Almelo Circulair 2050 - bijlage 2 - Koersdocument CE Twente def 2024
Tekst van het document
8 januari 2024
ik
ru eb
ndstoffen Gro
tie uc od
Duurzam ep r
m D u urzaa
g
Regionaal Koersdocument
Circulaire Economie voor Twentse gemeenten Auteurs: Theo Matton, Tijs Bruins Slot, Iris Lammertink, Albert Sandbrink
Inhoud Samenvatting; aan de slag! Inleiding 1.
De meerwaarde van regionale samenwerking
1.1
Context
1.2
Stand van zaken: waar staan Twentse gemeenten in 2026?
1.3
Voordelen van samenwerking
1.4
Risico’s rond samenwerking
1.5
(Concrete) samenwerkingsmogelijkheden
1.6
Wie zijn mogelijke samenwerkingspartners en stakeholders
2.
Regionale doelstellingen voor Twente
2.1
Vast te stellen regionale hoofddoelen voor een circulaire economie
2.2
Vooruitblik regionale subdoelen voor een circulaire economie
Twente 2050
2
Samenvatting; aan de slag! Aan de slag! Met dit motto is het regionaal Ambtelijk Overleg Circulaire Economie (AO CE) aan het werk gegaan om verdere invulling te geven aan de circulaire economie (CE) in Twente. Eind 2021 is de ‘Handreiking Circulaire Economie voor de Twentse gemeenten’ (2021) gepresenteerd aan de regio en omgeving. Hoog tijd dus voor een volgende grote stap om het thema verder te brengen. Met dit koersdocument geven we verder invulling aan de versnelling van circulaire economie in onze regio. Dit doen we door de samenwerking te bevorderen tussen de Twentse gemeenten en richting te geven in de aanpak om samen doelstellingen te behalen.
Ambitie Uit een inventarisatie die kortgeleden is gedaan blijkt dat een aantal gemeenten nog geen circulaire ambities hebben uitgesproken voor de huidige coalitieperiode. Ook blijkt een groot deel van de gemeenten circulaire economie nog niet belegd te hebben in hun organisatie. De urgentie van verandering naar een circulaire economie is hoog. Daarom is het belangrijk dat Twentse gemeenten meer in beweging komen. Onze gedeelde ambitie is volledig circulair zijn in 2050. Regionale doelstellingen helpen dit te bereiken. Hierbij is het belangrijk dat we gebruik maken van elkaars kennis en naar de regio uitstralen dat circulaire economie een belangrijk onderwerp is. We stimuleren anderen om er ook mee aan de slag te gaan. Het vasthouden van een efficiënt en doorlopend proces is een aandachtspunt.
Hoe gaan we aan de slag? We willen werken met een regionaal activiteitenplan (RAP). Dit helpt ons daadkrachtig impact te maken en te komen tot een circulaire economie. Een RAP geeft ondersteuning aan het opstellen en uitvoeren van beleid van individuele gemeenten. Dit wordt gedaan aan de hand van de 5 invalshoeken vanuit de ‘Handreiking circulaire economie voor de Twentse gemeenten’. Per invalshoek wordt een werkgroep ingesteld die een uitvoeringsplan opstelt. Deze uitvoeringsplannen samen vormen de RAP. De werkgroepen worden gevormd vanuit de deelnemers van het AO CE. Het is de bedoeling dat elke gemeente in ieder geval deelneemt aan één van de werkgroepen. Om voor enthousiasme, inspiratie en vernieuwing te blijven zorgen wisselt van tijd tot tijd de samenstelling van de werkgroepen. Na het tweede jaar volgt een evaluatie en algehele bijstelling. In dit koersdocument worden ook voorstellen gedaan voor gezamenlijke regionale doelen. Deze dienen als uitgangspunt voor de werkgroepen. Het regionaal actieplan geeft ook inbreng voor de jaarplannen van het portefeuillehouders overleg Milieu, Duurzaamheid en Afval en hebben hierdoor effect op de andere twee regionale ambtelijk overleggen: AO Afval en AO Milieu en Duurzaamheid.
Twente 2050
3
Klassieke of pragmatische aanpak Het is aan elke gemeente hoe zij naast de regionale samenwerking binnen hun eigen gemeente omgaan met circulaire economie. Klassiek Een optie voor gemeenten is om op basis van eigen doelen beleid op te stellen voor een circulaire economie en dit verder uit te werken en uit te voeren zoals geschetst in hoofdstuk 5 van de handreiking “In 7 stappen naar een gemeentelijk beleid voor circulaire economie”. Pragmatisch Vanwege de omvang, complexiteit en urgentie van het onderwerp kan er ook gekozen worden voor een gemeentelijk koersdocument waarin beleidvorming en uitvoering naast elkaar lopen. Op basis van dit document wordt er dan inhoudelijk gewerkt aan circulaire economie en kan er toegewerkt worden naar beleid. Verschillende Twentse gemeenten zijn hiermee begonnen en kunnen een voorbeeld zijn. Bijvoorbeeld de gemeenten Enschede1 , Rijssen-Holten en Losser. Buiten Twente zijn dit bijvoorbeeld Tilburg, Haarlem, Leeuwarden, Gouda, Amsterdam en Rotterdam.
Goed geregeld toen, en nu verder! Van vroeger uit is de infrastructuur in Twente goed geregeld. Voor een goede ondersteuning van de bruisende textielindustrie was een goede infrastructuur nodig. Tegenwoordig maakt de Twentse infrastructuur en bouwwereld ook de verandering naar een circulaire economie. In de regio Twente zijn er veel kansen in verschillende sectoren. Daarnaast komen er op het gebied van circulaire economie vanuit de landelijke overheid steeds meer regels en wetten op ondernemers en overheid af. Dus ook gemeenten moeten hierin mee, én hiermee aan de slag. Doen we dit niet dan zijn we niet voorbereid op de toekomst en is er een kans dat we achter de feiten aan lopen. De huidige coalitieperiode is dan ook dé kans om samen de schouders eronder te zetten, waarbij we slim gebruik maken van elkaars capaciteit en kennis!
1
Koersdocument CE, gemeente Enschede, 2023.
Twente 2050
4
Inleiding Alle gemeenteraden en colleges in Twente zijn zich bewust van het belang van duurzaamheid en de concrete vertaling naar maatregelen. Eén onderdeel binnen duurzaamheid is de circulaire economie. In Twents verband is er al eerder gewerkt aan dit thema met als resultaat de ‘Handreiking circulaire economie voor de Twentse gemeenten’. Voor verdere invulling aan het thema circulaire economie binnen de regio Twente en hoe we daarin samen kunnen optrekken, is dit koersdocument opgesteld. Het koersdocument licht toe wat de meerwaarde is van de samenwerking en welke ambities en doelstellingen passen bij Twente. Het doel van dit document, samen met het bijbehorende actieplan, is de samenwerking tussen de Twentse gemeenten de komende jaren te bevorderen en zo de circulaire transitie te versnellen in de regio.
Noodzaak van een Circulaire Economie In Nederland gebruiken we in een jaar ruim 3 keer zo veel voedsel en natuurlijke grondstoffen als de aarde in een jaar tijd kan maken. Dit is niet houdbaar en brengt grote risico’s met zich mee, zoals een sterk biodiversiteitsverlies, vervuiling van onze leefomgeving en wereldwijde ontbossing (IRP, 20202). Ook de leveringszekerheid van grondstoffen en voedsel is op termijn niet meer vanzelfsprekend. Dit merken we nu al door stijging van prijzen van bijvoorbeeld gas, olie en hout. Veel zeldzame metalen, zoals goud en zink, zijn voor het eind van deze eeuw als primaire grondstof niet meer op de aarde aanwezig. Dat we zoveel grondstoffen verbruiken in Nederland is een direct gevolg van onze lineaire economie waarbij deze grondstoffen als afvalstof verloren gaan. De verandering naar een circulaire economie kan ervoor zorgen dat we de aarde niet meer uitputten. Door het verminderen van ons grondstoffengebruik en het zo lang mogelijk gebruiken van bestaande materialen en producten, kunnen we binnen de grenzen van onze planeet blijven. In een volledig circulaire economie zijn de grondstof kringlopen gesloten. Dan komen grondstoffen en materialen zoveel mogelijk terug in een vergelijkbaar product. Dat wil zeggen als product of dienst met dezelfde functie. Er bestaat dan geen afval meer en niet-hernieuwbare grondstoffen worden niet langer uitgeput.
Om dit te bereiken moeten we een verandering doormaken van een lineaire, naar een circulaire economie (zie figuur 1). Een circulaire economie is een andere manier van denken over het economisch systeem zoals dat nu gebeurt. Het doel van de circulaire economie is om grondstoffen, goederen en materialen zo efficiënt mogelijk te gebruiken en in kringloop te houden. Het is ook een uitdaging om de hoeveelheid grondstoffen die uiteindelijk in kringloop worden gebracht, zo laag mogelijk te houden. Vanuit economisch punt behouden grondstoffen, die in kringloop zitten en blijven, hun waarde (“niet afschrijven maar opschrijven”).
2
IRP (2020). Resource Efficiency and Climate Change: Material Efficiency Strategies for a Low-Carbon Future. Hertwich,
E., Lifset, R., Pauliuk, S., Heeren, N. A report of the International Resource Panel. United Nations Environment Programme, Nairobi, Kenya. https://www.resourcepanel.org/reports/resource-efficiency-and-climate-change
Twente 2050
5
Figuur 1: verschillen tussen de lineaire en circulaire economie schematisch weergegeven.
Europese, nationale, provinciale beleidscontext Op Europees niveau is er in 2021 een actieplan opgesteld met een agenda voor het versnellen van de Europese Green Deal. Dit actieplan bouwt voort op de acties voor een circulaire economie die sinds 2015 zijn ingevoerd. Het plan presenteert een aantal initiatieven om duurzame producten, diensten en bedrijfsmodellen te bevorderen en consumptiepatronen zo te veranderen dat afvalproductie al vooraf wordt vermeden. In Nederland bestaat er sinds 2016 het Rijksbrede programma circulaire economie “Nederland circulair in 2050”. Dit programma was agenderend. Het beschreef de stip op de horizon en zorgde voor bewustwording in de samenleving. De nationale ambitie is dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Het tussendoel is dat in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen met 50% is verminderd. Vanuit dit programma zijn 5 transitieagenda’s uitgewerkt voor volgende thema’s: Consumptiegoederen, Biomassa & Voedsel, Kunststoffen, de Maakindustrie en de Bouw. Met het meest recente programma ‘Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030’ (NPCE) borduurt het Rijk voort op de al gelegde basis. Ook de provincie Overijssel heeft het beleidsthema Circulaire Economie opgepakt en volgt het landelijke beleid op basis van de genoemde transitieagenda’s. Hier voegen zij de transitieagenda’s Textiel, en Infrastructuur aan toe.
Er is geen regionale transitieagenda (RTA) voor Consumptiegoederen. In de RTA’s staat hoe binnen Overijssel het verschil kan worden gemaakt, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de Overijsselse economie.
Twente 2050
6
Hoe haken we aan op bestaand beleid? In Twente hebben we de thema’s uit de landelijke en provinciale transitieagenda’s omgevormd naar thema’s die op gemeenteniveau van belang zijn. Binnen het ambtelijk overleg Circulaire Economie werken we op basis van de 5 beleidsinvalshoeken (zie figuur 2) afkomstig uit de ‘Handreiking circulaire economie voor Twentse gemeenten’ aan de verandering naar een circulaire economie. Zo zijn we aangehaakt bij grotere ontwikkelingen, terwijl we lokaal doen wat nodig is om de verandering verder te brengen.
Figuur 2: gemeentelijke invalshoeken voor circulaire economie (bron: Koersdocument CE, gemeente Enschede, 2023).
Dit koersdocument Dit koersdocument schetst regionale doelen en een gemeentelijke samenwerking voor een circulaire economie. Bedoeling is dat dit koersdocument met een college- of raadsbesluit bekrachtigd wordt.
Het regionaal actieplan Het regionaal actieplan is een addendum bij dit koersdocument. In het actieplan is uitgewerkt hoe we vanuit het ambtelijk overleg Circulaire Economie (AO CE) samen stappen zetten om het beleidsveld circulaire economie verder inhoud te geven en te versterken. “Samen stappen zetten” heeft de volgende stappen: 1.
Het verder uitwerken en precies opgeven van de regionale doelen voor de verschillende invalshoeken;
2. Het opstellen en uitvoeren van een gemeenschappelijk RAP. Het activiteitenplan is bedoeld ter ondersteuning bij het inhoud geven en uitvoeren van lokaal gemeentelijk beleid. 3. Beschrijven van indicatoren om de voortgang bij elke gemeente te kunnen meten, oftewel het opzetten en vullen van een gezamenlijk dashboard voor monitoring.
Twente 2050
7
Met het regionale actieplan wordt kennis en ervaring met AO CE als platform gedeeld. We kijken hoe relevante kennis en ervaringen geborgd kan worden en daarmee beschikbaar blijft voor toekomstig gebruik.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de meerwaarde van de regionale samenwerking beschreven en in hoofdstuk 2 staan de regionale doelen van onze samenwerking. In het regionaal actieplan wordt de werkwijze beschreven hoe vanuit de samenwerking aan de doelen gewerkt wordt de komende jaren.
Twente 2050
8
1. De meerwaarde van regionale samenwerking Het regionaal sluiten van productieketens en het
stil kwam te liggen. Arbeid in andere landen was
opzetten van ketensamenwerkingen zijn belangrijke
goedkoper en de Nederlandse afzetmarkten voor
onderdelen voor het bereiken van een circulaire
textiel konden door oorlog niet langer bereikt worden.
economie. Om de circulaire economie in Twente verder
Na jarenlange afwezigheid komt de textielindustrie
te brengen is het van belang dat Twentse gemeenten
door circulaire verdienmodellen weer terug in
samenwerking zoeken. Want alleen gaat het wellicht
Twente. Met de komst van textielverwerkingsbedrijf
sneller, maar samen kom je verder. In Twente is al
Frankenhuis naar de regio, de opening van het
vaker op verschillende thema’s samenwerking gezocht,
circulaire textiellaboratorium van Hogeschool Saxion
zoals bijvoorbeeld het convenant Duurzaam Beton in
Enschede en oprichting van samenwerkingsverband
de Regio Twente en Afvalloos Twente 2030. Hier zijn
Texplus kan de textielindustrie weer bouwen aan
positieve ervaringen en resultaten geboekt.
een nieuwe en sterke positie. Deze keer niet als producent van nieuw materiaal, maar als producent
In dit hoofdstuk meer over de positie van de regio
van volledig hergebruikt materiaal. Deze verandering
Twente in Overijssel en Nederland, de ontwikkelingen
van de Twentse textielindustrie is een goed voorbeeld
die gemeenten doormaken op het gebied van circulaire
hoe een sector kan transformeren van een lineaire
economie en de voordelen van samenwerking op het
maakindustrie naar een circulaire productieketen.
gebied van circulaire economie. Ook is er aandacht voor de risico’s die hierbij komen kijken en een eerste aanzet
Ook de “Twentse Bouw & Infra” zit niet stil. Van vroeger
voor concrete samenwerkingsmogelijkheden tussen
uit is de infrastructuur in Twente goed geregeld.
gemeenten. Afsluitend wordt er ingegaan op mogelijke
Voor een goede ondersteuning van de bruisende
samenwerkingspartners en andere stakeholders.
textielindustrie was een goede infrastructuur onmisbaar. Dat begon met het aanleggen van kanalen
1.1
Context
als belangrijkste transportwegen. Door industrialisatie
Van vroeger uit is de textielsector in Overijssel sterk
werden het spoor en de tram belangrijke factoren
aanwezig. Met name regio Twente stond en is nog
in de Twentse industrie. Tegenwoordig wordt de
steeds bekend om zijn sterke textielindustrie, die zijn
Twentse bouwnijverheid steeds meer circulair. Met het
oorsprong heeft in de 19e eeuw. Textielproducten
convenant Duurzaam Beton uit 2016 en de deelname
afkomstig uit Twente werden jarenlang over de hele
van alle Twentse gemeenten aan de Betonketen van
wereld geëxporteerd.
Bouw Circulair zijn de eerste stappen al gezet. Nu
Dit zorgde ook voor een sterke infrastructuur om
wordt de verandering doorgezet met onder andere
transport zo efficiënt mogelijk te maken. Hiermee
de “Challenge Samen Bouwen aan een zo circulair
verbond de regio zich aan omliggende regio’s.
en duurzaam project” van stichting Pioneering.
Verschillende tegenslagen in de eerste helft van de 20e
Daarnaast zijn ook bedrijven in de Twentse bouwsector
eeuw zorgden ervoor dat de Twentse textielindustrie
hard aan het werk met de circulaire transitie. Zo
Twente 2050
9
de hoeveelheid productieafval en zijn in Enschede
1.2 Stand van zaken: waar staan Twentse gemeenten in 2026?
de eerste circulaire sociale huurwoningen van De
In een recente inventarisatie (bijlage 2 in het RAP) is naar
Woonplaats opgeleverd.
voren gekomen dat een aantal gemeenten nog geen
vermindert Plegt-Vos met de prefab-fabriek in Almelo
ambities heeft vastgelegd voor de huidige coalitieperiode. Tot slot is ook een andere van oudsher sterke sector
Ten opzichte van de vorige inventarisatie is dit aantal
in Twente bezig met de circulaire verandering.
wel afgenomen. Toch heeft het overgrote deel van de
Binnen de land- en tuinbouwsector zijn de Twentse
gemeenten circulariteit nog niet voldoende en goed
Bouwboeren bezig met het inrichten van een regionale
belegd in de organisatie.
ketensamenwerking die een brug slaat tussen (ver) bouw en landbouw onder het motto van Land naar
Veel activiteiten op gebied van circulaire economie
Pand. In deze keten worden bio-based bouwmaterialen
worden op ad hoc basis gedaan of worden niet duidelijk
geproduceerd met regionaal geteelde grondstoffen.
als circulair onderkend. Ten opzichte van de vorige
Deze kunnen in dezelfde regio verwerkt en toegepast
inventarisatie is hierin voor veel gemeenten weinig
worden bij bouwprojecten. Op 25 september 2023
veranderd. De wens leeft wel om dit te veranderen en
hebben de Twentse Bouwboeren hier het startschot
richting 2026 het thema CE beleidsmatig en (centraal)
voor gegeven. Er is een intentieverklaring getekend
belegd te hebben binnen de organisatie. Hierbij is
met een groot aantal regionale partijen: boeren,
een bredere cultuurverandering in de organisatie een
bouwers, overheden en andere maatschappelijke
belangrijk thema. Circulariteit zou gewoon moeten
instellingen. Hierin is de intentie uitgesproken om in
worden en dat vereist een lange adem.
Twente toe te werken naar de teelt van 1000 hectare biobased landbouwgewas. In 2019 is Twente al door
Op korte termijn gaan veel gemeenten aan de slag
het Ministerie van Landbouw aangewezen als proeftuin
met het vormen van beleidsvisies en het beschrijven
voor kringlooplandbouw: gestart als Mineral Valley, nu
van doelstellingen. Daarbij wordt er nog veel met
onder de noemer “De Land Bouwers”.
pilotprojecten gewerkt. De ambities die al wel bekend zijn bij gemeenten richten zich nog voornamelijk op de
De voorbeelden geven duidelijk aan: de markt is volop
voorbeeldfunctie en circulaire aanbestedingsstrategieën.
in verandering. Gemeenten kunnen de kansen die deze
Er is nog weinig inzicht in manieren waarop de gemeente
transitie biedt benutten door:
haar inwoners en organisaties gaan meenemen in de
• Circulair aanbesteden met onder ander circulaire
verandering.
voorwaarden in het programma van eisen; •
Circulaire gebiedsontwikkelingen;
• Nieuwbouwprojecten die circulair zijn ontworpen voorkeur geven; • Circulaire producten kopen (bijvoorbeeld dienstkleding of kantoormeubilair).
Twente 2050
1.3
Voordelen van samenwerking
Uit de inventarisatie blijkt dat Twentse gemeenten graag de samenwerking op verschillende manieren en onderwerpen willen zoeken. Samenwerken binnen het thema CE heeft meerdere voordelen.
10
Regionale kennisdeling
regionale producten en diensten voorkomt lange
Ten eerste kunnen gemeenten kennis en kunde met
transportafstanden en bespaart uitstoot van schadelijke
elkaar delen. Verschillende gemeenten hebben in de
stoffen. Dit effect wordt versterkt als de producten
inventarisatie aangegeven veel behoefte te hebben
bestaan uit grondstoffen die regionaal gewonnen zijn,
aan het delen van kennis en ervaring op het gebied
bijvoorbeeld bij het uitwisselen van materialen tussen
van circulaire economie. Enkele gemeenten binnen
gemeenten en bedrijven.
Twente hebben al de nodige ervaring opgedaan met het uitvoeren en ontwikkelen van circulaire economie.
1.4
Risico’s rond samenwerking
Anderen kunnen hiervan leren en de goede ervaringen
Voordat gemeenten samenwerking zoeken, is
overnemen.
het belangrijk om bewust te zijn van de risico’s en mogelijke nadelen van samenwerking. Ten eerste is
Duidelijkheid voor stakeholders
het van belang om verschillen in ambities, prioriteiten
Ten tweede is het voor de regionale circulaire economie
en middelen goed te analyseren om raakvlakken te
van belang dat gemeenten gezamenlijk optrekken.
vinden. Gemeenten hebben niet altijd doelstellingen
Zo laten gemeenten aan ondernemers in de regio
die met elkaar overeenkomen. Het is belangrijk om
zien dat de verandering naar een circulaire economie
vooraf verschillen inzichtelijk te maken om succesvolle
serieus is. Dit stimuleert de circulaire transitie bij
samenwerking te realiseren. Met dit koersdocument
ondernemers. Voor de beschikbaarheid van lokale
laten we een uitgangspunt voor samenwerking zien
circulaire producten en diensten is deze verandering
met daarin een drietal doelstellingen die we als regio
bij ondernemers belangrijk om de eigen doelstellingen
Twente gezamenlijk aan kunnen gaan, ongeacht deze
te kunnen behalen. Daarnaast biedt kennisdeling
verschillen.
specifiek meer eenduidigheid en uniformiteit in beleidskaders en gemeentelijke doelstellingen. Zo
Daarnaast is samenwerking geen garantie voor een
weten maatschappelijke stakeholders beter waar ze
efficiënt proces. Samenwerking kan meer werk en
aan toe zijn.
tijd vragen van een organisatie door de noodzaak van goede en zorgvuldige afstemming. Hier kan veel
Schaalvoordeel
tijd in gaan zitten. Dit maakt dat niet alle projecten of
Ten derde levert regionale samenwerking
beleidsterreinen even geschikt zijn voor gemeentelijke
schaalvoordelen op. Bijvoorbeeld binnen de pijler
samenwerking. Met name projecten waar relatief veel
Inkoop en Aanbesteding zijn schaalvoordelen te
overkoepelende standaarden gelden zijn geschikt voor
behalen door gezamenlijk in te kopen. Ook kan door
samenwerking. Denk aan de wettelijk vastgelegde MPG
gezamenlijke inkooptrajecten de capaciteit gedeeld
(MilieuPrestatie Gebouwen) of minimale eisen aan
worden.
materialen voor wegverhardingen.
Stimulering van regionale kringlopen
Tot slot bestaat er een risico dat door samenwerking
Ten slotte geeft regionale samenwerking kansen om
bij projecten de aanbestedingsgrens voor Europees
projecten duurzamer uit te voeren. Toepassing van
aanbesteden wordt overschreden en opdrachten
Twente 2050
11
minder bij lokale ondernemers terecht komen. Hier kan
van circulaire economie op de beleidsagenda’s bij
in de aanbesteding rekening mee worden gehouden
het Rijk en Provincie en middelen voor gemeenten
door kwaliteitseisen te stellen die voor lokale partijen
uiteraard is belangrijk. Daarnaast is lobby gericht op
makkelijker te behalen zijn. Een voorbeeld hiervan is
wet- en regelgeving, standaardisering en certificering
een maximale transportafstand die lokale partijen een
van belang. Toch is het zo dat we vanuit het AO CE hier
voordeel geeft.
alleen een rol zien als externe partijen het voortouw nemen. Worden we door externe partijen benaderd
1.5 (Concrete) samenwerkingsmogelijkheden
wegen we per casus af of het meerwaarde heeft.
Samenwerking kan risico’s geven. De voordelen
gezamenlijke standpunten innemen richting hogere
worden door goede voorbereiding en afstemming niet
overheidsorganen.
verminderd door deze risico’s. Toch is samenwerking
De interne lobby richt zich vooral op de eigen
waardevol in de verandering naar een circulaire
bestuurders, gemeenteraden en collega’s van andere
economie. In deze paragraaf wordt een aantal concrete
afdelingen. Hier speelt het AO CE wel een rol. Deze
samenwerkingsmogelijkheden beschreven op basis van
lobby gaat meer over het creëren van draagvlak
de genoemde inventarisatie.
voor circulaire economie binnen de gemeentelijke
Het is daarom belangrijk dat we zoveel mogelijk
organisatie. De interne lobby kan ook ingezet
Delen van kennis, informatie en capaciteit
worden om bijvoorbeeld gemeenteraden op een
Het delen van goede voorbeelden, beleidsdocumenten
laagdrempelige manier te informeren over dit
en ervaringen met circulaire projecten worden als
complexe thema.
waardevolle toevoeging gezien binnen de Twentse samenwerking en kan de werkdruk verminderen.
Regionale materialenbank
Het AO CE heeft de rol deze kennisdeling mogelijk te
Verder is het oprichten van een regionale
maken. De vraag om samenwerking voor ambtelijke
materialenbank een concreet project dat binnen de
capaciteit komt vooral van kleinere gemeenten. Het
Twentse samenwerking kan worden bereikt. Het
delen van kennis, informatie en beleidsdocumenten
gaat hier om het zorgen voor een opslaglocatie
kan de werkdruk verminderen. De ‘Handreiking
(deels centraal en/of aansluiten bij digitaal platform
circulaire economie voor de Twentse gemeenten’ is hier
zoals DuSpot) voor bouwmaterialen die gemeenten
een goed voorbeeld van. De handreiking is en blijft een
onderling kunnen verhandelen of uitwisselen.
goed hulpmiddel voor de vormgeving en uitvoering
Het is hiervoor belangrijk dat de behoefte van de
van gemeentelijk CE-beleid. Het regionale actieplan als
verantwoordelijke afdelingen bekend is.
addendum bij dit koersdocument geeft ondersteuning voor gemeenten om met de handreiking aan de slag te
Regionale ketens
gaan.
Tot slot wordt er vaak aangegeven dat er bereidheid is om samen te werken bij het creëren van regionale
Gezamenlijke lobby
ketens. Zoals het Convenant Duurzaam Beton Regio
Een gezamenlijke lobby wordt gezien als een
Twente (2016) en onlangs de Twentse bouwboeren
waardevolle activiteit. De lobby gericht op prioritering
voor de inzet van lokaal verbouwde biobased
Twente 2050
12
bouwmaterialen (zie paragraaf 1.1). Hierbij is het
Op het gebied van kennis en informatie is het landelijk
vooral belangrijk om te onderzoeken waar kansen
online platform “De Verschilmakers” een goede bron.
liggen voor samenwerking. Het is niet in alle gevallen
De ‘Handreiking circulaire economie voor Twentse
noodzakelijk voor alle gemeenten om deel te nemen.
gemeenten’ bevat een overzicht (bijlage 8) met nuttige,
Ook samenwerking tussen 3 of 4 gemeenten kan zeer
andere kennispartners binnen en buiten de regio.
waardevol zijn. In onderstaande analyse (figuur 3) staan een
1.6 Wie zijn mogelijke samenwerkingspartners en stakeholders
aantal stakeholders waar gemeenten mee kunnen
Naast mogelijkheden voor intergemeentelijke
stakeholders is verdeeld over twee assen. Langs de
samenwerkingen zijn er in de regio en daarbuiten
verticale as wordt de mate waarin stakeholders invloed
ook mogelijkheden voor samenwerking met andere
kunnen uitoefenen op CE-beleid, weergegeven. Langs
partijen. Binnen de regio zijn Twente Board en
de horizontale as wordt de mate waarin stakeholders
Pioneering belangrijke samenwerkingspartners. Zij
geïnteresseerd zijn in een thema weergegeven. In het
zijn de schakel tussen overheid en ondernemers
regionale actieplan zal uitgelicht worden hoe we met
in de regio. Zo organiseert Pioneering regelmatig
de verschillende kwadranten om zullen gaan in de
bijeenkomsten voor opdrachtgevers en
uitvoering.
samenwerken. De schematische weergave van
opdrachtnemers binnen bepaalde thema’s, zoals circulaire bouwindustrie of circulaire infrastructuur.
Hoog
• Rijk • Gemeente
• Provincie • Twence
• RWS
Macht/ Invloed
• Waterschap
• Twente Milieu
• Omgevingsdienst Twente
• Twente Board
• VNG • G40
• Pioneering • De verschilmakers • Twentse Bouwboeren
• Kringloop
Laag Laag
Belang
Hoog
Figuur 3: analyse macht en belang stakeholders CE Twente.
Twente 2050
13
2. Regionale doelstellingen voor Twente Als regio hebben we de samenwerking opgezocht in de verandering naar een circulaire economie. Als uitgangspunt voor deze samenwerking bevat dit hoofdstuk een drietal regionale hoofddoelen die in deze fase gezamenlijk onderschreven kunnen worden. De doelen zijn een kopie van de 2 nationale doelen aangevuld met een eigen regionaal hoofddoel. Bedoeling is dat deze doelen bekrachtigd worden met een college- of raadsbesluit.
2.1 Vast te stellen regionale hoofddoelen voor een circulaire economie De regio Twente en haar gemeenten streven naar een circulaire economie met gesloten grondstof- en materiaalkringlopen gebaseerd op hergebruik en hernieuwbaarheid op basis van de volgende doelen: 1. De Twentse gemeenten zijn in 2050 volledig circulair als het gaat om het gebruik van materialen en grondstoffen; 2. Binnen de Twentse gemeenten is in 2030 het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen met 50% verminderd. Deze doelstellingen liggen in het verlengde van de nationale doelstellingen voor circulaire economie. De nationale doelstellingen zijn al in 2015 vastgesteld en met 2030 in zicht, kunnen we stellen dat de 50% circulariteit zeer ambitieus is. Als Twentse gemeenten willen we ambitie uitstralen en kiezen we er daarom voor de nationale doelstellingen wel te volgen. Daarnaast zullen we op regionale en gemeentelijke schaal ervaring opdoen met het meetbaar maken van circulariteit. Dit kan dan aanleiding geven om met name de tweede doelstelling bij te stellen (jaartal en/of percentage). Mede afhankelijk van menskracht en beschikbare middelen zal elke gemeente altijd de ruimte willen houden in welk tempo ze de eerste doelstelling wil bereiken.
Het is belangrijk op te merken dat de “50% minder niet-hernieuwbare grondstoffen” in de tweede doelstelling absoluut is: van alle grondstoffen die in 2030 worden ingezet, moet de helft uit hernieuwbare bronnen komen. Hernieuwbare bronnen zijn in dit geval ook abiotische grondstoffen zoals aardmetalen die we als mens ooit in de kringloop van productie en consumptie hebben gebracht. Ook bijvoorbeeld het recyclen van bestaand plastic (geproduceerd uit fossiele grondstoffen) kan gezien worden als hernieuwbaar. Naast de 2 bovenstaande doelen is er gekozen voor een uitbreiding met een doel waar de relatie wordt gelegd naar economische aspecten bij de transitie naar een circulaire economie. Dit kan door aan te geven dat grondstoffen die ten alle tijden in de kringloop van productie, consumptie en recycling blijven (zie rechts in figuur 1 op pagina 6), hun (economische) waarde behouden en daarmee financieel gewaardeerd kunnen worden.
Twente 2050
14
Daarom het volgende doel: 3. Binnen de Twentse gemeenten wordt vanaf 2035 voor 50% van alle grondstoffen en materialen die in gemeentelijk bezit of onderhoud zijn, periodiek de (markt)waarde vastgesteld. De vraag en uitdaging is “Hoe bepaal je de (markt)waarde van grondstoffen en materialen die verwerkt zijn in bijvoorbeeld goederen, gebouwen, wegen en andere objecten in de openbare ruimte?” Startpunt is dat deze goederen en zaken een zogenaamd materialenpaspoort krijgen. Op basis van dit materialenpaspoort (“opschrijven”) kan in principe op elk moment de (markt)waarde bepaald worden (“niet afschrijven”). Als grondstoffen in kringloop zitten en blijven, vertegenwoordigen zij een waarde als deze grondstoffen voor hetzelfde doel of een ander doel weer ingezet worden. Vergelijkbaar met de waardebepaling van vastgoed of bezit van grond (zonder de intentie te hebben dit direct te willen verkopen), zet je grondstoffen en materialen op “de balans”. “Periodiek” kan bijvoorbeeld, net zoals te doen gebruikelijk in de financiële sector, jaarlijks zijn. Niet alleen gemeenten zelf gaan aan de slag met materialenpaspoorten (of een andere vergelijkbaar (digitaal) instrument voor het vastleggen van grondstoffen en materialen), maar ook bedrijven, wooncorporaties en andere maatschappelijk partners binnen de gemeente, worden gestimuleerd dit op te pakken om toekomstig hergebruik te waarborgen.
Bij de doelen is het voor elke gemeente een uitdaging de omvang te bepalen van het totaal aan grondstoffen en materialen die de gemeente binnen komen, er een tijd verblijven en de gemeente ook weer verlaten. De uitdaging komt door de consumptie van de inwoners, productie van bedrijven en alle andere soorten van activiteiten en bedrijvigheid door maatschappelijke partners binnen de gemeente (inclusief de eigen gemeentelijke activiteiten en bedrijvigheid).
2.2 Vooruitblik regionale subdoelen voor een circulaire economie Zoals al eerder aangegeven onderscheiden we voor het maken en uitvoeren van gemeentelijk beleid op circulaire economie, een vijftal invalshoeken: •
Inkoop en opdrachtgeven;
•
Ontwerpen, inrichten en beheer van de openbare ruimte;
•
Bestemmen en ontwikkelen van gebieden;
•
Inwoners en huishoudens;
•
Bedrijven en organisaties.
De invalshoek “Inwoners en huishoudens” raakt in hoge mate aan de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De invalshoek ‘Inwoners en huishoudens’ valt hiermee onder de samenwerking “Afvalloos Twente”. Hier gaat het om de rol van de gemeenten richting de huishoudens van inwoners. Er wordt een apart beleidskader en uitvoeringsplan opgesteld voor dit onderdeel. En valt dus buiten het bereik van dit koersdocument.
Twente 2050
15
Voor elk van de andere invalshoeken gaat het AO CE de regionale hoofddoelen verder uitwerken op basis van hoofdstuk 2 van het regionaal actieplan. De (sub)doelen die hieruit voortkomen en de daaraan gekoppelde indicatoren om de voortgang kunnen meten, zullen in de eerste helft van 2024 aan het PHO Milieu, Duurzaamheid en Afval worden voorgelegd. Vervolgens kan hier een keuze gemaakt worden om de regionale doelen verder precies op te geven en meetbaar te maken. De (sub)doelen zijn ook bedoeld voor elke gemeente individueel. Door te kiezen uit de (sub)doelen en deze bestuurlijk vast te stellen, geeft elke gemeente zijn eigen verdieping aan de regionale doelen, welke ambitie ze wil uitstralen en welke resultaten ze willen behalen op gebied van CE. Om een idee te krijgen om wat voor (sub)doelen het per invalshoek kan gaan, zie bijlage 1 van het RAP.
Dit is een uitgave van de 14 Twentse gemeenten: Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden.
Twente 2050
16