CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Achter de Molen -bijlage 5 - Uitvoerbaarsheidsmemo

Raad 9 december 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Stedenbouwkundig plan en grondexploitatie Achter de Molen10.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo

Status van het document:

Definitief Datum:

13-03-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Versie

Handelsregister 30129769 Uitvoerbaarheidsmemo 51026993-001 Gemeente Almelo Pepijn Vermeiren 13-03-2025 D2

2/37

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5 2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ....... 7

3 4

Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 8 Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten ................................................... 9 4.1 Vogels ................................................................................................................. 9 4.1.1 Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) ........................................... 9 4.1.2 Overige broedvogels ............................................................................ 11 4.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 11 4.3 Overige zoogdieren ........................................................................................... 13 4.4 Reptielen, amfibieën en vissen ......................................................................... 15 4.5 Ongewervelden ................................................................................................. 17 4.6 Planten .............................................................................................................. 17 4.7 Specifieke zorgplicht ......................................................................................... 18

5

Toetsing aan soortenbescherming .............................................................................. 19 5.1 Broedvogels ...................................................................................................... 19 5.1.1 Jaarrond beschermde broedvogels ..................................................... 19 5.1.2 Algemene broedvogels ........................................................................ 19 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 20 5.3 Overige zoogdieren ........................................................................................... 20 5.3.1 Steenmarter ......................................................................................... 20 5.3.2 Eekhoorn.............................................................................................. 21 5.3.3 Kleine marterachtigen .......................................................................... 21 5.3.4 Egel ...................................................................................................... 21 5.4 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën ....................................... 21 5.5 Vissen ................................................................................................................

22 5.5.1 Algemene vissensoorten ..................................................................... 22 5.6 Overige soort(groep)en ..................................................................................... 22

6

Toetsing aan gebiedenbescherming ........................................................................... 23 6.1 Natura 2000....................................................................................................... 23 6.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 24

7 8

Houtopstanden ............................................................................................................ 25 Samenvatting en conclusies ........................................................................................ 26

Bijlage GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................. 28 Bijlage 1 natuurwetgeving en doelen natura 2000 ...................................................... 29 Bijlage 2 natuurwetgeving natuurnetwerk nederland .................................................. 31 Bijlage 3 omgevingswet ............................................................................................... 32 8.1.1 Omgevingswet ..................................................................................... 32 8.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving .............................................................. 33 8.1.3 Besluit activiteiten leefomgeving.......................................................... 34

3/37

1

Inleiding

Sweco heeft van de gemeente Almelo opdracht gekregen voor het opstellen van een uitvoerbaarheidsmemo in het gebied Achter de Molen te Almelo.

De uitvoerbaarheidsmemo is opgesteld in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

De uitvoerbaarheidsmemo heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Omgevingswet zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

Deze uitvoerbaarheidsmemo betreft geen volwaardige rapportage, die als document ingediend kan worden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 4/37

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 17 ha) ligt binnen het gebied Achter de Molen te Almelo. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1

Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft het gebied Achter de Molen. Het gebied bestaat voor een gedeelte uit bedrijventerrein en voor een gedeelte openbaar groen. In het noorden van de onderzoekslocatie stroomt de Almelose Aa met aan weerszijden begroeiing in de vorm van struweel en bosschages. In het oosten ligt een braakliggend terrein.

De onderzoekslocatie is centraal gelegen in Almelo en wordt voornamelijk omringd door woonwijken en bedrijventerreinen. Direct ten oosten van de onderzoekslocatie loopt een treinspoor. Verder naar het noordoosten ligt het centrum van Almelo. Ten westen van de onderzoekslocatie stroomt het Twentekanaal.

In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 t/m figuur 2.11 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 5/37

Figuur 2.2

Luchtfoto van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.3 Impressie van de onderzoekslocatie, gelegen aan de zuidzijde.

Figuur 2.4 Impressie van de onderzoekslocatie, gelegen aan de zuidzijde.

Figuur 2.5 Impressie van de onderzoekslocatie, gelegen aan de zuidzijde.

Figuur 2.6 Sluis in de Almelose Aa aan de oostzijde van de onderzoekslocatie.

Figuur 2.7 Almelose Aa stroomt dwars over de onderzoekslocatie.

Figuur 2.8 Braakliggend terrein aan de oostzijde van de onderzoekslocatie.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 6/37

Figuur 2.9 Bosschage aan weerszijde van de Almelose Aa.

2.2

Figuur 2.10 Oever van de Almelose Aa aan de noordzijde.

Figuur 2.11 Oever van de Almelose Aa aan de noordzijde.

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens het gebied Achter de Molen deels her in te richten, waarbij enkele gebouwen worden gesloopt of gerenoveerd. Op de onderzoekslocatie wordt ruimte gemaakt voor nieuwe woningen met bijbehorend groen. Daarnaast wordt de openbare ruimte anders ingericht, waarbij de oevers van de Almelose Aa en de bosschages worden opgeschoond en omgevormd naar een parkachtige sfeer. Hierbij worden kapwerkzaamheden verricht. De volgende werkzaamheden worden onder meer verricht: • • • • • • • • • •

Sloop van de bebouwing behorend tot de onderzoekslocatie; Opbreken en verwijderen van de riolering, kabels, leidingen, verharding en het groen; Nutswerkzaamheden als het verleggen van kabels en leidingen; Aanleg riolering; Aanleg tijdelijke ontsluitingswegen; Grondwerk voor aanpassingen aan de oevers van de Almelose Aa; Bouw van de nieuwe woningen; Aanleg wegen, fiets- en voetpaden; Plaatsen van verlichting; Aanleg van nieuw groen en recreatievoorzieningen.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 7/37

3

Onderzoeksmethodiek

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie.

Het veldbezoek is afgelegd op 11 april 2024. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Daarnaast is een tweede veldbezoek afgelegd op 24 mei 2024 en een derde veldbezoek op 3 maart 2025, vanwege het inspecteren van de bebouwing die tot de planlocatie behoren.

Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Overijssel opgevraagd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd.

Het onderzoek is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 8/37

4

Aangetroffen en te verwachten beschermde soorten

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat/verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven welke juridische implicaties dit voor het project heeft.

4.1

Vogels

4.1.1

Broedvogels (nesten jaarrond beschermd)

Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen de bebouwde kom kunnen dit zijn: huismus, gierzwaluw, roek, ransuil, buizerd, sperwer en slechtvalk.

Huismus Huismussen broeden op verschillende plaatsen in bebouwing zoals onder dakpannen, onder golfplaten, op balken, achter betimmeringen en andere kleine nisjes en openingen die in bebouwing aanwezig kunnen zijn. De bebouwing behorend tot het plangebied is merendeels ongeschikt voor huismussen om te broeden. Daarnaast is de onderzoekslocatie mogelijk onderdeel van het foerageergebied van in de buurt voorkomende huismussen. Tijdens het veldbezoek zijn enkele huismussen in het groen aangetroffen. Er is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de omgeving van de onderzoekslocatie. Nader onderzoek zal moeten uitsluiten welke essentiële functies aanwezig zijn op de onderzoekslocatie voor de huismus. Overtredingen van de Omgevingswet zijn niet volledig uit te sluiten (zie hoofdstuk 5).

Gierzwaluw Gierzwaluwen broeden in stedelijk gebied met name in ruimten onder het dak, maar ook bovenin spouwmuren bovenop de spouwisolatie. Gierzwaluwen kunnen in algemene zin toegang krijgen tot deze ruimten via overhangende kantpannen, nokpannen en andere openingen zoals kieren en scheuren in de gevel. De bebouwing behorend tot het plangebied beschikt niet over geschikte nestmogelijkheden voor gierzwaluwen. De daken van de bebouwing beschikken over een plat dak, zonder openingen waar gierzwaluwen naar binnen kunnen vliegen en het merendeel van de bebouwing behorend tot het plangebied betreft laagbouw. Het is uitgesloten dat de gierzwaluw nestplaatsen kunnen hebben op de onderzoekslocatie. Overtredingen van de Omgevingswet zijn uitgesloten ten aanzien van de gierzwaluw.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 9/37

Roek Roeken broeden in grote kolonies in hoge bomen, vaak populieren, gelegen langs snelwegen, treinsporen of kanalen. Ook worden soms kolonies aangetroffen in dorpen. De nesten van roeken zijn relatief groot en slordig gebouwd. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten van roeken aangetroffen op de onderzoekslocatie. Nesten van roeken zijn vrij eenvoudig te zien, aangezien de nesten in grote clusters bij elkaar zitten. Wel zijn er enkele roeken foeragerend waargenomen tijdens het veldbezoek op de onderzoekslocatie (zie figuur 4.1). Echter, is voldoende alternatief foerageergebied voorhanden voor de roek in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gezien er geen roekenkolonie is gevestigd op de onderzoekslocatie, kunnen overtredingen van de Omgevingswet worden uitgesloten.

Figuur 4.1 terrein.

Foeragerende roek op het braakliggend

Sperwer en ransuil De sperwer broedt meestal in bossen of half open landschappen, maar tegenwoordig ook vaak in tuinen, parken en erven binnen stedelijk gebied. De roofvogel bouwt jaarlijks een nieuw nest, maar keert daarbij steeds terug naar dezelfde locatie. Ze maken hun nesten vaak dicht tegen de stam van een boom of soms in grotere struiken. De ransuil gebruikt vaak een oud ekster- of kraaiennest, waarbij de uil het nest opknapt. Op de onderzoekslocatie is één groot nest aangetroffen. Echter, tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat dit nest actief in gebruik was om te broeden door zwarte kraai (zie volgende paragraaf). Het is niet volledig uit te sluiten dat er een sperwer- of ransuil nest in particuliere tuinen binnen het plangebied aanwezig is, maar de kans hiervoor is zeer klein. In het geval hier een nest van sperwer of ransuil aanwezig zou zijn, bevindt dit nest zich in ieder geval buiten de invloedsfeer van voorgenomen ingrepen.

Slechtvalk De slechtvalk is volgens de database van de NDFF waargenomen in de buurt van de onderzoekslocatie. De roofvogel broedt enkel op hoge stenige bebouwing, zoals kantoorgebouwen, torens en fabrieksschoorstenen. De bebouwing op de onderzoekslocatie betreft voornamelijk laagbouw en meer geschikte hoge bebouwing is aanwezig net buiten de onderzoekslocatie. Aangezien hier al een bekend nest van de slechtvalk is gevestigd, is het gezien het territorium van de slechtvalk en de laagbouw op de onderzoekslocatie, onwaarschijnlijk dat de slechtvalk een nest kan hebben op de onderzoekslocatie. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat verbodsbepalingen van de Omgevingswet worden overtreden.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 10/37

De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai. Op de onderzoekslocatie is één nest van de zwarte kraai aangetroffen die tijdens het veldbezoek actief in gebruik was om te broeden (zie figuur 4.2). In dezelfde boom was nog een oud nest aanwezig die in vervallen staat verkeerde, dit nest is niet meer geschikt voor vogels om te broeden. Daarnaast zijn er geen andere nesten van jaarrond beschermde soorten aangetroffen. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische Figuur 4.2 Bezet nest van een zwarte kraai op de omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van onderzoekslocatie. genoemde soorten op de onderzoekslocatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Het werken buiten het broedseizoen is voldoende om overtreding op dit punt te voorkomen (zie hoofdstuk 5).

4.1.2

Overige broedvogels

De bebouwing en beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals houtduif, merel en roodborst. Op de onderzoekslocatie zijn enkele broedende houtduiven waargenomen. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 5).

4.2

Vleermuizen

Volgens verspreidingsgegevens en de verspreidingsatlas van de NDFF is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis , meervleermuis en watervleermuis.

Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Bij verblijfplaatsen van vleermuizen is onderscheid te maken tussen een zomerverblijf, kraamverblijf, paar/baltsverblijf (die ook als individueel winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden) en massawinterverblijf. Deze functies worden mede bepaald door specifieke kenmerken van bebouwing op de onderzoekslocatie. Deze verblijfplaatsen kunnen door diverse vleermuissoorten worden gebruikt.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 11/37

De meeste bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen, vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen die toegang verlenen tot de spouwmuren of ruimtes achter betimmering. Geschikte openingen zijn aanwezig in de vorm van ventilatievoegen, open stootvoegen, spleten, loshangende loodslabben en ruimte achter dakranden. De geschiktheid van de bebouwing op de onderzoekslocatie voor vleermuissoorten is weergegeven in tabel 4.1. Overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van vleermuizen is niet uit te sluiten. Nader onderzoek naar de genoemde verblijfsfuncties en vleermuissoorten is noodzakelijk (zie hoofdstuk 5).

Tabel 4.1 Potentiële functies van de onderzoekslocatie voor vleermuissoorten. Soort

Zomerverblijf

Kraamverblijf

Paar/baltsverblijf

Gewone dwergvleermuis

x

x

x

Ruige dwergvleermuis

x

x

x

Laatvlieger

x

x

Gewone grootoorvleermuis

x

x

x

Meervleermuis

x

Rosse vleermuis

x (bosschage)

x (bosschage)

x (bosschage)

Watervleermuis

x (bosschage)

x (bosschage)

x (bosschage)

Massawinterverblijf x

Daarnaast biedt de bosschage mogelijk verblijfplaatsen voor boombewonende soorten als de rosse vleermuis en watervleermuis. De bomen die onderdeel zijn van de bosschage konden niet volledig op geschikte boomholtes, loshangend schors of andere geschikte openingen worden gecontroleerd, vanwege het dichte bladerdek tijdens het veldbezoek. Een aanvullende inspectie is noodzakelijk om mogelijke verblijfplaatsen uit te sluiten dan wel te bevestigen voor boombewonende soorten in de bosschage. Indien geschikte openingen worden aangetroffen in de bosschage, is aanvullend onderzoek naar boombewonende soorten noodzakelijk (zie hoofdstuk 5).

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden.

Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en mogelijk gewone grootoorvleermuis en watervleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Het betreft het Beeklustpark ten westen van de onderzoekslocatie.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 12/37

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. De Almelose Aa kan mogelijk als vliegroute dienen voor vleermuizen die verschillende foerageergebieden binnen de bebouwde kom van Almelo willen bereiken. De voorgenomen ingreep heeft geen nadelige impact op de functie als vliegroute voor vleermuizen in de nieuwe situatie. De Almelose Aa blijft behouden.

4.3

Overige zoogdieren

Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten.

Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten.

Streng beschermde soorten Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: steenmarter, eekhoorn, bunzing, wezel, hermelijn en egel.

Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Deze soort komt in de omgeving vaker voor. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes maar ook stenenstapels of takkenhopen, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn enkele sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of voortplantingsplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Daarnaast betreft de bosschage mogelijk geschikt leefgebied voor de steenmarter, waarbij meerdere takkenhopen en landschapselementen aanwezig zijn. Gezien de grootte van de bosschage, de aanwezige landschapselementen en de geschiktheid van enkele bebouwing, kunnen overtredingen van de Omgevingswet niet volledig worden uitgesloten (zie hoofdstuk 5).

Eekhoorn De eekhoorn komt in de omgeving van de onderzoekslocatie voor. Deze soort kan zich doorgaans goed handhaven in stedelijke omgevingen wanneer er voldoende verbindende groene elementen aanwezig zijn en er genoeg voedsel te vinden is. De onderzoekslocatie ligt midden in een stedelijk gebied, waarbij voldoende groene verbindingen aanwezig zijn in de bosschage waar de eekhoorn gebruik van kan maken. Tijdens het veldbezoek konden niet alle bomen worden gecontroleerd op eventueel aanwezige nesten van eekhoorns vanwege het dichte bladerdek. Het overige gebied op de onderzoekslocatie is volledig gecontroleerd op aanwezige nesten van de eekhoorn en zijn hierbij niet aangetroffen. De aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van de eekhoorn kan niet volledig worden uitgesloten op de onderzoekslocatie (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 13/37

Bunzing, wezel en hermelijn De bunzing en wezel komen volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. Ondanks dat de hermelijn niet in de omgeving is waargenomen, is het mogelijk dat ook deze soort voorkomt in de omgeving. Op de onderzoekslocatie in de bosschage zijn diverse landschapselementen aanwezig die met elkaar in verbinding staan. Daarnaast zijn er meerdere takkenhopen en (muizen)holen waar kleine marterachtigen gebruik van kunnen maken (zie figuur 4.3 en 4.4). De kleine marterachtigen zijn sterk gebonden aan landschapselementen zoals houtwallen en bosschages die dekking bieden gedurende het foerageren en migreren tussen de vaste rust- of voortplantingsplaatsen en de foerageergebieden. Aangezien de bosschage mogelijk behoort tot het functioneel leefgebied van kleine marterachtigen, kunnen overtredingen van de Omgevingswet niet volledig worden uitgesloten (zie hoofdstuk 5).

Figuur 4.3 Takkenhoop in de bosschage.

Figuur 4.4 Landschapselementen voor kleine marterachtige in de bosschage.

Egel Volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF komt de egel voor in de omgeving van de onderzoekslocatie. De egel komt in diverse landschappen voor zoals tuinen, bosranden, struweel en loofbos. Daarnaast worden egels ook frequent gezien in stedelijk gebied, waar voldoende groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Binnen de onderzoekslocatie zijn er op verschillende locaties geschikt groen aanwezig, zoals de bosschage, stadsperkjes en tuintjes. De aanwezigheid van een vaste rust- of voortplantingsplaats van de egel kan niet worden uitgesloten (zie hoofdstuk 5).

Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat kan het voorkomen ervan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 14/37

Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn en rosse woelmuis. Op het braakliggende terrein en in de bosschage zijn meerdere graafsporen en uitwerpselen van konijnen aangetroffen. Het is mogelijk dat de konijn op dit gedeelte zijn hol heeft. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van konijnen worden vergraven, indien er werkzaamheden plaats gaan vinden op het braakliggende terrein en de bosschage (zie hoofdstuk 5).

4.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Reptielen Volgens gegevens van de NDFF zijn er in de afgelopen 5 jaar in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen streng beschermde reptielen waargenomen. Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is geen geschikt habitat voor reptielen aanwezig.

Amfibieën Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF zijn in het deel van Nederland waar de onderzoekslocatie ligt, de volgende soorten te verwachten: kleine watersalamander, gewone pad, bastaardkikker en bruine kikker.

De Almelose Aa is mogelijk geschikt als voortplantingshabitat voor algemeen voorkomende amfibieënsoorten op de onderzoekslocatie. Gezien de steile- en soms uit beton bestaande oevers het moeilijk maken voor amfibieën zal de functionaliteit voor amfibieën gering zijn (zie figuur 4.5 en 4.6).

Figuur 4.5

Oevers gedeeltelijk bestaande uit beton.

Figuur 4.6

Steile oevers langs de Almelose Aa.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 15/37

De onderzoekslocatie vormt geschikt landhabitat voor algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad. De Almelose Aa die dwars door de bosschage stroomt op de onderzoekslocatie kan onderkomen bieden aan beide soorten. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de ruigte en onder de takkenhopen. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve gevolgen ontstaan voor algemene soorten (zie hoofdstuk 5).

Voor de te verwachten algemene soorten geldt op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de Omgevingswet, waardoor een omgevingsvergunning bij verstoring niet noodzakelijk is. Echter wanneer er onverhoopt toch werkzaamheden aan de watergangen plaatsvinden is het wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht (zie hoofdstuk 5).

Vissen Er zijn slechts enkele zoetwatervissoorten die binnen de Omgevingswet een strenge bescherming genieten. De Almelose Aa rond de onderzoekslocatie wordt door de ingreep op de onderzoekslocatie niet aangetast, waardoor er geen overtredingen van de Omgevingswet te verwachten zijn met betrekking tot (algemene of) streng beschermde vissoorten. Indien er onverhoopt toch werkzaamheden aan de watergangen plaatsvinden is het wel zaak om aandacht te schenken aan de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 16/37

4.5

Ongewervelden

Libellen Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Omgevingswet een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebied zijn te vinden. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn volgens verspreidingsgegevens uit NDFF geen beschermde soorten waargenomen. Beschermde soorten zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten.

Vlinders Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan specifieke waardplanten. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn volgens verspreidingsgegevens uit de NDFF waarnemingen bekend van de teunisbloempijlstaart, grote vos, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder. Deze soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er zijn geen waardplanten van de grote vos en grote weerschijnvlinder aangetroffen. Van de waardplanten voor de kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart Figuur 4.7 Wilde kamperfoelie bij het hek tegen de zijn alleen één individu van wilde kamperfoelie en bosschage. teunisbloem aangetroffen bij de bosschage (zie figuur 4.7). Er zijn te weinig waardplanten aanwezig om een gevestigde populatie te onderhouden van deze soorten.

Overige soorten Overige beschermde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft, vermiljoenkever en platte schijfhoren, zijn op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.

4.6

Planten

De onderzoekslocatie bestaat uit voor het grootste gedeelte uit verharding en bebouwing met daarnaast een bosschage met verschillende ruigtesoorten. De vegetatie op de onderzoekslocatie geeft aan dat de bodem matig voedselrijk, neutraal en vochtig is. In dergelijke vegetaties zijn geen beschermde soorten te verwachten. De meeste beschermde plantensoorten en de daarbij horende specifieke groeiomstandigheden zijn zeldzaam te noemen en zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 17/37

4.7

Specifieke zorgplicht

Onder de specifieke zorgplicht vallen de in Nederland in het wild levende vogelsoorten, genoemd in bijlage I van de Vogelrichtlijn, en niet in de bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, van de Vogelrichtlijn. Verder vallen hieronder de soorten uit bijlagen II, IV en V van de Habitatrichtlijn en dier- en plantensoorten genoemd in de Rode Lijsten.

Een Rode lijst is een overzicht van levende soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De dier- en plantensoorten zijn onderverdeeld in categorieën. Naast vogels zijn er ook lijsten voor bijen, dagvlinders, haften, kokerjuffers, sprinkhanen, krekels, korstmossen, land- en zoetwaterweekdieren, libellen, mossen, paddenstoelen, platwormen, sprinkhanen en krekels, steenvliegen, vissen en zoogdieren.

Volgens de actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn er geen Rode Lijst soorten in de afgelopen 3 jaar waargenomen. Door te voldoen aan de algemene zorgplicht kan worden vastgesteld dat nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dier- en plantensoorten die zijn opgenomen in de Rode Lijst.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 18/37

5

Toetsing aan soortenbescherming

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er schadelijke handelingen optreden die leiden tot een vergunningsplichtig geval. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Omgevingswet en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Omgevingswet op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

5.1

Broedvogels

5.1.1

Jaarrond beschermde broedvogels

Ransuil, sperwer en buizerd Indien er groen wordt gekapt in de bosschage, dient de bosschage geïnspecteerd te worden op mogelijk aanwezige nesten van de ransuil, sperwer en buizerd wanneer er geen blad meer aan de bomen zitten. Alle bomen en struiken worden gecontroleerd op grote nesten, ook wel horsten genoemd en/of oude kraaien- en eksternesten. Wanneer deze nesten worden aangetroffen en het niet duidelijk blijkt door welke vogelsoort dit nest in gebruik is, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd in de periode maart t/m juli naar het gebruik van deze nesten.

5.1.2

Algemene broedvogels

Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 11.37 (Bal) (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Indien het groen toch binnen het broedseizoen gekapt dient te worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. De ecoloog zal naar aanleiding van de inspectie kunnen adviseren of het mogelijk is om het groen te kappen zonder daarbij broedvogels te verstoren.

Met betrekking tot het verwijderen van de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning. Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 19/37

5.2

Vleermuizen

De te slopen en/of te renoveren bebouwing op de onderzoekslocatie is in principe geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De sloop van de bebouwing zou in geval van aanwezigheid van een verblijfsfunctie van vleermuizen kunnen leiden tot schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval.

Alle vleermuissoorten zijn opgenomen in bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Vleermuizen worden ook benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn.

Gelet op de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor vleermuizen, zal nader onderzoek noodzakelijk zijn om de daadwerkelijke functie van het gebied voor vleermuizen te kunnen vaststellen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Omgevingswet aan de orde zijn. De vleermuissoorten die onderzocht dienen te worden zijn de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en mogelijk rosse vleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Een dergelijk nader onderzoek dient te worden uitgevoerd conform het protocol voor vleermuisonderzoek (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, 2021). Dit houdt in dat afhankelijk van de potentiële functies er in de periode april tot en met september een aantal veldbezoeken uitgevoerd dient te worden. Vervolgens kan aan de hand van de onderzoeksresultaten worden vastgesteld of er overtredingen plaats zullen vinden bij de uitvoering van het project.

Bij het aantreffen van verblijfplaatsen van vleermuizen is bij de voorgenomen werkzaamheden overtreding van de Omgevingswet naar verwachting niet te vermijden en is daarom een vergunningssaanvraag aan de orde. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats behouden moeten worden en zal schade aan individuen moeten worden voorkomen. Deze maatregelen, omschreven in een activiteitenplan, dienen vervolgens ter goedkeuring te worden voorgelegd via het Omgevingsloket, middels een omgevingsvergunning.

Aanvullend dient de bosschage geïnspecteerd te worden op mogelijk aanwezige boomholtes die gebruikt kunnen worden door boombewonende soorten als rosse vleermuis en watervleermuis. De inspectie dient te gebeuren wanneer er geen blad meer aan de bomen zit. Wanneer geschikte boomholtes worden aangetroffen dienen deze holtes onderzocht te worden zoals hierboven beschreven.

5.3

Overige zoogdieren

5.3.1

Steenmarter

De steenmarter is beschermd volgens het regime van paragraaf 11.54 van de Omgevingswet (andere soorten). Volgens artikel 11.54 lid b is het verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soort te beschadigen. Gezien het feit dat de planlocatie mogelijk geschikte verblijfplaatsen bevat, is het mogelijk dat de onderzoekslocatie behoort tot het functionele leefgebied van de steenmarter. Daarnaast biedt de bosschage mogelijk nog meer verblijfplaatsen in de vorm van takkenhopen. Hierdoor kan de uitvoering van de vooringenomen plannen leiden tot de overtreding van artikel 11.54 van de Omgevingswet. Aanvullend onderzoek naar mogelijke geschikte verblijfplaatsen van de steenmarter in de zolder van het transformatorhuisje en de bosschage is noodzakelijk.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 20/37

Aanvullend onderzoek kan worden uitgevoerd middels het plaatsen van wildcamera’s op strategische plaatsen op de onderzoekslocatie. Dit zijn plaatsen waar steenmarters vermoedelijk toegang kunnen krijgen tot de bebouwing of in bebouwing waar steenmarters vermoedelijk een rust- of voortplantingsplaats hebben. Gedurende de actieve periode van marterachtigen, van maart tot en met augustus, dienen de camera’s minstens zes weken op de onderzoekslocatie te worden geplaatst.

5.3.2

Eekhoorn

Indien er groen wordt gekapt in de bosschage, dient de bosschage geïnspecteerd te worden op mogelijk aanwezige nesten van de eekhoorn wanneer er geen blad meer aan de bomen zitten. Wanneer nesten worden aangetroffen dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd om de daadwerkelijke functie van het nest vast te stellen.

5.3.3

Kleine marterachtigen

Als de vegetatie in de bosschage op de onderzoekslocatie door de ingreep wordt aangetast of verwijdert, geldt voor de kleine marterachtigen dat een negatief effect op het leefgebied op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet kan worden uitgesloten. In de begroeiing op de onderzoekslocatie kunnen rusten verblijfsplaatsen voorkomen. Tevens ligt de onderzoekslocatie in het verspreidingsgebied van de verschillende marterachtigen. Op basis van de quickscan is niet uit te sluiten of de onderzoekslocatie gebruikt wordt door kleine marterachtigen. Aanvullend onderzoek is in de provincie Overijssel niet noodzakelijk voor kleine marterachtigen, wel dient een vergunning aangevraagd te worden en dient het verlies aan leefgebied gecompenseerd te worden.

5.3.4

Egel

Zowel de rust- en voortplantingsplaatsen als het functioneel leefgebied van de egel zijn in provincie Overijssel beschermd. Als gevolg van het verwijderen van vegetatie in de bosschage op de onderzoekslocatie, kunnen dieren verwond of gedood worden en verblijfplaatsen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 11.54 van de Omgevingswet in. Het doden of verwonden kan plaatsvinden wanneer rust- of voortplantingslocaties (zoals lage vegetatie en struiken) worden aangetast. Aanvullend onderzoek is in de provincie Overijssel niet noodzakelijk voor de egel, wel dient een vergunning aangevraagd te worden en dient het verlies aan leefgebied gecompenseerd te worden.

5.4

Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 11.54 (Bal) in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 21/37

Het doden of verwonden kan plaatsvinden wanneer rust- of voortplantingslocaties worden aangetast. Het verwijderen van groen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust uitgevoerd te worden. De geschikte periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden betreft de periode september t/m oktober. Dieren die gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen dienen de gelegenheid te krijgen om veilig weg te komen.

5.5

Vissen

5.5.1

Algemene vissensoorten

Indien de Almelose Aa gedeeltelijk wordt aangepast/verlegd, kunnen mogelijk zonder maatregelen vissen worden gedood, hetgeen een overtreding van de Omgevingswet inhoudt. De te verwachten soorten vallen echter onder een vrijstelling, zodat voor de werkzaamheden niet vooraf een vergunning hoeft te worden aangevraagd. Voor de te verwachten vissoorten geldt echter wel de zorgplicht. Dit houdt in dat het doden van individuen redelijkerwijs vermeden dient te worden. Dit kan door het afvangen van vissen voorafgaande aan de dempingswerkzaamheden en het verplaatsen van de vis in de te handhaven watergangen in de directe omgeving. Aanbevolen wordt om ten tijde van de uitvoering de werkwijze vast te leggen in een ecologisch werkprotocol dat bij de uitvoerende partij onder de aandacht dient te worden gebracht.

Aangezien een quickscan over het algemeen geen document is dat bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt geraadpleegd, wordt aanbevolen om voor de dempingswerkzaamheden een separaat ecologisch werkprotocol op te laten stellen. In het werkprotocol worden de benodigde maatregelen verwoord en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen vastgelegd.

5.6

Overige soort(groep)en

Overtredingen van de Omgevingswet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 22/37

6

Toetsing aan gebiedenbescherming

In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen, op vanuit de Omgevingswet aangewezen beschermde gebieden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.

6.1

Natura 2000

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Wierdense Veld, bevindt zich op circa 8,5 kilometer afstand ten westen van de onderzoekslocatie (zie figuur 6.1).

Figuur 6.1

Ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000.

De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de werkzaamheden op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de vergunningplicht ‘Natura 2000-activiteit’ ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (AERIUS-calculator).

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 23/37

6.2

Natuurnetwerk Nederland

De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 3 kilometer afstand ten zuiden van de onderzoekslocatie. In figuur 6.2 is de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

Figuur 6.2

Ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.

De onderzoekslocatie is gelegen op 3 kilometer afstand van een onderdeel van het Overijsselse Natuurnetwerk. Het Natuurnetwerk betreft in Overijssel een louter planologische bescherming van de aangewezen gebieden zelf. Aangezien het planvoornemen niet leidt tot een wijziging van de bestemming van het aangrenzende onderdeel van het Natuurnetwerk zijn aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het ONN of zone ONW niet aan de orde.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 24/37

7

Houtopstanden

In art. 11.112 zijn de oogmerken opgenomen voor de activiteiten die houtopstanden, hout en houtproducten betreffen. De oogmerken met betrekking tot vellen en herplanten van houtopstanden hebben betrekking op de natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal in Nederland en het beschermen van landschappelijke waarden. De Omgevingswet beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap.

De bomen op de onderzoekslocatie vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in paragraaf in artikel 11.111 (Bal). De houtopstand op de onderzoekslocatie is gelegen binnen de bij besluit van gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Voor deze houtopstand geldt daarom geen meldingsplicht en herplantplicht.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 25/37

8

Samenvatting en conclusies

Sweco heeft van de gemeente Almelo opdracht gekregen voor het opstellen van een uitvoerbaarheidsmemo in het gebied Achter de Molen te Almelo.

De uitvoerbaarheidsmemo is opgesteld in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie.

Het onderzoek heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de natuurbescherming onder de Omgevingswet een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep.

De initiatiefnemer is voornemens het gebied Achter de Molen her in te richten, waarbij enkele bebouwing wordt gesloopt en/of gerenoveerd. Daarnaast krijgt de bosschage een andere inrichting van groen.

De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel 8.1. In tabel 8.2 zijn de effecten op beschermde gebieden en houtopstanden weergegeven. In de tabellen is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabellen is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Omgevingswet voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 8.1

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Omgevingsvergunning

Bijzonderheden / opmerkingen*

Broedv ogels

algemeen

ja

ja

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

jaarrond beschermd

ja

mogelijk

ja

mogelijk

aanvullend onderzoek noodzakelijk naar de huismus

verblijfplaatsen

ja

mogelijk

ja

mogelijk

aanvullend onderzoek noodzakelijk naar gebouwbewonende vleermuizen. Boomholte

Vleerm uizen

inspectie uitvoeren, indien geschikte boomholtes aanwezig zijn dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. foerageergebied

ja

nee

nee

nee

voldoende alternatief in de omgeving beschikbaar

vliegroutes

nee

nee

nee

nee

-

Grondgebonden zoogdieren

ja

mogelijk

ja

mogelijk

Aanvullend onderzoek noodzakelijk voor de steenmarter. Nestinspectie uitvoeren voor eekhoorn. Compenserende maatregelen noodzakelijk voor egel en kleine marterachtigen. Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemeen voorkomende soorten

Amfibieën en vissen

ja

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemeen voorkomende amfibieën en vissen

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 26/37

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Omgevingsvergunning

Bijzonderheden / opmerkingen*

Overige soortgroepen

nee

nee

nee

nee

-

Tabel 8.2

Overzicht effecten t.o.v. beschermde gebieden en houtopstanden en te nemen vervolgstappen.

Gebiedsbescherming

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunningplicht

Natura 2000

8,5 km

mogelijk

ja

mogelijk

stikstofberekening met AERIUS-calculator

Natuurnetwerk Nederland

3 km

nee

nee

nee

-

Houtopstanden

n.v.t

-

* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.

Conclusie

De gemeente Almelo is voornemens om het gebied Achter de Molen in Almelo deels te herinrichten. Met de voorgenomen plannen worden er enkele bebouwing gesloopt en komt hier nieuwbouw voor terug. Het stadsgroen wordt ook opnieuw ingericht. Voordat deze werkzaamheden kunnen plaatsvinden, dient er eerst aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden, naar de huismus, gebouwbewonende vleermuizen, steenmarter en aanwezige nesten en geschikte boomholtes die gebruikt kunnen worden door beschermde soorten. Het onderzoek moet uitwijzen of er beschermde functies voor deze soorten aanwezig zijn binnen het plangebied. Daarnaast dient er een compensatieplan te komen voor de egel en kleine marterachtigen. Tot slot zal rekening gehouden worden met de zorgplicht voor algemeen voorkomende zoogdieren, amfibieën en vissen tijdens de werkzaamheden.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer 51026993-001 Datum 13-03-2025

Versie D2 27/37

Bijlage GERAADPLEEGDE BRONNEN BIJ12 (2017a). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/kennisdocumenten-soorten-natuurbescherming/

Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J., Canters, K. & Buys, J. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.

Limpens H. & Regelink J. (2017). Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (z.d.). Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.natura2000.nl/gebieden.

Nationale Database Flora en Fauna (z.d.). Uitvoerportaal; zoekgebied Overijssel, Almelo, periode 2018-2023. NDFF. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://ndff-ecogrid.nl.

Ravon (z.d.). Soorten. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie

Sovon (z.d.). Soortenoverzicht. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://stats.sovon.nl/stats/soorten.

Verspreidingsatlas (z.d.). NDFF Verspreidingsatlas. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.verspreidingsatlas.nl/.

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol.

Vlinderstichting (z.d.) Vlinders. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders

Vogelbescherming (z.d.). Vogelgids. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.vogelbescherming.nl/

Zoogdiervereniging (z.d.) Zoogdiersoorten. Geraadpleegd op 11 april 2024 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer N/A Datum 05-03-2025

Versie D1

Documentreferentie Uitvoerbaarheidsmemo (51026993-001, D2) Achter de Molen in Almelo

Provinciale bronnen

www.overijssel.nl (NNB en beschermde gebieden in Overijssel) www.overijssel.nl/thema's/natuur/groenloket

Bijlage 1 natuurwetgeving en doelen natura 2000 Natuurwetgeving Natura 2000 Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1-1-2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten op Natura 2000.

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit.

Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000).

Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied (artikel 2.7, lid 2 Wnb. en per 1-1-2024 artikel 5.1, lid 1, sub e Ow).

Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door het bevoegd gezag. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer N/A Datum 05-03-2025

Versie D1

Documentreferentie Uitvoerbaarheidsmemo (51026993-001, D2) Achter de Molen in Almelo

Doelen Natura 2000 Voor ieder Natura 2000-gebied geldt dat deze een specifiek internationaal belang heeft voor bepaalde soorten en/of habitattypen. Op grond van de staat van instandhouding en het relatief belang van soorten en habitattypen zijn de belangrijkste verbeteropgaven en doelen op landelijk niveau vastgesteld. Deze landelijke doelen vormen de kaders voor de formulering van instandhoudingdoelen op gebiedsniveau. Algemene doelen zijn behoud en indien van toepassing herstel van:

• •

• •

De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de ecologische samenhang van Natura 2000 zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie; De bijdrage van het Natura 2000-gebied aan de biologische diversiteit en aan de gunstige staat van instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie, die zijn opgenomen in bijlage I of bijlage II van de Habitatrichtlijn. Dit behelst de benodigde bijdrage van het gebied aan het streven naar een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding voor de habitattypen en de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied, inclusief de samenhang van de structuur en functies van de habitattypen en van de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; De op het gebied van toepassing zijnde ecologische vereisten van de habitattypen en soorten waarvoor het gebied is aangewezen.

Sweco | Uitvoerbaarheidsmemo Achter de Molen, Almelo Projectnummer N/A Datum 05-03-2025

Versie D1

Documentreferentie Uitvoerbaarheidsmemo (51026993-001, D2) Achter de Molen in Almelo

Bijlage 2 natuurwetgeving natuurnetwerk nederland Natuurwetgeving Natuurnetwerk Nederland Deze bijlage geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie is getoetst. Deze bijlage is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende, en per 1 januari 2024 geldende, wetgeving. Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=f88dcd8b-8539-4d46-bb16-91b85a148403