Notulen raadsvergadering 16 maart 2021 (getekend).pdf
Tekst van het document
Dat betekent dat er minder arbeidsuren zijn voorde huishoudelijke hulp. Dat reduceert de kosten voorde gemeente neem ik aan. Vervolgens moet een wijkcoach opnieuw kijken voor een indicatie voor iets dat al gebeurd is, dus dat is een extra handeling. Dat bedrag van €19 blijft ongewijzigd. Vervolgens vragen wij een extra bedrag van € 5,45 van de mensen met een Wmo-indicatie. Dus de mensen zien het alsof we geld ophalen of bezuinigen op een groep mensen, die het over het algemeen al niet heel breed hebben, onder het mom van efficiëntie. Dat is volgens ons niet de manier om je huishoudboekje op orde~te-brengen-Wij-zien-hetzlano6t~al~e~n-paretsezuini 'ng en horen graag vánde wethouder of er valide argumenten zijn om de wasdienst op deze manier in te richten, behalve het argument van bezuinigen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik wil even kijken of ik het goed begrepen heb. Het abonnementsgeld was €19, maar ik dacht het geïndexeerd was. Dat is een vast bedrag, ongeacht hoeveel Wmo je afneemt. Begrijp ik nu goed dat de heer Ekizkuyu feitelijk zegt dat, omdat de was eruit gehaald wordt, het bedrag naar beneden zou moeten worden bijgesteld? En zegt hij daarmee dat hij naar een ander soort financiering van de Wmo wil dan het abonnementstarief? Alsje meer Wmo voorzieningen gebruikt, blijft het ook € 19.
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Ik heb niet nagedacht over hoe ik de Wmo zou willen invullen. Maar wat ik vaststel, is dat het bedrag van € 19 ongewijzigd blijft. Als het goed is, is dat een soort korting voorde gemeentelijke kosten. Je verlaagt de arbeidsuren. Tegelijkertijd vraag je wel die € 5,45 voorde wasdienst. Dat komt er bovenop en dat is de winst die we behalen als gemeente. Heb ik de vraag een beetje beantwoord? Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Niet helemaal. Twee elementen. Ten eerste, het wastarief voor iemand vanuit de Wmo is € 5,45. Als ik de waszak ernaartoe zou brengen - ik heb geen Wmo-indicatie -betaal ik voor diezelfde waszak €18. Dus er wordt wel degelijk geld bijgedaan vanuit de gemeente. Het tweede punt is dat, op het moment datje huishoudelijke hulp hebt en je er nog een aantal andere voorzieningen vanuit de Wmo bij krijgt, je niet meer betaalt dan €19. Dat is inherent aan het abonnementstarief. Daar kun je niet aan torren. Dat is het rijksbeleid. Tenzij de heer Ekizkuyu landelijk een andere financiering voor elkaar krijgt en dat was mijn vraag.
R 2106600
17
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Het tweede punt is landelijk beleid. Dus we kunnen hier wel een discussie houden over wat erop landelijk gebied moet gebeuren, maar dat lijkt me niet heel zinvol. De eerste opmerking van mevrouw Ten Seldam was dat de €19 blijft ongewijzigd. Dat klopt, ook al ga je meer afnemen of wordt er minder gedaan, dat blijft gelijk. Maar mijn punt is dat er een extra bedrag wordt gevraagd. Mevrouw Ten Seldam zegt dat dat bedrag normaal €18 is, dus we doen er al iets bij. Maar onderaan de streep blijft het zo dat de groep die zo'n indicatie heeft wel extra moet betalen. Die groep heeft het al niet heel breed. Dat is voor mij de kern van het verhaal. De heer LOUPATTIJ (VVD): Wat mij een beetje puzzelt bij de heer Ekizkuyu is of hij vindt dat wanneer je een Wmo-indicatie hebt, je helemaal geen eigen verantwoordelijkheid meer kunt dragen voor het bekostigen van je eigen spullen. Ik hoor goed wat hij zegt over de extra kosten die je hebt op basis van de zorg die je hebt. Maar dat betekent toch niet dat alle kosten meteen overgenomen moeten worden of vindt hij van wel? Even kort door de bocht: op het moment dat je incontinent bent en meer was hebt, vindt de heer Ekizkuyu dan dat niet alleen de extra was maar alle was bekostigd zou moeten worden door de gemeenschap? De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Ik vind dat er hulp moet worden geboden waar hulp nodig is.
Natuurlijk moet je werken aan zelfstandigheid. Ik denk alleen niet dat dit voorstel daaraan bijdraagt, om het heel simpel te houden. Ik zie het niet. Ik zie ook niet die efficiëntieslag. Daarom ben ik ook benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Natuurlijk moeten we werken aan zelfstandigheid voor zover dat kan, absoluut. We moeten maatwerk leveren. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik snap niet wat de heer Ekizkuyu zegt. Wantin eerste instantie zeggen we dat iedereen alles zelf kan. Op het moment datje iets extra's nodig hebt, zijn wij bereid als samenleving om daar iets aan toe te voegen, op basis van die extra aanvullende vraag. In het voorstel dat er nu ligt, is het niet zo datje voor alle kosten bij de gemeente kunt aankloppen alsje het niet nodig hebt. Voor dat stukje boven op dat reguliere gebruik word je tegemoetgekomen. Dus het zou toch heel erg recht doen aan wat de heer Ekizkuyu zegt? Hij zegt: alsje het niet kan en het nodig hebt, vinden we nog steeds die eigen verantwoordelijkheid voor een deel van belang alsje die kunt nemen. In het voorstel zit ook ingesloten dat op het moment datje echt niet kunt betalen er een andere weg is via inkomensvoorziening om het voor elkaar te krijgen.
Mijn vraag blijft: vindt de heer Ekizkuyu op het moment dat er een indicatie is op basis van incontinentie bijvoorbeeld dat dan in één keer alle was bekostigd moet worden of alleen de extra was? De heer EKIZKUYU (GroenLinks): De heer Loupattij maakt het specifiek met die laatste vraag. Wat bij mij blijft hangen als ik naar het raadsvoorstel kijk, is dat ik het gevoel krijg dater een sfeer ín het raadsvoorstel zit voor het pushen van de zelfstandigheid. Dat gevoel krijg ik. Er worden in de tekst woorden gebruikt zoals "als u hulp echt nodig heeft". Dan vraag ik me af waarom het woordje "echt" wordt gebruikt. Het gaat om mensen die hulp nodig hebben, punt Er is een soort van lijn de afgelopen drie jaar -dat kun je VVD-beleid noemen, rechts beleid dat er heel veel aanspraak wordt gemaakt op zelfstandigheid, je moet jezelf redden, et cetera. In mijn ogen gaat dat iets te ver in veel gevallen. In dit geval ook. Ik weet niet of dat de vraag van de heer Loupattij beantwoordt? Voor mij gaat het erom dater € 5,45 wordt gevraagd van een groep die het al niet breed heeft. Dat is voor mij de kern, dat vind ik het belangrijkste. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik wilde eigenlijk op de heer Loupattij reageren. Mag dat? De VOORZITTER: Nee, dat mag niet. De heer BETE (Lijst fete): Dan is de kunst van de job om niet op de heer Loupattij te reageren.
Mijnheer Ekizkuyu, mijnheer Loupattij heeft net geopperd om een onderscheid te maken bij incontinente mensen tussen hun dekens et cetera en andere spullen. Als ik het goed begrijp, moeten we per huishouden per persoon rekening houden met of iemand incontinent is R 2106600
18
en of de incontinente spullen wel in het waszakje mogen en of een jas niet in het waszakje mag. Wat vindt de heer Ekizkuyu ervan? Klopt de wens van de heer Loupattij? Zit dat in het huidige voorstel of moeten we dat beter voorschrijven? De VOORZITTER: Dit is een hele slimme, mijnheer fete. Maar ik versta mijn vak ook. Die vraag is gesteld door de heer Loupattij en daar heeft de heer Ekizkuyu op geantwoord. U stelt de vraag eigenlijk twee keer. De heer BETE (Lijst fete): Dit is een vraag aan de heer Ekizkuyu. De VOORZITTER: Dat weet ik. Het was ook een vraag van de heer Loupattij aan de heer Ekizkuyu. De heer BETE (Lijst fete): Dit is de vraag of de heer Ekizkuyu of de fractie van GroenLinks het ermee eens is dat er zoveel verdeeldheid moet zijn per huishouden per persoon, want dat maakt de administratieve kosten voor zo'n voorstel alleen maar hoger, terwijl het om het welzijn van onze burgers gaat. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): De heer Cete heeft in principe een vraag gesteld en het antwoord ook gegeven. Het maakt het inderdaad allemaal wat complexer. Het levert meer werk op, meer administratieve taken. Als je het hebt over efficiëntie en effectief werken, lijkt me dat niet van meerwaarde, nee. Dan nog de kwestie dat de FNV juridische obstakels ziet.
Dan moeten we ons toch de vraag stellen of het niet verstandig is om af te wachten of het juridisch allemaal kan, zodat we niet in de toekomst met mogelijke juridische kosten of andere kosten komen te zitten en het achteraf geld heeft gekost, terwijl het natuurlijk het doel van het college is om geld te besparen. Als het juridisch wel in orde is, ook prima. Alleen lijkt het me verstandig om dat proces af te wachten en dan pas over te gaan tot besluitvorming. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Wij kunnen goed achter het betoog van mevrouw Geer-diskstaan.W- -e-zijn-hit~~n~r-x►et~a~zij-gezegd-heef~Dus-daar-~ioef-ik-nietverder-over-te praten, maar ik heb nog wel een aanvulling. Bij de inwoners die de was niet zouden kunnen doen, wordt deze nu gedaan door de huishoudelijke hulpen. Doordat door bezuiniging de geboden thuiszorg afneemt, betekent dit ook dat de eenzaamheid onder hulpbehoevende mensen verder toeneemt. Bij eenzaamheid gaat het vooral om het ontbreken van het vertrouwd contact, dat straks wegvalt. De gemeente Almelo concentreert haar inspanningen voornamelijk rond de eindzorg. Voor een beleid dat gericht is op preventie, het ondersteunen van de inwoners en het versterken van sociale samenhang is het wellicht een goed idee om eens contact op te nemen met de Stichting Eenzaamheid. Volgens ons worden deze mensen alleen maar eenzamer.
AI deze mensen hebben recht op maatwerk, maar dat biedt de gemeente hiermee niet, Vanwege de tientallen bezorgde reacties die wij hebben gekregen, heeft de Partij Vrij Almelo besloten om tegen het voorliggende collegevoorstel te stemmen. De VOORZITTER: Mijnheer De Olde, ik wilde u niet onderbreken, maar wij kunnen u in de raadzaal niet zien. Ik hoop wel dat u uw camera heeft aanstaan. Kijk, daar bent u weer. Ik zou het op prijs stellen als alle deelnemers aan de raadsvergadering hun camera aanhouden, zodat we elkaar ook kunnen zien zoals we elkaar normaal gesproken ook in deze zaal kunnen zien. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Onze fractie kan zich ook vinden in het invoeren van deze was- en strijkservice als algemene voorziening, die er uiteindelijk toe moet leiden dat mensen langer thuis kunnen wonen. Ook het tarief van € 5,45 per waszak lijkt ons redelijk. Dat komt inderdaad boven op het abonnementstarief, maar je bespaart ook weer kosten op waspoeder, energie, enzovoort. We hebben nog wel een vraag. De VOORZITTER: Mag ik u onderbreken, voordat u de vraag gaat stellen, voor een interruptie van mevrouw Pol. R 2106600
19
- -
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Wellicht dat objectief bepaald in normale omstandigheden € 5,45 niet heel veel is. Maar over het algemeen als je hulp nodig hebt in deze situaties, zijn dit vaak mensen die er economisch zwakker voorstaan. Ik zat net even te rekenen, gemiddeld inderdaad minimaal twee keer wassen. Dat is niet zo heel gek, handdoeken, gewoon wat kleding. Wellicht is het een gezin of een meerpersoonshuishouden. Dan kan ik me voorstellen dat het nog dramatischer wordt. Vind de heer Teeuw niet dat het er dan best wel inhakt? We praten over € 44 per maand. Als iemand maar een paar tientjes heeft om boodschappen te doen, wat blijft er dan nog over? Hoe kijkt hij daartegenaan? De heer TEEUW (Christenunie): Ik zeg niet dat het er niet inhakt. Ik zeg dat het een redelijk tarief is. Het is een vrij grote zak. Ik was ervan uitgegaan dat de zak één keer per week wordt opgehaald. In sommige gevallen -dat heeft mevrouw Van Doorn ook gezegd -kan gewezen worden op de bijzondere bijstand, voorde mensen die het niet meer kunnen dragen. Ik kijk meer naar een particulier. Daar wordt per kledingstuk gekeken, of het is €18, zo werd gezegd. Voor deze groep is het € 5,45. Ik heb nog iemand van de Wmo Adviesraad gevraagd die hebben hier denk ik geen formele rol -hoe zij tegen dit tarief aankijken en zij schatten het ook als redelijk in. Daar ben ik op afgegaan.
Dat wil niet zeggen dat er geen mensen zijn voor wie dit geen groot bedrag is, dat zie ik ook wel. Je hebt nu de groep waarde huishoudelijke hulp al de was- en strijkservice doet. Die mensen krijgen dus minder huishoudelijke hulp en gaan meer betalen. Dat is best wel een overgang. Daar komt ook nog een stuk onrust bij, zoals de heer De Olde zei. Het gaat vaak om mensen die al eerder in het kader van de Wmo al geherindiceerd zijn en daar soms ook al strijd hebben gevoerd over het aantal uren en die zien dat nu weer aankomen. Gelukkig is voor inwoners die een beperking hebben en die geen gebruik kunnen maken van de wasdienst maatwerk mogelijk. Dat is ook de reden van die keuze of mensen van de was-en strijkservice gebruik gaan maken of gewoon een huishoudelijke hulp hebben en op maatwerk dewas- en strijkservice blijven doen. Voor die herindicatie komt het keukentafelgesprek bij de kwetsbare groep. Onze vraag aan de wethouder is dan ook, zoals mevrouw Van Doorn al opriep, om mensen te wijzen op de financiële aspecten, de bijzondere bijstand waar een beroep op kan worden gedaan als je het niet zelf kan betalen. Wij willen ook vragen om heel expliciet de inwoners te wijzen op de onafhankelijke cliëntenondersteuning van Almelo Sociaal, die mensen kan helpen bij het keukentafelgesprek en dat ook actief doet.
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! Ik hoor de heer Teeuw zeggen dat hij geen rol ziet voorde Wmo Adviesraad. Ik begrijp dat niet helemaal. Kan hij uitleggen waarom hij daar geen rol ziet? De heer TEEUW (ChristenUníe): Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd "blijkbaar hebben ze geen rol", want ik heb geen bijdrage van hen gezien bij de stukken. Maar dat is een goede vraag aan de wethouder lijkt me, of de Wmo Adviesraad geraadpleegd is. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Als ik het goed beluister, heeft de heer Teeuw inzicht in hoe groot de zak met was ís. Hoe groot is die dan? Twee keer per week leek mij in elk geval niet irreëel. Als het enorme zakken zijn dan vraag ik me af of het Arbo-technisch wel verantwoord is voor degene die de dienst verleent. De heer TEEUW (Christenunie): Dit is bij het politiek beraad aan de orde gekomen. Maar ik durf niet te zeggen hoeveel kilo's dat precies was. De zak was in ieder geval twee keer zo groot als elders, in die zin kwamen de tarieven ook overeen. Wat overigens ook weer de vraag oproept voor mensen die niet zo veel was hebben en die de zak maar voor een deel vullen, maar wel het volle pond betalen en daardoor relatief duurder uit zijn. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Mag ik nog een aanvullende vraag stellen? Ik probeer nu een beeld te bedenken, ik denk ook dat dat in deze situatie noodzakelijk is.
Meestal hebben deze mensen kleinere huizen en minder kleding, handdoeken en dat soort dingen en raken ze op die manier sneller door hun kleding heen. En het ruikt ook niet prettig als ze maar R 2106600
20
één keer in de zoveel tijd een hele zak gevuld krijgen en dan zijn hun kasten leeg. Is daar nog over nagedacht? Hoe kijkt de heer Teeuw daar tegenaan? De VOORZITTER: Ik wil toch een klein beetje sturing geven nu. Dat is niet als reactie op de bijdrage van mevrouw Pol, maar meer in het algemeen. Dit voorstel is door de raad onderzocht in het politiek beraad. Er worden nu wel heel erg veel rekenkundige en "wat als"-vragen gesteld en heeft u nagedacht over dit en wat vindt u daarvan. De algemene politieke beoordeling van datgene wat voorligt moet nu in de raad plaatsvinden. Dat is het BOB-proces dat we met elkaar hebben afgesproken. Ik snap best dat er soms wat weet- of infovragen gesteld kunnen worden. Ik heb zelf het gevoel als uw voorzitter dat het gesprek nu erg in de details verzandt en dat vind ik een gemis voorde politieke afrekening die hierin de raad moet plaatsvinden. De heer Teeuw kan die vraag beantwoorden, maar dan moeten we daarna wel weer met elkaar proberen op te stijgen naar de abstractie. De heer TEEUW (Christenunie): De constatering van mevrouw Pol is juist. Daar staat dan weer tegenover dat als er maar genoeg was in die zak zit, je een eigen wasmachine kunt vullen met je eigen was, wat weer hygiënischer is. Zo zijn ervoor- en nadelen. De VOORZITTER: Dan vervolg ik de lijst met sprekers met de heer Akse.
De heer AKSE (SP): Voorzitter! Ik heb een beetje moeite met dit raadsvoorstel, alleen al vanuit technisch oogpunt. Volgens mij hebben we ooit afgesproken dat in elk raadsvoorstel minimaal ook een alternatief zou worden opgenomen. Dat vind ik hier niet in. Ik dacht dat we ook afgesproken hadden dat we niet in één raadsvoorstel verschillende soorten besluiten zouden opnemen. Ik refereer hierbij aan het feit dat rondom het beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de verordening artikel 4.2 lid 7 wordt veranderd. Het kan zijn dat ik dat gemist heb tijdens een politiek beraad, maar dit komt mij een beetje vreemd om de hoek zetten opeens. Ik hoor graag van de wethouder wat hiervan precies de bedoeling is en waarom hij het perse wil veranderen. Weet hij bijvoorbeeld hoe eventueel toekomstige andere wijzen van financiering van dit gebeuren kunnen plaatsvinden? Ik hoor daar graag wat meer over. Verder-deel-ik-de-menittg-met-d~he-er-Ekizkuyu-da~hetv6o~bep~alde groepénmét een minimaal inkomen heel lastig is om nu in één keer misschien wel vier of vijf keer per maand een bedrag van € 5,45 te moeten betalen, terwijl dit voorheen binnen dat Wmo-tarief van €19 geregeld werd door de huishoudelijke hulp. Er zijn mensen in deze samenleving die met alleen een AOW'tje moeten rondkomen. Ikken ze en ik geef het u te doen.
Dus ik hoor heel graag de garantie van de wethouder dat deze mensen zeker een beroep kunnen doen op die bijstand. Het is al genoemd, maar we kennen ook het probleem dat mensen vaak heel lastig de weg weten naar onze gemeente. Dus ik wil graag horen hoe hij dat gaat oplossen, niet alleen voorde huidige gevallen, maar hoe hij dat ook borgt voor nieuwe gevallen. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Vorige week heb ik namens de PVV-fractie een schriftelijke inbreng geleverd in het oordeelvormend politiek beraad. Daarin heb ik een aantal vragen gesteld. Een van die vragen was of het college bereid is om de bepaling omtrent de indexering van dat bedrag van € 5,45 te laten vallen. Dat was natuurlijk vragen naar de bekende weg, want die aanbesteding is al gedaan en die indexering wordt afgesproken bij die aanbesteding. Ik heb gespeeld met de gedachte om het te amenderen. Alleen met een amendement wilde ik ook niet de huidige aanbesteding en het resultaat ervan dwarsbomen, dus dat was dan voor het vervolg. Toen dacht ik dat we het ook simpel met een vraag kunnen afdoen in plaats van met een amendement.
De vraag aan de wethouder is dan of hij bij een volgende aanbesteding van dit soort zaken voor algemene voorzieningen, die voor heel veel mensen belangrijk zijn en die voor heel veel mensen gelden, kan proberen of hij bij zo'n aanbesteding die indexering al van tevoren kan meenemen of helemaal kan laten vallen. Dan kunnen wij op enig moment tegen onze inwoners zeggen dat voorde komende vier jaar dit het tarief is. Dan hebben we geen administratieve rompslomp en onduidelijkheden voor onze inwoners, dan is het gewoon vier jaar een vast tarief. Ik zou het op prijs stellen als het college de indexering voorde toekomstige R 2106600
21
aanbesteding wasdienst, maar misschien zelfs breder voor andere soortgelijke aanbestedingen, kan laten vallen. Mevrouw POL Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik dacht dat ik mijn vragen al gesteld had? Nee, ik ben in de war. Ik was aan het woord bij de heer Teeuw. Ik hoorde mevrouw Geerdink continu spreken over die juridische argumentatie. Ze heeft een mail gestuurd en daar staan vragen in. Ik was benieuwd wat die juridische argumentatie is die zij teruggekoppeld heeft gekregen van de juristen, want die ontbrak. De andere vraag heeft mevrouw Ten Seldam volgens mij min of meer namens de wethouder beantwoord, maar ik vraag of dat dan juist is. Het bedrag van €18 per waszak, zeg maar het commerciële tarief, is het tarief voor iedereen die dit wel praktisch zou vinden, ook zonder lidmaatschap? Is dat juist? Dat wil ik ook graag bevestigd hebben. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Als ik mevrouw Pol goed verstond, zei ze net dat ik wellicht namens de wethouder een bedrag van €18 had genoemd. Nu spreek ik helemaal niet namens de wethouder, maar ik heb gewoon even op de website gekeken van de wasserij. Ik was nieuwsgierig wat mij dat zou gaan kosten wanneer ik daar mijn was naartoe zou brengen. Dan kom ik erachter dat ik dat bedrag moet betalen, niet meer een niet minder. Gewoon voorbereiding van de raadsbehandeling.
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Mevrouw Ten Beldam, het is een compliment aan u dat u dit onderzocht hebt. Het enige wat ik hiermee wilde zeggen is dat u mogelijk de vraag die ik eigenlijk aan de wethouder had willen stellen, zonder dat u dat wist, al voor hem had beantwoord. Ik had daar een klein voorbehoud in dat ik alleen wilde checken of de wethouder u gelijk gaf. Dus het was geen verwijt of iets anders. Het was meeluisteren, het noteren en niet eventueel iets onnodig dubbel willen vragen. Zo was het bedoeld. Dus ik hoop niet dat u zich aangevallen voelt door mij. De VOORZITTER: Het punt is gemaakt. Dank u wel. Daarmee ronden wij de eerste termijn van de raad af. Ik geef het woord aan wethouder Van Mierlo, die de beantwoording namens het college ter hand zal nemen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dank u wel. Leden van de raad, ook dank vooral uw bijdragen. Ik loop zegewoon even langs en probeer om dat kort maar krachtig te doen. Mevrouw Ten Beldam is positief. De voorwas hebben we inderdaad, naar onze opvatting, Het klopt dat het is ontstaan uit een burgerinitiatief. Daarom is het mooi dat gedraaid. goed deze dienst, die dit voor ons gaat leveren, op meerdere plekken in de regio vanuit ditzelfde burgerinitiatief ontstaan is en de diensten verder uitbreidt. Dat is geheel correct.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Geerdink waar het er vooral om gaat of die wasdienst aan te merken is als algemene voorziening. Ja, ik blijf dat bevestigen. Je ziet het ook in andere gemeenten om ons heen. Ook recent hebben we nog informatie gehad over bijvoorbeeld de gemeenten Lingewaard en De Bilt, waar dat ook op een soortgelijke wijze plaatsvindt, naast Haaksbergen, dat al genoemd is. Mag daarbij de bijzondere bijstand ingezet worden? Dat is de vraag, die ik een aantal keren heb horen langskomen. Mijn antwoord namens het college is bevestigend. Ja, dat mag. Alleen het juridische advies dat wij eronder hebben liggen - ik heb daar vanmiddag ook even bilateraal met mevrouw Geerdink over gesproken - is niet geschreven voor extern gebruik. Maar wij hebben dat er natuurlijk wel onder liggen. Ik ga natuurlijk namens het college niet een voorstel aan de raad presenteren waarbij ik niet zeker weet of dit juridisch allemaal hout snijdt. Ik kan onderdelen uit het advies citeren, maar wellicht gaat dat voor nu te ver. Ik kan de raad ervan vergewissen dat het op deze manier kan en dat die extra korting, waar dan sprake van is, via het minimabeleid en via de bijzondere bijstand moet worden toegekend. Die extra korting, waar we over spreken, vindt zijn basis in de beleidsregels voorde bijzondere bijstand van de gemeente Almelo.
R 2106600
22
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Mijn vraag was of de wasdienst als algemene voorziening aan te merken is. Daarop zegt de wethouder "ja", en dan verwijst hij naar andere gemeenten. Terwijl ik juist vraag naar de juridische uitleg hoe dit zit. Als een andere gemeente bijvoorbeeld het juridisch ook niet goed heeft onderbouwd, dan hebben we straks met meerdere gemeentes een probleem. Dus ik vraag naar de juridische onderbouwing. Ik vraag niet naar wat Haaksbergen doet, of naar Tubbergen doet. Ik vraag dus naar een juridische onderbouwing. De heer VAN MIERLO (wethouder): De juridische onderbouwing, die we ook nog eens juridisch hebben laten checken, houdt in dat het binnen de kaders van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning - ik heb het artikel even niet scherp, daar kan ik zo nog even bij nadere lezing op terug komen -mogelijk is om deze dienst, om de producten als het gaat om wassen en strijken, uit de Wmo te lichten en als algemene voorziening in te stellen. Nogmaals, ik heb het niet uit het hoofd paraat, maar die basis biedt de Wmo gewoon. De Wmo biedt daarbij ook de mogelijkheid om -dat beantwoordt ook een aantal andere vragen van raadsleden -daarmee een bijdrage in de kosten voorde algemene voorziening te vragen. Dus het is wat anders dan een eigen bijdrage op grond van het abonnementstarief waar we over hebben gesproken.
Ik heb het artikel al gevonden, het is artikel 2.1.4 van de Wmo 2015. Daarin staat dat een wasdienst uitgezonderd mag worden van het abonnementstarief en dat we daar een bijdrage in de kosten voor mogen vragen naast het abonnementstarief. Dat hebben we op deze manier vormgegeven. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): De woorden van de wethouder roepen bij mij nogal wat vragen op. Ik zal er eentje stellen. Het kan zo zijn dat dit in de Wmo een besparing oplevert, klopt dat? En kan het dan ook zo zijn dat het op andere posten extra kosten met zich meebrengt, bijvoorbeeld in de bijzondere bijstand? Wat is dan het netto-effect voorde gemeente, maar ook voorde burger? De heer VAN MIERLO (wethouder): Wij schatten in dat een beperkt aantal personen een beroep zal doen op de bijzondere bijstand. Daarvoor hebben we bij collegebesluit aan de ene kant de beleidsregels van de bijzondere bijstand daarop aangepast, maar ook een budgetoverhevelinyvoo~~t~M~isd~t~hét momen~dá er een ex ra beroep op dë bijzondere bijstand moet worden gedaan dat uit de te verwachten besparing op de Wmo ook daadwerkelijk gedekt kan worden. Dus daar is keurig in voorzien. Daarmee blijft nog steeds het doel dat we hadden, een netto besparing van minimaal € 200.000 per jaar, staan. De heer AKSE (SP): Voorzitter! Ik vind de term "een beperkt aantal" een beetje vaag. Ik hoor graag een wat concretere inschatting.
De heer VAN MIERLO (wethouder): Die kan ik geven, maar op het gevaar af dat dit straks een eigen leven gaat leiden, vind ik dat ook wel risicovol. Onze inschatting is dat dat er ongeveer 120 zullen zijn. We hebben daar budgettair in voldoende mate rekening mee gehouden. Maar je weet het nooit. Daarom maak ik dit getal met een slag om de arm kenbaar. Wij zullen dit blijven monitoren. Dat hebben we ook opgenomen in het besluit om de bijzondere bijstand voor dit doel in te zetten. Het kan zijn dat dit bedrag naar boven moet worden bijgesteld, maar het zou ook kunnen dat dit bedrag naar beneden moet worden bijgesteld. Dat is afhankelijk van de monitoring die we daarvoor inregelen. De heer LOUPATTIJ (VVD): Kan de wethouder dat nog even herhalen? Dit betekent dat de wethouder, op basis van de inschatting die hij nu heeft, veronderstelt dat een gedeelte van de mensen voldoende in staat is om zelf een groot gedeelte van de kosten te betalen. Dat betekent dat zij het nieuwe tarief van € 5,45 gewoon kunnen ophoesten en daar geen beroep voor hoeven te doen op de bijzondere bijstand. Ik heb andere raadsleden horen zeggen dat men zich daar zorgen over maakt, maarde wethouder zegt dat de zorgen beperkt zijn en voldoende zijn gedekt met de mogelijkheden via de bijzondere bijstand. Klopt dat? De heer VAN MIERLO (wethouder): Ja, absoluut. Mijnheer Loupattij slaat de spijker op zijn kop.
Dat is ook een van de punten die ik verder in het betoog in reactie op het betoog van R 2106600
23
de heer Ekizkuyu wilde aanhalen. Er wordt ook door hem bijvoorbeeld gesteld dat deze groep het al niet zo breed heeft. Dat is maar de vraag. Ik denk dat de heer Ekizkuyu dit niet kan onderbouwen, of wellicht alleen met individuele voorbeelden. Maar op basis van onze berekening en de ervaringscijfers elders in het land achten wij de 120 -met een slag om de arm, wat we gaan monitoren -daarbij een reëel te verwachten aantal. We gaan zien hoe zich dat in de praktijk etaleert. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik proef dat de wethouder vrij makkelijk denkt over juist de kwetsbaren in onze samenleving die een aanvraag moeten indienen. Als ik wat gemiddelde papieren moet invullen, word ik al regelmatig knettergek, bij wijze van spreken. Ik kan me voorstellen dat dit voor de mensen die hier gebruik van maken -dat zijn de kwetsbaren in onze samenleving, dan denk ik met name aan ouderen -een enorme belasting is. Niet voor niets hebben ouderen vaak een pasje en hebben ze gewoon contant geld, ze willen dingen heel zuiver en heel makkelijk houden. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? Zo'n aanvraag is niet zo gemakkelijk. Hier wordt nu wel een dubbele last gecreëerd op deze wijze. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ik vind dat altijd ingewikkeld. We nemen dit soort signalen zeer serieus.
Het is ook niet voor niks dat we per individu, per situatie, daar zorgvuldig aandacht aan besteden, dat er een keukentafelgesprek komt om bij mijnheer of mevrouw precies te kijken hoe de daadwerkelijke situatie in elkaar steekt en dat we daarbij ook aan de voorkant de onafhankelijke cliëntondersteuning daarop attenderen. Ook attenderen we op hoe het zit rondom de bijzondere bijstand en hoe men daar een beroep op kan doen. Natuurlijk kunnen wij dat als gemeente niet voor hen invullen. Alle verandering is nieuw en is daarmee wellicht ook een beetje spannend, maar daarmee niet per definitie een reden om dit soort innovaties om het sociaal domein betaalbaar en toekomstbestending in te richten dan maar niet te doen. Alle verandering is ingewikkeld. We proberen het voor mensen zo adequaat mogelijk in te regelen en mensen daarbij ook heel serieuste nemen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Ik weet niet wat de wethouder exact zei, maar hij zei iets over het inschatten van het inkomen van de groep, of ze krap bij kas zitten, ja of nee. Maar volgens mij heb je, als je een Wmo-indicatie hebt, vaak een soort van beperking of probleem. Die groep is vaak niet in staat om een flink salaris op te hoesten.
Maar buiten dat om, hoe kijkt de wethouder tegen die groep aan? Hoe ziet die groep eruit volgens hem? Verdienen zij modaal, onder-modaal? Dan wil ik graag horen hoe hij daartegenaan kijkt. De heer VAN MIERLO (wethouder): De heer Ekizkuyu speelt de bal terug. Ik heb gezegd dat de stelling dat deze groep het niet breed heeft, maarde vraag is. Zo'n module wasverzorging krijgen mensen alleen op het moment dat ze al een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning hebben. De raad weet ook dat er de afgelopen tijd, sinds de introductie van het Wmo abonnementstarief, een enorme groei in aanvragen voor huishoudelijke ondersteuning is gekomen. Er zijn mensen, die hebben gezegd: "wacht nog maar even tot na 1 januari, want dan geldt het abonnementstarief." Er zijn ook mensen, die hun particuliere hulp hebben opgezegd, die voldoende kapitaalkrachtig zijn om het de afgelopen jaren volledig zelf te bekostigen, die nu zeggen: met het abonnementstarief betekent het €19. Zo simpel als ik het nu schets, zo ingewikkeld is het. We gaan hier niet lichtvoetig mee om, maarde stelling van de heer Ekizkuyu dat deze groep het per definitie niet breed heeft, is niet compleet en ook niet waar. De VOORZITTER: Ik blijf het herhalen en uiteindelijk ga ik ook ingrijpen door geen interrupties meer toe te staan.
Dit gesprek verzandt in een detailniveau dat u misschien niet eens in het politiek beraad had moeten hebben, maar wat eventjes met een telefoontje had kunnen worden besproken. Ik mis elke politieke beschouwing op datgene wat voorligt. U stelt allemaal feiten- en weetvragen en die zijn reuze interessant voor u, maar die doen aan de beoordeling niet af. Ik heb nog mevrouw Geerdink en de heer fete staan. En de heer Ekizkuyu meldt zich nog een keer. Als de interrupties op dit niveau blijven, is het mijn taak -die taak heeft u mij in het BOB-proces gegeven - om het echtte gaan oplijnen. Dan verwijs ik u straks gewoon naar een algemene beschouwing die u in tweede termijn kunt houden. Mevrouw Geerdink. R 2106600
24
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Mag ik niet reageren? De VOORZITTER: Waarop? De heer EKIZKUYU (Groen Links): Op de wethouder. De VOORZITTER: U was nog niet geweest. Ga uw gang. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. Ik heb maar één zin nodig. De wethouder zegt dat ik zeg dat deze groep per definitie krap bij kas zit. Wat ik zei, is dat deze groep het over het algemeen niet breed heeft. Er zijn uiteraard uitzonderingen, maar over het algemeen hebben ze het niet breed. Ik denk dat dat een faire inschatting is. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dit gaat ook weer over de kosten. Het gaat erom dat de algemene voorziening financieel draagbaar moet zijn voor iedereen, ongeacht de portemonnee. Daar gaat het om. Je moet dus niet aan de portemonnee van iemand zien of hij wel of niet een gereduceerd tarief moet. Dat begrijp ik niet. We hebben het hier over een wasdienst en je hebt er een indicatie, of in ieder geval iets, voor nodig om er gebruik van te maken. Anders moetje het volle pond betalen. Dat is iets wat ik niet kan rijmen met elkaar. De wethouder zegt dat de algemene voorziening voor iedereen ín de Wmo gewoon beschikbaar is en dat iedereen daar gebruik van mag maken, maar dat, als je niet kunt wassen en strijken, de huishoudelijke hulp, de wasmodule, wordt ingezet. Dat is prima, dat is een mooie algemene voorziening. Maar zoals het nu is, denk ik dat niet.
De VOORZITTER: Daar kan de wethouder op reageren, maar dit was eigenlijk gewoon een betoog wat u ook in tweede termijn had kunnen houden. Wethouder, wilt u hierop reageren? Anders geef ik het woord aan de heer Cete. De heer VAN MIERLO (wethouder): Geeft u het woord maar aan de heer fete. Dan neem ikf5~tverder méé-in mijn antwoord. De heer BETE (Lijst fete): Ik ga het ook even hebben over de uitspraak van de wethouder dat het niet altijd gaat om mensen die krap bij kas zijn. Dat triggert mij wel. Hij geeft het voorbeeld dat mensen bewust tot 1 januari hebben gewacht, et cetera. Maar de eerste termijn van de collega-raadsleden was meer gericht op mensen die het zich niet kunnen permitteren. Dan ben ik benieuwd of de wethouder cijfers heeft over hoeveel mensen dit ongeveer gaat, die tot 1 januari hebben gewacht en of dit een hele grote groep is. De angst is niet voorde paar slimme mensen die nu even afwachten, maarde angst bij mij en bij veel collega's is voor mensen die het zich niet kunnen permitteren. Als hij zo zeker van zijn zaak is, ga ik ervanuit dat hij hier een percentage bij kan noemen. Want dit was een hele sterke woordvoering van de wethouder, die mij enorm prikkelt. De heer VAN MIERLO (wethouder): De kern van de Wmo is dat we geen inkomenstoets mogen doen, dus wij weten dat niet. Dat mogen we ook niet.
Doordat we de module wasverzorging uit de Wmo halen, wat de Wmo toestaat, zeggen wij niet dat iedereen het maar uit moet zoeken want iedereen moet die bijdrage in de kosten voorde algemene voorziening betalen. Nee, wij zorgen ook nog voor een vangnet. Er zijn ook gemeenten die dat vangnet niet realiseren. Dat is ook exact het punt dat de heer St~teler aangaf. Dat vangnet kunnen we bieden door via de bijzondere bijstand wel een inkomenscheck te kunnen doen. Dus de mensen die het echt niet kunnen betalen, hoeven niet zonder te zitten. Dat is hier nu goed geregeld. Er zijn gemeenten waar dat niet wordt gedaan. Ik heb daarzo geen voorbeelden van, daar gaat het ook niet om. De portee van dit voorstel is dat wij willen voorzien voorde mensen die echt krap bij kas zitten, zodat zij niet zonder hun schone was hoeven te zitten en dat we daar het vangnet adequaat voor organiseren. Dat is de portee van het verhaal waarom we dit vangnet hebben georganiseerd. R 2106600
25
De VOORZITTER: Gaat u verder met uw beantwoording in eerste termijn. De heer VAN MIERLO (wethouder): Op een vraag van mevrouw Van Doorn over bijlage 1, artikel 3.2.1.d kan ik kort antwoorden. De maatwerkmodule wasverzorging is wat anders dan ondersteuning bij het wassen. Ondersteuning bij het wassen kan op twee manieren geboden worden, enerzijds door de wasdienst en anderzijds door de maatwerkmodule wasverzorging. Dat is het onderscheid. Daarmee staat het in de tekst van de beleidsregel die is bijgevoegd waarde raad overigens geen besluit over hoeft te nemen, want dat heeft het college gedaan, onder voorbehoud van accorderíng van deze wijzigingsverordening - in ieder geval adequaat verwoord. Dan het punt van mevrouw Van Doorn over het mogelijk thuis blijven wassen. We hebben daar vorige week ook al een kort debatje met elkaar over gehad. We indiceren als gemeente resultaatgericht. Dat wil zeggen dat de indicatie aangeeft waar een inwoner ondersteuning mee nodig heeft. Formeel moet die hulp dan ook de afgesproken resultaten behalen. Maar informeel -ook dat zie je in de praktijk gebeuren -kunnen klant en hulp natuurlijk afspraken maken en dat gebeurt nu in de praktijk ook. Waar het om gaat is dat we over de resultaten, een schoon en leefbaar huis, in ieder geval afspraken maken. Mevrouw GEERDINK (PvdA): De wethouder vertelt nu iets met heel veel woorden.
Maar mag de huishoudelijke hulp, de HH1, de was inde wasmachine doen volgens de wethouder? De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat is een heel concrete vraag, maar daar kan ik geen heel concreet antwoord op geven. Als er sprake is van een maatwerkindicatie, zeg ik ja. Als straks cliënten in aanmerking komen voorde module wasverzorging, is formeel het antwoord nee. Maar in de praktijk zie je dat het links en rechts ongetwijfeld toch zal gebeuren. Dat is natuurlijk ook de kern van dit voorstel. We willen met elkaar een bezuinigingsopgave realiseren en dat houdt in dat we die hele module wasverzorging wegtrekken uit de Wmo. Dat is de kern van het verhaal dat hier op tafel ligt. Ja, dat is vervelend. In de praktijk zie je dat mensen het toch even anders doen. Het gaat om dat schone leefbare huis, waar we afspraken met elkaar over maken. Dat resultaat is wat telt. Daar zullen we ook onze kwaliteitsbeoordeling op toepassen. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik hoor de wethouder met zoveel woorden zeggen: het enige wat dit is, is een bezuinigingsopgave. Klopt dat? De heer VAN MIERLO (wethouder): Nee. Ik heb vorige week en ook vandaag al geroepen dat wij twee opdrachten hierin ineen pakken, namelijk het sociaal domein toekomstbestendig maken en ook het sociaal domein betaalbaar maken. Dus het is een gecombineerd voorstel. Daarmee is er zeker ook een besparingsopgave, waar wij niet voor weglopen.
De VOORZITTER: De wethouder gaat nu zonder onderbrekingen zijn betoog vervolgen. Ik vraag iedereen om zijn vragen en opmerkingen in de tweede termijn te brengen. Ga uw gang. De heer VAN MIERLO (wethouder): Mevrouw Van Doorn vroeg nog of we altijd kunnen benoemen dat cliënten gebruik kunnen maken van de bijzondere bijstand als dat in hun geval aan de orde is. Ja, dat doen wij zeker. Dat communiceren over de mogelijkheden gebeurt tijdens het maatwerkgesprek, het keukentafelgesprek. Datzelfde geldt voor, in het verlengde daarvan, de vraag van de heer Teeuw of we dat ook voorde clientondersteuning doen. Ja, dat is het geval. Dat gebeurt ook in de uitnodigingsbrief. Op het moment dat het keukentafelgesprek plaatsvindt, zou eigenlijk die onafhankelijke cliëntenondersteuning ook al in beeld moeten zijn. Dat moeten we in een vroegtijdig stadium doen, dus dat gebeurt in de uitnodigingsbrief daartoe. Het punt is zeker op ons netvlies. Dan kom ik bij de vragen van de heer Ekizkuyu, die ik voor een deel al beantwoord heb. We hebben het gehad over die kosten, die €19, die ongewijzigd blijft. Dat klopt, omdat we hiermee, met deze algemene voorziening, een bijdrage in de kosten voorde algemene voorziening kunnen vragen. Dan wijst de heer Ekizkuyu vervolgens op de brief van de FNV en de juridische check die daaraan gekoppeld is. Daar heb ik al op geantwoord. Wij kunnen op alle R 2106600
26
punten uit de brief van de FNV -dat heb ik ook vorige week in een politiek beraad gezegd -een reactie geven. Ons voornemen is om na de besluitvorming met de FNV in gesprek te gaan. Dat gebeurt ook in andere gemeenten. Dat vergemakkelijkt het vervolg. Dus ik ben van plan dat te organiseren. Dan kom ik bij de vragen van de heer De Olde over eenzaamheid. Hij heeft het over de Stichting Eenzaamheid. Laat ik nu ook de portefeuillehouder zijn voorde aanpak van eenzaamheid. Wij zijn als gemeente aangesloten bij Een Tegen Eenzaamheid, dat is het landelijke actieprogramma dat de rijksoverheid op de been heeft gebracht, waar we de laatste tijd landelijk heel veel acties uit voort zien komen. Die zaken staan heel duidelijk op ons netvlies. Ik zag ook nog dat er een Stichting Eenzaamheid.info is, een stichting in Oudenbosch. Het lijkt me niet handig om daarmee in gesprek te gaan, als de heer De Olde die stichting bedoelt. We gaan zeker eenzaamheid verderop ons netvlies houden in dit kader. Hij sprak daarbij over tientallen reacties. Als de heer De Olde mij die zou willen doen toekomen, zorgen we dat dat in de maatwerkgesprekken, ín de keukentafelgesprekken, ook met deze mensen heel adequaat wordt opgepakt. Daar hebben we met elkaar belang bij. Ik ben heel benieuwd naar die reacties. Dan de vragen van de heer Teeuw. Ik heb het al gehad over het keukentafelgesprek.
De Wmo Adviesraad is wel degelijk betrokken. De heer Teeuw heeft daarin het collegevoorstel ook over kunnen lezen. Het zat hem in de overgang van de Wmo Adviesraad naar de Adviesraad Sociaal Domein. We begonnen op 4 september 2020, drie dagen na het eerste collegebesluit. Wij hebben contact gehad. Toen hebben we een adviesaanvraag gedaan. Die adviesaanvraag vond de Adviesraad toen niet concreet genoeg. Dat kan natuurlijk. Toen is de aanvraag aangepast en nogmaals ingediend op 14 september 2020. Daar kwam geen reactie op, waardoor we er uiteindelijk weer contact over hebben gezocht. Uiteindelijk heeft de Wmo Adviesraad aangegeven dat ze zich aansloten bij het advies van de COSBO. Maar eerlijk gezegd is dat raar, want de COSBO is niet het formele adviesorgaan van ons college, dat is die Adviesraad. Dus daar is vervolgens weer met die Adviesraad netjes contact over geweest. Eris digitaal bij de vergadering aangehaakt en het was een goed gesprek. Daar is een aantal punten bij aan de orde gekomen en we hebben zorgvuldig aan die punten invulling gegeven in dit voorstel. Ze gaven aan zich zorgen te maken over dat de voorziening voor iedereen betaalbaar ~-toegankelijkis.Daar-voor-h~b~~~-w~dat-vangpetg~cr-e~~r-d ~~gav~n~an-datmaatwerk altijd mogelijk moet blijven in uitzonderingssituaties.
Ook daarvoor hebben wij aandacht: in artikel 3.2.1.d staat genoemd dat maatwerk mogelijk blijft in uitzonderingssituaties. Dat is het volledige verhaal in reactie op de vraag of de Wmo Adviesraad betrokken is. Als laatste de vragen van de heer Akse. Hij vroeg hoe het zit met beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Het weghalen van dat artikel dat gaat over subsidiëring. Het is een heel marginale wijziging van de verordening is. We hebben nu een wijzigingsverordening aan de orde. Dat maaktin de praktijk niets uit, want we gaan op dit moment natuurlijk gewoon door met de wijze waarop wij beschermd wonen voor zes gemeenten organiseren. Dat doen we via subsidie. Maar nu is het artikel beperkend en moet het via subsidie, terwijl er, zo ook op vele andere plekken in het land, ook door middel van inkoop naar beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt gekeken. Dat wil niet zeggen, dat wij dat nu van plan zijn, om die vraag alvast voor te zijn. Maar door het artikel zodanig aan te passen, kunnen we op termijn de keuze gewoon aan de orde hebben, willen we inkopen of willen we subsidiëren? De wijze waarop we dat in praktijk tot uitvoering brengen is een collegeverantwoordelijkheid, zoals we dat ook bij de Wmo en Jeugdzorg doen. Het laatste punt van de heer Akse is dat wij aandacht hebben voor mensen die de weg lastig weten te vinden, bijvoorbeeld voor die bijzondere bijstand.
Ik heb al eerder in een interruptie aangegeven dat wij dat in de gesprekken die we hebben netjes zullen meenemen. De VOORZITTER: Dan gaan we naar de tweede termijn. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Mijn vragen zijn nog niet allemaal beantwoord. De VOORZITTER: Dan kunt u daar in tweede termijn op wijzen en dan moet de wethouder dat in tweede termijn goedmaken. R 2106600
27
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dan heb ik een punt van orde. Het is wel een vraag die ik anders in mijn tweede termijn kan meenemen. Ik heb geen derde termijn. De VOORZITTER: Dan vergun ik u de vraag. Wat was de vraag die onbeantwoord is gebleven? Mevrouw GEERDINK (PvdA): Er komt een herindicatie. Dan krijgt iemand misschien de algemene voorziening toegewezen. Mijn vraag was: hoe weet de wasdienst of iemand in aanmerking komt voor dat gereduceerde tarief? De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat gaat via het ondersteuningsplan. Stel dat meneer of mevrouw in aanmerking komt voorde wasdienst, dan volgt er een beschikking. In die beschikking staat dat de maatwerkmodule wassen eruit wordt gelicht en niet meer van toepassing is. In het ondersteuningsplan van de betreffende cliënt wordt dat uiteindelijk geregeld. Aan de wasdienst wordt doorgegeven dat iemand recht heeft op korting. Dat wordt dus in het ondersteuningsplan geborgd en dat is conform het juridisch advies dat we daarover hebben opgevraagd. De VOORZITTER: Fijn, dan ronden we daarmee de eerste termijn af. Ik ga de lijst van sprekers af voorde tweede termijn. Ik begin bij mevrouw Ten Seldam. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Een punt van orde. De VOORZITTER: Een punt van orde moet niet telkens gemaakt worden om daarmee aandacht te krijgen.
Meneer fete, één keer: wat is uw punt van orde? De heer CETE (Lijst fete): Daarvoor doe ik het niet, voorzitter. Ik krijg genoeg aandacht. Dat weet u als geen ander. Volgens het voorstel van het presidium inzake het BOB-proces had u 22 minuten geleden een schorsing moeten inplannen. Omdat wij nu toch bezig zijn met de evaluatie van het BOB-proces, denk ik dat u zich daaraan moet houden. Wij hebben nog geen schorsing gehad. Dat bepaalt het mooie BOB-proces dat wij met elkaar hebben goedgekeurd. De VOORZITTER: Ja, dat weet ik. Het inlassen van de schorsing ligt bij de voorzitter. We laten dat afhangen van het verloop van de vergadering. We hebben veel te doen met elkaar, want we hebben deze week en volgende week veel noten op onze zang. We gaan nu eerst de tweede termijn van dit voorstel doen. Daarna komt er een pauze. Ik begin bij mevrouw Ten Seldam. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Dank u wel, ik heb geen behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! Ik heb wel een tweede termijn, want ik was net nog niet helemaal klaar. De wasdienst krijgt door wie een indicatie heeft. Er worden dus persoonsgegevens doorgegeven aan de wasdienst: als die mevrouw zich meldt, mag die tegen een gereduceerd tarief. Mag dat volgens de AVG7 De VOORZITTER: Is dat uw tweede termijn? Mevrouw GEERDINK (PvdA): Nee, dat was de vervolgvraag die u mij daarnet niet toestond.
De VOORZITTER: Daar komt straks een antwoord op in tweede termijn. Gaat u verder met uw tweede termijn. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Nee, ik begin nu aan mijn tweede termijn.
R 2106600
28
De VOORZITTER: Mevrouw Geerdink, ik ben geen service-instituut. Ik probeer deze vergadering zo goed en zo kwaad als dat mogelijk is te leiden. Ik merk enige ergernis van u naar de voorzitter. Die neem ik even voor kennisgeving aan. Voltooit u uw tweede termijn. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Die ergernis klopt. Ik sta hierom de mensen die het moeilijk hebben met de wasvoorziening bij te staan. Dank u wel. Ik zie dat het juridisch niet in orde is. Ik heb gevraagd om dit van de agenda te halen. De raad heeft bepaald dat dat niet hoeft, omdat men denkt dat het voorstel juridisch wel houdbaar is. Wij kunnen als PvdA-fractie niet instemmen met dit voorstel. Verder zie ik allerlei problemen tot stand komen, ook juridische problemen. Ik denk dat de kosten nog hoger zullen zijn als mensen gaan procederen. FNV, maar ook Kevin Wevers, hebben aangekondigd dat de gemeente Almelo een probleem krijgt, omdat dit niet klopt en omdat zij dit gaan aanvechten. Het college kan eigenwijs zijn en het doorzetten en het niet eerst onderbouwen of juridisch uitzoeken. Per telefoon is vanmiddag gezegd dat er al een rechterlijke uitspraak is. Men verwees naar een uitspraak uit 2016. Volgens mij is daarin hoger beroep een andere uitspraak uit voortgekomen. Volgens mij houdt dat geen stand. Ik stel de raad voor om hier niet mee in te stemmen.
Het college doet de inwoners van Almelo, die niet kunnen wassen en strijken, hiermee te kort. Iets wat nu als maatwerkvoorziening wordt aangeboden, is straks geen maatwerkvoorziening meer maar een algemene voorziening. Volgens mij horen wassen en strijken nog steeds tot het huishouden en de huishoudelijke dienst. Dat hoort onder de Wmo te vallen, en niet als algemene voorziening. Ik word hier een beetje verdrietig van. Als wij zo omgaan met onze mensen die het moeilijk hebben en als wij over de rug van die mensen willen bezuinigen omdat Den Haag niet luistert naar ons terwijl we extra geld nodig hebben voorde Wmo, vind ik dat zwak. Dank u wel, dit was mijn tweede termijn. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Zoals ik in eerste termijn al zei, gaat Lokaal Almelo Samen akkoord met dit raadsvoorstel. Ik ga ervan uit dat wij, afgezien van wat mevrouw Geerdink zegt, heel zorgvuldig zullen omgaan met alle mensen die deze zorg nodig hebben. Ik vertrouw op het college dat wedaar oog voor zullen hebben. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Het probleem begint inderdaad bij het Rijk, zoals mevrouw Geerdink aangaf. Daarop hebben wij weinig invloed. Ik denk dat het gros van de groep waar het om gaat, met een indicatie waar nu een korting op wordt toegepast, het over het algemeen niet breed heeft. We leggen daar wel de rekening voor een gedeelte neer.
Dat vinden we heel treurig. De wethouder zegt dat hij in gesprek gaat met de FNV na het besluit. Is het niet handig om juist van tevoren met de FNV in gesprek te gaan en te vragen waar zij problemen zien en of het allemaal wel klopt? Je kunt dan met onafhankelijke juristen om de tafel zitten en risicomijdend te werk gaan. Dat is vele malen verstandiger. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Ik ben blij dat de wethouder even heeft gegoogeld naar de Stichting Eenzaamheid. De Stichting Eenzaamheid had het in een artikel over het vertrouwd contact van een thuiswonende in verband met de was- en strijkdienst. Daar ging het over. Ik heb nog een vraag aan de wethouder. De was wordt wekelijks opgehaald. De kosten zijn € 5,45 per waszak. Wat doen we nu met mensen met incontinentieproblemen, voor wie één keer per week wassen niet genoeg is. Komen zij in het vangnet terecht waarover hij sprak? De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik heb geen behoefte aan een tweede termijn. De heer AKSE (SP): Voorzitter! De wethouder heeft gezegd dat hij het allemaal gaat monitoren. Ik hoor graag binnen welke termijn hij kan rapporteren. Ik wil wel voorstellen dat hij dat sowieso binnen een halfjaar doet, en liever nog binnen drie maanden. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Mijn collega Tijhof en ik hebben allebei geen antwoord gehoord op de vraag over de indexering.
Ik zou graag willen dat de wethouder die in tweede termijn alsnog beantwoordt. R 2106600
29
De VOORZITTER: Ik zie dat hij zijn eigen verzuim heeft onderkend. Hij komt daarop terug. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik heb begrepen dat er een juridisch probleem is. Ik heb mevrouw Geerdink en de wethouder gevraagd waarom het mogelijk wettelijk niet toelaatbaar is. Volgens mij heb ik dat nog niet vernomen. Ik zou dat graag willen weten. Ik heb nog een reflectie op dit onderwerp. Ik moet zeggen dat ik het tot dusverre erg lastig vind om hier een beslissing over te nemen. Als ik "ja" stem, maak ik mij ernstige zorgen over de financiële gevolgen voorde zwakkeren. Aan de andere kant begrijp ik dat er een bepaalde behoeftevoorziening in zit. De intenties zijn goed. Ik sta erom bekend dat ik af en toe pittig uit de hoek kan komen, maar ik geloof wel in de goede intenties van dit raadsvoorstel. Ik ben nog steeds met mezelf in beraad en heb er moeite mee om een beslissing te nemen, maar ik denk dat ik "nee" ga stemmen. Ik wil graag mijn twijfels uitspreken maar ook zeggen dat de goede intenties duidelijk zijn. Ik hoor graag antwoord op de vraag over het juridische kader. De VOORZITTER: Natuurlijk. Het college heeft nog één gelegenheid om twijfelaars of tegenstemmers over de streep te trekken voor het voorstel dat het college heeft gedaan. Daarna moet iedereen zijn afweging maken.
Ik geef het woord aan de heer Van Mierlo voorde beantwoording van de nog achtergebleven vragen. Mevrouw Geerdink had nog een vraag uit de eerste termijn. Ook kan hij een beschouwing geven op datgene wat nog is voorgelegd. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de vraag of dat volgens de AVG mag, is "ja". We doen dat op dezelfde manier als wij nu doen bij de maatwerkvoorzieningen. Dat gaat via het zogeheten berichtenverkeer en dat kan op een veilige manier. Vervolgens heb ik een aantal statements vanuit de raad gehoord. We zijn het met elkaar eens dat we het oneens zijn over het standpunt van mevrouw Geerdink en de heer Ekizkuyu. Daar kan ik verder niet zo veel aan toevoegen. Het is straks een algemene voorziening, dat klopt. De Wmo kent een algemene voorziening. Wij trekken die alleen uit het maatwerkconstruct. Ikkan dat blijven herhalen, maar daarmee halen we de twijfelaars volgens mij niet over om voor het voorstel te stemmen. Ik weet niet wat ik daar nog meer aan moet toevoegen. De heer De Olde spreekt over incontinentie. Kern van het verhaal is dat maatwerk mogelijk blijft. Wij kijken in de individuele situatie wat het voorde betreffende cliënt betekent.
Als er sprake is van een zodanige incontinentie of wat voor medische of andere situatie dan ook dat de wasdienst niet geschikt is, dan komt iemand daarvoor niet in aanmerking en blijft de huidige maatwerkvoorziening gewoon bestaan. Wij gaan het inderdaad monitoren. We hebben afgesproken om dat jaarlijks te doen, want we willen weten hoe het budgettair zit als het gaat om de hoogte van de overboeking naar de bijzondere bijstand. We zullen zo veel mogelijk de P&C-momenten blijven benutten. Het gaat pas in mei starten en dan is er ook nog een gewenningsperiode. In die gewenningsperiode moeten we het even de tijd geven. Ik zou de eerstvolgende monitor op het reguliere moment aan de orde willen hebben. Dat is bij de jaarverantwoording 2021. Ik ga het gesprek met de FNV zeker niet vooraf voeren en ik zal vertellen waarom. De FNV is voor ons geen gesprekspartner. De FNV is een vakbond en heeft allerlei mogelijkheden om ongevraagd advies te geven. Ik heb zowel vorige week als nu aangegeven dat wij een reactie hebben op de punten die de FNV per brief heeft gestuurd en dat die reactie naar onze mening hout snijdt. We merken ook dat de FNV niet alleen kijkt wat er in Almelo gebeurt, maar ook in andere gemeenten. We bellen elkaar eens op om te vertellen hoe we in de wedstrijd komen en dan komen we hier en daar nader tot elkaar.
Ik wil dus graag benadrukken dat de FNV geen formele gesprekspartner is van de gemeente. We zullen wel adequaat reageren op de brief die we hebben gekregen. De vraag van de heer Stbteler over indexering vind ik lastig. Als ik nu zou zeggen dat we proberen het bedrag bij een volgende aanbesteding gelijkte houden gedurende de looptijd van het contract, ga ik over mijn graf heen regeren. Dat vind ik ingewikkeld. Wie zegt wat een volgende wethouder op deze post -wellicht ben ik dat zelf, ik heb geen idee -gaat doen? Ik vind R 2106600
30
het lastig om dat vast te zetten voor een volgende periode. Daar komt bij - en dat maakt het dubbel lastig -dat als we voor een periode van vier jaar het tarief gelijk zouden houden, erin het huidige contact ook een mogelijkheid is om het vier keer een jaar te verlengen. Als we dat doen, zitten we acht jaar op een bepaald tarief vast. Dat betekent bij een nieuwe aanbesteding dat het gat dan wel opeens heel groot wordt voor onze inwoners. Dan kun je maar beter elke keer een klein beetje erbij hebben: de reguliere indexeringen volgens de prijsindex, zoals die gebruikelijk zijn, zodat er niet in één keer een groter gat hoeft te worden overbrugd. Natuurlijk kunnen wij er serieus naar kijken bij een volgende aanbesteding, maar ik ga me er nu niet op vastpinnen, want dan zou ik een eventuele opvolger van mij nu al in een bepaalde stand zetten. Dat lijkt me niet gezond. Voorzitter, daarmee ben ik klaar met mijn tweede termijn. De VOORZITTER: Nog niet naar de smaak van de heren St~teler en Hummels. Zij willen daar nog op doorgaan. De heer ST~TELER (PVV): Als "over het graf heen regeren" het hoofdargument is van de beantwoording, snap ik dat niet. Wat colleges doen is niet anders dan over hun graf heen reageren, evenals gemeenteraden. Dat lijkt dus nergens op. Ik hoor in ieder geval van de wethouder een positieve insteek. Hij staat er niet onwelwillend tegenover.
Dus, wethouder, ga het maar gewoon proberen bij een volgende aanbesteding. Dan komen we er vast wel uit. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik reageer ook op de woorden van de wethouder dat hij niet over zijn graf heen wil regeren. Ook door dingen niet te doen, regeer je vooruit. Of dat de juiste manier is, is ook maarde vraag. De VOORZITTER: Dan sluit ik de beraadslagingen. Ik geef de gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Wij waren niet voor dit maatregelenplan, waaruit deze maatregel voortvloeit. Wij kunnen ons deze maatregel echter wel voorstellen. Met de toezegging-dat-hetuit~inde~ijl~maatwer-k-~I+jft-kunnen-wij-voor-hetvoorspel-stem-men. De heer AKSE (SP): Voorzitter! Wij zullen tegen dit voorstel stemmen. Wij vinden het juridisch wat lastig in elkaar zitten. Het is een financieel gedreven voorstel, dat in onze ogen een groep zal treffen die het al moeilijk genoeg heeft. Een rapportage bij de jaarverantwoording 2021 is over bijna een jaar en dat is ons veel te Iaat. Daarnaast vinden wij dat het college met dit voorstel de mogelijkheid schept om op termijn inkoop te doen in plaats van de subsidieweg te bewandelen. Daar zijn wij het niet mee eens. Dat moet apart besproken worden. Wij zullen tegen stemmen.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Er zitten voor ons te veel onduidelijkheden en mogelijke onjuistheden in het voorstel. Wij kunnen hier niet mee instemmen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Wij vinden het voorstel juridisch onzeker. Het is een groep die het volgens ons niet breed heeft. Daarom kunnen wij niet instemmen met dit raadsvoorstel. De VOORZITTER: Dames en heren! Wij gaan over tot besluitvorming. Ukunt uw stem elektronisch uitbrengen. Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel, waarna de voorzitter constateert dat het voorstel is aangenomen met 24 tegen 11 stemmen. Voor het voorstel hebben gestemd de leden van de fracties van CDA, Christenunie, D66, Democraten.Nu, Lokaal Almelo Samen, PVV en VVD. Tegen het voorstel hebben gestemd de leden van de fracties van Forum voor Rechts, Fractie Weinreder, GroenLinks, Leefbaar Almelo, Lijst fete, PVA, PvdA en SP. R 2106600
31
-
De VOORZITTER: Dames en heren! Het is momenteel 22.11 uur. Ik wil de vergadering schorsen tot 22.20 en de vergadering dan voortzetten met de Woonvisie. Ik kondig u nu alvast aan dat de agendapunten 11, 12 en 13 in de vergadering van volgende week worden behandeld. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! We gaan nu schorsen, maar het is al bijna 22.15 uur. Als mijn geheugen goed is, wordt normaal gesproken de vergadering om 22.30 uur beëindigd. Dan kunnen we de Woonvisie toch ook beter doorschuiven? Dan is iedereen de volgende keer fris en fruitig. De VOORZITTER: Wij beginnen volgende week pas om 21.00 uur met de vergadering, want we hebben eerst nog Raadszaken. De Woonvisie is een groot agendapunt, evenals de twee voorstellen over Soweco. Dan moeten we nog een derde avond gaan beleggen en daarin is niet voorzien. We gaan straks in ieder geval beginnen met de Woonvisie en dan kijken we hoever we komen. Misschien blijft het bij één termijn, of kunnen we het toch afronden. Het is me nog te vroeg om er nu mee te stoppen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik wist niet dat we volgende week pas om 21.00 uur beginnen. De VOORZITTER schorst hierna de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de VOORZITTER aan de orde: 10. Woonvisie 2020-2030 (R 2106488). De VOORZITTER: Dames en heren! Ik heb een vrij lange lijst met sprekers. Het zijn er twaalf.