CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 bij RB 18 - Beleidsregels Wmo 2025 - Kenmerken dagbesteding basis en plus

Raad 24 juni 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5 Beleidsregels Wmo 2025 - Kenmerken dagbesteding basis en plus Basis De inwoner heeft in enige mate activering en/of stimulans nodig • De inwoner heeft een positieve benadering en aanmoediging nodig om tot activiteit te komen. • Een gestructureerd programma aangevuld met een instructie of voorbeeld is voldoende voor de inwoner om een taak te volbrengen. • De inwoner heeft een aanmoediging nodig om mee te doen in het groepsproces. • Door middel van oefenen, herhaling en aanmoediging kan de inwoner een haalbare vaardigheid eigen maken.

De inwoner kan de behoefte/ondersteuningvraag voldoende begrijpelijk maken • Onder begrijpelijk maken wordt ook verstaan dat de inwoner de ander begrijpt. • De inwoner kan aangeven wat hij of zij bedoelt. Dit kan ook non-verbaal of met een hulpmiddel (spraakcomputer). • Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo.

De inwoner kan beperkt of geen inzicht in de eigen beperkingen hebben, maar dit zorgt niet voor belemmeringen • De inwoner heeft een realistisch of beperkt realistisch beeld van eigen problematiek. Het staat het behalen van de gestelde resultaten nauwelijks in de weg. Hij of zij staat open voor feedback om overschatting of onderschatting te kunnen bijsturen.

De inwoner vertoont redelijk constant gedrag. Er kan sprake zijn van matige gedragsproblematiek. • De inwoner vertoont soms gedrag dat onvoorspelbaar of niet passend kan zijn. Het gedrag kan negatieve invloed hebben

Plus De inwoner heeft in grote mate activering en/of stimulans nodig • De inwoner heeft om tot activiteit te komen een intensieve en proactieve benadering nodig, die gericht is op motiveren, inspireren en activeren. • Bij het uitvoeren van een taak (die gekoppeld is aan de te behalen resultaten) is bij herhaling sturing en/of toezicht nodig. • De inwoner heeft moeite om mee te doen met het groepsproces. Dit heeft een negatieve invloed op het groepsproces en de inwoner zelf. De inwoner heeft gedurende de dag meerdere momenten ondersteuning nodig. • Het aanleren van vaardigheden vraagt van zowel de inwoner als professional veel geduld en doorzettingsvermogen. Dit is een terugkerend patroon bij de inwoner. De leermethodes die gebruikt worden zijn afgestemd op de inwoner. De inwoner kan de behoefte/ondersteuningsvraag onvoldoende begrijpelijk maken • Hier wordt ook onder verstaan dat de inwoner moeite heeft om de ander te begrijpen. • Het is moeilijk voor de inwoner om aan te geven wat hij of zij bedoelt, of wat hij of zij nodig heeft. Er wordt een extra beroep gedaan op de professional, want er moet met grote regelmaat een vertaalslag gemaakt worden. • Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo. De inwoner heeft beperkt inzicht in de eigen beperkingen, wat zorgt voor belemmeringen en intensievere ondersteuning.

• De inwoner heeft beperkt of geen realistisch beeld van de eigen problematiek. De inwoner is tot minder in staat dan wat hij denkt (overschatting) of inwoner kan op eigen kracht of in samenwerking met anderen meer dan hij denkt (onderschatting). Hierdoor blijft de inwoner in de problemen komen. De professional moet dit tekort compenseren om escalatie en/of passiviteit te voorkomen. De inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag; er is vaak sprake van ernstige gedragsproblematiek. • De inwoner is moeilijk te lezen waardoor het gedrag onvoorspelbaar of ongepast is.

•

op de persoon zelf of zijn of haar omgeving. Er is geen/gering risico op escalatie. Gedragsproblematiek matig van aard is bij te sturen middels interventies van de professional op de dagbesteding en heeft weinig tot geen consequenties voor de deelname van de inwoner aan de dagbesteding. De inwoner verstoort het groepsproces niet of nauwelijks.

•

De professional moet alert zijn op signalen en direct actie ondernemen om escalatie te voorkomen. • Ernstige gedragsproblematiek kan gericht zijn op de omgeving of op de persoon zelf. • De risico’s van het gedrag zeggen iets over de ernst. De ernst wordt bepaald door de combinatie van hoe vaak het voorkomt (frequentie) en de omvang van het risico (impact). Zeer regelmatig is niet alleen in aantallen vast te leggen, maar het gaat ook om de mate waarin het ontregelend is. • Ernstige gedragsproblematiek heeft consequenties voor de deelname van de inwoner en/of groepsleden. Er is ondersteuning nodig om dit te compenseren. De inwoner is snel (psychisch) uit balans en kan moeilijk omgaan met veranderingen • Bij een inwoner ontstaan grote problemen door kleine (dagelijkse) veranderingen buiten de vaste structuur. Het lukt de inwoner niet om zich aan te passen aan deze kleine veranderingen. Hierdoor raakt de inwoner bijvoorbeeld in de stress, wordt emotioneel, of kan zich op een andere manier niet meer beheersen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=02e01ce6-facb-4804-a7e4-be0f2d27c247