Rekenkameronderzoek energietransitie bijlage 1 - Conclusies en aanbevelingen RKA - Energietransitie
Tekst van het document
Conclusies en aanbevelingen Rekenkamer Almelo Op het onderzoeksrapport naar de energietransitie
Aan
Gemeenteraad Almelo
CC
College van B&W
Betreft
Conclusies en aanbevelingen rekenkamer Almelo -
Datum
onderzoeksrapport energietransitie TwynstraGudde 6 maart 2024
Van
Rekenkamer Almelo
Inhoud
Conclusies (pagina 1 – 9) Aanbevelingen (pagina 10 - 12)
CONCLUSIES Beantwoording hoofdvraag In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal:
Biedt het beleid van de gemeente Almelo, in samenhang met door andere partijen geformuleerd beleid, voldoende richting voor een effectief uitvoeringsprogramma Energietransitie, wat is de stand van zaken van dat uitvoeringsprogramma en wordt daarin voldaan aan vastgestelde uitgangspunten van betaalbaarheid voor de inwoners? De gestelde ambities in het programma Klimaat en Milieu 2023-2026 bieden voldoende richting voor het uitvoeringsprogramma. De gemeente heeft meer doelen dan op regionaal niveau zijn gesteld en voor warmte is dit doel op lokaal niveau concreter dan de samenwerkingsinspanning die op regionaal niveau gevraagd wordt. De huidige resultaten laten een wisselend beeld zien in het behalen van de ambities en doelen. Voor het betaalbaar houden van de energietransitie en met name het bestrijden van energiearmoede is in het programmateam veel aandacht. Projecten hiervoor zijn de laatste twee jaar in uitvoering gebracht en door de lange doorlooptijd van bewustwording tot het nemen van actie en het monitoren van de resultaten is het te vroeg om te kunnen beoordelen of daadwerkelijk wordt voldaan aan het uitgangspunt betaalbaarheid. Almelo heeft de ambitie om 0,157 TWh duurzame elektriciteit op te wekken voor 2030 en jaarlijks 2500 woningen aardgasvrij te maken tot 2050.
Deze ambities zijn ook in samenhang met ander beleid, zoals de Duurzame Energieladder van 2020 en de Warmtevisie Almelo van 2020. Van 2022 naar 2023 is een daling te zien in het produceren van duurzame elektriciteit, dit wordt echter veroorzaakt door het bijwerken van de data in de monitoringssystematiek. Voor dit doel zit nog een aantal projecten in de pijplijn. Na het realiseren van deze projecten resteert mogelijk nog een opgave van 27,3 GWh (0,0273 TWh). Als het windpark Almelo, Tubbergen en INT - 2491089 Pagina 1 van 12
Twenterand (hierna: ATT windpark) gemaximaliseerd wordt op 90 GWh dan heeft Almelo geen restopgave. Kijkend naar energiebesparing is te zien dat het verbruik van zowel elektriciteit als gas toeneemt de afgelopen jaren. Een toename in het elektriciteitsverbruik (2,9%) is te verklaren doordat meer duurzame oplossingen zoals een (hybride) warmtepomp en elektrische auto meer elektriciteit vraagt. Een toename in het gasverbruik (11,9%) is echter niet wenselijk en geeft aan dat nog stappen te zetten zijn in het duurzamer verwarmen van gebouwen. Hier wordt onder andere aan gewerkt door het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor drie gebieden in de gemeente, echter gaat het opstellen hiervan niet zo snel als de bedoeling was. Wat betreft energiearmoede laten de eerste resultaten zien dat een brede doelgroep bereikt wordt met de intensieve straatacties, maar deze geven nog geen duidelijkheid over genomen maatregelen en daadwerkelijke energiebesparing. Gemiddeld komen de bouwadviseurs bij 10 tot 14% van de huishoudens achter de voordeur, alleen is het moeilijk om inzichtelijk te maken welke maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd door de bezochte huishoudens. Hiervoor bestaat geen rapportageplicht.
Het vraagt blijvende aandacht om te zorgen dat betaalbaarheid aandacht blijft uit maken van de energietransitie, met de opgestelde plannen en voorgenomen acties zet Almelo stappen in de goede richting. Beantwoording deelvragen Is het opgestelde beleid voor de energietransitie SMART en samenhangend?
Niet alle doelen in het beleid zijn SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) opgesteld. Vooral de factoren meetbaar en tijdsgebonden komen niet in alle strategische en operationele doelen terug. De samenhang tussen de verschillende beleidsstukken is wel voldoende aanwezig. Zo zijn de strategische doelen geformuleerd met “meer” duurzame opwek, “meer” energiebesparing en “meer” woningen aardgasvrij. Dit is niet meetbaar te maken en alleen het strategische doel voor het opwekken van duurzame energie is tijdsgebonden. Ook het operationele doel om inwoners en ondernemers te “ondersteunen” met verduurzamen is onvoldoende specifiek, meetbaar en tijdsgebonden. Het ondersteunen bij het isoleren is al beter meetbaar en tijdsgebonden gemaakt, maar ook daar is niet scherp wanneer een woningeigenaar ondersteund is. De andere operationele doelen zijn meer SMART opgesteld, zo is een tijdsaanduiding gegeven aan het afgeven van de vergunningen voor duurzame opwek en voor het opstellen van de drie wijkuitvoeringsplannen. Bij deze doelen is het echter de vraag of deze realistisch genoeg zijn, zeker gezien de voortgang in de uitvoering. Er is voldoende samenhang tussen de verschillende beleidsstukken. Als eerste is de Duurzame Energieladder opgesteld in april 2020 waarin is aangegeven welke bijdrage Almelo levert aan het duurzaam opwekken van elektriciteit: 0,157 TWh.
Deze bijdrage is ook opgenomen voor Almelo in de RES regio Twente in juni 2021 en in het programma Klimaat & Milieu 2023-2026 dat in juli 2023 is vastgesteld. Het is logisch dat dit in meerdere beleidsstukken een plek heeft gekregen, omdat de RES Twente op regionaal niveau een afspraak is tussen overheden, terwijl het programma op gemeentelijk niveau de uitwerking is van de landelijke klimaatafspraken. Het regionale doel voor duurzame warmte is dat beschikbare duurzame bronnen die over INT - 2491089 Pagina 2 van 12
gemeentegrenzen heengaan optimaal worden ingezet in de regio. De gemeente Almelo heeft dit niet benoemd in het programma Klimaat en Milieu. De doelen voor energiebesparing en het aardgasvrij maken van woningen komen terug in het programma Klimaat & Milieu en ook in de Warmtevisie Almelo. In het programma zijn de doelen uit de Warmtevisie concreter gemaakt. In de Warmtevisie wordt vooral ingegaan op de ambitie naar aardgasvrij(ready) en in het programma zijn hier operationele doelen aan gehangen. De samenhang tussen de verschillende beleidsstukken is daarmee goed uit te leggen, maar een aantal raadsleden heeft aangegeven dat voor hen de samenhang niet scherp is. Veel beleidsstukken zijn vastgesteld in de vorige bestuursperiode en zij zijn daarom onbekend met de inhoud van deze stukken. Het college heeft hieraan invulling gegeven door een aantal stukken toe te lichten voor de raadsleden. Raadsleden herkennen dit met name voor de RES Twente en niet zozeer voor de andere beleidsstukken. Het is voor deze raadsleden daarom ingewikkeld om alle informatie in de juiste context te plaatsen en de samenhang te zien. Biedt het beleid voldoende richting voor een effectieve uitvoering?
De ambities uit het programma Klimaat & Milieu bieden voldoende richting, maar zoals de strategische doelen en de operationele doelen zijn geformuleerd, biedt dit onvoldoende duidelijkheid voor een effectieve uitvoering. De huidige formulering kan voor een aantal doelen meer SMART gemaakt worden, waardoor scherp wordt wanneer het doel behaald is en welke stappen gezet moeten worden om dat doel te halen. Het programmateam geeft aan dat het Doelen-Inspanningen-Netwerk richting biedt voor de uitvoering en dat de uitgangspunten hiervoor als kader worden gehanteerd. De uitgangspunten zijn echter onvoldoende uitgewerkt, waardoor ze op meerdere manieren geïnterpreteerd kunnen worden. Dit kan leiden tot een tegenstrijdige uitvoering. Bijvoorbeeld als men kijkt naar het uitgangspunt “Flexibiliteit is nodig binnen beleid en binnen de beschikbare
ruimte – ontwikkelingen vinden doorlopend plaats en het is geen optie om te wachten tot de ultieme techniek ontwikkeld en toepasbaar is” dan is hierin niet scherp gemaakt hoe flexibiliteit geïnterpreteerd moet worden. Het wordt dan subjectief hoe ver je daarin gaat en wat wel mogelijk is in het kader van flexibiliteit en wat niet. Is het beleid vertaald in een uitvoeringsprogramma waarin voorgenomen activiteiten en middelen gekoppeld zijn aan doelstellingen?
In het programma Klimaat & Milieu zijn acties en middelen gekoppeld aan de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en het aardgasvrij maken van woningen. Aan elk van deze doelen en bijbehorende acties is een (voorlopig) budget gekoppeld in het programma en/of in de verdere uitwerkingsplannen. Voor het duurzaam opwekken van elektriciteit worden vergunningen verleend voor 100 hectare zonnevelden, wordt gewerkt aan de Duurzaamheidsroute A35 en verkent Almelo samen met Tubbergen en Twenterand de mogelijkheden voor windenergie (ATT windverkenning). Energiefixers, bouwadviseurs, een revolverend fonds en de Twentse Ontzorging Financieringsregeling (TOF-regeling) zijn projecten om energiebesparing te stimuleren en energiearmoede te bestrijden. Aan het aardgasvrij maken van woningen wordt gewerkt door het opstellen van drie wijkuitvoeringsplannen in Aalderinkshoek, Windmolenbroek en INT - 2491089 Pagina 3 van 12
bedrijventerrein Bornsestraat. Het doel om te komen tot 50% lokaal eigenaarschap bij nieuwe duurzame energieopwekking is niet in een concrete actie opgepakt. De lokale energiecoöperatie Almelo Energie heeft nadrukkelijk de samenwerking gezocht met de gemeente om dit doel voor het eventuele windpark en mogelijk ook in de warmtetransitie te realiseren. Het college heeft o.a. naar aanleiding hiervan ingestemd met een streven naar 100% lokaal eigendom voor het Almelose deel van het windpark. Ook in de Duurzame Energieladder wordt het streven naar maximaal lokaal eigendom verstevigd. Zijn de uitgangspunten geborgd in activiteiten en maatregelen, in het bijzonder het uitgangspunt van betaalbaarheid?
Het uitgangspunt betaalbaarheid is uitgewerkt in het Plan van Aanpak Inclusieve Energietransitie, het meldpunt energiearmoede en de TOF-regeling. De andere uitgangspunten, een passende schaal, overstap naar duurzame bronnen, flexibiliteit in ruimte en beleid, en betrokkenheid en diversiteit zijn niet expliciet uitgewerkt in een plan van aanpak . Aan betaalbaarheid wordt naar verhouding het meeste inzet op gepleegd. Op alle niveaus van de gemeente komt ook de bevestiging dat betaalbaarheid een belangrijk aspect is van de energietransitie. “Als het niet betaalbaar is, dan is het ook niet haalbaar” wordt op dit punt aangegeven. Dat komt overeen met de inzet van de gemeente om voor huishoudens in energiearmoede verschillende regelingen op te zetten om dit aan te pakken. De passende schaal komt ook terug in de randvoorwaarden die voor zonne- en windenergie worden gesteld in de Duurzame Energieladder Almelo. Bepaalde gebieden worden beperkt of uitgesloten voor de ontwikkeling van zonne- of windenergie. Wat betreft het omschakelen naar duurzame bronnen wordt in de Warmtevisie aangegeven welke duurzame alternatieven er zijn om gebouwen te verwarmen, en welk alternatief beoogd is voor de drie gekozen gebieden. Is de uitvoering van de energietransitie duidelijk georganiseerd, inclusief de samenwerking met de verschillende stakeholders?
Er is een duidelijke programma-organisatie neergezet en deze werkt ook goed in de praktijk. Almelo werkt voor de energietransitie met een flink aantal partners samen. De manier waarop dit georganiseerd is, verschilt per samenwerkingspartner. Hier is geen duidelijke lijn in te onderscheiden, maar het is goed georganiseerd. Het programmateam staat als het ware naast de lijnorganisatie. De programmamanager zorgt voor de inhoudelijke aansturing en de lijnmanager zorgt voor de HR gerelateerde zaken. De programmamanager als ambtelijk opdrachtnemer rapporteert aan een van de directieleden als ambtelijk opdrachtgever en de programmawethouder fungeert als bestuurlijk opdrachtgever. Vanuit het programmateam wordt op sommige onderdelen van de energietransitie samengewerkt met andere teams binnen de organisatie. Bijvoorbeeld in het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed wordt samengewerkt met het vastgoedteam. Het programma stuurt strikt op haar eigen doelen, en zoekt de samenwerking met andere programma’s en eenheden als thema’s ergens anders thuis horen. Hier pakt vooral de programmamanager een rol in. Een kanttekening bij het programma is de looptijd tot het einde van de bestuursperiode in 2026. Dit komt niet overeen met de regionale en landelijke termijn die gehanteerd wordt voor de meeste energietransitie doelen in 2030.
Het is logisch vanuit politiek oogpunt, maar brengt ook een INT - 2491089 Pagina 4 van 12
kwetsbaarheid met zich mee als het gaat om de doelrealisatie. Een afronding van het programma in 2026 komt er in de praktijk op neer dat al in 2025 gestart moet worden met de afbouw van de programmaorganisatie en de overdracht naar de lijn. Dit belemmert de realisatie van de doelen, doordat programmamedewerkers hun tijd moeten steken in overdracht en afronding in plaats van de uitvoering. Binnen de RES Twente wordt met andere gemeenten, provincie, waterschap en netbeheerders samengewerkt. Andere gemeenten worden ook opgezocht voor het energieloket en het bestrijden van energiearmoede. Met bedrijven, woningbouwcorporaties en de lokale energiecoöperatie wordt samengewerkt in het stimuleren van energiebesparing en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Samenwerkingspartners zijn over het algemeen tevreden over hun samenwerking met de gemeente Almelo. Zo prijzen de samenwerkingspartners in het opstellen van het wijkuitvoeringsplan voor Aalderinkshoek de aandacht die de gemeente heeft voor ieders inbreng. Een aandachtspunt is voor hen wel het ontbreken van concrete mijlpalen en een harde deadline voor het opleveren van het wijkuitvoeringsplan. Het plan zou in Q4 van 2023 worden opgeleverd, maar dat is niet gehaald en het is onduidelijk wanneer de deadline nu is.
De energiecoöperatie waardeert dat zij steeds meer als een gelijkwaardige partij samen kunnen werken met de gemeente, o.a. in het breder opzetten van hun energiearmoede aanpak en de inzet van bouwadviseurs in de gehele gemeente in plaats van alleen Aadorp. Ook signaleren zij dat de gemeente meer aandacht heeft voor lokaal eigendom bij projecten voor het duurzaam opwekken van elektriciteit. In de samenwerking met regionale partijen ontstaat met name binnen de RES regio enige onrust. Dit wordt veroorzaakt door twee besluiten van de provincie om het realiseren van zonneparken op landbouw- en natuurgrond te beperken, terwijl dit in sommige gevallen nodig kan zijn om de doelen voor duurzame opwek te realiseren. En door het besluit om windturbines meer te clusteren. Gemeente Almelo wijst de provincie in haar zienswijze op deze besluiten op haar rol als gelijkwaardige partner binnen de RES samenwerking en vraagt zich af of dit het signaal is dat de provincie op dit moment wil geven. In Almelo wordt hard gewerkt aan het realiseren van de doelstellingen en het helpt daarbij niet als naast externe factoren zoals netcongestie de provincie de instrumenten om deze doelen te realiseren beperkt. Hoe worden inwoners betrokken en worden initiatieven van buitenaf gefaciliteerd?
Het betrekken van inwoners is voor de energietransitie niet op een gemeentebrede manier georganiseerd. Op project en maatregelniveau worden inwoners op allerlei manieren benaderd en betrokken. De facilitering van externe initiatieven wordt niet op een consistente manier georganiseerd, maar dat heeft tot nu toe goed uitgepakt, doordat de gemeente per thema kon bepalen welke samenwerkingsvorm toepasselijk is. Voor de toekomst kan het goed zijn om dit strakker te gaan organiseren, zodat ook nieuwe initiatieven weten waar ze op kunnen rekenen bij de gemeente en er een gelijk speelveld is. Voor de ATT windverkenning zijn bewoners betrokken bij het gebiedsproces. De gemeente erkent het belang om inwoners vroeg te betrekken om vragen te beantwoorden en zorgen weg te nemen. Een randvoorwaarde hiervoor is wel dat al voldoende duidelijkheid is over een project, om te voorkomen dat (onnodige) vragen en zorgen ontstaan. Dit blijkt in de praktijk als INT - 2491089 Pagina 5 van 12
het gaat om communicatie richting inwoners over het aardgasvrij maken van woningen. Doordat de gemeente nog geen keuzes heeft gemaakt over beoogde warmteoplossingen per wijk, wordt nu aangegeven dat een hybride warmtepomp bij cv-ketelvervanging vooralsnog de meest veilige optie is. Echter kan het later zo zijn dat voor een wijk toch een collectieve warmteoplossing mogelijk is, terwijl sommige inwoners dan wellicht al een andere keuze hebben gemaakt. Dit kan vragen bij inwoners oproepen. Ook bij het opstellen van de warmtevisie zijn inwoners betrokken, en in Aalderinkshoek worden inwoners benaderd om mee te denken over het wijkuitvoeringsplan. De opkomst bij dergelijke bijeenkomsten is goed, maar een verbeterpunt is de diversiteit in deelnemers. Net als in vele andere gemeenten staat ook Almelo voor de uitdaging om jongeren, vrouwen en inwoners met een migratieachtergrond te betrekken. Er zijn verschillende redenen voor deze groepen om (nog) niet deel te nemen, zoals dat de persoonlijke impact van de plannen niet helder is, of dat er weinig ruimte is voor inbreng van bewoners. De intensieve straatacties die in het kader van energiearmoede worden uitgevoerd, laten zien dat dit ook het bereik vergroot. Een analyse van de aangemelde bewoners laat meer diversiteit zien in inwoners met een migratieachtergrond. Hoe persoonlijker de benadering, hoe meer bewoners zich betrokken voelen.
De samenwerking met de energiecoöperatie Almelo Energie heeft de laatste jaren een vogelvlucht genomen. De energiecoöperatie heeft hiertoe het initiatief genomen naar de gemeente toe en pakt op veel thema’s van de energietransitie een actieve rol. Zo zijn zij in Aadorp begonnen met een laagdrempelige aanpak tegen energiearmoede, waarbij wooncoaches thuis het gesprek voeren over energiebesparing en zonnepanelen. Voor de uitbreiding van deze aanpak heeft de energiecoöperatie een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente. Samen met de Universiteit Twente heeft de energiecoöperatie een subsidieaanvraag ingediend bij de EU om een waterstofhub te ontwikkelen. Almelo heeft dit ondersteund, maar heeft hier geen actieve rol in gehad. Ook voor lokaal eigenaarschap in zonen windprojecten maakt de energiecoöperatie zich hard. O.a. door hun inzet heeft de gemeente besloten tot het streven naar 100% lokaal eigenaarschap voor het mogelijke windpark samen met Tubbergen en Twenterand. Ten slotte heeft de energiecoöperatie ook de ambitie om samen met buurten en wijken onderzoeken uit te voeren naar wijkuitvoeringsplannen in de warmtetransitie. Ook hiervoor sluiten zij graag een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Het valt op dat in of tijdens de uitvoering van het onderzoek het bestaan van de Participatieverordening gemeente Almelo 20221 niet is benoemd.
Artikel 1 van deze verordening luidt: “Deze verordening regelt de betrokkenheid van bewoners bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie – van gemeentelijk beleid en de rol van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen.” Zijn er voldoende middelen (capaciteit, expertise, geld) beschikbaar? 1
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR674150
INT - 2491089 Pagina 6 van 12
Voor het huidige programma Klimaat & Milieu zijn de beschikbare middelen verdubbeld ten opzichte van het programma in de jaren daarvoor. Uit de jaarverantwoordingen van de afgelopen jaren blijkt dit voldoende te zijn voor de uitvoering van de projecten. De functies in het overzicht uit het programma zijn ingevuld, maar volgens onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur is minimaal 3 tot 11 fte meer nodig voor de energietransitie in Almelo. Voor het programma Duurzaamheid was € 200.000 beschikbaar gesteld voor de uitvoering en dit is nu jaarlijks € 400.000 tot 2026. Deze middelen worden aangevuld met meerdere landelijke subsidies waaronder € 1,3 miljoen voor het Nationale Isolatie Programma en een subsidie voor uitvoeringskosten van het klimaatbeleid. Voor energiearmoede ontvangt Almelo € 974.942 en voor het opstellen van het wijkuitvoeringsplan in Aalderinkshoek heeft de gemeente € 4,3 miljoen ontvangen vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken. Naast de middelen is ook het programmateam flink gegroeid de afgelopen tijd. Er werken inmiddels 12 collega’s aan het programma (in totaal minder dan 12 fte). Dit komt overeen met het overzicht dat is gemaakt voor het programma Klimaat & Milieu, maar komt niet in de buurt van de inschatting van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).
De ROB schat in dat voor een gemeente als Almelo tussen de 15 en 23 fte nodig is voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Als het gaat om expertise doet de gemeente haar best om zoveel mogelijk vacatures in te vullen met vaste medewerkers en zo min mogelijk inhuur, om de opgebouwde kennis binnen de organisatie te houden. Dit is wel een uitdaging, als deze medewerkers gefinancierd moeten worden van de subsidies die voor enkele jaren beschikbaar worden gesteld in plaats van structureel. Bovendien is hele specifieke expertise niet altijd binnen de organisatie te vinden, zoals de juridische kennis die nodig is voor de rolneming van de gemeente in de ontwikkeling van een warmtenet. Deze expertise wordt nu buiten de deur gezocht. Een ander aspect is het binden en boeien van medewerkers, ook gezien de looptijd van het programma tot 2026. In de praktijk betekent dit dat medewerkers voor het einde van het programma om zich heen gaan kijken naar andere functies om te voorkomen dat ze straks zonder werk zitten. Als na de afronding van het programma pas duidelijk wordt welke inzet en medewerkers nog nodig zijn voor de energietransitie bestaat de kans dat de medewerkers en daarmee de opgedane kennis de organisatie voor een deel verlaten hebben. Worden de afgesproken acties en maatregelen uitgevoerd?
De acties en maatregelen die zijn uitgewerkt in het programma Klimaat & Milieu, in de RES Twente, in het Plan van Aanpak Inclusieve Energietransitie en in de Warmtevisie Almelo worden uitgevoerd. Het is van belang dat er blijvende aandacht is voor de acties die buiten het programma worden opgepakt, zoals het verduurzamen van het eigen vastgoed en klimaatadaptatie. Het is echter onduidelijk of Almelo de uitvoering volgens planning oppakt, aangezien weinig tot geen planningen met tussentijdse mijlpalen zijn opgesteld voor deze acties. Het ontbreken van planningen en mijlpalen maakt het moeilijk om duidelijk te krijgen of Almelo de acties uitvoert die ze zou moeten uitvoeren om de doelen tijdig en binnen de financiële kaders te behalen.
INT - 2491089 Pagina 7 van 12
Wat is de stand van zaken van de doelrealisatie? Is aannemelijk dat de ambities en de doelen worden gerealiseerd?
Het is aannemelijk dat de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit worden behaald als het ATT windpark wordt gerealiseerd. Voor het jaarlijks realiseren van 2500 aardgasvrije woningen is een versnelling nodig, onder andere om het energieverbruik om laag te krijgen, maar ook in het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen. Het doel van 50% lokaal eigenaarschap bij duurzame opwekprojecten wordt niet gehaald bij de zonprojecten, voor wind is het doel verhoogd naar 100% lokaal eigenaarschap. Voor het produceren van duurzame elektriciteit valt op dat in 2022 meer elektriciteit duurzaam wordt opgewekt dan in 2023. In juni 2022 wordt 79 GWh (0,079 TWh) geproduceerd en in juni 2023 wordt nog maar 68,8 GWh (0,0688 TWh) geproduceerd. Het verschil zit in de productie via zonnepanelen op daken en komt door de beschikbare data. In eerste instantie worden cijfers gerapporteerd aan de hand van toegekende subsidies voor zon op dak door RVO, later worden deze resultaten bijgewerkt met de cijfers van de daadwerkelijk aangemelde zoninstallaties. Er zit dus verschil tussen het aanvragen van de subsidie en het daadwerkelijk realiseren van het zonneproject.
Daarnaast zit voor dit doel nog een flink aantal projecten in de pijplijn, samen goed voor 60,9 GWh (0,069 TWh), waaronder een zonneveld van 20 hectare en een windpark waarvoor Almelo samen met Tubbergen en Twenterand een verkenning uitvoert. Het zonneveld kan echter pas gerealiseerd worden als de netcongestie is opgelost en naar verwachting is dat in 2026-2027. In het windpark wordt een bijdrage van Almelo beoogd tussen de 60 en 90 GWh. Meerdere ontwikkelvarianten zijn uitgebreid onderzocht op technische en financiële punten, lokaal eigenaarschap en ruimtelijke kwaliteit. Afhankelijk van hoe snel het windpark zich verder ontwikkelt en de netcongestie daadwerkelijk is opgelost in 2026-2027 kan ook dit project met netcongestie te maken krijgen. Na het realiseren van deze projecten resteert mogelijk nog een opgave van 27,3 GWh (0,0273 TWh). Als het windpark gemaximaliseerd wordt op 90 GWh dan heeft Almelo geen restopgave. Het wijkuitvoeringsplan voor Aalderinkshoek had opgeleverd moeten worden in Q4 2023, maar inmiddels is duidelijk geworden dat deze deadline niet gehaald gaat worden. Het is onbekend wanneer dit wijkuitvoeringsplan wel gereed is. De andere twee wijkuitvoeringsplannen zijn in een nog minder ver stadium, waardoor het niet haalbaar lijkt om in 2026 drie wijkuitvoeringsplannen opgesteld en in uitvoering te hebben.
Voor het wijkuitvoeringsplan in Aalderinkshoek moet namelijk nog een aantal belangrijke en bepalende keuzes gemaakt worden. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om een lokaal bronnet te ontwikkelen, maar de businesscase lijkt zonder inmenging van de gemeente niet rond te rekenen. Als de gemeente ervoor kiest om een regierol te pakken in het bronnet en de bijbehorende investering te doen, dan zal daarna ook vaart gemaakt moeten worden om tot uitvoering te komen om jaarlijks daadwerkelijk 2500 woningen aardgasvrij te maken. De gemeente Almelo heeft de politieke keuze gemaakt om de warmtebron van regionale afvalverbrander Twence geen onderdeel uit te laten maken van enige warmtevoorziening in Almelo. Deze keuze heeft tot gevolg dat Almelo beperkter is in haar opties voor de wijkuitvoeringsplannen dan feitelijk nodig is.
INT - 2491089 Pagina 8 van 12
Welke afspraken zijn gemaakt over de informatievoorziening van de raad?
Er zijn geen concrete afspraken gemaakt tussen het college en de raad over de informatievoorziening bij de vaststelling van het programma Klimaat & Milieu. In de RES Twente is aangegeven waar de monitoringsgegevens gevonden kunnen worden, maar ook hier zijn geen aparte afspraken gemaakt. In de raadssessie is benoemd dat het college een actieve informatieplicht heeft bij nieuwe ontwikkelingen. Enkele raadsleden geven dan ook aan geen behoefte te hebben aan concrete afspraken. Op andere onderwerpen zien zij dat na het maken van afspraken een overvloed aan informatie volgt, waardoor de raadsleden door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Sommige raadsleden pleitten wel voor afspraken, bijvoorbeeld om een overzicht te sturen waarin duidelijk de link wordt gelegd tussen de monitoringsresultaten en het doel waar deze aan bijdragen. Hoe wordt de raad feitelijk geïnformeerd over de uitvoering van het beleid en de realisatie van de doelen?
In de praktijk wordt over de uitvoering van de energietransitie en de resultaten aan de raad gerapporteerd via de jaarlijkse P&C stukken. Aanvullend op de jaarverantwoording informeert het college de raad via raadsinformatiebrieven. In de jaarverantwoording wordt op een kwalitatieve en kwantitatieve manier gerapporteerd. Er is in het programma K&C een aantal indicatoren benoemd waarop gemonitord wordt, zoals het aantal woningeigenaren dat ondersteund is bij het isoleren, het aantal zonnepaneelinstallaties op woningen, de huidige opwek van duurzame elektriciteit en het aandeel woningen zonder aardgasaansluiting. Dit wordt aangevuld met een beschrijving van de acties die zijn uitgevoerd, maar er is niet één-op-één te herleiden welk resultaat bijdraagt aan de realisatie van welk doel en hoe ver de gemeente daarin is. De raadsinformatiebrieven gaan in op specifieke projecten en geven een toelichting op de laatste ontwikkelingen inclusief bijbehorende bijlagen. Dit wordt met name over de thema’s duurzame opwek van elektriciteit en energiearmoede gedaan, maar bijvoorbeeld ook wanneer de gemeente een reactie stuurt aan de provincie over beoogd nieuw beleid. In hoeverre heeft de raad voldoende handvatten om op een effectieve uitvoering te sturen?
Doordat geen duidelijke link gelegd wordt tussen de behaalde resultaten en aan welke doelen deze bijdragen, heeft de raad onvoldoende inzicht in de doelrealisatie en daarmee te weinig handvatten om op een effectieve uitvoering te kunnen sturen. Er is veel informatie over de energietransitie, maar doordat het versnipperd wordt aangeboden aan de raad is de samenhang tussen de doelen onvoldoende duidelijk en hebben de raadsleden ook onvoldoende inzicht in of de gemeente op koers ligt om de energietransitiedoelen te realiseren. Als voorbeeld worden rapporten genoemd die worden aangeboden aan de raad, maar waarbij niet duidelijk wordt aangegeven aan welk doel dit gerelateerd moet worden. Doordat niet alle raadsleden betrokken waren bij het opstellen van beleid in de vorige bestuursperiode ontbreekt bij hen de nodige kennis om dit zelf te kunnen verbinden.
INT - 2491089 Pagina 9 van 12
AANBEVELINGEN Op basis van de bovenstaande conclusies doen wij de volgende aanbevelingen: 1. Geef als raad opdracht aan het college om de strategische en operationele doelen uit het programma Klimaat en Milieu concreet en tijdsgebonden te formuleren. Om daadwerkelijk de doelen te halen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving is het belangrijk dat Almelo voldoende scherp heeft wat er – bij wijze van spreken – morgen moet gebeuren en wat het moet gaan opleveren. Daarbij helpt het om SMART te formuleren wat de gestelde doelen en uitgangspunten zijn, in samenhang met de verschillende beleidsstukken en de randvoorwaarden voor uitvoering – zoals een planning met mijlpalen - goed in te richten. Op die manier kan er ook blijvende aandacht gevraagd worden voor verduurzamingsacties die niet binnen het programma worden uitgevoerd, zoals het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Voor duurzame opwek zijn de doelen in de Duurzame Energieladder en RES Twente voldoende concreet geformuleerd en gaat het er vooral om de projecten die nu in de pijplijn te zitten, te realiseren. De doelen voor energiebesparing zijn te weinig concreet geformuleerd, planningen en tussentijdse mijlpalen ontbreken en in de monitoring is nog onderbelicht hoe de acties en projecten bijdragen aan de realisatie van dit doel.
Door dit scherper aan elkaar te koppelen, krijg je meer inzicht in welke bijdrage de acties leveren aan de doelrealisatie en kan er ook geprioriteerd worden waar middelen op worden ingezet. Door per project een planning met tussentijdse mijlpalen scherp te hebben, wordt ook duidelijk waar mogelijk een versnelling nodig is. Voor het aardgasvrij maken van wijken is het de vraag of het doel van drie wijkuitvoeringsplannen opgesteld en in uitvoering voor 2026 realistisch is. Het plan voor Aalderinkshoek is nog niet gereed en de plannen voor de andere twee wijken zijn nog minder ver gevorderd. Ook vraagt het wijkuitvoeringsplan in Aalderinkshoek nog een belangrijke keuze in de rolneming van de gemeente in het te ontwikkelen bronnet. Het maken van deze keuzes en het geven van richting voor de warmteoplossing per wijk is een belangrijke basis in het aardgasvrij maken van woningen. Een aantal maatregelen kunnen in alle gevallen genomen worden, maar een deel is afhankelijk van de uiteindelijke warmteoplossing en als dit een collectieve oplossing is, wil je het liefst zo veel mogelijk inwoners van de wijk daarin meekrijgen. Daarom is het advies aan Almelo om een versnelling aan te brengen in het maken van deze keuzes en het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Hoe eerder er duidelijkheid is, hoe meer richting er gegeven kan worden aan inwoners.
Ook de uitgangspunten van het programma Klimaat en Milieu kunnen beter worden gedefinieerd en uitgewerkt, zodat objectief bepaald kan worden wanneer het uitgangspunt voldoende is toegepast in de praktijk. De politieke keuze van Almelo om Twence uit te sluiten van enige warmtevoorziening in Almelo verdient een (politieke) heroverweging om zo meer mogelijkheden te hebben om snel en goedkoop wijken in Almelo van warmte te voorzien. 2. Geef als raad opdracht aan het college om een strategische doorkijk voor te leggen aan de raad voor de energietransitie na 2026 én na 2030 en ga daarover als raad met het college in gesprek. Naast concrete doelen voor de korte termijn is het ook duidelijk dat de energietransitie een transitie van de lange termijn is, waarin landelijk doelen voor 2030 en 2050 zijn gesteld. Wij INT - 2491089 Pagina 10 van 12
raden de raad aan om de looptijd van het programma Klimaat & Milieu langer te laten lopen dan 2026 en dan bij de start van een nieuwe bestuursperiode de koers bij te laten stellen. Op die manier is oog voor de mogelijke wisselingen in bestuur, en is het in samenhang met de regionale en landelijke termijnen voor de energietransitie. Bovendien zal ook na 2030 de vraag naar duurzame elektriciteit toenemen en zal de warmtetransitie dan nog niet afgerond zijn. Door een stip op de horizon te zetten voor de periode na 2030 waarbij een ambitie op hoofdlijnen geformuleerd wordt, kunnen de ambtelijke organisatie én de samenwerkingspartners hierop anticiperen. Betrek bij het opstellen van deze doorkijk de afhankelijkheid die je als gemeente hebt bij het kunnen realiseren van de energietransitie, ook de mogelijkheden en beperkingen waar de samenwerkingspartners mee te maken hebben. Het gaat dan o.a. om woningbouwcorporaties die beperkte investeringsruimte hebben om hun verduurzaming te realiseren. Bovendien kunnen in de doorkijk uitgangspunten geformuleerd worden ten aanzien van uitvoering, financiering en participatie. 3. Specificeer als raad, in gesprek met het college, de informatiebehoefte en geef het college de opdracht de informatievoorziening voor de raad daarop aan te laten sluiten.
Op dit moment zijn er geen concrete afspraken over de informatievoorziening voor de energietransitie. Jaarlijks wordt de kwantitatieve informatie gerapporteerd in de jaarstukken en gedurende het jaar worden voornamelijk raadsinformatiebrieven gestuurd. Hierdoor ervaren sommige raadsleden de informatievoorziening als versnipperd en ontbreekt het overzicht in de doelrealisatie. Uit de raadssessie kwam geen eenduidige voorkeur naar boven over de behoefte aan afspraken en de vorm van informatievoorziening, daarom bevelen wij de raad aan om hierover met elkaar in gesprek te gaan. Het kan een optie zijn om een jaarlijks factsheet op te vragen bij het college waarin de monitoringsresultaten één-op-één worden gekoppeld aan de gestelde doelen inclusief kansen en risico’s. Daarmee kan de samenhang in de verschillende doelen voor de raadsleden duidelijker worden. Deze indicatoren kunnen worden aangevuld met bijeenkomsten waarin voorbeelden uit de praktijk worden toegelicht om een duidelijk beeld te krijgen van de stand van zaken op zowel kwalitatief als kwantitatief vlak. De ambtelijke organisatie heeft zelf de wens om meer actuele cijfers te kunnen rapporteren over energiebesparing en de warmtetransitie.
Zo kan het waardevol zijn om te rapporteren over het aantal keukentafelgesprekken dat gevoerd is met bewoners en hoeveel vervolgacties daarna zijn genomen, bijvoorbeeld het aanvragen van een subsidie of het opvragen van meer informatie. Aangezien de monitoring voor de warmtetransitie nog niet is ingericht, biedt dit een mooie kans om vanaf de start een gedegen monitoringssystematiek vorm te geven. 4. Geef als raad opdracht aan het college om participatiebeleid te ontwikkelen voor de energietransitie voor het betrekken van inwoners en externe initiatieven en dit beleidsvoorstel aan de raad voor te leggen. Het betrekken van inwoners en externe initiatieven wordt op dit moment apart ingericht bij elk project of actie in de energietransitie. Inwoners worden op verschillende manieren betrokken afhankelijk van het onderwerp en ook de samenwerking met de lokale energiecoöperatie wordt per thema anders vormgegeven, zonder dat vooraf nagedacht is met welk doel de gemeente dit doet. Wij bevelen de raad aan om participatiebeleid voor de energietransitie op te stellen waarin kaders worden meegegeven voor hoe en wanneer bewoners het beste betrokken kunnen worden. Betrek hierbij de bestaande
INT - 2491089 Pagina 11 van 12
Participatieverordening gemeente Almelo 2022.2 Door hier duidelijke afspraken met elkaar over te maken, staat eenduidig vast hoe inwoners betrokken worden en dat vraagt van de gemeente ook duidelijke keuzes te maken over haar rol en zich te houden aan de gestelde doelen. In de gemeente heeft tot nu toe één lokaal initiatief een actieve rol in de energietransitie, maar dit zou in de toekomst kunnen veranderen en dan is het goed om duidelijk te hebben wat het speelveld is en wat een initiatief van de gemeente kan verwachten. 5. Geef als raad opdracht aan het college om de voorgestelde capaciteit van de Raad voor het Openbaar Bestuur voor de uitvoering van het Klimaatakkoord nader te laten onderzoeken en te overwegen om de huidige bezetting van het programmateam hierop aan te passen. De acties en maatregelen uit het programma Klimaat & Milieu worden momenteel uitgevoerd door 12 medewerkers (minder dan 12 fte). Uit onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur blijkt 15 tot 23 fte nodig te zijn voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Dit is een aanzienlijk verschil van minimaal 3 tot maximaal 11 fte meer dan de huidige bezetting.
Wij bevelen de raad daarom aan om dit verschil in fte nader te laten onderzoeken om helderheid te krijgen hoeveel fte nodig is voor de uitvoering van het programma en daarna ook opdracht te geven aan het college om voor voldoende bezetting te zorgen, inclusief bijbehorende dekking. Uit de doelrealisatie blijkt dat op sommige doelen een versnelling nodig is, indien de voorgestelde capaciteit van de ROB inderdaad de minimale benodigde bezetting is, zal meer menskracht nodig zijn om dit te kunnen realiseren. 6. Continueer als raad en college de blijvende aandacht en inzet op het uitgangspunt betaalbaarheid, maak de uitwerking zo concreet mogelijk en deel deze met de gemeenteraad. Vanuit het programmateam wordt veel aandacht besteed aan het betaalbaar maken van de energietransitie en het bestrijden van energiearmoede. Ook de raad heeft aangegeven dat er geen energietransitie kan plaatsvinden als deze niet betaalbaar is. De eerste resultaten van dit uitgangspunt worden langzaam zichtbaar en de eerste ervaringen laten zien dat doorlopende inzet op dit aspect nodig is. Het betaalbaar maken van de energietransitie werkt ook door in de keuzes waarvoor de raad nog komt te staan, bijvoorbeeld in de warmtetransitie als er een keuze gemaakt moet worden tussen warmteoplossingen die verschillende kostenplaatjes met zich meebrengen.
Bijvoorbeeld: een collectief warmtenet kan (afhankelijk van bron en lokale situatie) qua maatschappelijke kosten wellicht goedkoper zijn dan wanneer een hele wijk gebruikt gaat maken van een individuele warmtepomp waarvoor het elektriciteitsnet verzwaard moet worden. Qua gebruikerskosten kan dit wellicht andersom zijn (ook weer afhankelijk van de maatregelen die nodig zijn in de woning). Ook in dergelijke keuzes zal het uitgangspunt betaalbaarheid dus blijvende aandacht moeten krijgen, zodat de uitwerking ook zo concreet en inzichtelijk mogelijk kan worden gemaakt.
2
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR674150
INT - 2491089 Pagina 12 van 12