Gebiedsvisie Bornerbroek - Bijlage 2 - Plan-mer-beoordeling Bornerbroek
Tekst van het document
Notitie Contactpersoon
Neelke de Fijter
Datum
13 maart 2025
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Plan-mer-beoordeling Gebiedsvisie Bornerbroek 2040 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Bornerbroek is een dorp gelegen in de gemeente Almelo. De gemeente Almelo heeft advies- en ingenieursbureau TAUW gevraagd een plan-mer-beoordeling op te stellen voor de Gebiedsvisie Bornerbroek 2040 (conceptversie, 18 december 2024).
1.2
Waarom een mer-beoordeling?
In de mer-regelgeving, afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob), wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waar een mer-plicht geldt en projecten waar een mer-beoordelingsplicht geldt. Mer-beoordelingsplichtige projecten zijn projecten waarvoor de beslissing of de mer-procedure moet worden doorlopen niet bij wet vastligt, maar door Bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag moet dan bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, welke het doorlopen van de merprocedure wenselijk en noodzakelijk maken. De gebiedsvisie is kaderstellend voor projecten uit bijlage V categorie J11 (tabel 2.1) van het Omgevingsbesluit, door bijvoorbeeld ruimte te bieden voor 200-400 woningen in en rondom Bornerbroek. Daarom moet een mer-beoordeling worden opgesteld. Tabel 2.1 Categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit
Projecten
J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen
Gevallen waarin de merplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)
Gevallen waarin de mer- Besluiten als bedoeld in beoordelingsplicht geldt artikel 11.6, derde lid, (artikel 16.43, eerste lid, onder c, van dit besluit aanhef en onder b, van de wet)
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet(verwijst naar een andere website)) toetst het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente zelf) of er bij het plan of programma aanzienlijke (negatieve) milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: • Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. • Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. De plan-mer-beoordeling en het besluit of er wel of niet een plan-MER opgesteld moet worden, gaat samen met de besluitvorming rond de gebiedsvisie.
1.3
Inhoud mer-beoordeling
In de mer-beoordeling worden de milieueffecten van de gebiedsvisie beschreven. Er zijn een aantal eisen verbonden aan de inhoud. Deze eisen in bijlage III bij de mer-richtlijn zijn omgezet naar artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. De mer-beoordeling bevat een beschrijving van: • Inleiding waarin wordt toegelicht wat een mer-beoordeling is en waarom deze voor dit specifieke project wordt uitgevoerd (hoofdstuk 1) • • • • •
Kenmerken van het project (hoofdstuk 2) Plaats van het project (hoofdstuk 2) Kenmerken van de potentiële milieueffecten (hoofdstuk 3) Maatregelen die tot doel hebben de potentiële gevolgen van het project te vermijden of te voorkomen (hoofdstuk 3) Conclusie (hoofdstuk 4)
Waar het bij de criteria 'fysieke kenmerken van het project' en ‘locatie van het project' vooral gaat om beschrijvingen van de voorgenomen activiteiten, de locatie en de omgeving, gaat het bij de 'kenmerken van mogelijke aanzienlijke milieueffecten' juist om de interactie tussen beide. Hier worden dan ook de effectbeschrijvingen voor de beschouwde milieuaspecten weergegeven en de waarschijnlijkheid van de effecten. Voor de mer-beoordeling is de toetsing gebaseerd op expert judgement.
2/25
2 Kenmerken van het plan 2.1
Gebiedsvisie Bornerbroek
De visie voor Bornerbroek 2040 De conceptvisie voor Bornerbroek in 2040 gaat in op de volgende onderdelen: Wonen o Uitbreidingslocaties o Inbreiding en aanpassingen Voorzieningen en verkeersveiligheid -
Landschap
Wonen: uitbreidingslocaties Het uitgangspunt voor woningbouw is een compacte, concentrische ontwikkeling met behoud van het dorpse karakter. Dit betekent dat woningbouw zoveel mogelijk geclusterd wordt rondom de dorpskern. Aan de oostzijde van het dorp wordt ingezet op een gemengde nieuwe woonwijk. Hierin wordt naast eengezinswoningen extra ingezet op levensloopbestendige bouw. Dit biedt kansen voor senioren (nabij voorzieningen en zorg) en kleine huishoudens. In dit gebied is er ook ruimte voor appartementen, passend bij de schaal en karakter van het dorp. Aan de zuidzijde komt (meer) ruimte voor grotere woningen en eventueel collectieve woonvormen. Dit is het gebied waar ook ‘wijkersʼ voor Businesspark XL 2 een plek kunnen vinden. Voor de periode t/m 2040 wordt uitgegaan van de bouw van circa 200 tot 400 woningen in Bornerbroek, zo veel mogelijk gefaseerd. Dit betekent dat er gemiddeld circa 15 tot 25 woningen per jaar worden gebouwd. Wonen: inbreiding en aanpassingen Voor inbreiding in het dorp wordt voornamelijk ingezet op woningen die geschikt zijn voor kleine huishoudens, zoals senioren. Dit biedt deze doelgroepen de kans om op een centrale plek in het dorp woonruimte te vinden. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid voor het beter benutten van de bestaande bouw, waaronder transformatie van panden naar een woonfunctie of het splitsen van woningen.
Ook geeft de gemeente incidenteel meer ruimte voor woningbouw op vrijkomende agrarische bebouwings(VAB-)locaties. Voorzieningen en verkeersveiligheid Het uitgangspunt is om in de toekomst de maatschappelijke voorzieningen in Bornerbroek te clusteren aan de Pastoor Ossestraat. Hierbij gaat het om de volgende voorzieningen: het Broekshoes, de basisschool en eventueel binnensport. Naar de (financiële) haalbaarheid en locatie wordt onderzoek gedaan. De buitensport blijft op de huidige locatie van de voetbalvelden. Wel wordt de bereikbaarheid van de voetbalvelden vanuit het dorp en de verkeersveiligheid, met name voor fietsers, verbeterd.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Ook wil de gemeente de oversteekbaarheid van Pastoor Ossestraat in het dorpshart vergroten om de verkeersveiligheid te verbeteren en de verblijfsfunctie rond de voorzieningen te versterken. Landschap Om het dorpse karakter van Bornerbroek te behouden blijft er een ‘groene mantelʼ rondom het dorp. Deze krijgt het meest concreet vorm van de Doorbraak, die een buffer tussen Bornerbroek en Business Park XL vormt. De mogelijkheden voor bewegen en buitenrecreatie worden vergroot door fiets- en wandelpaden te verbeteren en/of beter met elkaar te verbinden. In figuur 2.1 is op de kaart weergegeven welke ontwikkelingen waar gepland zijn.
4/25
Figuur 2.1 Kaart gebiedsvisie Bornerbroek 2040.
2.2
Locatie gebiedsvisie Bornerbroek
Bornerbroek is een dorp gelegen ten zuiden van Almelo en ligt centraal in de driehoek van Delden, Borne en Enter/Rijssen. De kern Bornerbroek telde in 2023 1.230 inwoners en ongeveer 500 woningen (484 woningen). In de hele wijk Bornerbroek - inclusief buitengebied - wonen 2.045 inwoners in 791 woningen. De bereikbaarheid van omliggende dorpen en steden is goed door de aanwezigheid van de A35, de A1 en de verbindingen via de Entersestraat, Bornsestraat, Pastoor Ossestraat en de Lohuisstraat. Aan de noordkant wordt Bornerbroek begrenst door het XL Businesspark. Aan de westzijde van Bornerbroek loopt het Twentekanaal van noord naar zuid. In Bornerbroek zijn een aantal basisvoorzieningen aanwezig zoals een basisschool, kerk, een buurthuis (het Brookshoes) en sportvoorzieningen. Voor andere - meer stedelijke - voorzieningen zijn Bornerbroekers aangewezen op omliggende dorpen en steden. Bornerbroek kent een rijk verenigingsleven. Het Brookshoes, de Sint-Stephanuskerk en de sportverenigingen vervullen hierin een belangrijke functie voor de gemeenschap. De St. Staphanusschool is een vaste waarde van het dorp. Bornerbroek kent een riant buitengebied. Het afwisselende landschap trekt recreanten en wordt versterkt door de ecologische verbindingszone ‘De Doorbraak’ en recreatieve plas ‘het Grasbroek’, een oud zandwinningsgebied.
Het buitengebied wordt begrensd door de A1, groene verbindingszone Deldenerbroek en het dal van de Regge. In het gebied tussen de Entersestraat en de Pastoor Ossestraat en het gebied tussen de Goorsedijk en de Bornsestraat zijn nog altijd essen te vinden, dit gebied wordt dan ook aangeduid met een hogere landschappelijke waarde. De Doorbraak is een nieuw gegraven beek tussen de Bornse beek en Regge. De Doorbraak is ruim tien jaar geleden gegraven om het relatief schone landelijke water in Twente langer vast te houden en te scheiden van het relatief verontreinigde stedelijke water. Daarnaast fungeert de Doorbraak als waterbergingsgebied en als ecologische verbindingszone tussen Twente en Salland. De Doorbraak en de omliggende gronden zijn aangemerkt als Natuurnetwerk Nederland.
2.3
Cumulatie met andere projecten
Een nabijgelegen project, de ontwikkeling van XL Businesspark 2 laat geen belangrijke nadelige milieueffecten zien.1 Een ander project in Bornerbroek, namelijk de nieuwbouw van achttien appartementen voor starters, zal naar verwachting ook geen aanzienlijk milieueffecten opleveren. Ook als gevolg van de ontwikkeling van de Vloedbeltverbinding (N743) in de gemeente Borne is het omdat de effecten van de visie beperkt zijn en zodoende de optelsom niet leidt tot een groot nieuw effect daarmee niet de verwachting dat er door deze ontwikkeling aanzienlijke cumulatieve effecten ontstaan.
1
RHO Adviseurs, MER XL Businesspark 2, 16 september 2024,
014676_3832_MER_XL_Businesspark_2___20240007.001.pdf
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Er zijn verder geen projecten in de omgeving van Bornerbroek met belangrijke milieueffecten bekend, waarvoor vergunning is verleend en die voor cumulatie van effecten kunnen zorgen. Er is daarom geen sprake van cumulatie met andere projecten.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
3 Kenmerken van potentiële effecten 3.1
Archeologie en cultuurhistorie
3.1.1 Archeologie Op figuur 3.1 zijn de archeologische verwachtingswaarden van Bornerbroek weergegeven. Het centrale grijze vlak is waar het dorp Bornerbroek ligt; daar is de verwachtingswaarde onbekend. De voorgenomen woningbouwontwikkelingen bevinden zich ten oosten en ten zuiden van het dorp. Ten oosten van het dorp is er een strook met middelhoge en hoge verwachtingswaarden voor archeologie, terwijl de verwachtingswaarden verder naar het oosten laag zijn. De woningbouw in het zuiden valt voornamelijk binnen een gebied met middelhoge verwachtingswaarden.
Figuur 3.1 - Kaart Bornerbroek met Archeologische Verwachtingswaarden. Bron: Provincie Overijssel (z.d.-a).
Bij de realisatie van woningbouw zijn bodemingrepen voorzien. De exacte locaties, dieptes en kenmerken van deze bodemingrepen zijn in dit stadium nog niet bekend. Zoals hierboven beschreven geldt voor de locaties waar woningbouw gepland is een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde (zie ook de delen waar een dubbelbestemming in verband met archeologie geldt, figuur 3.2).
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Figuur 3.2 - Gebieden met een archeologische verwachting. Bron: Regels op de kaart, Bestemmingsplan Buitengebied Almelo (2011).
Bij het bouwrijp maken van de grond kan bodemverstoring optreden, waarbij mogelijk aanwezige archeologische waarden worden aangetast of vernietigd. In het omgevingsplan van de gemeente staat beschreven dat bouw op deze stukken mogelijk is wanneer op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn, of het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 250 m2 of minder diep steekt dan 0,50 m ten opzichte van het ter plaatse aanwezige maaiveld. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken voor bouwen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied. Gezien de regels van de gemeente hierover worden er geen aanzienlijke effecten op archeologie verwacht.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
3.1.2 Cultuurhistorie Op de kaart van gebouwd erfgoed is te zien dat er één rijksmonument aanwezig is (rood omlijnd) in Bornerbroek (zie figuur 3.3). Het betreft een kerk met kerkonderdeel (monumentnummer: 507917) aan de Pastoor Ossestraat 2 in Bornerbroek. In de gebiedsvisie staat dat het een uitgangspunt is om in de toekomst de maatschappelijke voorzieningen in Bornerbroek te clusteren aan de Pastoor Ossestraat. Bij deze ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met het aanwezige rijksmonument.
Figuur 3.3 - Kaart Bornerbroek met Gebouwd Erfgoed. Bron: Provincie Overijssel (z.d.-b).
Verder zijn er in en rondom Bornerbroek verschillende (voormalige) historische cultuurlandschappelijke elementen aanwezig: afwatering en historische routes (zie figuur 3.4). De historische routes lopen door het dorp, waar een inbreidingslocatie voor woningen is voorzien. De routes lopen ook door de voorgestelde uitbreidingslocatie voor woningen aan de oost- en zuidzijde van het dorp. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de ontwikkeling van de woningen. Op de plek van de afwatering staan volgens de gebiedsvisie geen ontwikkelingen gepland.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Figuur 3.4 - Kaart Historisch Cultuurlandschap. Bron: Provincie Overijssel (z.d.-c).
Hoewel het moet blijken uit de uiteindelijke uitwerking van de voorgestelde plannen, is op basis van de beschikbare informatie de verwachting dat er geen aanzienlijke negatieve effecten voor cultuurhistorie optreden.
3.2
Bodem
De gebiedsvisie voorziet in verschillende activiteiten die de bodem en ondergrond verstoren, waaronder de bouw van woningen. Voor elk initiatief met grondroerende werkzaamheden zal een bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden. Mocht blijken dat er verontreinigingen aanwezig zijn, dan zullen deze worden gesaneerd, waardoor de bodemkwaliteit als geheel verbetert. Op basis hiervan worden er vanuit het thema bodem geen aanzienlijke nadelige effecten verwacht als gevolg van de ontwikkelruimte die de gebiedsvisie mogelijk maakt.
Kenmerk
3.3
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Water
De gebiedsvisie stelt verschillende uitbreidingsontwikkelingen voor woningbouw voor, waaronder een gemengde nieuwe woonwijk aan de oostzijde van Bornerbroek, en grotere woningen, collectieve woonvormen en plekken voor ‘wijkers’ aan de zuidzijde. De voorgestelde ontwikkelingen omvatten meer verharding dan de huidige situatie die bestaat uit agrarisch, onverhard oppervlak. Deze extra verharding kan de bestaande waterhuishouding verstoren, wat kan leiden tot veranderingen in grondwaterstanden en een verhoogde kans op wateroverlast. Wateroverlast verwijst naar situaties waarin mensen hinder ondervinden door een teveel aan water, vaak als gevolg van hevige neerslag. In de toekomst wordt verwacht dat wateroverlast vaker zal optreden, naarmate er meer regen in kortere periodes valt door klimaatverandering. Aan de andere kant draagt een groene openbare ruimte bij aan een gezonde waterhuishouding. De gemeente Almelo is van plan om een aantal groene wiggen die Bornerbroek doorkruisen te versterken. Bovendien blijft de groene mantel rondom Bornerbroek behouden, wat essentieel is voor de waterhuishouding in het dorp. De locaties voor de woningbouwontwikkelingen ten oosten en zuiden van Bornerbroek vertonen momenteel geen wateroverlast (zie figuur 3.5). Dit suggereert dat de negatieve effecten van de toegenomen verharding met klimaatadaptieve maatregelen kunnen worden opgevangen.
In de gebiedsvisie wordt hier echter nog niet op ingegaan. Voor de voorgestelde inbreidingsontwikkeling in het dorp is er op deze locaties momenteel een hogere waterdiepte bij hevige neerslag, wat de kans op wateroverlast vergroot. Het is daarom belangrijk dat er bij deze inbreiding ook klimaatadaptieve maatregelen worden genomen om het overtollige water op te vangen.
Figuur 3.5 - Waterdiepte bij hevige bui van 70 mm/2 uur.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Vanuit de Kader Richtlijn Water (KRW) gelden geen wettelijke normen zolang de waterkwaliteit niet achteruit gaat door de ontwikkelingen. De KRW-doelstellingen bieden wel goede meekoppelkansen bij het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van woningen ten zuiden van Bornerbroek langs het Twentekanaal, te koppelen. Aangezien dit kanaal een KRW-waterlichaam is, moet negatieve beïnvloeding van de waterkwaliteit worden voorkomen, bijvoorbeeld door voldoende ruimte rondom wateren te waarborgen om afvloeiing van afvalstoffen te voorkomen.
3.4
Ecologie inclusief stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
3.4.1 Beschermde dier- en plantsoorten Figuur 3.6 geeft de geschatte soortendiversiteit per vierkante kilometer weer. De negen belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen. Dit zijn vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, vleermuizen, landzoogdieren en vogels. Hoe donkerder groen hoe meer verschillende soorten planten en dieren in een bepaald gebied voorkomen ten opzichte van een ander gebied (Atlas Leefomgeving, 2022). Hoe meer soorten planten en dieren ergens voorkomen, hoe groter de biodiversiteit is. Uit de figuur blijkt dat de geschatte soortendiversiteit varieert van 301 tot 700 soorten.
Figuur 3.6 - Soortendiversiteit.
Gebouwen kunnen fungeren als nestplaatsen voor vogels en als verblijfplaatsen voor vleermuizen. In de gebiedsvisie staat niets over de sloop van gebouwen, wat als positief kan worden beschouwd voor diersoorten. Daarnaast richt de gebiedsvisie zich ook op het versterken van de groene wiggen die Bornerbroek doorkruisen, wat een positieve bijdrage kan leveren aan de natuur en de biodiversiteit.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Mogelijke effecten op deze soorten moeten worden bepaald. Bij mogelijke negatieve effecten op soorten, dienen voorafgaand aan de daadwerkelijke werkzaamheden vervolgstappen te worden genomen. Het kan dan gaan om soortgericht onderzoek, waaronder veldonderzoek, mitigerende maatregelen en/of de aanvraag van een Omgevingsvergunning voor een flora- en faunaactiviteit. Zo kunnen bijvoorbeeld voor het behoud van vleermuizen nachtelijke activiteiten rondom vleermuisverblijven worden beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de verlichting. Ook kan er rekening worden gehouden met beschermde soorten door enkel in bepaalde seizoenen te werken. Wat voor mitigerende maatregelen er precies genomen dienen te worden, is afhankelijk van de soorten die voorkomen in het gebied. Indien beschermde soorten aanwezig blijken en compenserende en/of mitigerende nodig zijn dan worden bij het in acht nemen van deze maatregelen voor het thema natuur geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht. 3.4.2 Beschermde gebieden Bornerbroek maakt deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, namelijk het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Figuur 3.7 toont aan dat het NNN-gebied zich in het noorden van Bornerbroek bevindt, waar geen voorgestelde ontwikkelingen uit de gebiedsvisie plaatsvinden. Hierdoor kunnen directe effecten zoals areaalverlies en versnippering worden uitgesloten.
Figuur 3.7 - Natuur- en groengebieden met beschermende status.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
De meest nabije beschermde gebieden uit de Natura 2000-lijst zijn Borkeld, Sallandse Heuvelrug, Wierdense Veld, Engbertsdijksvenen, Lemselermaten en Lonnekermeer en liggen minimaal 4,5 kilometer bij Bornerbroek vandaan (zie figuur 3.8). Gezien de aard en het lokale karakter van het plan zijn negatieve effecten door verstoring, op stikstof na, uit te sluiten. Met betrekking tot beschermde gebieden worden geen aanzienlijke nadelige effecten verwacht.
Figuur 3.8 - Natura-2000 gebieden in de omgeving van Bornerbroek.
3.4.3 Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat achteruit. Om deze te beschermen zijn in Nederland ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen met een Europese beschermingsstatus. Een toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden (Natura 2000). Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals woningbouw kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie, anderzijds kan het uit gebruik nemen van agrarische gronden leiden tot een afname van de stikstofdepositie. Ook wordt er in de gebiedsvisie ingezet op het verbeteren en verbinden van de fiets- en wandelpaden. Dit kan leiden tot een afname van het autogebruik. Effecten die optreden in de aanlegfase zijn doorgaans te voorkomen door het gebruik van emissiearm Stage IV-materieel of volledig emissieloos (elektrisch) materieel.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Op dit moment zijn de verschillende ontwikkelingen nog niet concreet genoeg om te berekenen in stikstof rekenmodel Aerius. Wanneer de concrete uitwerking van de projecten plaatsvindt zal nader onderzoek nodig (kunnen) zijn naar effecten op Natura 2000 en de mogelijkheden om deze te beperken (Passende beoordeling op projectniveau2). Zo zullen er op dat moment onder meer concrete stikstofberekeningen nodig zijn om de daadwerkelijke omvang van effecten in beeld te brengen. Op basis van de gebiedsvisie kan niet met zekerheid worden gesteld dat de voorgestelde ontwikkelingen niet leiden tot effecten voor stikstof en daarmee Natura 2000-gebieden. Echter, naar verwachting zijn er op projectniveau voldoende mogelijkheden om eventuele belangrijk negatieve effecten te voorkomen.
3.5
Externe veiligheid
Figuur 3.9 biedt een overzicht van de plaatsgebonden risico's (PR) die zijn vastgesteld voor activiteiten met gevaarlijke stoffen. De PR-contouren op de kaart wordt gebruikt om veilige afstanden tussen deze activiteiten en andere functies vast te stellen. Binnen deze contour is het niet toegestaan om woonwijken of gebouwen voor minder zelfredzame mensen te realiseren (Atlas Leefomgeving, z.d.).
Figuur 3.9 - Plaatsgebonden risico. Bron: Ministerie IenW - Register Externe Veiligheid (2024). 2
Tot 18 december 2024 konden initiatiefnemers via intern salderen vaak hun project realiseren zonder
natuurvergunning. De voortoets beoordeelde het verschil in stikstofdepositie tussen de aangevraagde situatie en de referentiesituatie. Als er geen netto toename werd berekend op overbelaste stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden, was er geen vergunningplicht. Dit is nu veranderd. Intern salderen moet nu in een passende beoordeling plaatsvinden. Een project is natuurvergunningplichtig als het, op zichzelf beschouwd, een toename van stikstofdepositie veroorzaakt.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Langs de zuid- en zuidoostzijde van Bornerbroek bevindt zich een risicocontour (blauw) voor wegvervoer (zie figuur 3.9), die zich uitstrekt over de A1. Binnen dit contour is bouwen niet mogelijk, waardoor er geen risico voor de veiligheid van toekomstige bewoners ontstaat. Door Bornerbroek liggen meerdere risicocontouren (groen) vanwege de aanwezigheid van buisleidingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de voorgestelde woningbouw ten oosten en zuiden van het dorp. Er zijn ook meerdere risicocontouren (blauw, cirkelvormig) vanwege de opslag van gevaarlijke stoffen. Zoals in figuur 3.10 te zien is, zijn er ook diverse aandachtsgebieden binnen Bornerbroek. Het gaat om gifwolk-, brand- en explosieaandachtsgebieden. Wanneer bij ontwikkelingen woningen worden toegevoegd binnen deze aandachtsgebieden, neemt het groepsrisico toe en neemt daarmee de externe veiligheid af. Dit is een aandachtspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen de risico's in deze gebieden worden beperkt. Hierbij kan worden gedacht aan systemen voor detectie van gifwolken, afsluitbare mechanische ventilatie in woningen, de toepassing van explosieveilige apparatuur en het vermijden van ontstekingsbronnen.
Figuur 3.10 - Aandachtsgebieden voor veiligheid.
De gebiedsvisie stelt geen ontwikkelingen voor die risico's voor de veiligheid met zich meebrengen. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat, mits rekening wordt gehouden met externe veiligheid door het nemen van passende maatregelen volgens het beleid daarover van de gemeente Almelo en de Omgevingswet, er geen aanzienlijke negatieve effecten op het gebied van externe veiligheid optreden.
Kenmerk
3.6
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Milieuzonering
XL Businesspark Twente biedt ruimte aan grootschalige bedrijvigheid. In het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van De Staat van Bedrijfsactiviteiten 'gezoneerd industrieterrein'. Voor de omgeving is uitgegaan van "rustige woonomgeving", omdat dit de standaard is en afwijking meestal op grond van geluidsaspecten plaatsvindt. Op nagenoeg het hele bedrijventerrein is de vestiging van bedrijven uit maximaal milieucategorie 4.2 mogelijk, behalve voor beperkte zones aangegeven in oranje en geel (zie figuur 3.). Daar is vestiging van bedrijven met maximaal milieucategorie 3.2 of 4.1 mogelijk. Er moet rekening worden gehouden met de contouren van dit bedrijventerrein. De voorgestelde woningbouwontwikkelingen liggen echter niet in de omgeving van dit bedrijventerrein en daarom worden geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht in verband met milieuzonering.
Figuur 3.11 - Bestemmingsplan XL Businesspark Twente tranche 3. Bron: regels op de kaart, bestemmingsplan XL Businesspark Twente tranche 3 (2017).
Kenmerk
3.7
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Geluid
In en rondom Bornerbroek is akoestisch relevante infrastructuur aanwezig, waaronder provinciale wegen, rijkswegen, gemeentewegen en spoorwegen. Voor woningen binnen deze zones stelt de Omgevingswet standaardwaarden en grenswaarden voor geluid. Deze waarden mogen voor de voorgestelde woningbouwontwikkelingen ten oosten en zuiden van het dorp niet worden overschreden. Indien dit wel het geval is, moeten er geluid mitigerende maatregelen worden genomen zoals de aanleg van geluidsschermen. In figuur 3.12 is te zien hoe de geluidsituatie van Bornerbroek nu is, en dat de grootste geluidbelasting wordt veroorzaakt door de weg ten zuiden en zuidwesten van Bornerbroek.
Figuur 3.12 Geluid van alle bronnen.
De voorgestelde woningbouwontwikkelingen in Bornerbroek liggen niet in de omgeving van Businesspark XL. Daarom worden er geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht in verband met de geluidbelasting als gevolg van Businesspark XL De voorgestelde woningbouwontwikkelingen kunnen leiden tot meer verkeersbewegingen en daarmee tot meer geluid. Echter, de gebiedsvisie legt nadruk op goede fiets- en wandelpaden wat het autogebruik kan ontmoedigen. Gezien de beperkte toename van woningen en daarmee de geringe toename van geluid door gemotoriseerd verkeer, zal deze toename niet hoorbaar zijn, waardoor er per saldo geen sprake zal zijn van aanzienlijk negatieve effecten voor geluid.
3.8
Luchtkwaliteit
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de luchtkwaliteitsregelgeving gaat het met name over fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
(NO2). De World Health Organization (WHO) heeft ook advieswaarden voor de luchtkwaliteit uitgebracht. Deze liggen lager dan de wettelijke normen in Nederland en zijn daarmee strenger. In de huidige situatie voldoet de luchtkwaliteit in Bornerbroek niet aan de WHO-grenswaarden, maar wel aan de EU-grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5; zie figuren 3.13 tot en met 3.15).
Figuur 3.13 - NO2-concentratie in Bornerbroek.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Figuur 3.15 - PM2,5-concentratie in Bornerbroek.
Figuur 3.14 - PM10-concentratie in Bornerbroek.
In de gebiedsvisie worden verschillende ontwikkelingen voorgesteld die positief bijdragen aan de luchtkwaliteit, waaronder het behouden van de groene mantel rondom het dorp en het behouden en versterken van een aantal groene wiggen die Bornerbroek in lopen. Daarentegen zorgen meer
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
verkeersbewegingen met gemotoriseerde voertuigen, bijvoorbeeld veroorzaakt door de woningbouwontwikkelingen en toename in inwoners, juist voor een negatief effect op de luchtkwaliteit. Echter, de toename van verkeer zal naar verwachting beperkt zijn omdat het aantal nieuwe woningen ook beperkt is. Het is dan ook de verwachting dat de voorgestelde ontwikkelingen geen aanzienlijk negatieve effecten op luchtkwaliteit zullen hebben.
3.9
Verkeer
In de gebiedsvisie worden verschillende verkeersontwikkelingen voorgesteld, waaronder de verbetering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid vanuit het dorp naar de voetbalvelden. Daarnaast wordt ook de oversteekbaarheid van de Pastoor Ossestraat vergroot om de verkeersveiligheid te verbeteren. Verder worden de mogelijkheden voor bewegen en buitenrecreatie vergroot door de fiets- en wandelpaden te verbeteren en beter met elkaar te verbinden. Deze ontwikkelingen dragen positief bij aan het thema verkeer. In de gebiedsvisie worden verschillende woningbouwontwikkelingen voorgesteld. De groei van het aantal woningen en daarmee inwoners in Bornerbroek zorgt ervoor dat het aantal verkeersbewegingen toeneemt. Echter, de toename van verkeer zal naar verwachting beperkt zijn omdat het aantal nieuwe woningen ook beperkt is. Voor verkeersbewegingen naar de omgeving geldt dat het overgrote deel van de provinciale en rijkswegen in en rondom Bornerbroek heeft tussen de 10.000 en 20.000 voertuigen per etmaal en tussen de 20.000 en 30.000 voor licht verkeer (zie figuur 3.16). De verwachting is dat de toename in verkeersbewegingen zal opgaan in de reeds bestaande verkeersbewegingen, waardoor er geen aanzienlijke negatieve effecten van de voorgestelde ontwikkelingen op verkeer worden verwacht.
Legenda:
Figuur 3.16 - Intensiteit lichtverkeer (voertuigen/etmaal). Bron: RIVM (z.d.).
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
4 Conclusie De gebiedsvisie voor Bornerbroek is kaderstellend voor activiteiten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit. Volgens Categorie J11 van bijlage V is een plan-mer-beoordeling nodig voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van stedelijke ontwikkelingsprojecten. De gebiedsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan de invulling van het gebied. De milieueffecten die in deze plan-merbeoordeling zijn beschreven, sluiten aan bij het globalere karakter van de gebiedsvisie. Voor de milieuthema’s milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en verkeer worden op basis van de voorgestelde ontwikkelingen uit de gebiedsvisie geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht. Voor beschermde gebieden (onderdeel van ecologie) worden ook geen aanzienlijke negatieve effecten (op stikstof na) verwacht. Grondroerende werkzaamheden kunnen archeologische waarden aantasten, maar de voorgestelde woningbouwontwikkelingen uit de gebiedsvisie zijn toegestaan als uit archeologisch onderzoek blijkt dat er geen belangrijke relicten aanwezig zijn of als het oppervlakte kleiner is dan 250 m² of minder diep dan 0,50 m, waardoor aanzienlijke negatieve effecten op archeologie worden voorkomen. Voor cultuurhistorie worden geen aanzienlijke negatieve effecten verwacht, mits bij de voorgestelde ontwikkelingen rekening wordt gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarde in Bornerbroek.
Voor de voorgestelde ontwikkelingen met grondroerende werkzaamheden geldt dat bodemonderzoek nodig is; eventuele verontreinigingen kunnen dan worden gesaneerd, waardoor er geen aanzienlijke negatieve effecten voor bodem optreden. Klimaatadaptieve maatregelen kunnen ervoor zorgen dat er geen aanzienlijke negatieve effecten voor water optreden. Ook moet er rekening worden gehouden met afvloeiing van afvalstoffen in het Twentekanaal om significante negatieve effecten op de waterkwaliteit te voorkomen. Voor beschermde planten- en dierensoorten (onderdeel van ecologie) geldt dat na vervolgonderzoek en eventuele mitigerende maatregelen er geen aanzienlijke negatieve effecten worden verwacht. Bij de bouw van woningen in aandachtsgebieden of gebieden met plaatsgebonden risico kunnen negatieve effecten op de externe veiligheid optreden, maar mitigerende maatregelen (zoals bouwen voor zelfredzame doelgroepen en systemen voor detectie van gifwolken) kunnen deze risico’s voorkomen. Aanzienlijke negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving van Bornerbroek kunnen niet volledig worden uitgesloten, omdat niet met zekerheid te zeggen is dat de stikstofdepositie die voortkomt uit de gebruiksfase van de voorgestelde ontwikkelingen uit de gebiedsvisie geen negatieve effecten veroorzaakt. Echter, naar verwachting zijn er op
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
projectniveau voldoende mogelijkheden om eventuele belangrijke negatieve effecten te voorkomen. De toetsing aan de geselecteerde milieuthema’s laat zien dat er geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu die het opstellen van een MER noodzakelijk maken, mits voor bovengenoemde onderdelen de juiste mitigerende maatregelen worden getroffen.
Kenmerk
N001-1294119MLR-V01-kzo-NL
Bronnen Bestemmingsplan Buitengebied Almelo. (2011). Regels op de kaart: Gemeente Almelo. Geraadpleegd op 12 februari 2025, van chromeextension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0 141.BP00034-0601/t_NL.IMRO.0141.BP00034-0601.pdf Provincie Overijssel. (z.d.-a). Cultuurhistorische Waardenkaart: Kaart Archeologie. Geraadpleegd op 4 februari 2025, van https://experience.arcgis.com/experience/6716d9340e9a4a9ab5f62136eca9ffb7/page/KaartArcheologie/ Provincie Overijssel. (z.d.-b). Cultuurhistorische waardenkaart: Kaart Gebouwd Erfgoed. Geraadpleegd op 4 februari 2025, van https://experience.arcgis.com/experience/6716d9340e9a4a9ab5f62136eca9ffb7/page/Kaartgebouwd-erfgoed/?views=Overzichtskaart-Provincie Overijssel. (z.d.-c). Cultuurhistorische Waardenkaart: Kaart Historisch Cultuurlandschap. Geraadpleegd op 4 februari 2025, van https://experience.arcgis.com/experience/6716d9340e9a4a9ab5f62136eca9ffb7/page/Kaarthistorisch-cultuurlandschap/?views=Overzichtskaart--