Externe veiligheidsbeleid gemeente Almelo - Bijlage 1 - Beleidskader
Tekst van het document
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
DCS-1215189 INT-2595139
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo Datum: Opdrachtgever: Auteurs: Projectnummer: Kenmerk:
3 februari 2025 Omgevingsdienst Twente Ben Jonker, Merijn Moes & Nancy Oberijé 2024-114 R01-2024-114-Omgevingsdienst Twente-Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
Revisies Revisie
Datum
1
19-12-2024
2
17-01-2025
3
03-02-2025
Auteur(s) Nancy Oberijé & Merijn Moes Nancy Oberijé & Ben Jonker Nancy Oberijé
Documentbeschrijving Conceptversie 1 Definitieve versie Definitieve versie inclusief reactie Veiligheidsregio Twente
© Copyright Oostkracht10 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
1 van 39
Samenvatting Aanleiding Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Door deze wetswijziging moeten er in bepaalde gevallen nieuwe keuzes gemaakt worden binnen het beleidsveld externe veiligheid. Ook past het bestaande beleid van de gemeente Almelo niet meer binnen de gemoderniseerde visie en werkwijze voor externe veiligheid die we kennen onder de Omgevingswet.
Doel Om invulling te geven aan de beleidsvrijheid die er op het thema externe veiligheid is onder de Omgevingswet is het voorliggende beleidskader opgesteld. Uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe beleid is om zo veel mogelijk aan te sluiten bij het eerder opgestelde beleid voor externe veiligheid (van 11 maart 2014). Daarnaast is met dit beleid zoveel mogelijk aangesloten bij de bouwsteen externe veiligheid die de gemeente Almelo en de gemeente Haaksbergen in samenwerking met de Omgevingsdienst Twente en de veiligheidsregio Twente in 2023 hebben opgesteld. Deze bouwsteen was bedoeld als inspiratiedocument voor verschillende gemeenten binnen de regio over hoe met externe veiligheid kan worden omgegaan in beleid onder de nieuwe wetgeving. Door het zoveel mogelijk aansluiten bij deze bouwsteen wordt er binnen de regio uniform omgegaan met het beleidsveld externe veiligheid en wordt een gelijk speelveld binnen de regio gecreëerd.
Proces Het beleidskader is uitgewerkt met een projectgroep die bestond uit een afvaardiging van de gemeente Almelo (vanuit disciplines Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Beleidsadvies), een adviseur externe veiligheid vanuit de Omgevingsdienst Twente en een adviseur externe veiligheid van de Veiligheidsregio Twente. De projectgroepleden hebben op verschillende momenten in de totstandkoming van het beleidskader gezorgd voor afstemming met hun interne achterban. Met nadruk wordt gesteld dat, hoewel de veiligheidsregio in het proces actief heeft meegedacht over de mogelijke beleidskeuzes, hun visie op onderdelen afwijkt van de in dit beleidskader opgenomen beleidskeuzes. De visie van de veiligheidsregio is als bijlage 4 opgenomen bij deze beleidsnotitie.
Inhoud: waar mogelijk beleidsneutraal In de visie op externe veiligheid is waar mogelijk gekozen voor een beleidsneutrale overzetting van het bestaande beleid onder de nieuwe systematiek. De ambitie is nog altijd om een verantwoord evenwicht te scheppen tussen het vervoer, de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen en de risico’s die daaraan verbonden zijn en het behouden en realiseren van een veilige leefomgeving. In het bestaande beleid werd bijvoorbeeld al vooruit gelopen op het beschermen van zeer kwetsbare groepen. Onder de Omgevingswet is deze extra bescherming van gebouwen waar zeer kwetsbare (lees verminderd zelfredzame) personen aanwezig zijn een verplichting. In het voorliggende beleidskader kiezen we er daarom voor zeer kwetsbare gebouwen uit te sluiten binnen de zogenaamde aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolken rondom risicobronnen. Ook geldt er nog steeds een stand still principe en uitsterfbeleid voor risicobronnen in de woonomgeving.
Nieuwe elementen in het beleidskader Iets dat nieuw is ten opzichte van het huidige beleid is het aanwijzen van brandvoorschriftengebieden voor (beperkt) kwetsbare gebouwen in het brandaandachtsgebied van transportroutes. Deze term en de uitwerking daarvan (het treffen van bouwkundige maatregelen) zijn geïntroduceerd met de Omgevingswet en waren logischerwijs geen onderdeel van het huidige beleid dat in 2014 werd opgesteld. Voor (beperkt)
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
2 van 39
kwetsbare gebouwen in het brandaandachtsgebied van transportroutes (een zone van 30 meter aan weerszijden van de transportroutes) moeten met deze voorgenomen keuze bouwkundige maatregelen worden getroffen bij een nieuwe ontwikkeling. Ook stapt de gemeente Almelo af van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. In het huidige beleid werd de oriëntatiewaarde als richtwaarde beschouwd en kon een overschrijding van die oriëntatiewaarde incidenteel en gemotiveerd op basis van zwaarwegende argumenten worden geaccepteerd. Met het nieuwe beleid valt de gemeente niet meer terug op een oriëntatiewaarde. In plaats daarvan gelden er verschillende voorwaarden voor het toelaten van verschillende typen kwetsbare gebouwen en locaties in de verschillende (brand-, explosie- of gifwolk-)aandachtsgebieden rondom risicobronnen (zie paragraaf 4.3.3 tot en met 4.3.5). Als het gaat om het toelaten van nieuwe risicobronnen, dan gaat de gemeente daar terughoudend mee om. Deze zijn in principe alleen toegelaten op industrieterreinen, mits de plaatsgebonden risicocontour 10-6 binnen de eigen terreingrens is gelegen. Bovendien mag een eventueel brand- en/of explosieaandachtsgebied dat de betreffende risicovolle activiteit met zich meebrengt niet over woongebied of zeer kwetsbare gebouwen zijn gelegen.
Daarnaast zijn in uitzonderingsgevallen nieuwe risicobronnen toegelaten in de woonomgeving of in landelijk gebied als zij noodzakelijk zijn voor de energietransitie, respectievelijk onmisbaar zijn voor de bedrijfsvoering. Ook dan geldt de voorwaarde dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 binnen de eigen terreingrens moet zijn gelegen én dat een eventueel brand- en/of explosieaandachtsgebied dat de betreffende risicovolle activiteit met zich meebrengt, niet over woongebied of zeer kwetsbare gebouwen mag zijn gelegen.
Overgangsrecht Zoals hierboven is aangegeven, wijkt het nieuwe beleidskader op onderdelen af van het beleid uit 2014. Het kan dus zo zijn dat een ontwikkeling onder het bestaande beleid wel zou worden toegestaan, maar dat hier in verband met voortschrijdend inzicht onder het nieuwe beleid een andere afweging over wordt gemaakt. Nadrukkelijk wordt gesteld, dat ontwikkelingen die onder het bestaande beleid zijn gerealiseerd (in verband met het overgangsrecht) ook toegestaan blijven op het moment dat het nieuwe beleid in gaat.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
3 van 39
Inhoudsopgave 1
Inleiding beleid externe veiligheid
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Doelstelling
6
1.3
Verantwoording proces
6
1.4
Toepassing beleidskader en overgangsrecht
7
2
Wettelijk kader
8
2.1
Omgevingswet en modernisering Omgevingsveiligheid
8
2.2
Afbakening Externe veiligheid en Omgevingsveiligheid
8
2.3
Veranderingen in wetgeving
9
2.4
Beleidsvrijheid
10
3
Externe veiligheid in Almelo
13
3.1
Risicovolle activiteiten
13
3.1.1
Stationaire risicovolle activiteiten
13
3.1.2
Transportactiviteiten door hogedrukaardgasleidingen
14
3.1.3
Transportactiviteiten over de weg
15
3.1.4
Transportactiviteiten over het spoor
15
3.1.5
Transportactiviteiten over het water
15
3.2
Ruimtelijke ontwikkelingen
15
4
Beleidsvisie gemeente Almelo
17
4.1
Omgevingsvisie
17
4.2
Visie op externe veiligheid
17
4.3
Beleidskeuzes
18
4.3.1
Voorwaarden
19
4.3.2
Proces
20
4.3.3
Ontwikkelingen nabij Basisnetroutes spoor, weg en water
20
4.3.4
Ontwikkelingen nabij hogedrukaardgasleidingen
23
4.3.5
Ontwikkelingen nabij stationaire risicovolle activiteiten
25
4.3.6
Het toelaten van stationaire risicovolle activiteiten
27
5
Uitvoering
29
5.1
Van ambities naar acties
29
5.2
Uitvoeringsprogramma externe veiligheid
29
5.2.1
Aanleveren gegevens kwetsbare gebouwen en locaties aan het REV
30
5.2.2
Inventarisatie zeer kwetsbare gebouwen
30
5.2.3
Vertaling beleid naar omgevingsplan
30
5.2.4
Saneren en verbeteren onwenselijke situaties
30
5.2.5
Borging adviesrol veiligheidsregio
30
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
4 van 39
Bijlage 1 Uitleg Modernisering Omgevingsveiligheid
31
B1.1 Wat is externe veiligheid?
31
B1.2 Van inrichting naar activiteit
31
B1.3 Van object naar gebouwen en locaties
31
B1.4 Het plaatsgebonden risico
32
B1.5 Het aandachtsgebied
32
B1.6 Het voorschriftengebied
32
B1.7 Het attentiegebied
33
B1.8 Het risicogebied
33
B1.9 Bruidsschat
34
B1.10 Afkortingenlijst
35
Bijlage 2 Kwetsbare categorieën, Bkl
36
Bijlage 3 Reserveringsgebied buisleiding Rijk
38
Bijlage 4 Reactie Veiligheidsregio Twente
39
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
5 van 39
1 Inleiding beleid externe veiligheid 1.1
Aanleiding
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Vanaf dat moment werken gemeenten bij de inrichting van de fysieke leefomgeving niet langer met bestemmingsplannen en lokale verordeningen maar passen zij een nieuw instrument toe: het omgevingsplan. Zo ook de gemeente Almelo. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft daarnaast als gevolg dat in bepaalde gevallen nieuwe keuzes gemaakt moeten worden binnen het beleidsveld externe veiligheid. Ook is het bestaande beleid op het gebied van externe veiligheid van de gemeente Almelo, dat is opgesteld in 2014 (en vervolgens nog enkele keren is verlengd tot de inwerkintreding van de Omgevingswet (Raadsbrief: RAAD/7036), enigszins gedateerd. Qua systematiek en gemaakte keuzes past dit beleid niet meer binnen de gemoderniseerde visie en werkwijze op omgevingsveiligheid die we kennen onder de Omgevingswet. Mede om bovenstaande redenen heeft de gemeente Almelo (gezamenlijk met de gemeente Haaksbergen) in samenwerking met de Omgevingsdienst Twente en de veiligheidsregio Twente in 2023 een bouwsteen externe veiligheid opgesteld. De bouwsteen was bedoeld als inspiratiedocument voor verschillende gemeenten binnen de regio over hoe met externe veiligheid kan worden omgegaan in beleid onder de nieuwe wetgeving.
Daarnaast had deze samenwerking als doel om te werken aan een uniforme omgang met externe veiligheid en het creëren van een gelijk speelveld binnen de regio. Als vervolg op die bouwsteen is voorliggend beleidskader externe veiligheid opgesteld. Met dit beleidskader wordt invulling gegeven aan de beleidsvrijheid die er op het thema externe veiligheid is. Uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe beleid is om zo veel mogelijk aan te sluiten bij het eerder opgestelde beleid voor externe veiligheid (van 11 maart 2014) en om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de uitkomsten uit de bouwsteen.
1.2
Doelstelling
Het doel van de gemeente is om te streven naar een beheersbare externe veiligheidssituatie, waarbij: 1. Externe veiligheidsrisico’s binnen de gemeente in beeld zijn en ambtenaren en bestuurders zich bewust zijn van aanwezige risico’s; 2. Een zorgvuldige afweging plaatsvindt tussen nut en noodzaak van nieuwe ontwikkelingen en de gevolgen voor externe veiligheid; 3. Door middel van beleidsuitvoering en handhaving wordt gezorgd voor de beheersbaarheid en bestrijdbaarheid van bestaande en toekomstige externe veiligheidsrisico’s; 4. Communicatie met de burger plaatsvindt over aanwezige risico’s en het te volgen handelingsperspectief in geval van een incident. Met voorliggend beleidskader wordt invulling gegeven aan deze doelstelling binnen de beleidsvrijheid die er is onder de Omgevingswet. Het beleidskader zorgt voor helderheid in de afweging en besluiten omtrent externe veiligheid. Met het beleidskader wordt zo veel mogelijk voorkomen dat afwegingen en besluiten ad hoc worden genomen of dat deze persoonsafhankelijk zijn. Hiermee wordt uniformiteit en gelijkwaardigheid gecreëerd in de besluitvorming en voor initiatiefnemers.
1.3
Verantwoording proces
Zoals in de aanleiding is beschreven, is voorafgaand aan het opstellen van het beleidskader een bouwsteen externe veiligheid opgesteld. Na het opstellen van die bouwsteen is besloten om de uitkomsten te vertalen in een nieuw beleidskader externe veiligheid. In de tweede helft van 2024 is in een projectgroep gewerkt aan het opstellen van dat beleidskader externe veiligheid. Die projectgroep bestond uit een afvaardiging van de gemeente Almelo (vanuit disciplines Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Beleidsadvies), een adviseur externe veiligheid vanuit de Omgevingsdienst Twente en een adviseur externe veiligheid van de Veiligheidsregio Twente.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
6 van 39
Aan de hand van werksessies zijn de voorgestelde beleidskeuzes uit de bouwsteen getoetst in een praktijkcasus, en opnieuw kritisch beschouwd. Tijdens deze werksessies is gekeken vanuit het type risicobron, vanuit de verschillende type risico-ontvangers en vanuit verschillende gebiedstypen. In sommige gevallen leidde dat tot een andere uitkomst dan tijdens het opstellen van de bouwsteen het geval was. De uitkomsten van die werksessies zijn verwerkt in een notitie met uitgangspunten voor het nieuwe beleid externe veiligheid. Deze notitie is vervolgens uitgezet binnen de verschillende betrokken organisaties om te toetsen hoe de gemaakte keuzes uitwerken in de praktijk en of de voorgestelde beleidskeuzes mogelijk consequenties hebben die niet waren voorzien tijdens de werksessies. Naar aanleiding van de terugkoppeling op die notitie is vervolgens het definitieve beleidskader externe veiligheid opgesteld. Met nadruk wordt gesteld dat, hoewel de veiligheidsregio in het proces actief heeft meegedacht over de mogelijke beleidskeuzes, hun visie op onderdelen afwijkt van de in dit beleidskader opgenomen beleidskeuzes. Het is daarom essentieel om het belang van de veiligheidsregio te borgen in de verschillende adviesprocessen rondom ruimtelijke besluitvorming binnen de gemeente Almelo. De visie van de veiligheidsregio is als bijlage 4 opgenomen bij deze beleidsnotitie.
1.4
Toepassing beleidskader en overgangsrecht
Een beleidskader externe veiligheid is voor de gemeente Almelo niet nieuw. Zoals al eerder beschreven heeft de gemeente al sinds 2014 beleid voor externe veiligheid, maar is het mede door de komst van de Omgevingswet een logisch moment om dit beleid te herzien en een nieuw beleidsdocument op te stellen. Het nieuwe beleidskader wijkt op onderdelen af van het beleid uit 2014. Dit heeft verschillende oorzaken, waarvan veranderende wetgeving en nieuwe inzichten in ieder geval twee belangrijke zijn. Het kan dus zo zijn dat een ontwikkeling onder het huidige beleid wel zou worden toegestaan, maar dat hier in verband met voortschrijdend inzicht onder het nieuwe beleid een andere afweging over wordt gemaakt. Nadrukkelijk wordt gesteld, dat ontwikkelingen die onder het bestaande beleid zijn gerealiseerd (in verband met het overgangsrecht) ook toegestaan blijven op het moment dat het nieuwe beleid in gaat. Wanneer onder het bestaande beleid bijvoorbeeld een zeer kwetsbaar gebouw is gerealiseerd binnen 200 meter van het spoor, is dat ook destijds al gemotiveerd en verantwoord bevonden. De beoordeling en verantwoording van dat soort ontwikkelingen hoeft dus ook niet opnieuw plaats te vinden onder dit beleid, ook al kijken we daar nu anders tegenaan.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
7 van 39
2 Wettelijk kader 2.1
Omgevingswet en modernisering Omgevingsveiligheid
Zoals al in de aanleiding is aangegeven, is per 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht. In artikel 1.3 van de Omgevingswet is vastgelegd wat het maatschappelijke doel is van deze wet. De wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a) Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b) Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Met de invoering van de Omgevingswet staan gemeenten voor de uitdaging om hun ambities en opgaven, wat betreft een veilige en gezonde leefomgeving, (opnieuw) vast te leggen in een omgevingsvisie, eventueel in een programma te vertalen naar maatregelen en te vertalen naar planregels voor in het omgevingsplan. Met de invoering van de Omgevingswet vindt ook een modernisering plaats in de manier waarop in Nederland wordt omgegaan met externe veiligheid. Dit gebeurt onder de noemer Modernisering Omgevingsveiligheid (zie bijlage 1 voor een uitgebreide uitleg).
2.2
Afbakening Externe veiligheid en Omgevingsveiligheid
Met de Modernisering Omgevingsveiligheid wordt een nieuw begrip geïntroduceerd voor de term ‘externe veiligheid’, namelijk ‘omgevingsveiligheid’. Het begrip ‘omgevingsveiligheid’ wordt in de praktijk echter op verschillende manieren gebruikt. Sommige stakeholders gebruiken het als vervanger voor het begrip ‘externe veiligheid’. Dit sluit aan bij de manier waarop het begrip in de Omgevingswet wordt gebruikt. In de nota van toelichting van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt de Modernisering Omgevingsveiligheid ‘het vernieuwde beleid voor externe veiligheid’ genoemd. In de vier nieuwe besluiten onder de Omgevingswet wordt echter nog steeds het begrip ‘externe veiligheid’ gebruikt. Andere stakeholders gebruiken ‘omgevingsveiligheid’ als breed begrip waar ook thema’s als overstromingsrisico’s en natuurbranden onder vallen. Dit sluit aan bij de integrale benadering van veiligheidsregio’s. In voorliggend beleid hanteren wij het uitgangspunt, dat omgevingsveiligheid een breder begrip is dan externe veiligheid. Het voorliggende beleidskader gaat specifiek over externe veiligheid én dus niet over bijvoorbeeld overstromingsrisico’s en natuurbranden. Dit laat onverlet dat ook het bredere thema omgevingsveiligheid (met inbreng van de veiligheidsregio) een plek moet krijgen in andere beleidskaders, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mensen in de omgeving van activiteiten waar gevaarlijke stoffen bij betrokken zijn (zie bijlage 1 voor een uitgebreide uitleg). Denk hierbij aan: • Transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor; • Transport van gevaarlijke stoffen door hogedrukaardgasleidingen; • Bedrijven met opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met een van deze activiteiten kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan voor mensen in de omgeving, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Vanuit externe veiligheid wordt alleen gekeken naar: 1. De levensbedreigende effecten waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen; 2. De directe effecten en niet naar de schade die op de lange termijn kan ontstaan; 3. De effecten voor derden ‘buiten de poort’, dus niet voor werknemers of bezoekers die onderdeel zijn van de activiteit.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
8 van 39
Daarnaast vallen ook de risico’s van windturbines en luchthavens onder het beleid voor externe veiligheid. Bij windturbines is het risico dat een blad, gondel of mast afbreekt en bij luchthavens is het risico dat een vliegtuig neerstort en daarmee dodelijke slachtoffers vallen in de omgeving. Met het beleid voor externe veiligheid worden kwetsbare gebouwen en locaties beschermd tegen deze levensbedreigende effecten.
2.3
Veranderingen in wetgeving
Met de komst van de Omgevingswet zijn een aantal nieuwe begrippen geïntroduceerd en wordt in een aantal gevallen anders omgegaan met begrippen. In bijlage 1 is een overzicht te vinden van deze veranderingen en begrippen. Een aantal van de belangrijkste veranderingen zijn hieronder genoemd: Gebouwen en locaties Onder de Omgevingswet is het verzamelbegrip ‘object’ vervangen en onderverdeeld in de twee begrippen ‘gebouwen’ en ‘locaties’. Zeer kwetsbare gebouwen worden ten opzichte van de oude wetgeving als extra categorie onderscheiden omdat de wetgever de mensen die daar aanwezig zijn extra bescherming wil bieden. Onder de Omgevingswet bestaan de volgende categorieën die bescherming behoeven: o o o o o
beperkt kwetsbare gebouwen (bijvoorbeeld: verspreid liggende woningen en kleine kantoren); en beperkt kwetsbare locaties (bijvoorbeeld een kleine camping en sportvereniging). kwetsbare gebouwen (bijvoorbeeld: woningen en grote kantoren); kwetsbare locaties (bijvoorbeeld: een groot evenemententerrein en een grote camping); zeer kwetsbare gebouwen (bijvoorbeeld: een ziekenhuis en basisschool);
In bijlage 2 is een volledig overzicht te vinden van de indeling van gebouwen en locaties in de verschillende categorieën, met voorbeelden. Een belangrijk aandachtspunt binnen de nieuwe categorieën is dat ook binnen een categorie nog sprake kan zijn van een groot verschil in functie en/of omvang van het aantal aanwezige personen. Binnen de categorie ‘kwetsbare gebouwen’ kan het bijvoorbeeld zowel gaan over grondgebonden woningen, als over een groot appartementencomplex met daarin 100 woningen, of een groot kantoorgebouw. Aandachtsgebieden Onder de Omgevingswet wordt het begrip ‘invloedsgebied’, dat we onder de oude wetgeving kenden, losgelaten. In plaats daarvan wordt gekeken naar verschillende ‘aandachtsgebieden’. Het aandachtsgebied is het gebied waarbinnen mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende zijn beschermd tegen de levensbedreigende effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen. We kennen het brandaandachtsgebied, het explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied. Binnen deze gebieden heeft de gemeente beleidsvrijheid om bepaalde gebouwen of locaties al dan niet toe te laten in het omgevingsplan. Voorschriftengebied Onder de Omgevingswet hebben gemeenten de mogelijkheid om voorschriftengebieden binnen een (gedeelte van het) brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied aan te wijzen in hun omgevingsplan.
In een voorschriftengebied gelden extra bouwkundige eisen voor nieuwbouw. Deze voorschriften hebben als doel om de personen in een gebouw beter te beschermen tegen de effecten van een brand of explosie. Wanneer het gaat om locaties waar een zeer kwetsbaar gebouw in een brandaandachtsgebied en/of explosieaandachtsgebied is toegestaan, is de gemeente verplicht een voorschriftengebied aan te wijzen.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
9 van 39
2.4
Beleidsvrijheid
Met de komst van de Omgevingswet is, zoals hierboven al is beschreven, de omgang met externe veiligheid in bepaalde gevallen veranderd en zijn verschillende nieuwe termen geïntroduceerd. Ten opzichte van de oude wetgeving kennen we voor externe veiligheid op bepaalde onderwerpen (vernieuwde) beleidsvrijheid. Een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is om afwegingen zo veel mogelijk op lokaal niveau te maken. Ten opzichte van de oude wetgeving krijgen gemeenten daarmee voor externe veiligheid meer beleidsvrijheid. Vanuit landelijke wetgeving (Besluit kwaliteiten leefomgeving, Bkl) geldt in ieder geval beleidsvrijheid op de volgende onderwerpen: Milieubelastende activiteiten (Mba) Onder de Omgevingswet is het begrip ‘inrichting’ uit de Wet milieubeheer losgelaten en vervangen door een regulering per milieubelastende activiteit (Mba). Onder de Omgevingswet zijn er activiteiten die door het Rijk niet als Mba worden aangewezen en waarvoor dus ook geen rijksregels gelden. Voor deze Mba’s mag de gemeente regels (meldingsplicht, vergunningsplicht, inhoudelijke regels, beoordelingsregels) opnemen in het omgevingsplan. Tenzij anders bepaald, kan de gemeente óók voor Mba’s die wel door het Rijk zijn aangewezen afwijken van rijksregels. Dit kan met een maatwerkregel in het omgevingsplan of met een maatwerkvoorschrift in de omgevingsvergunning.
In sommige gevallen is afwijken verboden. Gebouwen en locaties De lijst met kwetsbare gebouwen en locaties uit bijlage VI van het Bkl (en bijlage 2 van dit document) is niet limitatief. Om meer duidelijkheid te scheppen kan een gemeente ervoor kiezen om deze categorieën verder aan te scherpen. Een gemeente kan ook andere niet-genoemde gebouwen en locaties een vergelijkbare bescherming bieden. Daarnaast kan de gemeente bepaalde categorieën meer bescherming bieden, door bijvoorbeeld sommige kwetsbare gebouwen als zeer kwetsbaar te behandelen. Belemmeringenstrook Een gemeente heeft beleidsvrijheid in het toestaan van beperkt kwetsbare gebouwen en locaties binnen de belemmeringenstrook van een hogedrukaardgasleiding. Deze beleidsvrijheid had de gemeente onder het oude omgevingsrecht ook. Het plaatsgebonden risico Een gemeente heeft beleidsvrijheid in het toestaan van beperkt kwetsbare gebouwen en locaties binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour. Deze beleidsvrijheid had de gemeente onder het oude omgevingsrecht ook. De plaatsgebonden risicocontour geeft de afstand weer rondom een risicobron waarbinnen een persoon (die daar continue zou verblijven) een kans heeft van een op de miljoen (10-6) jaar om te overlijden als gevolg van een ongeval met die risicobron.
Het aandachtsgebied In een omgevingsplan wordt voor (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit (artikel 5.15 Bkl). De omvang van de aandachtsgebieden wordt vanuit het Rijk vastgesteld. Hoe gemeenten invulling geven aan het ‘rekening houden met het groepsrisico’ in deze aandachtsgebieden is aan de gemeenten zelf. Zeer kwetsbare gebouwen mogen echter alleen toegelaten worden in een brand- of explosieaandachtsgebied als daarvoor aanvullende beschermende maatregelen getroffen worden op gebouwniveau (zie voorschriftengebied). Hier heeft de gemeente minder beleidsvrijheid dan onder het oude omgevingsrecht.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
10 van 39
Het voorschriftengebied De gemeente hoeft in eerste instantie geen voorschriftengebied aan te wijzen in een aandachtsgebied. Na de overgangstermijn (2032) is deze verplichting er wel als nieuwbouw van een zeer kwetsbaar gebouw is toegestaan binnen een aandachtsgebied. De gemeente hoeft niet het hele aandachtsgebied aan te wijzen als voorschriftengebied, maar kan ook alleen bepaalde delen aanwijzen. Belangrijk is hierbij te beseffen, dat alle nieuwbouw in een voorschriftengebied moet voldoen aan de voorgeschreven bouwkundige eisen, dus niet alleen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen maar bijvoorbeeld ook beperkt kwetsbare gebouwen. Daarbij mag de gemeente ook niet afwijken van de bouwkundige eisen zoals deze gesteld zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna Bbl). Wel kan de gemeente eventueel akkoord gaan met ‘gelijkwaardige maatregelen’, zoals als algemeen uitgangspunt is opgenomen in de Omgevingswet (artikel 4.7). In de omgang met voorschriftengebieden zit voor de gemeente dus enige beleidsvrijheid. Provinciale inperking beleidsvrijheid Naast landelijke wetgeving geldt ook op provinciaal niveau regelgeving voor externe veiligheid. Provincies stellen een omgevingsverordening op, waarin instructieregels kunnen worden opgenomen voor externe veiligheid.
De provincie Overijssel heeft een provinciale omgevingsverordening opgesteld (vastgesteld op 6 juni 2023) die per 1 januari 2024 in werking is getreden. In deze verordening staan juridisch bindende regels die ervoor zorgen dat bij nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met het provinciale beleid. Hieronder vallen ook instructieregels voor gemeenten bij het opstellen van het omgevingsplan.
Effectgebieden provinciaal routenetwerk gevaarlijke stoffen Zo staat in paragraaf 4.10.4 in de omgevingsverordening van de provincie Overijssel dat de provincie een provinciaal routenetwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft aangewezen. Langs deze wegen wijst de provincie een effectgebied voor het brandscenario aan van 30 meter en voor het explosiescenario van 200 meter. Daarbij gelden verschillende instructieregels (artikel 4.102 tot en met 4.105) over hoe om te gaan met deze effectgebieden bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en locaties). De provincie Overijssel heeft echter geen provinciale routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen de gemeente Almelo aangewezen. Bij het opstellen van dit beleidskader en het maken van beleidskeuzes hoeft dus geen rekening te worden gehouden met de door de provincie opgestelde instructieregels.
Essentiële functies Aanvullend op het stellen van regels rondom het provinciaal routenetwerk gevaarlijke stoffen is in de verordening ook een aantal ‘essentiële functies’ aangewezen1. Nieuwe risicovolle activiteiten met een aandachtsgebied mogen alleen worden gerealiseerd als essentiële functies naar hun aard kunnen blijven functioneren in het geval van een calamiteit op of bij deze activiteit (artikel 4.105, lid 2 Omgevingsverordening). De gemeente Almelo moet hiermee rekening houden bij het opstellen van het omgevingsplan. Dit heeft verder geen consequenties voor de beleidskeuzes in deze notitie. Routering gevaarlijke stoffen Gemeenten kunnen ervoor kiezen (op basis van art. 24 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen) om vervoer van gevaarlijke stoffen alleen over bepaalde gemeentelijke en/of provinciale wegen toe te staan, door deze aan te wijzen met een routeringsbesluit. Deze wegen moeten aansluiten op de aangewezen routes door buurgemeenten, aangewezen routes door de provincie en het Basisnet. Een vervoerder kan alleen afwijken van de aangewezen route via een ontheffing die de vervoerder moet aanvragen bij de gemeente.
1
Hiertoe worden in ieder geval rampencoördinatiecentra, ziekenhuizen die zijn aangewezen als traumacentrum, energiecentrales en infrastructuur die nodig is voor de rampenbestrijding gerekend.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
11 van 39
Bij het verlenen van een ontheffing om af te mogen wijken van deze route, wordt een alternatieve route aangewezen waarbij de gemeente de volgende voorwaarden kan hanteren: • • • • •
De alternatieve route is zo kort mogelijk; De alternatieve route loopt zo min mogelijk langs (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties; De alternatieve route loopt zoveel mogelijk over de aangewezen routes; De alternatieve route moet geschikt zijn voor de transportmiddelen van de leverancier; Vervoer over de alternatieve route mag geen gevaarlijke verkeerssituaties opleveren.
Wanneer een gemeente geen routebesluit neemt mag het vervoer van gevaarlijke stoffen over alle gemeentelijke wegen plaatsvinden. In artikel 19 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is wel verplicht gesteld dat de bebouwde kommen van gemeenten worden vermeden, behalve wanneer dat redelijkerwijs niet mogelijk is.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
12 van 39
3 Externe veiligheid in Almelo In dit hoofdstuk is de situatie op het gebied van externe veiligheid in de gemeente Almelo in beeld gebracht. Hierbij worden in paragraaf 3.1 de aanwezige risicovolle activiteiten (Mba’s) beschreven en worden in paragraaf 3.2 de geplande ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente beschreven. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht zijn voor externe veiligheid.
3.1
Risicovolle activiteiten
Vanaf 1 januari 2024 is er een actuele kaart van de risicovolle activiteiten in heel Nederland te vinden op de Atlas Leefomgeving. Op deze kaart staat voor externe veiligheid alle informatie die uit het Register Externe Veiligheid (REV) komt. Dit register is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gemaakt. Het register wordt gevuld door alle bronhouders (gemeenten, provincies en ministeries, met hulp van omgevingsdiensten). Het meest actuele beeld van alle risicovolle activiteiten in Almelo zal daarom ook via de Atlas Leefomgeving zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om zowel om risicovolle stationaire activiteiten (zoals bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen) als risicovolle transportactiviteiten (waaronder transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen, over de weg, over het spoor en over water). In deze paragraaf is een beschrijving van de verschillende risicovolle activiteiten opgenomen.
3.1.1
Stationaire risicovolle activiteiten
De gemeente Almelo heeft meerdere bedrijventerreinen waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals de opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. De bedrijventerreinen binnen de gemeente Almelo zijn: • Bedrijvenpark Twente • Buitenhaven • Noordbroek • Wendelgoor • Bedrijvenpark Twente Noord • Dienstengebied Zuidentree • Turfkade • XL-Businesspark I • Bornesestraat • XL-Businesspark II (in ontwikkeling) • Twentepoort Oost en West • Dollegoor en Slachthuiskade
De gemeente Almelo kent op dit moment drie ‘Seveso-inrichtingen’ (2 op Bedrijvenpark Twente en 1 op XL Businesspark). Seveso-inrichtingen zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Denk bijvoorbeeld aan chemische industrie. Voor Seveso-inrichting gelden extra eisen bij vergunningverlening om de veiligheid te waarborgen. De provincie is daarvoor het bevoegd gezag. Daarnaast bevinden zich in de gemeente Almelo verschillende andere risicovolle activiteiten2, zoals een grote containerterminal en verschillende opslagtanks voor gevaarlijke stoffen. Deze opslagtanks zijn onder andere te vinden bij LPG-tankstations. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen levensbedreigende scenario’s ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van de hierboven genoemde risicovolle activiteiten kennen daarom een plaatsgebonden risicocontour 10-6 (PR10-6) en aandachtsgebieden waarbinnen rekening moet worden gehouden met de bescherming van mensen tegen deze effecten.
2 In Almelo is ook het bedrijf Urenco gevestigd dat licht verrijkt uranium produceert voor kerncentrales. De Autoriteit
Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is hiervoor het bevoegd gezag. Urenco valt onder de Kernenergiewet en valt niet onder de definiëring van ‘externe veiligheid’ omdat het risico vooral bestaat uit gezondheidseffecten op lange termijn. Het beleidskader is daarop niet van toepassing.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
13 van 39
Voor sommige activiteiten moeten de PR10-6 contour en de aandachtsgebieden per geval worden berekend, bijvoorbeeld voor Seveso-inrichtingen. Voor andere activiteiten, zoals LPG-tankstations en propaantanks, staan in bijlage VII tot en met X van het Bkl vaste afstanden beschreven. In het kader hieronder zijn de afstanden van een LPG-tankstation ter illustratie opgenomen. Een LPG-tankstation heeft een brandaandachtsgebied van 60 meter (vanaf het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en pomp en het aansluitpunt van die leiding) en een explosieaandachtsgebied van 160 meter (vanaf vulpunt en bovengrondse opslagtank). De aandachtsgebieden van een propaantank worden bepaald op basis van het soort opslagtank, de inhoud van de opslagtank en het aantal bevoorradingen per jaar. Voor particuliere opslagtanks die bovengronds zijn gelegen met een inhoud van minder dan 5 m3 en minder dan 5 bevoorradingen per jaar geldt voor het brandaandachtsgebied een afstand van 20 meter (vanaf de opslagtank) en voor het explosieaandachtsgebied een afstand van 30 meter (vanaf de opslagtank).
3.1.2
Transportactiviteiten door hogedrukaardgasleidingen
In de gemeente Almelo bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de ondergrond en zijn daardoor in de basis goed beschermd tegen incidenten. Voor alle hoge druk aardgasleidingen geldt een wettelijke belemmeringenstrook van enkele meters rondom de buisleiding, waar zonder toestemming van de leidingbeheerder geen activiteiten mogen worden verricht. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er echter toch schade aan de leiding ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied. Afhankelijk van de druk, diameter en diepteligging van de aardgasleiding wordt de afstand voor het brandaandachtsgebied bepaald. Dit brandaandachtsgebied bestaat uit de 100% letaalzone, waar 100% van de aanwezigen komt te overlijden bij een fakkelbrand, en de 99-1% letaalzone, waar tussen de 99% en 1% van de aanwezigen komt te overlijden. Deze zonering binnen het brandaandachtsgebied wordt vaak gebruikt om meer maatwerk toe te kunnen passen in het beleid voor externe veiligheid.
In Tabel 1 zijn het brandaandachtsgebied en de 100% letaalzone voor de hogedrukaardgasleidingen in Almelo weergegeven. Naast de aandachtsgebieden kennen hogedrukaardgasleidingen ook een PR10-6 contour. In veel gevallen liggen deze op de leiding zelf. Binnen de gemeente Almelo zijn er echter ook hogedrukaardgasleidingen waar deze contouren een grotere afstand, van bijvoorbeeld enkele (tientallen) meters kennen. Hogedrukaardgasleiding N-528-70 N-527-40 N-527-46 N-531-29 N-531-30 N-531-32 N-531-33 N-531-50 N-531-53 N-557-49 A-508 A-528 A-648
Brandaandachtsgebied 71 meter 71 meter 94 meter 138 meter 71 meter 94 meter 138 meter 71 meter 94 meter 94 meter 245 meter 245 meter 469 meter
100% letaalzone 38 meter 38 meter 48 meter 68 meter 38 meter 48 meter 68 meter 38 meter 48 meter 48 meter 110 meter 110 meter 180 meter
Tabel 1 Veiligheidsafstanden bij hoge druk aardgasleidingen
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
14 van 39
Buisleidingen kunnen ook gebruikt worden voor het vervoer van een ander type (gevaarlijke) stof dan aardgas, zoals kerosine of waterstof. Binnen de gemeente Almelo is dat echter niet het geval. Het Rijk regelt in het Bkl de reservering van gebieden voor de eventuele aanleg van nieuwe hogedrukaardgasleidingen van nationaal belang. Binnen de reserveringsgebieden worden geen nieuwe activiteiten toegelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van deze hogedrukaardgasleiding. In de gemeente Almelo ligt helemaal in het zuiden een reserveringsgebied (zie bijlage 3).
3.1.3
Transportactiviteiten over de weg
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes3), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Dit wordt uitgedrukt in de plaatsgebonden risicocontour 10-6 (PR10-6). Door de gemeente Almelo lopen de A1, A35 en N36 (basisnetroutes). Voor alle transportroutes binnen de gemeente Almelo geldt dat deze een PR10-6 contour van 0 meter kennen en dat deze een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter kennen.
3.1.4
Transportactiviteiten over het spoor
De spoorlijn Deventer Oost – Hengelo West (basisnetroute 30) doorkruist de gemeente Almelo. Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen. Ook doorkruist de spoorlijn Almelo – Mariënberg (Basisnet route 460) de gemeente Almelo. Over deze spoorlijn kan ook vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvinden, omdat deze is aangewezen in het Basisnet. De praktijk wijst echter uit dat over deze spoorlijn vrijwel geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Uit de realisatiecijfers van ProRail blijkt dat tussen 2016 en 2022 tussen de 0 en de 5 containers met brandbare vloeistoffen per jaar zijn vervoerd over deze spoorlijn. Dit is geen garantie voor het gelijk blijven van de vervoersaantallen in de toekomst. Ook voor spoorroutes geldt dat deze een PR10-6 contour en aandachtsgebieden kennen. Binnen de gemeente Almelo kennen deze spoorroutes een PR10-6 contour van 0 meter, een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter.
3.1.5
Transportactiviteiten over het water
In de gemeente Almelo liggen geen vaarroutes die zich lenen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
3.2
Ruimtelijke ontwikkelingen
Almelo heeft een belangrijke regiofunctie met diverse voorzieningen en groeit. Niet alleen economisch, zoals de hightechindustrie, maar ook het aantal inwoners. Binnen de gemeente Almelo zijn hierdoor op de korte en langere termijn diverse ontwikkelingen van wonen tot werken tot infrastructuur voorzien. Deze ontwikkelingen vinden plaats door de gehele gemeente. Bij deze nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht zijn voor externe veiligheid. Voorbeelden van ontwikkeling zijn het programma Binnenstad waarbij de Grotestraat Noord in Almelo wordt omgevormd tot een levendig stedelijk woongebied, door herinrichting van de openbare ruimte, de
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
15 van 39
3 Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het bestaat uit de
(snel)wegen, vaarwegen en spoorwegen die van belang zijn voor vervoer van gevaarlijke stoffen.
aanpassing van winkelpanden of het vernieuwen van het zwembad het Sportpark en het bouwen van woningen (maximaal 131) in Parkbuurt aan de noordzijde van Almelo. Om de groei en ontwikkelingen in en rond Almelo goed op elkaar af te stemmen, worden gebiedsvisies opgesteld voor de gebieden Almelo Centraal , Aadorp, Aalanderveld en Bornerbroek. De visie Almelo Centraal richt zich op de deelgebieden (Westerdok, Achter de Molen en Kerkelanden) en drie stadsprojecten (Kanaalpark, Intercityknoop en Laan van de Hoop). Hiermee wordt de basis gelegd voor het bouwen van 1.000 nieuwe woningen, hightech en cultuur rondom een vernieuwd station. Daarnaast zal met de visie voor Aalanderveld gekeken worden naar de mogelijkheden voor het bouwen van woningen ten noorden van Almelo. De visies voor de dorpen onderzoeken de ontwikkelingsmogelijkheden en behoeften van de dorpen. Ook op het gebied van werken/bedrijven zijn diverse ontwikkelingen voorzien. De gemeente Almelo ontwikkelt in de nabijheid van het bestaande XL Businesspark een nieuw grootschalig regionaal bedrijventerrein: XL Businesspark 2. XL Businesspark 2 wordt een duurzaam bedrijventerrein waar bedrijven kunnen komen die zich richten op technologie en productie. Ook is er plek voor bedrijven in de logistiek. De kavels zijn groter dan 3 hectare.
Het terrein ligt ten zuiden van de A35, bij het Twentekanaal, en sluit aan op het bestaande XL Businesspark Twente. In totaal is het gebied 132 hectare groot, waarvan 75 hectare beschikbaar is voor bedrijven. Daarnaast wordt nog gezocht naar locatie(s )voor het vestigen een bedrijventerrein voor groei van lokale bedrijvigheid en voor schuifruimte voor de transformatie, herstructurering van binnenstedelijke bedrijven locaties en lopen er diverse ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
16 van 39
4 Beleidsvisie gemeente Almelo 4.1
Omgevingsvisie
De Omgevingswet vraagt gemeenten een visie te maken voor de toekomst. In die visie leggen gemeenten hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn en schetsen zij een toekomstbeeld voor de gemeente. In de visie wordt richting, sturing en duidelijkheid gegeven over het ontwikkelen van de gemeente. De gemeente Almelo heeft in september 2020 een eerste versie van de Omgevingsvisie vastgesteld. Deze visie kijkt vooruit tot 2040. Deze visie vormt het kader voor ruimtelijke ontwikkelingen in Almelo en is verdeeld in vier gebieden. Voor al deze gebieden zijn wensen en ontwikkelkaders opgesteld. Dat zijn de volgende vier gebieden: - Het buitengebied - De wijken en dorpen - De bedrijventerreinen - De binnenstad
In 2024 is de gemeente gestart met het aanpassen van de Omgevingsvisie uit 2020. In de aanpassing worden onder andere nieuw beleid en nieuwe projecten opgenomen. De visie op externe veiligheid in de Omgevingsvisie (uit 2020) is als volgt: ‘’In woongebieden willen we de veiligst mogelijke situatie. Hier staan we dus geen nieuwe risicobronnen toe (zoals een tankstation). In de spooromgeving besteden we extra aandacht aan rampenbestrijding, samen met aangewezen partners zoals de hulpdiensten. Op bedrijventerreinen en in het landelijk gebied is wel een beperkte risicobelasting op de omgeving mogelijk, onder geldende voorwaarden’’. Een van de constateringen vanuit het bouwsteentraject was dat de visie op externe veiligheid mogelijk conflicterend kan zijn met de ambities in het kader van de energietransitie. In het nieuwe beleid is voor energietransitie gerelateerde ontwikkelingen iets meer ruimte gegeven. Zoals is aangegeven in de economische ruimtelijke visie (vastgesteld april 2024) is inbreiding op bestaande bedrijventerreinen noodzakelijk om de uitbreidingsvraag voor bedrijventerreinen tot een minimum te beperken. Daarom is er met dit nieuwe externe veiligheidsbeleid voor gekozen om strenger te zijn met het toelaten van nieuwe risicobronnen die bijbehorende veiligheidsruimte vragen buiten het eigen terrein (plaatsgebonden risicocontouren en aandachtsgebieden) .
Een belangrijk nieuw ‘instrument’ onder de Omgevingswet, dat ook is beschreven in de Omgevingsvisie, is de Omgevingstafel. Hier worden initiatieven besproken door adviseurs vanuit verschillende vakgebieden binnen de gemeente. Externe veiligheid is een aspect dat in deze Omgevingstafels aan de orde kan komen. De veiligheidsregio is een partner die hierbij kan aansluiten en adviseren. Hierover zijn al werkprocessen met de veiligheidsregio afgesproken.
4.2
Visie op externe veiligheid
Eén van de kerntaken van de overheid is het bieden van een veilige leefomgeving voor haar burgers. In die zin draagt de gemeente Almelo dus een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Als het gaat om het ambitieniveau voor externe veiligheid binnen de gemeente Almelo is door de wetgever een minimum-veiligheidsniveau gedefinieerd. Binnen de kaders, die in hoofdstuk 2 zijn beschreven, staat het de gemeente Almelo vrij om eigen ambities te formuleren. Om deze verantwoordelijkheid in te vullen formuleert de gemeente Almelo deze visie op externe veiligheid.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
17 van 39
De gemeente Almelo streeft naar een verantwoord evenwicht tussen: a. Enerzijds de risico’s die samenhangen met risicovolle activiteiten (het vervoer, opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen en het in werking hebben van windturbines) én b. Anderzijds een uniform beschermingsniveau voor mensen die wonen, werken en recreëren in de gemeente tegen de risico’s ten gevolge van deze activiteiten, c. Mét inachtneming van benodigde ontwikkelingen, zoals de woningbouwopgave en de energietransitie. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties) niet zijn toegestaan binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-6. In het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied van risicovolle activiteiten zijn nieuwe ontwikkelingen alleen onder voorwaarden toegestaan. Voor zeer kwetsbare gebouwen geldt bovendien, dat deze binnen het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied niet zijn toegestaan. Binnen het gifwolkaandachtsgebied zijn de meeste ontwikkelingen toegestaan, zij het onder de voorwaarde dat mechanisch afschakelbare ventilatie moet worden toegepast. Daarnaast worden nieuwe risicovolle activiteiten niet toegestaan in woongebieden en landelijk gebied.
Uitzondering daarop zijn risicovolle activiteiten die nodig zijn in het kader van de energietransitie en risicovolle activiteiten binnen landelijk gebied die noodzakelijk zijn in het kader van de bedrijfsvoering. Deze uitzonderingen zijn alleen mogelijk als wordt voldaan aan de veiligheidsvoorwaarden. Op bedrijventerreinen is meer ruimte om dergelijke activiteiten toe te staan, maar ook daar horen voorwaarden bij, die de externe veiligheidssituatie moeten optimaliseren. Voor bestaande risicovolle activiteiten in woongebieden voeren we een ‘uitsterfbeleid’. Dat wil zeggen dat we risicovolle activiteiten in woongebieden wegbestemmen en vergunningen ambtshalve intrekken voor risicovolle activiteiten die beëindigd zijn. Een ander belangrijk uitgangspunt van het nieuwe beleid is om bestaande zeer kwetsbare gebouwen binnen brandaandachtsgebieden en explosieaandachtsgebieden zo veel als mogelijk weg te bestemmen wanneer wijzigingen plaatsvinden binnen deze gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan een bestaand kinderdagverblijf binnen een explosieaandachtsgebied, dat verhuist naar een nieuwe locatie. Uitgangspunt is dat het zeer kwetsbare gebouw dat op die locatie volgens het Omgevingsplan dan nog is toegestaan wordt wegbestemd, zodat er op die locatie in de toekomst niet weer een zeer kwetsbaar gebouw kan worden gerealiseerd.
4.3
Beleidskeuzes
Zoals in de eerdere hoofdstukken al is beschreven heeft de gemeente in bepaalde gevallen beleidsvrijheid om risicovolle activiteiten en (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en locaties toe te staan in het omgevingsplan. In dit hoofdstuk zijn de gemaakte beleidskeuzes uitgewerkt, waarbij invulling is gegeven aan de beleidsvrijheid. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij het eerder opgestelde beleidskader. In de tabellen in de volgende paragrafen is per type risicobron aangegeven of een ontwikkeling wel of niet is toegestaan. Daarvoor zijn de kleuren rood, oranje en groen gebruikt • Wanneer een cel in de tabel rood is, dan is een ontwikkeling uitgesloten; • Wanneer een cel in de tabel oranje is, dan is een ontwikkeling mogelijk onder voorwaarden; • Wanneer een cel in de tabel groen is, dan is een ontwikkeling toegestaan. Daarbij geldt wel dat bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid op orde moeten zijn4.
4 Dit kan door hierover regels op te nemen in het Omgevingsplan, waardoor deze regels rechtstreeks gelden. Daarmee
zijn de bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid geborgd.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
18 van 39
In sommige gevallen heeft de gemeente een bewuste keuze gemaakt om iets niet toe te staan, in andere gevallen staat landelijke wetgeving (Bkl) het niet toe. Ditzelfde geldt wanneer iets onder voorwaarden is toegestaan. Soms zijn voorwaarden opgelegd van rijkswege, in andere gevallen is de projectgroep tot de bijbehorende voorwaarden gekomen. Wanneer er vanuit landelijke wetgeving geen beleidsvrijheid geldt, dan is dit tekstueel weergegeven in de tabel.
4.3.1
Voorwaarden
Voor elk type risicobron zijn er situaties waarin een ontwikkeling onder voorwaarden is toegestaan. In de verschillende tabellen in de volgende paragrafen is opgenomen wanneer iets onder voorwaarden is toegestaan én welke voorwaarden dan gelden. Onderstaand is toegelicht wat die voorwaarden inhouden. Aanwijzen voorschriftengebied: Met het aanwijzen van een voorschriftengebied worden bouwkundige maatregelen opgelegd voor nieuwbouw. Het aanwijzen van een voorschriftengebied kan van rijkswege alleen worden toegepast in het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied. Voor de realisatie van zeer kwetsbare gebouwen in een brandaandachtsgebied of explosieaandachtsgebied is het aanwijzen van een voorschriftengebied verplicht. In andere gevallen heeft de gemeente hierin een keuze. Voorwaarden af te stemmen met leidingbeheerder: Binnen de PR10-6 contour en de belemmeringenstrook van een hogedrukaardgasleiding is de realisatie van gebouwen uitgesloten. Voor locaties geldt dit niet per sé. Om in die zone een locatie te kunnen toelaten is echter toestemming van de leidingbeheerder nodig. Daarnaast kan de leidingbeheerder hier voorwaarden aan stellen, die ook in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen om deze te borgen.
Borging ventilatie: Met borging van de ventilatie wordt bedoeld dat mechanische ventilatie binnen een gebouw niet enkel wordt geïnstalleerd bij nieuwbouw (wat op grond van het Bbl verplicht is) maar dat er ook voor wordt gezorgd dat organisatorische maatregelen getroffen zijn om die mechanische ventilatie daadwerkelijk te kunnen afsluiten en ramen en deuren te sluiten. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn, wanneer een gifwolk ontstaat en deze tot over het gebouw reikt. Verantwoording groepsrisico: Met de verantwoording van het groepsrisico moet worden beargumenteerd waarom een ontwikkeling op die locatie doorgang kan vinden.
Voor de ontwikkeling moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd, waarbij deze alleen wordt verleend als; • Aangetoond is dat er redelijkerwijs geen alternatieve locatie mogelijk is die buiten het aandachtsgebied ligt van de risicovolle activiteit; • De afstand van de kwetsbare activiteit tot de risicovolle activiteit zo groot mogelijk is; • De personendichtheid en aanwezigheidsduur van de ontwikkeling zo beperkt mogelijk is • Aangetoond is dat de bescherming van de kwetsbare activiteit voldoende is door maatregelen zoals: o bronmaatregelen bij de risicovolle activiteit; o omgevingsmaatregelen; o bestrijdbaarheidsmaatregelen bij de risicovolle activiteit, waaronder de bereikbaarheid voor hulpdiensten en aanwezige bluswatervoorzieningen; o bouwkundige maatregelen; o schuil- en vluchtmogelijkheden; o adequate risico- en crisiscommunicatie. • Bij de beoordeling van bovenstaande rekening is gehouden met het advies van de veiligheidsregio. In de verantwoording van het groepsrisico wordt door de specialist externe veiligheid bijvoorbeeld rekening gehouden met de omvang van de ontwikkeling (zowel in personenaantal als in grootte en hoogte van de ontwikkeling) en het streven om van de risicobron af te verdichten. Wat betreft de verantwoording van het groepsrisico kan de specialist externe veiligheid, mede op basis van het advies van de veiligheidsregio, negatief adviseren.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
19 van 39
4.3.2
Proces
Naast de inhoudelijke beleidskeuzes, die in de volgende paragrafen zijn uitgewerkt, zijn er met dit nieuwe beleidskader ook een aantal procesmatige beleidskeuzes (opnieuw) gemaakt. De Omgevingsdienst Twente is en blijft de adviseur externe veiligheid voor de gemeente Almelo. In de praktijk betekent dit dat alle vragen met betrekking tot externe veiligheid bij de Omgevingsdienst Twente zijn belegd. Een andere belangrijke partner is de Veiligheidsregio Twente. Zoals eerder al beschreven hebben zij een belangrijk aandeel gehad in de totstandkoming van dit nieuwe beleid, maar wijkt hun visie en ambitie op bepaalde punten af van die van de gemeente Almelo. Naast het aandeel in de vorming van het nieuwe beleid blijft de veiligheidsregio ook een belangrijke partner in de dagelijkse vraagstukken met betrekking tot externe veiligheid. De gemeente Almelo vraagt de Veiligheidsregio Twente (vroegtijdig) aan te schuiven bij bijvoorbeeld omgevingstafels en betrekt haar vroegtijdig bij grote ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Zo wordt het belang van de veiligheidsregio ten alle tijden geborgd.
4.3.3
Ontwikkelingen nabij Basisnetroutes spoor, weg en water
In tabel 2 is te zien hoe in de gemeente Almelo wordt omgegaan met ontwikkelingen nabij Basisnetroutes spoor, weg en water. PR10-6 contour (enkele meters) Zeer kwetsbaar gebouw
Brandaandachtsgebied (30 meter)5
Explosieaandachtsgebied (200 meter)5
Gifwolkaandachtsgebied (300 meter)5 •
Geen beleidsvrijheid
•
Kwetsbaar gebouw
Geen beleidsvrijheid
•
Aanwijzen voorschriftengebied Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Borging ventilatie (0300 meter)
Aanwijzen voorschriftengebied Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Borging ventilatie (0300 meter)
•
Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
•
Verantwoording groepsrisico
• •
Beperkt kwetsbaar gebouw
•
Kwetsbare locatie
Beperkt kwetsbare locatie
Geen beleidsvrijheid
Borging ventilatie (200-300 meter) Verantwoording groepsrisico
Tabel 2: Toelaten ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden van Basisnetroutes spoor, weg en water
Voor veel van de gemaakte keuzes geldt dat deze in lijn zijn met het voorgaande beleid externe veiligheid van de gemeente Almelo. Onderstaand is per categorie kwetsbaarheid uitgewerkt welke keuzes zijn gemaakt.
5
Afstand gerekend vanaf de risicobron. Voor een brandaandachtsgebied geldt dus dat deze van 0-30 meter reikt, een explosieaandachtsgebied reikt van 0-200 meter en een gifwolkaandachtsgebied reikt van 0-300 meter.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
20 van 39
Zeer kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen zeer kwetsbare gebouwen toegestaan. Binnen het brandaandachtsgebied en het explosieaandachtsgebied is ervoor gekozen om zeer kwetsbare gebouwen eveneens uit te sluiten. De gemeente Almelo wil voorkomen dat verminderd zelfredzame personen binnen deze aandachtsgebieden verblijven, aangezien zij zich bij een incident niet zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. Binnen het gifwolkaandachtsgebied is een zeer kwetsbaar gebouw toegestaan als kan worden voldaan aan de voorwaarde om de ventilatie te borgen (en daarmee voldoende bescherming tegen een gifwolk kan worden gecreëerd) en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. (beperkt) Kwetsbaar gebouw Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen kwetsbare gebouwen toegestaan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen is hierin wel beleidsvrijheid. Gelet op de ambitie van de gemeente Almelo om een uniform beschermingsniveau te realiseren voor mensen die wonen, werken en recreëren in de gemeente tegen externe veiligheidsrisico’s wordt er geen gebruik gemaakt van deze beleidsvrijheid. Het uitgangspunt is om de eerste meters rondom dit type risicobronnen te allen tijde vrij te houden, voor elk type ontwikkeling.
Binnen het brandaandachtsgebied is een (beperkt) kwetsbaar gebouw toegestaan wanneer de locatie wordt aangewezen als voorschriftengebied (waarmee extra beschermende maatregelen op gebouwniveau worden opgelegd) en wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Binnen het explosieaandachtsgebied is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft. In het gifwolkaandachtsgebied geldt alleen de voorwaarde dat de ventilatie geborgd moet zijn. Op die manier wordt voldoende bescherming tegen een gifwolk gewaarborgd. Er wordt geen onderscheid gemaakt in kwetsbaar en beperkt kwetsbaar omdat dit in de verantwoording van het groepsrisico nader beschouwd wordt. (beperkt) Kwetsbare locaties Binnen de PR10-6 contour zijn van rechtswege geen kwetsbare locaties toegestaan. Voor beperkt kwetsbare locaties is hierin wel beleidsvrijheid. Van deze beleidsvrijheid wordt echter geen gebruik gemaakt om dezelfde reden als voor beperkt kwetsbare gebouwen het geval is. Binnen het brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en het gifwolkaandachtsgebied is een (beperkt) kwetsbare locatie toegestaan wanneer het groepsrisico kan worden verantwoord. Hiermee borgt de gemeente Almelo dat het aantal slachtoffers dat bij een incident kan vallen beperkt blijft.
Er wordt geen onderscheid gemaakt in kwetsbaar en beperkt kwetsbaar omdat dit in de verantwoording van het groepsrisico nader beschouwd wordt. In onderstaand kader zijn een aantal voorbeelden gegeven van ontwikkelingen die wel, niet of onder voorwaarden zijn toegestaan. In paragraaf 4.3.1 is een toelichting te lezen op de voorwaarden die worden gesteld.
Beleid externe veiligheid gemeente Almelo
21 van 39
Voorbeelden in overeenstemming met het beleid: 1.
Binnen 200 meter van het spoor of de snelweg is een kinderdagverblijf of ziekenhuis niet toegestaan.
2.
Buiten de 200 meter, maar binnen de 300 meter van het spoor of de snelweg is een zorgfunctie met bedden of een school voor speciaal onderwijs toegestaan, wanneer wordt geborgd dat de gebouwen zijn voorzien van mechanische ventilatie en dat deze te allen tijde kan worden uitgeschakeld en als het groepsrisico kan worden verantwoord.