CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 12 oktober 2021 (getekend).pdf

Raad 12 oktober 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Besluitenlijst en notulen28.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

tI _

~'

i_

-

_:~

Gemeente

~,1 AI melo

~f

~ "-

~ LL

Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo Datum:

12 oktober 2021

Aanvang:

19.30 uur

Locatie:

raadzaal

Voorzitter:

de heer A.J. Gerritsen, burgemeester; mevrouw I.A.M. ten Seldam, vicevoorzitter van de raad, tijdens de behandeling van agendapunt 4.

Griffier:

mevrouw K.D. Handstede.

Aanwezige leden:

de heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. Buikema-Albers, de heren H. Buitenweg, U. fete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu, mevrouw H.J. Geerdink, de heren R.H. Gelici, F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hummels, J.L.R. Kampman, H.F.T. Kamst, W. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren G.W.L. Stork, T.S.M. Styteler, W.B. Teeuw, H. Teunis, A.J.J.M. Trienen, J. Tijhof, A. de Vries, W.H.H.L. Weinreder, J.B.W. Wiertz, en M. Zielman.

Afwezige leden:

mevrouw D.C. Wind.

Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. Van Mierlo J.M. Van Rees.

1. Opening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Voor het eerst sinds anderhalf jaar zit u weer hutjemutje op elkaar -althans, zo lijkt het, maar dit waren we jarenlang gewend. Laten we elkaar maar een beetje vergeven als het fout gaat. Ik heb begrepen dat moties weer hard copy ondertekend bij de voorzitter moeten worden aangeleverd, als ze worden ingediend. Ik ben blij dat er weer publiek op de publieke tribune zit, al is het geen volle bak, en de collegeleden ook weer keurig in hun bankje zitten. Ik heet de voorzitter van de Rekenkamercommissie, de heer Mastwijk, van harte welkom voor het agendapunt dat zijn commissie betreft. Bericht van verhindering is ontvangen van mevrouw Wind. Dat betekent dat u met 34 leden uw besluiten gaat nemen. Via de lijst met ingekomen stukken en de media hebt u kennis kunnen nemen van het feit dat de heer Gelici uit de CDA-fractie is getreden en vanaf medio september in de raad verder gaat onder de naam Fractie Gelici. Hij houdt zijn plek recht tegenover mij. De reden dat er een wisseling van plaatsen heeft plaatsgevonden, is dat de PvdA-fractie er prijs op stelt om op de R 2106934

tweede ring aan de zijkant plaats te nemen, om redenen die voor mij en het presidium voldoende zijn om daaraan tegemoet te komen. Dit leidt ertoe dat raadsleden die gewend zijn op de tweede ring te zitten en daar hun wijsheden in de richting van het stadsbestuur debiteren - ik bedoel de heer Hummels -een rij naar voren zijn gekomen. Ik neem aan dat dit voor zijn aanwezigheid en activiteiten in de raadszaal geen enkel verschil zal uitmaken. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! Het kan zijn dat dit vanavond nog even verwarring veroorzaakt, maar daarna valt het misschien mee. De VOORZITTER: Geweldig. De vergadering zal vanavond geopend worden met een bijdrage van onze collega mevrouw Geerdink. Mevrouw GEERDINK (PvdA): "A'j went bint plat te proat'n, m~j't hier um oons nig loat'n." Dit is de tekst op het tegeltje dat in het huis van mijn ouders hangt. De taal waarmee ik ben opgegroeid. Mijn moedertaal! Op 10 oktober 2018 werd in het Provinciehuis te Zwolle het "convenant inzake de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal" ondertekend door het ministerie van Binnenlandse Zaken, de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland, en de Friese gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf.

Een belangrijke overweging voor dit convenant is dat de regionale Nedersaksische taal is erkend onder deel II van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Hiermee erkent de regering: • de streektaal als een verrijking voor het Nederlands cultureel erfgoed, waardoor betrokken provincies en gemeenten een eigen beleid voor het Nedersaksisch kunnen voeren; o en dat het van belang is om het imago van het Nedersaksisch en de gebruiksmogelijkheden te stimuleren en te versterken, zodat oudere generaties gemotiveerd worden om hun taal aan jongeren door te geven en dat jongeren ervoor openstaan om de taal te Ieren en te gebruiken. In het convenant is afgesproken: • de minister erkent de regionale taal Nedersaksisch als een wezenlijk, volwaardig en zelfstandig onderdeel van de taalsystematiek binnen Nederland; a allen spannen zich in en werken samen om de Nedersaksische taal in Nederland te behouden en het gebruikte bevorderen, zonder de totstandkoming van nieuwe wet- en regelgeving. Als raadslid van de gemeente Almelo wil ik graag mijn steentje bijdragen om de Nedersaksische taal levend te houden en zal nu een gedicht van Joke Wanschers voordragen. Het gedicht heet Modertaal.

-_

"Mien weege hef in Twente stoan, _____ AI is't._ook_I_a_nge_eleen En doar bin ik aait prat op goan, Ik hebt veur gin mèèns verzweg'n Ik bin aaltied in Twente west Dat plekske woar 'k zoo van hooi. Dee sproake bevalt miej het best, Het is veur miej de mooiste taal. Hooit aait oew modertaal in ere, Woa'j ook goat of stoat, Komi e uut de stad of van't platte laand of woa'j ok mag ween, Dee taal dee zó'j toch nooit verleern, al wo'j ook nog zo oold En he'j in oew leam'n vólle ezeen, of't oew slecht geet, of 't geet oew good, en wat veur wark o'j in oew dagelijk leamn ok doot. Hooit aait oew' modertaal in ere en schaamt d'r oew neet veur, Het is de taal dee ik't leefte heur. le'j kont mangs wat wonderlijks heuren, 2 R 2106934

lej begriept neet, hoe of het besteet, Mar leu, het wil wal is gebeur'n Dat d'r ene oet Twente vot geet. En bint ze dan good en wal vot, en komt ze met vakaantie hier weer, Dan arger ik miej kapot, eer modertaal kent ze neet meer. Vól zint d'r, a'k miej neet vergis, Dee taal 't leefste dood wolln zwieg'n Mar weet good, dat 't bief miej neet zo is, ik kan d'r nig genog van krieg'n. D'r is zovol dat of hef edoan, doar nem iej toch niks meet van met, Marde modertaal mut bliewen bestoan, dat is nooit ne schane west." De VOORZITTER: Ik vind het machtig mooi dat platkuiern in de gemeenterond. En ik mag het geerne lie-en da wie 't voaker dut, maar ik denke dat er ook een aantal under ons zeen die er moite mit hebben om 't te volgen. Ik denke dat wie moar gewoon in 't Hollands verder mutten vergaadren met mekaar. Danke wah. Asje lange tiet rondloopt in Almelo of in Twente, pak je dat allemoal vanzef op. Geachte leden van de raad van Almelo, we gaan verder in het Nederlands. 2. Vaststellen agenda. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik maak u erop attent dat er drie moties vreemd aan de agenda zijn ingediend. Die wil ik aan het eind van de reguliere agenda bespreken, in de volgende volgorde. Allereerst de motie "Bevolkingsonderzoek borstkanker".

Vervolgens, omdat dan het voorzitterschap zal worden overgenomen door de vicevoorzitter mevrouw Ten Seldam, de motie "Toegangscontrole" van Democraten.Nu, PvdA en Leefbaar Almelo. Enten slotte de motie "Coronacheck-app" van de fracties van de PVV en Gelici. Kan dit op uw instemming rekenen? De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! De laatste twee moties zijn hetzelfde van aard, maar die van de PVV is verstrekkender. Daarom lijkt het mij logisch die het eerst te behandelen en daarna die van ons. De VOORZITTER: Het thema verstrekkendheid is met name van toepassing op amendementen. Dus dat zou niet hoeven uitmaken. Eerlijk gezegd, als ik ze wel beschouw, zijn het echt twee verschillende onderwerpen die met de moties beoogd worden. Ik zou het in de door mij voorgestelde volgorde willen doen. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Ik stel het gewoon aan de orde. Als daar anders over wordt gedacht, mag dat natuurlijk. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik vraag uw toestemming om agendapunt 5, over de toelating van de heer Kamst en zijn installatie voor een derde periode, te behandelen direct na het vaststellen van de agenda. Ik zie dat u daarmee instemt. Aldus is besloten. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! De fractie van Forum van Rechts is van mening dat het voorstel over de financiële verordening, agendapunt 14, niet besluitrijp is. Ik stel voor om dat van de agenda te halen.

De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Vorige week hebben we hierover een debat gevoerd tijdens het politieke beraad. Mevrouw Pol was een van de collega's die hier heel veel twijfels bij hadden. Er waren meerdere collega's met twijfels. Ik steun het ordevoorstel, zodat zij een goed gevoel krijgt als voorzitter van de commissie P&C, als dit van de agenda wordt gehaald. Ik zie bovendien geen haast. Ik ben tevreden als we er nog een keer over praten in een politiek beraad en het voor een raadsbesluit terugkomt in de raad. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik steun ook het ordevoorstel. Mocht dit het niet halen, wil ik 3 R 2106934

als inspreker genoemd worden. De heer TIJHOF (PVV): Wij steunen het ordevoorstel niet. Wat ons betreft is het voorstel besluitrijp. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! De heer fete haalt aan dat mevrouw Pol als voorzitter van de commissie P&C de oproep doet. Volgens mij is dat niet aan de orde en staat dat er los van. Ik heb het niet haar horen zeggen. Ik geloof dat het voorstel vanavond prima behandeld kan worden. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! In de commissie Planning en Control hebben ik en meerdere raadsleden nadrukkelijk aangegeven — ik heb dit ook de vorige keer nog aangekaart — dat ik het verstandig vind dat hier uitgebreid over gedebatteerd wordt. Ik was zeer teleurgesteld te merken dat dit vervolgens wel in een politiek beraad is aangegeven, maar het voorstel tegelijkertijd voorde raad was geagendeerd. Ik vind dat niet netjes. In die zin is het in de commissie Planning en Control een discussiepunt geweest. Mevrouw Geerdink zit ook in die commissie en steunt dit ordevoorstel. De VOORZITTER: Hier gaat om de vraag of de gemeenteraad — in die hoedanigheid zit u hier —het voorstel wil bespreken. Ik bespeur verdeeldheid en stel voor te stemmen over het ordevoorstel. Hierna wordt digitaal gestemd over het ordevoorstel om agendapunt 14 van de agenda te halen, waarna de voorzitter constateert dat het is verworpen met 13 tegen 21 leden.

Voor het ordevoorstel hebben gestemd de leden van de fracties van D66, SP, GroenLinks, PvdA, PVA. Lijst fete, Fractie Weinreder, Forum voor Rechts en Leefbaar Almelo. Tegen het ordevoorstel hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van VVD, Lokaal Almelo Samen, CDA, Christenunie, Democraten.Nu, PVV en Fractie Gelici. De agenda wordt hierna vastgesteld, met inachtneming van de daarin aangebrachte wijzigingen. Hierna worden eerst afgehandeld de volgende agendapunten, waarover door geen van de leden het woord wordt gevraagd. 6. Voordracht twee leden Raad van Toezicht OPOA (R 2106840). Dit voorstel wordt zonder stemming aangenomen. 8.—Aanpassing verordening Stadsprijs (R 2106836). Dit voorstel wordt zonder stemming aangenomen. 5. Tijdelijke toelating raadslid dhr. H.F.T. Kamst voor een derde periode (R 2106834). De VOORZITTER: Ik maak u erop attent dat er een feitelijke fout zit in punt 2 van dictum van het. Vandaag vindt de toelating plaats. De benoeming van de heer Kamst is op 24 september jl. geweest door de voorzitter van het centraal stembureau. De toelating vindt gewoon plaats en raakt niet aan de benoeming, want die loopt door tot 23 januari 2022. Dit staat in het besluit vermeld.

Mevrouw VAN SAANE (voorzitter commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven): Voorzitter! Op dinsdag 28 september 2021 heeft de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven de geloofsbrieven van de heer Tjamme Kamst opnieuw onderzocht. Dit in verband met zijn voorgenomen toelating tot de gemeenteraad van de gemeente Almelo. De commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven beoordeelt de toelaatbaarheid tot de raad aan de hand van de Gemeentewet en baseert zich hierbij op de artikelen 10, 13 en 15 van deze 4 R 2106934

Gemeentewet. Gebleken is dat de heer Tjamme Kamst voldoet aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen. De commissie adviseert de raad derhalve om met ingang van 24 september 2021 over te gaan tot toelating van de heer Tjamme Kamst als lid van de gemeenteraad van Almelo. Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel tot toelating van de heer Kamst, waarna de voorzitter constateert dat het voorstel met algemene (34) stemmen is aangenomen. De VOORZITTER: Mijnheer Kamst, gefeliciteerd! U bent inmiddels het meest beëdigede raadslid van de gemeente Almelo -door vervelende omstandigheden, benadruk ik graag. Ik word gecorrigeerd; mij wordt ingefluisterd dat de heer Stork het meest beëdigde raadslid is. Hierna legt de heer Kamst in handen van de voorzitter de in de Gemeentewet voorgeschreven belofte af. De VOORZITTER: Dames en heren! Zoals ik al zei, zijn de omstandigheden waaronder een raadslid tijdelijk benoemd wordt nooit vrolijk. Dat is nog steeds het geval, want de Lokaal Almelo Samen-fractie en Jan Hammink voelen nog steeds de behoefte om Jan Hammink te vervangen, inmiddels voorde derde en ook laatste keer dat de Kieswet die mogelijkheid biedt. We hopen dat dit voorde heer Hammink voldoende gelegenheid biedt om tot een herstel te komen. 3. Vaststellen afhandelwijze ingekomen stukken. Raadsbrieven vanuit B&W (R 2106832).

Met betrekking tot de ingekomen raadsbrieven vanuit B&W wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. Aan de gemeenteraad (R 2106831). Met betrekking tot de ingekomen stukken aan de gemeenteraad wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. (Hierna draagt burgemeester Gerritsen het voorzitterschap van de vergadering overaap mevrouw Ten Seldam.) 4. Vragenhalfuur (R 2106857). 1. Vragen van de Lokaal Almelo Samen-fractie over Perikelen energietransitie XL Business ark. De heer HUBERS (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Vorige week werden we wakker geschud door twee artikelen in Tubantia waarin de perikelen werden samengevat over de plannen die men heeft voor duurzame energie op het bedrijvenpark XL, met name de belemmeringen voorde bedrijven om dit gezamenlijk aan te pakken met opslag van elektriciteit en eventueel waterstofberging. Ik heb er nog even verder naar gekeken, maar in het land zie je nergens dat soort plannen, althans niet dat het lukt. Deze belemmeringen liggen dwars op de idealen die wij hebben om duurzame energie als motor te gebruiken voorde hele economie. Mijn vragen zijn: 1. Wat kan B&W eraan doen om deze dataplanning van de netwerkbedrijven te slechten? 2.

Welke mogelijkheden ziet het college om ruimte te kunnen realiseren voor opslag van elektriciteiten het in onderzoek zijnde waterstofproject dat VDL samen met parkontwikkelaar Heylen wil realiseren? 5 R 2106934

De heer VAN MIERLO (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Zoals wij uw raad eerder hebben geïnformeerd, is er sinds 11 december 2020 sprake van structurele congestie op het elektriciteitsnet, zoals dat zo mooi heet. Dit betekent dat er geen transportvermogen meer beschikbaar is voor nieuwe teruglevering voor bedrijven met een grootgebruikaansluiting. Als een bedrijf een aanvraag doet voor teruglevering, komt die op een interesselijst terecht en als er dan weer ruimte is, worden bedrijven daarover geïnformeerd. De datum waarop zo'n aanvraag is gedaan, is leidend voorde plaats op die lijst. Oftewel, het gaat hierom het zogenaamde molenaarsprincipe: wie het eerst komt, het eerst maalt. De beperking doet zich voorop het hoogspanningsniveau van het landelijke net en het gaat nog zeker tot 2026 duren voordat TenneT eraan toekomt. De vraag is: hoe dat te versnellen? Eerlijk gezegd, de keuze aan acties of maatregelen is niet reuze groot. We kunnen als gemeente namelijk helemaal niets afdwingen. Maar al geruime tijd is dit heel nadrukkelijk onderwerp van gesprek met de netbeheerders, hierin Almelo en regionaal, in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). Het heeft topprioriteit, maarde capaciteitsuitbreiding moet robuust aansluiten op de huidige en toekomstige energievraag. Er moeten ook ruimtelijke procedures voor doorlopen worden en dat kost tijd.

Helaas kunnen we niet heel veel sneller. Intussen kijken we of er rondom XL Businesspark wellicht maatwerkoplossingen mogelijk zijn. De huidige wetgeving, de Elektriciteitswet, maar ook de Wet voortgang energietransitie, geven heel kleine openingen om in een kleinschalige omgeving te kijken naar maatwerk. Daarover hebben we overleg met diverse partners, zoals de provincie en de netbeheerder, en we hebben afspraken in voorbereiding met bijvoorbeeld Heylen en VDL Energy. Ik zeg met nadruk dat dit een eerste verkenning is om te kijken of zo'n maatwerkoplossing, waarin ook de Autoriteit Consument en Markt een rol speelt, uberhaupt enige kans van slagen heeft. De netwerkbeheerder is primair aan zet. Vraag 2 gaat over mogelijkheden voor opslag. VDL Energy Systems werkt aan de new energy garden. In nauwe samenwerking met andere partijen willen zij werken aan het ontwikkelen van decentrale energiesystemen, waarin nieuwe concepten op het gebied van onder andere energieopslag en -distributie zijn verwerkt. De heer Hubers heeft al gezegd dat dit soort initiatieven niet overal in het land te vinden is. Het onderscheidende karakter binnen al bestaande regionale initiatieven ligtin het feit dat er gewerkt wordt aan grootschalige, zware — ze noemen het ook wel heavy duty —industriële en stationaire oplossingen, zoals turbines en batterijen.

De gemeente Almelo steunt het plan van VDL Energy en denkt mee hoe bij dit soort innovatieve toepassingen de financiering en ondersteuning rond kan komen, bijvoorbeeld als er een herijking aan de orde is van de Regio Deal of via Nieuwe Energie Overijssel, NEO. Dit komt binnenkort aan de orde in ons overleg met de genoemde partners, dat volgens mijn agenda binnen drie weken plaatsvindt. Concluderend, we hebben als gemeente niet superveel knoppen om aan te draaien, maar de kleine kansen die wij zien, grijpen we natuurlijk met beide handen aan. De heer HUBERS (Lokaal Almelo Samen)_Voorzitter! Dit is zeer van belang, omdat er in Aadorp grootse plannen zijn om alle 800 woningen energieneutraal te maken en zelfvoorzienend te worden. Ook daar geldt hetzelfde probleem als er belemmeringen zijn met netwerkbeheerders. Hoe ziet de wethouder dat? De heer VAN MIERLO (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Wij staan in nauw contact met de Energieco~peratie Aadorp. Ze bekijken met de knowhow binnen de energieco6peratie hoe ze gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld zon op dak in de directe omgeving. We kijken ook wat dit eventueel voorde toekomstige ontwikkelingen op het gebied van windenergie kan betekenen. Het klopt, het heeft alle aandacht.

De knowhow die aanwezig is binnen de energieco~peratie helpt zeker ook ons om dit soort vraagstukken, waarvoor echt nog geen blauwdruk ligtin het land, beet te pakken. Eris mij gevraagd om in het kader van de RES 2.0 bestuurlijk aanspreekpunt te zijn voor innovatieve oplossingen. Wat dat betreft komt dit heel mooi bij Almelo samen. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik zie nog aanvullende vragen bij de heer Pauwels, maar die ruimte bieden we niet, omdat we vanavond bij voorkeur de hele agenda afhandelen. Het onderwerp zal nog veelvuldig aan bod komen. R 2106934

2. Vragen van de PVA-fractie over verwaarloosde terreinen op de hoek Knoopshófte en de Nieuwstraat. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Omwonenden hebben diverse keren geklaagd over verwaarloosde terreinen op de hoek Knoopsh6fte en de Nieuwstraat, die in het bezit zijn van een eigenaar die ze Iaat verpauperen. De hele situatie doet afbreuk aan het prettige woonklimaat in de wijk. Vuil dat over de hekken wordt gegooid is niet alleen ontsierend, maar zorgt ook voor ratten en ander ongedierte waar bewoners last van hebben. De Woningwet stelt dat open erven geen gevaar mogen opleveren voorde veiligheid of gezondheid van mensen, dieren en goederen. 1. Is het college bekend met deze vervelende situatie? 2. Deelt het college de opvatting van bewoners dat verwaarloosde en niet onderhouden terreinen afbreuk doen aan deze net vernieuwde straat? 3. Kan het gemeentebestuur handhavend optreden op de gevaarlijke en overlast gevende woonsituaties? 4. Is de eigenaar al een keer aangesproken op zijn verantwoordelijkheden als eigenaar? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft dat nog geen enkel resultaat opgeleverd? De heer GERRITSEN (burgemeester): Mevrouw de voorzitter! Het college is bekend met de situatie. Het is in de breedte van Almelo een bekende locatie, een braakliggende plek aan de Nieuwstraat, maar formele klachten of handhavingsverzoeken zijn bij de gemeente niet bekend.

Wel is bij een onlangs gehouden buurtbijeenkomst met buurtbewoners, ondernemers en pandeigenaren van het gebied Achter de Molen de situatie op deze terreinen ter sprake gekomen. De klachten waaraan raadslid De Olde refereert, zijn in die zin hier bekend. Toen is ook aan de eigenaar van die terreinen —die was aanwezig op die avond —meegegeven datje als eigenaar verantwoordelijk bent om je terrein te onderhouden. Op vraag 2, of het college de opvatting van bewoners deelt dat verwaarloosde en niet onderhouden terreinen afbreuk doen aan die vernieuwde straat, is het antwoord volmondig ja. Laat er geen twijfel over bestaan dat ook het college van mening is dat de huidige situatie geen schoonheidsprijs verdient. Maar op de volgende vraag of we handhavend kunnen optreden, luidt het theoretische antwoord dat we kunnen handhaven op terreinen. De heer De Olde haalt terecht de Woningwet aan, maar daar hoort ook het Bouwbesluit bij, artikel 7.21. Die bieden de basis om bij gevaarzetting, gevaar voorde volksgezondheid of gevaar voor leven, have en goed van mensen om op grond van artikel 125 van de Gemeentewet — de bestuursdwang met een last onder dwangsom bijvoorbeeld — over te gaan tot het gedwongen laten opruimen van het terrein.

Maar ik zei het al even, dat is een long short, om het populair aan te duiden, omdat je daarbij de gevaarzetting helder moet kunnen onderbouwen en bovendien een voldoende dossier moet hebben opgebouwd. Dat bestaat eruit datje meerdere malen formeel moet hebben vastgesteld dat die gevaarzetting er is en bovendien de eigenaar formeel in de gelegenheid moet hebben gesteld om die situatie op te lossen. Is de eigenaar al een keer aangesproken op zijn verantwoordelijkheid? Ik heb net al gezegd dat dit is gebeurd tijdens die bijeenkomst. Daar ís hij informeel aangesproken en de eigenaar heeft sindsdien nog geen actie ondernomen. Wel is ons college op de hoogte, zij het in zeer prille vorm, dat er herontwikkelingen aanstaande zouden kunnen zijn op dat terrein. Als daar sprake van is, leidt dat, neem ik aan, ook direct tot het opklaren van de situatie ter plaatse. De heer DE OLDE (PVA): Eris daar inderdaad een gemeenteambtenaar geweest, maar die heeft tegen de mensen gezegd dat de gemeente er helemaal niets aan kan doen. De eigenaar heeft nog geen reactie gegeven. Kan diezelfde ambtenaar contact zoeken met de eigenaar en met hem aan tafel gaan zitten om hem te zeggen: ruim die rotzooi nou een keertje op? De heer GERRITSEN (burgemeester): Dat is al gebeurd. Er is gisteren contact geweest met de dochter van een van de eigenaren om de situatie door te nemen.

Toen is er ook op gewezen dat volgens de gemeente gevaarzetting zoals ik die zo-even heb geduid, nog niet aan de orde is. Er is aandacht gevraagd voorde staat van het onderhoud en het gerief van de woonomgeving aan de Nieuwstraat en de Knoopsh~fte. Ik denk dat wij de betrokken eigenaren R 2106934

de gelegenheid moeten bieden om daar wat mee te gaan doen. Maar ik moet benadrukken dat er echt sprake moet zijn van een ernstige situatie om, gebruikmakend van bestuursdwang, een eigenaar te verplichten tot het opklaren van zijn erf. Nogmaals, wij zijn niet blij met wat daar gebeurt. Meer kan ik er niet over zeggen. (Hierna draagt mevrouw Ten Seldam het voorzitterschap van de vergadering overaap burgemeester Gerritsen.J 7. Onderzoeksrapport Jeugdhulp Twente Gezamenlijke Rekenkamer (R 2106835). De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! Mooi dat er een goed rapport ligt, jammer dat er zo'n knullige onderzoeksopdracht is gegeven om te kijken naar de tekorten inde jeugdhulp, waar die vandaan komen en wat met de planning en weet ik veel wat te maken heeft. Ik had liever gehad dat er gekeken was naar de resultaten van de jeugdhulp en of die misschien te maken hebben met de organisatie en allerlei andere toestanden. Ik ben blij met dit onderzoek, want er zitten mooie aanwijzingen en aanbevelingen in. Ik vraag me af in hoeverre die zijn op te volgen, als wij als gemeente binnen de regio — de plek waar we moeten samenwerken —vaker dwars lijken te liggen dan coóperatief zijn. Ik ben benieuwd hoe die samenwerking op dit onderwerp verder gaat, beter gaat.

Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Allereerst complimenten voor de samenstellers van dit rekenkamerrapport. Het zal niet eenvoudig zijn geweest. Zoals in het politiek beraad al aan de orde is gekomen, onderschrijft de Lokaal Almelo Samen-fractie de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport Jeugdhulp Twente van de gezamenlijke rekenkamers, en steunt ze derhalve het voorliggende raadsvoorstel. Ik weet dat de burgemeester niet wil dat ik dit in eerste instantie zeg, maar ik doe dat toch maar. In 2015 is afgesproken dat de gemeente de verantwoordelijkheid en de regie zelf zou voeren. Op mijn vraag wat hiermee gebeurd is, gaf de wethouder als antwoord dat erin het najaar meer gedaan gaat wordt met het oog op jongeren. Visie en doelen benoemen is één ding, maarde raad wil er aan de voorkant bij betrokken worden. Kan de wethouder dat toezeggen? De bedoeling was één regisseur. Wordt door de gemeente goed toegezien op de vele, nieuwe zorgaanbieders? Een van onze andere zorgen is de indicering, die nu wordt gedaan door ambtenaren die, hoe goedwillend ook, niet als specialisme bijvoorbeeld psychiatrie hebben.

Zijn bij de indicering van jongeren met een stoornis psychiaters betrokken? Met welke instituten of instellingen die beschikken over gecertificeerde medewerkers, die kunnen en mogen indiceren en die mogen en kunnen aangeven waar een kind het beste behandeld kan worden, heeft de gemeente Almelo afspraken c.q. contracten?_Dit.geldtook voor __ de _ op - te zetten preventiestrategie. Betrek er alsjeblieft specialisten bij. Die hebben ervoor doorgeleerd. In het rapport staat op blz. 45 dat onder andere Almelo gaat korten op preventief jeugdaanbod. Dit is contrair de voorgenomen preventiestrategie. Kan het college aangeven wat er met de extra middelen voor jeugdzorg gaat gebeuren? Als deze gelden niet ingezet gaan worden voor preventieve of andere jeugdzorg, waarom dan niet, terwijl er toch aanwijsbaar tekorten zijn op dit gebied? Als de preventiestrategie klaar is, zal er geld nodig zijn om deze strategie daadwerkelijk uit te voeren. Vergelijk ook blz. 49, punt 4a. Komt er ook een preventieprogramma voorde depressieve jeugd? Zijn er al contacten gelegd met instellingen in het veld? Mogen kinderen van 12 jaar zelfstandig een klacht indienen? Zo nee, waarom niet? En zo ja, hoe werkt dat dan? De wettelijke verplichting is om meer samen te werken met maatschappelijke organisaties.

De Lokaal Almelo Samen-fractie ziet hiervan graag een regelmatige terugkoppeling, al of niet via een jaarverslag. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Ik zeg dank aan de Rekenkamer. Mijnheer Mastwijk zit hier voor het toespitsen op Almelo van dit regionale onderzoek en de toelichting daarop. We R 2106934

hebben daar veel aan gehad. Mijn fractie kan instemmen met het raadsvoorstel, net als de Lokaal Almelo Samen-fractie. Vorige week heb ik tijdens het politiek beraad gezegd dat wij graag een verdieping hebben op het gebied van jeugdzorg, dus niet alleen op de administratie, maar ook op de zorg zelf, de aanvragen, waarom die toenemen en waar die toenemen. De wethouder, het college, verklaarde zich daartoe bereid. Daar kijken we naar uit. We danken het college voor die toezegging en gaan graag daarover verder het gesprek aan. De heer DE VRIES (PvdA): Gemeenteraad, college, verantwoordelijk wethouder, ouders en jongeren, aanbieders van alle betrokken ketenpartners zoals Avedan! We zijn er nog niet. Nee, dit wordt geen doorzaagpraatje. Het blijft voorlopig aanpoten in de jeugdzorg, via het beproefde recept van onderzoeken, verbeteren, onderzoeken, verbeteren. Eigenlijk is dit ook mijn samenvatting van het terugluisteren van het politiek beraad van vorige week, waar ik helaas fysiek moest afhaken. De wethouder gebruikte in dat terugluisteren in mijn ogen verglijkbare woorden: we zijn onderweg via het proces van verbeteren, onderzoeken, verbeteren. Ik dank hem voor zijn inbreng, voor zijn openhartigheid over trial and error in de jeugdzorg.

Ik heb zo af en toe mailcontact met de wethouder over echte problemen, van de straat zeg maar, en zie in dat contact de erkenning voorde zoektocht naar beter, en ook van terechte missers in de uitvoering, met de onderliggende vraag: draaien we aan de juiste knoppen voor onze jeugd? Ik wil met hem dat dit gebeurt en ik denk dat we dat allemaal willen. De wethouder wil de raad zo nodig voeden met informatie tot diep in de uitvoering. We weten het voorbeeld dat de heer St~teler gaf als het gaat om vechtscheidingen. Ik ben het met de heren eens. Om het abstracte van de kaders die we hier vaststellen te snappen, moetje kijken door de bril van die altijd weerbarstige praktijk van jongeren in problemen en het keiharde werk van professionals in de stad. U kent mij, ik teken bij het kruisje voor die informatieve sessies. Tegelijk zijn er kaders, de wethouder wees er de vorige keer op. Ik moet u bekennen dat ik daar het spoor bijster ben. Oké, we hebben de Jeugdwet, die is keihard: check. Maar dan is er een trits aan stukken, lokaal en regionaal, van OZJT en van visie X tot beleidsstuk Y. Nu weer de aankondiging van de wethouder van een preventieagenda. Mevrouw Van Doorn zeí het al. Ik dacht, met haar misschien: een preventieagenda en preventiestrategie, nu al of nu pas? Wat hebben we dan al die jaren gedaan? En toch: Iaat maar komen.

Het tekent wat mij betreft ook het pionieren in deze grillige tijd. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik kan het toch niet laten te wijzen naar drie jaar geleden, toen de PvdA-fractie tegen de preventieagenda heeft gestemd. Ik wijs erop dat het in juli 2017 de PvdA-fractie is geweest die tegen heeft gestemd. Nu verwijt de heer De Vries de wethouder dat er geen voortgang wordt gemaakt op preventief beleid. Kan hij verklaren waarom hij destijds tegen was? De heer DE VRIES (PvdA): Als de heer Loupattij goed geluisterd heeft, heeft hij gehoord dat ik niet tegen de preventiestrategie of preventieagenda ben. Ik moedig de wethouder aan in zijn strijd om die preventieagenda klaarte maken. Alleen, we hebben al jaren onze mond vol van preventie en in feite doen we aan preventie met het werken met allerlei maatregelen in het voorveld. Wij zijn destijds aangeslagen omdat de preventieagenda met een behoorlijk hap uit de portemonnee, uit de kas, is vastgesteld. Preventie prima, maar wel direct met een bezuiniging. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! De kern van het initiatiefvoorstel van de VVDfractie destijds in het kader van de preventie was een kadernota voor vier jaar vast te stellen, om het college de kaders en een preventieve agenda mee te geven. Nu, vier jaar later, zegt de heer De Vries: ik ben het daar zeer mee eens. Maar vier jaar geleden heeft hij tegengestemd.

Ik begrijp echt niet wat hij nu vertelt en ik begrijp echt niet waarom hij nu ineens voor is, terwijl hij vier jaar geleden tegen hetzelfde voorstel nee heeft gezegd. Kan hij dat uitleggen? De heer DE VRIES (PvdA): Ik blijf bij mijn woorden van net. De heer BETE (Lijst fete): Mijnheer De Vries, bent u het met mij eens dat het 9 R 2106934

initiatiefvoorstel van de VVD-fractie in 2017 meer geldgericht dan mensgericht was? Dat was toch de reden, als ik me goed herinner, waarom u en meerdere fracties tegen hebben gestemd? De heer DE VRIES (PvdA): We hebben het een met het ander gekoppeld. De heer BETE (Lijst fete): U zei destijds: meer voor geld dan voor mens. Dat was het toch? De heer DE VRIES (PvdA): Ja. Ik zei al dat wij bij het kruisje van dit raadsvoorstel willen tekenen. Ook wij gaan straks voorstemmen. En de aanbevelingen van het nette rekenkameronderzoek —onze complimenten richting de heer Mastwijk —worden overgenomen. Die steunt onze fractie van harte, vooral op het punt van Ieren van elkaar en inkopen, waarbij we tot nu toe misschien nog te veel hinken op twee benen. En Almelo is aardig op weg, concludeert het rapport. Let wel, wij tekenen bij het kruisje ondanks dat er veel misgaat, al het kader en alle inzichten ten spijt, en alle systeemoplossingen ten spijt. Ik stel de wethouder een vraag. Het aantal zorgaanbieders in de gemeente heeft niet zo veel invloed op het gebruik van de jeugdhulp zonder verblijf. En in een gemeente als Almelo, met een strenge selectie van aanbieders, leveren die aanbieders weliswaar minder hulp, maar wordt dit volledig gecompenseerd door het optuigen van de wijkteams met — we kennen het — heel veel wijkcoaches.

Er vindt dus eigenlijk een uitruil plaats, wat natuurlijk een beleidsdoel is, stel ik met een vraagteken. Maar dan denk ik: als die uitruil er is, wat zijn we dan met die uitruil effectief opgeschoten? Zou het college het weer op die manier doen? En zijn intakers, veelal maatschappelijk werkers die met de pet van intaker in gemeentedienst zijn gekomen, nu beter in staat om hulp op maat vast te stellen? Ze mogen niet diagnosticeren. Daarvoor wordt de volgende in de lijn ingeschakeld. Hoe verhoudt zich dat tot één loket en één aanspreekpunt? De PvdA-fractie blijft het lastig vinden om al dat kader door elkaar en met elkaar te begrijpen. Ondertussen varen de beleids- en consultancyfabrieken er waarschijnlijk wel bij. Maar wegen die kosten op tegen meer jongerenwerkers op straat, die de ogen en oren zijn als het gaat om signalering, dus preventie? Wat betreft andere vragen sluit ik me van harte aan bij de mooi en scherp gestelde vragen van mevrouw Van Doorn, ook over de half miljard voorde jeugdzorg, waarover deze week in het nieuws was dat vele gemeenten dat geld gebruiken om de gaten te dichten. Hoe moeilijken begrijpelijk het ook is, wij hebben in de jeugdzorg nog een hele weg te gaan. Ik sluit af. De wethouder zegt over de praktijk dat hij en zijn team alles goed in beeld hebben. Nu nog de juiste knoppen vinden om het perfect te organiseren voor onze jeugd.

Ik wens ons allemaal, maar vooral de jeugd en de opvoedende ouders, heel veel succes. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! De heer De Vries bevestigde de opmerking van de heer-fete-dat het preventiebeleid te veel_geldgestuurd.,was. Vervolgens zegt hij aan het slot van zijn betoog dat er nog veel gaten zijn, dat er nog veel moet gebeuren. Ik denk dan: als je geld tekortkomt, wat is er dan mis mee om meer naar die preventie te kijken, ook al is dat geldgestuurd? Is er dan geen win-winsituatie? De heer DE VRIES (PvdA): Eris zeker een win-winsituatie. Nogmaals, ik geloof dat ik het nog een keer moet zeggen: wij zijn niet tegen preventie. Sterker nog, ik denk dat preventie het juiste middel is om de problemen in de jeugdzorg niet te laten oplopen, waardoor we steeds zwaardere zorg moeten inzetten. Mevrouw Ten Beldam weet hoe wij als raad hier begonnen. We hadden behoorlijk de hakken in het zand, maar dat speelde misschien aan twee kanten. De harde ingrepen in het sociaal domein zetten ons misschien een beetje overdreven aan, maar dat was een counterreactie. Die had heel sterkte maken met de bezuinigingen in het sociaal domein. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Ik ben niet op zoek naar de verschillen, maar wat naar ons bindt. Wat ons bindt, is in ieder geval dat preventie een van de middelen is om ellende in de jeugdzorg te voorkomen. Is de heer De Vries het dan met mij eens...

10 R 2106934

De heer DE VRIES (PvdA): Eens. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Oorspronkelijk was de inzet: zo snel mogelijk, zo licht mogelijk. Maar nu in 2021 is het: zo snel mogelijk, zo zwaar mogelijk, om erger te voorkomen. De heer DE VRIES (PvdA): Wat is de vraag? Mevrouw TEN BELDAM (CDA): In 2015 en in de periode waarover het rekenkameronderzoek gaat, was de inzet: zo snel mogelijk en zo licht mogelijk. U noemde zelf net al: één coach. Tegenwoordig -voortschrijdend inzicht -zegt men vaak: zo zwaar mogelijk inzetten om te voorkomen dat het geleidelijk aan escaleert. Deelt u dat nieuwe inzicht? De heer DE VRIES (PvdA): Dat deel ik zeker. Ik sluit me ook aan bij de woorden van mevrouw Van Doorn. Zij zegt: kijk goed uit in het voorveld, de eerste opvang in de gemeente, en beoordeel goed wat daar gaande is. Zet daar professionals in, mensen die geregistreerd zijn, BIG-geregistreerde, goed geoutilleerde mensen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Het voert te ver om te definiëren wat een professional is. Maar een goede triage is belangrijk voor een goed zorgcontract.

De heer LOUPATTIJ (VVD): Mijnheer de voorzitter! Begrijp ik goed van de heer De Vries dat hij zegt dat de PvdA-fractie er vier jaar geleden anders inzat, misschien wat stugger, en dit ook aan de andere kant lag? Hij is het dus met mij eens dat hij, met de kennis van vandaag, destijds misschien wel had gestemd voor een integrale kadernota vanuit de raad met als titel: Voorkomen is beter dan genezen, meer preventie. De heer DE VRIES (PvdA): Het heeft geen zin om die vraag te beantwoorden, we zijn vier jaar verder. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik ben benieuwd naar al die verschillende opvattingen. Misschien kan de heer De Vries voor wat duidelijkheid zorgen. Is hij met mij van mening dat het mogelijkerwijs verstandiger is een goed preventiebeleid in te richten met een kleine investering, dan met een ingeboekte bezuiniging? De heer DE VRIES (PvdA): Dat is een retorische vraag: ja natuurlijk. De VOORZITTER: Het is een klein beetje onrustig. Laten we de onderlinge gesprekken wat gedempt houden, zodat iedereen het debat kan volgen. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Bedankt voorde bijdragen en voorde onderstreping van de waarde van het rekenkamerrapport en de aanbevelingen die daarin zijn gedaan. De heer Hummels heeft gelijk als hij vraagt of Almelo die bevindingen allemaal netjes kan opvolgen, daar waar er ook aanbevelingen zijn om dit vooral in regioverband te doen.

Past dat wel bij dein het verleden tentoongespreide dwarse houding van de gemeente Almelo? Wat dat betreft kan ik uw raad vanaf het front van de regio goed nieuws berichten, want de dwarse houding van de gemeente Almelo heeft zijn werk gedaan bij de rest van de gemeenten. Ze zijn zelf tot de conclusie gekomen dat die dwarse houding, dat dwarse denken, toch ook heel veel goeds in zich heeft. Zij geven daar nu uiting aan bij de uitgangspunten voor de nieuwe regiovisie Jeugd. Daarbij gaat het over de vraag hoe je tegen jeugdhulp aankijkt. Wat is jeugdhulp? Dat is een heel basale vraag. Willen we wel zoveel jeugdhulp als in de systeemwereld op ons afkomt? Dat soort vragen komt aan de orde. Het zal uw raad wellicht verbazen, maar het is toch echt zo dat in de volle breedte van de Twentse jeugdhulpregio het gedachtegoed zit dat het normaliseren van al die vraagstukken een heel belangrijk uitgangspunt is. Ook lichte zorg in plaats van zware zorg. Wellicht hebben we de afgelopen jaren in de voorhoede gelopen, maar we zien dat we op dat punt heel dicht bij elkaar komen. Dat biedt perspectief voor het opstellen van die gezamenlijke jeugdzorgvisie en het 11 R 2106934

uitlijnen van onze visie op de mogelijkheden van de aanbieders. Dit is niet onbelangrijk, want die gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden. Die wanbieders zullen in dat transformatieproces nog grote stappen moeten zetten. Dat zal uiteindelijk moeten landen in een sfeer waarin jongelui op een positieve manier kunnen opgroeien in de gemeenten, steden, maar ook in de dorpen en buurten, waarbij de zorg vooral preventief gericht is. Laten we zorgen voor stutten en steunen voor die gezinnen en, daar waar het even wat moeilijk wordt, voor het individu daarbinnen, het kind. En laten we vooral voorkomen dat we een systeem blijven optuigen met zware zorg en zware interventies en wat dies meer zij. De heer AKSE (SP): Voorzitter! Die dwarse houding spreekt mij zeer aan. Alleen moeten we constateren dat erin de jeugdzorg nog steeds op veel plekken lange wachtlijsten zijn en er nog steeds onvoldoende geld is. Ik vraag mij af of die dwarse houding een manier is om naar de landelijke overheid te gaan en te zeggen: moetje luisteren, wij blijven het niet langer op deze manier doen met een onderfinanciering en het constant zelf zoeken naar oplossingen binnen onze eigen budgetten op een andere manier. Preventie is prima. Dwarsliggen en een nieuw systeem bedenken dat effectiever en efficiënter is, is ook prima. Maar tot nu toe lost dat niet echt iets op.

De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! We moeten de wachtlijstproblematiek niet groter maken dan die op dit moment is. Ja, op onderdelen — ik denk bijvoorbeeld aan de jeugdggz — is er sprake van wachtlijsten. De aanmelding bij Dimence Jeugd ggz is niet het probleem, maar er kunnen wel twee of drie maanden overheen gaan voordatje daar in therapie kunt komen. Dat ligt niet zozeer aan geld, maar aan capaciteit; de beschikbaarheid van mensen om die taken op zich te kunnen nemen en om de therapieen begeleiding vorm en inhoud te kunnen geven. Daar zit het wezenlijke vraagstuk; het is vooral een capaciteitsvraagstuk. Bij vele andere vormen van jeugdhulp landt men rechtstreeks in maatwerkvoorzieningen en speelt veel minder de wachtlijstproblematiek dan door de heer Akse gesuggereerd. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! De wethouder heeft het over een wachtlijst die met capaciteit te maken heeft. Dat probleem hebben we ook als we onze knie verdraaien, bij wijze van spreken. Zit er volgens de wethouder een risico aan de wachttijd die op dit moment in de ggz speelt? Bij een knie lopen we hem misschien kapot, of krijgen we tussentijds een fysiotherapeut die ons helpt met wat bewegen.

Hoe zit het bij de wachttijd ggz? De heer LANGZUS (wethouder): Er zit zeker een risico in, daarom vindt er continu triage plaats, een continue beoordeling van wat erop de wachtlijsten staat en of het uberhaupt verantwoord is dater met de start van een begeleidingstraject wordt gewacht. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik hoor dat de wethouder een verantwoord risico neemt, waarbij hij_o.p..basis van deskundigheid beoordeelt of hij geen onverantwoorde risico's neemt. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! De wethouder neemt geen onverantwoorde risico's; dat doen de echte hulpverleners. De hulpverleners beoordelen op basis van hun specialistische kennis per geval nut, noodzaak en urgentie. Ze zetten echt zorg in als die heel erg nodig is. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! De wethouder heeft het over Dimence als de instelling waarmee hij de contacten onderhoudt, die indiceert en diagnosticeert. Heeft hij ook contacten met andere instituten? Ik noem als voorbeeld het Instituut Nijenkamp in Almelo, waar ook specialisten zitten. Ik kan me voorstellen dater meer van dat soort instituten zijn. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Jazeker. Er zijn zeer veel instituten. Nijenkamp is een bekende; dat is een grote wanbieder waarvan veelvuldig gebruik wordt gemaakt voor diverse zorgtrajecten. Ambiq is een gecertificeerde instelling, evenals Jarabee.

Dit zijn de grote wanbieders als het gaat om de volumes, hoe wrang dat hier mag klinken, want het gaat uiteindelijk altijd over individuen. 12 R 2106934

Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Dit betekent dus dat de wethouder niet alleen met Dimence werkt. De heer LANGZUS (wethouder): Dat klopt. Mevrouw Van Doorn heeft een groot aantal vragen gesteld. Bij het indicatieproces trok ze een beetje in twijfel of er wel voldoende kennis zit in die toegang. Ik wijs erop dat de gemeente Almelo inmiddels over een aantal gedragswetenschappers beschikt -pedagogen, orthopedagogen -die voor collegiale ondersteuning aan de kwaliteitstafel bij elkaar komen en de bijzondere gevallen met elkaar doorspreken, om te kijken wat de beste indicatie zou kunnen zijn. Zo werkt dat tegenwoordig. Voor de rest zijn veel van onze mensen in de toegang BIGgeregistreerd. Zij voldoen aan de protocollen die daarvoor gelden. Bij de preventiestrategie hebben we de specialisten betrokken. We hebben met al die organisaties gesproken over het opstellen van de preventieagenda. Ze zijn daarbij betrokken geweest. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik heb wel eens iets over de kwaliteitstafel gehoord. Wat is het doel van de kwaliteitstafel? En behalen ze hun doel? Ik heb wel eens gehoord dat bij zwaardere casussen, zwaardere zorgverlening, aan die kwaliteitstafel wordt gekeken of de aanvraag die de zorgverlener doet terecht is. Dat wordt dan doorgesproken.

Wat is het doel? Kosten reduceren, de zorg afzwakken, zeggen tegen de zorgverlener die de indicatie aanvraagt dat hij een te zware indicatie aanvraagt en hem een minder zware geven? Of is het alleen maar voorde interne verslaglegging? De heer LANGZUS (wethouder): De kwaliteitstafel is vooral voorde onderlinge review, dus onderling collega's bevragen op hun voorstel tot indicering, om daarin wellicht betere keuzes te kunnen maken, omdat ervaringen van anderen worden ingebracht. Dat mag ook zijn uitwerking hebben in een zo licht mogelijke behandeling. Eén plan, geïntegreerd, waarbij de kennis en ervaringen van anderen goed wordt ingezet, om te voorkomen dat erin bepaalde wijken niet meer over wordt gesproken en dat wijkcoaches, die natuurlijk naar eer en geweten indiceren, nooit eens feedback krijgen in de trant: wij hebben dat anders gedaan en dat werkte eigenlijk veel beter. De kwaliteitstafel heeft te maken met het verhogen van de kwaliteit, het Ieren van elkaar en daarmee zorgen dat de juiste zorg op de juiste plek komt. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! De wethouder zei dat wijkcoaches indiceren. In hoeverre zijn wijkcoaches gekwalificeerd om indicaties af te geven? De heer LANGZUS (wethouder): Dat zijn ze. Ik heb gezegd dat ze onder andere een BIGregistratie hebben.

Ze hebben dus een specialisme op basis waarvan zij bevoegd zijn om indicaties af te geven. Inmiddels is er een breed palet aan collega's voorde interne review. Ze maken gebruik van elkaar en dat mondt onder andere uit in de kwaliteitstafel. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Betekent dit dat alle wijkcoaches BIG-geregistreerd zijn, dat wil zeggen dat ze allemaal een medisch of verpleegkundig achtergrond hebben? Iets anders kan ik me niet voorstellen - ja, fysiotherapeuten, maar ik kan me niet voorstellen dat die mogen indiceren. De heer LANGZUS (wethouder): Mensen die mogen indiceren zijn daartoe bevoegd, hebben een geëigende opleiding die dat rechtvaardigt en zijn daartoe geregistreerd. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Om hoeveel wijkcoaches gaat het? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dat zijn heel veel detailvragen. Die kan ik niet allemaal beantwoorden. Zelfs mijn collega Van Mierlo, die echt alles weet, kan dat zo niet zeggen. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Dan wil ik daar schriftelijk antwoord op 13 R 2106934

hebben. Ik neem aan dat de wethouder ambtenaren genoeg in huis heeft die dat kunnen uitzoeken, zodat wij weten hoeveel van de wijkcoaches inderdaad gekwalificeerd zijn. De VOORZITTER: Mag ik even tussenbeide komen? Kan er morgen contact zijn tussen de wethouder en u? Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Ja. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Klopt het dat je geregistreerd moet zijn met een SKJ- of BIG-registratie als je jeugdprofessional bent en wilt indiceren, omdat je anders niet mag indiceren, en klopt het dat Almelo daar zeker aan voldoet? De heer LANGZUS (wethouder): Ja De VOORZITTER: Ik nodig u uit terug te gaan naar de abstractie van het rekenkamerrapport. De heer LANGZUS (wethouder): De diverse detailvragen van mevrouw Van Doorn nodigen uit om de diepte in te gaan, maar daarbij lopen we inderdaad het risico ineen vraagen antwoordspel terecht te komen waarvan de informatiewaarde op een gegeven moment een beetje met een lampje te zoeken is. Ik doe mijn best. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Dit onderwerp is zo verschrikkelijk belangrijk, dat zelfs als wijde diepte in gaan, de informatiewaarde nog steeds heel groot is. De VOORZITTER: Dat is absoluut waar.

Maar voor het begrip van waar we het nu over hebben, het rekenkamerrapport, moeten we het hebben over het dictum van het raadsvoorstel, waarin de conclusies van het rekenkamerrapport worden gedeeld. Uiteraard vergt dit belangrijke onderwerp diepgang, want het is in allerlei opzicht een belangrijk onderwerp voor de gemeente. Maar het onderwerp als zodanig is niet aan de orde. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Dan vraag ik een politiek beraad aan, waarin we op deze belangrijke materie wat dieper in kunnen gaan. De VOORZITTER: Dat staat u uiteraard vrij. Ik steun dit graag, gelet op het belang van het onderwerp. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Weet dat wij inmiddels in gesprek zijn met voor onze professionals, maar Jeugd ggz-om hen-informatiebijeenkomsten te Zaten_organiseren __ ook binnen scholen, als het gaat om de signalen over depressieve jeugd. Ik betrëk dit ook op de gevolgen van corona. De veronderstelling mag zijn dat er inderdaad meer depressiviteit onder de jeugd is, maar hoe signaleer je dat in een vroegtijdig stadium, zodat je daarop kunt acteren? Ik zal schriftelijk antwoord geven op de vraag over de klachtenregeling voor kinderen vanaf 12 jaar. Ik kan zo niet zeggen hoe die precies in elkaar zit. Natuurlijk zijn we altijd bereid om bij jaarverslagen terug te koppelen. Een politiek beraad is welkom -meer nog, daar is aanleiding voor.

We proberen nog dit jaar de raad een helemaal uitgewerkte visie op het sociaal domein aan te bieden, waarin een stevige jeugdparagraaf zit. Dat biedt alle aanleiding om daarover met elkaar door te spreken, onder andere over die preventie, hoe die in elkaar zit, wat we daaraan doen en over de signalen dat we zouden korten op preventief jeugdaanbod. De jongerenwerkers zijn hier al aan de orde geweest. Tegelijkertijd investeren we in schoolmaatschappelijk werk. Dat is trial and error. Dit zijn zeer behartigingswaardige onderwerpen om met uw raad te bespreken in een komend politiek beraad. De heer St~teler heeft om een verdieping gevraagd aangaande de jeugdzorg. Ik beluister bij hem hetzelfde: kunnen we diepgang krijgen in de informatie en de waarde ervan om zicht te krijgen op de vraag of we de juiste dingen doen in de jeugdzorg en op de juiste manier -hoe, 14 R 2106934

wat, waar? Ik heb daarover gezegd dat dit zelfs voor het college en de organisatie een uitdaging is. Ik beluister om me heen dat er steeds meer behoefte is om de vinger erop te kunnen leggen en om voor het vele geld dat we erin steken de zekerheid te krijgen dat wij op de juiste manier vorm en inhoud geven aan de jeugdzorg en dat dit op individueel niveau het beste voor dat kind is. Ik zeg nogmaals toe dat we elke veredelingsslag zullen maken die we die kunnen doen, ook als het gaat om informatie. We zullen er zeker bij uw raad op terugkomen. De heer De Vries heeft een terechte beschouwing gehouden. We hebben regelmatig contact met elkaar, ook op casusniveau. De afdronk daarvan is veelal: goh, had dit nou niet anders gekund. Dat blijft een zoektocht, met name inde heel zware jeugdzorg. Gek genoeg komen we nooit te spreken over een indicatie voor leerlingenvervoer of een maatwerkvoorziening op een zorgboerderij. Het gaat altijd over de zware jeugdzorg. Dat is voor onze mensen in het uitvoerende veld een grote uitdaging. Ik beluister het ook bij de instellingen. Eris grote behoefte aan om te weten of in die systeemwereld, die jammer genoeg rondom de zorg is ontstaan en die zwaar gedomineerd wordt door begrotingen en businesscases -helaas noem ik dat woord hier -het juiste wordt gedaan op individueel niveau voor het betrokken kind.

Meer nog, voor het kind in zijn sociale verband, in het gezin. Ik beluister en zie de eagerness in die wereld om echt te transformeren. Dat is een voortdurende zoektocht. Ik hoop op een dag met uw raad te kunnen vaststellen dat er adequaat wordt gereageerd, dat het urgentiebesef goed in elkaar zit en dat er vroegtijdig wordt geacteerd, niet alleen richting het kind, maar vaak richting het systeem, vechtscheidingen en wat dies meer zij, en dat de gemeente de regievoering nog beter in de vingers heeft. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik heb gevraagd aan de voorkant betrokken te worden bij het opstellen van visie en doelen. Ik hoor graag een toezegging op dit punt. Ook heb ik gevraagd om één regisseur en of er goed door de gemeente wordt toegezien op de vele nieuwe zorgaanbieders, want tenslotte heeft de gemeente de regie. Dan heb ik gevraagd wat er met de extra middelen voor jeugdzorg gaat gebeuren. Ik denk dat ik dit wel weet, maar ik wil dit graag horen van de wethouder. Ik heb ook geen antwoord gekregen op ons verzoek om een regelmatige terugkoppeling te krijgen om meer samen te werken met maatschappelijke organisaties, de wettelijke verplichting. Last but not least. Ik kan het niet genoeg benadrukken, maar ik kan me niet voorstellen dat er wijkcoaches zijn die medisch geschoold zijn.

Alleen iemand die medisch geschoold is, mag diagnoses stellen en indiceren op dit soort zware gevallen. Ik wil van de wethouder weten of inderdaad alle wijkcoaches die indiceren ook medisch geschoold zijn. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik bereid graag samen met mevrouw Van Doorn hiervoor een politiek beraad voor. Ik denk dat haar vragen te detaillistisch zijn. Ik kan gewoon een antwoord geven op die vraag, want het staat in de wet. Waarschijnlijk voeren we de wet gewoon uit. Misschien kunnen we samen kijken naar een politiek beraad, zodat we hierover het gesprek kunnen voeren. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Wij krijgen het nog druk. De VOORZITTER: Ik steun het voorstel van de heer Loupattij graag. Mevrouw Van Doorn zegt terecht dat de wethouder niet op deze vragen heeft gereageerd, maar ze liggen ook een beetje buiten de scope van het rekenkamerrapport. Ze zijn zeer belangwekkend, onder andere wat er met het extra geld voor jeugdhulp gedaan is en waar dat besteed is. We hebben een heel volle agenda, dus ik wil het nu hebben over de conclusies die de gezamenlijke rekenkamercommissies hebben getrokken en wat het college daarvan vindt. En overigens wat de raad aan het college meegeeft om daarvan te vinden. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik begrijp en hoor wat u zegt.

Ik wil alleen aangeven dat ook de wethouder op zijn stokpaardje ging zitten en zich niet aan het rapport hield. Ik begrijp dat de vragen die wij stellen dat een beetje uitlokken, maar ook dat kan kort en krachtig. 15 R 2106934

De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! Ik ben blij met effect van het dwarse gedrag van het college. Ik hoop dat ik daaraan een voorbeeld kan nemen. Mijn dwarse gedrag heeft lang niet altijd het gewenste effect; dus complimenten aan het college, maar vooral ook aan de Rekenkamer, want die heeft een aantal dwarse aanbevelingen gedaan. Als het college daar niet al te dwars op reageert, pakt dit mogelijk goed uit. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Het lijkt ook het college goed om een politiek beraad te houden over de onderliggende vragen, de vraag achter de vraag, met name daar waar het gaat over de organisatie. In beginsel zijn de mensen die hier indiceren daartoe bevoegd. Ik begrijp dat mevrouw Van Doorn dit uitgediept wil hebben. Dat gaan we dan in een politiek beraad organiseren. Dan kunnen we ook met elkaar nagaan hoe het zit met dat één plan, één regisseur in het gezin. Hoe werkt dat in de praktijk uit? Ik geef nu wel een antwoord geven op de vraag hoe het gaat met de extra middelen voor jeugdzorg. Die zijn heel relatief, die gaan we gebruiken voor jeugdzorg en hebben we heel hard nodig. Uw raad kent de jaren hieraan voorafgaand, waarin we jarenlang, keer op keer, tekortkwamen, onder andere op jeugdzorg. De Wmo is eigenlijk hetzelfde verhaal. Daarvoor is nog geen extra geld gekomen. Die tekorten op jeugdzorg hebben we telkenjare zelf opgevangen.

We krijgen volgend jaar ruim € 7 miljoen extra voor jeugdzorg. Die hebben we hard nodig, om de begroting voor jeugdzorg sluitend te krijgen. Dat vermindert de druk op de rest van de begroting, zodat we niet keer op keer, ook volgend jaar, andere begrotingsonderdelen hoeven te kannibaliseren om jeugdzorg te kunnen betalen. Ik hoop dat dit een begin van een antwoord is, ook wat u zou willen horen: het wordt besteed aan jeugdzorg. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! Ik hoop dat ik de wethouder goed begrepen heb. In een van zijn reacties op het begroten en het resultaat van tekorten zegt hij volgens mij dat het mogelijk is dat anderen anders begroten. Het zou ook zo kunnen zijn dat zijn begroting ertoe leidt dat er grotere tekorten lijken te zijn, omdat hij te zuinig begroot. Is dat een optie? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! De raad, onder andere de heer Hummels, is de afgelopen jaren betrokken geweest bij het vaststellen van de begroting, los van zijn stemgedrag. Daarin heeft hij met ons kunnen constateren dat wij begroot hebben naar de ruimte vooral die diverse beleidsterreinen, waaronder jeugdzorg. Om nou hier te horen dat ik dat geforceerd laag heb gehouden in de hoop dat dit ergens goed zal komen ... zo heeft het nooit in elkaar gezeten. We hebben altijd getracht een realistische begroting neer te zetten.

Bij de realisatie zijn we van tijd tot tijd ingehaald door de werkelijkheid. Dat had te maken met wat er in jeugdzorg is gebeurd, een enorme toevloed van extra vraag die weggezet moest worden. Aan de orde is de stemming over het raadsvoorstel. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wijs u erop dat erin dictumpunt 2 een verschrijving staat. Daar hoort te staan: "het college te verzoeken zo spoedig mogelijk een raadsbrief aan de raad te sturen". Hierna wordt digitaal gestemd over het raadsvoorstel, waarna de voorzitter constateert dat het met algemene (33) stemmen is aangenomen. De heer Hubers was tijdens de stemming niet in de zaal aanwezig. 9. Herontwikkeling Huize Alexandra (R 2106819). De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Ik vind dit een beetje een eigenaardig voorstel. Ik vraag me af hoe dit tot stand is gekomen. Mogelijk heb ik de afgelopen tijd iets gemist. Er staat in het voorstel: het college heeft besloten of is akkoord met de herontwikkeling van dat gebied. Het lijkt erop dat dit betekent dat de rest dat ook maar moet zijn. Het moest een hamerstuk worden, maar als je als raadslid een dubbelprogramma hebt, is 16 R 2106934

het wat ingewikkeld alsje ergens niet kunt zijn omdat je ergens anders wil of moet zijn. Daarom wil ik hier nog even het woord voeren. Ik heb het idee dat het helemaal niet verstandig is om daar de boel te slopen. Ik denk dat het veel verstandiger is om een andere waarde in te vullen: het huisvesten van mensen die het harder nodig hebben dan wij hier bij elkaar. Zeker gezien de mondiale ontwikkelingen lijkt het mij veel verstandiger om deze voorziening in stand te houden. Dat wil ik hierin ieder geval duidelijk zeggen. Er staat een mooie voorziening die goed te gebruiken is. Het is afhankelijk van wie of wat of hoeveel mensen je erin huisvest, maar het zou zelfs een mooie bijdrage kunnen zijn aan de jeugdhulp, vooral als je jongeren huisvest. Maar dat gaat wat te ver. Ik ben van mening dat het heel onverstandig is om dit pand te slopen. Er staat wel mooi dat de boekwaarde nul is, dat het een kritisch gebied is om nieuwe ontwikkelingen te realiseren en dat die wijk gevoelig is. Ik ben heel benieuwd naar de zuivere motivatie, of dat er wat anders achter zit.

Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Begrijp ik de heer Hummels goed dat hij zegt dat het heel belangrijk is dat dit voorstel niet doorgaat en Huize Alexandra intact blijft, gezien alle problemen die elders in de wereld gaande zijn? Hoe kijkt hij aan tegen de huidige problemen in Nederland, dat erin Nederland heel veel mensen zijn die geen woning hebben? Tellen die dan niet voor hem? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Als mevrouw Pol wil weten hoe ik daar tegenaan kijk, moet ze even gaan zitten, dan zal ik haar uitvoerig te woord staan. Ik denk dat we veel meer woningen moeten bouwen, veel meer goedkope woningen, dat je zelfs een beetje de lucht in moet -niet dat mevrouw Pol moet ontploffen of zo, maar dat het de bedoeling is dat we wat hoger moeten bouwen -zodat we veel meer kunnen bouwen. We moeten dus geen dure keet bouwen, maar goedkope woningen, zodat we meer mensen kunnen huisvesten. De VOORZITTER: Ik ga iedereen onderbreken. Dit gaat om het beschikbaar stellen van een krediet voorde sloop. Als u een discussie wilt over wat er nog meer kan, of waarom wel of niet, moet u tegen dít voorstel stemmen en dan heropenen we dat gesprek. Anders hebben we over dit raadsvoorstel principiële gedachtewisselingen met elkaar die buitengewoon geldig zijn, maar die eigenlijk buiten de orde van dit voorstel liggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=0cc3fdee-2070-4333-835b-1574905b424f