CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij RB 2 - Ontwerp Regeling Recreatieschap Twente

Hamerraad 20 mei 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W3.386 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regeling Recreatieschap Twente – Ontwerp versie 2.01 Concept t.b.v. BO Recreatieschap Twente 10 april 2025 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de bedrijfsvoeringsorganisatie onderhavige Regeling Recreatieschap Twente; b. Recreatieschap Twente: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de regeling; c. deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college; d. college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; e. bestuur: het bestuur van het Recreatieschap Twente als bedoeld in artikel 14a van de Wet; f. raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente; g. deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer; h. wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. HOOFDSTUK 2 RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTENDE BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, lid 3 van de wet, dat is genaamd Recreatieschap Twente. 2. Recreatieschap Twente is gevestigd te Enschede. 3. Het rechtsgebied van het Recreatieschap Twente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.

Artikel 3 Deelnemers De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. HOOFDSTUK 3 DOEL, TE BEHARTIGEN BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Doel en te behartigen belangen Recreatieschap Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling van recreatieve voorzieningen in zijn rechtsgebied. Artikel 5 Taken 1. Recreatieve voorzieningen: a. bevordering van totstandkoming en instandhouding van publieke recreatieve/ toeristische infrastructuur in Twente; b. aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/ toeristische voorzieningen die hetzij op zichzelf, hetzij in routeverband, hetzij door opname in arrangementen, een bovenlokaal karakter hebben. 2. Overig: a. het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld onder 1. 3. Een besluit tot uitbreiding van activiteiten als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel wordt unaniem genomen door het bestuur onder vermelding van de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder dit geschiedt.

HOOFDSTUK 4 BESTUUR Artikel 6 Bestuur 1. Het Recreatieschap Twente heeft een bestuur. 2. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en één of meer plaatsvervangers aan. Op de voorzitter is artikel 33d van de wet van toepassing. 3. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het bestuur onderling de werkzaamheden. 5. De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. Artikel 7 Samenstelling 1. Elke deelnemer heeft in het bestuur een lid van het college. 2. Het in het eerste lid bedoelde lid kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe door de betreffende deelnemer aangewezen plaatsvervangend lid. Op het plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 Aanwijzing 1. Het college beslist uiterlijk drie maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de aanwijzing van het lid en het plaatsvervangende lid. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet.

Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzi en, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer. 3. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken. 4. Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die door het (plaatsvervangend) lid wordt vertegenwoordigd. Artikel 9 Bevoegdheden bestuur Het bestuur is in ieder geval bevoegd: a. Tot het aanwijzen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris van het Recreatieschap Twente; b. Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie; c. Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten; d. Te besluiten namens Recreatieschap Twente rechtsgedingen, bezwaarschriftenprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of rechtshandelingen ter voorbereiding daarop te verrichten. e. Tot het beheer van activa en passiva van Recreatieschap Twente; f. De zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; g. Tot het houden van een gedurig toezicht op al wat Recreatieschap Twente aangaat. h. Tot het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen welke Recreatieschap Twente bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; en i.

Het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Recreatieschap Twente. Artikel 10 Stemrecht 1. Een lid van het bestuur beschikt over één stem. 2. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage worden beslissingen in het bestuur genomen op basis van het inwonertal bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. 3. Bij overige beslissingen geldt een gewone meerderheid van stemmen, welke gewone meerderheid tevens minimaal de helft van de inwoners van Twente vertegenwoordigt, behoudens indien in deze regeling anders is bepaald. 4. De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde.

Artikel 11 Werkwijze 1. Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. De artikelen 22 en 23 van de wet zijn van toepassing op het bestuur. Artikel 12 Zienswijzen 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes, besluit het bestuur hoe en wanneer de raden in het besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het bestuur besluit dat de raden in het besluitvormingsproces om zienswijzen zullen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de wet van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 2, worden raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld op besluiten van het bestuur voorafgaand zienswijzen naar voren te brengen als een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt . Artikel 13 Inspraak Bij de totstandkoming van (eigen) beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het bestuur een verordening vast. Artikel 14 Commissies 1. Het bestuur kan een commissie van advies als bedoeld in artikel 24 van de wet instellen. 2. Het bestuur stelt een reglement vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden opgenomen.

HOOFDSTUK 5 ONDERSTEUNING BESTUUR Artikel 15 Ambtelijke organisatie 1. Recreatieschap Twente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur, die tevens secretaris van het bestuur is. 2. De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 3. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris. HOOFDSTUK 6 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT Paragraaf 1 Tussen Recreatieschap Twente en deelnemende gemeenten Artikel 14 Actieve informatieplicht Het bestuur verstrekt de raad ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig is. Artikel 15 Passieve informatieplicht 1. Het bestuur verstrekt aan de raad de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan. 3. Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek. Paragraaf 2 Tussen lid bestuur en gemeenteraad Artikel 16 Actieve informatieplicht 1.

Een lid van het bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is.

2. Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het bestuur ter inzage te leggen voor de raad. 3. Een lid van het bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. Artikel 16 Informatieplicht 1. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. 2. Het betreffende bestuur geeft de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen: a. binnen één maand na ontvangst van het verzoek en b. overeenkomstig het reglement van orde van die raad voor zover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college onderscheidenlijk de raad gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 4. Inlichtingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, wordt mondeling, schriftelijk of digitaal verstrekt. Artikel 17 Verantwoordingsplicht 1. Een lid van het bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde bestuur. 2.

Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering. 3. De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad. Artikel 18 Ontslag 1. Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 2. Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 19 Begrotingswijziging Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste zin van artikel 35, lid 5, van de wet van toepassing is, worden aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de deelbijdragen van de deelnemende gemeenten. Artikel 20 Betalingstermijn geraamde bijdrage 1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft. 2. De in lid 1 bedoelde bijdrage bestaat uit een bedrag per inwoner van de deelnemende gemeenten voor de instandhouding van Recreatieschap Twente opgenomen vergoeding. 3.

De deelnemende gemeenten nemen het in de begroting van Recreatieschap Twente voor hun gemeente geraamde bedrag op in de gemeentebegroting. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het vorige lid bedoelde bijdrage. Artikel 21 Verrekening bijdrage 1. In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 20, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening. Artikel 22 Aangaan geldleningen 1. Recreatieschap Twente is bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening courantovereenkomsten en het uitlenen van geld.

2. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar. HOOFDSTUK 8 ARCHIEF Artikel 23 Archiefbeheer 1. Het bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van Recreatieschap Twente en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening. 2. Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats aan. 3. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het bestuur nader vast te stellen regelen. HOOFDSTUK 9 GESCHILLEN EN KLACHTEN Artikel 24 Geschillen 1. Onverminderd artikel 28 van de wet worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies. 2. Voordat wordt overgegaan tot het vragen van een deskundigenadvies, bedoeld in lid 1, wordt het geschil besproken tussen afgevaardigden van het bestuur en de betreffende deelnemer(s). 3.

Indien het overleg, bedoeld in lid 2, niet tot een oplossing leidt, benoemen het bestuur en de betreffende deelnemer(s) elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissi e optreedt. 4. Het bestuur en de betreffende deelnemer(s) treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt. 5. De adviescommissie regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan het bestuur en de betreffende deelnemer(s). 6. Na ontvangst van het advies treden de afgevaardigden, als bedoeld in lid 2, nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten van Overijssel. 7. De kosten van de adviescommissie worden door Recreatieschap Twente en de betreffende deelnemer(s) voor een gelijk deel gedragen.

Artikel 25 Externe ombudsman Tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Stichting De Overijsselse Ombudsman voor zover één van de deelnemende gemeenten eveneens deze stichting als ombudsman heeft aangewezen. HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING Artikel 25 Toetreding 1. Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden wanneer het bestuur daarin bewilligt. 2. In een besluit van het bestuur als bedoeld in het vorige lid, kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente. 3. De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het bestuur is bepaald. 4. Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 8. Artikel 27 Uittreding

1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het bestuur van een daartoe strekkend besluit van deze deelnemer. 2. De uittreding kan, behoudens door het bestuur toe te stane afwijking, slechts plaatsvinden tegen 1 januari, doch niet eerder dan tegen 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen. 3. Het bestuur stelt nadere regels over de uittreding. Artikel 26 Voornemen tot uittreding 1. Een deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden uit de regeling, maakt dit schriftelijk kenbaar bij het bestuur. 2. Na ontvangst van de kennisgeving tot voorgenomen uittreding geven de deelnemers, in overleg met de voornemende uittredende deelnemer, opdracht aan onafhankelijke externe deskundigen, waarvan minimaal één financieel deskundige en één juridisch deskundige, om een ontwerp uittredingsplan op te stellen waarin de gevolgen van de mogelijke uittreding in kaart worden gebracht. Artikel 27 Opstellen ontwerp-uittredingsplan 1. De kosten voor het opstellen van het ontwerp-uittredingsplan zijn voor rekening van de deelnemer die het voornemen tot uittreding schriftelijk heeft kenbaar gemaakt. 2. Het ontwerp-uittredingsplan geeft ten minste inzicht in: a.

alle kosten, die direct of indirect - gedurende een periode van minimaal vijf en maximaal tien jaren - samenhangen met de uittreding, waarbij als uitgangspunt geldt dat de uittredende deelnemer op basis van redelijkheid en billijkheid: i. de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn; ii. aansprakelijk blijft voor alle schulden en de overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. b. alle juridische, personele en organisatorische consequenties die direct of indirect samenhangen met de uittreding; c. de consequenties voor de publieke dienstverlening, de consequenties voor de publieke routenetwerken voor het grondgebied van de uittredende deelnemer en de consequenties voor alle overige publieke (recreatieve/toeristische) voorzieningen met een bovenlokaal karakter, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. 3. Het ontwerp-uittredingsplan bevat de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 4. Het bestuur maakt tevens in een voorstel inzichtelijk in hoeverre de mogelijke uittreding noodzaakt tot wijziging van de regeling. 5.

Het ontwerp-uittredingsplan en het voorstel zoals bedoeld in lid 3 worden besproken en vastgesteld in het bestuur. Het bestuur kan hierbij een voorafgaande zienswijze van de raden vragen overeenkomstig artikel 12 van de regeling. Artikel 28 Definitief besluit tot uittreding 1. Na ontvangst van het ontwerp-uittredingsplan maakt de voornemende uittredende deelnemer binnen 3 maanden aan het bestuur bekend of zij definitief uit wil treden middels een daartoe strekkend besluit. De datum van ontvangst van het besluit tot uittreding is bepalend voor het tijdstip van uittreding. 2. Na ontvangst van het besluit tot uittreding stelt het bestuur het definitieve uittredingsplan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend. 3. Uittreding kan niet plaatsvinden gedurende de eerste vijf jaren na de toetreding. 4. Uittreding vindt plaats per 1 januari, met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. Artikel 29 Aanpassing van de regeling 1. Uittreding van een deelnemer noodzaakt tot aanpassing van de regeling. 2. In het uittredingsplan is omschreven op welke manier de regeling aangepast dient te worden. 3. Het voorstel tot aanpassing van de regeling wordt gelijktijdig met het voorstel tot vaststelling van het uittredingsplan aangeboden aan het bestuur.

4. Aanpassing van de regeling gaat op zijn vroegst in op de dag nadat de uittreding daadwerkelijk is geëffectueerd. Artikel 30 Geschillen Indien de toepassing van de uittreedregels leidt tot onduidelijkheid of onenigheid tussen twee of meer partijen is de geschillenregeling zoals opgenomen in artikel 24 van de regeling onverkort van toepassing. Artikel 31 Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers. 2. Indien het bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers. 3. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen. Artikel 32 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer twee derde van de deelnemers daartoe besluiten. 2. Een besluit als bedoeld in lid 1, kan niet eerder worden genomen dan nadat het bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 3. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelingen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4.

Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van Recreatieschap Twente ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 33 Overnemen verordeningen, overdracht rechten en plichten 1. De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Twente en/of Openbaar Lichaam Gezondheid, blijven vanaf 1 januari 2022 van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, totdat hierin op andere wijze is of wordt voorzien. 2. De Regio Twente/OLG draagt per 1 januari 2022 de rechten en verplichtingen van Regio Twente/OLG over aan BVR Recreatieschap Twente, een en ander – voor zover van toepassing – overeenkomstig een door het dagelijks bestuur vastgesteld overdrachtsplan. Artikel 34 Citeerwijze en inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt is in werking getreden op 1 januari 2022 en wordt is aangegaan voor onbepaalde tijd. Een wijziging van de regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, voor het eerst omstreeks 1 januari 2026. 2.

De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Recreatieschap Twente”. 3. De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad geëvalueerd, voor het eerst in 20262029/2030. Deze evaluatie geschiedt door het bestuur, gehoord de raden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=35bc11ac-a9a7-4e5e-a6f0-fb4187f65c15