Rekenkameronderzoek energietransitie bijlage 3 - Bestuurlijke reactie college BW op conclusies en aanbevelingen
Tekst van het document
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan rekenkamer Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo telefoon: (0546) 54 11 11 e-mail: gemeente@almelo.nl internet: www.almelo.nl
Uw brief
Uw kenmerk
Ons kenmerk UIT - 24114105
Datum 11 april 202426 maart 2024
Bijlage(n)
Doorkiesnummer 0546-54 11 11
Behandeld door L.H. Plant
Zaaknummer DCS - 2382653
Onderwerp Bestuurlijke reactie onderzoeksrapport rekenkamer Almelo 'Energietransitie' Geachte heer Mastwijk, Op 06 maart 2024 heeft u ons het rekenkamerrapport van het onderzoek ‘Energietransitie’ (INT91086) aangeboden inclusief een concept raadsvoorstel (RAAD-2408140). Met belangstelling hebben wij het rapport gelezen. De rekenkamer Almelo heeft het college uitgenodigd om een zienswijze te formuleren op het rapport en het concept raadsvoorstel. Hieronder geven wij onze reactie op de aanbevelingen, zoals geformuleerd in het concept raadsvoorstel en die op basis van de hoofd- en deelconclusies in het rapport zijn geformuleerd.
A. Formuleer de strategische en operationele doelen uit het programma Klimaat en Milieu concreet en tijdsgebonden. De doelen die voor het programma Klimaat en Milieu zijn opgesteld zijn in lijn met de andere programma’s en bewust wat minder ingekaderd dan normaal gesproken bij een project het geval is. De gemeenteraad heeft de strategische doelen en visie vastgesteld. We zitten midden in een energietransitie die niet alleen invloed heeft op de manier waarop we energie opwekken en onze gebouwen verwarmen, maar op onze hele leefomgeving, fysiek en sociaal. Woningen worden geïsoleerd, er komen innovatieve verwarmingsinstallaties, in de straten komt nieuwe infrastructuur voor warmte en de elektriciteitsvoorziening wordt verzwaard. Daken worden voorzien van zonnepanelen en langs de stadsranden ontstaat een nieuw energielandschap. De gemeente heeft de regierol, maar is in veel gevallen afhankelijk van de inzet van maatschappelijke partners, zoals de woningbouwcorporaties en netbeheerders, maar ook van bedrijven en inwoners. Het behalen van de programmadoelstellingen is geen lineair proces dat zich als een project laat aansturen. Bovendien begeven we ons op nieuw terrein. We leren, ontdekken, er zijn verbeteringen en innovaties en dan proberen we opnieuw.
Als we de handen op elkaar krijgen kan iets snel gaan, en andere trajecten lopen langer dan vooraf gedacht, omdat belangen kunnen botsen. Dit zien we overigens ook bij andere gemeenten in Nederland. We kijken graag in andermans keuken, maar we zien overal uitdagingen. De hoofdreden hiervoor is dat onze ‘gereedschapskist’ nog niet volledig gevuld is. Belangrijke wetgeving die de gemeente nodig heeft voor het uitvoeren van de regierol is nog in ontwikkeling. De benodigde uitvoeringscapaciteit is ook nog niet op orde (zie ook punt E). Als de randvoorwaarden geregeld zijn kunnen de doelstellingen SMART geformuleerd worden. Het college stelt voor om deze aanbeveling niet over te nemen maar op Pagina 1 van 3 UIT - 24114105
Bank: BNG Bank, Den Haag NL56 BNGH 028 50 00 187 BIC Code: BNGHNL2G
BTWnr. NL 0015 84 108 B 01
een andere manier vorm te geven. Door inhoudelijke en procesmatige uitleg te geven over de stand van zaken, stakeholders te betrekken en daarover met elkaar in gesprek te gaan. Dit sluit aan bij aanbeveling C en kan in samenhang gezien worden.
B. Leg een strategische doorkijk voor aan de raad voor de energietransitie na 2026 én na 2030 en ga daarover als raad met het college in gesprek. Regeren is vooruitzien. Het college erkent het belang van een strategische visie. Recent onderzoek naar energieprijzen in de toekomst toont aan dat de lange termijnverwachting is dat zowel gas als elektriciteit relatief duur blijven. Hierdoor blijven de energierekeningen in 2035 net als in 2023 relatief hoog. Belastingen nemen toe voor woningen aangesloten op aardgas. Belasting op elektriciteit daalt juist. Alle woningen krijgen te maken met fors hogere netbeheerkosten. Duurzame verwarmingstechnieken leiden ook in 2035 tot de laagste energierekening. Het betaalbaar maken van de energietransitie, voor alle inwoners, heeft daarom prioriteit. Beslissingen die nu genomen worden kunnen hieraan bijdragen. Het college stelt voor om ook deze aanbeveling te betrekken bij punt C en op die manier te bespreken in welke vorm een dergelijke doorkijk wenselijk is.
C. Organiseer een gesprek met de raad over de gewenste informatiebehoefte in de raad en pas de informatievoorziening voor de raad aan op basis van de uitkomsten van dat gesprek. De gemeenteraad heeft de afgelopen jaren het beleid rondom de energietransitie vastgesteld, zowel op het gebied van duurzame energieopwekking, de warmtetransitie als energiebesparing. Via de planning en control cyclus worden monitoringsgegevens gerapporteerd. Daarnaast ontvangt de raad raadsbrieven over actuele onderwerpen. Echter, wij hechten er belang aan dat op dit moment met name op het thema ‘warmtetransitie’ de raad structureler wordt geïnformeerd over de lopende projecten en processen. Gezien de grootschaligheid, de complexiteit en de lange termijn waarop de warmtetransitie speelt is het wenselijk om de gemeenteraad ook (naast formele besluitvormingsmomenten) gedurende het proces te betrekken. We doen dit door gebruik te maken van het bestaande palet aan middelen om de raad te informeren/in gesprek te gaan. In Q2 2024 wordt hier een begin mee gemaakt. Ook voor andere thema’s, zoals bijvoorbeeld energieopwekking en energiebesparing kan het op een bepaald moment aan de orde zijn om de raad in een vroeg stadium te betrekken.
D. Ontwikkel participatiebeleid voor de energietransitie voor het betrekken van inwoners en externe initiatieven en leg dit beleidsvoorstel aan de raad voor. Op het gebied van participatie zijn diverse beleidsstukken vastgesteld. Recent heeft de raad een addendum op de Duurzame Energieladder vastgesteld waarmee het onderdeel ‘participatie’ nader geduid is. Vorig jaar heeft het college het Plan van aanpak voor een inclusieve energietransitie vastgesteld, met name gericht op de aanpak van energiearmoede. Ook de Warmtevisie, vastgesteld door de raad in 2020, bevat uitgangspunten voor participatie. Daarnaast is de gemeentebrede Participatieverordening een bruikbaar instrument. Er is dus al veel beschikbaar als het gaat om participatiebeleid. Het is zaak om vanuit de werkpraktijk te bekijken waar op dit punt nog behoefte aan is. Té veel en versnipperd beleid kan onbedoeld een belemmerende werking hebben. Gelet op het bovenstaande acht het college het niet opportuun om nu extra c.q. separaat participatiebeleid voor de energietransitie op te stellen, maar vanuit de werkpraktijk de behoeften te inventariseren. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan een leidraad hoe we als gemeente omgaan met initiatieven van inwoners in de wijk.
Pagina 2 van 3 UIT - 24114105
E. Onderzoek nader de voorgestelde capaciteit van de Raad voor het Openbaar Bestuur, voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Op basis van de uitkomsten te overwegen om de huidige bezetting van het programmateam hierop aan te passen. Onderzoeken is op dit moment niet zinvol, omdat we beperkte middelen van het rijk ontvangen. Wij erkennen dat capaciteit op dit moment een beperkende factor is. Met meer capaciteit kunnen we meer bereiken als het gaat om inwoners ondersteunen, plannen maken voor aardgasvrije wijken en andere duurzame projecten realiseren. Recent onderzoek laat zien dat de jaarlijkse kosten die gemeenten moeten maken voor klimaatbeleid oplopen van € 775 miljoen in 2025 tot € 1.037 miljoen in 2030. Dat is bijna 40% hoger dan in 2021 gedacht. Het college brengt dit onder de aandacht via de lijnen van de G40 en de VNG richting het Rijk. Extra opgaven die de gemeente op haar bord krijgt vanuit het Rijk dienen gepaard te gaan met voldoende uitvoeringsmiddelen. Eigen middelen inzetten in deze financieel onzekere tijd vinden wij dan ook niet aan de orde. Als het nieuwe kabinet besluit meer uitvoeringsmiddelen toe te zeggen dan zullen wij die ook daadwerkelijk inzetten voor de uitvoering van de energietransitie. Dit standpunt sluit aan bij het onder A genoemde argument dat de randvoorwaarden op orde moeten zijn om de doelstellingen van 2050 te behalen.
F. Houd blijvende aandacht voor het uitgangspunt betaalbaarheid, maak deze uitwerking zo concreet mogelijk en deel deze met de gemeenteraad. Voor het college staat een haalbare energietransitie gelijk aan een betaalbare energietransitie. We dragen dat uit in ons beleid en onze projecten. Een concreet voorbeeld is de samenwerking met Enschede, Hengelo, de stedelijke woningbouwcorporaties en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties op dit thema. Wat begon als lobbytraject is nu een concreet samenwerkingsproject waarbij we van elkaars krachten gebruik kunnen maken. We lopen hierin voorop in Nederland. We onderzoeken nu de mogelijkheden voor het werven van Europese fondsen. De gemeenteraad is eerder al via de planning en control cyclus en raadsbrieven geïnformeerd. Samengevat zijn wij u erkentelijk voor de oplevering van dit rapport. Wij kunnen ons vinden in de gedachtegang van de aanbevelingen, maar adviseren punt A en B op een andere manier vorm te geven door de raad ruim voor de uiteindelijke besluitvorming te informeren. De manier waarop dat gewenst is kan via aanbeveling C verder besproken worden. Punt D willen wij vooral vanuit de werkpraktijk bezien in het kader van nut en noodzaak, gelijktijdig willen we benadrukken dat participatie in de energietransitie belangrijk is voor acceptatie en draagvlak.
Punt E onderschrijven wij en wij stellen voor dit te blijven agenderen via de koepels bij het Rijk. Tot slot onderschrijft het college aanbeveling F en sluit dit goed aan bij de lopen de projecten. We zien uit naar de raadsbehandeling van het rapport.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
Pagina 3 van 3 UIT - 24114105