Gebiedsvisie Aalanderveld - Bijlage 1 - Gebiedsvisie Aalanderveld
Tekst van het document
Werken
Gebiedsvisie Aalanderveld
In Aalanderveld worden geen nieuwe locaties voor bedrijven(terreinen) gereserveerd. De werkgelegenheid blijft primair geconcentreerd in bestaande werkgebieden, zoals de Turfkade en de bedrijven aan de westzijde van het kanaal.
33
De focus ligt op wonen, energie, water en groen. Wel biedt de ontwikkeling kansen voor nieuwe verdienmodellen voor locale ondernemers en agrariërs (bijvoorbeeld natte teelten of recreatief nevengebruik) en zorgvuldige inpassing en uitbreiding van bestaande ondernemingen. Waarbij de bereikbaarheid tot deze gebieden met fiets en wandelend vanuit Aalanderveld wordt verbeterd.
3.4 DUURZAAM IN TRANSITIE
Water- en bodemsystemen als dragers van de gebiedsvisie Aalanderveld
3.4.1 Ambitie: water- en bodemsturend ontwikkelen
Het idee van water- en bodemsystemen als dragers van onze plannen is een benadering die integrale ruimtelijke ordening en duurzaamheid benadrukt. Deze benadering stelt dat natuurlijke systemen, zoals waterlopen, grondwater, bodemstructuren en ecologische netwerken, de basis moeten vormen voor stedelijke en landelijke ontwikkeling, infrastructuur en landbouw. Hieronder enkele kernprincipes en voordelen van deze benadering:
Water- en bodemsturend ontwikkelen Verbinden van ogenschijnlijk tegengestelde belangen, het meervoudig bestemmen en koppelen van functies en het omdenken van belemmeringen naar kansen. Veel water betekent verkoeling, vernatting in droge tijden, rijkere biodiversiteit op land en onder water, interessante recreatieve meerwaarde, energieopwekking en -opslag. Zonnevelden betekenen bescherming van kwetsbare gewassen in ons veranderende klimaat, nieuwe teelten voor regionale consumptie en versterking van de economie en diversifiëring van de werkgelegenheid.
Strijd om de ruimte In Nederland is er een voortdurende strijd om de ruimte vanwege de hoge bevolkingsdichtheid en de diverse functies die de ruimte moet vervullen. Voor Almelo is dat niet anders. Belangrijke aspecten hiervan zijn: Woningbouw: Er is een grote behoefte aan nieuwe woningen, vooral in stedelijke gebieden, wat botst met andere ruimtelijke belangen. Landbouw: Als grote landbouwexporteur staat Nederland onder druk om landbouwgrond te behouden ondanks de behoefte aan stedelijke en natuuruitbreiding. Natuurbehoud en biodiversiteit: Er is een groeiend besef van het belang van natuurbehoud en biodiversiteit, wat ruimte voor natuurgebieden vereist. Infrastructuur: Economische ontwikkeling vraagt om uitbreiding van wegen, spoorwegen, waterwegen en energienetwerken, wat ruimte vergt. Waterbeheer: Vanwege overstromingsrisico’s en klimaatverandering moet Nederland ruimte reserveren voor waterbeheer, wat fundamentele aanpassingen en ruimteclaims met zich meebrengt. Energie: De overgang naar duurzame energie vereist ruimte voor wind- en zonneparken en energieopslag.
Duurzaamheid: Door water- en bodemsystemen als uitgangspunt te nemen, wordt de natuurlijke balans behouden en hersteld. Dit voorkomt problemen, zoals bodemdegradatie, wateroverlast en droogte. Klimaatadaptatie: Een op natuurlijke systemen gebaseerde aanpak maakt gebieden veerkrachtiger tegen de effecten van klimaatsverandering, zoals extreme neerslag, hittegolven en zeespiegelstijging. Ecologische waarde: Het bevordert de biodiversiteit door natuurlijke habitats te beschermen en te integreren in ruimtelijke plannen. Gezondheid en welzijn: Groene en blauwe infrastructuur, zoals parken en waterwegen, dragen bij aan de leefbaarheid van stedelijke gebieden en verbeteren de mentale en fysieke gezondheid van bewoners. Recreatieve waarden gekoppeld aan het water nemen toe, kansen voor vissen, kanoën, rondje lopen, rustplekken, natuurbeleven, etc. Economische voordelen: Langdurig onderhoud en herstel van beschadigde ecosystemen kunnen duurder zijn dan het initiële behoud en geïntegreerde planning. Integraal beleid: Het vraagt om een samenhangende aanpak waarbij verschillende sectoren, zoals waterbeheer, landbouw, stadsplanning en natuurbeheer, samenwerken. Deze bodem- en watersturende benadering benadrukt dat een holistische visie op ruimtelijke ontwikkeling niet alleen voordelig is voor de natuur, maar ook voor de mens en zijn leefomgeving.
Het vergt een mentaliteitsverandering en een lange termijnvisie, maar zal leiden tot duurzamere en veerkrachtigere samenlevingen. Water- en bodemsturend maken bij de inrichting van het land is een omslag in ons denken en doen en daarom een stevige opgave. Maar de keuzes die we maken, hebben voordelen op de korte en de lange termijn. Bijvoorbeeld dat we beter kunnen omgaan met overstromingen of met de droogte, zoals tijdens diverse recente zomers. Ook draagt dit bij aan een gezondere leefomgeving.De keuzes vragen goede samenwerking tussen veel partijen. Deze gebiedsvisie is dan ook tot stand gekomen in afstemming met direct omwonenden, institutionele en gebiedspartners.
Bij het maken van deze gebiedsvisie is er gezocht naar een balans tussen deze verschillende ruimteclaims, waarbij participatie van diverse belanghebbenden essentieel is. Ondanks de inspanningen blijft de strijd om de ruimte een complex en dynamisch vraagstuk.
Gebiedsvisie Aalanderveld
Historische ontwikkelingen Historisch gezien bouwden Nederlanders hun dorpen en steden op hoger gelegen gebieden om zich te beschermen tegen overstromingen. Tijdens de Industriële Revolutie en na de Tweede Wereldoorlog werd de infrastructuur gemoderniseerd met kanalen, spoorwegen, wegen, en de uitbreiding van stedelijke en industriële gebieden, vaak ten koste van natuurlijke water- en bodemsystemen. Dit leidde tot wateroverlast en bodemverzakking. Tegenwoordig is er een toenemend besef van de noodzaak om in harmonie met natuurlijke systemen te bouwen, wat leidt tot nieuwe benaderingen in ruimtelijke ordening en klimaatadaptieve planning. Deze historische ontwikkelingen hebben het landschap van Almelo en specifiek de noordflank gevormd tot de omgeving die wij vandaag kennen.
Waterstructuur Aalanderveld
34
3.4.2 Watersysteem Aalanderveld wordt niet alleen een nieuwe stadsrand, maar ook een vernieuwd landschap, met een onderscheid tussen het natte noorden en het zanderige zuiden. De grootste transformatie vindt plaats in het lager gelegen, nattere noordelijke gebied. Hier wordt een circulair waterlandschap gecreëerd, met ruimte voor wateropvang, berging en infiltratie. Daartoe wordt een fijnmazig netwerk van watergangen en sloten met natuurlijke oevers aangelegd. De bestaande hoofdwatergangen, zoals het Lateraalkanaal, Hollandergraven en de Weteringen, behouden hun functie. De derde Wetering wordt doorgetrokken via Aadorp naar het Twentekanaal, waardoor een robuust watersysteem ontstaat. Natuurlijke oevers verbeteren de waterkwaliteit en verhogen de biodiversiteit. Oeverplanten zuiveren het water door nutriënten op te nemen en creëren leefgebieden voor flora en fauna.
3.4.3 Ecologie en biodiversiteit De Aalanderveld wordt landschappelijk ontwikkeld, onder andere door de variëteit in de bestaande natuurwaarden te vergroten en natuurontwikkeling in de openbare ruimte van de bebouwde omgeving ruimte te geven. Dit draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en een toekomstbestendig economie. Met ruimte voor bodemleven, het verbeteren van de waterkwaliteit en zorgvuldig beheer kan de natuur zich gaan herstellen en wordt de neergaande trend gestopt. In het zuidelijke deel van de Groene Long geldt versterking en verbinding van bestaande kwaliteiten, terwijl in het noordelijke agrarische landschap vernatting en verbinding met het zuiden als een kans wordt gezien. Samenspel van de verschillende natuurtypen in dit landschap, in de gradiënt van droger hoger zand naar lager natter veen, is de kernwaarde van de ecologie in het gebied. Daarnaast stimuleert de waterkwaliteit een steeds rijkere biodiversiteit. Natuurlijke oevers bieden leefruimte voor water- en landgebonden soorten. Kansen liggen er om de oevers van het Lateraalkanaal en de Hollandergraven ecologisch in te richten als belangrijke groenblauwe verbindingen. Bij de uitwerking van de Groene Long zal een mooie balans tussen recreatie en ecologische verbindingen en biodiversiteit gevonden moeten worden.
Gebiedsvisie Aalanderveld
Op basis van de aanwezige natuurlijke bouwstenen kunnen in de Groene Long en de stedelijke flanken verschillende natuurtypen ontwikkeld worden. Deze natuurtypen vormen samen een mozaïek van habitats voor verschillende natuurdoeltypen, die elkaar versterken. Hiermee ontstaat meer biodiversiteit rondom de stad wat de recreatieve waarde en de natuurbelevingswaarde ten goede komt. De compacte buurtjes worden natuurinclusief ontwikkeld, zodat deze bijdragen aan de natuurbeleving.
35
De waterrijke en groene inrichting van de buurtschappen, de groene daken en gevels met nestplaatsen voor vogels, insecten, kleine zoogdieren en inheemse beplanting maakt dat het dat ook is. Met een fijnmazig netwerk van groene en waterrijke straatjes, singels en pleinen in de nieuwe woonflanken, wordt de voordeur verbonden met de Groene Long. Als bewoners straks de deur uitlopen, is de natuur toegankelijk, zichtbaar en voelbaar. Landschappelijk en natuurinclusief ontwikkelen maakt de bodem, het water en de lucht schoner en vol leven. Het aantal flora- en faunasoorten in het gebied neemt toe; de biodiversiteit herstelt en verbetert.
Het groenblauwe netwerk fungeert enerzijds als een grote waterberging voor perioden met hevige neerslag, anderzijds biedt het mogelijkheden voor de ontwikkeling van verschillende natuurtypen ter bevordering van de biodiversiteit.
3.4.4 Mobiliteit De mobiliteitsvisie voor Aalanderveld volgt zo veel als mogelijk het STOMP-principe, waarbij de focus ligt op duurzame vervoersvormen: ›
Stappen: Wandelen als gezond, sociaal en milieuvriendelijk vervoermiddel;
›
Trappen: Fietsen als efficiënte en duurzame mobiliteitsvorm;
›
Openbaar vervoer: Optimalisatie van busverbindingen en fietsroutes naar stations;
›
Mobiliteit delen: Deelauto’s en deelfietsen voor flexibel vervoer;
›
Personenauto: Auto’s als laatste optie, met aandacht voor slimme infrastructuur.
Met de inrichting van de Groene Long kan het STOMP-principe gestimuleerd worden. Namelijk door een snelle en aangename loop- en fietsverbinding te realiseren vanuit de flanken tot in het centrum via de Groene Long zonder doorsnijdende barrières.
ijk
d Aa
Stappen Wandelen is gezond, milieuvriendelijk en bevordert sociale cohesie. Wandelen wordt gezien als de eerste mogelijkheid om in de dagelijkse behoeften te voorzien: naar werk en school gaan, boodschappen doen, recreatie. Wandelen wordt gestimuleerdt door: ›
Straten autoluw en autovrij in te richten tot dagelijkse voorzieningen;
›
Looproutes toegankelijk en veilig te maken; obstakelvrij en met veilige kruisingen met doorgaande wegen;
›
Een fijnmazig wandelnetwerk door compacte buurten en in de Groene Long, met centrale ontmoetingsplekken en speelvoorzieningen.
Langzaamverkeersstructuur
In de woonbuurten is de auto te gast en staan ontmoeten, spelen, verblijven en fietsen centraal. Bij ontwikkeling van Aalanderveld ontstaan ook aantrekkelijke verbindingen vanuit en vice versa de omgeving naar de Groene Long: Aadorp, wijken Haghoek, Schelfhorst, het Kanaalpark en Indiëbuurt.
Gebiedsvisie Aalanderveld
Trappen
36
Scholen, sportvelden en het centrum van Schelfhorst en Aadijk liggen binnen 10 minuten fietsafstand. De historische binnenstad en station Almelo zijn binnen 15 minuten te bereiken. Met een elektrische fiets gaat dit nog sneller. Langs Aalanderveld liggen twee doorgaande vrijliggende fietspaden: langs de Aadorpweg en de Van Rechteren Limpurgsingel. Er wordt ingezet op een ongelijkvloerse kruising met de Bleskolksingel. Daarnaast wordt een aantrekkelijke recreatieve fietsroute gerealiseerd door de Groene Long en langs het Lateraalkanaal, die het gebied verbinden met het centrum van Almelo: vanaf het centrum en station via Landgoed Huize Almelo, tot aan het Lateraalkanaal en verder langs het water richting Vriezenveen. Via verschillende aansluitingen zijn bestaande en nieuwe buurten bereikbaar. De Groene Long-route wordt een aantrekkelijke fietsverbinding die Almelo, Aadorp en Vriezenveen verbindt en tegelijkertijd diverse voorzieningen ontsluit. Er komt een ongelijkvloerse fiets- en wandelverbinding, in combinatie met een ecologische verbindingsroute, boven de Bleskolksingel en de Hollandergraven, zodat fietsers en wandelaars veilig en snel vanuit het centrum naar Aadorp, de Aalanderse flanken en Vriezenveen kunnen reizen.
Nieuwe voorzieningen worden zodanig gepositioneerd dat ze voor iedereen wandelend of fietsend bereikbaar zijn, en bestaande routes naar voorzieningen worden veilig en aantrekkelijk ingericht.
station
Openbaar vervoer
Verkeersstructuur
Hoewel Aalanderveld geen treinstation in de directe omgeving heeft, wordt de bereikbaarheid met het openbaar vervoer geoptimaliseerd. Dit gebeurt door de fietsroutes naar de stations te verbeteren en bestaand busvervoer optimaal te benutten.
Elektrisch rijden en deelmobiliteit De nieuwe woongebieden worden voorbereid op grootschalige elektrificatie van vervoer. De woonbuurten krijgen een goed geïntegreerd laadsysteem en met een smart grid kan het gebied functioneren als een grote batterij, waarbij de batterijen in auto’s en woningen pieken en dalen in de opwek van hernieuwbare energie opvangen en balanceren. In de verdere uitwerking wordt onderzocht of deelmobiliteit mogelijk is. Een optie is een mobiliteitshub bij de bestaande en nieuwe voorzieningenclusters, waar bewoners en bezoekers deelfietsen en deelauto’s kunnen gebruiken. Hier kunnen ook elektrische voertuigen snel worden opgeladen, gekoppeld aan de energietuin. Een andere optie is om bij buurtschappen met appartementen mobiliteit delen te faciliteren, bijvoorbeeld met enkele deelauto’s of -fietsen.
Personenauto Ook de autobereikbaarheid is op deze locatie belangrijk en de auto neemt een prominent deel van de ruimte binnen de woonomgeving in. We zetten er bij deze ontwikkeling nadrukkelijk op in dat de auto in de woonomgeving niet (te) dominant wordt. In de vervolgfase wordt nader uitgewerkt hoe de auto zo goed mogelijk in het gebied kan worden ingepast, ook qua parkeren. De autoaansluiting op het omliggende hoofdwegennet wordt stapsgewijs gerealiseerd. De eerste woningen in de westelijke flank (circa 300-400 woningen) worden ontsloten via de Aadorpweg. De gemeente onderzoekt hoe de verkeersdruk op de Aadorpweg kan worden verminderd, zodat deze weg aantrekkelijk blijft voor ontsluiting van zowel Aadorp als de nieuwe flank, zonder dat dit een barrière vormt voor de bereikbaarheid van voorzieningen en de Groene Long. Daarbij zal ook de (gedeeltelijke) doortrekking van de Burgemeester Schneiderssingel verder worden onderzocht.
Gebiedsvisie Aalanderveld
Daarnaast wordt ingezet op een functionele ontsluitingsstructuur voor het bedrijventerrein Turfkade, met name via de Plesmanweg. De verkeersdruk op de Aadorpweg vanuit de bedrijven kan grotendeels worden verminderd door het verkeer af te wikkelen via de Bleskolksingel, Van Rechteren Limpurgsingel en de Oosterweilandenweg naar de N36.
37
De eerste woningen in de oostelijke flank, ten noorden van Schelfhorst, worden aangesloten op de Van Rechteren Limpurgsingel. Bij de nadere uitwerking wordt onderzocht of de bestaande sportvoorzieningen hierop kunnen aansluiten. De Veenelandenweg blijft als 30 km/uur-zone een belangrijke verbinding met de wijk Schelfhorst. De twee centrale gebieden, op de locaties van de huidige zonnevelden, kunnen eveneens via deze wegen worden ontsloten. Het streven is dat er geen extra autoverkeer door de Groene Long wordt geleid. Daarom zal ook voor de Vriezenveenseweg een passende inrichting gevonden moeten worden. Een deel van deze weg kan bijvoorbeeld worden ingricht als 30 km/uur weg. Maar een groot deel zal 50 km/uur blijven. De Bleskolksingel en de Kolthofsingel vormen al twee barrières voor langzaam verkeer. In de vervolgfase wordt nader uitgewerkt hoe de auto zo goed mogelijk kan worden ingepast, met minimale impact op de omgeving.
3.4.5 Energieneutraal De nieuwe noordflank van Almelo wordt aardgasloos, energieneutraal en mogelijk zelfs energieleverend. De ambitie is om innovatieve technieken te implementeren en het gebied te ontwikkelen als producent van schone energie. De belangrijkste pijlers zijn: ›
Zonne-energie: zonnepanelen op daken van woningen, bedrijven en voorzieningen;
›
Windenergie: op basis van de integrale gebiedsstudie worden de windmolens, bij voorkeur gepositioneerd nabij de hoogspanningslijn, op minimaal 600 tot 1.000 meter afstand van de toekomstige woongebieden;
›
Meervoudig grondgebruik: zonnevelden met meervoudig grondgebruik, gekoppeld aan waterbeheer, natuurontwikkeling en recreatie;
›
Smart grid: een slim energienetwerk verbindt huishoudens, thuisbatterijen en elektrische auto’s om pieken en dalen op te vangen;
›
Buurtbatterij: centrale opslag voor opgewekte energie, die op termijn kan uitgroeien tot een energiehub.
GEM
EEN
Nieuwe energievormen, zoals aquathermie, ondiepe geothermie en bodemwarmte, worden onderzocht als alternatieve bronnen voor verwarming en koeling.
TEG
REN
S
Energie
3.4.6 Circulaire economie
Gebiedsvisie Aalanderveld
De ontwikkeling van Aalanderveld zet in op een circulaire benadering, waarbij zorgvuldig wordt omgegaan met eindige grondstoffen, energie, schoon water, schone lucht en groene ruimte. De bouwsector speelt hierin een sleutelrol. De gemeente streeft naar:
38
›
Materiaalgebruik met lage milieu-impact: toepassing van hernieuwbare of gerecyclede materialen;
›
Modulair bouwen: flexibele bouwmethoden die demontage en hergebruik mogelijk maken;
›
Circulair ontwerpen: conform de 10-R-ladder, waarbij hergebruik en waardebehoud van materialen centraal staan.
Nieuwe ontwikkelingen moeten niet alleen milieuvriendelijk zijn, maar ook bijdragen aan het welzijn van mens en dier, zonder lasten af te wentelen op toekomstige generaties of andere gebieden.
3.4.7 Landbouw en transitie agrarisch gebruik Het huidige Aalanderveld bestaat grotendeels uit landbouwgrond. Ten noorden van het Lateraalkanaal, richting Vriezenveen en Tubbergen, kenmerken landbouw, boerderijen en groen omsloten erven het gebied. Landbouw zal hier ook in de toekomst de belangrijkste functie blijven. De ambitie is om landbouw te verduurzamen, met aandacht voor: ›
Natte teelten: nieuwe gewassen die passen bij hogere waterpeilen;
›
Circulair boeren: gericht op biobased en circulair bouwen;
›
Kleinschalige stadslandbouw: bijvoorbeeld via samenwerkingen met Herenboeren op het zuidelijke deel van de Groene Long.
De transitie naar een duurzaam agrarisch landschap gebeurt stapsgewijs en in overleg met grondeigenaren en agrariërs. Waar ondernemers stoppen of willen omschakelen, worden kansen benut om waterrobuuste landbouw te ontwikkelen.
Gebiedsvisie Aalanderveld
Landbouw
39
Gebiedsvisie Aalanderveld
‘Natuurinclusief en klimaatadaptief wonen in de nieuwe stadsrand Aalanderveld’
40
Ter illustratie een schetsimpressie van de Groene Long en de nieuwe woonflanken
Gebiedsvisie Aalanderveld
41
4. ONTWIKKELINGS- EN UITVOERINGSSTRATEGIE
4. ONTWIKKELINGS- EN UITVOERINGSSTRATEGIE 4.1
Inleiding
De gebiedsvisie Aalanderveld vormt een ontwikkelvisie voor de gehele noordelijke flank van Almelo. Hoe ziet de gemeente de toekomst van dit gebied voor zich en welke functies kunnen waar een plek krijgen? De visie is een integrale visie voor het gehele gebied, uitgaande van de gewenste ontwikkelrichting per deelgebied. Het ontwikkelen van woningbouw in de noordelijke flank is een belangrijke opgave, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld landschap, economie en verkeer wordt een langetermijnperspectief geschetst. Daardoor ontstaat er een samenhangende visie op een toekomstbestendig gebied met ruimte voor wonen, werken, recreëren en natuur. Deze gebiedsvisie is de basis voor de integrale gebiedsontwikkeling van Aalanderveld en biedt richtinggevende kaders voor de hierop volgende stedenbouwkundige ontwerpfase, die per deelgebied zal worden doorlopen.
4.2 De financiële haalbaarheid De gebiedsvisie beslaat een groot gebied waarin onder andere kan worden voorzien in de behoefte aan ruimte voor woningbouw in combinatie met robuuste zones met structuurgroen. Met dichtheden die per woonveld kunnen variëren tussen 15 tot 30 woningen per hectare, biedt deze gebiedsvisie ruimte voor gebiedsontwikkelingen met in totaal ruim 3.000 nieuwbouwwoningen. De gebiedsvisie biedt kaders voor de stedenbouwkundige ontwerpfase, om per deelgebied financieel haalbare gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. Voor de versterking van de groenstructuur en ecologie binnen de Groene Long (deelgebied 6) is aanvullende financiering nodig. Daarvoor wordt gezocht naar subsidies en/of andere (overheids)gelden.
Gebiedsvisie Aalanderveld
4.3 Ontwikkelstrategie
42
De gebiedsvisie geeft gewenste ontwikkelrichtingen aan. Hoe dat kan worden gerealiseerd en welke rol de gemeente inneemt (actief of faciliterend grondbeleid, dan wel via een PPS-samenwerkingsvorm), hangt af van diverse factoren. De belangrijke factoren zijn de grondeigendomsverhoudingen en het te verwachten financieel resultaat en risicoprofiel van de afzonderlijke gebiedsontwikkelingen. Ook is van belang welk risicoprofiel de gemeente bereid is te aanvaarden. Als (een deel van) het grondeigendom in handen is van private partijen die een rechtsgeldig beroep doen op zelfrealisatie, zal de gebiedsontwikkeling plaats vinden door middel van faciliterend grondbeleid of een PPS-samenwerkingsvorm.
De gemeente is bij de keuze voor een ontwikkelstrategie derhalve ook afhankelijk van de opstelling van grondeigenaren. In geval van zelfrealisatie zal kostenverhaal plaatsvinden. Per deelgebied zal een ontwikkelstrategie worden uitgewerkt. In dit stadium is reeds bekend dat deelgebieden 2 en 3 grotendeels in eigendom zijn bij ontwikkelaars. Faciliterend grondbeleid of het aangaan van een PPS-constructie ligt dan voor de hand. In deelgebieden 1 en 4 heeft de gemeente een voorkeursrecht gelegd. In deze deelgebieden is actief grondbeleid door de gemeente het uitgangspunt (zie de afbeelding op de volgende pagina).
4.4 Ontwikkelproces Om te komen tot de daadwerkelijke realisatie van de gebiedsvisie, zullen na vaststelling van de gebiedsvisie de volgende projectfases worden doorlopen, waarbij de volgorde kan wijzigen of meerdere stappen gelijktijdig worden gezet. Daarnaast wordt gedurende het gehele proces met de grondeigenaren gesproken over aankoop van gronden, het aangaan van een samenwerkingsverband dan wel de wens tot zelfrealisatie. Stap 1: Het maken van een stedenbouwkundig ontwerp per deelgebied. Dit op basis van de kaders die vanuit de gebiedsvisie worden meegegeven en aanvullende kaders, zoals bijvoorbeeld een eventueel opgesteld stedenbouwkundig programma van eisen. Stap 2: Het door de raad laten vaststellen van de grondexploitatie per deelontwikkeling, waarmee de raad financieel het startbesluit neemt voor de gebiedsontwikkeling. Stap 3: Voor de deelgebieden waarbij de gemeente opteert voor een faciliterende rol, zal de gemeente op initiatief van de grondeigenaar deze initiatieven toetsen aan deze gebiedsvisie en overige relevante kaders. Stap 4: Planologische procedures doorlopen tot en met een door de gemeenteraad onherroepelijk vastgesteld omgevingsplan. Kostenverhaalsregels opnemen in het omgevingsplan om kostenverhaal te verzekeren, indien de gemeente niet met alle grondeigenaren een overeenkomst heeft gesloten over aankoop dan wel zelfrealisatie.
Stap 5: Bepalen op welke wijze de gemeente haar gronden gaat uitgeven aan particulieren en ontwikkelaars (bijvoorbeeld via een Tender). Stap 6: Woonvelden bouw- en woonrijp maken. Hetzij door de gemeente, hetzij door de ontwikkelaar. Inrichting van natuurgebieden door gemeente en/of andere instanties.
4.5
Indicatieve fasering en planning
Voor de ontwikkeling van Aalanderveld is een indicatieve planning opgesteld voor een gefaseerde aanpak. De planning is onderstaand weergegeven.
Fase 1: 2025-2030 ›
Parkbuurt, ’t Hag en omgeving Schelfhorstdwarsweg.
›
Realisatie (delen van) deelgebied 4 (*) (**).
›
Realisatie (delen van) deelgebied 1 (**).
›
Ontwikkelingen waaronder groenstructuur en ecologie binnen de Groene Long (deelgebied 6).
4.8 Voorbereidende onderzoeken Voor de verdere planuitwerking zullen benodigde vervolgonderzoeken worden uitgevoerd. Het kan dan gaan om verkeer, bodem, ecologie, geluid, etc. Het uitgangspunt is dat de uitvoering van de onderzoeken, ten behoeve van het maken van een stedenbouwkundig ontwerp en het omgevingsplan, zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd om dubbele onderzoekwerkzaamheden en dubbele kosten te voorkomen. Indien particuliere partijen initiatiefnemer zijn en de gemeente een faciliterende rol heeft, zullen de uit te voeren onderzoeken worden afgestemd met de gemeente. Bij de uitvoering worden, indien nodig, overige belanghebbende partijen betrokken.
Fase 2: 2030-2035 ›
Afronden realisatie van deelgebied 4 en 1 (**).
Fase 3: 2035-2040 ›
Realisatie van deelgebied 2.
Fase 4: 2040-2045 ›
Realisatie van deelgebied 3.
De kleine ontwikkelgebieden langs de Vriezenveenseweg, de Westermaatweg en eventuele zoeklocaties voor wonen aan/in de Groene Long, worden op basis van de kaders van deze gebiedsvisie, ontwikkeld op het moment dat de kansen zich voordoen. Voor deze gebieden is geen specifieke fasering opgesteld. (*)
Deze ontwikkeling loopt gelijk op met de ontwikkeling ten noorden van Aadorp (gebiedsvisie Aadorp).
(**)
Indien de deelgebieden waarop zonnepanelen liggen (2 en 3), eerder beschikbaar komen voor woningbouw, zal er een heroverweging over de fasering plaatsvinden. 4
4.6 Selectie ontwikkelpartners Voor het tot ontwikkeling brengen van de gemeentelijke gronden, zal de gemeente professionele ontwikkelingspartners selecteren. De te selecteren partijen kunnen per deelgebied verschillen. Ook het moment van selectie kan per deelgebied verschillen. Indien grondeigenaren besluiten om zelf te gaan ontwikkelen, zullen de uitgangspunten van de gebiedsvisie en het stedenbouwkundig plan aan deze partij worden meegegeven. Dit verzekert het realiseren van de beoogde ruimtelijke ambities.
Gebiedsvisie Aalanderveld
4.7
43
3 1
2 5
Participatie omgeving 6
De gemeente hecht grote waarde aan het betrekken van de omgeving bij de vervolgplannen voor het gebied. Het gaat dan om omwonenden, belangenorganisaties en andere stakeholders. Net als bij de gebiedsvisie, zal tijdens het maken van het stedenbouwkundig ontwerp en in de fase van het omgevingsplan een zorgvuldig participatietraject worden opgezet. Deelgebieden binnen Aalanderveld
Gebiedsvisie Aalanderveld
44
Integrale gebiedsvisie Aalanderveld