CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 - Bijlage 2 - Was-wordt tabel wijzigingen artikelen APV

Raad 26 maart 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 20211.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BIJLAGE 2: Was-wordt tabel wijziging artikelen APV (INT – 90713) Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen Artikel 2:1a Openbare ordeverstoring 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde: a. zich hinderlijk te gedragen; b. personen lastig te vallen; c. te vechten; d. deel te nemen aan een samenscholing; e. onnodig op te dringen; of f. door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien ernstig gevaar dreigt voor het ontstaan van wanordelijkheden een voorwerp of stof bij zich te hebben op de in het eerste lid genoemde plaatsen met de kennelijke bedoeling om de openbare orde te verstoren.

Artikel 2:1b Openbare ordeverstoring 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde: a. zich hinderlijk te gedragen; b. personen lastig te vallen; c. te vechten; d. deel te nemen aan een samenscholing; e. onnodig op te dringen; of f. door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien ernstig gevaar dreigt voor het ontstaan van wanordelijkheden een voorwerp of stof bij zich te hebben op de in het eerste lid genoemde plaatsen met de kennelijke bedoeling om de openbare orde te verstoren.

Artikel 2:1b Digitale ordeverstoring 1. Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo, dan wel tot het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden om uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan: a. te delen of verder te (laten) verspreiden; b. in stand te laten; of c. online toegankelijk en/of zichtbaar te houden. 3. Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures.

Artikel 2:1c Digitale ordeverstoring 1. Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo, dan wel tot het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden om uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan: a. te delen of verder te (laten) verspreiden; b. in stand te laten; of c. online toegankelijk en/of zichtbaar te houden. 3. Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures. Pagina 1 van 29

Artikel 2:1a Openbare ordeverstoring Verplaatst naar artikel 2:1b.

Afdeling 2. Betogingen Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen 1. Degene die het voornemen heeft om op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam, adres en telefoonnummer van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een ontvangstbevestiging waarin de datum

Artikel 2:1a Vermomming 1. Het is verboden zich gemaskerd, vermomd of op een andere wijze onherkenbaar gemaakt op de weg of op een openbare plaats te bevinden. 2. Eenieder die zich gemaskerd, vermomd of op andere wijze onherkenbaar vertoont en zich op of aan de weg of op een openbare plaats bevindt, is op eerste vordering van een politieambtenaar of toezichthouder van de gemeente verplicht zich onmiddellijk van zijn masker en/of vermomming te ontdoen of zich op andere wijze duidelijk herkenbaar te maken. 3. Het eerste lid is niet van toepassing in de volgende gevallen: a. gedurende de dagen in de carnavalsperiode de dagen rondom Halloween; b. in situaties waarin wordt voorzien door de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding; en c. indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het masker en/of de vermomming niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren.

Afdeling 2. Manifestaties Artikel 2:3 Kennisgeving manifestaties 1. Degene die het voornemen heeft om op een openbare plaats een manifestatie te houden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de manifestatie wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam, adres en telefoonnummer van degene die de manifestatie houdt (organisator); b. het doel van de manifestatie; c. de datum waarop de manifestatie wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de manifestatie houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een ontvangstbevestiging waarin de datum Pagina 2 van 29

en het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten, een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen of een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

en het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten, een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen of een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.

Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 2:8 Straatfeest en buurtbarbecue Vervallen.

Artikel 2:8 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder een straatartiest verstaan: een optreden door één of meerdere personen, al dan niet als beroep, voor publiek, op een openbare plaats, waarbij door middel van zang en/of instrumenten geluid wordt geproduceerd en/of een vertoning wordt verzorgd. 2. Onder een straatartiest wordt mede verstaan: muzikant, fotograaf, levend standbeeld, acrobaat, toneelspeler, draaiorgel, tekenaar, filmoperateur of gids.

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden op een openbare plaats als de straatartiest daarvan niet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de vertoning daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 2. Onder een straatartiest wordt mede verstaan: straatmuzikant, straatfotograaf, levend standbeeld, acrobaat, toneelspeler, draaiorgel, tekenaar, filmoperateur gids. 3. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten behoeve van straatartiesten.

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden op een openbare plaats als de straatartiest daarvan niet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de eerste vertoning daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 2. Als de straatartiest een melding heeft gedaan bij de burgemeester, mag de straatartiest gedurende één jaar als straatartiest optreden. 3. Een melding voor een vertoning als straatartiest wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. De straatartiest ontvangt van de melding een ontvangstbevestiging van de burgemeester. 5. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van de vertoning, voorschriften en beperkingen stellen aan de vertoning of de vertoning verbieden. 6. De straatartiest draagt er zorg voor dat de Pagina 3 van 29

ontvangstbevestiging, als bedoeld in het vierde lid, voorhanden is tijdens de vertoning. 7. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten behoeve van straatartiesten. Afdeling 6. Veiligheid op de weg Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Vervallen.

Artikel 2:13 Slapen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod geldt niet voor een woonboot als bedoeld in de Verordening voor pleziervaart en overige vaartuigen Almelo 2021.

Geen artikel -

Artikel 2:15a Gevaar door houtopstand Het is verboden om een houtopstand in een zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat.

Afdeling 7. Evenementen

Afdeling 7. Toezicht op evenementen

Artikel 2:24 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: iedere voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9, 2:26a en 2:39; en g. sportwedstrijden. 2. Onder een evenement wordt mede verstaan: herdenkingsplechtigheid, kermis, circus, braderie,

Artikel 2:24 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: iedere voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9, 2:26b, eerste lid, en 2:39; en g. sportwedstrijden. 2. Onder een evenement wordt mede verstaan: herdenkingsplechtigheid, kermis, circus, braderie, Pagina 4 van 29

optocht op de weg, feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg en vechtsportwedstrijden en -gala’s met een professioneel en bedrijfsmatig karakter. […]

optocht op de weg, tentfeest, een al dan niet besloten feest op een openbare plaats, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg en vechtsportwedstrijden en -gala’s met een professioneel en bedrijfsmatig karakter. […]

Artikel 2:25c Beslistermijnen […] 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2:25c Beslistermijnen […] 3. Als naast een aanvraag om een vergunning voor een evenement ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2:25d Gegevens vergunning […] 2. De organisator draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan voorhanden is tijdens het evenement. 3. De organisator meldt iedere verandering waardoor het evenement niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien het evenement (nog steeds) aan het in deze afdeling bepaalde voldoet.

Artikel 2:25d Gegevens vergunning […] 2. De organisator dient de vergunning of een afschrift daarvan voorhanden te hebben tijdens het evenement. 3. De organisator meldt iedere verandering waardoor de feitelijke situatie niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien het evenement (nog steeds) aan het in deze afdeling bepaalde voldoet.

Artikel 2:25e Voorschriften, beperkingen en verbod evenement Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van het evenement, voorschriften en beperkingen stellen aan het evenement of het evenement verbieden.

Artikel 2:25e Voorschriften, beperkingen en verbod evenement 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van het evenement, voorschriften en beperkingen stellen aan het evenement of het evenement verbieden. 2. Het is verboden een evenement te organiseren of te laten plaatsvinden, wanneer de burgemeester een verbod, als bedoeld in het eerste lid, heeft uitgevaardigd. Pagina 5 van 29

Artikel 2:25g Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een evenement wordt geweigerd indien: a. de organisator, beoordeeld naar het verband met het karakter of de doelstelling van het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of b. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de organisator in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstaan. 3. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:8 kan een vergunning voor een evenement worden geweigerd indien: a. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van artikel 2:25h, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; b. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; of c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving onevenredig nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het evenement waarvoor de vergunning is aangevraagd.

Artikel 2:25g Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een evenement wordt geweigerd indien: a. de organisator, beoordeeld naar het verband met het karakter of de doelstelling van het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of b. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de organisator in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstaan. 3. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:8 kan een vergunning voor een evenement worden geweigerd indien: a. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van artikel 2:25h, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; b. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; c. de betrokken hulpdiensten negatief hebben geadviseerd op het evenement; of d. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving onevenredig nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het evenement waarvoor de vergunning is aangevraagd.

Artikel 2:25k Openbare ordeverstoring bij evenementen 1. Het is verboden bij een evenement de openbare orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de openbare orde te verstoren. 3. Het is verboden bij evenementen lachgas, als bedoeld in artikel 2:47a, eerste lid, te gebruiken. of voorbereidingen daartoe te verrichten.

Artikel 2:25k Openbare ordeverstoring bij evenementen 1. Onverminderd artikel 2:1b, eerste lid, is het verboden bij een evenement de openbare orde te verstoren. 2. Onverminderd artikel 2:1b, tweede lid, is het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de openbare orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te

Artikel 2:26 Ordeverstoring Vervallen. Pagina 6 van 29

verstoren. Afdeling 7a. Betaald voetbalwedstrijden

Afdeling 7a. Toezicht op voetbalwedstrijden

Artikel 2:26a Begripsbepalingen en vergunningplicht betaald voetbalwedstrijden 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de organisator verstaan: a. de betaald voetbalorganisatie Heracles Almelo, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie Heracles Almelo als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie; b. de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Almelo waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie betrokken is en indien het betreft een A-interland; c. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en onder b een voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie betrokken is. […] (zie voor lid 2 en 3 de navolgende artikelen)

Artikel 2:26a Begripsbepalingen

Artikel 2:26a lid 2 2. Het is de organisator verboden een voetbalwedstrijd te houden zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 2:26b Vergunningplicht voetbalwedstrijd 1. Het is de organisator verboden een voetbalwedstrijd te houden zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunning wordt verleend aan de organisator en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden. 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen. 4. De burgemeester kan voor risicowedstrijden een afzonderlijke vergunning verlenen.

In deze afdeling wordt verstaan onder: a. organisator: 1. de betaald voetbalorganisatie Heracles Almelo, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie Heracles Almelo als thuisspelende ploeg betrokken is; of 2. de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Almelo waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie betrokken is en indien het betreft een A-interland; of 3. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie of een nationaal elftal is betrokken; en b. risicowedstrijd: een door de burgemeester aan te merken voetbalwedstrijd die een verhoogd risico vormt voor de openbare orde en veiligheid; c. veiligheidsverklaring: veiligheidsverklaring als bedoeld in het Licentiereglement van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond; en d. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door de organisator.

Pagina 7 van 29

Geen artikel -

Artikel 2:26c Aanvraag en procedure vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning voor een voetbalwedstrijd wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een voetbalwedstrijd wordt vermeld voor welke voetbalwedstrijd(en) een vergunning wordt aangevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de gegevens van de organisator; b. de contactgegevens van degene die namens de organisator de aanvraag indient; c. de locatie waar de voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; d. de datum waarop de voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; e. het tijdstip waarop voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; en f. een calamiteitenplan. 3. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Geen artikel -

Artikel 2:26d Beslistermijn 1. De burgemeester beslist binnen acht weken op de aanvraag van vergunning voor een voetbalwedstrijd. 2. De in het eerste lid gestelde termijn kan door de burgemeester met ten hoogste acht weken worden verlengd. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Geen artikel -

Artikel 2:26e Gegevens vergunning 1. De vergunning voor een voetbalwedstrijd vermeldt in ieder geval: a. de organisator; b. de contactgegevens van degene die namens de organisator de aanvraag heeft ingediend; c. voor welke voetbalwedstrijd of -wedstrijden de vergunning is verleend; d. de locatie waar de voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; e. de datum waarop de voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; f. het tijdstip waarop voetbalwedstrijd zal plaatsvinden; en g. de voorschriften of beperkingen die aan de Pagina 8 van 29

vergunning zijn verbonden. 2. De organisator dient de vergunning of een afschrift daarvan voorhanden te hebben tijdens de voetbalwedstrijd of -wedstrijden waarop de vergunning van toepassing is. 3. De organisator meldt iedere verandering waardoor de feitelijke situatie niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien de voetbalwedstrijd (nog steeds) aan het in deze afdeling bepaalde voldoet.

Artikel 2:26a lid 3 3. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden: a. uit vrees voor het ontstaan van ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid; of b. indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nageleefd.

Geen artikel -

Artikel 2:26f Voorschriften, beperkingen en verbod voetbalwedstrijd 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van de voetbalwedstrijd, voorschriften en beperkingen stellen aan de voetbalwedstrijd of de voetbalwedstrijd verbieden. 2. Als een vergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden kan een voorschrift, beperking of verbod betrekking hebben op één wedstrijd of meerdere wedstrijden. 3. Het is verboden een voetbalwedstrijd houden of te laten plaatsvinden, wanneer de burgemeester een verbod, als bedoeld in het eerste lid, heeft uitgevaardigd.

Artikel 2:26g Aanwijzingen en bevelen 1. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van de voetbalwedstrijd, voorafgaand, tijdens en na afloop van de voetbalwedstrijd aanwijzingen en bevelen geven, die de organisator terstond moet opvolgen. 2. Eenieder is verplicht zich, voorafgaand, tijdens of na afloop van een voetbalwedstrijd, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van de gemeente, de politie of de brandweer, met inachtneming van de door hem in het belang van de handhaving van de openbare orde en openbare veiligheid gegeven aanwijzingen, naar een in het Pagina 9 van 29

bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te begeven.

Geen artikel -

Artikel 2:26h Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een voetbalwedstrijd wordt geweigerd indien de burgemeester geen veiligheidsverklaring heeft afgegeven. 2. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:8 kan een vergunning voor een voetbalwedstrijd worden geweigerd indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de organisator in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. 3. Als een vergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden kan een weigering betrekking hebben op één wedstrijd of meerdere wedstrijden.

Geen artikel -

Artikel 2:26i Intrekkings- en schorsingsgronden 1. De vergunning voor een voetbalwedstrijd wordt ingetrokken indien: a. de veiligheidsverklaring is ingetrokken; b. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest; of c. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven. 2. De vergunning voor een voetbalwedstrijd kan worden geschorst of ingetrokken indien a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop een vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de organisator bij behoud van de vergunning; c. de organisator het toezicht op de voetbalwedstrijd belemmert of bemoeilijkt; d. de organisator de door de burgemeester gestelde aanwijzingen, als bedoeld in artikel 2:26g, niet terstond of volledig heeft opgevolgd; of e. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen. 3. Als een vergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden kan een intrekking betrekking hebben op Pagina 10 van 29

één wedstrijd of meerdere wedstrijden. Geen artikel -

Artikel 2:26j Vervallen vergunning 1. De vergunning voor een voetbalwedstrijd vervalt indien de organisator heeft aangegeven dat de voetbalwedstrijd niet zal gaan plaatsvinden. 2. Als een vergunning betrekking heeft op meerdere wedstrijden vervalt de vergunning slechts gedeeltelijk, namelijk voor de voetbalwedstrijd die niet meer zal plaatsvinden.

Geen artikel -

Artikel 2:26k Vereisten aan organisator Een contactpersoon namens de organisator is bereikbaar gedurende de uren dat de voetbalwedstrijd daadwerkelijk plaatsvindt.

Geen artikel

Artikel 2:26l Openbare ordeverstoring bij een voetbalwedstrijd 1. Onverminderd artikel 2:1b, eerste lid, is het verboden bij voorafgaand, tijdens of na afloop van een voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren. 2. Onverminderd artikel 2:1b, tweede lid, is het verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij de voetbalwedstrijd de openbare orde te verstoren.

-

Artikel 2:26b Onnodig opdringen en wanordelijkheden bij betaald voetbalwedstrijden 1. Het is verboden zich bij een voetbalwedstrijd, als bedoeld in artikel 2:26a, onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet Wapens en Munitie is het verboden om bij een voetbalwedstrijd, als bedoeld in artikel 2:26a, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen. 3. Eenieder is verplicht om bij een voetbalwedstrijd, als bedoeld in artikel 2:26a, alle aanwijzingen van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en stipt

Artikel 2:26m Onnodig opdringen en wanordelijkheden bij voetbalwedstrijden 1. Het is verboden zich bij een voetbalwedstrijd onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken. 2. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet Wapens en Munitie is het verboden om bij een voetbalwedstrijd slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of openbare veiligheid in gevaar komt of kan komen.

Pagina 11 van 29

op te volgen.

Artikel 2:26c Supporters en bestuurlijke ophouding 1. Iedere supporter van een bezoekende betaald voetbalclub, ieder die door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins uitstraalt of in het bezit is van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd is verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, hun weg naar het stadion te vervolgen zodra zij de gemeente bereiken. 2. Eenieder die behoort tot de supportersvereniging van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedraging of anderszins kenbaar maakt, is verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan, direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente. 3.

Eenieder die behoort tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maakt en niet in het bezit is van een geldig plaatsbewijs voor de wedstrijd en op een of andere wijze de openbare orde verstoort of ernstig dreigt te verstoren, dan wel racistisch gedrag vertoont of racistische uitlatingen doet, is verplicht zich op eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te begeven in een door de politie aan te geven route en richting, behalve indien degene woonachtig is in de gemeente. 4. De burgemeester is bevoegd om de door hem aangewezen personen die een verplichting uit het eerste, tweede of derde lid niet naleven overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet tijdelijk te doen ophouden op een door hem aangewezen plaats, indien dit nodig is ter voorkoming van voortzetting of herhaling van de niet-naleving en de naleving redelijkerwijs niet op andere geschikte wijze kan worden verzekerd. 5. De bevoegdheid, zoals bedoeld in het vierde lid, omvat mede de bevoegdheid om deze personen over te laten brengen naar een door de burgemeester aangewezen plaats.

Artikel 2:26n Supporters en bestuurlijke ophouding 1. Iedere supporter van een bezoekende betaald voetbalclub, ieder die door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins uitstraalt of in het bezit is van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken wedstrijd is verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, hun weg naar het stadion te vervolgen zodra zij de gemeente bereiken. 2. Eenieder die behoort tot de supportersvereniging van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedraging of anderszins kenbaar maakt, is verplicht om, indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan, direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken uit de gemeente. 3.

Eenieder die behoort tot de supportersaanhang van een bezoekende betaald voetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maakt en niet in het bezit is van een geldig plaatsbewijs voor de wedstrijd en op een of andere wijze de openbare orde verstoort of dreigt te verstoren, dan wel strafbare uitingen doet, is verplicht zich op eerste aanzegging van de politie te begeven buiten de gemeentegrenzen in een door de politie aan te geven route en richting, dan wel in een door de politie aan te geven route en richting binnen de gemeente in het geval degene woonachtig is binnen de gemeente.

Artikel 2:26d Individueel stadionomgevingsverbod

Artikel 2:26o Individueel stadionomgevingsverbod Pagina 12 van 29

1. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen om zich op te houden in een door hem nader aan te wijzen gebied rondom het stadion van Heracles Almelo van vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:26a, indien de persoon de openbare orde in de omgeving van genoemd stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de in artikel 2:26a genoemde organisator in dit stadion is gespeeld. 2. Het verbod geldt voor een periode van ten hoogste twee jaar.

1. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk het verbod opleggen om zich op te houden in een door hem nader aan te wijzen gebied rondom het stadion van Heracles Almelo van vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van voetbalwedstrijden indien de persoon de openbare orde in de omgeving van genoemd stadion in ernstige mate heeft verstoord op een dag dat een wedstrijd van de in artikel 2:26a, onder a, genoemde organisator in dit stadion is gespeeld. 2. Het verbod geldt voor een periode van ten hoogste twee jaar.

Artikel 2:26e Alcoholverbod op wedstrijddagen 1. Het is verboden om tegen betaling, dan wel om niet, alcoholhoudende dranken te verstrekken in het stadion van Heracles Almelo gedurende het tijdvak van drie uur voor tot één uur na de periode gedurende welke het stadion voor het publiek toegankelijk is voor het bijwonen van een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26a. 2. De burgemeester kan bepalen dat het verbod niet van toepassing is op door hem aan te wijzen categorieën van wedstrijden. 3. De burgemeester kan bepalen dat het verbod eveneens van toepassing is op voor een nader door hem aan te wijzen gebied rondom het stadion.

Geen artikel -

Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Titel 1. Algemene bepalingen Artikel 2:27 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. coffeeshop: een openbare inrichting waar alcoholvrije dranken worden geschonken dan wel verstrekt en/of handel in cannabisproducten plaatsvindt; b. exploitant: de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; c. leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een

Artikel 2:27 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. barvrijwilliger: de natuurlijke persoon die, niet in dienstverband, dranken schenkt of rookwaren of spijzen bereid of verstrekt in een openbare inrichting in beheer van een paracommerciële rechtspersoon; b. coffeeshop: een openbare inrichting waar alcoholvrije dranken worden geschonken dan wel verstrekt en/of handel in cannabisproducten plaatsvindt; c. exploitant: de natuurlijke persoon of bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor Pagina 13 van 29

rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; of 2. de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding in aan/in een openbare inrichting. d. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin als hoofdactiviteit bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse of consumptie elders worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, cafetaria, waterpijpcafé, snackbar, ijssalon, discotheek, afhaalen bezorgrestaurant, coffeeshop, paracommerciële rechtspersoon, broodjeszaak, lunchroom of grillroom. Onder een openbare inrichting wordt tevens verstaan: een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden; e. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap, met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting; f.

terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Een terras maakt, voor de toepassing van deze afdeling, deel uit van de besloten ruimte.

wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; d. leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; of 2. de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding in aan/in een openbare inrichting. e. openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin als hoofdactiviteit bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse of consumptie elders worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een restaurant, café, cafetaria, waterpijpcafé, snackbar, ijssalon, discotheek, afhaalen bezorgrestaurant, coffeeshop, paracommerciële rechtspersoon, broodjeszaak, lunchroom of grillroom. Onder een openbare inrichting wordt tevens verstaan: een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden; f. paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon, niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap, met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting; g.

terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Een terras maakt, voor de toepassing van deze afdeling, deel uit van de besloten ruimte.

Titel 2. Vergunning openbare inrichting Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting […] 2. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden.

Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting […] 2. Indien een terras onderdeel is van een openbare inrichting wordt voor het exploiteren van het terras slechts een vergunning verleend, indien het terras Pagina 14 van 29

3. In afwijking van hetgeen is bepaald in het tweede lid en in artikel 1:5, eerste lid, is een vergunning voor een openbare inrichting die verleend is aan een paracommerciële rechtspersoon niet persoonsgebonden. De vergunning wordt op naam gesteld van de paracommerciële rechtspersoon.

onmiddellijk aansluit aan de gevel van het pand waarin zich de openbare inrichting bevindt. Voor de overige terrassen kan slechts een vergunning worden verleend, indien zij in de onmiddellijke nabijheid van een openbare inrichting zijn gelegen. 3. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden. 4. In afwijking van hetgeen is bepaald in het tweede lid en in artikel 1:5, eerste lid, is een vergunning voor een openbare inrichting die verleend is aan een paracommerciële rechtspersoon niet persoonsgebonden. De vergunning kan op naam worden gesteld van de paracommerciële rechtspersoon.

Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning […] 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); b. de contactgegevens van de exploitant(en); c. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant(en); d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; e. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; f. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting door de exploitant is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een openbare inrichting is ingetrokken; g. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van de openbare inrichting; h. een beschrijving en plattegrond van de indeling (lokaliteiten en afmetingen) van de openbare inrichting en voor zover van toepassing een beschrijving en plattegrond van de ligging en omvang (afmetingen) van het terras; i. de beoogde duur van de vergunning; en j. de beoogde openingstijden.

Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning […] 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); b. de contactgegevens van de exploitant(en); c. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant(en); d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; e. de beoogde bedrijfsuitoefening; f. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting door de exploitant is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een openbare inrichting is ingetrokken; h. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van de openbare inrichting; i. een beschrijving en plattegrond van de indeling (lokaliteiten en afmetingen) van de openbare inrichting en voor zover van toepassing een beschrijving en plattegrond van de ligging en omvang (afmetingen) van het terras; j. de beoogde duur van de vergunning; en k. de beoogde openingstijden. Pagina 15 van 29

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting

1. De vergunning voor een openbare inrichting vermeldt in ieder geval: […] b. de leidinggevende(n); c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; […] j. het nummer van de vergunning. 3. De exploitant meldt iedere verandering waardoor zijn openbare inrichting niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien de openbare inrichting (nog steeds) aan de vereisten voldoet.

1. De vergunning voor een openbare inrichting vermeldt in ieder geval: b. de leidinggevende(n), die vermeld worden op een bij de vergunning behorend aanhangsel, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de vergunning; c. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; […] j. het nummer van de vergunning; en k. indien er (tevens) een terras is vergund, de afmetingen, oppervlakte en situering van het terras, inclusief een tekening/plattegrond van het terras (met details zoals bomen, parkeerplaatsen, verkeershinderingen, bebouwing, lichtmasten, et cetera).

Geen artikel

Artikel 2:28d Melden wijzigingen en verlenen gewijzigde of nieuwe vergunning 1. De exploitant meldt iedere verandering waardoor de feitelijke situatie niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester beoordeelt vervolgens of een gewijzigde vergunning kan worden verleend of dat een nieuwe vergunning moet worden verleend. 2. Nadat de burgemeester de melding, als bedoeld in het eerste lid, heeft ontvangen, ontvangt de exploitant een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier tot wijziging van de vergunning of een aanvraagformulier voor een nieuwe vergunning. Er is pas sprake van een aanvraag als de exploitant het aanvraagformulier heeft ingediend. Wijziging vergunning 3. De burgemeester wijzigt de vergunning in het geval de aanvraag betrekking heeft op het wijzigen van: - de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; - de lokaliteiten en afmetingen van de openbare inrichting;

-

Pagina 16 van 29

- de afmetingen, oppervlakte en situering van een terras; - de openingstijden van de openbare inrichting en/of het terras; - de bedrijfsuitoefening waartoe de vergunning strekt; en - de voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden, mits de openbare inrichting voldoet aan het bepaalde in deze afdeling. Op het moment dat de openbare inrichting niet aan het bepaalde in deze afdeling voldoet, wordt de aanvraag geweigerd. 4. De wijziging, als bedoeld in het derde lid, ziet slechts op de onderdelen waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Voor de overige onderdelen blijft de bestaande vergunning onverminderd van kracht. Bij het besluit tot wijziging van de vergunning ontvangt de exploitant een aan de gewijzigde situatie aangepast exemplaar van de vergunning. Nieuwe vergunning 5. De burgemeester verleent een nieuwe vergunning in het geval de aanvraag betrekking heeft op het wijzigen van: - de exploitant(en); - het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend. 6. Een vergunning vervalt wanneer de verlening van een vergunning strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, als bedoeld in het vijfde lid, van kracht is geworden.

Geen artikel -

Artikel 2:28e Melden wijziging leidinggevende(n) en verlenen gewijzigd aanhangsel 1. De exploitant meldt iedere wijziging in leidinggevende(n), als bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, onder b, onmiddellijk aan de burgemeester. 2. De burgemeester verleent een gewijzigd aanhangsel bij de vergunning in het geval de aanvraag betrekking heeft op: a. een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; en b. een persoon als leidinggevende te laten doorhalen, omdat de leidinggevende niet langer werkzaam is in of voor de openbare inrichting en/of geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering en/of exploitatie van de openbare inrichting. 3. De in het eerste lid bedoelde melding geldt als een Pagina 17 van 29

aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28c, eerste lid, onder b. 4. De burgemeester weigert de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning in het geval: a. een persoon, als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 2:28d, eerste lid, onder a, b, of c gestelde; en b. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur. 5. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 2:28d Weigeringsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt geweigerd indien: […] e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; f. de voorgenomen uitoefening van de openbare inrichting strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan; g. indien de ramen van de inrichting niet zijn voorzien van blank doorzichtig glas, waarvan ten hoogste 20% is bedekt met materiaal dat daglichttoetreding verhindert. 3. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien: a. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28e, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; b. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de

Artikel 2:28f Weigeringsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt geweigerd indien: […] e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; of f. de voorgenomen uitoefening van de openbare inrichting strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. 3. Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien: a. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28g, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; b. voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; of c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd. Pagina 18 van 29

woon- en leefomgeving nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.

Artikel 2:28e Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. zich binnen de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of openbare veiligheid; d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 2:28d, eerste lid, of; e. de uitoefening van de openbare inrichting strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. 2. De vergunning voor een openbare inrichting kan worden geschorst of ingetrokken indien: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. een niet in de vergunning vermelde persoon (feitelijk) exploitant of leidinggevende is geworden; d.

is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen. e. de exploitant dan wel de leidinggevende het toezicht op de openbare inrichting belemmert of bemoeilijkt.

Artikel 2:28g Intrekkings- en schorsingsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. zich binnen de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of openbare veiligheid; d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 2:28f, eerste lid e. de uitoefening van de openbare inrichting strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. 2. De vergunning voor een openbare inrichting kan worden geschorst of ingetrokken indien: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c.

een niet in de vergunning vermelde persoon (feitelijk) exploitant of leidinggevende is geworden; d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen e. de exploitant dan wel de leidinggevende het toezicht op de openbare inrichting belemmert of bemoeilijkt; of f. er zich in of vanuit de openbare inrichting over een tijdsbestek van twee jaren vijf of meer overtredingen van het bepaalde in deze afdeling hebben voorgedaan.

Pagina 19 van 29

Artikel 2:28f Vervallen vergunning De vergunning voor een openbare inrichting vervalt indien: a. de exploitatie van openbare inrichting feitelijk is beëindigd; b. de openbare inrichting geheel of gedeeltelijk is overgedragen; c. de exploitant is overleden; of d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 2:28h Vervallen vergunning De vergunning voor een openbare inrichting vervalt indien: a. de exploitatie van openbare inrichting feitelijk is beëindigd; b. de openbare inrichting geheel of gedeeltelijk is overgedragen; c. de exploitant is overleden; of d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Titel 3. Aanvullende bepalingen Artikel 2:29 Sluitingstijden 1. Het is de exploitant en de leidinggevende verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 04.00 uur en 07.00 uur. 2. In afwijking van het eerste lid is het de exploitant en de leidinggevende verboden een bij de openbare inrichting behorend terras voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 uur en 09.00 uur. 3. In afwijking van het eerste is het de exploitant en de leidinggevende verboden een openbare inrichting die door de burgemeester is opgenomen in de coffeeshoplijst (en dus een coffeeshop betreft) voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 uur en 12.00 uur. 4. In afwijking van het eerste lid is het de exploitant en de leidinggevende verboden een paracommerciële rechtspersoon voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00 uur en 07.00 uur. 5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de zedelijkheid, de gezondheid of ter voorkoming of beperking van overlast andere sluitingstijden vaststellen dan de sluitingstijden als bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid. 6.

Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting bij of krachtens dit hoofdstuk gesloten dient te zijn voor bezoekers.

Artikel 2:29 Openingstijden Openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: a. tussen 01:00 uur en 07:00 uur, op maandag tot en met donderdag; en b. tussen 04:00 uur en 07:00 uur op vrijdag tot en met zondag. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de exploitant, die ten tijde van inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening reeds beschikt over een geldige vergunning en voor zover in de verleende vergunning afwijkende ruimere openingstijden zijn opgenomen. In dat geval gelden de openingstijden zoals opgenomen in de vergunning. Deze overgangstermijn geldt zolang de vergunning, zoals die gold ten tijde van de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, geldig is en niet is vervallen of ingetrokken. 3. Het in het eerste lid onder a gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet geldt op de volgende (feest)dagen: a. de nacht volgend op Goede Vrijdag; b. de nacht volgend op Eerste Paasdag; c. de nacht volgend op Tweede Paasdag; d. Koningsdag en de nacht volgend op Koningsdag; e. de nacht volgend op Bevrijdingsdag; f. de nacht volgend op Hemelvaartsdag; g. de nacht volgend op Eerste Pinksterdag; h. de nacht volgend op Tweede Pinksterdag; i. Eerste Kerstdag, Tweede Kerstdag en de nacht volgend op Tweede Kerstdag.

Op deze dagen geldt het verbod van artikel 2:29, Pagina 20 van 29

eerste lid, aanhef en onder b (sluitingstijd tussen 04:00 en 07:00 uur), ook als in een vergunning een minder ruime openingstijd is opgenomen. 4. Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 04:00 uur en 07:00 uur) geldt niet tijdens de jaarwisseling (nacht van Oudejaarsdag op Nieuwjaarsdag). Tijdens de jaarwisseling geldt een sluitingstijd tussen 05:00 uur en 07:00. 5. Het in het eerste lid onder a en b gestelde verbod (sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur of sluitingstijd tussen 01:00 uur en 07:00 uur) geldt niet voor: a. een openbare inrichting die door de burgemeester is opgenomen in de coffeeshoplijst (en dus een coffeeshop betreft), hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 12:00 uur; en b. een openbare inrichting die door een paracommerciële rechtspersoon wordt geëxploiteerd, hiervoor geldt een sluitingstijd tussen 00:00 uur en 07:00 uur. 6. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de zedelijkheid, de gezondheid of ter voorkoming of beperking van overlast andere openingstijden vaststellen dan de openingstijden als bedoeld in het eerste en vijfde lid. 7. Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting bij of krachtens dit hoofdstuk gesloten dient te zijn voor bezoekers.

Terras 8. Het is verboden een bij de openbare inrichting behorend terras voor bezoekers geopend te hebben en/of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01:00 en 09:00 uur. 9. Het in het achtste lid gestelde verbod (sluitingstijd terras tussen 01:00 uur en 09:00 uur) geldt niet als de burgemeester een ontheffing heeft verleend. 10. Als de burgemeester een ontheffing heeft verleend, geldt een sluitingstijd tussen 02:00 uur en 09:00 uur, uitsluitend op de vrijdag, zaterdag en zondag in het terrassenseizoen en op de feestdagen, genoemd in het derde lid, mits die feestdagen vallen binnen het terrassenseizoen (als bedoeld in het elfde lid). 11. De burgemeester verleent een ontheffing voor bepaalde tijd: van 1 april tot en met 31 oktober. Deze Pagina 21 van 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=d95bfb61-eceb-4e22-8c3d-10b624239b44