CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek energietransitie bijlage 2 - Nota van Bevindingen Energietransitie TwynstraGudde

Raad 23 april 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Rekenkamerrapport Energietransitie21.403 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT

Energietransitie In opdracht van Rekenkamer Almelo (int 91086)

Roel Lauwerier en Floor hooge Venterink

27 februari 2024

Inhoudsopgave

1. Inleiding 1.1. Achtergrond 1.2. Doelstelling en vraagstelling 1.3. Normenkader 1.4. Beleidsrationaliteit 1.5. Aanpak 1.6. Leeswijzer

2. Het Almelose beleid 2.1. Analyse 2.1.1. Ambities en doelen 2.1.2. Vertaling naar acties en maatregelen 2.1.3. Financiële kaders en planning 2.2. Toetsing aan het normenkader

3. Uitvoering van het beleid

4 4 4 5 7 7 8

9 9 9 11 14 15

18

3.1. Analyse 3.1.1. Organisatie van uitvoering 3.1.2. Samenwerking met stakeholders 3.1.3. Uitvoering van acties en maatregelen 3.2. Toetsing aan het normenkader

18 18 19 24 26

4. Realisatie van ambities en doelen

28

4.1. Analyse 4.1.1. Monitoring 4.1.2. Stand van zaken 4.2. Toetsing aan het normenkader

5. Kaderstellende en controlerende rol van de raad

28 28 29 33

34

2 / 51

5.1. Analyse 5.2. Toetsing aan het normenkader

34 35

Bijlage 1 | Overzicht van geïnterviewde personen

37

Bijlage 2 | Beschrijving Het Almelose beleid

38

B2.1. Ambities en doelen B2.2 Vertaling naar acties en maatregelen B2.3. Financiële kaders en planning

Bijlage 3 | Beschrijving Uitvoering van het beleid B3.1 Organisatie van uitvoering B3.2 Samenwerking met stakeholders B3.3. Uitvoering van acties en maatregelen

Bijlage 4 | Beschrijving Realisatie van ambities en doelen B4.1. Monitoring B4.2. Stand van zaken

Bijlage 5 | Beschrijving Kaderstellende en controlerende rol raad

38 39 41

42 42 43 44

46 46 47

49

B6.1. Rol van de raad

49

Bijlage 6 | Bronnenlijst

50

3 / 51

1. Inleiding 1.1. Achtergrond Elke gemeente heeft de opdracht een bijdrage te leveren aan de energietransitie en werkt samen met andere partijen binnen een energieregio (Regionale Energiestrategie (RES)). De energietransitie omvat de overgang van een fossiel energiesysteem naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan in het huidige energiesysteem. In dit nieuwe systeem is fossiele brandstof (zoals kolen, olie en gas) grotendeels vervangen door duurzame energiebronnen (zoals zon, wind en water), is veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag en is de energievoorziening meer decentraal georganiseerd. De afgelopen jaren is nog meer nadruk komen te liggen op de energietransitie. Maatschappelijk en beleidsmatig staat de energietransitie hoog op de agenda. Voor Almelo zijn verschillende beleidskaders en plannen geformuleerd ten aanzien van de energietransitie. Het gaat dan o.a. om het Programma Klimaat en Milieu 2023-2026 dat recent vastgesteld is, het daaraan voorafgaande programma Duurzaamheid 2019-2023 en de Duurzame Energieladder waarvan een aantal afspraken voort vloeit in de RES Twente. Ook is een Warmtevisie opgesteld, het Plan van Aanpak Inclusieve Energietransitie en wordt gewerkt aan diverse wijkuitvoeringsplannen.

Voor de raad is het van belang om goed overzicht te hebben van en inzicht te hebben in de opzet en de uitvoering van de energietransitie: welke kaders, doelen, middelen en tijdlijn zijn afgesproken en hoe staat het met de realisatie daarvan? Sluiten bijvoorbeeld de lokale doelen en de RES-doelen op elkaar aan? Hoe wordt invulling gegeven aan uitgangspunten als de betaalbaarheid voor inwoners? En kan de raad sturing geven aan de transitie of ‘overkomt’ het de raad?

1.2. Doelstelling en vraagstelling De volgende doelstelling staat in dit onderzoek centraal: De Rekenkamer Almelo wil onderzoeken of de diverse beleidskaders en plannen voldoende samenhang kennen en concreet genoeg zijn om richting te geven aan de uitvoering. Alsook of die uitvoering inmiddels is gestart en voldoet aan de vastgestelde uitgangspunten waarbij vooral “betaalbaarheid” voor alle inwoners van Almelo een belangrijke is. Hieruit vloeit de volgende hoofdvraag voort: Biedt het beleid van de gemeente Almelo, in samenhang met door andere partijen geformuleerd beleid, voldoende richting voor effectieve uitvoering van het energietransitie beleid, wat is de stand van zaken van dat uitvoeringsprogramma en wordt daarin voldaan aan vastgestelde uitgangspunten van betaalbaarheid voor de inwoners?

4 / 51

Deze hoofdvraag is uitgewerkt in onderstaande deelvragen. 1. Beleid a. Is het opgestelde beleid voor de energietransitie SMART en samenhangend? b. Biedt het beleid voldoende richting voor een effectieve uitvoering? c. Is het beleid vertaald in een uitvoeringsprogramma waarin voorgenomen activiteiten en middelen gekoppeld zijn aan doelstellingen? d. Zijn de uitgangspunten geborgd in activiteiten en maatregelen, in het bijzonder het uitgangspunt van betaalbaarheid? 2. Uitvoering a. Is de uitvoering van de energietransitie duidelijk georganiseerd, inclusief de samenwerking met de verschillende stakeholders? b. Hoe worden inwoners betrokken en worden initiatieven van buitenaf gefaciliteerd? c. Zijn er voldoende middelen (capaciteit, expertise, geld) beschikbaar? d. Worden de afgesproken acties en maatregelen uitgevoerd? 3. Doelrealisatie a. Wat is de stand van zaken van de doelrealisatie? b. Is aannemelijk dat de ambities en de doelen worden gerealiseerd? 4. Positie van de raad a. Welke afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening van de raad? b. Hoe wordt de raad feitelijk geïnformeerd over de uitvoering van het beleid en de realisatie van de doelen? c. In hoeverre heeft de raad voldoende handvatten om op een effectieve uitvoering te sturen?

1.3. Normenkader Om de deelvragen – en daarmee de hoofdvraag – te beantwoorden, wordt gebruik gemaakt van een normenkader. Per norm wordt aan het eind van elk hoofdstuk een oordeel gegeven over de mate waarin wordt voldaan aan de norm. Bij de beoordeling van de normen gebruiken we de volgende categorieën: • Aan de norm wordt volledig of grotendeels voldaan. • Aan de norm wordt gedeeltelijk voldaan. • Aan de norm wordt niet of nauwelijks voldaan. • Er kan geen oordeel worden gegeven over de norm. In het rapport wordt de score geëxpliciteerd en onderbouwd.

Aspect

Norm

Beleid

De raad heeft duidelijke ambities en uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De ambities zijn concreet, volledig en consistent uitgewerkt in tijdsgebonden doelen. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en de doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan. De doelen zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. De uitgangspunten zijn uitgewerkt in acties en maatregelen. (In het bijzonder betaalbaarheid)

5 / 51

Onderbouwd is dat met deze uitwerking de uitgangspunten worden gerealiseerd. (In het bijzonder betaalbaarheid) Er zijn duidelijke financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en de maatregelen. Er is een planning vastgesteld voor de uitvoering van acties en maatregelen, waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. Uitvoering

De gemeentelijke organisatie van de energietransitie is duidelijk. Daarbij is de samenwerking met andere overheden en maatschappelijke partners duidelijk geregeld. Daarbij worden inwoners vroegtijdig en met begrijpelijke communicatie betrokken. Daarbij is duidelijk hoe (externe) initiatieven worden gefaciliteerd. Aantoonbaar is dat voor de uitvoering van de acties en de maatregelen voldoende capaciteit en expertise beschikbaar zijn. De acties en de maatregelen worden uitgevoerd conform planning. De acties en de maatregelen worden uitgevoerd binnen de vastgestelde financiële kaders.

Doelrealisatie

De realisatie van de doelen en de ambities wordt periodiek gemonitord. Inzichtelijk is dat de doelen en de ambities zijn bereikt of op koers liggen om bereikt te worden.

Rol van de raad

Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De informatievoorziening aan en de betrokkenheid van de raad zijn conform de gemaakte afspraken. De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en de doelen behaald gaan worden en biedt inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.

6 / 51

1.4. Beleidsrationaliteit Beleidsrationaliteit gaat om het formuleren van duidelijke ambities en de uitwerking hiervan op een consistente, volledige en concrete wijze in tijdsgebonden doelen en vervolgens acties waarmee die doelen moeten worden bereikt binnen de afgesproken planning (doelrealisatie). Dit wordt weergegeven in nevenstaande figuur. Zeker gelet op de lange termijn waarop de transitie loopt, is tussentijds monitoren, evalueren en eventueel bijsturen nodig. Hierbij moet voor de raad duidelijk zijn hoe de beleidsrationaliteit is opgebouwd en de rol van de raad moet duidelijk zijn afgesproken. Dit gaat bijvoorbeeld over de informatievoorziening en de (on)mogelijkheden om bij te sturen. Wat betreft de opzet en de uitvoering van de beleidskaders zien we vaak dat de beleidsrationaliteit onvoldoende volledig en concreet is uitgewerkt (inclusief planning voor tussentijdse mijlpalen) en/of de verschillende beleidskaders niet altijd goed op elkaar aansluiten. Ook als ze wel op elkaar aansluiten, is het voor raadsleden soms moeilijk om “door de bomen het bos te zien”, gelet op de hoeveelheid geformuleerde beleidskaders. Hierbij speelt dat op regionaal (RES), lokaal en gebiedsniveau plannen worden gemaakt. Dit maakt het voor raadsleden vaak niet overzichtelijker.

1.5. Aanpak De aanpak van dit onderzoek bestaat uit drie fasen: • Informatie-uitvraag bij de organisatie en documentenonderzoek. In deze fase zijn documenten gerelateerd aan de energietransitie met betrekking tot grootschalige opwek, warmte en energiebesparing geanalyseerd. Dit zijn documenten over beleidskaders, uitvoering en verantwoording. Ook zijn raadsdocumenten als brieven, moties en amendementen geanalyseerd. • Interviews en raadssessie. In deze fase zijn er interviews afgenomen met ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bij het programma. Daarnaast zijn ook samenwerkingspartners gesproken. Ook is een raadssessie gehouden met een vertegenwoordiging van de raad, hierbij waren 19 raadsleden en/of raadsvolgers aanwezig. Een overzicht van geïnterviewde personen is opgenomen in bijlage I. • Rapportage. In deze fase is de rapportage opgesteld waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de toetsing aan het normenkader plaatsvindt. De rapportage is ter wederhoor teruggelegd bij de ambtelijke organisatie en het college.

7 / 51

1.6. Leeswijzer In deze rapportage wordt, na de conclusies en aanbevelingen en de inleiding van het onderzoek, gedetailleerd ingegaan op de deelvragen in de inhoudelijke hoofdstukken. Daarbij hanteren we de categorieën van het normenkader. Het onderzoek is opgebouwd aan de hand van de volgende drieslag: beschrijving, analyse en toetsing op de normen. De feitelijke beschrijving is opgesteld naar aanleiding van de documentstudie. Hierop wordt voortgebouwd in de analyse waarin ook de input uit de interviews en de raadssessie is meegenomen. Op basis daarvan wordt de toetsing van de normen gebaseerd. De analyse en de toetsing op de normen zijn zelfstandig te lezen en vormen daarom de paragrafen van de hoofdstukken. Voor de uitgebreide feitelijke beschrijving van de normen verwijzen we naar bijlage 2 t/m 5. In hoofdstuk 1 zijn we gestart met de beantwoording van de hoofd- en deelvragen inclusief bijbehorende aanbevelingen. We beschrijven de aanleiding en opzet van het onderzoek in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 gaan we in op de kaderstelling van de energietransitie en de uitwerking hiervan in activiteiten en financiële kaders. In hoofdstuk 4 gaan we in op de uitvoering van het programma en samenwerking met andere overheden, maatschappelijke partners en inwoners. In hoofdstuk 5 gaan we in op de doelrealisatie.

In hoofdstuk 6 gaan we in op de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

8 / 51

2. Het Almelose beleid In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het programma Duurzaamheid 2019-2023, het programma Klimaat en Milieu 2023-2026, de Warmtevisie Almelo, de RES Twente en het Plan van Aanpak Inclusieve Energietransitie. De doelrealisatie van deze programma’s wordt in hoofdstuk 5 behandeld. Het hoofdstuk is opgedeeld in twee paragrafen: de analyse aan de hand van de interviews en raadssessie (§3.1) en de toetsing op de normen (§3.2). De feitelijke beschrijving van de normen is te vinden in bijlage 2.

2.1. Analyse 2.1.1. Ambities en doelen Lokale ambities en doelen De visie, strategische en operationele doelen en de inspanningen uit het Programma Klimaat & Milieu zijn overzichtelijk weergegeven in een Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN). Deze zijn duidelijk geformuleerd. Ook in de Warmtevisie Almelo zijn ambities en uitgangspunten benoemd voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en ook deze komen terug in het onderstaande DIN. De regionale doelen uit de RES Twente 1.0 komen niet terug in de DIN. In meerdere interviews wordt door het programmateam aangegeven dat het programma en het DIN focus geeft op wat er bereikt moet worden, welke doelgroepen erbij betrokken moeten worden en onder welke voorwaarden (uitgangspunten) de doelen gerealiseerd moeten worden. Ook wordt benoemd dat het DIN in één oogopslag de opgave weergeeft én de samenhang tussen de ambities en doelen op de verschillende niveaus. Het programma geeft de ambtenaren voldoende richting om prioriteit te geven aan waar het team wel of niet mee aan de slag gaat. In de praktijk is er twee keer per jaar een moment waarin de prioriteiten herijkt worden. Het team bepaalt dan met elkaar of ze de juiste zaken doen of dat er iets bij of af moet. Hierbij worden de uitgangspunten als criteria gehanteerd, het team vat deze nadrukkelijk op als de kaders die de raad heeft meegegeven voor de uitvoering.

Projecten worden als het ware getoetst aan deze uitgangspunten, om te bepalen welke ontwikkelingen gestimuleerd worden. Uit de raadssessie blijkt dat niet alle raadsleden de doelen voor de energietransitie als duidelijk ervaren. Er is bevestigd dat met het vaststellen van de Duurzame Energieladder ook het bod voor de bijdrage van Almelo aan de RES Twente voor het duurzaam opwekken van elektriciteit is bepaald. De RES Twente biedt een duidelijke visie. Als het gaat om doelen gericht op bewoners, zoals de haalbaarheid van de energietransitie, is een aantal raadsleden van mening dat dit nog onvoldoende in de huidige doelen terugkomt. Bovendien wordt in de raadssessie aangegeven dat de afgelopen jaren veel veranderd is in de energietransitie, waardoor de doelen niet meer passen bij de huidige situatie. Bijvoorbeeld als er gekeken wordt naar het politieke klimaat in de provincie Overijssel en de uitslag van de landelijke verkiezingen. De operationele doelen voor de energietransitie zijn in wisselende mate concreet en tijdsgebonden. Een deel van de doelen heeft een duidelijke tijdsafbakening, maar met name het doel om inwoners en ondernemers te ondersteunen bij verduurzaming is nog weinig concreet en zonder tijdsaanduiding. Dit wordt bevestigd in de raadssessie.

Het ondersteunen van inwoners en ondernemers is moeilijk meetbaar te maken, wanneer kan je spreken van voldoende ondersteuning of te veel? Als doelen onvoldoende zijn uitgewerkt kunnen ze op meerdere manieren geïnterpreteerd worden en is de voortgang moeilijk te monitoren.

9 / 51

Regionale ambities en doelen Vóór het vaststellen van de RES Twente 1.0 in juni 2021 had gemeente Almelo haar bijdrage (0,157 TWh) aan het duurzaam opwekken van elektriciteit al in april 2020 vastgesteld in de Duurzame energieladder Almelo1. Het regionale doel voor elektriciteitsopwekking in Almelo komt daarom overeen met het lokale doel. Bovendien heeft de RES regio Twente afgesproken dat iedere gemeente haar eigen proces volgt binnen de kaders van de RES Twente 1.0. Elke gemeente is verantwoordelijk voor de voortgang van duurzame energieopwekking binnen de eigen gemeente conform het RES bod2. In de interviews wordt wel aangegeven dat er waar mogelijk wordt samengewerkt. Richting RES Twente 2.0 wordt regionaal samengewerkt om de verhouding 40/60 voor wind/zon om te zetten naar een 60/40 verhouding voor wind/zon. Voor het elektriciteitsnetwerk is de balans tussen windparken en zonneprojecten van groot belang. Doordat de opwek van wind- en zonne-energie andere piekmomenten kent, vraagt dit op andere momenten capaciteit van het netwerk. Netbeheerders geven aan dat daarmee een efficiënte belasting van het net gecreëerd wordt. Gezien de huidige netschaarste is dat zeer wenselijk. Tot nu toe lijkt het erop dat er in Almelo meer zonne-energie dan windenergie wordt gerealiseerd.

Het regionale doel voor duurzame warmte is minder concreet, namelijk dat beschikbare duurzame bronnen die over gemeentegrenzen heengaan optimaal worden ingezet in de regio. Dit vraagt ook geen afgebakende bijdrage per gemeente, maar wel een inspanning op de samenwerking. Gemeente Almelo heeft dit niet benoemd in het programma 1

Duurzame Energieladder Almelo, vastgesteld 7 april 2020

2

Regionale Energiestrategie Twente 1.0, vastgesteld 22 juni 2022

10 / 51

Klimaat en Milieu. In de Warmtevisie Almelo wordt wél benadrukt dat de RES Twente in samenhang moet worden gezien met de Warmtevisie Almelo en de nog op te stellen wijkuitvoeringsplannen. Echter, in de verkenning van een Regionaal Warmtenet Twente heeft Almelo aangegeven de intentieovereenkomst met Twence niet te ondertekenen3. Dit omdat het niet in lijn is met het standpunt van de raad inzake de duurzaamheidsambities van Twence. Daarom heeft Almelo in de aandeelhoudersvergadering hier niet mee ingestemd. Daarmee trekt Almelo zich terug uit het gezamenlijk ontwikkelen van een regionaal warmtenet. Dit wordt bevestigd in de interviews met als reden dat Almelo Twence primair ziet als afvalverwerker en niet als duurzaamheidsbevorderaar. Twence is onderdeel van een lopende politieke discussie in Almelo. Het is een politiek-principiële keuze om niet te participeren in het regionale warmtenet, omdat deze taak ook door een marktpartij kan worden opgepakt. Dit laat onverlet dat Twence deel kan nemen aan een eventuele aanbesteding in de markt voor een warmtenet4. Aanvullend wordt in de interviews ook aangegeven dat Twence voor het regionale warmtenet inzet op de levering van hogetemperatuurwarmte, terwijl Almelo inzet op laag en midden temperatuur. De kans wordt vrij klein geacht dat hogetemperatuurwarmte nodig is in Almelo.

Als dat wel zo is, dan gaat de gemeente op zoek naar een bijpassende bron. Er wordt benadrukt dat Almelo niet tegen een regionaal warmtenet is, een eventueel Almeloos warmtenet zou in de verre toekomst wellicht aangehaakt kunnen worden op andere warmtenetten, maar op dit moment is een samenwerking met Twence niet opportuun. Samenhang lokaal en regionaal Uit de raadssessie blijkt dat het voor sommige raadsleden lastig is om de samenhang tussen de verschillende beleidsstukken voor de energietransitie scherp te krijgen. De energietransitie wordt gezien als een rijdende trein. In de vorige bestuursperiode zijn veel beleidsstukken vastgesteld. Ook in het bestuurlijke interview is dit aangegeven. Raadsleden die deze periode hebben meegemaakt, hebben nu duidelijk een informatievoorsprong. Voor relatief nieuwe raadsleden is het een uitdaging om de ontwikkelingen in de juiste context te plaatsen, verbanden te zien en eventuele tegenstrijdigheden aan te kaarten. Vanuit een regionale RES-werkgroep is dit eerder gesignaleerd en wordt door een raadslid benoemd dat stappen worden gezet om de communicatie te verbeteren.

2.1.2. Vertaling naar acties en maatregelen Uitwerking doelen in acties en maatregelen Duurzame opwek van elektriciteit Verschillende projecten zijn opgezet om de doelen in de energietransitie te bereiken. Voor het duurzaam opwekken van zonne- en windenergie wordt in meerdere interviews aangegeven dat de doelen al bijna zijn behaald. Zo zijn al vergunningen verleend voor 100 hectare zonnevelden, waarvan 80 hectare deels gerealiseerd en deels in ontwikkeling is. Voor de overige 20 hectare moet eerst een oplossing gevonden worden voor netcongestie. Ook het doel voor zon op dak is nagenoeg gerealiseerd, er ligt voor 40 hectare zonnepanelen op daken, maar vooral de grotere bedrijfsdaken bieden nog potentie. In Almelo is in 2020 besloten dat windturbines op land gerealiseerd gaan worden en dit biedt ruimte om onderzoek te doen zonder dat al te veel weerstand onder inwoners ontstaat. Hiervoor wordt samengewerkt met Twenterand en Tubbergen. Eerst is een verkenning en gebiedsproces met inwoners opgestart, waarna het besluit is genomen om door te gaan. Er zijn toen een aantal ontwikkelvarianten onderzocht en daaruit is gekomen dat een publiek-private samenwerking de voorkeur heeft. Inmiddels gaat de verkenner het gebied in om de haalbaarheid te toetsen en worden grondeigenaren benaderd. Het college heeft ingestemd met een ontwikkelkader waarin o.a.

is besloten tot een indicatieve doelstelling van 120 tot 180 GWh voor het opwekken van windenergie. Dit komt overeen met 6 tot 10 windturbines, waarvan tussen de 3 en 5 turbines als aandeel van Almelo worden gezien 5. Ten slotte werkt

3

Raadsinformatiebrief Standpunt Regionaal Warmtenet Twente, 29 juni 2021

4

Aangepast naar aanleiding van het ambtelijk wederhoor.

5

Raadsinformatiebrief Ontwikkeling windenergie energiegebied Almelo Tubbergen en Twenterand, 26 september 2023

11 / 51

Almelo mee aan de pilot Duurzaamheidsroute A35 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen met 5 andere gemeenten, de provincie, het waterschap en Rijkswaterstaat. Ook hiermee wordt een bijdrage geleverd aan gemeentelijke doelstellingen voor het opwekken van duurzame elektriciteit. Energiebesparing en energiearmoede Het besparen van energie, het bestrijden van energiearmoede en de warmtetransitie wordt in een aantal projecten aangepakt. Voor de energiebesparingsopgave en het bestrijden van energiearmoede worden energiefixers, bouwadviseurs en wooncoaches ingezet. Ook is er een energieloket met gratis helpdesk ingericht. Het programmateam geeft in de interviews aan dat de basis hiervoor ligt in een pilot in de wijk Nieuwstraatkwartier en dat deze aanpak inmiddels verder uitgerold wordt. Het gaat om een ontzorgingsaanpak waarin de samenwerking tussen sociaal domein en duurzaamheid, de inzet van een bouwadviseur en een gunstige lening uit een revolverend fonds de belangrijkste onderdelen zijn. Woningeigenaren met een WOZ waarde tot € 281.000 kunnen gebruikmaken van het aanbod van een bouwadviseur. In deze aanpak wordt huis-aan-huis aangebeld met als insteek om een keukentafelgesprek te voeren over de verduurzamingsmogelijkheden van de woning.

De bouwadviseur ondersteunt bij het maken van een verduurzamingsplan voor de woning, het zoeken naar subsidies en leningen en het beoordelen van offertes voor de uitvoering. De lening loopt via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn), heeft een gunstige rente en kan ook ingezet worden voor woningverbetering. Deze aanpak is eerst toegepast voor de doelgroep die te maken heeft met energiearmoede. Voor mensen in energiearmoede is het hard nodig om hen mee te nemen in de kansen die een investering in zonnepanelen of het nemen van no-regret maatregelen bieden. Door gezamenlijk kennis op te doen en een berekening te maken, vergroot de gemeente de kans dat deze groep een vervolgstap zet en daardoor energie én kosten bespaard. Inmiddels zijn er drie partijen die bouwadviseurs leveren waardoor alle inwoners in Almelo gebruik kunnen maken van het ontzorgaanbod. Daarnaast is in een van de interviews benoemd dat een meldpunt energiearmoede is ingericht door het programmateam in samenwerking met het sociaal domein. Vanuit dit meldpunt wordt een inwoner direct aangemeld voor het passende aanbod. Partijen worden achter de schermen met elkaar verbonden in plaats van dat een inwoner dit zelf moet doen.

Bovendien wordt met Hengelo en Enschede gelobbyd in Den Haag om deze aanpak op te schalen in de Twentse Ontzorging Financieringsregeling, zodat veel woningeigenaren en huurders bereikt kunnen worden. Dergelijke laagdrempelige acties zijn zeer arbeidsintensief, en het is nog maar de vraag of gestelde doelen daardoor behaald worden. Dit wordt verder toegelicht in hoofdstuk 5. Het programmateam legt uit dat energiefixers worden ingezet om huurders van woningen van woningbouwcorporaties te benaderen. Woningbouwcorporaties zijn zelf verantwoordelijk voor verduurzaming eigen woningbezit. De gemeente betaalt de inzet van energiefixers. Er zijn met de corporaties afspraken gemaakt over het uitvoeren van kleine maatregelen, zoals het plaatsen van radiator folie, tochtstrips, en het doen van kleine aanpassingen aan ventilatie. Daar zet de gemeente op in, omdat het onzeker is in hoeverre de bonnen uit de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) en Regeling Reductie Energiegebruik (RRE) daadwerkelijk hebben geleid tot energiebesparing bij deze doelgroep. Er kon namelijk geen controle worden uitgevoerd op daadwerkelijke toepassing van de aangeschafte materialen in verband met privacy wetgeving. Ten slotte wordt bij het hogere segment koopwoningen gekeken of er collectieve inkoopacties georganiseerd kunnen worden.

Met als doel om het nemen van maatregelen goedkoper te maken en lokale partijen te betrekken. Warmtetransitie Voor de uitvoering van de Warmtevisie Almelo wordt gewerkt aan het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor Aalderinkshoek, Windmolenbroek en het bedrijventerrein Bornsestraat. Voor Aalderinkshoek is een subsidie aangevraagd binnen het Programma Aardgasvrije wijken. Uit de interviews blijkt dat de gemeente voor deze wijk is

12 / 51

gestart met het technisch onderzoek, maar dat dit nog niet is afgerond. Woningbouwcorporaties zijn hier nauw bij betrokken, zij hebben een groot deel van de woningen in hun bezit en gaan voor de warmtetransitie uit van het nietmeer-dan-anders principe. Woningcorporaties willen een gelijkwaardig goedkoop alternatief voor aardgas en in veel gevallen is dat de luchtwarmtepomp. Dit heeft echter niet de voorkeur van de gemeente, omdat dit veel impact heeft op de omgeving en daarmee niet voldoet aan het uitgangspunt van een gelijkwaardige schaal van de ontwikkelingen. Een ander punt dat speelt in Aalderinkshoek zijn de kosten van de beoogde warmteoplossing. Er zit wrijving in dat de oplossing die voor laagste kosten bij de wijkbewoners zorgt niet per se de oplossing is met de laagste maatschappelijke kosten. Bij een collectieve oplossing is minder netverzwaring nodig, dan bij een individuele allelectric oplossing, maar dit kan wellicht wel een duurdere oplossing zijn voor de individuele bewoners. Al kunnen beide oplossingen nog steeds voldoen aan het “niet meer dan anders” principe. Wat vinden partijen daarin acceptabel, zit er eventueel nog financiële ruimte in andere aspecten van de verduurzaming? Naast het opstellen van wijkuitvoeringsplannen wordt in de interviews benadrukt dat hard gewerkt wordt aan de uitwerking van de rol van de gemeente in het ontwikkelen van een warmtenet.

In Aalderinkshoek wordt een bronnet op basis van restwarmte van een rioolwaterzuiveringsinstallatie onderzocht. De gemeente geeft er de voorkeur aan om gebruik te maken van deze restwarmte, maar het is nog onduidelijk of de businesscase rond rekent. Op basis van het uitgangspunt laagste maatschappelijke kosten voor de inwoners werkt de ambtelijke organisatie uit of de ontwikkeling van het bronnet goedkoper kan als de gemeente ook investeert. Dit vraagt een expliciete uitspraak van het college én de raad om als gemeente de regierol te pakken en te investeren in het bronnet. Dergelijke investeringen brengen tot nu toe een aanzienlijke onrendabele top met zich mee, afhankelijk van het soort warmtenet en de lokale situatie. Praktijkvoorbeelden uit andere gemeenten laten zien dat dit moeilijk te realiseren is zonder aanvullende subsidies vanuit de Rijksoverheid of Europa. In een van de interviews wordt aangegeven dat de gemeente mogelijk goedkoper geld kan lenen dan het bedrijfsleven en sommige afschrijvingen over een langere periode kunnen worden uitgesmeerd, waardoor de businesscase rond komt. Uitwerking uitgangspunten in acties en maatregelen De vertaling van uitgangspunten naar acties en maatregelen is samengevat in onderstaande tabel. Uitgangspunt

Vertaling

De schaal van de ontwikkelingen moet passen bij de schaal van

Er worden lokale energiecoaches ingezet om op lokaal niveau

de omgeving waar deze wordt toegepast.

huishoudens te begeleiden in het besparen van gas en elektriciteit. De passende schaal komt ook terug in de randvoorwaarden die voor zonne- en windenergie worden gesteld in de Duurzame Energieladder Almelo. Bepaalde gebieden worden beperkt of uitgesloten voor de ontwikkeling van zonne- of windenergie.

De oplossingen moeten daadwerkelijk het effect hebben dat we

Er wordt ingezet op zonne-en windenergie en ook wordt de

van fossiele energie omschakelen naar duurzame energie - en

herkomst van een warmtebron en hoe deze zo efficiënt

niet fossiele oplossingen efficiënter maken.

mogelijk kan worden ingezet grondig onderzocht.

Er wordt gestuurd op de laagst mogelijke kosten voor inwoners,

Betaalbaarheid is een van de belangrijkste aspecten in Almelo,

ondernemers en instellingen om de energietransitie inclusief te

omdat de gemeente veel sociaal-maatschappelijke

maken.

vraagstukken heeft en relatief veel inwoners met een lagere sociaaleconomische status. De focus op deze groep inwoners is groot om ervoor te zorgen dat zij mee kunnen in de transitie en niet méér achterstand oplopen op dit vlak, maar ook op andere terreinen zoals schuldhulpverlening.

13 / 51

Flexibiliteit is nodig binnen beleid en binnen de beschikbare

Geen duidelijke vertaling naar acties en maatregelen

ruimte – ontwikkelingen vinden doorlopend plaats en het is geen optie om te wachten tot de ultieme techniek ontwikkeld en toepasbaar is. Betrokkenheid en diversiteit in betrokkenheid is belangrijk om

De samenwerking met Almelo Energie duidt van ruimte voor

voldoende verschillende perspectieven mee te laten wegen in

inbreng van inwoners en het aansluiten bij initiatieven in de

processen.

wijk. Uit de interviews blijkt dat de energiecoöperatie Almelo Energie zelf contact heeft gezocht met de gemeente om een samenwerking te initiëren. Hier is zowel vanuit de ambtelijke als de bestuurlijke organisatie positief op gereageerd en dit heeft geleid tot de huidige samenwerking in het besparen van energie en het bevorderen van lokaal eigenaarschap in zowel opwek als de warmtetransitie.

Het is complex om te onderbouwen in hoeverre uitgangspunten met uitwerking in acties en maatregelen daadwerkelijk gerealiseerd worden. Vooral ook omdat de uitgangspunten onvoldoende zijn uitgewerkt in de plannen waardoor interpretatie subjectief wordt. Wanneer spreek je van een passende schaal, wat is laagst maatschappelijke kosten, wanneer ben je flexibel binnen het bestaande beleid, wat versta je onder diversiteit in betrokkenheid etc. In de opgestelde plannen wordt hier beperkt aandacht aan besteed, maar met name de toelichting op de inzet in het bestrijden van energiearmoede wekt de indruk dat voor de realisatie van dit uitgangspunt de grootste inspanningen worden geleverd. Verder wordt niet expliciet onderbouwd hoe de acties en maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan realisatie van de uitgangspunten. In de interviews wordt aangegeven dat de uitgangspunten als criteria worden gehanteerd bij de prioritering, maar het is onduidelijk hoe dit precies wordt gedaan. Zo is bijvoorbeeld niet gedefinieerd welke schaal van ontwikkelingen past bij welke omgeving. Ook is niet uitgewerkt wat flexibiliteit binnen beleid en binnen beschikbare ruimte inhoudt. Voor het laatste uitgangspunt ontbreekt dan ook een duidelijke vertaling naar acties en maatregelen.

Ook in de raadssessie wordt de vraag gesteld of voldoende wordt stilgestaan bij nieuwe ontwikkelingen en of hierop wordt ingespeeld door de ambtelijke organisatie. Voor de uitgangspunten die wel zijn vertaald naar acties en maatregelen wordt de meeste inspanning geleverd voor de uitgangspunten met betrekking tot de overstap naar duurzame energie en sturing op de laagst mogelijke kosten. Met name de inzet op betaalbaarheid is groot in de gemeente Almelo. Hier is een uitgebreid plan van aanpak voor opgesteld en er wordt ook regionaal samengewerkt op dit vlak. In de raadssessie is aangegeven dat de betaalbaarheid van de energietransitie geen uitgangspunt zou moeten zijn, maar een doel. Enkele raadsleden gaven aan dat als de energietransitie niet betaalbaar is voor iedereen, het niet haalbaar is. Aan de andere kant realiseren raadsleden zich ook dat het verduurzamen van de energievoorziening geld kost en dat deze voorziening ook draaiende moet blijven.

2.1.3. Financiële kaders en planning Financiële kaders In het programma Klimaat en Milieu is de begroting voor de jaarlijks benodigde € 400.000 opgenomen, deze is door het college van B&W op 6 juni 2023 vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden6. Het programmaplan en de bijbehorende begroting is in de Perspectiefnota 2024-2027 door de raad vastgesteld op 13 juli 20237. Daarmee zijn de financiële kaders op hoofdlijnen vastgesteld. Voor specifieke projecten zoals de ATT

6

Besluitenlijst College B&W 6 juni 2023

7

Raadsvergadering 13 juli 2023

14 / 51

windverkenning en de Duurzaamheidsroute A35 zijn geen financiële kaders door de raad vastgesteld. De raad wordt wel geïnformeerd over aanpakken voor grote regelingen zoals de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen8 en het Nationaal Isolatieprogramma9. In een van de interviews is aangegeven dat er bij voorstellen aan het college standaard een financiële paragraaf wordt toegevoegd. Kosten die binnen het programma passen worden niet uitgebreid toegelicht in het collegevoorstel. Voor aparte SPUK aanvragen en kosten die buiten het programma vallen, wordt een apart collegevoorstel opgesteld. Als dit voorstel buiten het reguliere programma valt, wordt een apart besluit van de raad gevraagd. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als straks besloten wordt door de gemeente om de regierol te pakken in het ontwikkelen van het bronnet, waarvoor ook een financiële investering van de gemeente noodzakelijk is. De raad moet hier dan expliciet toe besluiten. Recent heeft de gemeenteraad een vergelijkbaar besluit genomen. Het revolverende fonds voor het verbeteren en verduurzamen van woningen dat SVn beheerd is uitgebreid met € 5 miljoen. De raad heeft hiertoe besloten op 26 september 202310. Naast uitbreiding van het fonds heeft de raad ook besloten om de doelgroep uit te breiden en het voorgestelde bouwjaar voor huizen die in aanmerking komen, aan te passen naar 1983.

Planning Het programma Klimaat & Milieu omvat geen planning met tussentijdse mijlpalen voor de acties en maatregelen. Vaak is voor een project alleen een deadline gesteld om het af te ronden, zonder mijlpalen. Als projectmatig gewerkt wordt, is het belangrijk om tussentijdse mijlpalen te stellen, zodat makkelijk bijgehouden kan worden of het doel op koers ligt om gerealiseerd te worden, en zo nodig bij te sturen. Uit de stukken en de interviews is onvoldoende gebleken of tussentijdse mijlpalen gesteld zijn in Almelo en of de planning regelmatig bijgesteld wordt.

2.2. Toetsing aan het normenkader Groen: aan de norm is volledig of grotendeels voldaan. Oranje: aan de norm is gedeeltelijk voldaan. Rood: aan de norm is niet of nauwelijks voldaan. Norm 1.

De raad heeft duidelijke ambities en uitgangspunten geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. (oranje)

2.

De ambities zijn concreet, volledig en consistent uitgewerkt in tijdsgebonden doelen. (rood)

3.

De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en de doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan. (groen)

De gemeente Almelo heeft duidelijke ambities geformuleerd voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, het aardgasvrij maken van woningen en het besparen van energie. De uitgangspunten zijn onvoldoende helder geformuleerd, want ze kunnen op meerdere manieren geïnterpreteerd worden. Er zijn geen definities uitgewerkt van een passende schaal, wat flexibiliteit binnen beleid en de beschikbare ruimte inhoudt en wanneer gesproken kan worden van betrokkenheid en diversiteit in betrokkenheid. Daarmee is aan deze norm gedeeltelijk voldaan.

8

Raadsinformatiebrief Uitvoering Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW), 30 november 2021

9

Raadsinformatiebrief Aanvraag specifieke uitkering Lokale aanpak isolatie 6 maart 2023

10

Raadsvoorstel Actualisatie verordening woningverbetering en -verduurzaming gemeente Almelo 2023, 26 september 2023

15 / 51

De ambities zijn uitgewerkt in concrete en meetbare doelen voor het duurzaam opwekken van elektriciteit, maar niet voor het besparen van energie en voor het aardgasvrij maken van woningen. Hierbij wordt gesproken over “meer” woningen aardgasvrij(ready) en “ondersteunen van” zonder uit te werken wanneer hier daadwerkelijk aan voldaan is. Daardoor zijn deze doelen lastig meetbaar te maken en te monitoren. Aan de tweede norm is daarom niet voldaan. Voor het vaststellen van de RES Twente heeft gemeente Almelo bij het vaststellen van de Duurzame Energieladder besloten dat zij 0,157 TWh bijdraagt aan het opwekken van duurzame elektriciteit. Dit komt overeen met het aandeel dat de gemeente moet leveren in de regio. Voor energiebesparing is op regionaal niveau geen doel gesteld, wel op gemeentelijk niveau. Voor warmte wordt vooral gekeken naar regionale samenwerking, namelijk dat beschikbare duurzame bronnen die over gemeentegrenzen heengaan optimaal ingezet worden in de regio. Hiervoor wordt geen afgebakende bijdrage per gemeente gevraagd. Aan de norm of de gemeentelijke ambities en doelen aansluiten op de ambities en doelen uit de RES wordt geheel – of zelfs nog beter – voldaan. Norm 4.

De doelen zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. (groen)

5.

De uitgangspunten zijn uitgewerkt in acties en maatregelen. (In het bijzonder betaalbaarheid) (oranje)

6.

Onderbouwd is dat met deze uitwerking de uitgangspunten worden gerealiseerd. (In het bijzonder betaalbaarheid) (rood)

Elk doel – duurzaam opwekken van elektriciteit, het besparen van energie en het aardgasvrij maken van woningen – is uitgewerkt in een project of meerdere acties. Duurzame elektriciteit wordt opgewekt doordat 100 hectare zonnevelden zijn vergund, de mogelijkheden voor windenergie worden verkend met twee andere gemeenten in de ATT windverkenning en er wordt deelgenomen aan de verkenning van een mogelijke Duurzaamheidsroute A35. Via een ontzorgingsaanpak, de TOF regeling en de inzet van energiefixers wordt gewerkt aan energiebesparing. Voor het aardgasvrij maken van woningen wordt in Aalderinkshoek een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Daarmee wordt aan deze norm voldaan. Het uitgangspunt voor betaalbaarheid is expliciet uitgewerkt in het Plan van Aanpak Inclusieve Energietransitie. Voor de andere uitgangspunten zijn geen concrete plannen opgesteld, maar worden wel een aantal acties opgepakt. Vooral de uitgangspunten over de omschakeling naar duurzame energie en de passende schaal zijn terug te zien in acties en maatregelen. Daarom wordt aan deze norm gedeeltelijk voldaan. Voor alle uitgangspunten ontbreken duidelijke definities om objectief te bepalen wanneer ze zijn gerealiseerd. Logischerwijs ontbreekt daarmee ook de onderbouwing dat met de acties en maatregelen de uitgangspunten worden gerealiseerd.

Kijkend naar de inzet die gepleegd wordt dan wordt duidelijk dat stevig wordt ingezet op het bestrijden van energiearmoede en daarmee het betaalbaar houden van de energietransitie. Voor de andere uitgangspunten is deze inzet minder nadrukkelijk, daarmee wordt niet aan deze norm voldaan. Norm 7.

Er zijn duidelijke financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en de maatregelen. (groen)

8.

Er is een planning vastgesteld voor de uitvoering van acties en maatregelen, waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. (rood)

16 / 51

Op programmaniveau is een begroting vastgesteld voor het realiseren van de doelen. Hierin zijn voor opwek, energiebesparing en aardgasvrij de benodigde middelen zeer globaal ingeschat. Deze bedragen zijn opgenomen in de Programmabegroting 2023. Aan de norm over heldere financiële kaders is daarmee voldaan. In het Programma K&M ontbreekt een planning. In de Perspectiefnota 2023 zijn voor sommige losse acties en een aantal projecten wel deadlines gesteld, maar ontbreken vaak de tussentijdse mijlpalen. Terwijl juist op basis daarvan bepaald kan worden of een project op koers ligt. Aan de norm over een planning met mijlpalen is niet voldaan.

17 / 51

3. Uitvoering van het beleid In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de organisatie van het programma en de uitvoering van het beleid. Het hoofdstuk is opgedeeld in twee paragrafen: de analyse aan de hand van de interviews en raadssessie (§4.1) en de toetsing op de normen (§4.2). De feitelijke beschrijving van de normen is te vinden in bijlage 3.

3.1. Analyse 3.1.1. Organisatie van uitvoering Programmamanagement Op papier is de programmaorganisatie duidelijk uitgewerkt. Ook is duidelijk onderscheid gemaakt in de inhoudelijke aansturing door de programmamanager en dat de lijnmanager coacht op de ontwikkeling van de medewerker. Rondom de programmamanager is een ondersteunende schil ingericht. Uit de interviews blijkt dat het programmateam een wekelijks moment heeft waarin samen gewerkt wordt aan het creëren van overzicht en waarin ze elkaar op de hoogte houden van de voortgang. In de interviews is aangegeven dat hier behoefte aan is door het groeiende team en het groeiende aantal lopende projecten. Vanwege de grootte van het team worden de belangrijkste ontwikkelingen op hoofdlijnen besproken en wordt er met name aandacht besteed aan mogelijke knelpunten en hoe die opgelost kunnen worden. Tevens wordt twee keer per jaar een herijking gedaan van de prioriteiten. Hierbij stelt het team zichzelf de vraag of ze de acties doen die ze wilden doen, of meer opgepakt kan worden of dat keuzes gemaakt moeten worden om bepaalde acties wel te doen en andere niet. Portefeuillehouder(s) Ook geeft de programmamanager aan dat er een tweewekelijks portefeuillehoudersoverleg plaatsvindt om de belangrijkste lopende zaken van het team te bespreken.

Andere portefeuillehouders worden ook uitgenodigd om deel te nemen als dat voor een agendapunt noodzakelijk is. Er wordt echter geen structureel overleg georganiseerd tussen de bestuurders om de overkoepelende energietransitie onderwerpen zoals het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed en klimaatadaptatie integraal te bespreken. Als het een onderwerp is dat meerdere portefeuilles aangaat, bestaat wel de mogelijkheid om dit in een afstemmingsoverleg Stedelijke Ontwikkeling te bespreken. Ook geven de bestuurders aan dat zij elkaar scherp houden op domein overstijgende onderwerpen in de energietransitie. Uit ervaring blijkt dat als de uitvoering en sturing op de doelrealisatie goed verloopt een structureel overleg tussen portefeuillehouders minder relevant is. Wanneer echter onduidelijkheid bestaat over taakverdeling en wie welke verantwoordelijkheid heeft dan kan er wel behoefte zijn om integraal de energietransitie doelen te bespreken. Ambtelijk opdrachtgever De geïnterviewde bestuurders benoemen dat zij als bestuurders goed ondersteund worden door het programmateam. Aanwezige kennis is op niveau, er wordt integraal gekeken, maar ook pragmatisch. De ambtelijk opdrachtgever sluit aan bij het portefeuillehoudersoverleg als er essentiële agendapunten zijn.

Sturing van het programma verloopt voornamelijk via de programmamanager, tenzij geëscaleerd moet worden, dan komt de ambtelijk opdrachtgever nadrukkelijker in beeld. Uit ervaring blijkt dat het ambtelijk opdrachtgeverschap op een wisselende manier kan worden ingevuld. Bij sommige gemeenten is de ambtelijk opdrachtgever meer op de achtergrond zoals in Almelo, terwijl het ook voorkomt dat de ambtelijk opdrachtgever op strategisch niveau meedenkt met het programmateam. Als de bestuurder nauw samenwerkt met de ambtelijk opdrachtgever heeft dit als voordeel dat de bestuurder meer op

18 / 51

bestuurlijke hoofdlijnen ingezet kan worden en de ambtelijk opdrachtgever kan zorgen voor de vertaling richting de dagelijkse gang van zaken. Samenwerking andere teams Vanuit het programma zijn er ook een aantal lijnen richting de lijnorganisatie, bijvoorbeeld op het vlak van verduurzaming maatschappelijk vastgoed en klimaatadaptatie. Het programma stuurt strikt op haar eigen doelen, en zoekt de samenwerking met andere programma’s en eenheden als thema’s ergens anders thuis horen. Hier heeft vooral de programmamanager een rol in. De programmamanager geeft aan dat vooral met stedelijke ontwikkeling nauw wordt samengewerkt, maar dat het team soms ook een beweging op gang brengt en het vervolgens in de lijn verder wordt opgepakt. Zo wordt benoemd dat voor klimaatadaptatie de basis is gelegd in het programma Duurzaamheid, maar dat deze functie inmiddels in de lijn is ingevuld en daarmee niet langer onder de verantwoordelijkheid van het programma valt. Voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed ligt het anders. Hiervoor is door vastgoed een plan voor verduurzaming opgesteld en dat is daarna langs de Warmtevisie Almelo gelegd. In andere onderzoeken komt deze werkwijze ook vaak terug. Van belang hierbij is dat er scherp op gelet moet worden dat verduurzaming ook daadwerkelijk op de agenda blijft staan bij vastgoed.

Duurzaamheid is vaak niet een van de hoofdtaken en als er bezuinigd moet worden, wordt dit vaak als eerste geschrapt. Terwijl het verduurzamen van het eigen vastgoed voor een gemeente toch een belangrijke invulling is van de voorbeeldrol richting inwoners en bedrijven. In de interviews wordt aangegeven dat het gemeentehuis in Almelo helemaal duurzaam is, maar dat nog veel moet gebeuren in het verduurzamen van ander gemeentelijk vastgoed. Het programmateam geeft aan hier wel bij betrokken te zijn, maar niet verantwoordelijk te zijn hiervoor. Looptijd programma Ten slotte is bij het opstellen van het programmaplan Klimaat & Milieu gekozen voor de periode 2023-2026, overeenkomstig de bestuursperiode van het huidige college. Hoewel het vanuit politiek perspectief logisch lijkt om dit gelijk te trekken aan elkaar, brengt het ook een kwetsbaarheid met zich mee voor de programmaorganisatie en daarmee ook voor de realisatie van de doelen. De energietransitie loopt namelijk veel langer door dan 2026. RES doelen lopen tot 2030, landelijk en ook internationaal lopen de energietransitie doelen tot 2050. Het heeft een impact op de stabiliteit van het programma door dit tot 2026 te laten lopen. Een afronding in 2026 heeft in de praktijk tot gevolg dat de afbouw van de organisatie en overdracht naar de lijnorganisatie in 2025 gestart moet worden.

Dit belemmert de realisatie van de doelen, doordat programmamedewerkers hun tijd moeten steken in overdracht en afronding in plaats van de uitvoering. Ook blijkt uit ervaring dat het invloed kan hebben op de inzet van programmamedewerkers die met het oog op de afronding van het programma in 2026 wellicht alweer terug de lijnorganisatie in willen wanneer een geschikte functie vrijkomt. Al met al kan er veel onrust ontstaan door deze relatief korte looptijd voor een transitie die (veel) langer doorloopt.

3.1.2. Samenwerking met stakeholders De belangrijkste samenwerkingsverbanden (zie bijlage 3 tabel in paragraaf B3.2. voor alle verbanden) worden hieronder toegelicht. Dat zijn de RES Twente, de TOF-regeling, de samenwerking tussen woningbouwcorporaties, de netbeheerder en het waterschap, de energieprestatieafspraken met de woningbouwcorporaties, de samenwerking met de energiecoöperatie en het betrekken van inwoners. RES Twente Binnen de RES Twente wordt met een flink aantal andere overheden samengewerkt. Deze samenwerking wordt bewust opgezocht, omdat ontwikkelingen elkaar kunnen raken, bijvoorbeeld bij de windzoekgebieden die dicht bij elkaar liggen. Almelo zet voortvarend in op realisatie van zijn deel van het RES bod, door zonnevelden te vergunnen en te

19 / 51

realiseren en door het vaststellen van zoekgebieden voor windenergie. Almelo merkt hierbij dat er tempoverschillen zijn met andere gemeenten. Vooral in de windverkenning ATT ziet Almelo dat zij in vergelijking met Twenterand en Tubbergen voorop lopen. Uit de interviews blijkt dat de gemeenten wel dezelfde intentie hebben om een goed participatieproces te doorlopen. Het is in dit soort gevallen wel belangrijk dat de ene gemeente niet het gevoel krijgt dat zij alles aan het opvangen zijn voor de andere gemeenten, want dit kan zorgen voor een onbalans in de samenwerking. In sommige regio’s ontstaan dergelijke situaties, omdat sommige gemeenten hun RES bod al bijna gerealiseerd hebben terwijl andere gemeenten blijven hangen in de participatie- en/of besluitvormingsfase. In het bestuurlijke interview is aangegeven dat er op RES niveau constructief wordt samengewerkt tussen de partijen. De laatste tijd zorgt een aantal ontwikkelingen bij de provincie ervoor dat enige onrust ontstaat. Er is een motie ingediend door provinciale staten om windturbines te clusteren en ook is onlangs een verbod afgekondigd van nieuwe zonneparken op landbouw- en natuurgrond. Daardoor hangt nu de vraag boven de betrokken partijen of de RES Twente 2.0 eruit gaat zien zoals aanvankelijk bedacht en wat het betekent voor lopende projecten.

Gemeenten vragen zich af of de provincie hen serieus neemt als partners en of het nu niet te veel gemeenten vs. provincie wordt. In een van de interviews wordt aangegeven dat Almelo goed op weg is met het realiseren van de RES doelen en het daarom minder logisch vindt dat de provincie deze stappen zet. Landelijk zijn er echter ook gemeenten die terugtrekkende bewegingen maken als het gaat om het realiseren van de RES doelen. In de interviews is aangegeven dat het niet als behulpzaam wordt ervaren als provincies regelgeving instellen die dit moeilijker maakt. Ook in de raadssessie is aangegeven dat ontwikkelingen op provinciaal en landelijk niveau invloed hebben op de haalbaarheid van de doelen. Als gemeente ben je daar (deels) afhankelijk van. Dit wordt benadrukt door de zienswijze die de gemeente heeft ingediend op het voorgenomen besluit van de provincie om het beleid zonne-energie aan te passen11. Hierin geeft de gemeente Almelo aan dat zij voorzien dat door het beperken van zonnevelden meer windturbines nodig zijn om de doelen voor duurzame opwek te realiseren. Almelo vreest dat door dit besluit in het windzoekgebied van Almelo meer windturbines gerealiseerd moeten worden dan nodig voor hun eigen bijdrage. De gemeente doet hierbij een beroep op de provincie als gelijkwaardige samenwerkingspartner binnen de RES en de daar gemaakte afspraken.

Een regionale samenwerking waar Almelo zich nadrukkelijk uit heeft teruggetrokken is het Regionaal Warmtenet Twente waarin Afvalverwerkingsbedrijf Twence een nadrukkelijke rol heeft. In Almelo wordt Twence primair als afvalverwerker gezien en niet als duurzaamheidsbevorderaar. Daarbovenop komt dat de gemeenteraad haar aandelen in Twence wil verkopen, maar dat dit door de andere aandeelhouders wordt tegengehouden. Alles bij elkaar maakt dat Almelo zich heeft teruggetrokken uit de samenwerking voor een regionaal warmtenet. Het programmateam benadrukt wel dat dit in de toekomst mogelijk kan veranderen, als het zakelijk conflict is opgelost en er behoefte is in Almelo aan het hogetemperatuurwarmtenet. De gemeente is niet tegen een regionaal warmtenet, maar op dit moment wél wanneer Twence daar een rol in speelt. Twentse Ontzorging Financiering Regeling Om het in Almelo ontwikkelde ontzorgaanbod voor inwoners in energiearmoede op te kunnen schalen zijn de gemeenten gezamenlijk in gesprek met het ministerie van Binnenlandse Zaken en werken ze samen met woningbouwcorporaties, grote bouwbedrijven, banken en onderwijsinstellingen in de regio zoals Universiteit Twente (UT), Hogeschool Saxion en het ROC van Twente. Door de samenwerking met al deze partijen loopt de regio voor op andere regio’s in het land.

Onder andere als het gaat om het oplossen van de zogenoemde “subsidie-spaghetti”: het makkelijker aanvragen van een subsidie of lening van het Nationaal Warmtefonds voor inwoners. In de interviews is aangegeven dat dit voor veel inwoners een lastige opgave is en door dit makkelijker te maken, kunnen meer inwoners hiervan gebruik maken, wat vervolgens weer zorgt voor meer energiebesparing.

11

Raadsinformatiebrief Zienswijze voorgenomen ruimtelijk beleid aanleg zonne-energie, 22 november 2023

20 / 51

Woningbouwcorporaties, netbeheerder, waterschap Naast andere overheden werkt gemeente Almelo ook nauw samen met de woningbouwcorporaties in de gemeente, Sint Joseph Almelo en Beter Wonen, netbeheerder Cogas en het Waterschap Vechtstromen. Deze partijen zitten met elkaar om de tafel als het gaat om het uitwerken van de Warmtevisie Almelo, het wijkuitvoeringsplan voor Aalderinkshoek en in het geval van Cogas ook als het gaat om netcongestie. Met Cogas is ook een verklaring van samenwerking getekend en zij geven zelf ook aan dat de samenwerking met Almelo anders is dan in andere gemeenten. Met Almelo zit Cogas echt als partners aan tafel, ook met andere partijen, om samen te bespreken hoe ze het gaan doen. In andere gemeenten wordt meer een-op-een gepraat met verschillende partners. Voor Aalderinkshoek werken deze partijen inmiddels al drie jaar met elkaar samen. In de interviews is van beide kanten aangegeven dat de samenwerking goed verloopt, er wordt geluisterd naar elkaar, er is ruimte voor elkaars rollen en belangen en er wordt gezocht naar de meest optimale oplossing. Alle samenwerkingspartners zijn het met elkaar eens dat Almelo de manier van samenwerken zoals deze nu loopt, moet blijven doorzetten. Houd ruimte voor het gezamenlijke proces en ga geen besluiten opleggen. Aan de andere kant geven de samenwerkingspartners ook aan dat het soms wel iets sneller mag.

Het is een lastig proces en er worden stappen gezet, maar het zou de gemeente kunnen helpen als concrete doelen gesteld worden wat ze wanneer gerealiseerd willen zien. Dit sluit ook aan bij het ontbreken van concrete planningen met tussentijdse mijlpalen. Als de gemeente voor zichzelf concreet maakt, welk onderdeel van het proces ze wanneer af willen ronden, helpt dit ook om met elkaar stappen te kunnen zetten en fases daadwerkelijk af te ronden. Energieprestatieafspraken woningbouwcorporaties In de interviews en raadsessie is aangegeven dat de gemeente voor het verduurzamen van woningen van woningbouwcorporaties werkt met energieprestatieafspraken. De gemeente heeft deze meerjarige afspraken in april 2022 ondertekend met de lokale woningcorporaties Beter Wonen en Sint Joseph en huurdersverenigingen. Als het gaat om een duurzame woningvoorraad is één van de afspraken waar aan gewerkt wordt dat de woningen van Beter Wonen in 2030 gemiddeld energielabel A hebben en de woningen van Sint Joseph in 2026 label B. Hierop aansluitend is de afspraak gemaakt dat de kosten van de verduurzaming en energietransitie niet resulteren in hogere woonlasten voor de huurders bij gelijk verbruik of gelijke energie/gasprijzen. Vanuit de ambtelijke organisatie wordt benoemd dat de woningbouwcorporaties zien dat er spanning zit tussen de gestelde doelen en de benodigde financiering.

Betrekken van inwoners Aardgasvrij maken van woningen met inwoners De gemeente informeert en betrekt inwoners over verschillende thema’s binnen de energietransitie. Met name het aardgasvrij maken van woningen is één van de belangrijkste thema’s. In de interviews wordt aangegeven dat terughoudend wordt gecommuniceerd over het aardgasvrij(klaar) maken van woningen. De reden daarvoor is dat voor geen enkele wijk al een definitief warmte alternatief is gekozen. Daarom geeft de gemeente o.a. aan dat een hybride warmtepomp bij cv-ketelvervanging vooralsnog de meest veilige optie is. In het algemeen wordt de roep aan gemeenten om meer duidelijkheid te geven over de warmtetransitie steeds krachtiger. De Transitievisies Warmte geven tot op bepaalde hoogte een richting voor de duurzame warmteoplossing, maar er zijn nog weinig concrete wijkuitvoeringsplannen opgesteld waaruit inwoners ook daadwerkelijk kunnen opmaken welke warmteoplossing voor hun wijk beoogd wordt12. Vanuit het Rijk wordt een stimulans aan de warmtetransitie gegeven door de (hybride) warmtepomp vanaf 2026 verplicht te maken bij het vervangen van de cv-ketel, maar hier wordt tot nu toe vooral op

12

Uit het ambtelijk wederhoor blijkt dat in twee wijken een buurtplan voor aardgasvrije wijken is opgesteld. In Aalderinkshoek en Windmolenbroek zijn

buurtteams met de wijk en stakeholders hiermee aan de slag gegaan. De gemeente bekijkt hoe de buurtteams eventueel verder willen gaan met het buurtplan en hoe ze zich willen organiseren. Het buurtplan wordt als advies meegenomen en als bijlage toegevoegd aan het wijkuitvoeringsplan van de gemeente.

21 / 51

gereageerd door het eerder vervangen van de oude cv-ketel door een vergelijkbaar exemplaar. Andere wet- en regelgeving die meer instrumenten moet bieden aan gemeenten om de warmtetransitie te versnellen laat nog (lang) op zich wachten. In de tussentijd is het daarom aan gemeenten om inwoners te stimuleren om te verduurzamen en woningen aardgasvrij-klaar te maken. Hiervoor zijn richtinggevende wijkuitvoeringsplannen nodig waarin keuzes zijn gemaakt over de warmteoplossing per wijk zodat inwoners weten waar ze aan toe zijn en aan de slag kunnen met verduurzamen. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) versterkt dit doordat gemeenten met de invoering van deze wet een aanwijsbevoegdheid krijgen. Dit biedt gemeenten de kans om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum op een duurzaam alternatief voor aardgas overgaan. Dit schept duidelijkheid over het tijdspad van de warmtetransitie. Hier kunnen gemeenten alvast op voorsorteren door te komen tot wijkuitvoeringsplannen en daarna gebruik te maken van de aanwijsbevoegdheid. Energie besparen met inwoners In Almelo wordt op energiebesparing ingezet met bouwadviseurs die gesprekken aan de keukentafel voeren met woningeigenaren over energiebesparingsmaatregelen. Ook is er een energieloket met adviseurs die inwoners telefonisch kunnen ondersteunen.

Voor huurders worden energiefixers ingezet die kleine maatregelen direct kunnen toepassen. De energiefixers worden ingezet bij huurders in overleg met de woningcorporaties. Inwoners worden benaderd via kleinschalige straatacties waarbij flyers worden bezorgd en daarna huis-aan-huis wordt aangebeld. Dit is een intensieve aanpak, maar leidt wel tot interactie met inwoners en tot het voeren van keukentafelgesprekken over energiebesparing. Een persoonlijke benadering blijkt vaak de meest effectieve, omdat bewoners zich dan ondersteund voelen bij de opgaven, hun zorgen kunnen uiten en hun vragen kunnen stellen. Door deze intensieve begeleiding zijn bewoners eerder geneigd om stappen te gaan zetten, maar aan de andere kant is het voor gemeenten lastig om deze aanpak in alle wijken zo uitgebreid te blijven inzetten. Er wordt daarom aangeraden om verschillende participatiemethoden in te zetten13. Wijkaanpak Aalderinkshoek De woningcorporaties, netbeheerder en het waterschap geven aan dat in Aalderinkshoek al meerdere bijeenkomsten georganiseerd zijn. De opkomst is goed, maar de diversiteit in deelnemers kan beter. Het is voornamelijk de standaard groep – blanke mannen van boven de 65 jaar oud - die aanwezig is op dit soort bijeenkomsten.

Echter geven de samenwerkingspartners ook aan dat het ontbreken van een concreet plan ervoor zorgt dat sommige bewoners simpelweg nog niet geïnteresseerd zijn in dergelijke bijeenkomsten. Daarnaast is veelgehoorde feedback van aanwezigen dat zij het gevoel hebben dat de plannen allemaal al bedacht zijn, en dat er weinig ruimte is voor inbreng. Dit is een van de bekende valkuilen van participatieprocessen en benadrukt het belang van vooraf aandacht besteden aan het proces en welke ruimte er nog is voor inbreng. Uit ervaring blijkt dat het simpelweg organiseren van participatiebijeenkomsten niet langer voldoende is voor bewoners, participatie over het participatieproces is één van de belangrijkste onderdelen waar elke gemeente mee zou moeten starten. Net als achteraf duidelijk maken wat er met de inbreng is gebeurd. Bij afronding van participatieprocessen wordt veelvuldig aangegeven dat bewoners willen weten wat er met hun inbreng gebeurd, op een gedetailleerder niveau dan een terugkoppeling dat de input is meegenomen in het vervolg14. Energiecoöperatie Almelo Energie Energiearmoede De samenwerking met de energiecoöperatie Almelo Energie is geïnitieerd door de energiecoöperatie zelf toen zij vooral nog actief waren in Aadorp onder de noemer Duurzaam Aadorp (DA). In de interviews is aangegeven dat vanuit

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=5c8fa8a8-fdac-4fa5-8232-ae87171abca4