CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RB 6 - EST - interactief - 02-04-2025

Raad 24 juni 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W21.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Samen stappen maken Energiestrategie Twente 2 april 2025

1

2

Inhoudsopgave

Voorwoord. ........................................................................... 5 Inleiding................................................................................ 7 Samenvatting afspraken en leeswijzer. ................................. 9 1. Het RES-proces. .................................................................11 1.1 RES als samenwerkingsverband. ...........................................................................11 1.2 RES Twente 1.0. ......................................................................................................11 1.3 RES 2.0 en gang van zaken ...................................................................................11 1.4 Energiestrategie Twente 2.0. ................................................................................11 1.5 Status Energiestrategie Twente 2.0..................................................................... 12

2. Afspraken Energiestrategie Twente.................................. 14 2.1 Reikwijdte en opgave............................................................................................14 2.2 Samenwerkingsafspraken . .................................................................................14 2.3 Samenwerking bij uitvoeringsvraagstukken ......................................................14

3. Uitvoeringsprogramma 2025-2026 .................................. 17 3.1 Acties die volgen uit de Energiestrategie Twente. .............................................. 17 3.2 Acties die volgen uit de RES Twente ...................................................................18

Bijlage A Voortgang uitvoering RES Twente 1.0 ................... 22 A1 Voortgang grootschalige opwek hernieuwbare elektriciteit .............................. 24 A1.1 Provinciaal wind- en zonbeleid . ............................................................................24 A1.2 Gerealiseerde opwek .................................................................................................24 A2. Energie-infrastructuur . ...................................................................................... 25 A2.1 Elektriciteit. ....................................................................................................................25 A2.1 Aardgasnet.....................................................................................................................25 A3. Voortgang warmtetransitie. ............................................................................... 26 A3.1 Ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente ...................................27 A3.2 Opwek biogas/groengas ..........................................................................................27 A4. Voortgang communicatie en participatie........................................................... 28 A4.1 Informeren van onze omgeving.

...........................................................................28 A4.2 Betrekken van onze samenleving .........................................................................28 A5. Voortgang lokaal eigendom ............................................................................... 30 A5.1 Beleidsmatige verankering . ....................................................................................30 A5.2 Lokale initiatieven. ......................................................................................................30 A5.3 Samenwerkingsmogelijkheden. ............................................................................30 A6. De Twentse Energie Agenda ............................................................................... 31 A6.1 Voortgang en samenwerkingsverbanden..........................................................31

Bijlage B Reactienota adviezen Inwonersforum . ................. 34 Bijlage C Reactienota adviezen Meedenktank . .................... 46

3

4

Voorwoord De afgelopen jaren werden de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker. De steeds vaker voorkomende hevige regenbuien en extreme droogte hebben niet alleen een grote impact op onze manier van leven, maar ook op die van onze kinderen en kleinkinderen. Juist voor hen is het belangrijk dat we nu hard blijven werken om onze mooie regio ook in de toekomst leefbaar te houden. In 2021 stelden we de Regionale Energiestrategie Twente 1.0 vast. In onze RES 1.0 formuleerden we onze doelen voor 2030. We stelden als doel in Twente om gezamenlijk minimaal 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken alsook de koers uit de Regionale Structuur Warmte te realiseren. Sindsdien hebben we in alle gemeentes van onze regio zowel ambtelijk als bestuurlijk hard gewerkt om deze doelen te realiseren. Sinds 2021 is er wereldwijd veel gebeurd, zo ook op het gebied van energie en de energietransitie. Daarom maken we in dit document de balans op en kijken we verder dan het opwekken van elektriciteit door middel van zon en wind. Dit vereist een bredere insteek dan de ambities zoals deze in de RES 1.0 zijn gepresenteerd. Voor ons ligt een forse opgave. De ontwikkeling van decentrale energiesystemen en het realiseren van een afname van de CO 2-uitstoot gaat veel van ons vragen, maar biedt ook kansen voor onze inwoners en ondernemers.

We zijn het in Twente niet altijd eens over de uitvoering van deze opgave, maar met dit document bieden we een basis om te verkennen hoe we vanuit een gezamenlijk belang ons toekomstig energiesysteem kunnen ontwerpen. Omdat we het belangrijk vinden om elkaar als RESpartners daarbij vast te houden, blijven we ons inzetten voor het versterken van de regionale samenwerking. We kunnen onze ambities namelijk alleen realiseren door samen te werken. We zijn er nog niet, maar met deze Energiestrategie Twente zetten we een belangrijke stap in de goede richting. Graag blijven we met u in gesprek en werken we samen aan de uitvoering van deze plannen. Namens de Regionale Energiestrategie Twente,

Harry Scholten Wethouder Hof van Twente Voorzitter RES-Twente

In de RES Twente werken energiecoöperaties, ambtenaren, en bestuurders van de 14 Twentse gemeenten al jaren samen aan opwek, opslag en levering van duurzame energie op eigen grond.

De Energiestrategie Twente is gerealiseerd in opdracht van de Twentse gemeenten, Waterschap Vechtstromen en provincie Overijssel in samenwerking met Enexis, Cogas en Coteq.

5

6

Inleiding Van RES 2.0 naar Energiestrategie Twente

nieuwe uitdagingen. Een regionale energiestrategie die niet enkel de focus legt op het opwekken van duurzame energie, maar zich vooral

Na het vaststellen van de RES 1.0 in juli 2021 is er door de RES-partners in

richt op voldoende aanvoer, leveringszekerheid en betaalbaarheid

Twente gewerkt aan het opstellen van een concept RES 2.0. Daarbij zijn

van energie. We willen daarom in Twente werken aan het vormgeven

veel afspraken uit de RES 1.0 voortvarend opgepakt en omgezet in acties.

van decentrale energiesystemen, met als doel om uiteindelijk minder

Er is vooruitgang geboekt in de uitwerking van afspraken over Twente als

afhankelijk te worden van de aanvoer van energie van elders, minder

warmteregio, lokaal eigendom en de Twentse Energie Agenda.

afhankelijk van de uitbouw van het transport- en distributienetwerk en van prijsschommelingen op de energiemarkt.

Met betrekking tot de afspraken over wind- en zonne-energie kwam een blijvend verschil van inzicht aan de oppervlakte tussen de RES-partners in

We richten ons op het verkennen van nieuwe strategische afspraken én van

Twente, met name over de invulling van de afspraak om te streven naar een

de mogelijkheden om tot gezamenlijke uitvoering van energiebeleid te komen.

verhouding 60% windenergie en 40% zonne-energie.

De budgetten die landelijk, via het Nationaal Programma RES (NPRES) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) beschikbaar worden

Dat verschil van inzicht heeft niet geleid tot aanpassing van de doelen voor

gesteld, zetten we in om tot gezamenlijke uitvoering van energiebeleid te

duurzame opwek uit de RES 1.0. In juli 2023 heeft de Provincie Overijssel de

komen. Daarnaast draagt elke gemeente bij in personele capaciteit, zoals

regie genomen op de invulling van het streven naar 60% windenergie door

reeds afgesproken in de startnota RES. Daarmee ontstaat er een gezamenlijk

het vaststellen van nieuw ruimtelijk beleid voor windenergie. In september

uitvoeringsprogramma dat gericht is op regionale beleidsdoelen. We spreken

2023 werd dit gevolgd door provinciale regie op het ruimtelijk beleid voor

daarom nu over een Energiestrategie Twente, waarmee we markeren dat er

zonnevelden, overigens als uitwerking van nieuw landelijk beleid voor

geen RES 2.0 meer komt.

zonnevelden. Over deze ingrepen van de Provincie Overijssel wordt door de RES-partners verschillend gedacht, maar de consequentie is wel glashelder: er kunnen geen besluiten meer worden genomen in de RES 2.0 over wind- en zonne-energie, omdat die besluiten immers al door de Provincie Overijssel zijn genomen. Als uitvloeisel van deze ontwikkelingen is de vraag aan de orde gekomen of er nog wel een RES 2.0 moet worden opgesteld en ook de vraag of het samenwerken in RES-verband nog nuttig is. De Twentse RES-partners vinden van wel, vanwege de volgende redenen: •

Omdat er waardevolle afspraken in de RES 1.0 staan waar we gezamenlijk invulling aan willen blijven geven: Twente als warmteregio, lokaal eigendom en de Twentse Energie Agenda. Bij deze onderwerpen is het belangrijk om in een volgende fase te verkennen hoe we de samenwerking het beste vorm kunnen geven.

•

Omdat er de afgelopen jaren vraagstukken op de RES-partners zijn afgekomen die een gemeentegrens-overschrijdende blik vereisen en die zo complex zijn dat het nuttig is gezamenlijk capaciteit en expertise te organiseren. Dan gaat het bijvoorbeeld om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en om de netcongestie-problematiek. Ook op deze onderwerpen is het van belang te verkennen hoe we in samenwerking meer slagkracht kunnen ontwikkelen.

•

Omdat de aard van het energievraagstuk anders is dan ten tijde van het opstellen van de RES 1.0. De aanvoer, leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie zijn -anders dan enkele jaren geledengeen vanzelfsprekendheden meer. Dat heeft enerzijds te maken met de sluiting van het gasveld in Groningen en gewijzigde geopolitieke verhoudingen, en anderzijds met de capaciteit van de transport- en distributienetwerken. Er zijn directe gevolgen voor Twentse bedrijven en voor de inwoners van Twente. Het is dan belangrijk om tot nieuwe strategische afspraken te komen die een antwoord vormen op deze

7

8

Samenvatting afspraken en leeswijzer •

De ruimtelijke invulling en uitvoering van de grootschalige opwek van elektriciteit uit wind en zon maken geen onderdeel meer uit van de afspraken die in RES-verband worden gemaakt. Wel blijft het regionale beleidsdoel van 1,5 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030 in stand en monitoren we in RES-verband de voortgang van wind- en zonne-energie in Twente.

•

We maken daarom geen RES 2.0, maar een Energiestrategie Twente. We willen breder en integraler naar het energievraagstuk in Twente kijken en ons bij het maken van regionale keuzes niet beperken tot alleen windenergie, zonne-energie en (boven)lokale warmtebronnen.

•

We maken daarom in 2025 en 2026 scenario’s voor het ontwikkelen van decentrale energiesystemen in Twente.

•

We herijken de samenwerkingsafspraken in RES-verband om een gelijkwaardige samenwerking in de toekomst zo goed mogelijk te borgen: »

Geen van de RES-partners voert regie op naleving of invulling van afspraken.

»

We maken geen regionale afspraken over onderwerpen waarop één van de RES-partners of de rijksoverheid regie claimt.

»

We richten ons niet op het afspreken van nieuwe beleidsdoelen, maar op het gezamenlijk ontwikkelen van instrumentaria voor uitvoering van energiebeleid. Alle RES-partners dragen bij aan het gezamenlijk ontwikkelen.

»

De RES-partners zijn niet op voorhand gebonden aan het resultaat van het gezamenlijk ontwikkelen, maar bepalen voor ieder resultaat afzonderlijk of zij dat overnemen.

•

We onderzoeken hoe we gezamenlijk en effectief tot uitvoering van energiebeleid kunnen komen op de thema’s:

•

»

Warmtetransitie

»

Netcongestie-oplossingen

»

Lokaal eigendom

We stellen daarvoor een uitvoeringsprogramma 2025/2026 vast.

In hoofdstuk 1 schetsen we het RES-proces en de doorstart naar een Energiestrategie Twente. In hoofdstuk 2 gaan we in op de reikwijdte van de Energiestrategie Twente, de herijking van samenwerkingsafspraken en op afspraken over de verkenning van een samenwerking. Hoofdstuk 3 is het uitvoeringsprogramma van de Energiestrategie Twente voor de jaren 2025 en 2026. In Bijlage A geven we weer welke stappen er de afgelopen jaren genomen zijn om invulling te geven aan de RES 1.0. Bijlage A is daarmee te beschouwen als een voortgangsrapportage en verantwoording van activiteiten. Bijlage B is een formele reactienota op de adviezen van het Inwonersforum en bijlage C een reactienota op de adviezen van de Meedenktank.

Energiecoöperatie IJskoud bestaat uit een groep boeren die biogas produceren en leveren door mest te vergisten, omdat zij hun bedrijfsvoering willen verduurzamen. Het initiatief is ontstaan via de stichting Energieneutraal Noord-Deurningen.

9

1. 10

1.

Het RES-proces

De Regionale Energie Strategieën zijn opgezet om invulling te geven aan

•

een (beperkt) deel van het Klimaatakkoord. De opgave die volgt uit het Nationaal Programma RES is om in 2030, met 30 RES regio’s gezamenlijk,

wind- en zonne-energie in 2030; •

zorg te dragen voor 35 TeraWattuur duurzaam opgewekte elektriciteit uit grootschalige wind- en zonne-energieprojecten op land. Het tweede deel van

Om in Twente 1,5 TWh hernieuwbare elektriciteit op te wekken met Daarbij te streven naar een energiemix met 60% windenergie en 40% zonne-energie;

•

Om Twente te positioneren als warmteregio, met als belangrijke

de opgave is om met een Regionale Structuur Warmte (RSW) bij te dragen

stappen:

aan de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Daar wordt mee bedoeld

» Samen te werken bij de ontwikkeling van een regionaal warmtenet

dat de RES-regio’s onderzoeken welke bovenlokale en lokale warmtebronnen

Twente;

beschikbaar zijn en hoe we die warmtebronnen kunnen benutten voor het

» Samen te werken bij het beschikbaar maken van biogas en

verwarmen van gebouwen.

groengas; •

Naast deze opgaven uit het NP RES, staat het de RES-regio’s uiteraard vrij om andere thema’s uit het energiedomein te betrekken bij het RES-proces, voor

Om minimaal 50% lokaal eigendom van alle duurzame energieprojecten als uitgangspunt te nemen;

•

zover die passen in het Klimaatakkoord en de periode tot 2030.

In de Twentse Energie Agenda samen te werken aan innovatieve ontwikkelingen, kennisopbouw en energie-gerelateerde arbeidsmarktvraagstukken.

De uitgangspunten van het RES-proces zijn: • •

Er is sprake van een gelijkwaardige samenwerking tussen decentrale

1.3

overheden: provincie, gemeenten en waterschappen.

De afgelopen periode is gewerkt aan een concept-RES Twente 2.0. Dit

Concept RES 2.0 en gang van zaken

De RES-partners zijn aan de regionale doelen gebonden door

document betrof een tussenrapportage voor NPRES. Een RES Twente 2.0

‘zelfbinding’. Daar wordt mee bedoeld dat gemeenteraden, Provinciale

was nodig om ruimtelijk invulling te geven aan de afgesproken doelen voor

Staten en Algemeen Bestuur van het waterschap de RES vaststellen,

windenergie en zonnevelden in Twente. In de RES 1.0 waren wel afspraken

zodat de RES-afspraken bindend worden als onderdeel van het eigen

gemaakt over het volume van duurzame elektriciteitsopwekking in Twente in

beleid van gemeenten, provincie of waterschap. Bij het vaststellen

2030, maar was niet bepaald in welke gemeente, op welke locaties en onder

van regionale doelen moet rekening worden gehouden met lokaal

welke condities dat mogelijk is.

draagvlak en de beschikbare energie-infrastructuur. Netbeheerders en •

1.1

maatschappelijke organisaties zijn daarom partners in het RES-proces.

In juli 2023 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel

Iedere twee jaar tot 2030 kunnen afspraken uit de RES 1.0 worden

nieuw voorgenomen windbeleid vastgesteld. Dat voorgenomen windbeleid

herzien of herijkt als daar goede redenen voor bestaan. Ook kunnen

is vervolgens uitgewerkt in het Provinciaal Programma Energiestrategie

(nieuwe) ruimtelijke kaders worden vastgesteld na de RES 1.0. In dat

en in Instructieregels in de Omgevingsverordening Overijssel. Voor

geval wordt een RES 2.0 of 3.0 gemaakt.

zonnevelden heeft het college van GS van Overijssel nieuw voorgenomen

RES als samenwerkingsverband

Naast een proces is de RES ook een samenwerkingsverband van decentrale

beleid vastgesteld in september 2023. Ook het ruimtelijk beleid voor zonnevelden is uitgewerkt in Instructieregels die onderdeel uitmaken van de Omgevingsverordening Overijssel.

overheden. In Twente werken in de RES 14 gemeenten, de Provincie Overijssel en Waterschap Vechtstromen samen, aangevuld met de netbeheerders

De gang van zaken heeft tot gevolg dat de ruimtelijke kaders voor wind- en

Enexis en Cogas/ Coteq. De landelijke netbeheerders (TenneT en Gasunie)

zonne-energie in Twente geen onderdeel meer uitmaken van het RES-proces.

en maatschappelijke organisaties zijn wel betrokken, maar staan iets meer

De ruimtelijke kaders zijn vastgesteld door de Provincie Overijssel en niet

op afstand. Veiligheidsregio Twente is als organisatie ook betrokken in het

op basis van onderlinge afspraken in RES-verband. Daarmee vervalt de

kader van een veilige energietransitie. Het samenwerkingsverband van

grondslag voor de RES 2.0 zoals we ons die hadden voorgenomen (ruimtelijke

decentrale overheden kan ook worden benut voor andere opgaven dan die

invulling van de regionale beleidsdoelen voor zon en wind).

op dit moment in het NP RES zijn opgenomen. Nu de RES-doelen voor 2030 bepaald zijn, is een mogelijke volgende stap om in gezamenlijkheid uitvoering

1.4

te geven aan deze doelen. Veel RES-regio’s doen dat al en ook in Twente is

Niet alle RES-partners kijken op dezelfde wijze naar de provinciale

het zinvol om de rol en positie van de RES-samenwerking bij uitvoering van

regie op windenergie en zonnevelden. Een aantal RES-partners ziet de

beleid te verkennen.

provinciale regie op windenergie en zonnevelden als een inbreuk op de

1.2

RES Twente 1.0

Energiestrategie Twente

uitgangspunten van het RES-proces. Dat heeft bij een aantal Twentse RES-partners het vertrouwen in het RES-proces ondermijnd. Er zijn nieuwe

De RES Twente 1.0 is in juli 2021 door vrijwel alle RES-partners1 vastgesteld .

samenwerkingsafspraken nodig om in de toekomst constructief samen te

In de RES Twente 1.0 zijn de volgende afspraken gemaakt:

werken op klimaat- en energiethema’s. Echter, een aantal gemeenten heeft

1 De gemeente Rijssen-Holten heeft de RES Twente 1.0 niet vastgesteld.

11

goede afspraken kunnen maken binnen de nieuwe ruimtelijke kaders.

•

De opslag van duurzame energie, daar waar vraag en aanbod bij

Verder is het de afgelopen jaren helder geworden dat het geen goed idee

elkaar komen, vermindert het transport van energie en voorkomt

is om eenzijdig naar elektriciteitsopwekking uit wind en zon te kijken, of

overbelasting van het net. Dit vraagt om regionale en lokale regie.

eenzijdig naar de mogelijkheden voor bovenlokale warmteprojecten. Alleen al de congestieproblematiek maakt duidelijk dat een bredere, systemische

1.5

Status Energiestrategie Twente

benadering nodig is om als regio tot een effectieve strategie te komen. Zo

We zien de Energiestrategie Twente als een uitvoeringsprogramma

zien we bij het vraagstuk van netcapaciteit een sterke wisselwerking tussen

van de beleidsdoelen en om scenario’s te ontwikkelen voor de Twentse

elektriciteit, warmte en hernieuwbaar gas. Ook zien we dat disbalans in vraag

energieopgave na 2030. Aan de RES-partners wordt gevraagd om de

en aanbod van energie directe gevolgen heeft voor andere beleidsterreinen:

uitgangspunten van het programma te onderschrijven én de bereidheid te

de lokale economische ontwikkeling, het sociaal-economische domein, de

verankeren om in een uitvoeringsprogramma samen te werken.

woningbouwopgave, het vestigingsklimaat. We willen strategisch nadenken over oplossingen die impact hebben op het totale energiesysteem in Twente

De Energiestrategie Twente bevat geen concrete afspraken die vertaald

en daar horen nieuwe afspraken bij over de reikwijdte van onze gezamenlijke

moeten worden naar een Omgevingsplan. Om die reden is een plan-MER

energiestrategie.

niet nodig voor de Energiestrategie Twente en is het ook niet zinvol dit document ter inzage te leggen. We volstaan met vaststelling door colleges,

De Regionale Energie Strategie is daarnaast in ander vaarwater gekomen.

Gedeputeerde Staten en Algemeen bestuur van Waterschap Vechtstromen.

Ook nu de grootschalige opwek van elektriciteit uit wind en zon niet meer in RES-verband wordt uitgewerkt, willen we invulling geven aan

Aan de netbeheerders -Enexis en Cogas/ Coteq- wordt nadrukkelijk

de overige ambities uit de RES 1.0. Dan gaat het niet meer om sturen op

gevraagd zich als partner aan de Energiestrategie Twente te verbinden.

harde kwantitatieve doelen, maar om het zoeken naar een effectieve

De netbeheerders zijn een gewaardeerde en noodzakelijke partner in de

krachtenbundeling op de onderwerpen 1) warmtetransitie, 2) energie-

uitvoering van de afspraken uit de RES 1.0. Om die reden worden zij verzocht

infrastructuur, 3) lokaal eigendom, 4) kennisopbouw en 5) innovatie. Ook daar

in te stemmen met de Energiestrategie Twente.

horen nieuwe (samenwerkings)afspraken bij. Met dit document ‘Energiestrategie Twente’ geven wij invulling aan deze nieuwe samenwerkingsafspraken. Uiteraard werken we binnen het kader van het NP RES, maar we kijken breder dan voorheen naar de opgave die er ligt in Twente voor de energietransitie. We maken afspraken over uitvoering van beleid en leggen elkaar geen beleidsdoelen op. We spreken daarvoor duidelijke uitgangspunten van samenwerking af. De regionale samenwerking in de EST heeft meerwaarde, omdat: •

Het is effectief en efficiënt om gezamenlijke capaciteit en expertise te organiseren. De energietransitie vraagt om veel inzet van gemeenten, provincie, waterschap en alle lokale en regionale partijen. Het Rijk richt zich op het regionale schaalniveau om hier via de RES-samenwerking invulling aan te geven. De financieringsstromen zijn daarop afgestemd.

•

Bij het energiesysteem van de toekomst wordt de opwek van duurzame energie en het verbruik ervan veel meer lokaal en regionaal aan elkaar gekoppeld (decentraal). Dit is complex, gaat over gemeentegrenzen heen en vraagt om regie en regionale samenwerking.

•

Het is belangrijk om in onderling overleg te bepalen hoe we de lokaal opgewekte energie lokaal of regionaal gebruiken, ondanks dat de uitwerking van de afspraken over windturbines en zonnevelden geen onderdeel meer uitmaken van de EST. Vooral gemeenten met een hoog verbruik en weinig opwekpotentieel kunnen dit niet alleen organiseren. Daarvoor is het regionale schaalniveau nodig.

•

Lokaal eigenaarschap en zeggenschap over de energievoorziening draagt bij aan de betaalbaarheid, energiezekerheid en acceptatie. Energiecoöperaties hebben daarvoor financiering en expertise nodig. Regionaal werken zij samen om kosten en risico’s te delen. Daarbij zoeken zij de samenwerking met de RES Twente om hiervoor regionaal uniforme kaders te ontwikkelen om de positie van lokale coöperaties te

12

versterken.

Er zijn nieuwe samenwerkingsafspraken nodig om in de toekomst constructief samen te werken op klimaat- en energiethema’s.”

Bron afbeelding: Geraadpleegd op 4 september 2024, van nieuweenergieoverijssel.nl/werkplaats

13

2. 2.

Afspraken Energiestrategie

2.2

Samenwerkingsafspraken

Twente

Het is belangrijk om als RES-partners naar elkaar uit te spreken dat de

2.1

toekomst gezamenlijk regionale afspraken maken, de afzonderlijke RES-

Reikwijdte en opgave

samenwerking in de toekomst ook daadwerkelijk een gelijkwaardige samenwerking is. Dat betekent concreet dat, als de RES-partners in de

Op dit moment is de uitbouw van de energie-infrastructuur een grote

partners ook zelf verantwoordelijk zijn voor naleving en (ruimtelijke) invulling

bottleneck in de energietransitie. Het gaat al geruime tijd niet meer om de

van deze afspraken. We gaan uit van het principe van zelfbinding en daarmee

beschikbaarheid van voldoende hernieuwbare opwekcapaciteit, maar om de

ook van de eigen verantwoordelijkheid van RES-partners voor naleving en

vraag hoe we de beschikbare energie op het juiste moment bij energievragers

invulling van gemaakte afspraken. Met het begrip zelfbinding wordt bedoeld

kunnen krijgen tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten.

dat regionale afspraken door de afzonderlijke gemeenten, de Provincie en het Waterschap worden vastgesteld als onderdeel van het eigen beleid. Regie van

Een (sub)regionale afstemming van de vraag en het aanbod van

één van de RES-partners op naleving en invulling van regionale afspraken

energie, in de vorm van decentrale energiesystemen, kan de druk op de

is daarbij niet aan de orde. Het is de taak van gemeenteraden, Provinciale

energie-infrastructuur verminderen. De noodzaak om aan decentrale

Staten en AB van het Waterschap om te bewaken dat de afspraken worden

energiesystemen te werken wordt onderbouwd in het Nationaal Plan

nageleefd en ingevuld.

Energietransitie (NPE). Decentrale energiesystemen zijn in het NPE een belangrijk element voor het bereiken van een CO 2-vrije energievoorziening in

We gaan in RES-verband als ‘coalition of the willing’ met elkaar

2050.

samenwerken, maar niet vrijblijvend. Het samenwerken als ‘coalition of the willing’ betekent concreet dat we elkaar geen beleidsdoelen opleggen, maar

Het is nodig om decentrale energiesystemen op (sub)regionale schaal te

gezamenlijk ‘producten’ ontwikkelen. Een product kan bijvoorbeeld een

ontwikkelen, omdat het energiesysteem per definitie gemeentegrenzen

regionale visie zijn, gezamenlijk beleid, een project, beleidsinstrumentarium,

overschrijdt. Het gaat er bij een decentraal energiesysteem om het systeem,

een uitvoeringsorganisatie, een communicatiestrategie, een lobby-traject,

met al haar onderlinge afhankelijkheden, zo in te richten dat er op regionale

et cetera. De RES-partners maken uiteindelijk zelf de keuze of ze een

(of sub-regionale) schaal een zo goed mogelijke balans ontstaat tussen

gezamenlijk ontwikkeld ‘product’ overnemen, of niet. Het gezamenlijk

vraag en aanbod van energie. Dit uiteraard met aandacht voor een veilige

ontwikkelen betekent niet dat partners ook op voorhand aan het resultaat

en fijne leefomgeving. Zo vormen zich als het ware ‘energie-eilanden’.

daarvan gebonden zijn.

De ontwikkeling van veerkrachtige decentrale energiesystemen maakt ons minder afhankelijk van (het tempo van) de uitbouw van de energie-

Met niet vrijblijvend bedoelen we het uitgangspunt dat alle

infrastructuur, van de aanvoer van energie van elders en van beleidskeuzes

samenwerkingspartners bijdragen aan het gezamenlijk ontwikkelen door

die op nationaal niveau worden gemaakt. Om strategische keuzes te maken

naar vermogen menskracht en middelen in te zetten. De concrete bijdrage

worden alle elementen van het energiesysteem in ogenschouw genomen. De

van alle partners wordt jaarlijks in een jaarplan afgesproken. Vanaf 2025

karakteristieken en mogelijkheden van de regio bepalen de inrichting van het

wordt een jaarplan en begroting voor uitvoering van de Energiestrategie

energiesysteem.

Twente vastgesteld in het Opdrachtgeversoverleg.

We spreken in de Energiestrategie Twente daarom af om de komende

Voor een goedwerkende samenwerking is het noodzakelijk dat bij alle

twee jaar scenario’s te ontwikkelen voor de vormgeving van decentrale

partners duidelijk is over welke thema’s de samenwerking gaat en zo mogelijk

energiesystemen in Twente. Deze scenario’s laten zien hoe vraag en

ook waar de samenwerking niet over gaat. Onder paragraaf 3.1 staat op

aanbod van elektriciteit, warmte, hernieuwbaar gas en biobrandstof in

welke thema’s de regionale samenwerking bij uitvoering van RES-afspraken

Twente optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd, voorzien van een

wordt verkend. Daarnaast zijn er voor de uitvoering afspraken nodig over de

overzicht van de beleidskeuzes die voor realisatie van de scenario’s nodig

rollen, taken en verantwoordelijkheden van de partners. De voorgenomen

zijn. We sluiten bij het ontwikkelen van de scenario’s aan bij de pMIEK en de

verkenningen moeten daarover duidelijkheid gaan bieden.

Energievisie die onder verantwoordelijkheid van de Provincie Overijssel zijn opgesteld en vastgesteld. Dat betekent concreet dat we -waar mogelijk- op

2.3

basis van de provinciale Energievisie scenario’s voor Twente uitwerken en dat

Bij een aantal onderwerpen uit de EST is het aan de orde om gezamenlijk

Samenwerking bij uitvoeringsvraagstukken

we ervoor zorgdragen dat er geen tegenstrijdigheden tussen de Energievisie

organisatie- en slagkracht te ontwikkelen. Hoe we dat doen, met welke

en de Twentse scenario’s ontstaan.

RES-partners en in welke structuur we dat willen gieten, is geen uitgemaakte zaak. We willen daarom onderzoeken of de RES-partners kennis en capaciteit

Deze aanpak sluit aan bij de op 19 december 2024 vastgestelde

kunnen bundelen in Twente, en zo ja, in welke vorm dat kan. De drie

Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda Energiesysteem, die moet leiden tot

onderwerpen staan hieronder beschreven:

nieuwe interbestuurlijke afspraken over de energietransitie voor de periode 2030-2050. Deze agenda is vastgesteld op landelijk niveau door het Rijk, IPO,

Warmtetransitie in de gebouwde omgeving

VNG en netwerkbeheerders.

Op dit moment is de benodigde kennis en capaciteit verspreid over de 16

14

RES-partners en de stakeholders, waarbij de vraag zich opdringt of dat

gezamenlijk niet efficiënter te organiseren is. Collectieve warmtesystemen

afdwingbaarheid van lokaal eigendom. Een interdepartementale werkgroep

vallen deels binnen het domein van het Nationaal Programma Regionale

is bezig om te beoordelen hoe de amendementen en moties zich verhouden

Energiestrategie (NPRES) en deels binnen het domein van het Nationaal

tot de Omgevingswet. We wachten het resultaat daarvan af en zullen de

Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Ook dat is niet efficiënt. De

handreiking Lokaal Eigendom die onderdeel uitmaakt van de RES 1.0, daarop

Warmtewet vraagt verder om publieke marktordening en rolneming van

actualiseren.

publieke partijen, waarbij het mogelijk waardevol is die rolneming in regionaal verband vorm te geven. We willen daarom verkennen of een gezamenlijke organisatie voor de warmtetransitie in Twente tot de mogelijkheden behoort, en zo ja, in welke vorm dat kan. Uiteraard nemen we de initiatieven, die verschillende RES-Partners en de Twente Board al genomen hebben, mee in deze verkenning.

Netcongestie-oplossingen Inmiddels is de omvang van de netcongestieproblematiek overal zichtbaar: de vraag wat (decentrale) overheden zelf kunnen doen om oplossingen te ontwikkelen voor netcongestie is urgent. Het belemmert immers de voortgang op tal van belangrijke opgaven zoals de woningbouwopgave, maar ook de verduurzaming van de bedrijven, de mobiliteit en de gebouwde omgeving. Er zijn geen eenvoudige oplossingen; het gaat vaak om het ontwikkelen van complexe, kostbare en tijdrovende projecten, zoals energy hubs, elektriciteitsopslag, vraagsturing, conversie van elektriciteit. We willen onderzoeken hoe de RES-partners efficiënt kunnen samenwerken bij het ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie. Uiteraard nemen we de initiatieven, die verschillende RES-partners al genomen hebben, mee in deze verkenning. We zoeken hierbij aansluiting bij de Twente Board om samen te werken met het regionale bedrijfsleven. Ook verkennen we hier de eventuele meerwaarde en kansen van grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland, met name waar het gaat om de energie-infrastructuur voor waterstof.

Lokaal eigendom De afgelopen jaren is het in RES-verband vooral gegaan over verankering van lokaal eigendom in het beleid van (decentrale) overheden. In een volgende fase is het van belang ervoor zorg te dragen dat lokaal eigendom zowel bij elektriciteit als bij warmteprojecten ook daadwerkelijk van de grond komt. Om als ontwikkelaar of mede-ontwikkelaar op te treden moeten bewonersgroepen de beschikking hebben over eigen vermogen, financieringsinstrumentarium, ontwikkelexpertise en -ervaring. Het uitgangspunt daarbij is dat een samenwerkingsverband van lokale energieinitiatieven en (decentrale) overheden de beste garanties biedt dat de benodigde expertise en financiering structureel beschikbaar blijft. We willen verkennen of een dergelijk samenwerkingsverband tot de mogelijkheden behoort, en zo ja, in welke vorm dan. Uiteraard nemen we de initiatieven die verschillende RES-partners, de Lokale Energie Initiatieven-Twente (LEI-T) en Energie Coöperatie Overijssel (ECO) al genomen hebben mee in deze verkenning. Ook de Energiewet kan mogelijkheden bieden tot een betere juridische

15

3. 16

3.

Uitvoeringsprogramma 2025-2026

Het uitvoeringsprogramma heeft betrekking op 2025 en 2026. Het uitvoeringsprogramma bevat per thema een aantal acties, die volgen uit de Energiestrategie Twente. Wij gaan deze acties de komende twee jaar uitvoeren, beginnende met verkenningen om tot doelrealisatie te komen. De voortgang van deze acties rapporteert RES Twente jaarlijks aan het NP RES. Met de resultaten uit deze acties kunnen we eind 2026 het programma actualiseren en – desgewenst – een Energiestrategie 2.0 opstellen. De in het programma opgenomen actiepunten kunnen in werkgroepen worden uitgevoerd. Met de middelen die door het NPRES beschikbaar zijn gesteld, kunnen we de trekkers van deze werkgroepen bekostigen. Daarnaast heeft het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld om de inzet van gemeenten op het onderwerp energie-infrastructuur te borgen. Alle partners dragen bij aan de uitvoering en zetten daarvoor personele capaciteit in, zoals reeds afgesproken in de startnota RES. Voor het versterken van de Regionale Structuur Warmte en het versnellen van de lokale warmtetransitie zijn er vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) middelen beschikbaar gesteld voor het inhuren van externe expertise. De organisatie van het uitvoeringsprogramma, inclusief ambtelijke capaciteit, de aanstelling van (interne en externe) trekkers en de bekostiging daarvan, wordt weergegeven in een jaarplan.

Dit jaarplan leggen we voor aan het Opdrachtgeversoverleg. In het uitvoeringprogramma verkennen wij de samenwerking met de Lokale Energie Initiatieven Twente (LEI-T). Wij vinden het belangrijk om de LEI-T nauw te betrekken.

3.1

Acties die volgen uit de Energiestrategie Twente Actie 1

Scenario-ontwikkeling decentrale energiesystemen

Planning:

1-6-2025 tot 31-1-2026

Trekker:

Inhuur procesbegeleider

Aanpak:

•

Opstellen systeemstudie, op basis van pMIEK Overijssel en Energievisie Overijssel en inventarisatie ontwikkelingen Twente.

•

Opstellen Twentse scenario’s voor optimale afstemming van vraag en aanbod van energie in de periode 2030-2050.

•

Overzicht van beleidskeuzes per scenario.

Actie 2

Verkenning organisatie warmtetransitie in brede zin

Planning:

1-6-2025 tot 1-10-2026

Trekker:

Onafhankelijk verkenner

Aanpak:

•

Inventariseren wensen en uitgangspunten RES-partners, leidend tot een nota van uitgangspunten.

•

Opstellen overzicht van projecten en voornemens RES-partners.

•

Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor uitvoering warmtetransitie.

•

Werkbezoek goede voorbeelden samenwerking bij warmtetransitie.

•

Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten.

•

Bestuurlijke werksessie.

•

(Eventueel leidend tot) opstellen intentieverklaring.

17

Actie 3

Verkenning organisatie netcongestie-oplossingen

Planning:

1-6-2025 tot 1-10-2026

Trekker:

Werkgroep netwerk

Aanpak:

•

Advies netbeheerders en programmateam Energy Board voor concrete netcongestie-projecten in Twente. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de werksporen binnen de Energy Board en zullen activiteiten zich vooral richten op werkspoor Beter Benutten.

•

Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor uitvoering projecten en voornemens.

•

Inventariseren bestaande projecten in de regio en deze -waar nodig- verder faciliteren.

•

Aansluiten bij de Twente Board om het regionale bedrijfsleven te betrekken bij het ontwikkelen van (innovatieve) oplossingen voor netcongestie.

•

Onderzoek naar de rol en bijdrage van opslagsystemen op straat-, buurt- en/of wijkniveau.

•

Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten.

•

Het opbouwen en delen van relevante kennis en ervaring, door onder andere het organiseren van bestuurlijke en ambtelijke werksessies en werkbezoeken, eventueel leidend tot het opstellen van een intentieverklaring.

Actie 4

Verkenning organisatie lokaal eigendom

Planning:

1-1-2025 tot 1-6-2025

Trekker:

Onafhankelijk verkenner

Aanpak:

•

Inventariseren wensen en uitgangspunten ECO en LEI-T.

•

Inventariseren wensen en uitgangspunten RES-partners.

•

Opstellen overzicht van benodigde expertise, personele capaciteit en budget voor ontwikkeling lokaal eigendom bij wind- en

•

Opstellen overzicht mogelijke organisatievarianten.

•

Bestuurlijke werksessie, eventueel leidend tot het opstellen van een intentieverklaring.

zonneprojecten in Twente.

3.2

Acties die volgen uit de RES Twente

Twente als warmteregio: Actie 5

Verdiepende verkenning Regionaal Warmtenet (RWT)

Planning:

September 2024 – juni 2026

Trekker:

De coalitie van gemeenten Enschede, Hengelo, Borne en Cogas en Twence, aangevuld met gemeenten die in de toekomst op het RWT kunnen aansluiten. Coördinator RSW zorgt voor de regionale verbinding met de Energiestrategie Twente.

Aanpak:

•

Gemeenten Enschede, Hengelo en Borne stellen een koersdocument op, waarin zij de keuzemogelijkheden voor de regionale

•

Een schetsontwerp opstellen voor de regionale warmte-infrastructuur.

•

Een verkenning hoe publieke marktordening bij het regionaal warmtenet kan worden vormgegeven.

•

Opstellen van een financieringsplan voor het regionale warmtenet, waarbij de RES-partners hun wensen kunnen meegeven voor

•

De gemeenten Enschede, Hengelo en Borne maken het mogelijk dat de organisaties die interesse hebben in het oprichten van

•

De opgedane kennis van warmtenet-projecten en beschikbare subsidies delen met andere Twentse gemeenten.

•

De lessen van de opgedane kennis over (kleine) warmtegemeenschappen, benutten bij grotere warmteprojecten (RWT).

ontwikkeling van collectieve warmtevoorzieningen in kaart brengen.

besluitvorming door een (nog op te richten) Regionaal Warmtebedrijf. een Regionaal Warmtebedrijf voor Twente kunnen aanhaken. De Wet Collectieve Warmte (WCW) zal hiervoor de basis zijn.

18

Actie 6

Versnellen realisatie warmtenetten

Planning:

September 2024 – januari 2026

Trekker:

Inhuur expertise (SPUK NPLW)

Aanpak:

•

Verkennen waar duurzame bronnen ingezet kunnen worden bij Twentse gemeenten die warmtenetten willen inzetten als alternatief voor aardgas. Gemeenten in Twente met plannen voor collectieve warmte-oplossingen verkennen samen de mogelijkheden met de inzet van expertise met kennis van de branche.

•

Een bronnenstrategie die zowel lokale als bovenlokale warmtebronnen in kaart brengt als basis van de verkenning.

•

Onderzoeken hoe publieke marktordening kan worden vorm gegeven en hoe gemeenten hierin samen kunnen werken.

•

Een analyse van kansen en obstakels als basis voor het opstellen van een plan van aanpak voor oprichting van een (lokaal/ regionaal) warmtebedrijf.

Actie 7

Versnellen productie biogas en groengas

Planning:

September 2024 – januari 2026

Trekker:

Inhuur coördinator mestvergisting (SPUK NPLW).

Aanpak:

•

Verkennen hoe de landelijke handreiking Vergunningverlening voor Biogasinstallaties kan worden verankerd in lokaal beleid.

•

Via een plan-m.e.r. de meest kansrijke locaties voor centrale mestvergistingsinstallaties in kaart brengen.

•

Verkennen welke overige biomassa-bronnen, die lokaal beschikbaar zijn, vergist kunnen worden.

•

Verkennen hoe installaties die nodig zijn om biogas op te werken naar groengas, gerealiseerd kunnen worden en van elektriciteit

•

Het vormgeven van een biogas/groengas-coalitie en een intentieovereenkomst opstellen voor samenwerking met gemeenten

voorzien kunnen worden (i.v.m. netcongestie). Dinkelland, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Tubbergen, Twenterand, Wierden, Hellendoorn, Haaksbergen, Rijssen-Holten, netbeheerder Cogas en Twence en partners die later willen aanhaken. •

De coalitie verkent hoe de opgewekte biogas/groengas ingezet kan worden in gemeenten met een lagere bebouwingsdichtheid en relatief groot opwekpotentieel.

•

Bijeenkomsten organiseren en werkbezoeken ‘Best Practices’.

Actie 8

Opstellen bronnenstrategie

Planning:

September 2024 – januari 2026

Trekker:

Coördinator RSW, in samenwerking met werkgroep RSW (NPLW)

Aanpak

Inzicht geven in: •

De huidige en toekomstige lokale en bovenlokale warmtebronnen

•

De infrastructuur die nodig is om deze bronnen te benutten

•

De omvang van de gebieden waar de geïnventariseerde warmtebronnen ingezet kunnen worden

•

De maatschappelijke kosten van collectieve warmtevoorzieningen, afgezet tegen de maatschappelijke kosten van elektrische

•

De aanpassingen die nodig zijn in de woningen om deze bronnen te benutten, waarbij de energetische en economische balans

warmtevoorzieningen (inclusief duurzame elektriciteitsopwekking en de benodigde verzwaring van de elektrische infrastructuur) wordt gezocht tussen isoleren en aanpassen van het afgiftesysteem

Actie 9

Kennisopbouw lokale warmtegemeenschappen

Planning:

September 2024 – september 2026

Trekker:

Inhuur coördinator samen met werkgroep Warmtegemeenschappen

Aanpak:

•

Een krachtenveld- en stakeholders-analyse opstellen om in kaart te brengen wat er nodig is om warmtegemeenschappen in

•

Plan van aanpak opstellen om warmtegemeenschappen te stimuleren en faciliteren, samen met Twentse gemeenten.

•

Bijeenkomsten organiseren en werkbezoeken ‘Best Practices’.

Twente op te zetten, of andere vormen van lokaal eigenaarschap vorm te geven bij warmte.

19

Netwerk: Actie 10

Samenwerken netcongestie-oplossingen

Planning:

1-1-2025 tot 1-10-2026

Trekker:

Werkgroep netwerk

Aanpak:

•

Programmering en prioritering; zowel via de betrokkenheid van de RES in de Energy Board, als bij prioritering in de buurtaanpakken.

•

Het leveren van inbreng in de Energy Board en de werksporen die daaronder vallen.

•

Ontwikkelen van oplossingen voor netcongestie.

•

Anticiperen op de ruimtevraag van netbeheerders.

•

Het managen van het energieverbruik door samen te werken binnen energyhubs.

Actie 11

Ondersteuning kennisopbouw gemeenten over windprojecten

Planning:

1-1-2025 – 31-12-2026

Trekker:

Coördinatieteam RES

Aanpak:

Het delen van kennis en ervaring over landelijke en regionale ontwikkelingen rond windbeleid, en windprojecten in de regio. Door het organiseren van kennissessies op de Energiewerkplaats en het inrichten van een intervisiegroep van bij windprojecten betrokken ambtenaren.

Toelichting:

Er loopt reeds een aantal projecten voor de realisatie van windturbines in de regio en dit aantal zal de komende periode nog verder toenemen. Dit zijn voor de meeste gemeenten nieuwe projecten, waar nog weinig kennis en ervaring mee is. Omdat er ook op landelijk en provinciaal nieuwe ontwikkelingen rond windbeleid spelen – zoals bijvoorbeeld de nieuwe landelijke milieunormen-, is het van belang om het kennisniveau actueel te houden en ervaringen te delen. Hier trekken we als gemeenten samen in op.

Actie 12

Ondersteuning zonne-energieprojecten zonder aansluiting

Planning:

Start 1 januari 2025

Trekker:

Coördinator werkgroep Netwerk

Aanpak:

Delen van kennis en ervaring over lopende projecten, inventariseren kansen bij gemeenten, advisering bij het opzetten van projecten in gemeenten.

Toelichting:

Het realiseren van zonneprojecten is complexer dan voorheen. Dit omdat het -vanwege netcongestie- meestal niet mogelijk is om zelf opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet terug te leveren. Opwek in combinatie met eigen gebruik (eventueel in combinatie met opslag) is wel mogelijk en biedt goede kansen voor bedrijven die een extra elektriciteitsvraag hebben. Op aanvraag bestaat de mogelijkheid RES-partners te adviseren over de realisatie van zonne-energieprojecten zonder teruglevering.

Actie 13

Onderzoek noodzaak en wenselijkheid plan van aanpak “netcongestie-aardgasnet”

Planning:

Start zomer 2025

Trekker:

Coördinator werkgroep Netwerk

Aanpak:

We gaan samen met de netwerkbeheerders onderzoeken of, en zo ja wanneer, er gasnetwerk-congestie kan ontstaan en maken zo nodig een plan van aanpak voor het tegengaan hiervan.

Toelichting:

Door afname van de vraag naar aardgas en de toename van lokale opwek en invoeding van groengas, bestaat de mogelijkheid dat ook op het aardgasnet congestie gaat ontstaan.

20

Twentse Energie Agenda: Actie 14

Ontwikkelen learning communities

Planning:

1-1-2025 tot 31-12-2026

Trekker:

Coördinator werkgroep Twentse Energie Agenda

Aanpak:

Met het project Power Up! (samenwerkingsproject met Saxion, UT, ROC) worden learning communities gevormd voor kennisopbouw rondom innovatieve technieken en processen: •

Inventariseren kennisbehoefte RES-partners.

•

Afspraken met projectleiding Power Up! over de structuur en onderwerpen van de learning communities en de wijze waarop

•

Afstemming met Werkplaatsen.

kennisopbouw plaatsvindt.

21

A Bijlage A

Voortgang uitvoering RES Twente 1.0

Bijlage A Voortgang Uitvoering RES Twente 1.0 22

23

A1. Voortgang grootschalige opwek hernieuwbare elektriciteit In de RES Twente 1.0 hebben we afgesproken om in 2030 jaarlijks de productie van minimaal 1,5 TWh elektriciteit door windturbines en

A1.2

Gerealiseerde opwek

zonnepanelen mogelijk te maken. Daarbij is ook afgesproken om te streven

Wind

naar een energiemix waarbij 40% (600 GWh) van de elektriciteit wordt

Op dit moment zijn er nog geen vergunningen voor windturbines verleend.

opgewekt met zonnepanelen en 60% (900 GWh) met windturbines. In dit

Wel is een aantal reeds eerder ingediende principeverzoeken, voor in totaal

hoofdstuk geven we aan wat de stand van zaken is rond de grootschalige

16 – 20 turbines, in behandeling genomen:

opwek van elektriciteit met wind en zon in Twente. We rapporteren, maar

•

Windpark de Lutte

maken in RES-verband geen afspraken over wind- en zonne-energie meer.

•

Windpark Oude Buurserdijk

•

Wind voor Buren

•

Energiepark Daarle

•

Windpark Langeveen

A1.1

Provinciaal wind- en zonbeleid

Met het vaststellen van het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) en de aangepaste Omgevingsverordening Overijssel, heeft de Provincie Overijssel

Eind 2024 zijn in een aantal gemeenten gebieden opengesteld voor

haar ruimtelijk beleid rond opwek middels zon en wind recentelijk aangepast2.

het indienen van nieuwe initiatieven voor windturbines. Dit conform de

Zon Met het aangescherpte zonnebeleid focust de Provincie op de realisatie

programmeringsafspraken. Ook de initiatieven die onlangs ingediend zijn, maar nog niet in behandeling genomen, kunnen opnieuw worden ingediend om mee te dingen in de planologische medewerking.

van zonne-installaties in de gebouwde omgeving: op daken en boven parkeerplaatsen bijvoorbeeld. De aanleg van nieuwe, grote zonnevelden

Of en wanneer de opwek van maximaal 955 GWh, zoals belegd in de

op landbouw- of natuurgrond is in principe niet meer mogelijk. Kleine

programmeringsafspraken, gerealiseerd wordt, is vooral afhankelijk van het

zonnevelden aan de stadsrand of op een agrarisch erf zijn nog wel mogelijk.

aantal initiatieven dat ingediend wordt, of deze vergund kunnen worden en

Ook langs infrastructuur -de snelwegen en zogenaamde N-wegen- blijft

of er een aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is. De RES-partners

ruimte voor zonne-installaties. Principeverzoeken voor zonneveld-

hebben hier beperkte tot geen invloed op.

initiatieven waarop gemeenten vóór de publicatiedatum van het nieuwe beleid (12 oktober 2023) een positief besluit namen, vallen onder een

Zon

overgangsregeling. Voorwaarde hierbij is dat deze initiatieven voor 2030

In de afgelopen jaren is er een forse toename van de opwek met

gerealiseerd moeten zijn.

zonnepanelen geweest. In onderstaande tabel wordt de toename van opwek

Wind

van zon in GWh weergegeven (zie hiervoor ook de RES-monitor).

In het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) zijn de provinciale voorkeursgebieden voor windturbines vastgelegd. Evenals de clustereis voor realisatie van windparken buiten deze voorkeursgebieden. Ook is er een

1-12-2020 Zon op dak (>15

111,2

178,4

182,3

201,5

Zon op veld

55,9

102

172

172,6

184,6

Twence

19,4

18,9

18,9

18,9

18,9

Totaal

156,6

233,3

369,3

373,9

405,1

Mwp)

In de zogenoemde programmeringsafspraken zijn met gemeenten afspraken gebieden worden opengesteld voor het indienen van initiatieven. Voor gemeenten die geen programmeringsafspraken hebben gemaakt heeft de Provincie een maximum aan opwek met windturbines vastgesteld. De programmeringsafspraken worden – indien nodig- elke twee jaar herzien. Uitvoering van deze programmeringsafspraken is geen RES-aangelegenheid,

1-6-2024

81,2

verdeling van de opwek middels wind over de gemeenten overeengekomen. gemaakt over de maximale opwek per gemeente en de termijnen waarop

1-12-2021 1-6-2022 1-6-2023

450

300

maar een kwestie tussen beide ‘contractanten’: gemeente en Provincie. De vraag hoe programmeringsafspraken zich verhouden tot gemeentelijke

150

biedingen, is een vraag die op gemeentelijk niveau zal moeten worden behandeld. De Twentse beleidsdoelen voor wind- en zonne-energie liggen vast in de RES 1.0 en blijven van kracht tot 2030 (tenzij partners gezamenlijk besluiten de RES 1.0 te wijzigen). Samenvattend zijn de ruimtelijke invulling

0

1-12-2020 Twence

1-12-2021 Zon op veld

1-6-2022

1-6-2023 Zon op dak (>15 Mwp)

Totaal

en de uitvoering van de regionale beleidsdoelen windenergie en zonnevelden

Naast de al gerealiseerde opwek zijn er ook ongeveer 170 GWh aan

dus geen RES-aangelegenheid meer.

zogenaamde pijplijnprojecten voor zonneprojecten. Dit zijn initiatieven die bij gemeenten aangemeld zijn, maar de procedure tot vergunningverlening

24 2

Zie omgevingsverordening, vastgesteld op 9 oktober 2024.

nog niet hebben doorlopen. Hoeveel van deze pijplijnprojecten na de

•

Het faciliteren van het versneld realiseren van netverzwaring:

aanscherping van het provinciale beleid doorgang kunnen vinden, is geen

het zoeken en beschikbaar stellen van locaties voor het plaatsen

onderdeel meer van de Energiestrategie Twente.

van transformatorstations en een efficiënte inrichting van het vergunningstraject.

Een voorbeeld van zo’n pijplijnproject is de ‘Duurzaamheidsroute A35’.

•

netcapaciteit. Dat kan bijvoorbeeld door in te zetten op cable pooling

In dit project werken zes Twentse gemeenten met de Provincie, Enexis

(meerdere gebruikers benutten één aansluiting), opgewekte elektriciteit

en verschillende partijen, zoals Rijkswaterstaat, samen om de gronden

direct zelf of samen met anderen gebruiken (energiedelen), of door

en taluds langs de N35/A35 en A1 in te zetten voor zonnevelden. Het

gebruik te maken van mogelijkheden voor opslag en conversie van

gaat om gronden van het Rijk, de gemeenten en van derden. Er wordt

elektriciteit. Maar ook door bij nieuwbouwplannen (woningbouw en

op dit moment gewerkt aan de planologische procedure. Realisatie

bedrijvenlocaties) rekening te houden met de beperkingen van de

ervan is voorzien. De Duurzaamheidsroute heeft de potentie om elektriciteit op te wekken voor 25.000 – 30.000 huishoudens.

A2. Energie-infrastructuur

Het ondersteunen van optimale benutting van de bestaande

energie-infrastructuur. •

Slim programmeren en prioriteren: het opstellen van afwegingskaders om te bepalen welke uitbreiding voorrang heeft en eventueel ook welke klant voorrang heeft bij een nieuwe aansluiting.

De huidige energie-infrastructuur kent drie onderdelen: elektriciteit, aardgas en warmtenetten. In de toekomst komen daar mogelijk transport- en distributienetwerken voor waterstof bij, maar dat is voor Twente op dit moment nog niet aan de orde. Dit hoofdstuk is bedoeld om de stand van zaken met betrekking tot de energie-infrastructuur in Twente aan te geven. Daarnaast gaan we in op de acties die we in RES-verband ondernemen op dit thema. Warmtenetten scharen we onder het onderwerp warmtetransitie. We gaan hier in het volgende hoofdstuk A3 op in.

A2.1

Elektriciteit

Nederland heeft te maken met grote congestieproblemen op het elektriciteitsnet. Inmiddels is ook in Twente de beschikbare transportcapaciteit op alle stations vergeven. De kaart van Twente kleurt oranje voor invoeding en oranje/ rood voor afname. Oranje betekent dat er heel weinig tot geen ruimte is. Rood betekent dat er congestiemanagement

Netbeheerders, overheden en andere partijen werken hard aan een toekomstbestendig energiesysteem. Een systeem waarin vraag en aanbod, transport en distributie, opslag en omzettingsvormen van energie op elkaar zijn afgestemd. Op steeds meer plekken ontstaan wachtrijen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen op het elektriciteitsnet. Dit staat duurzaamheids- en groeiambities in de weg. In het Landelijk Actieprogramma Netcongestie is afgesproken om in elke provincie bestuurlijke coördinatie voor netcongestie in te richten. De Energy Board is hiervan de uitwerking. In de Energy Board leggen de landelijke en regionale netbeheerders en overheden, samen met gebruikssectoren, verbinding tussen de verschillende activiteiten die raken aan de verbouwing van het energiesysteem. De doelen van de Energy Board zijn:

is geweest en de conclusie was dat er daadwerkelijk geen ruimte meer

•

Het sneller realiseren van de benodigde energie-infrastructuur;

is. In beide gevallen betekent het dat er geen ruimte is voor nieuwe

•

Het slimmer benutten van nieuwe en bestaande energie-

•

Het programmeren en prioriteren van investeringen in het

aansluitingen van grootverbruikers voor zowel invoeding van opgewekte elektriciteit als voor afname van elektriciteit. Op dit moment voert TenneT

infrastructuur;

congestiemanagement-onderzoeken uit. Het onderzoek voor afname is in het

energiesysteem.

najaar van 2024 gepubliceerd, dat voor invoeding zal in april 2025 openbaar gemaakt worden. Tot die tijd is niet bekend of en hoeveel extra capaciteit er door congestiemanagement beschikbaar kan komen.

A2.2

Aardgasnet

Nederland heeft een uitgebreide aardgasinfrastructuur, waarmee vooral de In heel Twente zal er uitbreiding plaatsvinden van het elektriciteitsnet.

gebouwde omgeving wordt voorzien van aardgas voor het verwarmen van

Zowel op het hoogspanningsnet van TenneT, als op de midden- en

gebouwen. Het doel is dat er in 2050 geen aardgas meer gebruikt wordt in de

laagspanningsnetten die in beheer zijn bij Enexis en Coteq. Nagenoeg alle

gebouwde omgeving. In de tussenliggende periode zal het aardgasverbruik

bestaande hoog- en middenspanningsstations zullen worden uitgebreid.

verminderen door isolatie en de overstap op alternatieven. Tegelijkertijd is

Verder zullen de netbeheerders een aantal nieuwe stations bijbouwen.

er de ambitie om meer biogas c.q. groengas te gaan gebruiken. Dit wordt

Ook op laagspanningsniveau –de infrastructuur in woonwijken- moet er

de komende jaren bijgemengd met aardgas. De productie van biogas en

het nodige gebeuren, zoals kabels verzwaren en transformatorhuisjes

groengas vindt veelal plaats in relatief kleine vergisters, bijvoorbeeld bij

bijplaatsen. Hiertoe ontwikkelen de regionale netbeheerders Enexis en Coteq

agrariërs of rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het is de vraag of het huidige

een nieuwe buurtaanpak. Gemeenten worden hier individueel bij betrokken.

aardgasnet is ingericht om (zoveel) groengas op te kunnen nemen. De drukverschillen tussen de verschillende delen van het aardgasnet, maar

Het zal zeker nog vele jaren duren voor alle noodzakelijke uitbreidingen

ook de discrepantie tussen aanbod en vraag van groengas kan leiden

gerealiseerd zijn. Het is daarom zaak om als gemeenten, provincie en

tot congestieproblemen op het aardgasnet. Om te voorkomen dat er

etbeheerders volop in te zetten op:

vergelijkbare situaties ontstaan als die we nu op het elektriciteitsnet zien, is een tijdige aanpak nodig.

25

A3. Voortgang warmtetransitie Twente heeft de potentie zich te ontwikkelen tot een duurzame warmteregio. Daarvoor is er een Regionale Structuur Warmte (RSW) opgesteld, die

De Twentse gemeenten stellen een bronnenstrategie op om inzicht

is verwerkt als onderdeel van de RES Twente 1.0. Naast de regionale

te krijgen in de huidige en toekomstige lokale en bovenlokale

samenwerking, spelen de afzonderlijke gemeenten een belangrijke rol

warmtebronnen, de benodigde infrastructuur om die bronnen te

bij het vormgeven van de warmtetransitie. Zo moet iedere gemeente

benutten en de omvang van het gebied waar de geïnventariseerde

uiterlijk 31 december 2026 een Warmteprogramma hebben opgesteld. Het

warmtebronnen ingezet kunnen worden.

ambitieniveau van gemeenten in wisselwerking met de Regionale Structuur Warmte is bepalend voor de vraag of Twente zich daadwerkelijk kan

De bronnenstrategie onderzoekt daarmee onder andere de potentie

ontwikkelen tot warmteregio.

van de volgende bronnen:

Uit de RSW volgt dat een regionaal warmtenet kansrijk is voor het stedelijk

•

Biogas en groengas;

gebied, waarbij de restwarmte van afvalverwerker Twence als belangrijkste

•

Geothermie, waaronder ook kleinere geothermiebronnen. De

bron wordt benut. Dit met het potentieel om 100.000 woningequivalenten te

RES Twente verkent de mogelijkheden van deze systemen

verwarmen met restwarmte als alternatief voor aardgas. Op termijn kunnen

gecombineerd met kleinschalige warmtenetten;

lokale warmtenetten en andere duurzame warmtebronnen op het regionale

•

Industriële restwarmte of andere restwarmtebronnen;

warmtenet worden aangesloten. Twente heeft ook veel potentieel om biogas/

•

Aquathermie als mogelijke bron voor het verwarmen van wijken.

•

Waterstof als mogelijk alternatief voor aardgas en de potentie

groengas op te wekken uit mest en biomassa. Voor het buitengebied en voor gebouwen die niet op een andere betaalbare wijze te verwarmen zijn, onderzoeken we de inzet van groengas als alternatief voor aardgas.

Stand van zaken lokale warmtetransitie Gemeenten hebben de regie op de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Daarvoor hebben alle Twentse gemeenten een Transitievisie Warmte of een Warmteprogramma vastgesteld. Gemeenten moeten hun Transitievisie Warmte uiterlijk 31 december 2026 actualiseren en een Warmteprogramma opstellen, passend binnen de kaders van de Omgevingswet. Verschillende gemeenten zijn hier al mee gestart. In het Warmteprogramma is het voorkeursalternatief voor aardgas opgenomen voor de buurten waar gemeenten met een uitvoeringsplan starten vóór het jaar 2035.

Samenwerkingsmogelijkheden Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten bij het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Om de regionale samenwerking in de warmtetransitie te versterken en de lokale warmtetransitie te versnellen is er voor drie jaar een Specifieke Uitkering (SPUK) beschikbaar gesteld. De besteding van deze middelen is gekoppeld aan de Regionale Structuur Warmte en de lokale warmtetransitie in Twente. Twentse gemeenten werken op basis van deze subsidie samen: •

Om de productie van biogas/groengas te versnellen;

•

Om de mogelijkheden van natuur-inclusief isoleren te verkennen;

•

Bij het opzetten van warmtegemeenschappen (om daarmee invulling te geven aan de ambitie van 50% lokaal eigenaarschap bij warmteprojecten);

•

26

Bij het opstellen van een bronnenstrategie.

In Twente zijn er verschillende aquathermie-initiatieven; van waterstofproductie als warmtebron in Twente.

A3.1 Ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente

A3.2

Met de RES 1.0 hebben we in Twente de ambitie uitgesproken om samen te

die benut kunnen worden voor de productie van biogas of groengas. Biogas/

werken aan de ontwikkeling van een Regionaal Warmtenet Twente (RWT),

groengas kan naast mestvergisting ook uit andere reststromen geproduceerd

in lijn met de nieuwe Wet Collectieve Warmte (Wcw). Er is gekozen om voor

worden. Naast mest komen er ook veel landschapsreststromen vrij zoals

de realisatie van het RWT een proces te starten met gemeenten dicht bij de

snoeihout en bermgras. De potentie om hiermee warmte of gassen te

warmtebron. Gemeenten Borne, Hengelo en Enschede hebben samen met

produceren is groot. Er liggen daarom kansen in Twente om de productie van

Twence, een intentieovereenkomst gesloten om de haalbaarheid van een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=4a8503ec-b58f-4d4a-87fd-75692de28073