Perspectiefnota 2026-2029 - bijlage 3 - Atlas Reserach - Bedenken en maken
Tekst van het document
Figuur 4.6 Aantal geweldsmisdrijven per 1000 inwoners naar benchmarkregio
54
Bedenken en maken: Almelo in balans
Het lijkt de afgelopen tien jaar in Almelo, net als in de rest van Nederland, objectief gezien een stuk veiliger geworden. Het aantal geweldsmisdrijven, vernielingen en diefstallen is hard gedaald. Hier tegenover staat echter dat het aantal overlastmeldingen over bijna de gehele periode – maar vooral tijdens de Covid-periode – sterk is gestegen. Bovendien lijkt men zich niet veiliger te voelen. Waar de ervaren onveiligheid in overig Nederland nagenoeg gelijk is gebleven over de gehele periode, laten de andere vergelijkingsgroepen een (lichte) daling zien. Deze daling is het grootst in Almelo. Bovendien lijkt Almelo op een kantelpunt te staan: op de indicatoren m.b.t. de objectieve veiligheid laat Almelo een (relatief sterke) stijging zien in aantal incidenten.
… op cultureel vlak is de gestage groei in voorzieningen niet genoeg voor een inhaalslag… Zoals de 46ste plek op de dimensie ‘voorzieningen’ uit de woonaantrekkelijkheidsindex al doet vermoeden, is het aanbod voorzieningen in Almelo relatief klein. Dit is zo ten opzichte van de vijftig grootste gemeenten zoals opgenomen in de Atlas voor gemeenten. Hiervan ligt een groot deel in de Randstad en is een lager aanbod voorzieningen verwacht. Uit Figuur 4.7 blijkt echter dat het aanbod voorzieningen in Almelo ook laag is vergeleken met Enschede en Hengelo, en de Benchmarksteden. Deze gemeenten zijn gekozen op hun vergelijkbaarheid in onder andere grootteklasse en stedelijkheid, en op voorhand zou hier dan ook een vergelijkbaar voorzieningenniveau verwacht worden. In de voorzieningenindex is het aanbod culinaire- en horecavoorzieningen, het aanbod podia met wekelijks aanbod, het aanbod nachtcultuur podia met maandelijks aanbod en het aanbod niet-dagelijkse winkels meegenomen. Voor al deze indicatoren geldt dat het gaat om het aanbod dat bereikbaar is binnen acceptabele reisafstand vanuit de PC4-gebieden in de gemeente. Almelo laat hierop een lichte stijging zien, maar heeft vergeleken met de rest van het land nog steeds een laag aanbod bereikbare voorzieningen.
55
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.7 Voorzieningenindex (uit de woonaantrekkelijkheidsindex) naar benchmarkregio
In de rest van deze paragraaf bekijken we het aanbod voorzieningen binnen de gemeenten, in plaats van bereikbaar vanuit de gemeente, om zo duidelijk in beeld te krijgen hoe het aanbod van Almelo zelf zich heeft ontwikkeld. Op culinair gebied laat Almelo een stijging zien in het aantal horecagelegenheden per 1000 inwoners – zie Figuur 4.8. Deze stijging is echter minder hard dan in de rest van het land, waardoor het gat tussen Almelo en de rest van Nederland de afgelopen tien jaar is gestegen. Kijken we alleen naar kwaliteitsrestaurants – restaurants die in de Lekker-gids zijn opgenomen en/of een Michelinster hebben – dan zien we dat Almelo juist dichterbij is gekomen – zie Figuur 4.9. Hier laten Almelo, Enschede en Hengelo een stijging zien terwijl het aanbod kwaliteitsrestaurants in de rest van Nederland gelijk blijft. Het gaat hier echter om hele kleine aantallen. Eén restaurant dat in het ene jaar wel wordt opgenomen in een van de gidsen en het andere jaar niet zorgt voor grote schommelingen in Almelo, terwijl dit in grotere groepen gemeenten nauwelijks effect zal hebben.
56
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.8 Aantal horecagelegenheden per 1000 inwoners naar benchmarkregio
Figuur 4.9 Aantal kwaliteitsrestaurants per 1000 inwoners naar benchmarkregio
Net als voor de culinaire voorzieningen geldt, is ook het aanbod niet-dagelijkse winkels in Almelo gestegen, maar minder hard dan in de benchmarkgroepen – zie Figuur 4.10. Ook hier is het verschil in aanbod tussen Almelo en de rest van Nederland de afgelopen tien jaar gegroeid.
57
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.10 Aantal niet-dagelijkse winkels per 1000 inwoners naar benchmarkregio
… en speelt Covid op de podia de hoofdrol de afgelopen jaren. Waar de voorgaande voorzieningen voor het hele land in meer of mindere mate stegen in aantal per 1000 inwoners, geldt dit niet voor het aantal podia en het aantal voorstellingen. Een belangrijke invloed hierin is de Covid-periode, waarin podia hun deuren gesloten moesten houden. Dit is terug te zien in de aantallen voorstellingen per jaar. We zien in de jaren erna echter, dat vanaf 2022 het aantal voorstellingen weer terugveert, in sommige gevallen tot het niveau van voor de Covid-periode, soms hoger en soms lager. In het aanbod podia is de Covid-periode niet terug te zien – zie Figuur 4.11. Dit aanbod blijft vrij constant over de tijd, waarbij het aanbod in Almelo gedurende de hele periode relatief klein is, en het aanbod in Enschede en Hengelo relatief groot. In de rest van het land is een dalende trend over de tijd te zien.
58
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.11 Aantal podia per 1000 inwoners naar benchmarkregio
Het totaal aantal voorstellingen podiumkunsten laat voor alle benchmarkgroepen hetzelfde beeld zien: tot en met 2019 blijft het aantal voorstellingen per 1000 inwoners nagenoeg gelijk, hierna keldert het, waarna het vanaf 2022 weer opveert – zie Figuur 4.12. Opmerkelijk is hierbij dat het aanbod in Enschede en Hengelo na de Covid-periode sterk groeit en ver boven het niveau van voor Corona uit komt. In Almelo lijkt het aantal voorstellingen langzamer terug te klimmen naar het oude niveau dan in de rest van het Nederland, en is het in 2023 nog steeds lager dan in 2019. Hoewel ook in de benchmarksteden en de rest van het land het niveau in 2023 nog iets onder dat van 2019 zit, ligt het hier dichter bij elkaar. Bij het uitsplitsen van het totaal aantal voorstellingen naar de categorieën toneel, pop en klassiek, zien we een vergelijkbaar beeld bij het aantal toneelvoorstellingen per 1000 inwoners (niet weergegeven). Het aanbod klassieke optredens is zeer klein en laat in Almelo, Enschede en Hengelo om deze reden grote schommelingen zien, terwijl het beeld voor de rest van Nederland vergelijkbaar is met de overige figuren (niet weergegeven). Ook bij het aantal popoptredens per 1.000 inwoners is de trend vergelijkbaar – zie Figuur 4.13. Hier is echter het aanbod in Enschede en Hengelo na de Covid-periode slechts iets hoger dan ervoor.
Voor Almelo geldt dat het aanbod gedurende de hele periode relatief laag is ten opzichte van de rest van het land. Bovendien daalt hier in 2023 het aanbod, waar dit in de rest van het land stijgt (m.u.v. Enschede en Hengelo waar ook een lichte daling te zien is).
59
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.12 Aantal voorstellingen podiumkunsten per 1000 inwoners naar benchmarkregio
Figuur 4.13 Aantal popoptredens per 1000 inwoners naar benchmarkregio
Bij het aantal venues met maandelijks aanbod nachtcultuur per 1000 inwoners zien we dat – voor de benchmarkgroepen met aanbod – het aanbod na 2021 weer sterk stijgt – zie Figuur 4.14. In Enschede en Hengelo ligt in 2022 het aanbod weer boven het niveau in 2019, al fluctueert hier het aanbod sterk. Almelo heeft geen aanbod voor nachtcultuur en is hiervoor volledig aangewezen op het aanbod uit de regio. In de rest van Nederland zien we dat het
60
Bedenken en maken: Almelo in balans
aanbod in 2022 weer sterk stijgt, maar nog niet gelijk weer terug is op het niveau van voor de Covid-restricties.
Figuur 4.14 Aantal venues met maandelijks aanbod nachtcultuur per 1000 inwoners naar benchmarkgroep
4.2 Leefbaarheid De vorige paragraaf liet zien dat Almelo in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten niet heel aantrekkelijk blijkt voor verhuizende huishoudens. Dat wil echter niet zeggen dat Almelo niet fijn is om te wonen. In de woonaantrekkelijkheidsindex staan de voorkeuren van de gemiddelde Nederlander centraal, en hoewel de gemiddelde Nederlander bijvoorbeeld graag veel voorzieningen om de hoek heeft, zal dit misschien niet gelden voor de gemiddelde inwoner van Almelo. Bovendien zijn gemeenten niet homogeen. Binnen gemeenten zijn bijvoorbeeld grote verschillen te vinden in de woningvoorraad, de veiligheid, de mate waarin men zich verbonden voelt met de omgeving, de hoeveelheid groen en het aanbod dagelijkse voorzieningen. In opdracht van het Ministerie van BZK heeft Atlas Research met In.Fact.Research de Leefbaarometer ontwikkeld; een instrument dat tot op laag schaalniveau een inschatting geeft van de leefbaarheid. Het instrument doet dat op basis van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving, variërend van de in een gebied gepleegde misdrijven tot de lokale geluidsbelasting. Het instrument is bedoeld om een beeld te geven van waar het naar
61
Bedenken en maken: Almelo in balans
verwachting, op basis van die omgevingskenmerken, goed of slecht is gesteld met de leefbaarheid en hoe deze zich ontwikkelt.18 In deze paragraaf gaan we in op de leefbaarheid binnen Almelo. Welke verschillen zien we op welke vlakken? Welke gebieden springen eruit, positief of negatief? Waar is het prettig wonen?
In het grootste deel van Almelo is het uitstekend wonen… In grote delen van Almelo is de leefbaarheid uitstekend – zie Figuur 4.15. Bijvoorbeeld in de wijken Noorderkwartier, Aadorp, Hofkamp, Bornerbroek en delen van de Wierdense Hoek en Sluitersveld. Ook zijn er gebieden waar de leefbaarheid zwak of lager is. Met name ten zuidwesten van de binnenstad, in de Spoorzone, en ten noordoosten van de binnenstad, in de wijk Sluitersveld, liggen gebieden waar de leefbaarheid lager is. Het gaat hier om de leefbaarheid gemeten in de meest recente update van de Leefbaarometer, peiljaar 2022.
Figuur 4.15 Leefbaarheid op 100x100 meter grid-niveau in Almelo o.b.v. de Leefbaarometer in 2022
-----------18
Zie voor meer informatie over de Leefbaarometer: Mandemakers et al (2021). Leefbaarometer 3.0. Instrumentontwikkeling, Amsterdam: Atlas Research en In.Fact.Research.
62
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.16 Ontwikkeling van de leefbaarheid in Almelo (2012-2022)
De ontwikkeling van de leefbaarheid in de afgelopen tien jaar laat echter zien dat deze zich minder gunstig ontwikkeld heeft in de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat – Figuur 4.16. Dat duidt er op dat er gebieden in Almelo zijn, vooral ten zuidoosten van de binnenstad, waar de leefbaarheid structureel onder druk staat.
… maar onveiligheid en gebrek aan sociale samenhang zorgt voor minder leefbare plekken… Wanneer we kijken naar de onderliggende dimensies van leefbaarheid, dan zien we dat met name de (on)veiligheid een negatieve bijdrage heeft in de gebieden waar het relatief slecht gaat en een positieve bijdrage in de gebieden waar het relatief goed gaat – zie Figuur 4.16. Daarnaast geeft de dimensie ‘sociale samenhang’ een vergelijkbaar beeld – zie Figuur 4.17. De dimensie ‘Overlast en onveiligheid’ geeft een beeld van zowel geregistreerde misdrijven als de ervaren overlast en onveiligheid, waarbij deze laatste twee gebaseerd zijn op de Veiligheidsmonitor. Voor de ervaren onveiligheid, bijvoorbeeld, is het uitgangspunt een combinatie van vijf vragen uit de Veiligheidsmonitor, waaronder ‘Voelt u zich wel eens onveilig in uw eigen buurt?’ en ‘Komt het wel eens voor dat u in uw eigen buurt omloopt of
63
Bedenken en maken: Almelo in balans
omrijdt om onveilige plekken te vermijden?’. Het gaat hierbij om het gevoel dat men heeft in eigen buurt. De ‘sociale samenhang’ geeft de ontwikkeling en diversiteit in de bevolking weer (hoe erg verschillen de typen huishoudens zich van elkaar, hoe snel verhuizen mensen en hoe dicht woont men op elkaar), en de mate waarin met sociale cohesie ervaart in de buurt. Voor deze sociale cohesie is eveneens de Veiligheidsmonitor het uitgangspunt, met vijf stellingen waaronder ‘Ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen’ en ‘De mensen in de buurt gaan op een prettige manier met elkaar om’. Het is niet lastig in te denken dat de gebieden waar men zich verbonden voelt met de buurt ook gebieden zijn waar men zich veilig voelt, en andersom.
Figuur 4.16 De bijdrage van de dimensie veiligheid aan de Leefbaarometer-score van Almelo in 2022
64
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.17 De bijdrage van de dimensie sociale samenhang aan de Leefbaarometer-score van Almelo in 2022
… en voorzieningen zijn sterk gecentreerd. Een ander kaartbeeld zien we bij de dimensie ‘voorzieningen’, waaruit duidelijk de binnenstad naar voren komt – zie Figuur 4.18. Alle gebieden die verder van de binnenstad liggen, hebben minder voorzieningen beschikbaar. Het gaat hier bijvoorbeeld om de bereikbaarheid van voorzieningen als onderwijs, zorg, horeca, cultuurvoorzieningen en winkelvoorzieningen, waarbij de gemiddelde afstand van personen in een postcodegebied tot de voorziening wordt gemeten, maar ook het aantal voorzieningen binnen een bepaalde straal. In gemeenten waar de voorzieningen in meerdere kernen verspreid liggen, of meer verspreid over de gemeente, zal de bijdrage van de voorzieningen aan de leefbaarheid egaler verdeeld zijn over de gemeente. In Almelo lijken de voorzieningen sterk gecentreerd in de binnenstad te liggen.
65
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.18 De bijdrage van de dimensie voorzieningen aan de Leefbaarometer-score van Almelo in 2022
Tot slot draagt in met name de Spoorzone ook de woningvoorraad negatief bij aan de leefbaarheid – zie Figuur 4.19. Het gaat hier om het type bebouwing (de woningtypen, bouwperiode, bouwhoogte en nabijheid monumenten), of een gebied veel koop- of huurwoningen heeft, en hoeveel woonoppervlak inwoners hebben.
66
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur 4.19 De bijdrage van de dimensie woningvoorraad aan de Leefbaarometer-score van Almelo in 2022
67
Bedenken en maken: Almelo in balans
Synthese In deze synthese passeren de belangrijkste resultaten uit de verkenning kort de revue. De synthese is echter meer dan een samenvatting. Ten eerste zijn tijdens een sessie de resultaten van de Verkenning gedeeld met medewerkers van de gemeente. In die sessie werden ook de resultaten van een parallel lopend onderzoekstraject naar (relatieve) achterstanden in Almelose buurten gepresenteerd. Tijdens de discussies die rondom deze presentaties zijn gevoerd kwamen veel waardevolle inzichten bovendrijven, die helpen om de resultaten van dit onderzoek beter te plaatsen. Deze inzichten hebben hun plek gevonden in deze Synthese. In dit hoofdstuk plaatsen we de onderzoeksresultaten ook in een breder perspectief, trekken we conclusies en doen we aanbevelingen. Soms komen die in de vorm van specifieke beleidsaanbevelingen, soms zijn ze een oproep om na te denken over implicaties van het onderzoek – en soms roepen de onderzoeksresultaten ook vervolgvragen op.
Economie en arbeidsmarkt In Stadsfoto 2014 stelden we de vraag “[…] of de relatief goede economische prestaties van de stad de komende jaren niet onder druk komen te staan. Door vergrijzing en bevolkingskrimp nemen de toch al benedengemiddelde agglomeratievoordelen sinds 2011 af. Naar verwachting zet deze trend bij ongewijzigd beleid de komende jaren door.”19 De economie van Almelo heeft zich de afgelopen tien jaar echter sterk ontwikkeld, waarbij vooral ná de coronapandemie, mede of vooral door de gereedkoming van bedrijventerreinen en de komst van een aantal grote bedrijven, een eindsprint lijkt te zijn ingezet. Over de hele periode nam de werkgelegenheid in Almelo de afgelopen tien jaar ongeveer even snel toe als in de benchmarksteden en Hengelo en Enschede en wat trager dan in de rest van Nederland. De banengroei is vooral te terug te leiden op de hightech-sector, die zowel in absolute als relatieve zin flink is gegroeid. De sector was verantwoordelijk voor 40% procent van de totale banengroei in de gemeente en groeide gemiddeld bijna twee procent per jaar sneller dan in de rest van het land. Almelo was al gespecialiseerd in de sector en is dat in de afgelopen tien jaar nog meer geworden.
-----------19
68
Bedenken en maken: Almelo in balans
Typische ‘stedelijke’, verzorgende, sectoren zoals de overheidsdiensten en zakelijke dienstverlening zijn juist minder sterk dan gemiddeld in Nederland gegroeid – en in het geval van de zakelijke dienstverlening geldt dat ze in Almelo al ondervertegenwoordigd waren. Dit zal ten dele samenhangen met een aantal andere kenmerken van de gemeente. Almelo kent een tragere dan gemiddelde bevolkingsgroei, waardoor noodzaak voor meer overheidsdiensten minder groot is. De zakelijke dienstverlening is echter eerder een stuwende bedrijfstak, die in veel andere steden juist wel gegroeid is. Almelo heeft zich dus in meerdere opzichten meer gespecialiseerd in (of: is afhankelijk geworden van) de Hightech-sector. Sterke specialisatie in een sector wordt in de economische literatuur in verband gebracht met economische voordelen zoals grotere winstgevendheid en een sterke toekomstige groei, de zogenoemde ‘agglomeratievoordelen’. Bijvoorbeeld doordat bedrijven kunnen putten uit een gezamenlijke pool aan arbeidskrachten door hun omvang gunstiger kunnen inkopen, maar ook doordat er een grotere kans is dat de werknemers van elkaar kunnen leren (doordat zij elkaar tegenkomen bij gezamenlijke projecten of informeel, in hun vrije tijd). Hierdoor ontstaat kruisbestuiving en innovatie.
Het Smart Specialization-innovatiebeleid van de EU, dat erop is gericht om de unieke sterke punten en competenties van regio’s te identificeren en stimuleren, wijst op het belang om kansrijke economische activiteiten te stimuleren die gerelateerd zijn aan bestaande activiteiten waar een regio in gespecialiseerd is. In de wetenschappelijke- en beleidsliteratuur wordt dit ook wel gerelateerde diversificatie genoemd. Door deze specialisaties te ondersteunen en ontwikkelen, streeft Smart Specialization-beleid ernaar om de concurrentie- en innovatiekracht van regio’s te stimuleren en hoogwaardige banen te creëren. Voor een Smart Specialization-strategie is echter niet alleen van belang of een regio ergens in is gespecialiseerd, maar ook of deze een comparatief voordeel heeft ten opzichte van andere regio’s – bijvoorbeeld in de vorm van unieke kennis die elders niet eenvoudig kan worden nagebootst. Om een voorbeeld dicht bij huis te noemen: Eindhoven heeft een unieke uitgangspositie op het gebied van (chip)technologie gekoppeld met een technische universiteit, waardoor de regio in staat is om talent te blijven aantrekken en via nieuwe uitvindingen en innovaties deze concurrentiepositie verder uit te bouwen. Met de analyse uit dit onderzoek is nog niet vast te stellen of dit ook geldt voor het hightech-cluster in Almelo. Er zijn aanwijzingen dat dit in mindere mate opgaat.
Ten eerste is in ieder geval een deel van de groei in de hightechsector toe te wijzen aan verhuizende
69
Bedenken en maken: Almelo in balans
bedrijven – zoals VDL. De aanwezigheid van zo’n grote speler is, uiteraard, een unieke kans voor Almelo, maar voor de grotere regio is het een zero sum game. Ten tweede lijkt het daarnaast, vooralsnog, vooral om uitvoerend werk te gaan – hoewel er plannen zijn voor een onderzoek- en testcentrum.20 Dat blijkt onder andere uit dat het aandeel banen met beroepsniveau 4 in Almelo achterblijft op de rest van het land. Onder beroepsniveau 4 vallen beroepen met taken als het uitvoeren het oplossen van ingewikkelde problemen en nemen van beslissingen die zijn gebaseerd op een uitgebreide theoretische en praktische kennis op een gespecialiseerd gebied. Het zijn deze banen waar kennis wordt ontwikkeld en toegepast en die essentieel zijn voor innovatie. Nader onderzoek, gericht op de mate waarin Almelo een (internationale) concurrentiepositie heeft op het gebied van Hightech, zou meer inzicht kunnen bieden in de haalbaarheid van een Smart Specialization-strategie rondom Hightech. Verder kan een sterke specialisatie in een sector (in het geval van Almelo: Hightech) een voordeel zijn, maar kan het een regio ook kwetsbaarder voor economische fluctuaties maken. Mocht een dominante sector in moeilijkheden komen, dan kan dit direct leiden tot een sterke stijging van de werkloosheid.
Gegeven de sterke specialisatie in een enkele sector en het vergevorderde stadium van de huidige conjuncturele cyclus is dit een reële bedreiging voor Almelo. Het is daarom des te belangrijker om meer te weten te komen over wat voor type werkzaamheden er in de hightechsector in Almelo worden uitgevoerd en welke kansen en bedreigingen er zijn voor (de bedrijven en werknemers in) deze sector.
Human capital In de afgelopen vijftig jaar is het belang van de aanwezigheid van human capital (letterlijk: menselijk kapitaal) steeds groter geworden door wereldwijde integratie van productieprocessen en de bijbehorende transformatie van ontwikkelde economieën naar een kenniseconomie.21 In zo’n economie is de aanwezigheid van een goed opgeleide beroepsbevolking, en met name de aanwezigheid van mensen met een hbo- of wo-diploma, cruciaal voor economische groei op de lange termijn. De aanwezigheid van hoogopgeleiden zorgt volgens de wetenschappelijke theorieën voor een groei van de economie door innovatie en spillover-effecten. Door deze externe effecten van de aanwezigheid van
-----------20
21
Bouwhuis, H. (2020), Verhuizing van VDL naar XL Businesspark is megaproject: ‘Behoud werkgelegenheid voor heel Twente’, Tubantia. https://www.tubantia.nl/almelo/verhuizing-van-vdl-naar-xl-businesspark-is-megaprojectbehoud-werkgelegenheid-voor-heel-twente~a0f2bd8d/.
Antràs, P., Garicano, L. and Rossi-Hansberg, E. (2006). Offshoring in a knowledge economy. The Quarterly Journal of Economics, 121(1), pp.31-77.
70
Bedenken en maken: Almelo in balans
hoogopgeleiden wordt de gehele bevolking productiever en groeit de lokale economie in een hoger tempo. De bevolking van Almelo is de afgelopen tien jaar gegroeid, maar minder sterk dan in de rest van Nederland. De netto participatiegraad is gestegen, en in tegenstelling tot de periode 2004-2014 komt dit nu door een daadwerkelijke toename in werkenden, vooral onder jongeren. De beroepsbevolking is in Almelo relatief sterk gegroeid, met een toename van zowel jongeren als ouderen, terwijl het aandeel 25-45-jarigen is afgenomen. Ook vrouwen hebben een inhaalslag gemaakt op de arbeidsmarkt, en de werkloosheid, met name onder jongeren, is sterk gedaald, zonder dat de bereikbaarheid van werk hierin een bepalende factor lijkt te zijn geweest. Weliswaar zijn er in Almelo zelf relatief veel banen, maar het totale aantal banen dat voor de inwoners van Almelo binnen acceptabele tijd te bereiken is, blijft ruim benedengemiddeld. Hoewel bevolkings- en banengroei vaak hand-in-hand gaan, bleef de bevolkingsgroei in Almelo achter waardoor de werkgelegenheidsgraad in de afgelopen tien jaar is toegenomen. Dit uit zich onder andere in een grote inkomende pendelstroom: meer dan zestig procent van het werk in Almelo wordt uitgevoerd door mensen die niet in Almelo wonen. Deze mensen wonen vaak in Hengelo en Enschede, Tubbergen, Twenterand en Wierden.
Vooral voor deze laatste drie gemeenten is Almelo een belangrijke werkgever: meer dan twintig procent van de werknemers uit deze gemeenten werkt in Almelo. Een belangrijke uitdaging voor Almelo ligt op het gebied van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Almelo kent relatief weinig werknemers met een hbo- of wo-diploma, en juist relatief veel jongeren zonder startkwalificatie. De trend in deze cijfers is ook niet gunstiger dan in de rest van het land – dus de positie van de gemeente is in de afgelopen tien jaar niet verbeterd. Daar komt bij dat naar verwachting relatief veel inwoners ‘onder hun niveau’ werken ten opzichte van de rest van het land. Ten eerste kan dat leiden tot verdringing (in het ergste geval naar een uitkering of inactiviteit) en het draagt negatief bij aan de aantrekkelijkheid van Almelo als woongemeente – als jonge mensen in Almelo (het gevoel hebben) geen carrière (te) kunnen opbouwen omdat er weinig geschikt werk is, zullen zij er vaker voor kiezen om bij het kiezen of na het afronden van hun vervolgopleiding de stad te verlaten. Dit wil overigens niet zeggen dat mensen met een mbo-diploma niet belangrijk zijn voor Almelo – het tegendeel is waar. Gegeven het vermoedelijk grote aandeel werk dat geschikt is voor mensen met een mbo-diploma zullen deze mensen in de komende jaren hard nodig
71
Bedenken en maken: Almelo in balans
zijn. Echter, tijdens de sessie met medewerkers van de gemeente werd ook wel geopperd dat ‘knappe koppen’ gegeven het type werk dat er in Almelo is minder belangrijk zijn. Voor economische groei op de lange termijn gaat deze bewering over het algemeen niet op.
Woonaantrekkelijkheid, leefbaarheid en sociale achterstanden De aantrekkingskracht van Almelo op verhuizende huishoudens (“woonaantrekkelijkheid”) is benedengemiddeld. De woonaantrekkelijkheid is de afgelopen tien jaar wel gestegen, voornamelijk op het gebied van veiligheid. Echter, juist op die dimensie lijkt Almelo op een kantelpunt te staan. Zo is sinds de coronapandemie het aantal overlastmeldingen, vernielingen en diefstallen gestegen, en nam de ervaren onveiligheid ook toe. Voor de terreinen met ‘harde’ cijfers (het aantal misdrijven) zijn de cijfers minder vertraagd dan voor de terreinen met ‘zachte’ cijfers (ervaren onveiligheid). En juist in deze hardere cijfers laat Almelo een sterkere ontwikkeling zien. De lage score op de woonaantrekkelijkheidsindex van Almelo is terug te zien in vrijwel alle andere onderliggende dimensies. Allereerst is Almelo perifeer gelegen in het land – terwijl baankansen en agglomeratievoordelen een heel belangrijke rol spelen in de verhuisbeslissingen van (jonge) mensen en bedrijven. Dit is overigens een thema dat grotendeels buiten de reikwijdte van gemeentelijk beleid ligt – en dus niet een thema waar gemeentelijk beleid een verschil in zal kunnen maken. Het voorzieningenniveau biedt wel veel aanknopingspunten voor lokaal beleid.
De (concurrentie)positie van Almelo op het gebied van voorzieningen is in de afgelopen tien jaar namelijk verslechterd. De groei van het aantal horecavoorzieningen en (niet-dagelijkse) winkels blijft namelijk achter bij de ontwikkelingen in Enschede en Hengelo, de benchmarksteden en de rest van het land. En juist deze voorzieningen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op talent (jonge mensen met een hbo- of wo-opleiding), waarvan we hierboven al benoemden dat het zo belangrijk is voor de toekomstige ontwikkeling van de stad. Dat er in de stad voorzieningen gemist worden bleek ook uit verschillende geluiden tijdens de verdiepende sessie. Verschillende medewerkers gaven aan geluiden gehoord te hebben van jongeren die niet graag uitgaan in Almelo, of vinden dat het aanbod niet bij hen past. Wij achten het waarschijnlijk dat het voorzieningenniveau in Almelo, en de aansluiting daarvan bij de wensen van jonge mensen, als push-factor een rol kan spelen bij de vestigingsplaatsbeslissingen van deze mensen. En wanneer jongeren de gemeente eenmaal verlaten hebben voor studie of werk is het over het algemeen lastig om ze weer te verleiden
72
Bedenken en maken: Almelo in balans
om terug te komen – zeker wanneer er huizen, partners en kinderen in het spel zijn gekomen. De leefbaarheid heeft zich in de afgelopen tien jaar positief ontwikkeld, maar niet overal even sterk – en de gebieden waar de ontwikkeling minder gunstig of zelfs negatief was overlappen vaak met de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Het zijn ook vaak deze gebieden die opkleurden als gebieden met hoge MDI-scores in de analyse van Het PON & Telos. Ook op andere vlakken lijkt er een groep mensen te zijn die minder profiteert van de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar. We noemden in de vorige paragraaf al het grote aandeel jongeren zonder startkwalificatie, maar wijzen hier ook op het gestegen aandeel mensen met problematische schulden en het nog altijd grotere aandeel mensen dat van een uitkering afhankelijk is en/of een laag inkomen heeft. Uit het parallelle onderzoekstraject van Het PON & Telos bleek verder dat er in Almelo relatief veel onderadvisering en energiearmoede voorkomt en dat er relatief veel mensen met gezondheidsproblemen zijn. Daarmee tekent zich een uitdaging af voor Almelo op sociaal vlak. Hoe kunnen deze mensen ook profiteren van de positieve ontwikkelingen in de stad – of kan voorkomen worden dat zij en hun buurten (sterker) afglijden als het straks misschien economisch tegenzit?
Richting een aantrekkelijke(re) stad in balans Samengevat licht dit onderzoek drie belangrijke kenmerken en ontwikkelingen uit die zich de afgelopen tien jaar hebben voltrokken in Almelo – en zonder gewijzigd beleid en externe schokken niet zomaar zullen veranderen. De economie is gegroeid richting een in Hightech gespecialiseerde economie, die sterk leunt op werknemers van buiten de gemeente. De ontwikkeling van het aandeel hooggeschoolde banen blijft echter achter, waardoor het de vraag is of in Almelo sprake is van een concurrentiepositie op gebied van hightech. De woonaantrekkelijkheid van Almelo blijft achter bij de rest van het land en is de afgelopen tien jaar vooral door positieve ontwikkelingen op het gebied van veiligheid gestegen. Die positieve ontwikkeling lijkt over zijn hoogtepunt heen. Het voorzieningenniveau is achtergebleven bij de ontwikkelingen in Hengelo en Enschede, de benchmarksteden en de rest van het land. De ongunstige ligging ten opzichte van de rest van het land uit zich in een lage baanbereikbaarheid – een kenmerk waar gemeentelijk beleid overigens weinig invloed op heeft.
73
Bedenken en maken: Almelo in balans
Er is een relatief grote groep mensen die achterblijft – zowel ten opzichte van het landelijk gemiddelde als ten opzichte van de rest van de stad. Er zijn in Almelo relatief veel jongeren zonder startkwalificatie, het aandeel mensen met problematische schulden is groter dan gemiddeld en in de afgelopen tien jaar toegenomen Wat dat betreft staat Almelo op een belangrijk kruispunt. Er zijn veel 15-24-jarigen die bezig zijn met hun eerste stappen op de arbeidsmarkt of zich oriënteren op hun toekomst. In algemene zin is bekend dat juist deze jonge mensen relatief mobiel zijn – voor een studie of eerste baan zijn veel mensen bereid te verhuizen, maar wanneer zij eenmaal banen, huizen en gezinnen hebben zullen ze de plek waar ze wonen niet zo snel meer verlaten. Het beleid dat Almelo in de komende jaren voert heeft dus invloed op hoe de beroepsbevolking in Almelo er in de nabije toekomst uit gaat zien. Een beleid dat er op gericht is om een aantrekkelijke(re) stad in balans te worden kan helpen om deze groep mensen aan de stad te binden en de (economische) positie van Almelo op de langere termijn te versterken. Zo’n beleid speelt in op de juiste economische sectoren, bindt talentvolle mensen aan de stad door het woon- en leefklimaat in de stad te versterken en helpt mensen die het niet op eigen kracht redden om het beste uit henzelf te halen.
74
Bedenken en maken: Almelo in balans
Bijlage 1: Sectorindeling Voor dit onderzoek heeft Atlas Research op basis van het LISA vestigingsregister een sectorindeling gemaakt. Tussen haakjes staat per sector het gemiddelde aandeel banen van die sector in de laatste vijf jaar (2019 t/m 2023) in Almelo weergegeven. Dit is een door Atlas Research vaker gehanteerde sectorindeling op basis van een indeling van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), met als doel een balans tussen differentiatie en overzichtelijkheid. De meeste sectoren komen grotendeels overeen met 2-digits SBI-sectoren (hierna: afdelingen), maar in sommige gevallen is dit toegespitst op de lokale structuur van de economie in (de regio) Almelo door verder in- of juist uit te zoomen bij bepaalde sectoren. De sectoren staan geordend op de omvang in gemeente Almelo. 1.
Hightech (14,4%). Dit is de ‘topsector’ High-tech systemen en materialen (HTSM). Deze sector bestaat uit het gros van de subsectoren van de volgende sectoren: a.
Metaalindustrie (afdeling 24 en 25 (vervaardiging van metalen, producten van metaal) en 33.11 (Reparatie van producten van metaal)
b.
Vervaardiging van machines en apparaten (afdeling 26 t/m 28, 33 (Vervaardiging van computers, optische apparatuur, elektrische apparatuur, overige machines en apparaten, Reparatie en installatie van machines en apparaten) en 32.50 (Vervaardiging van medische instrumenten en hulpmiddelen))
c.
Vervaardiging van transportmiddelen (afdeling 29, 30 (Vervaardiging van auto's, aanhangwagens en opleggers, overige transportmiddelen))
d.
Overige sectoren (62.01 Ontwikkelen, produceren en uitgeven van software, 72.19.2 Technisch speur- en ontwikkelingswerk, 71.12 Ingenieurs en overig technisch ontwerp en advies, 71.20.2 Keuring en controle van machines, apparaten en materialen)
2.
Welzijnszorg (11,7%). Dit correspondeert met banen van afdelingen 87 en 88, onder meer verpleeghuizen, thuiszorg, kinderopvang en maatschappelijk werk.
3.
Overheid, onderwijs (10,5%). Onder overheid valt afdeling 84: openbaar bestuur en rechtspraak (o.a. politie, brandweer, defensie). Onder onderwijs valt bijna het gehele onderwijsstelsel (afdeling 85): middelbaar en hoger onderwijs, basisonderwijs, speciaal onderwijs maar ook banen gerelateerd aan studiebegeleiding e.d. We tellen surf- en dansscholen en dergelijke hier echter niet mee, maar bij Overige consumentendiensten (sector 9 in deze lijst).
75
Bedenken en maken: Almelo in balans
4.
Detailhandel en reparatie (10,3%). Hier valt de gehele detailhandel onder, inclusief detailhandel via internet (afdeling 47) en reparaties van computers en consumentenartikelen (afdeling 95) – oftewel alle reparaties die niet met machines en apparaten te maken hebben (afdeling 33). Ook hebben we hier de ‘Handel in en reparatie van personenauto's en bedrijfsauto's’ (sbi-code 45112) aan toegevoegd vanwege het B2C karakter.
5.
Gezondheidszorg (7,9%). Dit zijn afdelingen 75 en 86 en zijn alle banen in zowel de publieke- als de private zorg, exclusief welzijnszorg. Denk aan ziekenhuizen, huisartspraktijken, psychologen e.d., maar ook bijvoorbeeld samenwerkingsorganen op het gebied van gezondheidzorg (sbi-code 86929).
6.
Groothandel (7,8%). Hier vallen alle groothandelaren onder (afdelingen 45 en 46). Dit is onafhankelijk van de soort business en varieert van auto’s, eten en drinken, kleding en elektronische apparatuur. De ‘Handel in en reparatie van personenauto's en bedrijfsauto's’ (sbi-code 45112) omvat relatief veel banen in de regio van dit onderzoek (ca. 500 op bijna 140 vestigingen) en hebben we in plaats van hier toegevoegd aan de sector “Detailhandel en reparatie” vanwege het B2C karakter. Vrijwel alle banen van Groothandel nemen verder namelijk de B2B-vorm aan.
7.
Bouw (6,3%). De bouw correspondeert vrijwel volledig met afdelingen 35, 36, 41, 42 en 43 (grond-, water-, wegen-, algemene- en gespecialiseerde bouw), exclusief projectontwikkeling (sbi-code 4110). Er zijn echter geen banen in de winning en distributie van water (sbi-code 3600) in Almelo.
8.
Advisering en onderzoek (5,0%). Hier vallen de afdelingen 69, 70, 71, 72 en 73 voor. Dit zijn onder meer banen met betrekking tot accountancy, architecten, speur- en ontwikkelingswerk maar ook reclame- en marktonderzoek. Ingenieurs, en het technisch speur- en ontwikkelingswerk zijn ondergebracht in sector ‘Hightech’ en vallen niet onder deze sector.
9.
Overige consumentendiensten (4,7%). Hier vallen banen onder die raken aan kunst (afdeling 90), loterijen, sport en recreatie, levensbeschouwelijk en politieke organisaties (afdelingen 92 t/m 94), culturele uitleencentra, musea, dierentuin, bibliotheken (afdeling 91), maar ook bv. wasserijen en afvalwater- en behandeling (afdeling 37-39). Hieraan voegen we ook zeil- en surfscholen (85511), dansscholen (85221), kunstzinnige vorming van amateurs (85522), auto-en motorrijscholen (8553) en overig sport- en recreatieonderwijs (85519) toe. Die banen zouden anders bij onderwijs meegeteld worden (want afdeling 85). Ook bioscopen (5914) worden hierin meegenomen.
76
Bedenken en maken: Almelo in balans
10. Overige zakelijke dienstverlening (4,2%). Hier vallen de afdelingen 74, 77, 80, 81 en 82 onder en worden banen met betrekking tot onder andere beveiliging, facility, callcenters, maar ook fotografie, architecten, vertalers, etc. meegeteld. 11.
Overige industrie (3,0%). Hier vallen de afdelingen 8, 9, 16, 17, 23, 24, 31, 32 onder met onder meer banen die raken aan de bewerking van hout en meubels, maar ook sociale werkvoorzieningen en interieurbouw.
12. Horeca (3,0%). Onder horeca vallen de afdelingen logiesverstrekking (afdeling 55) en eet- en drinkgelegenheden (afdeling 56) in zijn geheel. 13. Logistiek (2,2%). Het vervoer (transport) en logistiek komt volledig overeen met de afdelingen 49 t/m 53 (vervoer over land/water/lucht, de opslag en dienstverlening daarvan en post en koeriers). Afdeling 79 (“reisbemiddeling, reisorganisatie en informatieverstrekking toerisme”) nemen we mee onder vrijetijdseconomie in plaats van bij deze sector. 14. Metaalindustrie (non-hightech; 2,0%). Dit is afdeling 25, de vervaardiging van producten van metaal, voor zover deze niet onder de sector Hightech valt. 15. Voedingsmiddelenindustrie (1,7%). Deze banen vallen onder afdelingen 10 en 11, de vervaardiging van voedingsmiddelen en van dranken. De tabaksindustrie (afdeling 12) wordt hier ook geteld, maar gemeente Almelo heeft slechts een handvol banen hierin (als aparte sector meenemen is dus niet zinvol). 16. ICT en media (1,3%). Onder ICT vallen afdelingen 61 (telecommunicatie), 62 (dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie) en 63 (dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatie) onder – voor zover deze nog niet onder de sector ‘Hightech’ vallen. Wat betreft software nemen we uitgeverijen van software (5829) op. Ook databanken (58120) tellen we mee bij ICT.
Wat betreft media zouden we de afdelingen drukkerijen (18), uitgeverijen (58) en de productie en uitgifte van films, tv en radio (afdelingen 59 en 60) als aparte sector op kunnen nemen, in plaats van dat we dit onder ICT laten vallen. Ook zijn bioscopen (5914) hieruit gehaald en aan Overige consumentendiensten (sector 9) toegevoegd. 17. Bank- en verzekeringswezen (0,9%). Hier vallen de afdelingen 64-66 volledig onder: alle financiële instellingen, verzekerings- en pensioenfondsen en overige financiële dienstverlening. 18. Onroerend goed (0,8%). Dit is de verhuur van en handel in onroerend goed (afdeling 68) plus projectontwikkeling (sbi-code 4110) 19. Landbouw (0,8%). Naast landbouw (afdeling 1) ook bosbouw (afdeling 2) en visserij (afdeling 3), plus landschapsverzorging (sbi-code 8310).
77
Bedenken en maken: Almelo in balans
20. Chemie (0,7%). Hier worden banen met betrekking tot de vervaardiging van chemische producten (afdeling 20), de vervaardiging van producten van rubber en kunststof (afdeling 22) en de vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten (afdeling 21) meegenomen – voor zover deze nog geen onderdeel vormen van de sector Hightech. Conceptueel valt de vervaardiging van cokesovenproducten en aardolieverwerking (afdeling 19) en sbi-code 2446 (smelten en raffineren van uranium) hier ook onder, maar gemeente Almelo heeft er geen banen in. 21. Kledingindustrie (0,3%). Hier vallen de afdelingen 13, 14, 15 onder met onder meer de vervaardiging van textiel, kleding, leer en schoenen. 22. Uitzendbureaus (0,2%). Dit komt volledig overeen met afdeling 78, arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer. Ons voorstel is om deze sector bij een andere sector te voegen, want er zijn (gemiddeld in de laatste vijf jaar) slechts 90 banen in gemeente Almelo. 23. Overige elektro-industrie (non-hightech; 0,2%). De volledige afdelingen 27 en 32, die corresponderen met de vervaardiging van elektrische apparatuur en de vervaardiging van overige goederen, tellen hier mee. Afdeling 33 (reparatie en installatie van machines en apparaten) wordt deels meegenomen, hier tellen alleen banen mee die raken aan (de reparatie en installatie van) elektrische apparatuur e.d. 24.
Overige transportmiddelen industrie (0,1%). Hier vallen de afdelingen 29 tot en met 33 onder – voor zover deze nog geen onderdeel zijn van de sector Hightech. 25. Delfstoffenwinning (0%). Dit is de winning van aardolie en aardgas, overige delfstoffen en de dienstverlening daarvan (afdelingen 6, 8 en 9). Er zijn geen banen in Almelo in deze sector.
78
Bedenken en maken: Almelo in balans
Bijlage 2: Aanvullende figuren Figuur B1
Aandeel 25-45-jarigen in de beroepsbevolking naar benchmarkregio (in %)
Figuur B2 Aandeel 45-75-jarigen in de beroepsbevolking naar benchmarkregio (in %)
79
Bedenken en maken: Almelo in balans
Figuur B3 Aandeel mensen met een HBO- of WO-diploma in de beroepsbevolking naar benchmarkregio (in %)
80