Notulen raadsvergadering 11 november 2021 (vervolg geschorste vergadering 9 november 2021) (getekend).pdf
Tekst van het document
Heeft het college inzicht in wie in Almelo allemaal energiearmoede ervaren? Dat kunnen soms heel schrijnende gevallen zijn en die moeten we helpen. Dat kan het college toch met mij eens zijn. Is het college bereid om een meldpunt in te richten, zodat deze mensen in ieder geval in beeld komen en het college een plan kan maken om ze te helpen? De heer VAN NIERCO (wethouder): Voorzitter! Ook hier geldt dat ik dit net iets verder in mijn betoog heb staan, maar om de geesten te rijpen, het antwoord is nee. Ik zal dat straks R 2107039
31
nader duiden. Ik ben gebleven bij het punt dat we de initiatieven over energiefixers en gangmakers serieus bekijken, maar ik heb daarbij gesteld: geen geld, geen uitvoering. Ik bedoel daarmee dat we dit altijd hebben geroepen, maar klaarblijkelijk blijft men dat in Den Haag niet echt begrijpen. Er wordt aan allerlei mogelijkheden gewerkt om gemeenten te ondersteunen bij dit soort stappen om mensen in de verduurzamingsmodus te krijgen, maar het geld is volstrekt onvoldoende om dit op een ordentelijke manier op lange termijn houdbaar uitte voeren. Daarvoor blijven we lobbyen. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik begrijp dat de wethouder zegt: geen geld. Maar geen geld heeft alles van doen met keuzes maken. Dat is juist wat wij vragen van het college: kijk wat de mogelijkheden zijn, ook met betrekking tot Europese subsidie. In Zaanstad zeggen ze dat ze deze opgave met minimaal geld kunnen realiseren, zeker als dit voorkomt dat een aantal mensen langer in de bijstand zit. Het is een andere variant om werk met werkte maken. Dan kies je voor het een en betaal je dat vanuit het anderen onderaan de streep van onze grote huishoudportemonnee zou de uitkomst weleens nul kunnen zijn of een plusje. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ook daarover zijn mevrouw Ten Seldam en het college het met elkaar eens.
We kijken naar de kansen die de Europese subsidies leveren, maar er zijn twee facetten. Mevrouw Ten Seldam doelt erop hoe we bij wijze van spreken hand in hand of schouder aan schouder iemand zo ver krijgen om van advies of idee naar de uitvoering van isolerende maatregelen te komen. Daarvoor zou dat initiatief heel interessant kunnen zijn. Dat gaan we bekijken. Maar het gaat vervolgens om de opgave om die isolerende maatregelen als inwoner te kunnen bekostigen. Er wordt in politiek Den Haag nadrukkelijk gekeken hoe gemeenten en inwoners daarbij geholpen kunnen worden, en hoe de uitvoeringskosten van de gemeenten kunnen worden gedekt. We moeten die lobby warm houden. Het is en/en. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Ik denk ook hier weer aan het slim combineren van regels. Met de € 50 die je kunt aanvragen kom je een heel eind. Maar als je twee linkerhanden hebt, is dat... Om daarin slim te combineren levert € 50 investeren wellicht een reductie van € 100 op de gasrekening op. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen: geen geld, geen Zwitsers. Hij noemt daarbij onze naam. Ik weet niet of dat direct slaat op de motie over de gangmakers. Is dat dan zo duur? Ik hoor graag wat de wethouder daarvan vindt. Ik heb de wethouder ook horen zeggen: straat voor straat verduurzamen.
Daarin hoor ik dat de gemeente de inwoner bíj de hand gaat nemen en straat voor straat het initiatief of de coordinatie neemt om van het gas af te komen. Heb ik dit goed verwoord? __ __ De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Wellicht heb ik het pleidooi over wat een gangmaker zou kunnen betekenen, zoals in het Nieuwstraatkwartier, verkeerd geïnterpreteerd. Wellicht kan de wethouder Nieuwstraatkwartier hierop ingaan, maar de vraag zit in de duurzaamheidshoek. In het Nieuwstraatkwartíer hebben wij kleinschalig bekeken hoe wij de "hand in hand"-ondersteuning voor mensen vorm kunnen geven. Dat heeft tot isolatiestappen geleid die zijn uitgevoerd door die heel concrete "zij aan zij"-benadering van de inwoners. Dat is mooi. Maar als de raad voorstelt te bekijken of het idee achter de gangmakers op de hele stad geprojecteerd kan worden, betekent dat wel wat. Die maatwerkaanpak betekent monnikenwerk. Daarom is het interessant dit idee te verkennen in combinatie met het initiatief dat mevrouw Ten Seldam op tafel legt, omdat er rondom die energiefixers wellicht win/win-situaties te behalen zijn vanwege de Europese subsidies en vanwege de mogelijkheid om mensen in reintegratietrajecten of anderszins te verleiden daaraan een bijdrage te leveren. Het mes snijdt op die manier aan twee kanten.
De portee van mijn oproep is dat we zo'n aanpak willen onderzoeken, omdat isoleren een heel belangrijke stap is en wij een belangrijke stap willen zetten om andere problemen te voorkomen en dit kosten bespaart voor onze inwoners. Dit betekent wel dat we ereven op moeten kauwen wat daarvoor de beste modus is. Gun ons daarvoor even de tijd. Dan weet u in R 2107039
32
ieder geval wat onze stip op de horizon op dat vlak is. De VOORZITTER: Waar er een hypotheek is gelegd op de bijdrage van wethouder Van Rees, is er ook al een hypotheek gelegd op mijn bijdrage. Dank u wel, gaat u verder. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Wellicht heb ik de vraag voldoende beantwoord. Dat is hartstikke mooi. Terecht haalt mevrouw Ten Seldam de RRE-regeling aan, die kleine bijdrage die inwoners tot op de dag van vandaag kunnen aanvragen voor isolatiemaatregelen. Dat is interessant. Dat geld komt uit Den Haag voor kleine energiemaatregelen. Dat is een begin, maar laten we reëel zijn, je kunt daarmee geen forse stap zetten in het energielabel. Maar het is ontzettend belangrijk. We blijven volop inzetten op het vervolg op de RRE-regeling, de BREW-regeling. Maar er is ook structureel geld nodig voorde lange termijn. Die visie heeft niet alleen Almelo, maar horen we landelijk. Het is belangrijk om mensen perspectief te bieden om die stappen te kunnen zetten, met als doel om in 2050 in heel Nederland aardgasvrij te zijn. Lost een meldpunt iets op? Naar de mening van het college niet; ik zei dit al. Wij gaan dat dus ook niet instellen. Wij stellen ons op het standpunt dat we, zoals hiervoor gesteld, beter kunnen inzetten op het concreet helpen van mensen met verduurzamen, met isoleren. Immers, de goedkoopste energie is energie die niet verbruikt wordt.
Bovendien, mensen met een enorme gasrekening hoeven niet per definitie aan energiearmoede te lijden. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Om te weten welke mensen je moet helpen, moetje ze in beeld hebben. Dat is de vraag. Ik heb tot nu toe niet het idee van de wethouder gekregen — misschien heb ik dat verkeerd — dat het college in beeld heeft welke gezinnen in Almelo energiearmoede ervaren. Over het Nieuwstraatkwartierzegt de wethouder dat we de "hand in hand"-methode toepassen. Daarvoor moetje wel weten wie je bij de hand moet nemen. Als het gaat om energiearmoede, zegt de wethouder dat hij dit heel belangrijk vindt en stappen zet richting Den Haag. Dat is allemaal leuk, maar dat moet richting onze inwoners zijn. Daar zit hij toch voor en die moeten toch bij de hand worden genomen en geholpen? De wethouder moet dan toch weten wie hij moet helpen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik zei al, dit soort isolerende maatregelen die altijd een begin zijn van de stappen die we zetten richting aardgasvrij op de termijn van zowel 2030 als 2050 begint bij de inwoners die isolerende maatregelen moeten treffen. Daarvoor is volop oog, maar er moeten ook middelen en mogelijkheden zijn om die stappen te zetten. Een meldpunt heeft alleen maar zin alsje weet dat er iets speelt, maar niet precies weet wat de omvang is. Zo zit dit ook in elkaar.
Het onderzoek van TNO naar energiearmoede in Nederland geeft ook voor Almelo duidelijk weer in welke wijken de problemen zich voordoen. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! Je kunt twee soorten huurders onderscheiden: mensen in particuliere woningen en mensen in woningen van woningbouwcorporaties. Ikdenk dat als het over energiearmoede gaat, een heel grote groep met een laag inkomen woontin huizen van woningbouwcorporaties. Die hebben een grote slag te maken. Ik weet dat er nog steeds huizen zijn waarin enkelglas zit en geen spouwmuurisolatie is. Een energiefixer die een stukje folie achter de verwarming plakt helpt niet zoveel. Er moeten echt klappen gemaakt worden. Hoe stimuleert de wethouder dat? De heer VAN MIERLO (wethouder): Exact, daarom maken we ook heel goede afspraken met de woningcorporaties. We zijn echt partners van elkaar. De woningcorporaties zijn heel noodzakelijke en plezierige partners om die stappen te zetten, bijvoorbeeld als het gaat om de aardgasvrij-trajecten die we inzetten. Eris een meldpunt bij de Woonbond. De Woonbond is er voor die huurders. Dus waarom zouden we allemaal dingen dubbel doen? Dat is niet aan de orde, wat ons betreft. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Financieel gekortwiekte woningcorporaties, maar ja. Ik vind het fijn om definities te hebben van een term. De term energiearmoede hoorde ik meerdere malen voorbijkomen.
Wat is de definitie van energiearmoede? Zoals ik die ken, R 2107039
33
betekent dit datje dan meer dan 10% van je inkomen kwijt bent aan energie. Is dat ook de definitie die de PVV-fractie en de wethouder hanteren? Anders praten we langs elkaar heen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik ben normaal gesproken vrij snel met het oplepelen van definities en contexten. De focus die wij hanteren gaat uit van het TNO-rapport over energiearmoede. Volgens mij staat daarin inderdaad een percentage van 10, maar ik weet dat niet exact. Het kan ook 12 zijn. Pint u mij er niet op vast; ik weet het niet. Maar vanuit die context doet Almelo samen met Hengelo en Enschede de stap voorwaarts om ervoor te zorgen dat we hierop een substantiële slag kunnen maken. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Mooi om te horen dat de heer Van Mierlo een mooie en plezierige partner vindt in de beide woningbouwcorporaties. Toch even over energiearmoede. Is naar de mening van de wethouder het ambitieniveau van de beide woningbouwcorporaties voldoende om die energiearmoede — de heer Buitenweg zegt het al — met name in de oude wijken waar decennialang niets is gebeurd, hard aan te pakken, als je ziet hoe ze zich opstellen, het feit dat woningen heen en weer schuiven tussen de beide woningbouwcorporaties, zoals we recent hebben gezien in het informatieve debat in de raad? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik kijk er als volgt tegenaan.
Beide woningcorporaties en de gemeente zijn op het gebied van duurzaamheid als goede partners met elkaar in gesprek. Ja, we moeten een slag slaan, ook in wijken waar het wellicht verstandig is om niet te gaan verduurzamen, maar om na te denken over herstructurering. Soms zijn die investeringskosten voor een bepaald energielabel zo hoog, dat dit kostentechnisch helemaal niet uit kan. Dan moet je naar andere maatregelen kijken. De context van mijn opmerking dat we goed met elkaar in gesprek zijn, spitst zich toe op de wijk de Aalderinkshoek, waar we richting aardgasvrij bewegen. Daarvoor hebben beide woningcorporaties met ons en het waterschap en Cogas Coteq een intentieverklaring ondertekend, een go-verklaring zoals dat zo mooi heet, waarin we samen oplopen. Dat is van belang, wantal die ambities en daaraan gekoppeld de tijdpaden als het gaat om de verduurzamingsopgave van de woningcorporaties, moeten matchen met de ambities van die andere partners. Dat moeten we goed met elkaar uitlijnen. En voor de wijk Aalderinkshoek, waar we nu bezig zijn in Windmolenbroek, gebeurt dat. Over de rest van de stad moeten we nog met elkaar in gesprek. De heer PAUWELS (VVD): Ik luister naar wat de wethouder zegt.
We hebben een recent voorbeeld kunnen zien in de Gravenstraat, waar invulling wordt gegeven aan de ambitie om te komen tot verduurzaming, maar waar volgens de VVD-fractie geen enkele ambitie wordt getoond voor herstructurering, Iaat staan de opgave om te komen tot vermindering van het aantal sociale huurwoningen, dan wel ruimte te geven aan het middensegment, waardoor die herstructurering van bepaalde wijken kan plaatsvinden. Hoe spreekt de wethouder met die woningbouwcorporaties, de twee dames waar het hier over gaat, over de invulling van die ambitieniveaus? Volgens de VVD-fractie blijft die ambitie fors achteren zullen er wellicht andere afspraken moeten worden gemaakt. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Die afspraken spitsen zich toe op het proces dat nu plaatsvindt rondom prestatieafspraken. Ik wil niet in het vaarwater van collega Van Rees gaan zitten. Die prestatieafspraken vormen wel een haakje om elkaar op vast te pinnen. De heer PAUWELS (VVD): Wanneer komt het college met die prestatieafspraken naar de raad? Wanneer komt de raad in positie? Ik begrijp dat de heer Van Rees deze vraag zal beantwoorden. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat zit in de portefeuille van collega Van Rees. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik waag nog een poging over de energiearmoede en het meldpunt. De wethouder zegt dat Almelo samen met Hengelo en Enschede optrekt in R 2107039
34
het kader van die energiearmoede. Als ik nu zeg dat afgelopen dinsdag in Enschede een motie is aangenomen om daar wel een meldpunt in te richten, is de wethouder dan op zijn minst bereid om samen met Enschede, misschien regionaal door Hengelo erbij te betrekken, want ook daar lijkt zo'n idee het te gaan halen, alsnog zo'n meldpunt in te richten? De heer VAN MIERLO (wethouder): Nee voorzitter! Want het traject in Enschede staat los het van feit dat we samen geld willen ophalen uit Den Haag voor een substantiële verbeterslag in de isolatie van woningen. Ik kom bij de congestie op het net. Dit is een belangrijk onderwerp. Die congestie heeft alle prioriteit. We lobbyen daarop landelijk in G40-verband, omdat netcongestie in het hele land het draagvlak van de energietransitie ondermijnt. Lokale bedrijven en initiatieven díe bijvoorbeeld hun dak vol met zonnepanelen willen leggen, verliezen hun enthousiasme als de teruglevering op het net pas over vijf, zes, zeven jaar mogelijk is. Er moet meer experimenteerruimte in de wet komen om via alternatieve mogelijkheden netcongestie op te lossen, zoals tussentijdse opslag van elektriciteit, of kleinschalige lokale energienetten waarop bedrijven onderling hun zonne-energie kunnen aanbieden; dat heet private grids. Bedrijven willen wel, ook op ons XL Park. Ik heb er vorige week een heel inspirerend gesprek over gehad.
We moeten de ruimte opzoeken om dit samen op te pakken. Dat biedt kansen, en als het op het XL Park niet kan met bedrijven als VDL Energy Systems, en met de kennis en kunde van onze waterstofhub en de bedrijven met grote daken, kan het eigenlijk nergens. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Die private grids begrijp ik, maar hoe kunnen we zulke grote hoeveelheden elektriciteit opslaan? Dat lijkt mij bijna ondoenlijk. Die batterijen, accu's zijn er helemaal nog niet. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Daarom zeg ik ook dat we kansen moeten bieden om hierop slim te kunnen handelen met de partners die er verstand van hebben. Op dit moment is wetgeving daarvoor een belemmering. Daar pleiten we landelijk voor: biedt ruimte in de wetgeving, bijvoorbeeld de Wet voortgang energietransitie, de Wet vet. Die biedt mogelijkheden, maar die zijn niet vergaand genoeg op hiermee te experimenteren. Er liggen kansen te over, kansen waarmee initiatiefnemers graag aan de slag willen, ook op het XL Park. Het is het college aangelegen om deze bedrijven te faciliteren, te ondersteunen en te kijken hoe we die ontwikkeling vlot kunnen trekken, hetzij bij de provincie Overijssel, hetzij bij het energiefonds dat daaraan gekoppeld is, hetzij bij de rijksoverheid. Niets is zo vervelend als dat de energie niet op de juiste plaats terechtkomt. Ik kom bij de nascheiding van PMD.
Hierover komt binnenkort een separate sessie. Daarom houd ik het nu kort met het corrigeren van de woorden die mij dinsdagavond inde mond zijn gelegd. Ik heb de opname daarop teruggekeken. Volgens de heer Zielman zou ik gezegd hebben dat nascheiding goedkoper is, maar dat is niet waar. Laat mij dit even ophelderen. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van het coalitieakkoord, waarin staat dat we de voortschrijdende technologie en ontwikkelingen nauwgezet zullen volgen. Op basis daarvan is vorige jaar bij de begrotingsbehandeling een motie aangenomen. We zijn daarop gaan onderzoeken. Vanwege de vele afkeuringen van PMD stellen we alles in het werk om de inzameling op de korte termijn te veranderen. Want het ingezamelde materiaal is zo vervuild, dat het in plaats van geld oplevert, juist geld kost. En die activiteiten blijven we doen tot we tot invoering van nascheiding van PMD kunnen overgaan. Uit het onderzoek dat er sinds kort ligt, blijkt dat nascheiding van PMD een interessant perspectief biedt. Wij gaan daar nu stappen op zetten. Maar is dat goedkoper? Nee, het onderzoek geeft dat ook aan. Daarin ben ik heel helder. Dat is ook niet erg, maar ik heb nooit gezegd dat nascheiding goedkoper is. Korten goed, op 23 november a.s. heeft het presidium een aparte sessie hierover gepland. Dan vervolgen wij dit debat.
Het is in ieder geval mooi om te lezen dat diverse fracties in hun bijdrage aangeven content te zijn dat we deze stappen als eerste gemeente in Twente gaan zetten. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! Een aantal fracties wil de oranje bak afschaffen, de PMD-bak, maar ik hoor de wethouder zeggen dat nascheiding op PMD goed R 2107039
35
mogelijk is. Dan blijft die oranje bak in stand. De heer VAN MIERLO (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Dan gaan we toch een beetje de inhoud in. Dat is niet wat ik bedoel. Vaak wordt eraan de term nascheiding het beeld geplakt: stop alles maar in één baken dan komt het goed. Ik vind het belangrijk om in uw raad klip en klaarte stellen dat aan de voorkant bronscheiding plaatsvindt voor papier, glas, klein chemisch afval, textiel en elektrische apparatuur. Die treffen we overigens allemaal aan in de afgekeurde vrachten PMD, maar dat moet er echt aan de voorkant uit. Het gaat erom dat het restafval en het PMD-afval zoals dat thans in de grijze bak met grijs deksel en de grijze bak met oranje deksel wordt opgehaald, in één bak kunnen en in de nascheiding tot verwerking kunnen komen. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Volgens mij wilde de wethouder afronden Ik heb in mijn schriftelijke bijdrage iets gevraagd over de huishoudelijke ondersteuning die nog steeds een resultaatsverplichting en niet een tijdsindicatie kent. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Daarop kan ik snel reageren. Het klopt wat mevrouw Geerdink in haar bijdrage stelt. We indiceren inderdaad resultaatgericht, want we willen dat onze inwoners een schoon huis hebben. Maar, dit is belangrijk, we koppelen daaraan een tijdseenheid, anders dan de PvdA-fractie suggereert.
Iedere inwoner die in aanmerking komt voor huishoudelijke ondersteuning krijgt de basismodules standaard — daaraan refereert de PvdA-fractie — of de basismodule extra, en daarboven komen, afhankelijk van de situatie van de inwoner, mogelijk nog extra modules en extra tijd voor bijvoorbeeld verzorging van kinderen, van extra hygiëne, van regie, van maaltijdverzorging et cetera. Met een lijst aan modules wordt dus maatwerk geboden. In onze gemeente wordt een keur aan verschillende uren en minuten huishoudelijke ondersteuning geboden. De VOORZITTER: Dat is niet helemaal naar genoegen van mevrouw Geerdink. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat klopt. De wethouder zegt dat hij dat doet en dat klopt. Hij zegt bijvoorbeeld stof afnemen, keuken dweilen een keer in de week, huishouden hoog, enzovoorts. Op die manier zet hij tijd in, maar het aantal minuten niet. Woont iemand in een grote villa met een keuken van ik weet niet hoe groot, dan heeft de huishoudelijke hulp veel meer tijd nodig om die keuken schoon te maken dan voorde keuken van iemand in een appartementje dat heel klein is. Die tijd wordt niet geïndiceerd, die wordt niet meegenomen. Alles wordt gestandaardiseerd op een uur en drie kwartieren inwoners die meer hulp nodig hebben, worden van het kastje naar de muur gestuurd.
Wat is daarop het antwoord van de wethouder? De VOORZITTER: Dit is een geldig punt en het is goed dit in eerste termijn te adresseren. voorkom dat dit een tweegesprek wordt. Dit zijn heel lange interrupties die heel Maar beschouwend zijn. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Volgens mij maak ik bijna geen gebruik van interrupties. Ik heb zelf besloten om zo min mogelijk te interrumperen. De VOORZITTER: Maak het niet persoonlijk, ik probeer het voorde hele groep aanschouwelijk te maken. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik kan niet oordelen over de casuistiek, Iaat ik daar heel helder over zijn. Onze mensen doen hun werk dag in dag uit met professionaliteit. Ik ben in uw raad om verantwoording af te leggen over het beleid en de kaders die uw raad heeft vastgesteld. In de Wmo-verordening staat de wijze waarop wij de huishoudelijke ondersteuning indiceren. Ik blijf herhalen dat als omstandigheden daartoe noodzaken, er boven de basismodule standaard, opgeplust kan worden: een basismodule extra, een basismodule regie. We zien dat ook in de praktijk. Dat is echt maatwerk. En het veronderstelde verschil tussen resultaatgericht en in uren indiceren is in de praktijk eigenlijk afwezig. R 2107039
36
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Wie bepaalt de tijd, het aantal uren, dat een huishoudelijke hulp aanwezig is bij iemand die huishoudelijke hulp basis krijgt? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dat ziet sterkop de details, Volgens mij is de tijd gekoppeld aan het product van de module die wordt ingezet. Ik leg dit met een slag om de arm op tafel. Maar mocht blijken dat ik er in de tweede termijn op terug moet komen, zal ik dat zeker doen. Het is niet aan de wanbieder om zelf de tijd vast te pinnen. Het gaat om een schoon en leefbaar huis met een bepaalde module die staat voor een bepaalde tijd. De andere modules plussen die tijd op om te zorgen dat dat huis daadwerkelijk schoon en leefbaar is. Daarmee is het de gemeente die zorgdraagt en indiceert. Op de motie van de GroenLinks-fractie c.s. over openbaar groen heb ik al gereageerd. Motie 4, besteding gelden dierenwelzijn, ingediend door de PVA-fractie, ontraadt het college. Het college is in juli 2019 een overeenkomst met de Dierenbescherming aangegaan. Die overeenkomst is bij de B&W-stukken op de website voorde hele raad en alle inwoners in te zien. Die behelst een totaalbedrag waarvoor de Dierenbescherming alle taken voor ons uitvoert. Wij vragen hun die taken uit te voeren en zij offreren daarvoor bij ons een totaalbedrag. In die overeenkomst staat alles beschreven wat zij voor die middelen doen.
De heer DE OLDE (PVA): Ik vraag mij af of de burgers niet mogen weten wat er met hun belastinggeld gebeurt. Dat bepaalde bedrag zijn budgetten geworden. Wat wordt er met die budgetten gedaan? Dat mogen ze toch weten? De heer VAN MIERLO (wethouder): Volgens mij zeg ik exact hetzelfde. Ik ga met andere woorden nog een keer vertellen wat ik zojuist heb verteld. Voor eenieder in deze stad staat op de website van de gemeente Almelo bij de besluitenlijst van het college van juli 2019 de overeenkomst met de Dierenbescherming waarin van a tot z gefileerd is welke activiteiten de Dierenbescherming voorde gemeente Almelo uitvoert. Dat is voor iedereen transparant en daar offreert de Dierenbescherming voor ons een totaalbedrag voor. Daarvoor voeren zij die activiteiten uit. Het kan zijn dat in het ene jaar de dierenambulance twee of drie keer vaker moet rijden dan in het andere jaar. Dat maakt niet uit; zij staan ervoor dat zij de werkzaamheden uitvoeren voor dat totaalbedrag; dus al die activiteiten voor één bedrag. De heer DE OLDE (PVA): Waarom vermeldt de wethouder dat niet in de Nota dierenwelzijn in de begroting? De heer VAN MIERLO (wethouder): Volgens mij staat dit erin. We hebben in de tekst aangegeven dat wij een overeenkomst met de Dierenbescherming hebben die daarvoor de wettelijke taken uitvoert waarde gemeente ze opdracht voor geeft.
De heer DE OLDE (PVA): Er zijn veel toestanden met de dierenambulance. Het is op het moment gewoon een puinhoop. Mensen willen weten wat er met het geld voor dierenwelzijn wordt gedaan. Er kan toch een bedrag inde nota worden gezet! De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Volgens mij kan ik haast tot op de euro nauwkeurig aangeven wat ervoor die gelden wordt uitgevoerd. Volgens mij gaat het om rond de € 73.000. Dit staat keurig in de begroting en in de openbare stukken. We hebben geen Nota dierenwelzijn in de gemeente Almelo. Op verzoek van de PVA-fractie hebben we in deze begroting opgenomen welke werkzaamheden voor welk bedrag wij uitvoeren op het gebied van dierenwelzijn. De uitvoering daarvan is belegd bij de Dierenbescherming. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Er staat iets over toezicht in de begroting kan - ik de pagina niet zo snel terugvinden - en hoe het gaat met niet-wilde dieren, zoals huisdieren. Vaak is er veel verwaarlozing van en heel veel maatschappelijke onrust over zogenaamde wilde dieren in omheinde natuurgebieden. Hoe zit het met het toezicht daarop? Dat mis ik op die pagina.
R 2107039
37
De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Hoe zit het met omheinde dieren? Het zou haast een examen kunnen zijn. Ik durf dat echt niet te zeggen. Nogmaals, de wettelijke verantwoordelijkheden van de gemeente Almelo op het gebied van dierenwelzijn en dierennoodhulp zijn uitbesteed aan de Dierenbescherming. Dat contract is openbaar. Er staat klip en klaar in welke werkzaamheden daarvoor op welk vlak in welke context binnen het grondgebied van de gemeente Almelo worden uitgevoerd. Dat gaat van transport tot veterinaire zorg, van opvang van gevonden dieren tot hereniging van dieren met hun eigenaar, eigendomsoverdrachten, het verwijderen van kadavers, dieren in het wild, alles staat beschreven. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik heb een beetje moeite met hoe de wethouder mijn vraag beantwoordt. Ik ben uiterst serieus. Laten we wel wezen, de Oostvaardersplassen, al die dieren die daar uitgemergeld staan, zijn dieren in gebieden van natuurstichtingen. Hier staat dat de Dierenbescherming zich alleen richt op de mishandeling en verwaarlozing van huisdieren, terwijl compleet uitgemergelde en niet verzorgde dieren... Daarvan zijn tig verhalen in den lande bekend. Ik begrijp de reactie van de wethouder niet. Dat irriteert me. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Mevrouw Pol noemt natuurgebieden waarin dieren zich in een bepaalde toestand bevinden.
Wij hebben die natuurgebieden niet in onze gemeente. Bovendien zijn die gebieden geen eigendom van de gemeente. Volgens mij gaat het dan om Staatsbosbeheer. Daarin heeft de gemeente gewoon geen taak. Ik heb hier aangegeven dat het college in zijn begroting zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor dierennoodhulp en dierenwelzijn heeft beschreven. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Staatsbosbeheer inderdaad, daar was ik naar op zoek. Het gaat erom — nu heb ik wel de pagina voor me — dat er door de Dierenbescherming alleen wordt gekeken naar huisdieren en dergelijke. Ik begrijp dat de veeteelt bij de boeren een eigen bescherming heeft en eigen toezicht. Ik vraag me af of we uberhaupt geen natuurgebieden hebben waar dat soort dieren leven. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Doorbraak, waar ik regelmatig dieren zie. Als het antwoord is dat dit niet op ons van toepassing is, is dat ook een antwoord. Maar ik had niet die belachelijk makende reactie van de wethouder op mijn uiterst serieuze vraag verwacht, terwijl erin heel veel gebieden in Nederland maatschappelijke onrust over is. De VOORZITTER: Dat was zijn antwoord, dus daar nemen we dan even kennis van. Ik denk dat de wethouder een serieus antwoord heeft gegeven. Hij wil dit misschien even bevestigen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat wil ik zeker bevestigen.
Mijn reactie zat op het detailniveau van sommige vragen in de breedte. Maar ook de Doorbraak is een natuurgebied dat niet in eigendom van de gemeente is. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Dat doet toch niet ter zake! De huisdieren die mishandeld worden zijn ook niet van de gemeente Almelo. Het gaat erom of er toezicht is op dieren in omheinde gebieden en natuurgebieden die zogenaamd vrij zijn, in principe geen kant op kunnen en kunnen verhongeren. Het hoeft niet uit te maken of ze in gebied in eigendom van de gemeente Almelo zitten. Dat heb ik ook niet beweerd. Ik heb met name gezegd: stichtingen en dat soort zaken. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dat toezicht zal er ongetwijfeld zijn, maar ligt niet binnen de verantwoordelijkheid van de gemeente. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Op blz. 73 van de begroting staat bij een van de bullets: "Dieren in het wild: het vervoer van zieke en/of gewonde, in het wild levende dieren binnen de Gemeentegrenzen naar een opvangcentrum (asiel) en/of zo nodig, naar een dierenarts." Ik begrijp niet helemaal goed waarde vraag van mevrouw Pol R 2107039
38
vandaan komt. De VOORZITTER: Mevrouw Van Doorn leest een stuk voor uit de begroting dat helderheid geeft op de onderhavige discussie. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik was even afgeleid door iets anders, maar volgens mij zei zij dat het antwoord er letterlijk in staat. Maar er staat letterlijk "niet zijnde". Met andere woorden, daar valt die reikwijdte niet onder. Hebben we het over hetzelfde en lezen we de zin hetzelfde? Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Ik citeer nu: "Op het gebied van dierenwelzijn, zijn de volgende prestaties van toepassing:" Daaronder staan drie bullets waarvan er een zegt: "Dieren in het wild: het vervoer van zieke en/of gewonde, in het wild levende dieren binnen de Gemeentegrenzen naar een opvangcentrum (asiel) en/of zo nodig, naar een dierenarts." Als de volgende prestaties van toepassing zijn dan... Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dan wijs ik mevrouw Van Doorn op het begin: "Hieronder wordt verstaan: alle dieren die primair voor gezelschap, sport of liefhebberij worden gehouden, niet zijnde dieren die primair voor veeteelt worden gehouden of in het wild levende dieren." Het is de vraag of de natuurstichtingen hieronder vallen. Ik stel deze vraag uiterst serieus. Het een spreekt het ander tegen. De VOORZITTER: Ongetwijfeld, maar ik verwijs iedereen die zich druk maakt over de duiding van begrippen naar de tweede termijn.
Er zijn schorsingen waarin u zich daarover kunt beraden, dan hebben we daar het gesprek over. Dit punt rond ik af. De heer DE OLDE (PVA): Wij hebben een wethouder dierenwelzijn die niet weet wat er met de gelden gebeurt en geen toezicht houdt op wat er met dat geld wordt gedaan. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Daar werp ik verre me van. Ik blijf herhalen - dit moet de laatste keer zijn - dat wij u rapporteren over welke overeenkomst wij met de Dierenbescherming hebben. Die voert daarvoor alle wettelijke taken uit die de gemeente op het gebied van dierenwelzijn heeft. Daar is geen woord Spaans bij, dat staat klip en klaar op papier. Ik verwijs uw raad nogmaals graag naar het volstrekt openbare contract dat eronder ligtop de besluitenlijst van B&W van juli 2019. De VOORZITTER: Alles wat er nu nog over komt, is voor de tweede instantie. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dit was de motie die bij mij bekend is en bij mijn portefeuille hoort. Hiermee rond ik mijn eerste termijn af. De VOORZITTER: Dank u wel, dan noteer ik u op 16:51 minuten. Dat is ook mooi. Even voorde orde. Om 13.00 uur staat de lunch geserveerd voorde leden van de raad en het college, en anderen die ons vandaag terzijde staan. Ik verwacht evenwel dat de bijdrage van wethouder Van Rees over 13.00 uur heengaat. We kunnen de lunch wel even warm houden.
Ik stel voor nu de bijdrage van wethouder Van Rees te beluisteren en daarover de discussie met uw raad te voeren. De beantwoording die ik namens het college zal doen, zal dan na de lunchpauze plaatsvinden. Ik constateer dat u daarmee akkoord gaat. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik neem aan dat u allen begrijpt dat ik als een leeuw heb gevochten om als eerste te mogen spreken, maar dat is niet gelukt. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Troost u met de gedachte dat we het beste voor het laatste bewaren. De heer VAN REES (wethouder): Dat kan ook.
R 2107039
39
De VOORZITTER: Daar heb je een goed gevulde maag bij nodig. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorde lunch gaat het beter, na de lunch hebben we de afterdinnerdip en daar moet u doorheen. De VOORZITTER: Er wordt geen wijn geschonken bij de lunch. De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! Dank voor alle bijdragen in de algemene beschouwingen. Ik hoop in te gaan op alle onderdelen die uw raad naar voren heeft gebracht. Ik begin met de binnenstad, daarna ga ik door met wonen, daarna cultuur en daarna ruimtelijke ordening. Dan heb ik alle onderwerpen gehad. Ik zal proberen het zo snel mogelijk te doen, maar het is helaas niet altijd even snel mogelijk. Ik begin met de belangrijke vraag hoe het staat met de BIZ-stemming. A.s. vrijdag is de BIZ-stemming afgelopen. Dan moeten de laatste formulieren zijn ingediend. De signalen die ik op dit moment krijg, zijn dat er ruimschoots 50%aan deelname wordt gehaald. Maandag wordt er geteld. Ik zal geen voorspelling doen van de uitkomst; dat lijkt me niet aan mij. Maar ik spreek wel de hoop uit dat de ondernemers die nog aarzelen om het formulier in te vullen, dat alsnog snel doen en het inleveren, zodat we maandag a.s. hopelijk een mooie positieve uitslag krijgen. Maandag meer. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Even terugkomend op de BIZ. Ik heb signalen dat er straten zijn die collectief willen reageren.
Hoe worden die geteld? De heer VAN REES (wethouder): Dat kan niet. De ondernemers moeten individueel reageren met een brief. De stemming is gekoppeld aan hun winkel, de oppervlakte van hun winkel en de WOZ-waarde. Dus ze zullen er zelf op moeten reageren. Dat ze als straat de formulieren gezamenlijk inleveren, is alleen maar mooi, als er maar een meerderheid komt en als de BIZ maar doorgaat. Dat zou heel mooi zijn. De binnenstad staat nog steeds onder druk, zie vandaag het krantenbericht dat H&M uit de binnenstad weggaat. De bezoekersaantallen lopen nog steeds terug. Ik maak me nog steeds met uw raad veel zorgen over onze binnenstad. We zullen er veel aan moeten doen. De BIZ voor vastgoedeigenaren hoop ik in december in de raad te krijgen, zodat de vastgoedeigenaren na de BIZ voor de ondernemers volgen. Ik hoop dat die twee BIZ'en daarna samengevoegd verder gaan om namens de ondernemers en eigenaren de binnenstad beter op de kaart te kunnen zetten. De heer STORK (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Zou de wethouder nog een extra oproep kunnen doen aan de vastgoedeigenaren om vooral hieraan mee te werken? Misschien kan hij, maar dat is een beetje kort dag, dit ook nog bij alle andere betrokkenen doen.
Probeer dat extra stootje te geven aan het geheel, want dit is in het belang van de binnenstad en van heel Almelo! Wijs iedereen daarop! De heer VAN REES (wethouder): Het punt is helder, ik heb dat net gedaan. Ik hoop dat er zo veel mogelijk mensen mee zullen doen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik vraag me af. Als we een enquéte houden waarmee we de wensen van de ondernemers willen ophalen, is het volgens mij niet de plek van de wethouder om daaraan een waardeoordeel te geven, want dat is sturing. De wensen van de ondernemer moeten uit een onafhankelijk onderzoek komen. Als de wethouder zijn voorkeur Iaat merken, is hij toch leidend? De heer VAN REES (wethouder): Ik vind dat ik mag aangeven hoe ik erover denk. Ik hoop van harte dat de ondernemers de BIZ zullen steunen, zodat we de binnenstad op een sterke manier kunnen neerzetten voor Almelo en vooral ook voor henzelf. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Laten we ervoor waken dat we de BIZ als een soort holy grail gaan zien die een eeuwigdurend antwoord is op de zorgen die we allemaal hebben. R 2107039
40
Volgens mij is het aan de winkeliers zelf om met vereende krachten en een gedeelde visie te laten zien wat ze willen, en gezamenlijk de schouders eronder te zetten in plaats van stukken in de krant te zetten en rollebollend over straat te gaan als er een bestuurder is die niet heel welwillend is, of dat soort dingen. Ik wil er geen waardeoordeel aan hangen, maar ik deel de oproep aan de wethouder, over te brengen aan de ondernemers in de binnenstad, de winkeliers, de krachten te bundelen en de stad erop die manier beter voor te laten staan. De heer VAN REES (wethouder): Ik neem aan dat dit soort signalen bij hen terechtkomen. Ik hoop dat ze daar goed naar luisteren. Begin dit jaar is de nieuwe vastgoedregisseur begonnen en heel voortvarend aan de slag gegaan. Hij heeft de eerste focus gelegd op Grotestraat Noord en het kernwinkelgebied. Hij heeft ontzettend veel contacten met vastgoedeigenaren en heeft bij heel veel panden bemiddeld. Ik zal wat cijfers noemen. Er staan 171 winkelpanden in de Grotestraat Noord en de Kerkstraat. 42 staan er leeg, bij 25 panden is er sprake van transformatieplannen en 12 panden zijn tijdelijk ingevuld met een andere functie. In de Grotestraat Noord worden op dit moment voor 2.000 mz winkelruimte transformatieplannen voorbereid; die mogen we op korte termijn verwachten. Dat is een derde van de 6.000 m2 die we daarin totaal hebben.
De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Op zichzelf lijkt dit een mooie ontwikkeling, zodat de binnenstad weer bewoonbaar wordt. Er is al vaker over gesproken, met name over de bovenverdiepingen inde Grotestraat. De raad heeft eerderde wens uitgesproken meer bewoning te willen zien. Is de wethouder het met ons eens dat we moeten waken voorde ontwikkeling die we zien met arbeidsmigranten, andersoortige situaties, overlast, kamerverhuur, woningsplitsing, veel te veel woonunits op relatief veel te weinig vierkante meters? Hoe gaat de wethouder met die negatieve ontwikkelingen om? We zien in toenemende mate een negatieve ontwikkeling. Vanuit de VVD hebben we recent een rondgang georganiseerd met onze burgemeester. Hoe gaat de wethouder daarmee om en hoe zorgen we ervoor dat we daaraan paal en perk stellen? De heer VAN REES (wethouder): De raad heeft een paraplubestemmingsplan wonen vastgesteld. Daarin is in ieder geval de bestaande situatie gefixeerd. Alle nieuwe situaties moeten voldoen aan het nieuwe paraplubestemmingsplan. Dat betekent dat wij ernaar streven om bij alle panden in de binnenstad — als er sprake is van een woonontwikkeling — een oppervlak van minimaal 75 m2 te handhaven. Omdat het bestaande panden zijn, lukt dit niet altijd in dat format, maar wij kijken naar de kwaliteit die we kunnen realiseren, zodat het pand ín zijn geheel waarde toevoegt aan de binnenstad.
De heer PAUWELS (VVD): Een helder antwoord. De vraag die ik daarop heb, kan de raad de wethouder nog helpen met extra ambtelijke capaciteit, ook op het gebied van handhaving? Dit is een van de vragen die veelvuldig vanuit de raad door verschillende fracties naar voren is gebracht. Helpt het om er meer ambtelijke capaciteit op te zetten? We hebben het gevoel dat die parapluvoorziening er wel is, maar bij de handhaving en uitvoering vragen we ons af of die adequaat worden toegepast. De heer VAN REES (wethouder): In de begroting reserveren we extra geld voor handhaving op dit vlak. Ik denk dat de burgemeester zal antwoorden hoe we daarmee omgaan. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): De heer Pauwels zet me aan het denken, en zeker het antwoord. Als we kijken naar de transformatie die we feitelijk willen, ook in het belang van de binnenstad, zit het dan ook niet in de voortvarendheid waarmee plannen tot hun recht komen? Ik denk even aan het gat van Talamini. Daar praten we al jaren over. Meerdere raadsperiodes is dat al onderwerp van gesprek, evenals de leegstand van andere prominente grote panden. Dit geldt voorde binnenstad, maar natuurlijk ook veel breder. Ik haak even aan bij dit onderwerp, maar ik wil niet de kaas van het brood eten van de fractie van de heer Pauwels. Maar die voortvarendheid met betrekking tot planontwikkeling...
R 2107039
41
De heer VAN REES (wethouder): Die voortvarendheid is er zeker. We constateren allemaal dat de ontwikkeling van Grotestraat Noord 31 te lang duurt. Hopelijk gaan ze begin maart bouwen. Bij de andere eigenaren in Grotestraat Noord waarmee we praten gaat de planontwikkeling echt heel snel. Ze willen heel graag, want die panden staan al langer leeg. Uw raad ziet hier en daar pareltjes verschijnen; laten we eerlijk zijn. Er wordt serieus gewerkt aan die planontwikkeling. Ik ben zelfs bang voor het omgekeerde, dat Grotestraat Noord straks een soort bouwput wordt en de zittende ondernemers daar heel veel last van krijgen. Ook dat zal een punt van aandacht zijn, hoe we erin de Grotestraat Noord mee omgaan en ervoor zorgen dat de bouwwerkzaamheden die daar zullen plaatsvinden geen onnodige overlast voorde ondernemers veroorzaken. Ik vervolg met de subsidieregeling gevelverbetering. Op dit moment zijn zes aanvragen positief beoordeeld. We hebben daarvoor een budget van € 150.000. € 50.000 is daarvan toegekend. Er zitten elf aanvragen in de pijplijn en vier aanvragen zijn afgewezen. Met die elf aanvragen verwachten wij het totale budget voor gevelverbetering op korte termijn te kunnen beschikken. AI die verbeteringen moeten in 2022, of zo kort mogelijk daarna, gerealiseerd zijn. Wellicht dat we in 2023 moeten nadenken over uitbreiding van het budget.
De raambelettering is ook vaak ter sprake geweest in de raad. Daarvoor hebben we een budget van € 10.000. Uw raad heeft de eerste ramen gezien inde binnenstad die beletterd zijn. Op dit moment wordt er gesproken over een dertiental panden die voorde kerst allemaal beplakt zullen zijn. De vastgoedregisseur is erg hard aan het werk, doet heel erg zijn best. Hij is betrokken bij de ontwikkeling van de Tuinstraat bij de leegstaande kavels; dat heeft in de krant gestaan. Er wordt flink gesproken over ontwikkelingen daar. Verder is hij betrokken bij de Grotestraat Zuid waar ontwikkelingen spelen, samen met Beter Wonen. Hij is dus in de volle breedte in de binnenstad bezig, is makkelijk benaderbaar, heeft goed in de smiezen wat er speelt en heeft goede contacten met de ondernemers. Ik wil hem daarvoor vanaf deze plek een compliment geven: hij doet het heel erg goed. In de binnenstad zelf, in het kernwinkelgebied, staan op dit moment vijf winkels leeg. We hebben in Almelo de Stichting Startje Winkel. Die is bezig met het werven van nieuwe bedrijven. Er zijn dit jaar twee nieuwe bedrijven in de binnenstad gevestigd, vorig jaar zeventien. En er zijn op dit moment contacten met drie grote winkelketens. Eris een heel mooie brochure gemaakt die aan bedrijven wordt overhandigd met een gerichte brief om ook de ontwikkelplannen van Almelo onder hun aandacht te brengen.
Ik hoop dat de gezamenlijk aanpak tussen Stichting Start je eigen Winkel en de gemeente gaat leiden tot successen, zodat we hopelijk nieuwe winkels in het kernwinkelgebied krijgen. Een belangrijk onderdeel wat daaraan gekoppeld is, is de branding. In de koers van de binnenstad staat dat wij het winkelhart willen zijn van Noordwest Twente. Maar voor het profileren van de stad Almelo gebruiken we allemaal verschillende logo's en slogans. We willen komen tot een eenduidige presentatie van de gemeente Almelo en willen dat de evenementen die we daaraan koppelen het beeld van Almelo versterken. Een mooi voorbeeld om dit te illustreren is misschien dat Eindhoven een lichtstad is; dat weet u allemaal. En Eindhoven organiseert dit najaar een heel groot evenement waarbij alle kunstenaars uit Eindhoven met lichtbeelden kunstprojecten projecteren op de panden inde binnenstad. De evenementen versterken het beeld dat men van een stad wil creëren. Wij willen in Almelo daar ook naartoe werken. Er wordt op dit moment hard aan gewerkt om die branding vorm te geven. Uw raad heeft € 150.000 extra ter beschikking gesteld als compensatie voorde coronaeffecten om in evenementen te stoppen, niet voor individuele ondernemers, maar voor het geheel. We willen graag dat die stroom bezoekers aan de binnenstad op gang komt.
Samen met Stichting Almelo Promotie en CAA wordt hard gewerkt om tot een afgewogen plan te komen van activiteiten. Ik kan uw raad voorzichtig vertellen, even los van de komende coronamaatregelen die misschien in de pijplijn zitten, dat er, als het goed is, straks weer een ijsbaan op de markt komt te staan en dat de fonteinen weer in de haven komen te liggen. Verder wordt er gewerkt aan andere evenementen. Misschien heeft uw raad in het voorbijgaan gezien dat de Trommel gekeimd is, geschilderd is, en er nu een stuk beter uitziet. De VOORZITTER: Mag ik u oproepen de abstractie weer op te zoeken, waar het gaat om de toepasselijkheid van de antwoorden?
R 2107039
42
De heer VAN REES (wethouder): Ik denk dat we kunnen constateren dat de binnenstad de afgelopen vierjaar enorm vergroend is. De plantenvakken in Grotestraat Noord zullen ook in Grotestraat Zuid worden gerealiseerd als we daar de riolering gaan aanleggen. Die aanleg doen we eerst, daarna komen er plantenvakken. Er staan heel veel bomen op het Marktplein. Dat zijn er misschien voor sommige raadsleden te weinig. Maarde ene grote boom die bij Nielz staat, kost € 60.000. Die staat in een heel speciale bak, omdat die de leidingen in de grond niet mag beschadigen. Het plaatsen van bomen in de binnenstad is dus een uiterst kostbare en ingewikkelde zaak vanwege alle leidingen die er liggen, maar waar wij kunnen, gaan wij de binnenstad eergroenen. Voorde Grotestraat Noord is een gebiedsvisie ontwikkeld, samen met inwoners en ondernemers. Deze wordt binnenkort door het college vastgesteld. Het moet een gebiedje worden à la de Doelenstraat met geveltuintjes. Het verkeer moet er weer kunnen rijden. Voor het realiseren van die gebiedsvisie heeft~de gemeente een subsidie van € 1 miljoen gekregen van de provincie Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Laatst sprak ik een onderneemster. Ik zal niet haar naam noemen, maar als het goed is, heeft zij contact met de wethouder gehad. Er staan kennelijk een lantaarnpaal en een bord precies voor haar winkel. Ik heb erover nagedacht.
Er wordt het een en ander aan tegelwerk en dat soort dingen weggehaald. Ik neem aan dat op dat soort momenten ook gekeken wordt naar dergelijke verzoeken van onze winkeliers. Ze heeft natuurlijk een punt dat ze het zo niet gezellig kan maken en geen stalletje voor haar winkel kan zetten. Ze kan het niet bruisend maken als die lantaarnpaal daar blijft staan. Ik neem aan dat daarnaar wordt gekeken. De heer VAN REES (wethouder): Ja, dat soort dingen nemen we waar we kunnen mee. Maar dat is niet altijd mogelijk. Er zijn vragen gesteld over het Havenblok en de Stadskade. Zowel voor het Havenblok als de Stadskade is het college bezig met planontwikkeling. We hebben geconstateerd dater in ieder geval over het Havenblok een aantal beslissingen op korte termijn kunnen worden genomen. Daarvoor gaat er binnenkort een voorstel naar het college. Voorde Stadskade zullen we nog verder onderzoek moeten doen. Ook daarvoor gaat er binnenkort een collegevoorstel op route. Dan kan het college uw raad nader informeren hoe we daarmee omgaan en welke planning we daarbij hebben. In combinatie van deze plannen gaan we ook nader onderzoek doen naar het parkeren, niet alleen het parkeren van auto's, maar ook het parkeren van fietsen. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitbreiding van de fietsenstalling bij het Amaliaplein. In november zal die uitgebreid worden naar een fietsenstalling voor 700 fietsen.
Daarmee hopen we, met een extra actie, zoveel mogelijk fietsen van de straat te krijgen. Voor het parkeren van auto's zullen we met uw raad in gesprek moeten over een betere verdeling tussen parkeren voor bezoekers, parkeren voor bewoners en parkeren voor werkenden. Maar ook daarvoor zullen we met plannen naar uw raad komen. In die plannen nemen we ook de mogelijkheden van een parkeerfonds mee, want we bouwen veel nieuwe appartementen in de binnenstad en er komen meer bewoners. Daarom zullen we ook daarvoor een adequate oplossing moeten hebben. De heer BUITENWEG (GroenLinks): De GroenLinks-fractie heeft het parkeren regelmatig aangekaart in relatie tot het bewoonbaar maken van de Grotestraat in het centrum, evenals van het parkeerfonds. Dank dat de wethouder dit nu oppikt. Maarde plannen voor het parkeren heeft hij een paar keer toegezegd. Wanneer kunnen we die tegemoetzien? De heer VAN REES (wethouder): We hebben een eerste verkenning gedaan, maar die geeft aanleiding om de plannen breder te trekken. Ze moeten voorde hele binnenstad zijn. Als wij wat willen, bijvoorbeeld met de Stadskade waar een parkeergarage staat met 400 plekken, een parkeergarage voorde hele binnenstad, moeten we het breder trekken. We moeten naar mobiliteitssystemen kijken en naar parkeren. De vastgoedeigenaren vinden dit een heel belangrijk punt.
We zullen dit dus op een goede manier moeten oppakken, agenderen en zorgen dat we daarvan een duidelijk beeld krijgen, zodat er overal in de binnenstad een duidelijken inzichtelijk parkeerregiem ontstaat voor iedereen. R 2107039
43
De heer BUITENWEG (GroenLinks): Mensen die wat willen, krijgen steeds de opdracht: parkeren op eigen terrein. Dat is op heel veel plekken echt niet mogelijk. Ja, in de grond, maar dan moetje die panden weer afbreken. De heer VAN REES (wethouder): Onder de Grotestraat 31 worden parkeerplaatsen gerealiseerd. Maarde praktijk wijst uit dat mensen die zo'n appartement kopen toch een bewonersvergunning aanvragen, zodat ze hun auto aan de straat kunnen zetten. De raad kan beslissen daaraan niet meer mee te werken, omdat mensen met een eigen parkeerplaats hun auto op die parkeerplaats dienen te zetten. Dat soort beslissingen, dat soort keuzes, zijn voorbehouden aan de raad. De raad stelt daarvoor een verordening op. Die werk ik uit samen met collega Maathuis. Dat moeten we goed onderzoeken, uitwerken en aan uw raad voorleggen. Ook voorde ondernemers is dit heel belangrijk. Ondernemers in de Oranjestraat ageren sterk tegen bewoners die hun auto's daar heel lang laten staan. Misschien moeten we op deze plekken toe naar overdag kort parkeren en 's avonds de auto laten staan. Dit zijn allemaal gedachten, die gaan we uitwerken. Vervolgens worden de plannen aan uw raad voorgelegd om daarover te beslissen. De VOORZITTER: Ik roep u allemaal op om niet te veel in de casuistiek van de parkeerplaatsen te zakken, want daarvoor zijn andere tafels.
Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Tijdens de behandeling van de perspectiefnota is een motie aangenomen over parkeren, waarin vooral werd opgeroepen te kijken naar parkeerplaatsen voor gehandicapten. Ik hoorde de wethouder allerlei categorieën noemen, maar deze niet. Ik neem aan dat deze deel uitmaakt van zijn grote schuifplan. De heer VAN REES (wethouder): Dat kan ik bevestigen. De heer TEEUW (Christenunie): In grote steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en noem maar op, hoort het erbij dat je je auto in de binnenstad niet bij je huis kwijt kunt. Gaan wij ook de parkeernormen voorde binnenstad bekijken? De heer VAN REES (wethouder): Dit is een terechte opmerking. In die discussies bekijken we ook de parkeernormen. Op dit moment gaan we nog uit van één auto per appartement. Maar veel jonge mensen die in binnensteden wonen hebben helemaal geen auto. Ook daar zullen we naar moeten kijken. Dat is bepalend voor de planontwikkeling, want dit bepaalt voor een belangrijk deel de kosten die gemaakt moeten worden aan parkeerplaatsen. Mijnheerde voorzitter! Ik ga door met wonen. Het eerste onderwerp daarbij is de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Deze wet is in discussie gekomen naar aanleiding van de discussie over de PIN-verklaring in de woonvisie. Toen is besloten die niet te gebruiken, maarte kijken of we Wbmgp kunnen inzetten.
Vanaf dat moment hebben we dit onderwerp heel instrumenteel benaderd: we gaan specifiek kijken naar die wet. Maar het gaat niet specifiek om die wet. Het gaat het college om de leefbaarheid en veiligheid inwijken. Dat moet centraal staan in onze aanpak. En wij constateren als college dat wij in een aantal wijken, een aantal straten en misschien ook wel een aantal complexen, een stapeling van problemen zien die de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden. Wij willen graag als college samen met de woningcorporaties bekijken hoe we met een integrale aanpak kunnen komen om de inwoners het signaal te geven dat we de situatie niet nog meer laten verslechteren. We roepen die een halt toe: uw kinderen moeten ook veilig kunnen opgroeien, u moet ook perspectief hebben in deze wijk. Dat leidt ertoe dat we moeten afwegen welke instrumenten we daarvoor kunnen inzetten in deze wijken. Het kan zijn dat daarvoor de Rotterdamwet of de nieuwe Wet opkoopbescherming wordt ingezet. Dat willen we niet doen omdat we het instrument fijn vinden. Dat is onzin. Wij willen dat doen omdat wij onze bewoners willen laten zien dat we vinden dat het niet nog erger mag worden, en dat het vanaf dat moment beter moet worden. Wij willen de leefbaarheid en veiligheid centraal zetten. We hebben in de prestatieafspraken... R 2107039
44
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! De leefbaarheid en veiligheid wil de wethouder verbeteren. Er zijn twee onderzoeken gedaan waaraan wordt gerefereerd. In beide onderzoeken, plus door de gemeenteraad en door het college, kan niet gezegd worden dat er een meerwaarde is gebleken van de Rotterdamwet voorde leefbaarheid en veiligheid in die wijken. Waarop baseert de wethouder zijn redenering dat die wet in Almelo wel zou kunnen werken? De heer VAN REES (wethouder): Wij constateren dat de situatie de afgelopen jaren in bepaalde wijken slechter is geworden, ondanks de inzet die daarin de volle breedte wordt gepleegd. De Rotterdamwet kan worden toegepast alsje alle andere dingen al hebt geprobeerd. Die wet vormt een ultieme remedie die als laatste middel kan worden ingezet. Ik denk dat we moeten overwegen of we dit al dan niet doen nadat we hebben gekeken naar het geheel. Ik wil helemaal niet met uw raad verder discussiëren over de Rotterdamwet. Als wij besluiten om die wet in te zetten, doen we dat aan de hand van een afgewogen plan, samen met de woningcorporaties. Het gezamenlijke doel is dan om de leefbaarheid te verbeteren. Het is heel goed mogelijk dat we de Rotterdamwet helemaal niet toepassen, maar eerst kijken naar de Wet opkoopbescherming. Het feit dat we alles op alles willen zetten om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren, is ons uitgangspunt.
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Dus de wethouder wil op basis van een gevoel, een overtuiging... Want uit de onderzoeken blijkt dat de Rotterdamwet niets heeft bijgedragen. Nogmaals, de gemeenteraad, het college, er is geen enkele organisatie, geen enkel orgaan of individu die kan beweren dat die wet bijdraagt aan de leefbaarheid en veiligheid van die wijken. Dus wij gaan op basis van een onderbuikgevoel een grondrecht afnemen: vrije vestiging? Dat is best wel heftig. Iedereen moet zich vrij kunnen vestigen. We willen dat recht afnemen, omdat we denken dat die wet misschien zou kunnen werken, vijftien of achttien jaar nadat deze is geschreven - volgens mij was dat in 2003. Ik hoor dat dit 2006 was. Maar die wet heeft tot nu toe niets opgeleverd. Dat is toch niet besturen? De VOORZITTER: Uw punt is helder. We gaan even luisteren naar de wethouder. De heer VAN REES (wethouder): Dat is hoe de heer Ekizkuyu kijkt naar de evaluatie. Daarin staat inderdaad dat als je wetenschappelijk moet bewijzen welk effect welke maatregel heeft, dat moeilijk is, omdat in die wijk verschillende maatregelen naast elkaar worden ingezet. Het is moeilijk aan te tonen dat deze maatregel tot dat effect leidt. Maar alle interviews met professionals in de wijken waarover we praten, melden dat deze wet wel degelijk effect heeft.
Dit gaat voorbij aan het feit dat wij als college vinden - maar dat zou een afweging kunnen zijn - dat het ook een signaal aan de inwoners is dat wij niet accepteren dat het in hun wijk nog slechter wordt. We bevriezen de situatie en gaan eraan werken om die te verbeteren. Dat is een heel belangrijk signaal in dit soort wijken. Dat moeten we afwegen. Ik zeg niet dat wij die afweging nu al hebben gemaakt. We gaan dat doen op basis van een goede inventarisatie van wat er precies speelt, welke problemen er zijn en misschien in welke straten of welke complexen we die wet willen toepassen. Dan komen we met een nieuw voorstel naar de raad. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): De wethouder zegt eigenlijk: het doel heiligt alle middelen. Want het grondrecht van vrije vestiging wegnemen is een behoorlijk... Dat is wél zo... Je mag je niet meer vrij vestigen in Nederland. Als de Rotterdamwet wordt ingevoerd, heb je niet meerde ruimte om je overal te vestigen. Dat is een grondrecht en dat neem je dan af. De VOORZITTER: Meneer Ekizkuyu, ik heb u een derde interruptie gegund, maar eigenlijk is dit een herhaling van uw tweede. Maakt u uw punt, dan kan de wethouder daarop reageren. De heer EKIZKUYU (Groen Links): Het punt is dat het doel alle middelen heiligt. Dat wordt gezegd.
De wethouder heeft het over professionals, maar het college, de gemeenteraad en al die onderzoeken geven aan dat die wet niet bijdraagt; nu val ik weer in herhaling. Zo simpel is het toch? Voor mij is het een inkoppertje, Ik kijk naar dit dossier en zie dat ik hiervan een R 2107039
45
principekwestie kan maken wat betreft het grondrecht. Maar ik kan er ook geen principekwestie van maken en kijken wat de onderzoeken zeggen. Aan de hand daarvan ga je besturen. Ik ga niet naar aanleiding van een onderbuikgevoel een bestuurlijke keuze maken. De VOORZITTER: Dat vraagt geen verdere reactie. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik weet niet helemaal hoever de heer Van Rees is met zijn verhaal. Mijn vraag ging over het Nieuwstraatkwartier, dat valt onder wethouder Van Rees. Er staat op pagina 57 dat het Nieuwstraatkwartier onderander schoon, veilig en heel moet zijn en technisch op orde, bla, bla, bla. Dit omarm ik uiteraard, met de heer fete, denk ik. Maar als ik door de Nieuwstraat ga - die symbool staat voor het Nieuwstraatkwartier - breekt regelmatig mijn hart, letterlijk, want het is daar heel, heel vies. Ik bedoel niet dat die mensen in hun huizen niet schoon zijn, want daarvan ben ik absoluut overtuigd, maarde straten zijn heel vies. Ik heb er weleens met een ander raadslid gelopen en we hebben zelf de rotzooi opgeruimd. Wat mij het meest verbijstert, is een ander ding van mij, de prullenbakken. Naar mijn weten staat erin het hele Nieuwstraatkwartier geen enkele prullenbak. De heer f ete zal dit beter weten dan ik. Er zijn mensen die zeggen: ze gooien toch alles op de grond. Maar zonder prullenbakken...
Waarom staan die er nieten is dat niet de eerste stapte zorgen dat het Nieuwstraatkwartier de meest primaire voorziening heeft om het daar schoon te houden? De heer VAN REES (wethouder): Ik kan in ieder geval melden dat we volop bezig zijn met de herverdeling van prullenbakken over Almelo. Op dit moment wordt daar hard aan gewerkt. Hoe zich dat verhoudt tot het plaatsen van prullenbakken in het Nieuwstraatkwartier, kan ik op dit moment niet zeggen. Maar daar zullen we ook naar kijken. Ik neem aan dat de burgemeester verder antwoord geeft op de vragen over het Nieuwstraatkwartier, want dat is zijn portefeuille. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Die prullenbakkenmotie is wat complexer. Het Nieuwstraatkwartier wordt hier met name genoemd. Zouden we dan in ieder geval kunnen afspreken dat het Níeuwstraatkwartier op korte termijn bijzondere aandacht krijgt bij het plaatsen van prullenbakken? Dat lijkt mij een enorme verbetering voorde doelstellingen die hier staan. De heer VAN REES (wethouder): We zullen kijken wat we daaraan kunnen doen. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Ik had het liefst de wethouder zijn verhaal over de Wbmgp laten afmaken, maar andere fracties springen er ook op, dus ik moet wel. Ik heb twee vragen. De eerste is, beperken we ons bij het onderzoek naar de Wbmgp strikt tot woningcorporaties? Die indruk krijg ik uit de beantwoording.