Bijlage 8 bij RB 18 - Beleidsregels Wmo 2025 - Normenkader 2.0 Wmo Begeleiding
Tekst van het document
Bijlage 3. Beleidsregels Wmo 2025 – Normenkader Wmo Begeleiding 2.0 Overige kenmerken van de cliënt In onderstaande tabel is een inventarisatie weergegeven van de overige cliëntkenmerken die gebruikt worden in het normenkader 2.0. Deze overige kenmerken worden in combinatie met de aandachtspunten per leefgebied gebruikt bij de definitieve bepaling van de aard, omvang en duur van de in te zetten ondersteuning. Kenmerk 1
Score
Aard van de problematiek
Acuut
Fluctuerend/wisselend
Stabiel (continu aanwezig)
2
Zelfinzicht cliënt eigen handelen en mogelijkheden
Beperkend
Neutraal-gemiddeld
Bevorderend
3
Motivatie van de cliënt
Beperkend
Neutraal-gemiddeld
Bevorderend
4
Lerend vermogen van de cliënt
Beperkend
Neutraal-gemiddeld
Bevorderend
5
Belastbaarheid van de cliënt
Beperkend
Neutraal-gemiddeld
Bevorderend
6
Sociaal netwerk van de cliënt
Beperkend
Neutraal-gemiddeld
Bevorderend
7
Draagkracht netwerk van de cliënt
Hoog
Gemiddeld
Laag
8
Risico voor cliënt, netwerk of samenleving als geen of minder ondersteuning wordt geboden
Hoog
Gemiddeld
Laag
9
Complexiteit van de problematiek
Hoog
Gemiddeld
Laag
10
Verwachting ontwikkeling van de cliënt
Achteruitgang
Gelijkblijvend/stabiel
Verbetering
Profielen individuele begeleiding In onderstaande tabel is een inventarisatie weergeven van de afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij individuele begeleiding. Individuele Begeleiding Ontwikkelgericht
Individuele Begeleiding Behoudgericht (IBB-
(IBO-profielen)
profielen)
De verwachte ontwikkeling van de cliënt:
De verwachte ontwikkeling van de cliënt:
De situatie van de cliënt is in de toekomst
De situatie van de cliënt in de toekomst blijft
verbeterd.
stabiel of gaat achteruit.
Lerend vermogen van de cliënt:
Lerend vermogen van de cliënt:
Het lerend vermogen van de cliënt is
Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend
neutraal/gemiddeld of bevorderend.
of neutraal/gemiddeld.
Individuele Begeleiding
Individuele
Individuele Begeleiding
Individuele Begeleiding
Ontwikkelgericht 1
Begeleiding
Ontwikkelgericht 3
Ontwikkelgericht 4 (IBO-4)
(IBO-1)
Ontwikkelgericht 2
(IBO-3)
(IBO-2) Algemeen
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft zware
lichte problematiek, op
matige problematiek,
matige tot zware
problematiek, op veel
een beperkt aantal
op wat meer
problematiek, op meer
leefgebieden, er is ruimte voor
leefgebieden, er is ruimte
leefgebieden, er is
leefgebieden, er is ruimte
ontwikkeling, zij het met
voor ontwikkeling.
ruimte voor
voor ontwikkeling.
intensieve begeleiding.
De cliënt heeft behoefte
ontwikkeling.
De cliënt heeft behoefte
De cliënt heeft behoefte aan
aan toezien, stimuleren en
De cliënt heeft
aan toezien, stimuleren en
toezien, stimuleren en aanleren, en
aanleren.
behoefte aan toezien,
aanleren, soms ook aan
vaak ook aan overname.
De ondersteuning is
stimuleren en aanleren.
overname.
De ondersteuning is vaak niet
planbaar.
De ondersteuning is
De ondersteuning is vaak
planbaar.
Vaak is voor een beperkte
meestal planbaar.
planbaar.
Als de ondersteuning met deze
periode nog net enige
De ondersteuning is
De ondersteuning is voor
intensiteit niet in een beperkte
ondersteuning nodig.
voor een beperkte
een beperkte periode
periode kan worden afgebouwd,
periode nodig.
nodig.
dan kan een oplossing buiten de thuissituatie nodig zijn.
Zelfinzicht
Belastbaarheid
Cliënt heeft zicht op eigen
Cliënt heeft zicht op
Cliënt heeft beperkt tot
Cliënt heeft beperkt tot geen
problematiek en herkent
eigen problematiek
geen inzicht in eigen
inzicht in eigen problematiek en
wanneer het nodig is hulp
maar herkent niet
problematiek en herkent
herkent nauwelijks en soms niet
te vragen.
altijd wanneer het
vaak niet wanneer het
wanneer het nodig is hulp te
nodig is hulp te vragen.
nodig is hulp te vragen.
vragen.
Cliënt is wisselend tot
Cliënt is beperkt
Cliënt is voldoende belastbaar om
beperkt belastbaar.
belastbaar.
intensieve begeleiding aan te
Cliënt is belastbaar.
kunnen.
Complexiteit
De complexiteit is laag of
De complexiteit is laag
van de
gemiddeld.
of gemiddeld.
De motivatie van de cliënt is bevorderend.
De complexiteit is hoog.
De complexiteit is hoog.
De motivatie van de
De motivatie van de cliënt
De motivatie van de cliënt is
cliënt is
is neutraal/gemiddeld.
neutraal/gemiddeld.
Het risico is gemiddeld.
Het risico is hoog.
problematiek Motivatie
neutraal/gemiddeld.
Risico
Het risico is laag.
Het risico is gemiddeld.
Beoogde inzet
De indicatie is maximaal
De indicatie is één tot
De indicatie is drie tot vijf
De indicatie is minimaal vijf uur,
één uur per week
drie uur, gemiddeld
uur, gemiddeld vier uur
gemiddeld acht uur per week
twee uur per week
per week
Zwaarte van
Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel hoger wordt.
de
Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger
problematiek
wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt (kan van 0 tot maximaal 33 variëren).
Individuele
Individuele Begeleiding
Individuele Begeleiding
Individuele Begeleiding
Begeleiding
Behoudgericht 2 (IBO-2)
Behoudgericht 3 (IBO-3)
Behoudgericht 4 (IBO-4)
Behoudgericht 1 (IBO1) Algemeen
Zelfinzicht
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft
Deze cliëntgroep heeft
lichte problematiek, op
matige problematiek,
matige problematiek, op
zware problematiek, op veel
een beperkt aantal
op wat meer
meer leefgebieden, weinig
leefgebieden, weinig of geen
leefgebieden, weinig of
leefgebieden, weinig of
of geen verbeter-
verbetermogelijkheden.
geen
geen
mogelijkheden.
De cliënt heeft behoefte aan
verbetermogelijkheden.
verbetermogelijkheden.
De cliënt heeft behoefte aan
toezien, stimuleren en
De cliënt heeft
De cliënt heeft
begeleiding gericht op
behouden, vaak ook aan
behoefte aan
behoefte aan
toezien, onderhouden en
overname.
begeleiding gericht op
begeleiding gericht op
behouden, waarbij ook
De ondersteuning is vaak
toezien, onderhouden
toezien, onderhouden
overname nodig kan zijn.
niet planbaar, moet (vrij)
en behouden.
en behouden.
De ondersteuning is meestal
nabij beschikbaar zijn.
De ondersteuning is
De ondersteuning is
planbaar, maar moet op
Deze intensiteit van
meestal planbaar.
meestal planbaar.
afstand, maar wel
begeleiding in de thuis-
De ondersteuning is
De ondersteuning is
makkelijk beschikbaar zijn.
situatie is in principe
meestal langdurig
meestal langdurig
De ondersteuning is meestal
tijdelijk.
nodig.
nodig.
langdurig nodig.
Cliënt heeft zicht op
Cliënt heeft zicht op
Cliënt heeft beperkt tot
Cliënt heeft beperkt tot
eigen problematiek en
eigen problematiek,
geen inzicht in eigen
geen inzicht in eigen
herkent wanneer het
maar herkent niet
problematiek en herkent
problematiek en herkent
nodig is hulp te vragen.
altijd wanneer het
vaak niet wanneer het nodig
nauwelijks en soms niet
nodig is hulp te vragen.
is hulp te vragen.
wanneer het nodig is hulp te vragen.
Belastbaarheid
Cliënt is belastbaar
Cliënt is wisselend tot
Cliënt is beperkt belastbaar
Cliënt is beperkt belastbaar.
De complexiteit is hoog.
De complexiteit is hoog.
beperkt belastbaar Complexiteit
De complexiteit is laag
De complexiteit is laag
van de
of gemiddeld.
of gemiddeld.
Aard van de
De problematiek is
De problematiek is
De problematiek is fluctuerend De problematiek is
problematiek
altijd aanwezig
altijd aanwezig
/ er is acute problematiek.
(stabiel).
(stabiel).
Het risico is laag of
Het risico is laag of
gemiddeld.
gemiddeld.
De indicatie is maximaal één uur per week.
problematiek
Risico
Beoogde inzet
fluctuerend / er is acute problematiek.
Het risico is hoog.
Het risico is hoog.
De indicatie is één tot
De indicatie is drie tot vijf
De indicatie is minimaal vijf
drie uur, gemiddeld
uur, gemiddeld vier uur per
uur, gemiddeld acht uur per
twee uur per week.
week.
week.
Zwaarte van
Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af naarmate het profiel
de
hoger wordt.
problematiek
Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware (score = 3) problematiek neemt toe naarmate het profiel hoger wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.
Profielen dagbesteding
In onderstaande tabel is een inventarisatie weergeven van de afwegingen die gemaakt kunnen worden om te kiezen tussen ontwikkel- en behoudgerichte profielen bij dagbesteding. Dagbesteding Ontwikkelgericht (DBO-profielen)
Dagbesteding Behoudgericht (DBB-profielen)
De verwachte ontwikkeling van de cliënt:
De verwachte ontwikkeling van de cliënt:
De situatie van de cliënt is in de toekomst verbeterd.
De situatie van de cliënt is in de toekomst blijft stabiel of gaat achteruit.
Lerend vermogen van de cliënt:
Lerend vermogen van de cliënt:
Het lerend vermogen van de cliënt is
Het lerend vermogen van de cliënt is beperkend.
neutraal/gemiddeld of bevorderend.
Algemeen
Dagbesteding
Dagbesteding
Dagbesteding
Dagbesteding
Ontwikkelgericht 1
Ontwikkelgericht 2
Behoudgericht 1
Behoudgericht 2
(DBO-1)
(DBO-2)
(DBB-1)
(DBB-2)
Deze cliëntengroep heeft behoefte aan
Bij deze cliëntengroep staat vulling van de
ontwikkelgerichte begeleiding. Er is vaak
dag(en), zo mogelijk behoud van vaardig-
sprake van een arbeidsmatig karakter van de
heden en/of de ontlasting van mantelzorgers
begeleiding.
centraal. Er is geen sprake van ontwikkeling.
De motivatie van de cliënt in combinatie met
De belastbaarheid van de cliënt en de
de belastbaarheid en de verdere invulling van
draagkracht van het netwerk bepalen vooral
de dagen bepaalt vooral de omvang van de
de omvang van de dagbesteding.
dagbesteding.
De duur van de begeleiding kan lang tot zeer
De duur van de begeleiding kan beperkt zijn.
lang zijn.
Complexiteit
De complexiteit van de problematiek is laag
De complexiteit van de problematiek is
van de
of gemiddeld.
gemiddeld of hoog.
problematiek Beoogde
De indicatie is
De indicatie is
De indicatie is
De indicatie is
inzet
minimaal één en
minimaal vijf en
minimaal één en
minimaal vijf en
maximaal vier
maximaal negen
maximaal vier
maximaal negen
dagdelen per week
dagdelen per week.
dagdelen per week
dagdelen per week.
Zwaarte van
Het aantal leefgebieden met geen (score = 0) en lichte (score = 1) problematiek neemt af
de
naarmate het profiel hoger wordt.
problematiek
Het aantal leefgebieden met matige (score = 2) en zware problematiek (score = 3) neemt toe naarmate het profiel hoger wordt. De totaalscore van de leefgebieden neemt toe naarmate het profiel hoger wordt.
Aandachtspunten per leefgebied De navolgende tabellen kunnen als hulpmiddel dienen bij het concreet in kaart brengen van de specifieke problemen van de cliënt per leefgebied.
PERSOONLIJK FUNCTIONEREN
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Zelfbeeld Zelfinzicht (o.a. inschatten gevaar voor zichzelf) Omgaan met veranderingen Begrijpen consequenties (korte/lange termijn) Keuzes maken/besluiten nemen Grenzen aangeven (eigen) Hulpvraag formuleren Impulsiviteit (sociale regels, geen risico zien) Emotieregulatie (overspoelen, uitbarsten, driftbuien) Angsten (inclusief spanning, zenuwen, nerveus, bang) Stemmingsproblemen (somber, wisselingen, uitbundig) Teruggetrokken/eenzaam/verdrietig Agressie verbaal/fysiek (dreigen, vloeken, vechten) Zelfbeschadigend gedrag/suïcide Dwanghandelingen (herhaling van gedragingen) Executieve functies (plannen, initiëren van taken, overzicht)
SOCIAAL FUNCTIONEREN
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Beïnvloedbaar Inleven in de ander Grenzen aangeven (o.a., gevaar voor de ander) Afspraken nakomen Functioneren binnen gezin/familie Duidelijkheid omtrent wel/geen contact met familie Vrienden maken Vriendschappen behouden Contact met personen die schadelijk zijn Verkering/relatie Vangnet Overlast Groepsgeschiktheid
GEZONDHEID EN ZELFZORG Eten (verantwoord eetpatroon, kan eten tot zich nemen) Wassen (verzorgd uiterlijk, geur) Aankleden (schone kleding)
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Slapen (in- doorslapen, wakker worden, dag-nachtritme) Voldoende beweging/sport Voorkomen van ziekten Beheer medicatie Afspraken zorgprofessionals (huisarts, specialist, begeleider) Seksuele gezondheid (inclusief veilig vrijen)
VERPLAATSEN EN VERVOER
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Deelnemen aan het verkeer Gebruikmaken eigen vervoermiddel (o.a. fiets, auto) Route bepalen Gebruikmaken van openbaar vervoer
WONEN
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Onderhoud woning/tuin Overlast (o.a. geluid, stank, spullen) Veiligheid Zelfstandigheid Contact met eigenaar van de woning
REGIE BIJ HET HUISHOUDEN
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Schoonmaken van de woning, wasverzorging, boodschappen en bereiden maaltijden
SCHOOL/WERK Evenwichtig dag- en nachtritme Structuur Aansturing (zelfstandigheid, zelfactivering) Zinvolle invulling School/werk passend bij interesse Maken van keuzes voor de toekomst/toekomstperspectief Aanwezigheid Op tijd komen Accepteren autoriteit Taalbeheersing
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
VRIJE TIJD
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Zelfstandigheid/structuur/invulling Interesses/hobby’s Sport
FINANCIEN/ADMINISTRATIE
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Omgaan met betaal- communicatiemiddelen Formulieren invullen Leefgeld/zakgeld/inkomen Overzicht (financiën en administratie op orde) Schulden
JUSTITIE
Problematiek geen
licht
matig
zwaar
Stelen/vandalisme Geweld Heling/oplichting Taakstraf Boetes
VERSLAVING Roken Alcohol Drugs (softdrug, harddrugs of anabolen) Gamen Telefoon/social media Seks/porno Gokken
Problematiek geen
licht
matig
zwaar