CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2026-2029 - bijlage 3 - Atlas Reserach - Bedenken en maken

Raad 10 juli 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Perspectiefnota 2026-202915.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bedenken en maken: Almelo in balans Richting een aantrekkelijke(re) stad in balans

Francine Burema Aron Joosse Marten Middeldorp

mei 2025

Bedenken en maken: Almelo in balans

Colofon Atlas Research Capital C, 4e etage Weesperplein 4a 1018 XA Amsterdam 020 2371400 info@atlasresearch.nl www.atlasresearch.nl © Atlas research, Amsterdam, 2024

2

Bedenken en maken: Almelo in balans

3

Bedenken en maken: Almelo in balans

Inhoud Samenvatting en conclusies

6

1

Inleiding en achtergrond

9

1.1 Achtergrond

9

1.2 Analysekader

10

1.3 Benchmark- en sectorkeuzes

12

1.4 Leeswijzer

13

Verkenning

14

2 Economie en arbeidsmarkt

16

2.1 Arbeidsmarkt

16

2.2 Economie

26

3 Human Capital

34

3.1 Aansluiting arbeidsmarkt

34

3.2 Opleidingskansen

42

4 Woonaantrekkelijkheid en leefbaarheid

49

4.1 Woonaantrekkelijkheid

49

4.2 Leefbaarheid

61

Synthese

68

Bijlage 1: Sectorindeling

75

Bijlage 2: Aanvullende figuren

79

4

Bedenken en maken: Almelo in balans

5

Bedenken en maken: Almelo in balans

Samenvatting en conclusies Dit onderzoek komt circa tien jaar na een vergelijkbaar onderzoek onder de naam ‘Stadsfoto’. In de afgelopen tien jaar is veel veranderd. Tien jaar geleden kroop de economie uit een diep dal – en sindsdien is het eigenlijk alleen maar economisch hoogtij geweest. Dat is terug te zien in de economische ontwikkeling van Almelo. Dit onderzoek bouwt sterk op het analysemodel van de aantrekkelijke stad, ontwikkeld door Gerard Marlet – oprichter van Atlas Research. In dat model zijn de agglomeratiekracht en het lokale woon- en leefklimaat gelijkwaardige voorwaarden voor groei. De banengroei in Almelo in de afgelopen tien jaar is vooral te terug te leiden op de hightech-sector, die zowel in absolute als relatieve zin flink is gegroeid. De sector was verantwoordelijk voor 40% procent van de totale banengroei in de gemeente en groeide gemiddeld bijna twee procent per jaar sneller dan in de rest van het land. Almelo was al gespecialiseerd in de sector en is dat in de afgelopen tien jaar nog meer geworden. Hoewel bevolkings- en banengroei vaak hand-in-hand gaan, bleef de bevolkingsgroei in Almelo achter waardoor de werkgelegenheidsgraad in de afgelopen tien jaar is toegenomen. Dit uit zich onder andere in een grote inkomende pendelstroom: meer dan zestig procent van het werk in Almelo wordt uitgevoerd door mensen die niet in Almelo wonen.

Deze mensen wonen vaak in Hengelo en Enschede, Tubbergen, Twenterand en Wierden. De bevolking van Almelo is de afgelopen tien jaar gegroeid, maar minder sterk dan in de rest van Nederland. De netto participatiegraad is gestegen, en in tegenstelling tot de periode 2004-2014 komt dit nu door een daadwerkelijke toename in werkenden, vooral onder jongeren. De beroepsbevolking is in Almelo relatief sterk gegroeid, met een toename van zowel jongeren als ouderen, terwijl het aandeel 25-45-jarigen is afgenomen. Ook vrouwen hebben een inhaalslag gemaakt op de arbeidsmarkt, en de werkloosheid, met name onder jongeren, is sterk gedaald. Een belangrijke uitdaging voor Almelo ligt op het gebied van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Almelo kent relatief weinig werknemers met een hbo- of wo-diploma, en juist relatief veel jongeren zonder startkwalificatie. De trend in deze cijfers is ook niet gunstiger dan in de rest van het land – dus de positie van de gemeente is in de afgelopen tien jaar niet verbeterd.

6

Bedenken en maken: Almelo in balans

De woonaantrekkelijkheid van Almelo blijft achter bij de rest van het land en is de afgelopen tien jaar vooral door positieve ontwikkelingen op het gebied van veiligheid gestegen. Die positieve ontwikkeling lijkt over zijn hoogtepunt heen. Het voorzieningenniveau is achtergebleven bij de ontwikkelingen in de rest van het land. De ongunstige ligging ten opzichte van de rest van het land uit zich in een lage baanbereikbaarheid – een kenmerk waar gemeentelijk beleid overigens weinig invloed op heeft. Daarmee biedt vooral het (achtergebleven) voorzieningenniveau aanknopingspunten voor beleid. De ontwikkeling van het aantal horecavoorzieningen en (niet-dagelijkse) winkels blijft namelijk achter. Juist deze voorzieningen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op talent – dat weer belangrijk is voor de toekomstige ontwikkeling van de stad. Niet iedereen profiteert van de sterke economische ontwikkeling. Hoewel de werkloosheid in Almelo flink is afgenomen, is het aandeel mensen met problematische schulden gestegen en wonen er nog altijd veel mensen met een laag inkomen in Almelo. Ook zijn de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat vaak ook de gebieden met een ongunstigere ontwikkeling in de afgelopen tien jaar.

Een beleid dat er op gericht is om een aantrekkelijke(re) stad in balans te worden kan helpen om het relatief grote aandeel jonge mensen dat momenteel in Almelo woont aan de stad te binden en de (economische) positie van Almelo op de langere termijn te versterken. Zo’n beleid speelt in op de juiste economische sectoren, bindt talentvolle mensen aan de stad door het woon- en leefklimaat in de stad te versterken en helpt mensen die het niet op eigen kracht redden om het beste uit henzelf te halen.

7

Bedenken en maken: Almelo in balans

8

Bedenken en maken: Almelo in balans

1 Inleiding en achtergrond Gemeente Almelo wil weten waar de uitdagingen en kansen op een brede waaier aan terreinen liggen. Dit vanuit de gedachte dat Almelo zich (meer) wil ontwikkelen naar een stad ‘in balans’ - een aantrekkelijke stad met een goed woonmilieu, voorzieningen en ontwikkelkansen voor iedereen. Dit onderzoek brengt uitdagingen en kansen in beeld op het gebied van economie, arbeidsmarkt, leefbaarheid en woonaantrekkelijkheid.

1.1

Achtergrond

Tien jaar geleden deed Atlas Research (toen nog Atlas voor gemeenten) onder de naam ‘Stadsfoto’ een vergelijkbaar onderzoek dat als doel had om niet alleen de staat en ontwikkeling van de gemeente in kaart te brengen, maar deze ook te verklaren en in breder perspectief te plaatsen. Een belangrijke conclusie uit dat onderzoek was dat de netto arbeidsparticipatie, als graadmeter voor de deelname aan en binding met de arbeidsmarkt van de lokale bevolking, was toegenomen en dat deze toename sterker was dan gemiddeld in andere Nederlandse steden. Een belangrijke verklaring voor deze toename kon echter gevonden worden in de afname van de potentiële beroepsbevolking: de participatiegraad nam dus niet zozeer toe omdat het aantal werkenden sneller groeide dan in de rest van het land, maar vooral doordat de beroepsbevolking kromp. Een tweede belangrijke conclusie betrof de aantrekkingskracht van de stad op verhuizende huishoudens. Die was beneden gemiddeld, voornamelijk door het relatief lage aantal bereikbare banen en een beperkt voorzieningenniveau. Het gevolg van deze geringe aantrekkingskracht was dat de bevolking in Almelo kromp, terwijl het inwoneraantal gemiddeld genomen in de Nederlandse steden toenam.

Inmiddels zijn we tien jaar verder en is er behoefte aan een update (en uitbreiding) van het onderzoek om de stand en ontwikkeling van de sterkten en zwakten van Almelo op het gebied van economie, arbeidsmarkt, leefbaarheid en woonaantrekkelijkheid in beeld te brengen. De focus in het huidige onderzoek ligt niet op de vergelijking met alle Nederlandse steden, maar op de verschillen tussen en gelijkenissen met meer vergelijkbare gemeenten. Bovendien is de ambitie van de stadsregio Twente om in 2050 uit te groeien naar de vijfde ‘stad’ van Nederland met 420.000 inwoners. Om deze reden wordt in dit onderzoek Almelo ook in relatie tot Hengelo en Enschede geplaatst.

9

Bedenken en maken: Almelo in balans

De vraag die centraal staat in dit onderzoek is “Wat zijn de sterkten, zwakten en trends op gebied van economie & arbeidsmarkt en leefbaarheid & woonaantrekkelijkheid in Almelo, en welke aanknopingspunten biedt dit voor het ontwikkelen van lokaal beleid gericht op het versterken van de woonaantrekkelijkheid en economie?” Met dit onderzoek willen we een overzicht geven van de staat van de stad Almelo in relatie tot haar daily urban system en vergeleken met steden in het land die gelijksoortige uitdagingen kennen als Almelo. Hierbij focussen we ons op de thema’s leefbaarheid & woonaantrekkelijkheid en arbeidsmarkt & economie.

1.2 Analysekader Steden hebben te maken met kansen en problemen die specifiek zijn voor stedelijke gebieden. Zo biedt een stad over het algemeen meer economische kansen dan een nietverstedelijkt gebied, maar heeft een stad ook vaak te maken met typische stedelijke problemen als sociaaleconomische achterstanden, overlast en onveiligheid.

Figuur 1.1

Analysemodel voor de stad.1

-----------1

Afkomstig uit Marlet, G. (2009). De aantrekkelijke stad. Nijmegen: VOC Uitgevers.

10

Bedenken en maken: Almelo in balans

De groei van steden komt voor een groot deel door het (binnenlands en buitenlands) migratiesaldo. Voor een stad met groeiambities, zoals Almelo, is het dan ook belangrijk om aantrekkelijk te zijn voor huishoudens om naartoe te verhuizen – of niet weg te gaan. Deze aantrekkingskracht is afhankelijk van enerzijds de kwaliteit van de woningen en de mate van overlast en onveiligheid in de woonomgeving. Anderzijds wordt die aantrekkingskracht bepaald door het voorzieningenniveau in de stad, de natuurlijke kwaliteiten en de economische kansen die de regio biedt. Hierbij spelen wisselwerkingen mee tussen de verschillende componenten – zie Figuur 1.1. Een voorbeeld hiervan is de wisselwerking tussen aantrekkingskracht en baanbereikbaarheid. Steden waar mensen graag willen wonen, trekken vaker talentvolle mensen aan. Om deze mensen aan zich te kunnen binden, vestigen bedrijven zich in deze aantrekkelijke regio’s. Waar talentvolle mensen wonen, groeit het aanbod banen. Andersom is het aanbod (bereikbare) banen een belangrijke component in de aantrekkingskracht van een stad: talentvolle mensen willen graag wonen waar ze een grote kans op werk hebben – en waar ze hun carrière verder kunnen brengen door van baan te veranderen. Om deze reden zijn regio’s met veel banen aantrekkelijk.2 Een ander voorbeeld is de wisselwerking tussen werkloosheid en veiligheid.

In steden die een combinatie kennen van enerzijds een economisch kansrijke omgeving en anderzijds een hoge werkloosheid blijken vaker te kampen met overlast en onveiligheid. Niet alleen economische kansen, maar ook de mate waarin men hier gebruik van weet te maken is hier dus van belang. Overlast en onveiligheid maken een regio minder aantrekkelijk - wat weer gevolgen kan hebben voor economische kansen en de aantrekkingskracht op talentvolle mensen. Om aanknopingspunten voor beleid te identificeren om de groeiambitie van Almelo waar te maken, gaat dit onderzoek in op de verschillende aspecten van het analysemodel die samenspelen. De economische kansen en de mate waarin de inwoners van Almelo hier gebruik van weten te maken, zijn in het thema ‘economie en arbeidsmarkt’ opgenomen. Het thema ‘talent en onderwijs’ gaat in op de mate waarin de regio talent weet aan te

-----------2

De baanbereikbaarheid definiëren wij als het aantal bereikbare banen binnen acceptabele reistijd – waarbij we rekening houden met de gemiddelde reistijdwaardering van Nederlandse werknemers. Banen in de eigen en omliggende gemeenten wegen dus zwaarder dan banen waarvoor een langere reistijd nodig is om ze te bereiken. Omdat de ligging in het land in belangrijke mate bepalend is voor de baanbereikbaarheid, en dit grotendeels buiten de invloedssfeer van individuele gemeenten ligt, zal dit onderwerp een beperktere rol spelen in dit onderzoek.

11

Bedenken en maken: Almelo in balans

trekken en de kansen op onderwijs. In ‘woonaantrekkelijkheid en leefbaarheid’ staat de woonomgeving centraal.

1.3 Benchmark- en sectorkeuzes Benchmarks In de Stadsfoto van Almelo in 2014 werd Almelo vergeleken met de 57 Nederlandse centrumsteden. Hieronder valt echter ook een groot aantal Randstedelijke gemeenten, die op veel vlakken een ander karakter hebben dan meer perifeer gelegen steden. Zo hebben deze steden een groot aantal bereikbare banen en voorzieningen beschikbaar door het aanbod in nabijgelegen steden, terwijl perifeer gelegen steden met hun aanbod vaak niet alleen de eigen inwoners bedienen maar ook de inwoners van omringende kleinere steden en dorpen. Om deze reden is gekozen om Almelo in dit onderzoek te vergelijken met een groep meer vergelijkbare gemeenten. Voor de mate van vergelijkbaarheid is gekeken naar onder andere het inwonertal, de rang van het inwonertal binnen de provincie (de eerste / tweede / etc. stad) en de mate van stedelijkheid. Op basis hiervan is, na afstemming met gemeente Almelo, gekozen om de volgende twaalf gemeenten in de groep benchmarkgemeenten op te nemen: Assen, Lelystad, Leeuwarden, Ede, Heerlen, Roermond, Helmond, Bergen op Zoom, Alkmaar, Hoorn, Veenendaal, Vlissingen. Deze steden worden in de rest van het rapport vaak ‘de benchmarksteden’ genoemd. Gezien de nabije ligging en gezamenlijke ambities, wordt hiernaast vergeleken met Enschede en Hengelo in het bijzonder.

Om de positie van Almelo, Hengelo, Enschede en de benchmarksteden in breder perspectief te plaatsen wordt ook een vergelijking gemaakt met alle overige Nederlandse gemeenten.

Sectorindeling Als basis voor de sectorindeling is gekozen voor een indeling die we vaker gebruiken en die sterk lijkt op een sectorindeling van het Planbureau voor de Leefomgeving, met als doel een balans tussen differentiatie en overzichtelijkheid. Gezien de focus van Almelo op bedrijvigheid in de Hightech-sector, is besloten de topsector High Tech Systemen en Materialen als aparte sector mee te nemen. De sectoren uit de basis-indeling die volledig opgaan in de Hightech sector worden los niet meer meegenomen. De sectoren die deels opgaan in de

12

Bedenken en maken: Almelo in balans

Hightech sector krijgen voor het overblijvende deel de suffix ‘(non-Hightech)’. Zie Bijlage 1 voor een volledige lijst van de sectoren en de hieronder vallende SBI-codes.

1.4 Leeswijzer Het rapport is opgedeeld in een verkenning en een synthese. De hoofdstukken 2 tot en met 4 vormen samen de verkenning. Hierin brengen we de staat en ontwikkeling van Almelo in beeld op de thema’s ‘economie en arbeidsmarkt’, ‘talent en onderwijs’ en ‘woonaantrekkelijkheid en leefbaarheid’ in relatie tot de hierboven toegelichte benchmarkgroepen. De afgelopen tien jaar staan hierin centraal: de periode tussen het uitkomen van de Stadsfoto Almelo 2014 en nu. In de Synthese worden deze bevindingen verbonden aan de doelen die Almelo heeft gesteld en worden richtingen voor beleid onderzocht. De Synthese bouwt voort op de Verkenning. In dit deel worden de onderzoeksresultaten in een breder perspectief geplaatst, trekken we conclusies en doen we aanbevelingen. De lezer die in korte tijd de belangrijkste ontwikkelingen, conclusies en aanbevelingen tot zich wil nemen, zou zich kunnen beperken tot het lezen van de Synthese.

13

Bedenken en maken: Almelo in balans

Verkenning

14

Bedenken en maken: Almelo in balans

15

Bedenken en maken: Almelo in balans

2 Economie en arbeidsmarkt De regionale economie en arbeidsmarkt zijn van groot belang voor de aantrekkingskracht van een stad. Steden die in trek zijn bij jonge, economisch kansrijke, huishoudens blijken over het algemeen ook de steden te zijn waar het economisch het beste gaat en de participatiegraad het grootst is.3 Gemeenten streven er over het algemeen dan ook naar om de participatiegraad onder de bevolking te vergroten en de werkloosheid te verlagen. Vanuit economisch belang: hoe meer mensen werken, des te beter voor de economie. Vanuit sociaal belang: werk maakt gelukkig, is de beste weg uit armoede en bevordert de leefbaarheid. Tenslotte is er ook een duidelijk financieel belang: hoe meer mensen werken, hoe lager de uitkeringslasten voor de gemeente – en werkenden dragen bij aan de betaalbaarheid van voorzieningen. Om deze reden kijken we in dit hoofdstuk eerst naar de arbeidsmarkt van Almelo. Hoe is de (potentiële) beroepsbevolking opgebouwd? Hoe ontwikkelt deze zich? Welk deel van de beroepsbevolking participeert op de arbeidsmarkt? Welke economische kansen biedt de regio haar bevolking?

2.1 Arbeidsmarkt In Stadsfoto Almelo 2014 bleek dat de bevolking in Almelo nagenoeg gelijk bleef in tien jaar tijd, terwijl deze in andere steden juist sterk steeg. Figuur 2.1 laat zien dat de afgelopen tien jaar de bevolking in Almelo wel is gegroeid, maar dat deze groei vergelijkbaar is met dat van Enschede en Hengelo en achterblijft bij de rest van Nederland.

-----------3

Marlet, G., Woerkens, C. van (2015). Stadsfoto Almelo. Afdruk 2014. Utrecht: Atlas voor gemeenten.

16

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.1 Bevolkingsontwikkeling naar benchmarkregio (index, 2015 = 100)

Om te bepalen in welke mate inwoners van Almelo participeren op de arbeidsmarkt, is het belangrijk om die mensen te identificeren die mogelijk zouden kunnen participeren; de potentiële beroepsbevolking. Voor gemeenten is vervolgens van belang welke van deze mensen (al dan niet met ondersteuning) werken, wie dit wel zou willen maar geen baan vindt, en wie niet kan of wil werken. Gemeenten zijn namelijk verantwoordelijk voor het inkomen van veel mensen die niet participeren op de arbeidsmarkt. Figuur 2.2 (volgende pagina) geeft de uitsplitsing van de potentiële beroepsbevolking schematisch weer, en welke groepen de klantenkring van de gemeenten vormen.

17

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.2 Een schematische voorstelling van de samenstelling van de potentiële beroepsbevolking

Een hogere arbeidsparticipatie… In de periode 2004-2014 steeg de netto participatiegraad in Almelo, zo bleek uit de Stadsfoto Almelo 2014. Hoewel dit op eerste oogopslag een goede ontwikkeling is, bleek bij nadere verkenning dat deze toename niet werd veroorzaakt door een toename in het aantal werkenden, maar voornamelijk door een afname van de potentiële beroepsbevolking – de bevolking van 15 tot 75 jaar. Het aantal werkenden nam in de periode 2004-2014 ook sterker af dan gemiddeld in Nederlandse steden. Al met al zijn dit ongunstige ontwikkelingen geweest voor Almelo. De vraag is hoe dit in de tien jaar hierna is gelopen. Uit Figuur 2.3 blijkt dat de netto participatiegraad in Almelo ook in de afgelopen tien jaar, sinds het uitkomen van de Stadsfoto, is gestegen – van iets meer dan zestig naar iets meer dan zeventig procent. Bovendien is deze stijging sterker dan in de rest van Nederland. Waar de toename in de eerdere periode vooral werd veroorzaakt door een afname in de potentiele beroepsbevolking, is dit in de afgelopen tien jaar niet het geval geweest. Sinds 2014 is de potentiële beroepsbevolking in Almelo gestegen – zie Figuur 2.4. Deze stijging is

18

Bedenken en maken: Almelo in balans

vergelijkbaar met de stijging in Enschede en Hengelo, maar blijft wel achter bij de benchmarkgemeenten en de rest van Nederland.

Figuur 2.3 De netto participatiegraad naar benchmarkregio (in %)

Figuur 2.4 Potentiële beroepsbevolking naar benchmarkregio (index, 2014 = 100)

19

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.5 Beroepsbevolking naar benchmarkregio (index, 2014 = 100)

De beroepsbevolking is in Almelo echter iets sterker gestegen dan in de vergelijkingsgroepen – zie Figuur 2.5. Dat de beroepsbevolking harder is gestegen dan de potentiële beroepsbevolking, betekent dat in verhouding in Almelo de arbeidsdeelname is toegenomen - een kleiner deel van de potentiële beroepsbevolking kan of wil niet werken (omdat zij arbeidsongeschikt zijn, studeren of om andere redenen niet willen werken).

Figuur 2.6 Werkzame beroepsbevolking naar benchmarkregio (index, 2014 = 100)

20

Bedenken en maken: Almelo in balans

Ook het aantal mensen van 15 tot 75 jaar dat werkzaam is, is in Almelo sterker gestegen dan in de rest van het land – zie Figuur 2.6. Waar de stijging in de netto participatiegraad tussen 2004 en 2014 dus een teken bleek van negatieve ontwikkelingen, is dit in de periode 2014-2023 juist een positieve ontwikkeling.

… in een verjongende én verouderende beroepsbevolking… In Stadsfoto Almelo 2014 bleek dat de samenstelling van de beroepsbevolking samenhangt met de netto participatiegraad. Zo bleken gemeenten die relatief veel inwoners hebben in zowel de hogere (veel ouderen) als de lagere (veel jongeren) leeftijdscategorieën een lagere arbeidsparticipatie te hebben. In Almelo is de afgelopen tien jaar de beroepsbevolking van 25 tot 45 jaar afgenomen, terwijl de beroepsbevolking van 45 tot 75 jaar en van 15 tot 25 jaar juist toenam – zie Figuur 2.7. Deze verandering in samenstelling is groter dan in alle benchmarkregio’s. Zo begon Almelo in 2014 met het kleinste aandeel jongeren van 15 tot 25 jaar in de beroepsbevolking, samen met Enschede en Hengelo het hoogste aandeel 25 tot 45 jarigen en een gemiddeld aandeel 45 tot 75 jarigen – zie Figuur 2.7 en Bijlage 2. Het aandeel jongeren in de beroepsbevolking is in Almelo sterker gestegen dan in de rest van het land, waardoor dit aandeel in 2023 hoger ligt dan in de benchmarksteden en in de overige steden van Nederland – zie Figuur 2.8. Het niveau van het aandeel jongeren in Enschede en Hengelo lag in 2014 zoveel hoger dan in Almelo, dat Almelo wel dichterbij is gekomen maar het aandeel jongeren in Enschede en Hengelo nog steeds hoger ligt.

Met name het aandeel 25 tot 45 jarigen is in Almelo sterk afgenomen in de afgelopen tien jaar ten opzichte van de rest van het land. Waar dit in 2014 nog het hoogste was, is dit aandeel in 2023 ruim lager dan de andere groepen. Het aandeel 45 tot 75 jarigen in de beroepsbevolking ontwikkelt zich in Almelo in lijn met de rest van het land, waarbij het licht is toegenomen ten opzichte van de rest – zie Bijlage 2. Eerder zagen we dat de beroepsbevolking in Almelo sterker is gestegen dan in de rest van het land (Figuur 2.5). Deze stijging heeft zich plaatsgevonden in de leeftijdsgroepen 15 tot 25 jaar en 45 tot 75 jaar, terwijl de beroepsbevolking in de leeftijd 25 tot 45 jaar licht is afgenomen – zie Tabel 2.1. Hoewel het aandeel jongeren in de beroepsbevolking het hardst is gestegen in Almelo, is in absolute aantallen de beroepsbevolking van 45 tot 75 jaar het meest gegroeid. Enschede en Hengelo laten een vergelijkbaar patroon zien, terwijl in de rest van Nederland in alle leeftijdsgroepen de beroepsbevolking is gestegen.

21

Bedenken en maken: Almelo in balans

Hoewel in Stadsfoto Almelo 2014 dus bleek dat de combinatie van een jongere én oudere beroepsbevolking samenhangt met een lagere netto arbeidsparticipatie, gaat dit voor Almelo niet op. Hier is de afgelopen tien jaar het aandeel jongeren en ouderen in de beroepsbevolking gestegen, maar is de netto participatiegraad relatief hard gegroeid.

Figuur 2.7 Ontwikkeling van de beroepsbevolking naar leeftijdsgroep in Almelo (in %)

Figuur 2.8 Aandeel 15-25-jarigen in de beroepsbevolking naar benchmarkregio (in %)

22

Bedenken en maken: Almelo in balans

Tabel 2.1

Bevolkingsontwikkeling naar leeftijdscategorie tussen 2014 en 2023 (afgerond op hondertallen)

Regio

Leeftijd

2014

2023

Toe-/afname (%)

Almelo

15 tot 25 jaar

6.000 (16%)

7.900 (19%)

+ 31%

Almelo

25 tot 45 jaar

15.800 (43%)

15.700 (38%)

- 1%

Almelo

45 tot 75 jaar

15.000 (41%)

17.400 (42%)

+ 17%

Enschede en Hengelo

15 tot 25 jaar

25.000 (19%)

30.000 (20%)

+ 20%

Enschede en Hengelo

25 tot 45 jaar

55.400 (43%)

54.900 (39%)

- 1%

Enschede en Hengelo

45 tot 75 jaar

48.300 (38%)

54.600 (39%)

+ 13%

Benchmarksteden

15 tot 25 jaar

89.300 (17%)

102.500 (18%)

+ 15%

Benchmarksteden

25 tot 45 jaar

219.100 (42%)

227.700 (40%)

+ 4%

Benchmarksteden

45 tot 75 jaar

211.400 (41%)

237.900 (42%)

+ 13%

overig Nederland

15 tot 25 jaar

1.468.500 (17%)

1.685.300 (18%)

+ 15%

overig Nederland

25 tot 45 jaar

3.527.100 (41%)

3.762.900 (40%)

+ 7%

overig Nederland

45 tot 75 jaar

3.521.500 (41%)

3.980.900 (42%)

+ 13%

… waar met name meer jongeren werken… Zowel de volledige als de werkzame beroepsbevolking zijn in de afgelopen tien jaar gestegen. De verhouding hiertussen blijkt uit het werkloosheidspercentage; het aandeel werklozen in de beroepsbevolking. In Nederland is het werkloosheidspercentage de afgelopen tien jaar sterk gedaald, waarbij de daling in Almelo het grootst is geweest – zie Figuur 2.9. De jeugdwerkloosheid – de werkloosheid onder 15 tot 25 jarigen – is over het algemeen groter dan de werkloosheid onder de gehele beroepsbevolking. Ook hier is een sterke daling te zien over dezelfde periode voor alle vergeleken groepen, en wederom is de daling in Almelo sterker dan in de rest van het land – zie Figuur 2.10. Waar in 2014 de jeugdwerkloosheid in Almelo nog het hoogst is van alle vergelijkingsgroepen, is dit in 2023 juist het kleinst. Kortom, een groter aandeel van de beroepsbevolking heeft een baan en met name onder jongeren is deze toename het grootst. En in Almelo is dit aandeel (jongeren) met een baan sterker gestegen dan in de rest van het land.

23

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.9 Werkloosheidspercentage naar benchmarkregio (in % van de beroepsbevolking)

Figuur 2.10 Aandeel werkloze beroepsbevolking 15-25 jaar naar benchmarkregio (in % van de beroepsbevolking 15-25 jaar)

… en vrouwen een inhaalslag maken op de arbeidsmarkt… Vrouwen werken, om verschillende redenen, minder vaak dan mannen – en in Almelo was de arbeidsparticipatie van vrouwen bijzonder laag. Nog steeds werkt in vergelijking met de rest van het land een relatief klein aandeel van de Almelose vrouwen – zie Figuur 2.11. Het

24

Bedenken en maken: Almelo in balans

aandeel vrouwen dat werkt is in Almelo echter sterker gestegen. Hierdoor is het gat tussen Almelo en de rest van de Nederlandse gemeenten in de afgelopen tien jaar kleiner geworden, hoewel nog steeds geldt dat de netto arbeidsparticipatie onder vrouwen in Almelo lager is dan in de rest van Nederland.

Figuur 2.11 Netto participatiegraad vrouwen naar benchmarkregio (in %)

… doordat het aanbod banen in lijn met de beroepsbevolking is gegroeid Hoe komt het dat een groter deel van de beroepsbevolking werkt? Een mogelijke verklaring kan een stijging in het aantal banen ten opzichte van de beroepsbevolking zijn. De beschikbaarheid van banen, en specifiek voor hoger opgeleiden, hangt samen met een hogere arbeidsparticipatie. Als er meer banen beschikbaar zijn, is het gemakkelijker voor mensen die dat willen om werk te vinden. De afgelopen tien jaar is het aantal bereikbare banen relatief constant gebleven in Almelo – zie Figuur 2.12. Tot en met 2019 was er sprake van een lichte groei, waarna tussen 2020 en 2021 een dip te zien is die samenhangt met de verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen naar 100 km/u. In dezelfde reistijd zijn hierdoor dus minder banen te bereiken en de baanbereikbaarheid sindsdien weer licht toeneemt. Ook de vergelijkingsgroepen laten deze trends zien, al is het effect van de verandering in maximumsnelheid in de benchmarksteden en de rest van Nederland groter dan in Almelo, Enschede en Hengelo. Een toename

25

Bedenken en maken: Almelo in balans

in de hoeveelheid bereikbare banen lijkt dus niet de reden te zijn voor de groei in de werkzame beroepsbevolking.

Figuur 2.12 Aantal bereikbare banen tijdens de spits naar benchmarkregio (x 1.000)

2.2 Economie Almelo telt veel banen per inwoner… In Almelo is het aantal banen ten opzichte van de beroepsbevolking, de zogenoemde werkgelegenheidsgraad, groter dan elders in Nederland en in de periode 2014-2023 vrijwel gelijk gebleven – zie Figuur 2.13. De werkgelegenheidsgraad is in Almelo relatief hoog ten opzichte van de rest van het land. Dit kan een indicatie zijn dat Almelo een centrumfunctie in de regio heeft, maar kan ook betekenen dat bedrijven zich weliswaar graag in Almelo vestigen, maar voor hun personeel meer afhankelijk zijn van de beroepsbevolking in de wijdere omgeving. In Enschede en Hengelo, de benchmarksteden en de rest van het land groeit de werkgelegenheidsgraad ook al vóór 2021. In Almelo wordt vooral in de laatste jaren een sterk stijgende lijn ingezet – zie Figuur 2.14. De komst van VDL naar bedrijvenpark Bornsestraat en het gereedkomen van bedrijvenpark XL 1 in 2021 lijken de gemeente een werkgelegenheidsboost te hebben gegeven.

26

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.13 Aantal banen per hoofd van de beroepsbevolking (werkgelegenheidsgraad) naar benchmarkregio

Figuur 2.14 Aantal banen naar benchmarkregio (index, 2014 = 100)

.. vanwege een gunstige sectorstructuur… Figuren 2.15 en 2.16 werpen meer licht op de dynamiek in de werkgelegenheid. Elke figuur laat zien in welke sectoren Almelo (Figuur 2.15) en Enschede en Hengelo (Figuur 2.16) gespecialiseerd zijn, en in hoeverre het aantal arbeidsplaatsen in die sectoren sterker steeg dan het gemiddelde in Nederland in de periode 2014-2023. Op de horizontale as is de

27

Bedenken en maken: Almelo in balans

specialisatie weergegeven als de relatieve grootte in het aantal banen ten opzichte van de relatieve omvang van de landelijke bedrijfstak. Op de verticale as is de groei als het absolute verschil tussen de (relatieve) groei van het aantal banen tussen 2014 en 2023 in een sector en de landelijke ontwikkeling in diezelfde sector weergegeven. De ondergrens om opgenomen te worden is 100 banen per sector. Sectoren met een groei of een afname ten opzichte van het aantal banen van meer dan vijf procent zijn ten behoeve van de leesbaarheid van de figuren op vijf procent gezet. Tussen haakjes is in deze gevallen de daadwerkelijke waarde weergegeven. De grootte van de bol staat voor het aantal arbeidsplaatsen en de kleur correspondeert met de bedrijfstak. Sectoren in het kwadrant rechtsboven zijn de stuwende sectoren van de lokale economie (in deze sectoren is de regio gespecialiseerd en er is sprake van bovengemiddelde groei van de werkgelegenheid) en sectoren linksboven zijn ‘opkomende’ sectoren (er is weliswaar sprake van sterke groei, maar de sector is nog niet bovengemiddeld sterk aanwezig in de regio). Sectoren rechtsonder lijken over hun top en zijn potentiële ‘probleem’-sectoren (de regio is gespecialiseerd in de sector, maar de werkgelegenheid groeit minder hard dan in de rest van het land).

Almelo is gespecialiseerd in Hightech en de sector groeit bovendien bovengemiddeld hard in Almelo ten opzichte van de groei in de rest van het land – zie Figuur 2.15. Ook in de Machine-industrie (dat deel dat niet onder Hightech valt) is Almelo sterk gespecialiseerd en is de groei bovengemiddeld sterk. Het gaat hier echter wel om een kleinere sector. Veel van de werkgelegenheid in deze sectoren is ontstaan in de postcodes 7601 en 7609, wat overeen komt met het gereedkomen van bedrijventerreinen Bornsestraat en XL 1. Ook de Bouw en de Groothandel zijn sectoren die voor Almelo in het meest gunstige kwadrant vallen – die van bovengemiddelde groei en specialisatie. De onroerend goed-sector groeit eveneens hard in Almelo, al is de regio hier niet in gespecialiseerd. Tot slot is een aantal sectoren belangrijk voor Almelo doordat het om grote sectoren gaat, ook al is de regio er niet in gespecialiseerd en groeit de sector niet bijzonder hard in de regio, zoals de Detailhandel en reparatie en de Gezondheidszorg. De figuur laat een sterke specialisatie zien in Almelo in de Hightech en Machine-industrie. Dit is een heel ander beeld dan bijvoorbeeld in Hengelo en Enschede. Deze regio’s zijn in meer sectoren in een mindere mate gespecialiseerd, en meerdere sectoren groeien in de regio bovengemiddeld hard – zie Figuur 2.16. Voor deze regio zijn het de Onroerend goed,

28

Bedenken en maken: Almelo in balans

Overige zakelijke dienstverlening en de Elektro-industrie (non-hightech) die in het kwadrant van specialisatie en bovengemiddelde groei vallen. Een risico van een sterke specialisatie is dat de regio gevoeliger wordt voor sectorspecifieke (conjunctuur)schokken.4 Wanneer het niet goed gaat met de sector waar de regio in is gespecialiseerd, dan zal dit direct merkbaar zijn in de werkgelegenheid en naar verwachting resulteren in een snel oplopende werkloosheid.

Figuur 2.15 Portfoliografiek voor de regio Almelo (specialisatie v.s. absoluut verschil in groei banen in de sector t.o.v. het landelijk gemiddelde)

-----------4

Denk bijvoorbeeld aan het plotseling opleggen van een importtarief op een specifieke productgroep, of het instorten van de vraag naar vakanties en vliegreizen door COVID-19.

29

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.16 Portfoliografiek voor de regio Enschede en Hengelo (specialisatie v.s. absoluut verschil in groei banen in de sector t.o.v. het landelijk gemiddelde)

30

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 2.17 Bijdrage van sectoren aan de werkgelegenheidsgroei in Almelo tussen 2014 en 2023 (in %)

Het zijn in Almelo voornamelijk de sectoren die in Figuur 2.15 zich in het kwadrant rechtsboven bevinden (specialisatie én relatief grote groei) die een grote bijdrage leveren aan de banengroei tussen 2014 en 2023 – zie Figuur 2.17. Met name de grotere sectoren, zoals Hightech, Gezondheidszorg, Bouw en Detailhandel en reparatie, waar de regio in is gespecialiseerd en/of bovengemiddeld in is gegroeid leveren de grootste bijdrage. Opmerkelijk op eerste oogopslag is misschien de Overige zakelijke dienstverlening, waar Almelo niet in is gespecialiseerd, noch hard in is gegroeid. Deze middelgrote sector is echter overal in het land sterk gegroeid, waardoor zelfs een benedengemiddelde lokale groei nog kan resulteren in een flinke groei in het aantal banen. In figuur 2.17 zijn binnen de Hightech-sector enkele subsectoren uitgelicht met de grootste positieve en negatieve bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei binnen de Hightech-sector. De subsectoren Vervaardiging van overige machines en apparaten voor algemeen gebruik (31%) en Reparatie van producten van metaal, machines en apparatuur (17%) hadden

31

Bedenken en maken: Almelo in balans

in de periode tussen 2014 en 2023 de grootste positieve bijdrage aan werkgelegenheidsgroei. Enkel Vervaardiging van onderdelen en toebehoren voor auto’s had met bijna -6% in deze periode als enige een sterke negatieve bijdrage.

Figuur 2.18 Hightech sub-sectoren met hoge positieve of negatieve bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei in Almelo tussen 2014 en 2023 (in %)

32

Bedenken en maken: Almelo in balans

33

Bedenken en maken: Almelo in balans

3 Human Capital In het vorige hoofdstuk stond de arbeidsmarkt en de economische structuur van Almelo centraal, gezien de belangrijke rol hiervan in de aantrekkingskracht van de stad. In dit hoofdstuk richten we ons op de vraag: wie wil Almelo aantrekken (of behouden5)? Dit is belangrijk voor het beleid dat de stad voert om haar doelen te bereiken. Als het doel is om meer inwoners naar werk te bewegen, is het belangrijk om te weten wat voor soort banen passen bij deze inwoners. En als er wel banen zijn, maar te weinig geschikte werknemers, is het essentieel om na te denken over hoe je mensen uit de omgeving van Almelo beweegt om deze vacatures te vervullen – al dan niet door zich in de stad te vestigen. Ook de samenstelling van de bevolking heeft invloed op de leefbaarheid van de stad, een onderwerp dat in het volgende hoofdstuk aan bod komt. Mensen met een groot sociaal netwerk dragen positief bij aan de leefbaarheid in een gebied.6 Werkenden hebben doorgaans een groter sociaal netwerk dan mensen zonder baan, en mensen met een HBO- of WO-diploma zijn over het algemeen sociaal actiever.7 Daarom is het human capital in Almelo – de kennis, vaardigheden en ervaring van haar inwoners – een cruciale factor voor de ontwikkeling van de stad.

In dit hoofdstuk zoomen we vooral in op het onderwijs: hoe goed sluit het opleidingsniveau van de bevolking aan bij de werkgelegenheid? En hoe zit het met de factoren die invloed hebben op de kansen op opleiding?

3.1 Aansluiting arbeidsmarkt Het grootste deel van de Almelose beroepsbevolking heeft MBO-opleidingsniveau… Uit de Stadsfoto bleek dat in de periode 2004-2013 het aandeel laagopgeleiden in de beroepsbevolking in Almelo groot was ten opzichte van andere steden, maar wel sterker -----------5

Het is in de wetenschappelijke literatuur een gangbare opvatting dat het lastig is om mensen te bewegen om te verhuizen. In die zin is het dus waardevoller om na te denken hoe je talent (human capital) kunt behouden. Zie bijvoorbeeld: Fischer & Malmberg (2001). Settled People Don't Move: On Life Course and (Im-)Mobility in Sweden, International Journal of Population Geography, vol. 7 (5), pp. 357-371.

6

Mandemakers et al. (2021) Leefbaarometer 3.0. Instrumentontwikkeling. Amsterdam: Atlas Research & In.Fact.Research

7

Schnabel, P., Bijl, R., De Hart, J. (2008). Betrekkelijke betrokkenheid. Studies in sociale cohesie. Sociaal en Cultureel Rapport 2008. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

34

Bedenken en maken: Almelo in balans

daalde. In deze paragraaf onderzoeken we de ontwikkelingen in het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in de periode hierna. Het aandeel mensen in de beroepsbevolking zonder startkwalificatie8 en het aandeel met een MBO-diploma9 is in Almelo relatief groot ten opzichte van alle vergelijkingsgroepen, en het aandeel mensen met een HBO- of WOdiploma juist relatief klein – zie Figuur 3.1.

Figuur 3.1 Beroepsbevolking naar opleidingsvorm in Almelo (in %).10

Het aandeel mensen zonder startkwalificatie in de beroepsbevolking is de afgelopen tien jaar gedaald. Deze daling is in lijn met de andere gemeenten in Nederland en zal te maken hebben met de groeiende vraag naar geschoolde werknemers en de invoering van de kwalificatieplicht11 in 2007. Hiermee worden jongeren tussen 16 en 18 jaar die geen startkwalificatie hebben verplicht om volledig dagonderwijs te volgen.12 In 2023 is het aandeel -----------8

Een startkwalificatie houdt in dat iemand een diploma havo, vwo of mbo 2 of hoger heeft.

9

Onder het aandeel met een MBO-diploma valt iedereen met een MBO-diploma niveau 2 of hoger, of een diploma havo of vwo.

10

Figuren 3.2, 3.4 en B3 voor de ontwikkeling van de individuele categorieën en de verhouding tot de ontwikkelingen in Enschede en Hengelo, de benchmarksteden en overig Nederland.

11

Toevoeging aan de Leerplichtwet 1969

12

Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger). De kwalificatieplicht geldt niet voor jongeren die onderwijs hebben gevolgd in het praktijkonderwijs. Als een leerling onderwijs heeft gevolgd in het uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht of dagbesteding op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), is deze ook niet meer kwalificatieplichtig. De kwalificatieplichtige jongeren moeten volledig dagonderwijs volgen. Ze mogen niet voltijd werken. Volgt een leerling de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) in het mbo? Dan kan hij leren en werken combineren. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerplicht/leerplicht-en-kwalificatieplicht#:~:text=De%20kwalificatieplicht%20is%20een%20van,geregeld%20in%20de%20Leerplichtwet%201969.

35

Bedenken en maken: Almelo in balans

mensen zonder startkwalificatie in Almelo echter nog steeds groot ten opzichte van Enschede en Hengelo, de benchmarksteden en de rest van Nederland – zie Figuur 3.2.

Figuur 3.2 Aandeel mensen zonder startkwalificatie in de beroepsbevolking naar benchmarkregio

Figuur 3.3 Jongeren zonder startkwalificatie (in %)

36

Bedenken en maken: Almelo in balans

Ook wanneer we specifiek naar jongeren zonder startkwalificatie kijken, zien we dat dit aandeel in Almelo relatief hoog is, maar – in lijn met de rest van het land – langzaam daalt – zie Figuur 3.3. Waar deze daling in de rest van het land na een sterke daling tussen 2021 en 2022 in het jaar erna afvlakt, is in Almelo tussen 2022 en 2023 weer een lichte stijging te zien.

Figuur 3.4 Aandeel mensen met MBO-diploma in de beroepsbevolking naar benchmarkregio (in %)

Het aandeel mensen met een MBO-diploma in de beroepsbevolking is in Almelo tussen 2016 en 2022 relatief hard gestegen waar dit in de benchmarkgroepen nagenoeg gelijk is gebleven of licht is gedaald – zie Figuur 3.4. Tussen 2022 en 2023 is dit aandeel in Almelo echter weer sterk gedaald. Deze cijfers zijn gebaseerd op de Enquête Beroepsbevolking, en kan door een kleiner aantal respondenten voor kleinere regio’s fluctueren. Het verschil met de overige vergelijkingsgroepen is in de periode 2014-2023 gestegen. In Almelo is het aandeel van de beroepsbevolking met een HBO- of WO-opleiding juist kleiner dan in de rest van het land. Dit aandeel is in de periode 2014-2023 in lijn met de andere vergelijkingsgroepen gestegen, met een grotere stijging tussen 2022 en 2023 – zie Bijlage 2.

… terwijl het aantal banen met beroepsniveau 3 juist het kleinst is… Om de participatiegraad zo hoog mogelijk te krijgen, is het goed als het opleidingsniveau van de bevolking aansluit bij het beroepsniveau van de banen. Wanneer in een gemeente veel banen beschikbaar zijn waar een universitair diploma voor nodig is en de beroepsbevolking voornamelijk bestaat uit mensen met een MBO-diploma, dan zullen de mensen die

37

Bedenken en maken: Almelo in balans

in de gemeente wonen elders een baan moeten vinden of onder hun niveau moeten werken, terwijl de banen in de gemeente opgevuld moeten worden door mensen van buitenaf. Idealiter sluit dit dus zo goed mogelijk op elkaar aan. In Almelo heeft het grootste deel van de beroepsbevolking een MBO-diploma, gevolgd door het aandeel zonder startkwalificatie, en het kleinste deel van de beroepsbevolking heeft een HBO- of een WO-diploma. Uit Figuur 3.4 blijkt echter dat het aandeel banen met beroepsniveau 3 – wat het best aansluit bij een MBO-diploma en enkele jaren werkervaring of een HBO-bachelor – juist het kleinst is in Almelo in 2022. Het aandeel banen met beroepsniveau 1 en 2 is het grootst, gevolgd door het aandeel met beroepsniveau 4.13 Door, onder andere, technologische ontwikkelingen verandert de werkgelegenheid van samenstelling als het gaat om het gevraagde beroepsniveau. Zo is er meer vraag naar creatieve mensen, die technologische innovaties bedenken, en mensen die uitvoerend net deze innovaties aan de slag kunnen, terwijl banen van het beroepsniveau hier tussenin verdwijnen. Uit Figuur 3.4 blijkt dat ook landelijk het aandeel banen met beroepsniveau 3 veruit het kleinst is.

Waar landelijk gezien het aandeel banen met beroepsniveau 1 en 2 de afgelopen tien jaar is gedaald, is dit voor Almelo niet het geval, of lijkt de daling in ieder geval een aantal jaar later te zijn ingezet – zie Figuur 3.5. Waar in de rest van het land het aandeel banen met beroepsniveau 4 is gegroeid, is in Almelo over de periode van tien jaar dit aandeel vrijwel gelijk gebleven – zie Figuur 3.6. Na een relatieve afname in 2015-2016 kwam het aandeel banen met beroepsniveau 4 terug op ongeveer 29%. Zulke fluctuaties kunnen mede ontstaan doordat de cijfers voor kleine regio’s zijn gebaseerd op een kleiner aantal respondenten.

-----------13

We houden de beroepsniveaus aan zoals het CBS dit ook doet, volgens de ISCO 2008 indeling. Hierbij vallen onder beroepsniveau 1 ‘eenvoudige routinematige taken’ waarvoor ‘elementair of lager onderwijsniveau’ vereist is. Onder beroepsniveau 2 vallen ‘weinig tot middelmatig complexe taken’ waarvoor ‘lager of middelbaar onderwijsniveau’ vereist is. Onder beroepsniveau 3 vallen ‘complexe taken’ waarvoor ‘middelbaar of hoger onderwijsniveau’ vereist is. Onder beroepsniveau 4 vallen ‘zeer complexe gespecialiseerde taken’ waarvoor ‘hoger of wetenschappelijk onderwijsniveau’ vereist is. Voor voorbeelden van beroepen en een uitgebreidere omschrijving zie https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85276NED/table?searchKeywords=keyword:beroepsniveau

38

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.4 Verdeling banen naar beroepsniveau naar benchmarkregio (in % van aantal banen in 2022)

Figuur 3.5 Aandeel banen met beroepsniveau 1 en 2 naar benchmarkregio (in %)

39

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.6 Aandeel banen met beroepsniveau 4 naar benchmarkregio (in %)

… en voor de overige banen werknemers van buiten de regio komen… Voor de grootste groep mensen in de beroepsbevolking van Almelo – de mensen met een MBO-diploma – is het kleinste aandeel banen van het meest bijpassende beroepsniveau – niveau 3 – beschikbaar. Daarbij moet worden aangetekend dat deze aansluiting nooit 1op-1 zal zijn. Voor jonge mensen met een mbo-diploma zal vaak een baan met een beroepsniveau 1 of 2 (eenvoudige tot middelmatig complexe taken) gezien hun geringe ervaring nog prima passen. Ook voor niveau 2 van het MBO zal een baan met beroepsniveau 2 beter passen. Voor de banen met beroepsniveau 1 of 2 (ruim de helft van de banen in 2022) en beroepsniveau 4 (bijna dertig procent in 2022) zijn juist relatief weinig potentiële werknemers beschikbaar in de regio: ruim 26 procent heeft geen startkwalificatie en 23 procent een HBO- of WO-diploma. Dat er een mogelijke mismatch is wordt bevestigd in de pendelcijfers. Uit Figuur 3.7 blijkt dat de inkomende pendel in Almelo in 2023 inderdaad groot is. Meer dan zestig procent van de banen in Almelo wordt vervuld door mensen die buiten de gemeente wonen. Dit is een beduidend groter aandeel dan in de rest van het land. Deze mensen wonen vaak in Hengelo en Enschede, Tubbergen, Twenterand en Wierden.

Vooral voor deze laatste drie gemeenten is Almelo een belangrijke werkgever: meer dan twintig procent van de werknemers uit deze gemeenten werkt in Almelo. Voor de uitgaande pendel gaat dit niet op.

40

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.7 Inkomende en uitgaande pendelstromen in 2023

… of overgekwalificeerde mensen op werken Het mogelijke tekort aan personeel voor banen met beroepsniveau 1 of 2 en het mogelijke overschot aan personeel voor banen met beroepsniveau 3 kan ervoor zorgen dat in Almelo men vaker overgekwalificeerd is voor hun baan. Wanneer iemand in de eigen regio niet een baan op gepast beroepsniveau kan vinden, kan deze persoon óf buiten de regio hiernaar zoeken, óf binnen de regio op een lager beroepsniveau werken als daar wel werk te vinden is. Uit Figuur 3.8 (volgende pagina) blijkt dat in (de omgeving van) Almelo het aantal banen met beroepsniveau 1 of 2 dat vervuld wordt door mensen met een MBO-, HBO- of WO-diploma in verhouding tot de beroepsbevolking zonder startkwalificatie relatief groot is. Oftewel: in Almelo zijn naar verwachting relatief veel mensen overgekwalificeerd voor hun baan. Wanneer meer banen met beroepsniveau 3 beschikbaar zouden zijn, zou deze verhouding mogelijk veranderen en minder mensen overgekwalificeerd zijn voor hun baan.

41

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.8 Aantal banen met beroepsniveau 1 of 2 vervuld door mensen met MBO-, HBO-, of WOdiploma t.o.v. de beroepsbevolking zonder startkwalificatie

3.2 Opleidingskansen Niet ieder kind heeft dezelfde kansen in het onderwijs… Het opleidingsniveau van mensen hangt af van verschillende factoren. Steeds duidelijker wordt dat naast biologische kenmerken ook omgevingskenmerken hierin een rol spelen en dat de omstandigheden waarin kinderen opgroeien samenhangen met kansenongelijkheid in het onderwijs. Zo zijn het onderwijsniveau van de ouders/verzorgers, de financiële situatie en stabiliteit van het huishouden, herkomst, steun van ouders en broers en zussen, de buurt waarin kinderen opgroeien en de kwaliteit van de school belangrijke factoren gebleken voor kansenongelijkheid.14 Eerder in het hoofdstuk hebben we gezien dat de beroepsbevolking van Almelo een relatief laag opleidingsniveau heeft. Dit zal op basis van de studie van het CBS mee kunnen spelen in de opleidingskansen voor de Almelose kinderen, die mogelijk een lagere kans op een hogere opleiding hebben. De kwaliteit van de school, de steun van ouders en broers en zussen en de stabiliteit van het huishouden zijn kenmerken waar we geen gegevens van beschikbaar hebben om op te kunnen nemen in dit onderzoek. De vorige paragraaf ging in op het onderwijsniveau van de beroepsbevolking, wat een indicatie is voor het opleidingsniveau -----------14

Fernandez Beiro, L. Kromhout, J. (2024) Hoe kan de Landelijke Jeugdmonitor bijdragen aan het monitoren van kansenongelijkheid? Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek.

42

Bedenken en maken: Almelo in balans

van ouders. Zo bleek dat de Almelose beroepsbevolking relatief veel mensen met maximaal een MBO-diploma bevat en relatief weinig mensen met een HBO- of WO-diploma. In deze paragraaf gaan we in op de financiële situatie van de inwoners van Almelo.

… Almelo heeft steeds minder huishoudens met laag inkomen en vermogen… De mensen met de ongunstigste kansen in het onderwijs komen over het algemeen uit gezinnen waar het inkomen het laagst is, het vermogen het kleinst, en waar het inkomen voor grotere delen afhankelijk is van uitkeringen. In Almelo is het aandeel huishoudens met een laag inkomen relatief groot ten opzichte van de benchmarksteden en de rest van Nederland, en vergelijkbaar met Enschede en Hengelo – zie Figuur 3.9. In de afgelopen tien jaar is het verschil tussen deze drie steden en de rest van Nederland echter een stuk kleiner geworden. Waar in 2013 het verschil tussen Almelo en de rest van Nederland nog zo’n 3,5 procentpunt was, is dit in 2022 nog ruim een procentpunt. In het aandeel huishoudens met een negatief vermogen is een vergelijkbare trend voor Almelo te zien – zie Figuur 3.10. In 2013 was het verschil tussen Almelo (en Enschede en Hengelo) met de rest van Nederland nog 8 procentpunt, in 2022 is dit minder dan 2 procentpunt. Hier is de daling voor Almelo ook sterker geweest dan voor Enschede en Hengelo. Almelo heeft in 2022 echter nog steeds een bovengemiddeld aandeel huishoudens met een vermogen tot 100 ton (en een beneden gemiddeld aandeel huishoudens met een hoger vermogen) – zie Figuur 3.11. Dit beeld is vergelijkbaar met Enschede en Hengelo en de benchmarksteden.

43

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.9 Aandeel huishoudens met een laag inkomen naar benchmarkregio (in %)15

Figuur 3.10 Aandeel huishoudens met een negatief vermogen naar benchmarkregio (in %)

-----------15

Deze figuur is gebaseerd op de lage-inkomensgrens waarmee het CBS werkt, geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande (voor volledige omschrijving zie: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/86006NED/table?ts=1734536839631). Inmiddels hebben het CBS, SCP en Nibud voor het meten van armoede een nieuwe methode ontwikkeld, waarbij niet alleen inkomen, maar ook spaargeld of ander meteen inzetbaar bezit meetelt in het bepalen van armoede. In deze methode wordt zoveel mogelijk uitgegaan van de werkelijke uitgaven aan wonen, energie en zorg, omdat dit de grootste vaste lasten voor de meeste huishoudens zijn. Zie https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/42/nieuwe-armoedemeting-540-duizend-mensen-arm-in-2023 voor een uitgebreide uitleg over deze nieuwe methode.

44

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.11 Vermogen van huishoudens naar vermogensklasse (in %)

… maar nog altijd een groot aandeel mensen met financiële zorgen … Deze dalende trend zet zich echter niet voort in het aandeel van de bevolking met problematische schulden – zie figuur 3.12. In alle vier de benchmarks is dit aandeel over de periode van 10 jaar bijna volledig gelijk gebleven. Met bijna 12% ligt dit aandeel in Almelo twee procentpunt hoger dan in Enschede en Hengelo en de benchmarksteden, en bijna vijf procentpunt hoger dan in de rest van Nederland. Almelo heeft bovendien een relatief groot aandeel uitkeringsontvangers ten opzichte van de rest van het land – zie Figuur 3.13. Hierin is een kleine daling te zien de afgelopen tien jaar, in lijn met de rest van het land. Hoewel Almelo voor nagenoeg alle soorten uitkeringen een relatief groot aandeel uitkeringsontvangers heeft ten opzichte van de rest van Nederland, zijn de verschillen voornamelijk groot in het aandeel dat een bijstands(gerelateerde)of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt – zie Figuur 3.14 en 3.15. Het aandeel dat AOW ontvangt of een werkloosheidsuitkering ligt dichter bij dat in de vergelijkingsgroepen.

45

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.12 Aandeel inwoners met problematische schulden naar benchmarkregio (in % van de bevolking)

Figuur 3.13 Aandeel uitkeringsontvangers naar benchmarkregio (in % van de bevolking)

46

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 3.14 Aandeel arbeidsongeschiktheidsuitkeringsontvangers (in % van de bevolking)

Figuur 3.15 Aandeel bijstand(gerelateerde) uitkeringsontvangers tot AOW naar benchmarkregio (in % van de bevolking)

… en de kansen op opleiding mogelijk klein. Op basis van de financiële situatie van huishoudens in Almelo zou verwacht kunnen worden dat de kansen op opleiding in Almelo relatief klein zijn. Vergeleken met de rest van Nederland heeft in Almelo een relatief groot aandeel huishoudens een laag inkomen en/of een negatief vermogen en een relatief groot deel van de bevolking ontvangt een uitkering.

47

Bedenken en maken: Almelo in balans

Hierin is echter wel verbetering te zien in de afgelopen tien jaar. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen en/of negatief vermogen krimpt in Almelo harder dan in de overige Nederlandse gemeenten, waardoor de verschillen kleiner zijn geworden. Dat in Almelo de uitgangssituatie ongunstig is voor de kansen op opleiding, kan meespelen in het feit dat een relatief groot aandeel van de Almelose bevolking geen startkwalificatie heeft. Een eventuele verbetering in deze situatie zou zich op de langere termijn kunnen uiten in een krimp van het aandeel van de bevolking zonder startkwalificatie: de kinderen die nu opgroeien in een huishouden met niet-optimale omstandigheden komen immers pas over een aantal jaar in de beroepsbevolking terecht.

48

Bedenken en maken: Almelo in balans

4 Woonaantrekkelijkheid en leefbaarheid Naast de economische kansen is de woonomgeving het tweede grote component in de aantrekkingskracht van de stad. Welke voorzieningen de stad biedt, hoe de woningvoorraad eruit ziet, hoe mooi de woonomgeving is in hoeveelheid natuur en historie en hoe veilig het er is, zijn allemaal factoren die meespelen in de aantrekkingskracht op huishoudens. En daarmee in de bevolkingsontwikkeling, de economische kansen die de stad biedt en de mate waarin de bevolking hiervan gebruik weet te maken. In dit hoofdstuk staan we daarom stil bij de woonaantrekkelijkheid en de leefbaarheid van Almelo. De woonaantrekkelijkheid bekijken we aan de hand van de woonaantrekkelijkheidsindex in relatie tot de vergelijkingsgroepen. Vervolgens zoomen we aan de hand van de Leefbaarometer in op de verschillen in leefbaarheid binnen gemeente Almelo.

4.1 Woonaantrekkelijkheid Atlas Research meet jaarlijks de woonaantrekkelijkheid in gemeenten aan de hand van een zelf ontwikkelde woonaantrekkelijkheidsindex.16 De woonaantrekkelijkheidsindex laat zien hoe aantrekkelijk een gemeente gevonden wordt om in te wonen en is gemeten aan de hand van achttien indicatoren die zijn gecombineerd in zeven ‘dimensies’; bereikbaarheid (van banen vanuit de gemeente), voorzieningenniveau, veiligheid, historisch karakter, woonomgeving, groen en blauw en (de bereikbaarheid van en variatie in) universitaire opleidingen. De selectie van de factoren die deel uitmaken van de woonaantrekkelijkheidsindex en de bijbehorende wegingsfactoren zijn de uitkomst van een econometrische analyse en zijn dus niet op basis van een enquête en de subjectieve beleving van mensen, maar op basis van het feitelijke (woon)gedrag. De bereikbaarheid van banen van een gemeente weegt veruit het zwaarst in de aantrekkingskracht van een woonlocatie. Vanuit gemeenten in de Randstad zijn ondanks files meer banen te bereiken dan vanuit gemeenten in de grensregio’s. Dat komt mede omdat er hoge grensbarrières zijn, waardoor banen over de grens niet meetellen in de woonbeslissing van mensen en dus ook niet in de woonaantrekkelijkheidsindex. Om deze reden staan -----------16

Zie voor een beschrijving van de methode achter de woonaantrekkelijkheidsindex: Middeldorp, M., van den Berg, N., Veldkamp, J. & van Wanrooij, L. (2023). Atlas voor gemeenten 2023. Thema Groen & blauw. Nijmegen: R&Z Boeken.

49

Bedenken en maken: Almelo in balans

veel gemeenten in de Randstad hoog op de ranglijst van de woonaantrekkelijkheidsindex en gemeenten in de grensregio’s laag.

Almelo is weinig aantrekkelijk voor verhuizende huishoudens… Almelo scoort ten opzichte van alle benchmarkgroepen relatief laag op de woonaantrekkelijkheidsindex, oftewel; Almelo heeft een relatief lage aantrekkingskracht op verhuizende huishoudens – zie Figuur 4.1. Wel is deze aantrekkingskracht de afgelopen tien jaar gestegen, net als in de rest van het land overigens. De relatief lage score op de woonaantrekkelijkheidsindex van Almelo is terug te zien in vrijwel alle onderliggende dimensies. In de Atlas voor gemeenten 2024 staat Almelo van de G50 (de vijftig grootste gemeenten opgenomen in de Atlas) op plek 46 op de woonaantrekkelijkheidsindex en is op de onderliggende scores de beste plek op de dimensie veiligheid, nummer twintig – zie Tabel 4.1.

Figuur 4.1 Woonaantrekkelijkheidsindex naar benchmarkregio (score)

50

Bedenken en maken: Almelo in balans

Tabel 4.1

Rang Almelo in G50 op dimensies woonaantrekkelijkheidsindex in Atlas voor gemeenten 2024

Dimensie

Rangorde

Bereikbaarheid

42

Voorzieningen

46

Veiligheid

20

Onderwijs

35

Natuur

30

Historie

34

Woonomgeving

22

Woonaantrekkelijkheidsindex

46

… op gebied van veiligheid staat Almelo mogelijk op een kantelpunt… Veiligheid is de dimensie van de woonaantrekkelijkheidsindex waar Almelo het best op scoort. En op deze dimensie zijn alle Nederlandse gemeenten, en dus ook Almelo, over de afgelopen tien jaar vooruit gegaan. De Covid-periode heeft hier wel een negatieve rol in gespeeld. Zo zien we tussen 2019 en 2022 een sterke stijging in het aantal overlastmeldingen in alle benchmarkgroepen – zie Figuur 4.2. Ook de ervaren onveiligheid is sinds de coronapandemie gestegen – zie Figuur 4.3. Het betreft een indicator gebaseerd op vijf vragen uit de Veiligheidsmonitor met betrekking tot de ervaren onveiligheid in een buurt (bijvoorbeeld “Komt het wel eens voor dat u in uw eigen buurt omloopt of omrijdt om onveilige plekken te vermijden”). Van elk van deze vragen wordt per (combinatie van) PC4-gebieden het aandeel bepaald dat deze bevestigend beantwoordt en gewogen samengenomen in de indicator ‘ervaren onveiligheid’.17 De Veiligheidsmonitor is tweejaarlijkse enquête. Almelo lijkt uit deze tijdelijke dalingen – of stijgingen in geval van overlastmeldingen – minder goed te herstellen dan de rest van het land.

Het aantal overlastmeldingen neemt na 2022 in Almelo minder snel weer af, en het niveau van de ervaren onveiligheid ligt na 2022 beduidend lager dan het was voor 2017, waar dit bij de andere vergelijkingsgroepen weer nagenoeg op hetzelfde niveau ligt of licht is gedaald (zoals bij de Benchmarksteden).

-----------17

Voor de volledige methode, zie: Mandemakers et al (2021) Leefbaarometer 3.0. Instrumentontwikkeling. Amsterdam: Atlas Research & In.Fact.Research.

51

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 4.2 Aantal overlastmeldingen per 1000 inwoners naar benchmarkregio

Figuur 4.3 Ervaren onveiligheid naar benchmarkregio

Ook bij andere indicatoren met betrekking tot de veiligheid zien we het beeld bevestigd dat Almelo in de laatste jaren het minder goed lijkt te doen. Zo was in 2014 het aantal diefstallen per 1000 inwoners in Almelo het laagst van alle vergelijkingsgroepen, en daalt dit aantal tot 2021 in alle benchmarkgroepen – zie Figuur 4.4. Hierna is in Almelo – en in iets mindere mate in Enschede en Hengelo – een relatief grote stijging in het aantal diefstallen te zien, terwijl

52

Bedenken en maken: Almelo in balans

dit voor de rest van Nederland slechts een lichte stijging is. Hierdoor heeft Almelo vanaf 2022 een bovengemiddeld aantal diefstallen per 1000 inwoners. Bij het aantal vernielingen per 1000 inwoners is ook voor het hele land een daling te zien – zie Figuur 4.5. Waar dit in de rest van de Nederlandse gemeenten een daling is over de hele afgelopen tien jaar – met een afvlakking tussen 2019 en 2022 – is voor Almelo juist vanaf 2020 weer een stijging te zien in het aantal vernielingen per 1000 inwoners.

Figuur 4.4 Aantal diefstallen per 1000 inwoners naar benchmarkregio

53

Bedenken en maken: Almelo in balans

Figuur 4.5 Aantal vernielingen per 1000 inwoners naar benchmarkregio

Het aantal geweldsmisdrijven is wel voor alle gemeenten – inclusief Almelo – over de gehele periode van tien jaar gedaald – zie Figuur 4.6. Voor Almelo is deze daling echter vanaf 2021 aan het afvlakken. Gezien de stijging in de overige indicatoren met betrekking tot veiligheid, is het niet ondenkbaar dat dit een mogelijk begin van een stijging is in het aantal geweldsmisdrijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=324a335c-d7f3-4563-8d8c-dbf498496eb1