bijlage 1 bij RB 1 - HO_Analyse HA v4
Tekst van het document
Analyse Begraafplaats ‘Huize Alexandra’
Eva Kaptijn, Het Oversticht Versie 4, concept Zwolle, 14-04-2025
Voor akkoord:
Het Oversticht
Gemeente Almelo
Eva Kaptijn
Marita Weerink
1
Inhoudsopgave Leeswijzer ............................................................................................................................... 3 Samenvatting ........................................................................................................................... 4 Inleiding................................................................................................................................... 6 De begraafplaats ....................................................................................................................... 7 De begraafplaats: interpretatie van het register ............................................................................ 8 Vergelijking van het register met de opgraving en het fysisch antropologisch onderzoek ................. 14 Noordelijke deel begraafplaats ................................................................................................. 15 Centrale deel begraafplaats...................................................................................................... 19 Zuidelijke deel begraafplaats .................................................................................................... 22 Geslacht ................................................................................................................................
24 Pathologie.............................................................................................................................. 24 Conclusie ............................................................................................................................... 25
2
Leeswijzer Dit rapport is een aanvulling op de rapporten van Laagland Archeologie over de resultaten van het archeologisch onderzoek (Laagland Archeologie 2025), het fysisch-antropologisch onderzoek (Tot op het bot 2025) en het eerdere archiefonderzoek van Het Oversticht en de Overijsselacademie (Het Oversticht 2024). Het betreft geen samenvatting van deze rapporten, maar de gegevens daaruit zijn gebruikt om antwoord te geven op de specifieke vraag: ‘In hoeverre komen de aangetroffen resten van de begraafplaats overeen met het begravingsregister dat is bijgehouden door het klooster De Goede Herder in Almelo?’ Dit rapport bevat een wetenschappelijke analyse en maakt gebruik van vaktermen en uitgebreide redeneringen om tot een objectieve conclusie te komen. Om het geheel toegankelijker te maken en snel inzicht te bieden, is een samenvatting opgenomen in dit rapport.
3
Samenvatting De belangrijkste resultaten Tussen september 2024 en januari 2025 is door Laagland Archeologie en het Fysisch Antropologisch Onderzoeksbureau ‘Tot op het Bot’ onderzoek uitgevoerd op het terrein van het voormalige klooster De Goede Herder/Huize Alexandra. De onderzoeksresultaten zijn vastgelegd in afzonderlijke rapporten (Laagland Archeologie 2025; Tot op het bot 2025). Het archeologisch onderzoek was gericht op het in kaart brengen van de begraafplaats en de begrenzing daarvan. Tijdens de opgraving is een brede strook rondom de begraafplaats blootgelegd, zodat kon worden vastgesteld of er begravingen buiten de oorspronkelijke grenzen aanwezig waren. Om diezelfde reden zijn op verschillende plekken controlesleuven gegraven. De aangetroffen begravingen zijn onderzocht door een fysisch antropoloog. In het programma van eisen voor dit onderzoek is als centrale vraag opgenomen in hoeverre het begravingsregister van het klooster De Goede Herder overeenkomt met de resultaten van het archeologisch en fysisch-antropologisch onderzoek. In dit rapport wordt een vergelijkende analyse beschreven, uitgevoerd door de regio-archeoloog van Het Oversticht. De resten van de begraafplaats bij Huize Alexandra zijn vergeleken met het begravingsregister van het klooster De Goede Herder in Almelo.
Het doel van deze vergelijking was het vaststellen in hoeverre de ligging en samenstelling van de opgegraven graven overeenkomen met de gegevens uit het register, en het signaleren van eventuele afwijkingen. In het register wordt tot 1929 slechts een globale aanduiding van de ligging van de graven gegeven, namelijk links of rechts van het centrale kruis. Ook voor de laatste zes begravingen ontbreekt een exacte locatie. Uit het register blijkt dat kloosterzusters en verpleegden of oud-verpleegden elk in aparte vakken zijn begraven. De begraafplaats bestond aanvankelijk uit twee vakken, maar is in 1919 uitgebreid met twee extra vakken, zodat beide groepen over twee vakken beschikten. De ligging van de opgegraven graven blijkt goed aan te sluiten bij deze indeling in vier vakken. De vergelijking tussen register en opgraving is uitgevoerd op basis van het aantal graven per rij, het aantal rijen per vak en de leeftijd van de overledenen, zoals vastgesteld via fysisch-antropologisch onderzoek. Verspreid over de begraafplaats zijn verstoringen aangetroffen, met name in vak twee, waar zusters zijn begraven. Met verstoringen worden latere ingrepen in de bodem bedoeld, zoals graafwerkzaamheden of (onvolledige) ruimingen, waardoor graven of resten verstoord of vermengd zijn geraakt.
Door deze verstoringen is het niet altijd mogelijk geweest om de aangetroffen graven één-op-één aan het register te koppelen. Uit de resultaten blijkt dat het register en de opgraving grotendeels met elkaar overeenkomen, al zijn er enkele afwijkingen vastgesteld. In het noordelijke vak is één graf aangetroffen dat niet in het register is opgenomen. Het betreft het graf van een jonge vrouw van 18 tot 20 jaar, begraven als laatste in dit vak. In de zuidelijke vakken, aangeduid als vak drie en vak vier, zijn vier graven aangetroffen waarvoor het register geen plaatsaanduiding geeft. Vermoed wordt dat het hier gaat om vier van de zes zusters die in de jaren zeventig zijn begraven zonder dat een exacte locatie is vastgelegd. In het register wordt slechts vermeld dat deze zusters ‘links’ of ‘rechts’ van het kruis zijn begraven.
4
Andersom zijn ook graven uit het register tijdens de opgraving niet aangetroffen. In het noordelijke vak ontbreekt het meest noordelijke graf in rij drie, en in het zuidelijke deel het eerste graf van rij vijf. Daarnaast lijken in vak twee, waar zusters zijn begraven, rij zes van de begravingen tot 1929 en rij vijf van de begravingen na 1942 te ontbreken. Vanwege de mate van verstoring in dit deel van het terrein kan dit echter niet met zekerheid worden vastgesteld. In drie gevallen wijkt de leeftijd uit het register af van de leeftijd zoals vastgesteld in het fysischantropologisch onderzoek. Twee van deze gevallen betreffen graven in het sterk verstoorde centrale deel van de begraafplaats (vak twee), waardoor deze gegevens als onbetrouwbaar worden beschouwd. Ook de mogelijke doodsoorzaken zijn onderzocht. In één geval is bij een kloosterzuster van 80 jaar een schedeltrauma vastgesteld. Hoewel dit niet met zekerheid kon worden vastgesteld, wordt een ongelukkige val als meest waarschijnlijke oorzaak gezien.
5
Inleiding In het najaar van 2023 is in opdracht van de gemeente Almelo op het terrein van het voormalige klooster De Goede Herder/Huize Alexandra een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is een voormalige kloosterbegraafplaats aangetroffen. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van vragen vanuit de media over de mogelijke aanwezigheid van deze begraafplaats. Vanaf januari 2024 is door Het Oversticht, in samenwerking met de Overijsselacademie, aanvullend archiefonderzoek verricht om te achterhalen wie er op deze locatie begraven zijn en wat er in de loop der jaren met de begraafplaats is gebeurd. Uit dit archiefonderzoek is gebleken dat door het klooster De Goede Herder een register is bijgehouden waarin 218 personen zijn opgenomen die tussen 1881 en 1980 op de begraafplaats zijn begraven. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de begraafplaats bovengronds geruimd. In 1997 is door de congregatie opdracht gegeven tot het ruimen van 218 personen. Uit het archeologisch proefsleuvenonderzoek is echter gebleken dat deze ruiming niet volledig is uitgevoerd. In de bodem zijn nog menselijke resten aangetroffen. Uit het archiefonderzoek is niet duidelijk geworden hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Tussen september 2024 en januari 2025 is door Laagland Archeologie en het Fysisch Antropologisch Onderzoeksbureau ‘Tot op het Bot’ onderzoek uitgevoerd op het terrein van het voormalige klooster De Goede Herder/Huize Alexandra. De onderzoeksresultaten zijn uitgewerkt en gerapporteerd (Laagland Archeologie 2025; Tot op het bot 2025). Het gehele proces is begeleid door Het Oversticht. Het archeologisch onderzoek is gericht geweest op het in kaart brengen van de begraafplaats en de grenzen ervan. Tijdens de opgraving is een brede strook rondom de begraafplaats blootgelegd om vast te stellen of zich graven buiten het begrensde gebied bevonden. Om die reden zijn op verschillende locaties extra controlesleuven aangelegd. Bij het fysisch antropologisch onderzoek is het aangetroffen skeletmateriaal onderzocht. Hierbij is gekeken naar verschillende biologische kenmerken van de overledenen, zoals leeftijd, geslacht en mogelijke ziektes of verwondingen. Om de vooraf gestelde vraag te beantwoorden of de onderzoeksresultaten overeenkomen met het begravingsregister, is een vergelijkende analyse uitgevoerd door de regio-archeoloog van Het Oversticht. In deze analyse zijn de resultaten van de archeologische opgraving (Laagland Archeologie 2025) en het gekoppelde fysisch antropologisch onderzoek (Tot op het bot 2025) vergeleken met het register van de begraafplaats.
Het doel van deze vergelijking is geweest om vast te stellen in hoeverre de opgravingsresultaten overeenkomen met de gegevens uit het register, dan wel of er sprake is van afwijkingen. De uitkomsten van deze analyse zijn in dit rapport beschreven.
6
De begraafplaats In het register van het klooster De Goede Herder is tussen 1881 en 1980 bijgehouden welke personen op de begraafplaats zijn begraven. Daarbij is een globale omschrijving van de graflocatie genoteerd. Dit register is uitgebreid beschreven in het rapport Onderzoek kloosterbegraafplaats Huize Alexandra (Het Oversticht 2024). Op basis van de beschrijvingen in het register en een schematische plattegrond is in het rapport (Het Oversticht 2024) een interpretatie van de indeling van het grafveld voorgesteld. Voorafgaand aan de opgraving is getracht om tot een meer gedetailleerde indeling te komen dan die gepresenteerd in het rapport van Het Oversticht (2024). Deze gedetailleerde interpretatie was noodzakelijk voor het opgravende bedrijf om vast te stellen of er sprake was van afwijkingen. Hieronder wordt de gedetailleerde reconstructie van de begraafplaats weergegeven. Deze wijkt enigszins af van de interpretatie zoals gepresenteerd in het rapport van Het Oversticht (2024). Ten behoeve van het overzicht wordt eerst een korte samenvatting gegeven van de indeling en de veranderingen van de begraafplaats. Deze samenvatting is gebaseerd op de interpretatie die in de navolgende paragrafen wordt toegelicht. De begraafplaats is in 1881 in gebruik genomen en bestond destijds uit twee vakken.
In het zuidelijke deel (vak 2 op afbeelding 1) werden de Zusters Maria, ook wel zusters van de Goede Herder genoemd, begraven. In het noordelijke vak (vak 1) zijn vrouwen met verschillende achtergronden begraven. Deze groep bestond uit verpleegden, Zuster Magdalena’s, geconsacreerden (beide groepen zijn oud-verpleegden), en vrouwen waarvan geen informatie over hun rol of status in het klooster is vermeld. Tussen deze twee vakken was een middenpad aanwezig, met aan de westzijde het kruis van de begraafplaats. Voor het kruis, tussen beide vakken in, is het graf van de rector van het klooster gesitueerd. In 1919 is de begraafplaats uitgebreid. Ten zuiden van vak 2 zijn twee nieuwe vakken aangelegd: vak 3, waarin opnieuw Zusters Maria zijn begraven, en vak 4, met de graven van verpleegden, Magdalena’s, geconsacreerden, vrouwen zonder status en enkele Zusters Maria (zie afbeelding 1). Het kruis is verplaatst naar het zuiden, tussen vak 2 en vak 3, en voor het kruis zijn opnieuw twee rectoren begraven. Vanaf 1919 is eerst vak 4 in gebruik genomen. Tot 1929 zijn Zusters Maria nog in vak 2 begraven. Pas in 1929 heeft de eerste begraving van een zuster in vak 3 plaatsgevonden. Vanaf 1942 zijn Zusters Maria afwisselend in vak 2 en vak 3 begraven. In vak 2 begint de locatiebeschrijving in het register bij rij 1.
Dit wijst erop dat dit vak voor een tweede keer in gebruik is genomen en dat er sprake is van gedeeltelijk overlappende begravingen, namelijk van vóór 1929 én van na 1942. Tussen 1941 en 1953 hebben er opnieuw begravingen plaatsgevonden ter hoogte van rijen 1 en 2 van vak 1. Ook hier is sprake geweest van dubbele begravingen.
7
Afbeelding 1 Schematische reconstructie van de begraafplaats
De begraafplaats: interpretatie van het register In het register, dat volledig is opgenomen in de bijlage van het rapport Onderzoek kloosterbegraafplaats Huize Alexandra (Het Oversticht 2024), zijn aanwijzingen opgenomen over de indeling van de begraafplaats. Bij de eerste begraving in 1881 is vermeld dat deze links aan de noordzijde van het kruis heeft plaatsgevonden. De daaropvolgende twee begravingen zijn eveneens aan de linkerzijde van het kruis uitgevoerd. Bij de vierde begraving is aangegeven dat deze aan de rechterhand, ofwel aan de zuidzijde van het kruis, heeft plaatsgevonden (zie transcriptie hieronder). 1. Henriette Claassen uit Rotterdam, (verpleegde) overleden den 25 Novemb. 1881. Het graf is links aan den noordzijde van het Kruis. R.I.P. 4. Maria Jordan (Maria v. d. hl. Virginia) uit Ostpruissen, overleden den 13 April 1883. Het graf is aan de rechterhand of aan de Zuidzijde aan het Kruis. R.I.P. Op latere (lucht)foto’s is te zien dat het kruis zich aan de westzijde van de begraafplaats bevindt. Wanneer ervan uitgegaan wordt dat dit ook in 1881 bij de eerste begraving het geval was, dan moet ‘links’ en ‘rechts’ geïnterpreteerd worden als gezien vanaf het middenpad, met het kruis in 8
de rug en kijkend in oostelijke richting – naar het klooster toe. In dat geval ligt ‘links’ in het noorden en ‘rechts’ in het zuiden. De volgende begraving met een locatieaanduiding betreft grafnummer 10. Dit graf ligt links van het kruis, dus in het noordelijke vak. Het betreft het eerste graf in de tweede rij en is gelegen langs het pad. Dit is de achtste begraving in het noordelijke deel. Hieruit kan worden afgeleid dat de rijen in dit vak uit zeven graven bestaan. In het zuidelijke vak is sprake van een andere indeling. Bij grafnummer 30 wordt in het register vermeld dat het ‘de laatste in de eerste rij’ is en ‘aan de heg’ ligt. Bij grafnummer 31 staat aangegeven: ‘de eerste in de rij; van de heg aangevangen’. Uit deze toevoeging kan worden afgeleid dat in het zuidelijke vak een slingerbeweging is toegepast bij het begraven, in tegenstelling tot het noordelijke vak waar telkens langs het pad is begonnen. In het zuidelijke deel omvatten de rijen zes graven. In de reconstructie is uitgegaan van een voortzetting van deze slingerbeweging in het zuiden, terwijl in het noorden van het kruis iedere rij bij het pad is begonnen. Een afwijking in dit systeem vormt grafnummer 29. Dit is het graf van de rector en bevindt zich aan de voet van het kruis. 29. Georgius. Henricus v. d. Meulen uit Leeuwarden (Eerw. Heer Rector) van ons Klooster, overleden 12. April 1892.
Het graf is in den middelweg aan den voet van het Kruis Wanneer de graven volgens deze methodiek ruimtelijk worden weergegeven, ontstaan in het noordelijke deel negen rijen van acht graven en één rij met slechts twee graven. In het zuidelijke deel bestaan de rijen uit zes graven. In het register is bij iedere persoon tevens een aanduiding van de status of rol binnen het klooster opgenomen. Vermeld is of het ging om een Zuster Maria, een verpleegde, een zuster Magdalena of een geconsacreerde1. In sommige gevallen ontbreekt deze aanduiding. Wanneer deze categorisering wordt gevisualiseerd, wordt een duidelijke systematiek zichtbaar: alle Zusters Maria zijn ten zuiden van het kruis begraven, terwijl de verpleegden, geconsacreerden, Magdalena’s en vrouwen zonder status ten noorden van het kruis zijn begraven. Eén Magdalena vormt hierop een uitzondering (zie afbeelding 2).
Magdalena’s zijn oud-verpleegden die waren ingetreden in de orde van de Magdalenazusters, geconsacreerden (ook Auxiliares genoemd) waren oud-verpleegden die jaarlijks een gelofte aflegden om in het klooster te blijven en de zusters Maria te helpen). Voor nader uitleg over deze termen wordt verwezen naar rapport ‘Onderzoek kloosterbegraafplaats Huize Alexandra’ (Het Oversticht 2024). 1
9
Afbeelding 2 Ruimtelijke reconstructie van de begraafplaats voor de uitbreiding in 1919 op basis van het register (vak één en twee). X staat voor het kruis. De laatste persoon die volgens het register aan de noordzijde van het kruis is begraven, is op 20 december 1918 overleden. In het register is vermeld dat op 25 april 1919 de uitbreiding van de begraafplaats is ingezegend. Op basis van doortelling wordt aangenomen dat daarna nog twee graven in rij tien zijn aangelegd, waarna is overgegaan op het nieuwe, uitgebreide deel van de begraafplaats. Deze aanname is gemaakt omdat na het eerste graf in rij twee geen locatieaanduidingen meer in het register zijn opgenomen.
10
Afbeelding 3 plattegrond na uitbreiding zoals opgenomen in register In het register is een plattegrond van de begraafplaats na de uitbreiding opgenomen. Op deze plattegrond is een groot kruis weergegeven met aan weerszijden daarvan twee vakken (zie afb. 3). Aan de rechterzijde van het grote kruis is een kleine tekening van een kruis zichtbaar, met het bijschrift: ‘v.d. Meulen marmerkruis en graf van den eerw. heer v.d. Meulen, rector’. Rechts van dit ‘kleine’ kruis is in het rechtervak de vermelding opgenomen: ‘kindergraven zeven in elke rij als ook overleden Magdalena’s’. In dit vak, dat in het register als ‘kindergraven’ wordt aangeduid, zijn volgens de gegevens een meisje van 13 jaar en een meisje van 15 jaar begraven. Alle andere overledenen in dit vak waren 18 jaar of 11
ouder, met een gemiddelde leeftijd van 31 jaar. Ter context: tot 1900 werd iemand pas vanaf 23 jaar als volwassene beschouwd, en pas in 1988 is de wettelijke meerderjarigheid aangepast van 21 naar 18 jaar. Ook in andere delen van het grafveld zijn enkele meisjes jonger dan 18 jaar aangetroffen. In het zuidelijke deel zijn twee meisjes van 15 jaar en één meisje van 16 jaar begraven. De aanduiding ‘zeven in elke rij’ komt overeen met de plaatsbepalingen in het register, waarbij na het zevende graf een nieuwe rij begon. Aan de andere zijde van het ‘kleine’ kruis is de vermelding aangebracht: ‘graven van de eerw. zusters van de Goede Herder’. Deze twee vakken vormden samen de begraafplaats vóór de uitbreiding, waarbij in het noordelijke vak de verpleegden en Magdalena’s zijn begraven, en in het zuidelijke vak de zusters. De uitbreiding van de begraafplaats is ten zuiden van het oorspronkelijke terrein gerealiseerd. Het nieuwe kruis is geplaatst op de zuidwesthoek van de oude begraafplaats. In het meest linker (zuidelijke) vak is opnieuw de aanduiding ‘kindergraven’ opgenomen, met de vermelding: ‘27-8-1919 Innocentia’. In het register is onderstaande notitie opgenomen waarmee dit nieuwe deel nauwkeurig te lokaliseren is. Innocentia is de naam die door het klooster is gegeven aan een vrouw overleden op 27 augustus 1919: 94.
Elisabeth Hendrika Josefine Zeegers (Innocentia) Verpleegde. overleden den 27 Augustus 1919. Het graf is het eerste op het nieuwe stuk, rechterhand van het Kruis. R.IP. In de eerste jaren na de uitbreiding is de plaatsbepaling in het register summier. De verpleegden en Magdalena’s zijn rechts van het (nieuwe) kruis begraven (in vak 4). De zusters worden links van het (nieuwe) kruis begraven (vak 2). Dit betreft dus hetzelfde vak als vóór de uitbreiding. Pas in maart 1929 wordt de eerste zuster in het nieuwe deel (vak 3) begraven. 119. Anna Sietman (Z. Maria Aloysia geboren 1 Febr. 1844 te Dülmen overleden den 27 Maart 1929. Het graf is aan de rechterkant v. ’t kruis eerste rij v. l nieuwe stuk bovenaan RIP. Vanaf dit moment is in het register voor elk graf de exacte locatie genoteerd. Hierbij is vermeld of het graf in het ‘eerste stuk’ (voor zusters – vak 2 en 3) of ‘tweede stuk’ (voor verpleegden, Magdalena’s, geconsacreerden, etc. – vak 1 en 4) ligt, aan welke zijde van het kruis het graf zich bevindt, en is aan elk graf een rij- en grafnummer toegekend. Tot 1942 zijn de zusters consequent in het nieuwe vak rechts (zuid) van het nieuwe kruis begraven. Na 1942 zijn zusters zowel links als rechts van het kruis begraven. Het is onduidelijk welke overweging aan deze keuze ten grondslag heeft gelegen.
Gezien de beperkte ruimte moet worden aangenomen dat de nieuwe graven in vak één (links van het kruis, en dus op dezelfde locatie als het vak voor zusters vóór de uitbreiding) gedeeltelijk overlappen met de oudere graven. In het register is hiervan geen melding gemaakt. Tussen februari 1941 en 1953 zijn ook in het tweede vak links van het kruis opnieuw vrouwen begraven, dus in het meest noordelijke deel van de begraafplaats waar tussen 1881 en 1919 de nietzusters zijn begraven. In totaal zijn daar twee rijen van elk zeven graven aangelegd (zie afb. 4). Ook in het nieuwe deel zijn twee rectoren vóór het (nieuwe) kruis begraven, namelijk in grafnummer 112 en 205. Bij grafnummer 211, daterend van oktober 1973, is de volgende vermelding opgenomen: ‘haar graf is links van het kruis, eerste vak, tweede rij (na restauratie van het kerkhof) de zevende’. De enige rij in 12
dit vak die zes graven bevat is rij vier. In de reconstructie is ervan uitgegaan dat de eerste twee rijen – althans bovengronds – zijn geruimd, en dat rij vier als tweede nog bestaande rij is gaan functioneren. Na grafnummer 211 zijn zes graven opgenomen in het register waarbij slechts is vermeld of deze links of rechts van het kruis zijn aangelegd. De precieze ligging van deze graven is niet bekend. Het laatste graf, nummer 218, is wél gelokaliseerd: dit bevindt zich links van het kruis, in de vijfde rij, vijfde graf.
Afbeelding 4 Ruimtelijke interpretatie van de begraafplaats na de uitbreiding op basis van het register. X staat voor de locatie van het nieuwe kruis.
13
Vergelijking van het register met de opgraving en het fysisch antropologisch onderzoek Het algemene beeld van de opgegraven begraafplaats komt redelijk goed overeen met de ruimtelijke interpretatie zoals die uit het register naar voren komt. Tijdens de opgraving is vastgesteld dat er over het gehele terrein verstoringen zijn opgetreden. Deze verstoringen zijn veroorzaakt door de ruiming in 1997 en door de latere aanleg van onder andere een asfaltpad en een paardenbak. Bij deze werkzaamheden is grond verwijderd en vervolgens – al dan niet gemengd met andere grond – teruggebracht. Als gevolg van deze verstoringen zijn resten verdwenen of in de bodem verplaatst. Binnen de archeologie wordt dit aangeduid als een verstoring. Door deze verstoringen is het moeilijk gemaakt om het aantal graven en rijen volledig te reconstrueren. Tijdens de opgraving is een brede strook rondom de begraafplaats blootgelegd om vast te stellen of zich graven buiten de begrensde begraafplaats bevonden. Daarnaast zijn op verschillende locaties extra controlesleuven gegraven. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen die wijzen op graven buiten de begrenzing van de begraafplaats.
14
Noordelijke deel begraafplaats In het noordelijke deel van de begraafplaats worden volgens het register negen rijen met ‘kindergraven’ verwacht, elk bestaande uit zeven graven, plus een tiende rij bestaande uit twee graven. Op de locatie van de eerste twee rijen zijn op een later moment opnieuw twee rijen van zeven graven aangelegd, wat mogelijk duidt op dubbele begravingen. De opgraving komt overeen met het beeld zoals dat uit het register naar voren komt. Hoewel niet alle graven door verstoringen zijn aangetroffen, is geconcludeerd dat er negen rijen van zeven graven aanwezig waren, aangevuld met een tiende rij. In de eerste twee rijen zijn dubbele graven vastgesteld. Er is een afwijking vastgesteld in rij drie, waar slechts vijf graven zijn aangetroffen en waar ruimte lijkt te zijn voor zes graven. Eén graf lijkt hier te ontbreken. De leeftijden op basis van het register en het fysisch antropologisch onderzoek komen in deze rij grotendeels overeen (zie afb. 5). Het eerste graf in rij drie is vermoedelijk niet aangetroffen als gevolg van verstoring2. Het tweede graf bevat de resten van een meisje van ca. 15 jaar, wat overeenkomt met de gegevens in het register. Volgens het register bevat graf drie de resten van een persoon van 27 jaar; het fysisch antropologisch onderzoek kon enkel vaststellen dat deze persoon ouder dan 18 jaar was.
Voor graf vier is in het register een leeftijd van 36 jaar vermeld, terwijl het fysisch antropologisch onderzoek een leeftijd tussen de 25 en 30 jaar heeft vastgesteld. Een alternatieve redenering is dat graf vier ontbreekt en dat de betreffende persoon begraven is in graf vijf. Deze persoon had een leeftijd van 31 jaar en valt daarmee beter binnen de leeftijdsrange van 25–30 jaar. Van de overige twee aangetroffen graven kon geen leeftijd worden vastgesteld. Een zevende graf is in rij drie niet aangetroffen. De afstand tussen de graven in deze rij is groter dan in de rijen vier tot en met negen. Verder is geconstateerd dat graf vier in rij negen niet het patroon van het grafveld volgt. Het is mogelijk dat de kist is verplaatst door de graafmachine die verantwoordelijk is voor verstoring ten oosten van dit graf. In het register wordt aangegeven dat rij tien uit twee graven bestaat. Bij de opgraving is echter een derde graf aangetroffen. Dit graf bevindt zich ter hoogte van wat het vijfde graf in de rij zou zijn. De zones ten noorden en ten zuiden van dit graf zijn verstoord geraakt door eerdere vergravingen en/of ruimingen, waardoor het niet meer mogelijk is vast te stellen of er in rij tien ook een graf drie, vier of zelfs zes en zeven zijn geweest.
De skeletresten in het aangetroffen graf zijn van een vrouw tussen de 18 en 20 jaar oud, zonder waarneembare pathologieën of cariës. In het noordelijke deel van het grafveld zijn verschillende graven opgegraven waarbij door de fysisch antropoloog een leeftijdsindicatie kon worden vastgesteld (zie afb. 5). In vrijwel alle gevallen komt deze leeftijd overeen met de leeftijd zoals die in het register is vermeld. Alleen in rij negen wijken de leeftijden van graf één en graf zeven af van het register (zie afb. 5). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de volgorde waarin de graven zijn aangelegd in deze rij afwijkt van de rest. In plaats van van het middenpad naar de heg, kan de begravingsrichting van de heg naar het pad hebben gelopen. Aan de overzijde van het pad, in het vak waar de Zusters Maria werden begraven, werd deze volgorde ook toegepast. Binnen de begraafplaats is sprake van een sterke variatie in leeftijden. Hierdoor is het onwaarschijnlijk dat een overeenkomst in leeftijd tussen register en opgraving op toeval berust. Voor het noordelijke
2
Er wordt hier geteld vanaf het middenpad ten zuiden van dit vak.
15
deel kan dan ook worden geconcludeerd dat, met uitzondering van de twee hierboven beschreven gevallen, het register overeenkomt met de opgegraven resten.
Afbeelding 5 Vergelijking leeftijden o.b.v. reconstructie register en aangetroffen stoffelijke overschotten (o.b.v. fysisch antropologisch onderzoek), noordelijke deel van de oude begraafplaats (vak 1).
16
Afbeelding 6 opgravingsresultaten met de leeftijden van de oudste begravingen volgens het register (links) en de jongere begravingen (rechts). Noordelijk deel van de oude begraafplaats (vak 1).
In het noordelijke deel zijn op de locatie van rijen één en twee tussen 1941 en 1953 opnieuw personen begraven. Tijdens de opgraving is in een aantal gevallen vastgesteld dat er daadwerkelijk twee graven op min of meer dezelfde plek aanwezig zijn, waarbij het nieuwere graf het oudere doorsnijdt. Niet bij alle graven kon dit worden vastgesteld. Wanneer een nieuw graf precies op een ouder graf is aangelegd, is het oudere graf archeologisch niet meer zichtbaar. Voor vrijwel alle begravingen is de leeftijd fysisch antropologisch vastgesteld (zie afb. 6). In de gevallen waarin slechts één graf of één skelet is aangetroffen, komt de leeftijd van het aangetroffen skelet overeen met die van de oudere begravingen uit het register, en niet met de latere begravingen uit de periode 1941–1953. Zo is bijvoorbeeld de leeftijd van het skelet in graf twee uit rij één vastgesteld op 45 tot 49 jaar. De oudere begraving op deze locatie, daterend uit 1883, behoort volgens het register toe aan een persoon van 48 jaar, terwijl het tweede graf een persoon van 87 haar betreft. Bij tien van de veertien onderzochte begravingen komt de vastgestelde leeftijd van het skelet overeen met de oudere begravingen, en niet met de nieuwere. De oudere skeletten lijken op basis hiervan beter bewaard zijn gebleven dan de recentere.
Mogelijk is dit het gevolg van verschillen in begravingsmethode, de diepte van de graven of de leeftijd van de begraven personen.
17
Waar twee graven en/of skeletten zijn aangetroffen, komen de vastgestelde leeftijden overeen met de gegevens in het register – zowel voor de oudere als voor de nieuwere begravingen. Zo zijn in rij één, op de locatie van grafnummer vijf, twee overlappende graven gevonden waarbij in beide gevallen de leeftijd overeenkomt met de gegevens uit het register. Een uitzondering hierop vormt rij twee, graf zeven. Hier komt de leeftijd van het skelet in het oude graf overeen met het register (23 jaar; fysisch antropologisch vastgesteld op vermoedelijk 20–25 jaar). Voor het tweede graf, daterend uit 1953, is in het register een leeftijd van 84 jaar vermeld, terwijl de fysisch antropologisch vastgestelde leeftijd van het skelet op 22–34 jaar is bepaald.
Afbeelding 7 deel ten zuiden van het kruis voor de uitbreiding (vak 2).
18
Centrale deel begraafplaats Volgens het register zijn in het centrale deel van de begraafplaats zusters begraven. Dit deel is in twee periodes gebruikt: vóór 1929 en na 1942. In dit gebied zijn veel verstoringen ontstaan als gevolg van de ruiming in 1997 en de latere herinrichting van het terrein. Hierdoor is het moeilijk vast te stellen of de aangetroffen graven afkomstig zijn uit de eerste periode (vóór 1929) of uit de tweede periode (vanaf 1942). Tijdens het archeologisch onderzoek zijn in dit centrale deel slechts enkele graven aangetroffen. Van een klein deel van het skeletmateriaal kon een leeftijd worden vastgesteld. Er zijn geen overlappende of dubbele graven aangetroffen. Voor de uitbreiding lag dit deel van de begraafplaats aan de rechterzijde van het oude kruis. Aan de west- en zuidzijde was toen nog een greppel zichtbaar, waar de haag rond de begraafplaats had gestaan (paars weergegeven op afbeeldingen 7 en 8). Van de eerste rij zijn geen complete graven meer aanwezig, alleen enkele losse botten zonder kist. Deze botten zijn door de fysisch antropoloog gedateerd op een leeftijd tussen de 30 en 60 jaar. Dit komt overeen met het register, waarin wordt gesproken over een persoon van 32 jaar. De leeftijden van vijf andere graven uit dit centrale deel komen eveneens goed overeen met de gegevens in het register.
In één geval is sprake van een afwijking: de fysisch antropologische leeftijd is vastgesteld op 50 tot 59 jaar, terwijl in het register een leeftijd van 64 jaar wordt vermeld. De fysisch antropologische leeftijdsbepaling is gebaseerd op gemiddelden. Individuele afwijkingen ten opzichte van dit gemiddelde komen regelmatig voor, bijvoorbeeld doordat iemand later tanden wisselt dan gemiddeld. Een verschil van enkele jaren wordt daarom gerekend tot de foutmarge. Het verschil tussen een fysisch antropologische leeftijd van 50–59 jaar en een geregistreerde leeftijd van 64 jaar valt binnen deze marge. Eén opvallende discrepantie is aangetroffen bij graf zes in rij drie (geteld vanaf het oude kruis). Daar is de leeftijd fysisch antropologisch vastgesteld op 35 tot 39 jaar, terwijl in het register een leeftijd van 59 jaar is vermeld. Ook bij rij vijf, graf vier (gezien vanaf het oude kruis), is sprake van een verschil: het register noemt een persoon van 34 jaar, terwijl het skelet tussen de 50 en 70 jaar oud blijkt te zijn. Door de vele verstoringen en mogelijke verschuivingen van graven kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het hier om dezelfde personen gaat. De laatste rij van dit vak is bij de opgraving niet aangetroffen. Volgens het register zijn zusters in de eerste jaren na de uitbreiding van 1919 nog in dit deel van de begraafplaats begraven.
Pas in 1929 is het nieuwe vak voor zusters in gebruik genomen. Bij de uitbreiding is het kruis verplaatst, waardoor vanaf dat moment in het register wordt gesproken over graven ‘links van het kruis’ in plaats van ‘rechts van het kruis’. Tussen 1919 en 1929 zijn de zusters dus nog in hetzelfde vak begraven. Rij vijf bestond oorspronkelijk uit drie graven; na 1919 zijn daar nog drie graven aan toegevoegd. Van twee van deze drie latere begravingen is de leeftijd vastgesteld, en deze komt overeen met de gegevens uit het register. Daarna zijn nog vier personen in dit vak begraven, voordat in 1929 de eerste zuster in vak drie (rechts van het nieuwe kruis) is begraven. Omdat bij de pre-1929 begravingen geen exacte locatie is genoteerd, is het onbekend waar deze vier graven zich bevinden. Op basis van de opgraving is vastgesteld dat er geen zesde rij aanwezig is. In dit gebied is uitsluitend ‘schone’, ongestoorde grond aangetroffen; zowel sporen van graven als verstoringen ontbreken. Daardoor is onduidelijk gebleven waar deze vier graven precies liggen.
19
Afbeelding 8 middendeel van de begraafplaats na de uitbreiding (vak één links en rechts van het kruis) (vak 2 en 3). Na de uitbreiding van de begraafplaats en het verplaatsen van het kruis zijn vanaf 1942 in dit middengebied opnieuw vrouwen begraven. Aanvankelijk is dit gebeurd in het zuidelijke vak, rechts van de nieuwe locatie van het kruis (zie afbeelding 8). Vanaf 1942 zijn Zuster Maria’s afwisselend links en rechts van het kruis begraven. De reden voor de keuze tussen het noordelijke of zuidelijke vak is niet bekend. Het noordelijke deel (links van het nieuwe kruis) bevat nog graven van vóór de uitbreiding en is in latere jaren sterk verstoord geraakt. Hierdoor is het moeilijk gebleken om de exacte ligging van de graven te bepalen. De locaties van de graven, zoals weergegeven op afbeelding 8 (in roze), zijn dan ook slechts als globale schatting te beschouwen. De leeftijdsbepalingen van de skeletresten bieden in dit deel weinig houvast, aangezien deze zeer algemeen zijn geformuleerd (bijvoorbeeld: ouder dan 18 jaar of tussen de 40 en 80 jaar), en omdat de begraven personen in dit gebied allen een vergelijkbare hoge leeftijd hadden. Bij de oostelijke graven zijn problemen vastgesteld. Hoewel de bodem daar deels ongestoord is gebleven, zijn er geen graven aangetroffen, terwijl het register op die locatie wel graven vermeldt.
Mogelijk is de interpretatie van de ligging in het register onjuist en zouden de graven (aangegeven in roze op afbeelding 8) verplaatst moeten worden. Vanwege de grote hoeveelheid verstoringen is dit echter niet meer met zekerheid vast te stellen. Voor dit deel van het grafveld kan dan ook geen betrouwbare vergelijking tussen de opgraving en het register worden gemaakt.
20
Het deel ten zuiden van het nieuwe kruis, vak drie, is in veel betere staat behouden gebleven. Van de 17 graven die daar volgens het register aanwezig zouden moeten zijn, zijn er 14 volledig of gedeeltelijk aangetroffen. In tien gevallen kon een globale leeftijd worden vastgesteld, die overeenkomt met de leeftijd zoals vermeld in het register. Opvallend is dat ten noorden van rij twee één extra graf is aangetroffen. In dit graf zijn de resten van een vrouw tussen de 30 en 60 jaar oud gevonden. Dit graf is niet opgenomen in het register. Wel is bekend dat bij de laatste zes begravingen in de jaren zeventig geen exacte locatie is vastgelegd — alleen is vermeld ‘vijf keer rechts’ en ‘één keer links’. Het is goed mogelijk dat dit extra graf één van deze niet-geïdentificeerde begravingen uit de jaren zeventig betreft.
21
Zuidelijke deel begraafplaats Volgens het register bevinden zich in het zuidelijke deel van het grafveld zes rijen met elk acht graven en een zevende rij met vier graven. Tijdens de opgraving zijn inderdaad zeven rijen aangetroffen, met voor zover kon worden vastgesteld acht graven per rij.
Afbeelding 9 Zuidelijke deel van de begraafplaats (vak twee rechts van het kruis na de uitbreiding) (vak 4).
In dit deel van de begraafplaats kon voor veel skeletten een globale leeftijd worden vastgesteld. Het register is in dit deel bovendien zo gedetailleerd opgesteld dat van elk graf de precieze locatie bekend is. De leeftijden die tijdens het fysisch antropologisch onderzoek zijn vastgesteld, komen in alle gevallen overeen met de leeftijden zoals die in het register worden vermeld. Een bijzonder geval betreft rij vier, graf acht (het meest zuidelijke graf). Tijdens de Tweede Wereldoorlog is op deze locatie een Duitse soldaat begraven. In 1948 is dit graf door de militaire dienst geruimd en is de soldaat elders herbegraven, zoals in het register is aangegeven. In 1956 heeft op deze locatie een nieuwe begraving plaatsgevonden van een vrouw van 68 jaar. Tijdens de opgraving is op deze plek inderdaad een graf aangetroffen. Volgens het fysisch antropologisch onderzoek betrof het een vrouw tussen de 40 en 60 jaar oud. Rekening houdend met de gebruikelijke foutmarge komen deze leeftijden redelijk goed met elkaar overeen. Er zijn bij deze opgraving geen vondsten gedaan die op een militaire achtergrond wijzen.
22
Opvallend is dat het eerste graf in rij vijf niet is aangetroffen. Graf twee tot en met acht van deze rij zijn wel aangetroffen, en de leeftijden komen overeen met de gegevens zoals vermeld in het register. Opmerkelijk is dat het hierbij gaat om een Zuster Maria, terwijl de meeste zusters in de vakken aan weerszijden van het (nieuwe) centrale pad met het kruis zijn begraven. In dit zuidelijke, nieuwste deel van de begraafplaats lijkt de strikte scheiding echter niet volledig te zijn gehanteerd. Behalve dit graf zijn hier nog drie andere zusters begraven. In rij zeven worden in het register vier graven vermeld. De locatie waar graf één tot en met vier van rij acht zouden moeten liggen, is echter verstoord. Op de locatie waar graf vijf tot en met acht van rij acht werden verwacht, zijn daarentegen wel graven aangetroffen, hoewel het register daar geen graven vermeldt. Het is niet met zekerheid vast te stellen, maar mogelijk betreft het hier drie van de vijf begravingen die tussen 1975 en 1979 hebben plaatsgevonden. In het register is in deze gevallen alleen de aanduiding 'rechts' opgenomen, zonder verdere plaatsbepaling. Op basis van de leeftijdsbepalingen zou dit scenario aannemelijk kunnen worden geacht.
23
Geslacht Binnen het fysisch antropologisch onderzoek is ook het geslacht van de menselijke resten onderzocht. Deze bepaling is uitgevoerd op basis van verschillende kenmerken en betreft nooit een eenduidige ‘ja of nee’-kwestie. Een mannelijk skelet kan vrouwelijke kenmerken vertonen en een vrouwelijk skelet mannelijke, met name bij personen die langdurig zwaar lichamelijk werk hebben verricht. Bij vrijwel alle aangetroffen skeletten is vastgesteld dat het om vrouwen ging, wat in overeenstemming is met het karakter van de begraafplaats. Bij twee skeletten zijn echter meer mannelijke dan vrouwelijke kenmerken vastgesteld. Eén van deze skeletten is aangetroffen in het middenpad tussen vak één en vak twee. Op basis van metrische (meetkundige) geslachtsbepaling is geconcludeerd dat dit een mannelijk individu betreft. Volgens het register betreft dit graf de rector, wat overeenkomt met de uitkomst van het onderzoek. Het tweede skelet vertoont eveneens meer mannelijke dan vrouwelijke kenmerken. De schedel en onderkaak wijzen deels op een man, al geldt de onderkaak als een minder betrouwbare indicator. Van de acht uitgevoerde metingen zijn er zes als mannelijk en twee als vrouwelijk beoordeeld (Tot op het bot 2025). Op basis daarvan is vastgesteld dat het skelet meer mannelijke trekken heeft, maar dat het desondanks om een vrouw kan gaan.
Volgens het register betreft dit een zuster van 63 jaar, en de fysisch antropologisch vastgestelde leeftijd van 60–70 jaar sluit daarbij aan.
Pathologie Naast leeftijd en geslacht is binnen het fysisch antropologisch onderzoek ook gekeken naar eventuele trauma’s, zoals botbreuken, en in het bijzonder naar verwondingen rondom het moment van overlijden (peri-mortem trauma). In totaal zijn zes gevallen van botbreuken vastgesteld. Zo is bij een 71-jarige vrouw in het zuidelijke deel van de begraafplaats (vak 4) een geheelde polsbreuk aangetroffen. Daarnaast zijn vier geheelde schedelwonden geïdentificeerd: bij de rector, een 74-jarige zuster, en twee personen zonder geregistreerde status (van respectievelijk 55 en 21 jaar). Deze wonden waren volledig genezen en hebben geen rol gespeeld bij het overlijden. In één schedel is een niet-geheelde schedelwond vastgesteld. Dit betrof het skelet van een vrouw tussen de 60 en 80 jaar oud. Volgens het register betrof dit een 80-jarige zuster. Deze verwonding is waarschijnlijk (mede) de doodsoorzaak geweest (Tot op het bot 2025)
24
Conclusie Samenvattend is vastgesteld dat het register in grote lijnen overeenkomt met de resultaten van de opgravingen en het fysisch antropologisch onderzoek. De indeling van het grafveld, het aantal rijen en het aantal graven per rij komt grotendeels overeen met de gegevens uit het register. Het centrale deel van het grafveld is echter sterk verstoord geraakt, waardoor een betrouwbare vergelijking met het register moeilijk uitvoerbaar is. Met name vak twee, gelegen ten noorden van het kruis (na de uitbreiding), kan niet op betrouwbare wijze worden geëvalueerd. Enkele verschillen zijn vastgesteld. In het zuidelijkste vak zijn drie graven aangetroffen die volgens het register niet verwacht werden. Vermoed wordt dat het hier gaat om drie van de zes graven waarvoor in het register geen exacte locatie is aangegeven. Op basis van een vergelijking van leeftijden wordt dit als aannemelijk beschouwd. In vak één, ten zuiden van het nieuwe kruis, is eveneens een ‘extra’ graf aangetroffen. Vermoedelijk betreft dit één van de zes zusters die in de jaren 1970 zijn begraven zonder nauwkeurige plaatsaanduiding. Het eerste vak ten noorden van het nieuwe kruis is sterk verstoord (vak 2). In dit gebied hebben begravingen plaatsgevonden zowel vóór als na de uitbreiding, waardoor – mede door dubbele begravingen – een vergelijking met het register bemoeilijkt wordt.
In het noordelijke deel (het vak links van het kruis vóór de uitbreiding – vak 1) is in de laatste rij een ‘extra’ graf aangetroffen, waarin de resten van een vrouw tussen de 18 en 20 jaar zonder pathologiën zijn gevonden. Naast ‘extra’ graven die niet in het register zijn opgenomen, zijn er ook graven vermeld in het register die tijdens de opgraving niet zijn aangetroffen, ondanks dat de bodem op die locaties niet verstoord leek. Zo ontbreekt in het noordelijke deel het meest noordelijke graf in rij drie. Ten zuiden van het oude kruis (vak 2) lijken rij zes van het oude vak en rij vijf van het nieuwe vak te ontbreken. Vanwege mogelijke verstoringen kan dit echter niet met zekerheid worden vastgesteld. In het zuidelijke deel ontbreekt het eerste graf van rij vijf. Wanneer de leeftijden uit het register worden vergeleken met de leeftijden die tijdens het fysisch antropologisch onderzoek zijn vastgesteld, blijkt dat deze grotendeels overeenkomen. In totaal is in 87 gevallen een leeftijd vastgesteld. Bij 22 skeletten kon geen leeftijd worden bepaald en in acht graven zijn geen resten aangetroffen, wat het gevolg was van slechte conservering of eerdere ruimingen. In 75 van de 87 gevallen komt de vastgestelde leeftijd overeen met de leeftijd zoals vermeld in het register. In dertien gevallen is sprake van een afwijking.
Acht van deze afwijkingen betreffen kleine verschillen die binnen de gebruikelijke foutmarge vallen. Vijf afwijkingen konden niet worden verklaard. Twee van deze gevallen bevinden zich in het centrale deel van de begraafplaats, waar verstoringen en overlappende begravingen de vergelijking bemoeilijken. In twee andere gevallen lijkt de volgorde van de graven binnen een rij te zijn omgedraaid. Over het geheel genomen blijkt dat de leeftijdsbepaling van het fysisch antropologisch onderzoek als zeer betrouwbaar kan worden beschouwd, en dat de resultaten over het algemeen goed aansluiten bij de gegevens zoals deze in het register zijn vermeld.
25
rij 2 2 3 9
Leeftijd fysische graf antropologie 2 20-24 7 22-34 4 25-30 1 35-39
9 9
5 7
25-30 20-25
Leeftijd register opmerkingen 18 binnen foutmarge 84 (tweede begraving) 36 binnen foutmarge 23 volgorde van begraven omgedraaid? volgorde van begraven omgedraaid? / 23 binnen foutmarge 37 volgorde van begraven omgedraaid?
3 4 5
6 2 4
35-39 50-59 50-70
59 64 34
binnen foutmarge
2 4 50-59 2 5 30-60 4 8 40-60 5 2 40-80 Tabel 1 Afwijkingen ten aanzien van leeftijd
64 64 68 84
binnen foutmarge binnen foutmarge binnen foutmarge? binnen foutmarge
vak noord
midden (zusters pre 1919)
midden - zuid (zusters post 1919) zuid
Concluderend kan worden gesteld dat in het grootste deel van de begraafplaats sprake is van een goede overeenstemming tussen het register en de resultaten van de opgravingen. Toch zijn enkele afwijkingen vastgesteld. In het noordelijke deel is één graf aangetroffen dat niet in het register voorkomt en waarvoor geen alternatieve verklaring is gevonden. Het betreft hier het graf van een vrouw tussen de 18 en 20 jaar oud. In de twee zuidelijke vakken (vak drie en vak vier) zijn in totaal vier graven aangetroffen die niet in de plaatsbepalingen van het register zijn opgenomen. Het wordt echter als zeer aannemelijk beschouwd dat dit vier van de zes graven betreft die in de jaren 1970 zijn aangelegd, en waarvoor in het register geen exacte locatie is vastgelegd. Daarnaast zijn minstens twee graven die wel in het register zijn vermeld, tijdens de opgraving niet teruggevonden.
26