor buisleidingen moet de omvang van de aandachtsgebieden berekend worden. Activiteiten waarvoor de aandachtsgebieden worden berekend (Bijlage VII Bkl onder D en E) zijn bijvoorbeeld: buisleidingen, propaantanks >13 m3 en Seveso-inrichtingen.

B1.6 Het voorschriftengebied Onder de Omgevingswet hebben gemeenten de mogelijkheid om voorschriftengebieden binnen een (gedeelte van het) BAG en EAG aan te wijzen in hun omgevingsplan7. In een voorschriftengebied gelden extra bouwkundige eisen voor alle nieuwbouw. Deze bouwkundige eisen staan in §4.2.14 van het Bbl (zie tabel 4-3 7

Gifwolkaandachtsgebieden kunnen niet worden aangewezen als voorschriftengebied en hiervoor gelden dan ook geen aanvullende bouwkundige eisen. Voor gifwolken gelden generieke eisen die onafhankelijk van een aandachtsgebied voor nieuw te bouwen gebouwen gelden.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

32 van 39

in deze bijlage). Deze systematiek komt overeen met de wijze waarop voorheen met plasbrandaandachtsgebieden (PAG) voor het Basisnet werd omgegaan. Deze PAG’s worden straks van rijkswege aangewezen als voorschriftengebieden. Voor de overige aandachtsgebieden moet de gemeente motiveren of de aanwezigen in het aandachtsgebied voldoende beschermd zijn, en of zij het nodig vinden al dan niet een voorschriftengebied aan te wijzen. Wanneer het gaat om locaties waar een zeer kwetsbaar gebouw in een aandachtgebied is toegestaan, is de gemeente verplicht een voorschriftengebied aan te wijzen8. Zo lang gemeenten deze voorschriftengebieden nog niet hebben aangewezen, zijn nieuwe ontwikkelingen met zeer kwetsbare gebouwen (ZKG) in aandachtsgebieden juridisch gezien niet toegestaan. Met nieuwe ontwikkelingen worden hier ontwikkelingen bedoeld die op grond van het tijdelijke omgevingsplan nog niet waren toegestaan. Voor de periode waarin het tijdelijke omgevingsplan van kracht is, geldt dat de gemeente bij een nieuwe ontwikkeling, die niet binnen het omgevingsplan past, via een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) een voorschriftengebied in het omgevingsplan kan (en moet) aanwijzen.

Voor situaties waarin in het huidige bestemmingsplan (= tijdelijke omgevingsplan) ZKG zijn toegelaten, geldt dat zo lang het aandachtsgebied (of een deel daarvan) nog niet in het omgevingsplan is aangewezen als voorschriftengebied, aanvragen voor zeer kwetsbare gebouwen, niet worden geweigerd. Aangezien geen voorschriftengebied is aangewezen hoeft het nieuw op te richten ZKG niet te voldoen aan de aanvullende bouwvoorschriften uit het Bbl. Om voldoende bescherming te kunnen bieden aan deze nieuwe zeer kwetsbare gebouwen is het (op basis van de nieuwe inzichten) wenselijk op korte termijn te inventariseren waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten binnen brand- en explosieaandachtsgebieden, zodat daar te zijner tijd een voorschriftengebied aangewezen kan worden.

B1.7 Het attentiegebied De Omgevingswet maakt onderscheid tussen veiligheid van mensen binnen en mensen buiten. Om de veiligheid van mensen in gebouwen te regelen wordt in het omgevingsveiligheidsbeleid gebruik gemaakt van aandachtsgebieden en bijhorende beleidsvrijheid in het toedelen van functies aan locaties (met bijhorend afwegingskader met maatregelen). Mensen op buitenlocaties zijn niet beschermd door een gebouw en worden daarom blootgesteld aan meer warmtestraling, overdruk en hogere concentraties giftige stoffen. Bovendien kunnen mensen, door de mogelijke afwezigheid van bebouwing, ook buiten de aandachtsgebieden onvoldoende beschermd zijn tegen de gevaren. Om ook mensen op buitenlocaties voldoende veiligheid te bieden is een aanvullende benadering nodig. Daarvoor heeft Brandweer Nederland de Handleiding Omgevingsveiligheid Mensen op Buitenlocaties opgesteld. Om inzichtelijk te maken in welk gebied zich bij een incident met gevaarlijke stoffen nog levensbedreigende gevolgen voor mensen op buitenlocaties kunnen voordoen introduceren zij hier het begrip attentiegebieden. Attentiegebieden zijn vooralsnog niet in de Omgevingswet opgenomen en daarom ligt er geen wettelijke verplichting om attentiegebieden in visies, programma’s en plannen op te nemen.

Indien de gemeente wenst om attentiegebieden aan te wijzen en op te nemen in haar omgevingsplan, kan de genoemde handleiding worden gebruikt om invulling te geven aan het afwegingskader.

B1.8 Het risicogebied Het is mogelijk om rondom zware risicovolle stationaire activiteiten (uit bijlage VII van het Bkl, onder E, onder 3 t/m 5.2, 6 t/m 9 en 11 t/m 13) zogenaamde risicogebieden aan te wijzen (art. 5.16 Bkl). Een risicogebied wordt meestal rondom een cluster van dergelijke activiteiten aangewezen waarbinnen ook activiteiten kunnen liggen die niet onder E van bijlage VII van het Bkl vallen. Een risicogebied is bedoeld om bedrijven 8

Dit geldt alleen voor een aandachtsgebied dat bij een Mba uit bijlage VII van het Bkl hoort en niet voor een aandachtsgebied dat hoort bij een Mba uit bijlage VIII t/m IX van het besluit.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

33 van 39

met ruimtelijke impact (plaatsgebonden risicocontour en aandachtsgebieden) ruimte te geven om uit te breiden. De geometrische begrenzing dient te worden vastgelegd in het omgevingsplan. Het hele chemische cluster wordt benaderd als één risicovolle activiteit met één 10-6 plaatsgebonden risicocontour die is gelegen op de begrenzing van het risicogebied. Hierbinnen zijn zeer kwetsbare gebouwen niet toegestaan. (Beperkt) kwetsbare gebouwen met een functionele binding worden toegelaten als die al zijn toegestaan op het tijdstip van het aanwijzen van het gebied. Binnen een risicogebied hebben bedrijven wel hun eigen aandachtsgebieden. Rondom het risicogebied kan ook een maximale contour van aandachtsgebieden gelegd worden. De toepassing van artikel 5.15 Bkl (rekening houden met groepsrisico) is alleen verplicht in dat deel van het aandachtsgebied dat buiten het risicogebied ligt.

B1.9 Bruidsschat Als de Omgevingswet in werking treedt, staat er een aantal bruidsschatregels (voorheen rijksregels) over externe veiligheid in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze regels kunnen gemeenten schrappen of, eventueel na aanpassing, behouden en overzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Onderstaand is per regel aangegeven hoe het nu is geregeld en wat er verandert. Propaan/propeen: Met de komst van de Omgevingswet wordt er voor het vergunningplichtig zijn van de milieubelastende activiteit ‘het opslaan van propaan of propeen’ geen onderscheid meer gemaakt in het aantal tanks. Het opslaan van propaan of propeen (brandbare gassen) in een opslagtank met een inhoud van meer dan 150 liter is een milieubelastende activiteit (art. 3.21 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bij het opslaan van meer dan 13 m3 propaan of propeen in een opslagtank is sprake van een vergunningplicht (art. 3.22 Bal). De vergunningplicht voor het opslaan van propaan of propeen in meer dan twee opslagtanks is niet overgenomen in het Bal. Wel is de vergunningplicht overgenomen in art. 22.262 van de Bruidsschat. Dit betekent dat het opslaan van propaan of propeen in meer dan twee opslagtanks bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in eerste instantie nog vergunningplichtig is.

LPG-tankstation: Het bieden van gelegenheid voor tanken van LPG is in het Bal aangewezen als een milieubelastende activiteit (art. 3.272). De vergunningplicht blijft slechts gelden voor het tanken van vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG (art. 3.273 onder b Bal). De vergunningplicht voor het afleveren van LPG voor de overige activiteiten is niet overgenomen in het Bal. Wel zijn de vergunningplichten overgenomen in de bruidsschat (art. 22.263). Dit betekent dat deze activiteiten bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in eerste instantie nog vergunningplichtig zijn. Daarnaast gelden voor het tanken van motorvoertuigen de voorschriften uit het Bal (§ 4.35). Brandbestrijding: In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn de artikelen over bluswatervoorziening, bereikbaarheid hulpdiensten en opstelplaatsen voor brandweervoertuigen uit het Bouwbesluit 2012 niet meer opgenomen. De regels komen wel terug in de volgende artikelen van de bruidsschat: art. 22.13 Bluswatervoorziening, art. 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten en art. 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen.

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

34 van 39

B1.10 Afkortingenlijst Afkorting Bal Bkl Bbl EV PR10-6 LPG ZKG BAG EAG GAG Mba

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

Begrip Besluit activiteiten leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Externe veiligheid Plaatsgebonden Risico met een kans op overlijden van één op de miljoen per jaar Liquefied Petroleum Gas Zeer kwetsbaar gebouw Brandaandachtsgebied Explosieaandachtsgebied Gifwolkaandachtsgebied Milieubelastende activiteit

35 van 39

Bijlage 2 Kwetsbare categorieën, Bkl Kwetsbaarheid

Definitie conform Bkl, bijlage VI

Voorbeelden

Beperkt kwetsbaar gebouw

•

•

•

•

• •

•

•

•

een woonfunctie, met uitzondering van een woonfunctie in een woongebouw, als het gaat om een woonfunctie: o op een locatie met een dichtheid van ten hoogste twee woningen, woonschepen of woonwagens per ha; o om te worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf; of o die onderdeel is van lintbebouwing die loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op een buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het risico op een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit; een bijeenkomstfunctie, met uitzondering van een bijeenkomstfunctie: o waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of o die een nevengebruiksfunctie is van een logiesfunctie; een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2; een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: o op een locatie met een dichtheid van ten hoogste twee logiesfuncties per ha, en met ten hoogste 5 logiesverblijven als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving per gebouw; of o met een

bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2; een onderwijsfunctie voor volwassenenonderwijs, met uitzondering van een onderwijsfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een sportfunctie: o waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of o die een nevengebruiksfunctie is van een logiesfunctie; of een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een winkelfunctie in een gebouw waarin een supermarkt of warenhuis is gevestigd, als het gaat om een winkelfunctie:

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

• •

•

Verspreid liggende woningen in het buitengebied B&B met maximaal 5 logiesverblijven Een lokale supermarkt met maximaal 2.000 m2 bruto-vloeroppervlak Kantoorgebouw met maximaal 1.500 m2 brutovloeroppervlak

36 van 39

o o Kwetsbaar gebouw

• • • • • • • • •

Zeer kwetsbaar gebouw

• •

• • •

Beperkt kwetsbare locatie

• •

•

Kwetsbare locatie

• •

•

met meer dan vijf winkels en met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 1.000 m2; of met een winkel met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2.

een woonfunctie; een bijeenkomstfunctie; een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; een gezondheidszorgfunctie; een kantoorfunctie; een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; een onderwijsfunctie; een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; of een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. een woonfunctie voor 24-uurszorg; een bijeenkomstfunctie: o voor kinderopvang; of o voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; een gezondheidszorgfunctie met bedgebied; of een onderwijsfunctie: o voor basisonderwijs; of o voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.

• •

recreatief nachtverblijf voor ten hoogste 50 personen; sport, spel of recreatief dagverblijf, met uitzondering van locaties waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of evenementen in de openlucht voor minder dan 5.000 personen.

•

recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen; sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of evenementen in de openlucht voor ten minste 5.000 personen.

•

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

• • •

• • • • •

•

•

•

Straat met woningen Kantoorgebouw met meer dan 1.500 m2 brutovloeroppervlak Winkelcentrum Reguliere middelbare school Hogeschool

Ziekenhuis Basisschool School voor speciaal onderwijs Verzorgingshuis Kinderdagverblijf

Camping met ruimte voor minder dan 50 personen Evenemententerrein met ruimte voor minder dan 5.000 personen Amateurvoetbalvereniging

Camping met ruimte voor meer dan 50 personen Evenemententerrein met ruimte voor meer dan 5.000 personen

37 van 39

Bijlage 3 Reserveringsgebied buisleiding Rijk

Beleid externe veiligheid gemeente Almelo

38 van 39

Bijlage 4 Reactie Veiligheidsregio Twente

39 van 39

adres

Spaansland 20 Enschede postadres

Postbus 383

Postbus 383, 7500 AJ Enschede

7500 AJ Enschede

Gemeente Almelo College van Burgemeester en Wethouders T.a.v. dhr. B. Wiltvank Postbus 5100 7600 GC ALMELO

telefoon

088 256 7000 Website

brandweertwente.nl

Uw kenmerk

2024-114

Datum

31 januari 2025

Ons kenmerk

Z2024-003325 / D2025-001636

Behandeld door

Team Advies

Bijlage(n)

Reactie op beleid externe veiligheid gemeente Almelo

Telefoon

088 256 7000 brandveiligheid@brandweertwente.nl

Onderwerp

E-mail

Geachte heer Wiltvank, Gemeente Almelo is bezig om, mede door de komst van de Omgevingswet, het bestaande externe veiligheidsbeleid te actualiseren. Hiervoor is het adviesbureau Oostkracht 10 ingeschakeld om te ondersteunen en het proces te begeleiden. Vanuit Veiligheidsregio Twente is tijdens diverse bijeenkomsten1 meegedacht in dit proces en onze visie op de diverse vraagstukken gegeven. De gemeente Almelo is het bevoegd gezag en stelt het beleid uiteindelijk vast. U heeft ons gevraagd om op hoofdlijnen onze reactie op het beleid te geven, zodat dit als bijlage kan worden toegevoegd aan het definitieve document dat voor besluitvorming richting het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad gaat. Onze reactie treft u hierbij aan.

Waar hebben wij naar gekeken Voor het opstellen van onze reactie is gebruikt gemaakt van het document ‘Beleid externe veiligheid gemeente Almelo, d.d. 17 januari 2025 door Oostkracht 10, waarbij de Omgevingsdienst Twente de opdrachtgever is. In dit document wordt op detailniveau een afweging gemaakt. Veiligheidsregio Twente is momenteel bezig met een vergelijkbare ambitietabel. Het gaat om een intern document dat inzicht geeft in hoe Veiligheidsregio Twente over het algemeen tegen diverse ontwikkelingen binnen een brand-, explosie- en of gifwolkaandachtsgebieden aankijkt. Dit proces loopt niet gelijk met de vaststelling van het externe veiligheidsbeleid voor Almelo. Hierdoor is het door ons op te stellen ambitiedocument niet meegenomen in deze reactie. Wij hebben u hier tijdens de eerste gezamenlijke bijeenkomst van op de hoogte gesteld en zullen u hier te zijne tijd nader over informeren.

Reactie externe veiligheidsbeleid Almelo Wij hebben het proces om te komen tot het beleidsdocument als positief en constructief ervaren. Op onderdelen ontstond er verschil van inzicht. Dit is begrijpelijk, aangezien de gemeente naast het veiligheidsbelang rekening moet houden met andere opgaven zoals bijvoorbeeld de woningbouwopgave en de energietransitie. Desondanks zien we dat de gemeente voornemens is om verminderd- of niet zelfredzame personen (zeer kwetsbare gebouwen) binnen brand- en explosieaandachtsgebied uit te sluiten. Ons inziens een goede beleidskeuze. Daarnaast zien we dat de gemeente bij ontwikkelingen 1 Botsproeven met Oostkracht 10, de gemeente Almelo en de Omgevingsdienst Twente op 27 september 2024, 9 oktober 2024, 23

oktober 2024, 6 november 2024, 29 november 2024 en 17 januari 2025

vervolgblad 1

binnen het brand- en explosieaandachtsgebieden de verantwoording van het groepsrisico wil doorlopen. Hierdoor houdt de gemeente grip of een ontwikkeling met bijbehorend risico acceptabel is. Bij de verantwoording van het groepsrisico kan Veiligheidsregio Twente u advies geven op welke wijze de kans op incidenten verkleind kan worden en de effecten beperkt kunnen worden. Het is een formele stap in het proces, welke over het algemeen aan het einde van het traject plaatsvindt. Onze voorkeur gaat uit om in een eerdere fase mee te denken en u van (pre)advies te voorzien. Op deze manier kunnen door ons geadviseerde maatregelen over het algemeen eenvoudiger worden meegenomen bij de uitwerking van het plan. Wij hanteren hierbij in basis de zeven ontwerpprincipes2 voor het ontwikkelen van een veiligere omgeving. Dit betreft: afstand tot de risicobron; populatiedichtheid; kwetsbare groepen; vluchtroutes; bestrijdbaarheid voor hulpdiensten (bereikbaarheid & bluswatervoorziening); maatregelen op gebouwniveau (bijvoorbeeld scherfvrij glas / dichte gevels). (risico)communicatie. De mogelijke maatregelen zijn gebaseerd op de effecten die zich bij incidenten met gevaarlijke stoffen voor kunnen doen. Het beleidsdocument richt zich op ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden.

Hierbij moet er rekening mee worden gehouden dat de effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen (waarschijnlijk) verder reiken dan de aandachtgebieden. De afstanden van de aandachtsgebieden zijn bepaald op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De mogelijkheid om maatregelen te treffen hangt van meerdere factoren af. Bijvoorbeeld of er sprake is van een bestaande of nieuwe situatie, of er sprake is van een grote gebiedsontwikkeling of dat het om een nieuwe functie gaat op een bestaande kavel. Bij de afweging of een ontwikkeling acceptabel is, zijn de mogelijk te treffen maatregelen ook relevant. Hierbij moet opgemerkt worden dat ondanks het treffen van diverse maatregelen (dodelijke) slachtoffers door incidenten met gevaarlijke stoffen niet kunnen worden uitgesloten. Uit het beleid blijkt dat (beperkt) kwetsbare locaties binnen het gifwolkaandachtsgebied en een minimale afstand vanaf 300 meter op voorhand zijn toegestaan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om evenementenlocaties, sportvelden of campings. Wij begrijpen de afweging bij deze keuze mede ook omdat het effectgebied voor een gifwolk afhangt van de windrichting, het soort stof en de hoeveelheid die vrijkomt. Echter moet u zich er bewust van zijn dat bij een worst case scenario het gevolgen kan hebben voor deze locaties en de aanwezige personen moeten schuilen of vluchten.

Ook ten aanzien van het toelaten van nieuwe stationaire risicovolle activiteiten is het voorstel van de gemeente om hier terughoudend mee om te gaan of hier aanvullende voorwaarden aan te stellen. Dit is bijvoorbeeld dat een nieuw brand- en explosieaandachtsgebied niet over woongebieden en zeer kwetsbare objecten mogen reiken en de plaatsgebonden 10-6 risicocontour binnen de eigen terreingrens moet blijven. Dit is ons inziens een goed uitgangspunt. In de praktijk zien wij steeds vaker dat particulieren of bedrijven propaantanks plaatsen in verband met de onzekerheid rondom de beschikbaarheid en prijzen van gas. De gemeente is voornemens om hier een vergunningplicht aan te koppelen. Op voorhand willen wij meegeven dat wij de realisatie van propaantanks, in verband met de kans op een explosie, geen wenselijke ontwikkeling vinden. Concluderend kunnen wij stellen dat tijdens het proces op meerdere aspecten rekening is gehouden met de inbreng van Veiligheidsregio Twente en we zien dit in het externe veiligheidsbeleid terug. Hierbij is het belangrijk dat de maatregelen eveneens in de praktijk wordt geborgd en bij uitzondering op basis van zwaarwegende argumenten wordt afgeweken. 2 De zeven principes van ontwerp veilige omgeving, door Ontwerp Veilige Omgeving.

vervolgblad 2

Vroegtijdige betrokkenheid van Veiligheidsregio Twente kan eraan bijdragen dat een proces sneller verloopt. In het beleid staat beschreven dat dit nog nader wordt uitgewerkt. Wij denken hier graag in mee. Hoe nu verder Graag worden word op de hoogte gehouden van het vervolg en de bestuurlijke afwegingen die worden gemaakt. Indien u vragen heeft dan kunt u contact met ons opnemen. De contactgegevens treft u boven in de brief aan. Met vriendelijke groet,

M. Achtereekte-Smit Sectorhoofd Brandveiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9d5cd439-79e1-4a55-8f7a-46c9ef5fafff