Bijlage 9 bij RB 18 - Beleidsregels Wmo 2025 - Kenmerken begeleiding individueel en plus
Tekst van het document
Bijlage 4 Beleidsregels Wmo 2025 – Kenmerken begeleiding individueel en plus Basis De inwoner heeft in enige mate activering en/of stimulans nodig • Met een positieve en motiverende benadering en aanmoediging komt de inwoner tot resultaat en neemt verantwoordelijkheid voor de eigen vooruitgang. • Met een herinnering, een voorbeeld, oefenen of een instructie kan de inwoner een taak volbrengen of een haalbare vaardigheid eigen maken. • De inwoner kan door middel van informatieverstrekking, verkennen van opties en ondersteunende gesprekken tot juiste beslissingen komen
De inwoner kan de behoefte/ondersteuningsvraag voldoende begrijpelijk maken • Onder begrijpelijk maken wordt ook verstaan dat de inwoner de ander begrijpt. • De inwoner kan aangeven wat hij of zij bedoelt. Dit kan ook non-verbaal of met een hulpmiddel (spraakcomputer). • Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo.
De inwoner is gemotiveerd om aan de ondersteuningsvraag te werken • De inwoner is gemotiveerd om te werken aan de ondersteuningsvraag en staat open voor feedback van de professional. • De inwoner komt afspraken voldoende na om de resultaten te behalen.
De inwoner heeft redelijk inzicht in de eigen (on)mogelijkheden • De inwoner heeft een (beperkt) realistisch beeld van eigen problematiek. Het staat het behalen van de gestelde resultaten
Plus De inwoner heeft in grote mate activering en/of stimulans nodig • Met een intensieve en proactieve benadering komt de inwoner tot resultaat door middel van motiveren, inspireren en ondersteunen. Intensief gaat over de methodische benadering en niet over de frequentie. • De inwoner heeft bij herhaling aanmoediging, positieve feedback en ondersteuning nodig om verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen vooruitgang. • De inwoner heeft in grote mate sturing/toezicht nodig om een taak te volbrengen. • Het aanleren van vaardigheden vraagt van zowel de inwoner als professional veel geduld en doorzettingsvermogen. De leermethodes die gebruikt worden zijn afgestemd op de inwoner. • De inwoner heeft in grote mate ondersteuning nodig om tot een juiste beslissing te kunnen komen. Zonder ondersteuning overziet de inwoner de risico’s niet en maakt de inwoner beslissingen die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn of haar functioneren of dat van de omgeving. De inwoner kan de behoefte/ondersteuningsvraag onvoldoende begrijpelijk maken • Hier wordt ook onder verstaan dat de inwoner moeite heeft om de ander te begrijpen. • Het is moeilijk voor de inwoner om aan te geven wat hij of zij bedoelt, of wat hij of zij nodig heeft. Er wordt een extra beroep gedaan op de professional, want er moet met grote regelmaat een vertaalslag gemaakt worden.
• Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo. De inwoner is wisselend gemotiveerd om aan de ondersteuningsvraag te werken • De inwoner vindt het moeilijk om afspraken na te komen en feedback van de professional aan te nemen. De inwoner trekt bijvoorbeeld alles in twijfel en legt de verantwoordelijkheid buiten zichzelf. Dit is een terugkomend kenmerk. De professional moet beschikken over methodische kennis en vaardigheden om samen met de inwoner de resultaten te halen. De inwoner heeft beperkt of geen inzicht in de eigen (on)mogelijkheden • De inwoner heeft geen of beperkt realistisch beeld van de eigen problematiek. De inwoner is tot minder in staat dan wat hij denkt
nauwelijks in de weg. Hij of zij staat open voor feedback om overschatting of onderschatting te kunnen bijsturen.
Er kan sprake zijn van matige gedragsproblematiek bij de inwoner • De inwoner vertoont soms gedrag dat onvoorspelbaar of niet passend kan zijn. De professional moet alert zijn op signalen en kunnen bijsturen. Het gedrag kan negatieve invloed hebben op de persoon zelf of zijn of haar omgeving. Er is geen/gering risico op escalatie.
De leefsituatie is redelijk stabiel. Er is geen of slechts een geringe kans op risicovolle situaties en/of escalatie • Er is problematiek op één of meerdere leefgebieden zoals bijvoorbeeld financiën, sociale contacten, dag invulling, persoonlijke zelfzorg. Er is geen acute interventie noodzakelijk om escalaties te voorkomen.
De inwoner is in staat tot het uitstellen van de ondersteuningsvraag • Er zijn afgesproken contactmomenten met de professional en hoe er eventueel tussendoor gecommuniceerd wordt (bijvoorbeeld een telefoontje of berichtje). Voor de inwoner is dit voldoende om de resultaten te behalen zonder dat er aanvullende interventies noodzakelijk zijn.
(overschatting) of inwoner kan op eigen kracht of in samenwerking met anderen meer dan hij denkt (onderschatting). Hierdoor blijft de inwoner in de problemen komen. De professional moet dit tekort compenseren om escalatie en/of verwaarlozing te voorkomen. De inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag. Er is vaak sprake van ernstige gedragsproblematiek • De inwoner is moeilijk te lezen waardoor het gedrag onvoorspelbaar of ongepast is • De professional moet alert zijn op signalen en direct actie ondernemen om escalatie te voorkomen. • Ernstige gedragsproblematiek kan gericht zijn op de omgeving of op de persoon zelf. • De risico’s van het gedrag zeggen iets over de ernst. De ernst wordt bepaald door de combinatie van hoe vaak het voorkomt (frequentie) en de omvang van het risico (impact). Zeer regelmatig is niet alleen in aantallen vast te leggen, maar het gaat ook om de mate waarin het ontregelend is. De leefsituatie is niet stabiel en/of er is een grote kans op risicovolle situaties en/of escalaties • De inwoner is niet stabiel in zijn leefsituatie, denk hierbij aan zaken die de bestaanszekerheid raken. Bijvoorbeeld financiële problematiek, dreigende uithuiszetting, dakloosheid, werkloosheid en verwaarlozing. Er zijn interventies noodzakelijk om escalaties te voorkomen.
• De dynamiek van het gezin/netwerk en de complexiteit van problematiek van verschillende gezinsleden kan hierin een rol spelen. De inwoner is niet in staat tot het uitstellen van de ondersteuningsvraag • De inwoner heeft aanvullende interventies nodig naast de afgesproken contactmomenten met de professional en afspraken over hoe er eventueel tussendoor gecommuniceerd wordt. Dit is noodzakelijk om niet vast te lopen in het dagelijks leven. • Dit is een structureel terugkerend patroon van de inwoner.