9.1 Vaststelling bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Twente tranche 3 - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
4.7.1 Normstelling Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natuurnetwerk Nederland (NNN); Natura-2000 gebieden. Natura-2000 gebieden In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. In het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
29
NL.IMRO.0141.00107-BP31
gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en de bescherming van overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten.
Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
4.7.2 Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen beschermd natuurgebied, zoals Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De beoogde ontwikkeling leidt mogelijk wel tot een toename van scheepvaartverkeer. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt op 8,0 kilometer. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met behulp van de AERIUS Calculator de stikstofdepositie
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
30
NL.IMRO.0141.00107-BP31
berekend, zie bijlage 7. Uit de AERIUS berekening blijkt dat voor de plansituatie + optie (totaal 400 bewegingen per jaar) er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een significant negatief effect. Soortenbescherming Om de mogelijke effecten op natuurwaarden in kaart te brengen, veroorzaakt door werkzaamheden, is er een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit rapport is als bijlage 6 opgenomen in deze toelichting. Uit de quickscan blijkt het volgende: In het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen en foerageergebied van egel en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) aangetroffen. Verblijfplaatsen zijn mogelijk aanwezig in ruig begroeide rietoevers, (braam)struwelen of oude muizenholen. In het plangebied is geschikt leefgebied aangetroffen van waterspitsmuis. Leefgebied is aanwezig in de rijk begroeide plasdras zone langs de oever van het Twentekanaal. In twee bomen in het plangebied zijn twee (oude) nesten van zwarte kraai aangetroffen. Deze nesten worden mogelijk gebruikt door buizerd, torenvalk, boomvalk of ransuil. Dit zijn soorten met een jaar-rond beschermde nestplaats. Gedurende de broedtijd zijn diverse algemene vogels zonder jaarrond beschermde nestplaats broedend te verwachten in en in de directe omgeving van het plangebied.
Uitvoering van de werkzaamheden dient zoveel mogelijk buiten het broedseizoen plaats te vinden. In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van beschermde amfibieën, flora, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van beschermde soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel. Het gebied heeft geen betekenis voor vleermuizen. Geconcludeerd wordt dat aanvullend onderzoek naar egel, waterspitsmuis, kleine marterachtigen, roofvogels, uilen, nodig is om de aanwezigheid van verblijfplaatsen aan te tonen dan wel uit te kunnen sluiten. Uit dit onderzoek is gebleken dat leefgebied en/of vaste verblijfplaatsen van wezel aanwezig zijn in de te verwijderen begroeiing. Voor het verwijderen van de begroeiing is een ontheffing Wet Natuurbescherming nodig. Deze ontheffing wordt separaat van dit bestemmingsplan aangevraagd. Bomen Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe haven worden circa 18 beschermde bomen gekapt. Deze moeten binnen drie jaar worden herplant of gecompenseerd. Herplanten aan de kade is niet mogelijk, daarom worden nieuwe bomen geplant in of nabij het XL Businesspark. Voor iedere gekapte boom wordt in ieder geval één nieuwe boom geplant. Om dit te borgen is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor de optionele uitbreiding moeten ongeveer 25 bomen worden gekapt.
Ook hiervoor geldt dat voor elke gekapte boom in ieder geval één nieuwe boom wordt herplant in of nabij het XL Businesspark Twente
4.8
Archeologie
Met de ondertekening van het verdrag van Malta (1992) en de parlementaire goedkeuring daarvan (1998) heeft de Nederlandse overheid zich verplicht erop toe te zien dat bij ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het bekende en het nog niet bekende archeologische “bodemarchief”. De Wet op de archeologische monumentenzorg is sinds 1 september 2007 van kracht en legt de verplichting op om de archeologische waarden van de grond te betrekken in de ruimtelijke planvorming. Conform het huidige bestemmingsplan 'XL Businesspark Twente tranche 3' kent het projectgebied geen dubbelbestemming archeologie en daarmee geen archeologische onderzoeksplicht. Verder zijn binnen en in de nabije omgeving van het projectgebied geen monumenten aanwezig en maakt het projectgebied geen deel uit van cultuurhistorisch waardevol gebied.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
31
NL.IMRO.0141.00107-BP31
4.9
Verkeer
Het hele XL Businesspark Twente wordt ontsloten door een openbare hoofdontsluitingsweg, die uitsluitend voor fietsers en calamiteitenverkeer een doorgaand karakter heeft. Deze openbare weg binnen het XL Businesspark Twente heeft de functie van een gebiedsontsluitingsweg en zorgt voor de afwikkeling van het verkeer met een herkomst of bestemming op het XL Businesspark Twente. Naast de hoofdontsluitingsweg worden meerdere zijwegen gerealiseerd die toegang bieden tot de kavels. Deze zijwegen hebben de functie van een erfontsluitingsweg en zorgen ervoor dat de kavels bereikbaar zijn. De enige verbinding tussen het XL Businesspark Twente en het overige wegennetwerk is de H.R. Holstlaan. De H.R. Holstlaan is een stedelijke invalsweg en verbindt Almelo aan de zuidzijde met de A35 en aansluit op het XL Businesspark Twente. De H.R. Holstlaan geeft verkeer vanuit het XL Businesspark Twente directe toegang tot de A35 en het centrum van Almelo. De Pastoor Ossestraat, ten oosten van de H.R. Holstlaan, loopt ook door het XL Businesspark Twente maar heeft geen aansluitingen op de wegen binnen het XL Businesspark Twente (fietsers uitgezonderd). De verplaatsing van de bestaande openbare laad en loskade op bedrijventerrein XL Businesspark Twente te Almelo zorgt voor een verandering van de aan en afvoer van goederen in het gebied. Daarom is voor de verkeersaspecten een memo opgesteld.
Deze memo is opgenomen in bijlage 8. Uit deze memo blijkt dat: in de basis de verplaatsing van de laad- en loskade niet leidt tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking. Als gevolg van verruiming van het Twentekanaal is echter een intensiever gebruik van de kade te verwachten. Als gevolg daarvan zal de verkeersaantrekkende werking afnemen. Meer vrachtverkeer van/naar XL Businesspark zal per schip in plaats van over de weg worden vervoerd. Uitgegaan is van een conservatieve aanname dat de kade in 70% van de gevallen gebruikt zal worden door bedrijven op het XL businesspark en 30% door bedrijven van daarbuiten. Een berekening naar de verkeersaantrekkende werking in het geval van deze 70-30 verdeling komt uit op een reductie van 36 vrachtwagenbewegingen per etmaal. Als gevolg daarvan zal de verkeersafwikkeling op de ontsluitende routes van XL Businesspark zeker niet verslechteren en mogelijk verbeteren. In 2016 is reeds onderzocht en onderbouwd op welke wijze de verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd. Deze onderbouwing en de hieraan verbonden conclusies wijzigen niet. Bij verdere groei van het transport over water zal de openbare laad- en loskade worden uitgebreid met 150 m.
Wanneer dezelfde uitgangspunten met betrekking tot het gebruik van de kade gelden als voor de verplaatsing, namelijk 70% intern en 30% extern gebruik, dan gelden hiervoor dezelfde conclusies als voor de verplaatsing van de kade. Ook dan zal namelijk een verdere reductie van het transport over de weg plaatvinden en zal een afname van de verkeersaantrekkende werking aan de orde zijn. Als gevolg hiervan zal de verkeersafwikkeling op maatgevende kruispunten verder verbeteren. Zelfs als de verhouding intern-extern anders ligt, zal nog steeds geen verslechtering van de verkeersafwikkeling plaatsvinden. Bij een verhouding van 50% intern en 50% extern is de afname en toename van het verkeer even groot. Het aspect verkeer staat de verplaatsing van de laad- en loskade niet in de weg. Ook een eventuele uitbreiding van de laad- en loskade leidt verkeerskundig niet tot problemen zolang een eventuele verkeerstoename als gevolg van uitbreiding van de kade niet groter is dan de afname die samenhangt met de verkeersgeneratie van de te verplaatsen loskade én kan worden aangetoond dat nooit 2 volbeladen Va-schepen gelijktijdig tijdens de spitsuren zullen worden gelost/geladen. Vanuit het aspect verkeer bestaat er dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
32
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Hoofdstuk 5
Waterparagraaf
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Voor de uitbreiding van de haven van het businesspark is in overleg met de gemeente, het waterschap en Rijkswaterstaat een waterhuishoudkundig plan opgesteld. Omdat het waterplan reeds is goedgekeurd is een aanvullende watertoets dan ook niet noodzakelijk. In deze paragraaf is het waterhuishoudingsplan kort samengevat. Waterkwantiteit Conform de Legger oppervlaktewaterlichamen van Waterschap Vechtstromen kent de watergang (kwelsloot) parallel aan de zijtak van het Twentekanaal voor een klein gedeelte de status van primaire watergang. Het gedeelte ter plaatse van de te verplaatsen kade lijkt al eerder afgewaardeerd te zijn. Deze watergang wordt ten behoeve van de realisatie van de laad- en loskade gedempt. De in de huidige situatie aanwezige kwelsloot wordt vervangen door een duikerconstructie in combinatie met een infiltratieriool. Hierdoor blijft de afvoer van kwel gehandhaafd. De kwelsloot heeft voor een gedeelte binnen het plangebied van de optionele verlenging nog een primaire status. Voor de werkzaamheden ten behoeve van de kade in dit gedeelte dient op grond van de Keur een ontheffing te worden aangevraagd bij het waterschap Vechtstromen. De zijtak van het Twentekanaal is opgenomen in de Legger van Rijkswaterstaat.
Zowel het waterdeel als het landdeel (kering en primaire watergang) vallen onder het waterstaatkundig beheer van Rijkswaterstaat. Voor werkzaamheden binnen deze zone geldt een ontheffing op basis van de waterwet. De beoogde ontwikkeling leidt tot een toename van het verhard oppervlak waardoor sprake is van een versnelde afvoer. Deze versnelde afvoer (RWA) wordt aangesloten op de riolering van het XL Businesspark. Van het RWA wordt eerst de first flush afgepompt richting RWZI. Het resterende water stort over in de retenties van het XL Businesspark. Op deze manier wordt voorkomen dat het hemelwater op het naastgelegen terrein blijft staan. De damwand wordt t.o.v. de huidige situatie, 16,40 meter landinwaarts geplaatst waardoor meer ruimte ontstaat voor het oppervlaktewater in de zijtak van het Twentekanaal. De beoogde uitbreiding wordt aangesloten op de riolering van het XL Businesspark en op de zelfde wijzen afgevoerd. Rijksvaarwegen Het waterdeel heeft de status Rijksvaarweg. Rijkswaterstaat heeft een aantal richtlijnen opgesteld waaraan een vaarweg en bijbehorende kunstwerken moeten voldoen (Richtlijnen vaarwegen 2020). Het ontwerp van de kade en de activiteiten op het land mogen de scheepvaart niet belemmeren in doorvaarbaarheid en zichtlijnen. De laad-en loskade wordt ten behoeve van klasse Va aangelegd.
In de richtlijn wordt aangegeven dat de vaarweg beschikt over een 'normaal profiel', over een kort gedeelte 'krap profiel' waarbij een diepgang van 2,8 meter wordt vereist. Waterkwaliteit De zijtak van het Twentekanaal is opgenomen als KWR waterlichaam 'Twenthekanalen' met het type kunstmatig M7b. De chemische toestand van het kanaalwater voldoet niet aan de gestelde norm. De ecologische kwaliteit is over het algemeen matig tot goed te noemen met wel een slechte score op de specifiek verontreinigde stoffen. Ten behoeve van de verbetering van de waterkwaliteit zijn en worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. Deze maatregel wordt in samenhang met het project verbreding Twentekanalen uitgevoerd. Er is echter gebleken dat de voorgestelde maatregelen onevenredig kostbaar zijn en vanuit het oogpunt van waterveiligheid niet overal toepasbaar. Binnen het traject zijtak Twentekanaal worden dan ook de huidige damwanden versterkt en/of vervangen. In de huidige situatie bestaat de oever uit een harde oeverconstructie. Met het verleggen en of verlengen wordt de huidige harde oeverconstructie vervangen en op hoogte gebracht. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige effecten op de KRW doelen. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling worden werkzaamheden uitgevoerd in zowel de waterbodem als de aangrenzend landbodem. Als gevolg van baggerwerkzaamheden zal slib opwervelen waardoor het
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
33
NL.IMRO.0141.00107-BP31
oppervlaktewater tijdelijk vertroebelt. Vanwege de relatief kleine omvang en de beperkte stroomsnelheid van het kanaal zal dit op nagenoeg dezelfde plek ook weer bezinken. Geadviseerd wordt de landbodem te ontgraven voordat de huidige damwand wordt verwijderd om zo de kans op verontreiniging of vertroebeling van het oppervlaktewater te voorkomen. Waterveiligheid Het plangebied is gelegen binnen de grens van het waterstaatkundig beheer van Rijkswaterstaat. Voor werkzaamheden binnen deze zone geldt op basis van de waterwet een vergunningplicht. Deze zone wordt geborgd met de dubbelbestemming 'waterstaat-waterkering'. De te realiseren laad-en loskade moet voldoen aan de volgende voorwaarden: Waterkerende hoogte +10,42 m NAP. Minimale peil 9,75 m NAP. Stuwpeil +10,00 m NAP. Huidige waterbodem 6,60 meter NAP (3,5 meter waterkolom). Toekomstige waterbodem 5,40 (4,60 meter waterkolom komt uit de richtlijn vaarwegen 2017, normaal/krap Va profiel. Waterbodem van de vaargeul dient een gelijke hoogte te hebben. Hierop dient de constructie minimaal berekend te zijn en rekening houden met de kade hoogte in Richtlijn vaarwegen 2017 (6.5.4). Met de voorgenomen realisatie van de Laad- en loskade wordt voldaan aan de voorwaarden die worden genoemd in de Richtlijnen vaarwegen 2017. Door vervanging van de oeverconstructies neemt de waterveiligheid en de nautische verkeerveiligheid toe.
Kwel en grondwater Uit hydrologische studies uitgevoerd door Rijkswaterstaat voor de verruiming van het Twentekanaal blijkt het plangebied onder sterke kwelinvloed te staan. De aanwezige zandige ondergrond draagt bij aan de kwelinvloed. In het plangebied is nog een deel van de kwelsloot aanwezig. Deze wordt met de realisatie van de laad- en loskade voor een groot deel gedempt. Om een toename van kwel te voorkomen wordt ter plaatse van de afgraving, een waterremmende laag aangebracht met tenminste dezelfde weerstand als de huidige hoeveelheid slib. De afvoer voor hemelwater wordt aangesloten op het huidige stelsel. Op deze manier wordt worden negatieve effecten uitgesloten. Risico's op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen. De versnelde afvoer van hemelwater wordt aangesloten op de riolering van het XL Businesspark. Van het RWA wordt eerst de first flush afgepompt richting RWZI. Het resterende water stort over in de retenties van het XL Businesspark. Dit heeft geen nadelig effect op de bergingscapaciteit van het kanaal. Daarnaast zal met de realisatie van de kade, meer ruimte voor water ontstaan. Ook wordt de versnelde afstroom niet afgewikkeld op het naastgelegen terrein. Risico's op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook niet toe.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
34
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Hoofdstuk 6
Juridisch bestuurlijke aspecten
In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
6.1
Inleiding
Het bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Twente tranche 3 bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.
6.2
Juridische systematiek
In dit plan wordt uitgegaan van positieve bestemmingen, waarbij de ontwikkeling van nieuwbouw of verbouw mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook moet het gebruik van het gebouw of de gronden mogelijk zijn volgens de planregels en de verbeelding. Planregels De planregels zijn ondergebracht in een viertal hoofdstukken: Inleidende regels: bevat een aantal bepalingen die van belang zijn voor een juiste interpretatie en toepassing van de planregels in de overige hoofdstukken; Bestemmingsregels: bevat de regels omtrent de diverse bestemmingen waarin bouw- en gebruiks(on)mogelijkheden zijn opgenomen; Algemene regels: bevat algemeen geldende regels met betrekking tot gebruik en afwijkingen; Overgangs- en slotregels: bevat overgangsregels en de titel van het plan. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de volgende artikelen: Begrippen; Wijze van meten.
Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen, die per artikel (indien van toepassing) het volgende stramien hebben: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
35
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Wijzigingsbevoegdheid. Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: Antidubbeltelregel; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene procedureregels. Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: Overgangsrecht; Slotregel. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze bestemmingsomschrijving worden limitatief de functies genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van de grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. De afwijkingsregels en nadere eisen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden bij een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers.
Flexibiliteit binnen het bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende instrumenten aanwezig ten behoeve van de benodigde flexibiliteit: een omgevingsvergunning om af te wijken van specifieke regels. Het gaat hier om geringe afwijkingen van het bestemmingsplan. Deze afwijkingsmogelijkheid biedt voor burgemeester en wethouders de mogelijkheid een afweging te maken van de noodzaak ten opzichte van het stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch belang; nadere eisen: ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. Of en onder welke voorwaarden van deze mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, staat in het bestemmingsplan omschreven.
6.3
Beschrijving per bestemming
6.3.1 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Bedrijventerrein, Groen, Verkeer, Water - Waterstaatkundige functie. Hierna volgt een korte beschrijving van deze bestemmingen. Bedrijventerrein Bedrijventerrein is de meest omvangrijke bestemming binnen het plan. De gronden zijn bestemd voor doeleinden van handel en bedrijf, waarbij de maximaal toegestane bedrijfscategorie is aangeduid op de verbeelding door middel van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie ….’. Wel is het mogelijk om door
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
36
NL.IMRO.0141.00107-BP31
middel van een omgevingsvergunning bedrijven mogelijk te maken in één categorie hoger dan ter plaatse is toegestaan mits het beoogde bedrijf qua hinder en overlast voor de omgeving gelijkgesteld kan worden met een bedrijf in de toegestane categorie (na onafhankelijk onderzoek). Risicovolle bedrijven zijn niet toegestaan. Bij het inwaarts zoneren tot individuele woningen en woongebieden is gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)', waarin richtafstanden zijn opgenomen welke tot woongebieden aangehouden dienen te worden. Wanneer op een bedrijfsperceel meerdere categorieën van bedrijvigheid gelden, moet in principe worden uitgegaan van de laagst toegestane categorie als maximaal toelaatbaar.Risicovolle bedrijven Detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit is mogelijk (zie art.1.23 ) Hierbij is aansluiting gezocht bij de detailhandelsstructuurvisie 2013-2018 van de gemeente Almelo. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven. Het bebouwingspercentage van een bouwperceel mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage'. Bij de berekening van het maximum bebouwingspercentage wordt alleen bebouwing binnen het bouwvlak meegerekend. Daarnaast zijn enkele afwijkingsmogelijkheden van de bouwregels opgenomen.
Het gebruik van gebouwen als zelfstandige kantoren is binnen deze bestemming niet toegestaan. Groen Aan de structurele groenvoorzieningen is de bestemming "Groen" toegekend. Groenvoorzieningen, tuinen, fiets- en voetpaden, sport- en speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bebouwing is enkel toegestaan ten behoeve van nutsvoorzieningen. De maximale inhoudsmaat van een gebouw voor nutsdoeleinden is 36 m³ toegestaan. Daarnaast zijn regels opgenomen voor overige bouwwerken. Om in de toekomest optioneel de laad en losplaatst uit te breiden is binnen deze bestemming een wijzgingsgebied opgenomen. Ter plaatste van de aanduidng 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' wordt het mogelijk gemaakt de bestemming "Groen" te wijzigingen in de bestemming "bedrijventerrein". Uitgangspunt dient dan te zijn dat de uitvoering is gekoppeld aan de ontwikkeling van de achterliggende kavel of dat er behoefte is om de openbare laad en losplaats uit te breiden. Water - Waterstaatkundige functie De bestemming “Waterstaat - Waterstaatkundige functie” is, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het beheer van de watergang, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde en met inachtneming van de keur van het waterschap.
Bij recht mag binnen deze bestemming niet worden gebouwd ten behoeve van de onderliggende (basis)bestemmingen. Ten behoeve van deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte van 3 meter. Middels een afwijking is het mogelijk om toch binnen ten behoeve van de onderliggende (basis)bestemmingen te bouwen. De omgevingsvergunning om af te wijken kan alleen worden verleend, mits advies is verkregen van de beheerder van de watergang.
6.3.2 Overige regels
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
37
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Inleidende regels / begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. Inleidende regels / wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregel Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt.
Tevens kunnen krachtens dit artikel kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van gebouwen (al dan niet bij woningen) ten behoeve van kinderopvang. Algemene procedureregels Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Algemene overige regels In de algemene regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid.
Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
38
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
39
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische haalbaarheid hiervan worden aangetoond. De nieuwe openbare kade wordt gerealiseerd door de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT). In deze gemeenschappelijke regeling participeren de provincie Overijssel en de gemeenten Almelo, Borne, Enschede en Hengelo. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft ingestemd met de uitbreiding van de kade. RBT heeft voor uitvoering een subsidiebeschikking ontvangen van de provincie Overijssel, voor het uitbreiden van de kade met 150 meter. Vanuit deze subsidie worden de investeringskosten gedekt. De subsidie heeft gedeeltelijk betrekking op een bijdrage van het Rijk, als onderdeel van de Regio Deal Twente. Het resterende deel betreft een bijdrage vanuit het vermogen van de stichting Containerterminal Hengelo, dat aan de Provincie is uitgekeerd en als subsidie is verleend als regionale bijdrage voor dit project. Voor de optionele toekomstige uitbreiding (het groene deel in figuur 2.4) geldt dat de uitvoering is gekoppeld aan de ontwikkeling van de achterliggende kavel.
Bij verkoop van deze kavel worden de kosten voor aanleg van de kade verdisconteerd in de grondprijs of de aanleg wordt volledig bekostigd door de partij die de kavel afneemt. Het is ook denkbaar dat de openbare kade op termijn wordt verlengd, indien daar een subsidie voor wordt verkregen.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
40
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Hoofdstuk 8
Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze
Vooroverleg Het plan is overeenkomstig het bepaalde in bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan verschillende instanties toegezonden. De ontvangen adviezen in het kader van het vooroverleg worden verwerkt in de toelichting van dit bestemmingsplan. Belanghebbenden In het kader maatschappelijke uitvoerbaarheid worden de omwonenden en belanghebbenden rondom het plangebied door middel van een brief op de hoogte gesteld van het project. Ook is er de mogelijkheid geboden voor een nadere toelichting van het plan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan 'Uitbreiding haven XL Businesspark Twente tranche 3' en de bijbehorende stukken hebben met ingang van 09-12-2020 tot en met 20-01-2021 ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen binnengekomen. Op 8 maart 2021 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden. De ingediende zienswijzen zijn van een gemeentelijke reactie voorzien in de zienswijzenreactienota die is opgenomen in Bijlage 9 . Een aantal zienswijzen heeft aanleiding gegeven het bestemmingsplan te wijzigingen.
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
41
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Bijlagen toelichting
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
42
NL.IMRO.0141.00107-BP31
Bijlage 1 Haalbaarheidsstudie
vastgesteld bestemmingsplan Uitbreiding haven XL Businesspark Tw ente tranche 3
43
Uitbreiding laad- en loskade Haalbaarheidsstudie
XL Businesspark Twente 25 januari 2019
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Uitbreiding laad- en loskade XL Businesspark Twente
Haalbaarheidsstudie Definitief 03 25 januari 2019 111301/19-001.289
111301 ing. B.C.J. Weijers ir. G. Hamoen
ir. A.W. Burgers ir. P. Quist ing. B.C.J. Weijers ing. B.C.J. Weijers
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Doel haalbaarheidsstudie
8
1.3
Leeswijzer
9
2
HUIDIGE SITUATIE
10
2.1
Beschrijving huidige kade
10
2.2
Reeds bekende ontwikkelingen
10
2.2.1 2.2.2
Verruiming Twentekanalen - fase 2 Zwaaikom bij XL Businesspark Twente
10 11
3
PROGNOSE VOOR CONTAINEROVERSLAG
13
3.1
Inleiding
13
3.2
Scenario’s
13
3.3
Prognoses
14
3.4
Samenvatting
15
4
HUIDIGE EN BENODIGDE CONTAINERTERMINAL CAPACITEIT
16
4.1
Capaciteit huidige terminal
16
4.2
Benodigde toekomstige capaciteit
18
4.3
Samenvatting huidige en benodigde capaciteiten
20
5
RUIMTELIJKE STUDIE EN KOSTEN
21
5.1
Inleiding
21
5.2
Scenario Basis
23
5.3
Scenario Midden
25
5.4
Conclusie
27
6
MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATEN ANALYSE
28
6.1
Inleiding
28
6.2
Uitgangspunten
28
6.3
Methodiek
28
6.4
Basisgegevens
29
6.5
Resultaten
31
7
VERGUNNINGEN EN PROCEDURES
33
7.1
Inleiding
33
7.2
Bestemmingsplan toets
33
7.2.1 7.2.2
33 34
7.3
Bestemmingsplan XL Businesspark Twente tranche 3 Strijdigheid bestemmingsplan oplossen
Vergunningentoets
35
7.3.1 7.3.2
35 36
Vergunningen aanleg laad- en loskade Vergunningen uitvoeringsfase
7.4
Conclusie
37
8
NATUUR EN ECOLOGIE
38
8.1
Inleiding
38
8.2
Gegevens
39
8.3
Kenmerken
39
8.4
Vervolgstappen
39
8.5
Conclusie
40
9
DUURZAAMHEID
41
9.1
Inleiding
41
9.2
Milieuvriendelijker voor- en natransport
41
9.3
Zelfrijdende voertuigen
42
9.4
Terminal equipment
42
9.5
Elektrisch varen
43
10
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
45
10.1
Conclusies
45
10.2
Aanbevelingen
45
Laatste pagina
45
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Ruimtelijke studie Basis
2
II
Ruimtelijke studie Midden
2
III
Onderbouwing Prognose Basis
1
IV
Hoeselderbrug
4
V
Ecologie
21
VI
Overslag op de openbare kade
1
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
In de huidige situatie is er op het XL Businesspark Twente een containerterminal (CTT Almelo) en een openbare loskade aanwezig (gezamenlijk hieronder genoemd: ‘de terminal in Almelo’). Het XL Businesspark Twente is onderdeel van het Regionaal Bedrijventerrein Twente (RBT).
Afbeelding 1.1 De opening van de CTT terminal in Almelo
Door de ontwikkeling van T-Port Logistic Campus, de vestiging (hierbinnen) van Bleckmann/VTech en de uitgifte van kavels aan andere bedrijven op XL Businesspark Twente, maakt containeroverslag een forse groei door. Dit maakt dat XL Businesspark Twente beter inzicht wil krijgen in de te verwachten groei. Dit om te kunnen beoordelen of de terminal op lange termijn in staat is/blijft om deze groei te kunnen faciliteren. XL Businesspark Twente hecht hieraan, omdat de terminal een belangrijke vestigingsfactor vormt voor (logistieke) bedrijven en de regio zich wil positioneren als logistieke hotspot. Tevens is en blijft er behoefte aan het gebruik van een openbare loswal. Om deze reden wil XL Businesspark Twente de haalbaarheid van een uitbreiding van de kade vanwege de groeiende containeroverslag op de CTT terminal onderzoeken, in samenhang met de overslag van stukgoed en bulk op de openbare loswal.
7 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Afbeelding 1.2 Huidige containeroverslag
Op de openbare kade zijn de afgelopen jaren grote staalconstructies van de Fa. Buitink overgeslagen om via het water naar Amsterdam vervoerd te worden. En zijn onderdelen van windmolens overgeslagen op de kade en met speciaal transport over de weg verder vervoerd. Ook zullen in de toekomst tankschepen aan de openbare kade afmeren om olieproducten over te slaan. Deze olieproducten worden via een pijpleiding naar de nieuwe locatie van Eurol getransporteerd. In bijlage VI is een overzicht opgenomen van de bekende (en reeds uitgevoerde) en mogelijke toekomstige overslag (aanvragen) op de openbare kade. De hierin weergegeven totale verwachte structurele overslag betreft 27.000 ton per maand, exclusief olieproducten en projectmatige overslag. Er is geen marktonderzoek uitgevoerd naar de potentiële volumes uit de regio die op deze openbare kade overgeslagen zouden kunnen worden. Allicht is het ook mogelijk om met een meer gericht beleid meer verladers in de regio te interesseren om stuk- en bulkgoed over het water te transporteren. Bij een containerterminal zullen altijd containers in de kraanstack achter de kade staan, waardoor overslag van andere (bulk en stuks) goederen niet op dezelfde kade mogelijk is. Voor overslag van dergelijke goederen is een separate openbare kade nodig.
De regio Almelo beschikt verder niet over een andere vergelijkbare openbare voorziening die de gewenste ‘modal shift’ van bulk- en stukgoed van weg naar water kan faciliteren. Het beleid van de Port of Twente is om in elk havengebied openbare overslag te kunnen aanbieden, daarom ook een openbare kade in havengebied van het XL Businesspark Twente. In de Binnenhavenvisie Twentekanalen 2017-2030 (Buck Consultants International in opdracht van Havenbedrijf Twente d.d. 17 januari 2016) is aangegeven dat in de Twentse binnenhavens ruimte is voor groei en betere benutting van (openbare) laad en loskades. Het verdiepen van de Twentekanalen draagt bij aan het reduceren van de kosten voor het gebruik van de binnenvaart per ton/kilometer. Het mede gebruik van assets in havens kan ook voor andere bedrijven (derden) ertoe leiden dat het gebruik van de binnenvaart als alternatieve transportmodaliteit mogelijk wordt. Gezien het huidige en toekomstige gebruik van de openbare kade wordt aangenomen dat deze wordt behouden. Dit door deze faciliteit op de huidige locatie te behouden of door een nieuwe openbare kade te realiseren, waardoor de bestaande openbare kade bij de containeroverslag kan worden betrokken.
1.2
Doel haalbaarheidsstudie
XL Businesspark Twente heeft Witteveen+Bos opdracht gegeven om een beknopte haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de uitbreiding van de laad- en loskade en in beeld te brengen: - de overslag prognose voor containers; - ruimtelijke uitbreidingsopties en kosten; - maatschappelijke kosten-baten analyse; - noodzakelijke vergunningen en procedures;
8 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
-
relatie uitbreiding met Ecologie en natuur.
De haalbaarheidsstudie geeft inzicht in de noodzaak voor uitbreiding van de laad- en loskade. Op basis van deze haalbaarheidsstudie kunnen besluiten worden genomen en vervolgstappen in gang worden gezet.
1.3
Leeswijzer
Onderstaande hoofdstukken geven invulling aan de haalbaarheidsstudie: - hoofdstuk 2: Huidige situatie; - hoofdstuk 3: Prognose voor container overslag; - hoofdstuk 4: Huidige en benodigde containerterminal Capaciteit; - hoofdstuk 5: Ruimtelijke studie en kosten; - hoofdstuk 6: Maatschappelijke kosten baten analyse; - hoofdstuk 7: Vergunningen en procedures; - hoofdstuk 8: Natuur en Ecologie; - hoofdstuk 9: Duurzaamheid; - hoofdstuk 10: Conclusies en aanbevelingen.
9 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
2 HUIDIGE SITUATIE 2.1
Beschrijving huidige kade
De kade is opgeleverd in 2014 en wordt sindsdien gebruikt voor de overslag van bulk- en stukgoederen. Container Terminal Twente (CTT) heeft de kade per 1 januari 2017 in gebruik genomen (huur, voor een periode van 15 jaar). Bij de ontwikkeling van de huidige containerterminal werd uitgegaan van een groei naar een jaarlijkse overslag van 9.000 containers per jaar. De kade is voorzien van walstroom en in de openbare kade zijn voorzieningen (leidingen) opgenomen voor het verladen van olieproducten.
2.2
Reeds bekende ontwikkelingen
Voor de ontwikkeling van het XL Businesspark Twente zijn de volgende ontwikkelingen van belang: - de ontwikkeling van T-Port Logistic Campus; - de getoonde belangstelling van gegadigden voor nieuwbouw op kavels op het XL Businesspark Twente; - de uitbreiding van de Maasvlakte en de daarbij met verladers gemaakte afspraken om vervoer over water af te wikkelen (waardoor inland terminals een belangrijkere positie krijgen). Specifiek voor de kade en de uitbreidingsmogelijkheden: - aansluitend aan de openbare kade is een kavel in erfpacht uitgegeven aan Eurol, dit wordt in hoofdstuk 5 nader beschreven; - XL Businesspark Twente is in gesprek met andere geïnteresseerden (met watergebonden activiteiten) voor kavels in de direct nabijheid van de CTT terminal. In de directe nabijheid van de kade worden door RWS in de komende jaren twee belangrijke projecten uitgevoerd: - verruiming Twentekanalen; - zwaaikom bij XL Businesspark Twente. Deze twee projecten worden in paragaaf 2.2.1 en 2.2.2 nader beschreven. Beide onderdelen worden in één uitvoeringscontract opgenomen waarvan momenteel de aanbestedingsstukken worden afgerond. In 2019 kan de aanbesteding plaatsvinden en de werken kunnen in de jaren 2020 en 2021 uitgevoerd worden zodat de verruiming in 2022 volledig beschikbaar is.
2.2.1
Verruiming Twentekanalen - fase 2
Rijkswaterstaat verruimt de Twentekanalen en bouwt momenteel een tweede sluis bij Eefde voor een betere bereikbaarheid van de regio Twente. De verruiming van het kanaal tussen Sluis Eefde en Sluis Delden is begin 2010 afgerond. Nu worden de voorbereidingen getroffen voor fase twee: de verdieping van het kanaal tussen de IJssel en Sluis Eefde, Delden en Enschede en van de zijtak naar Almelo.
10 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Bij het verruimen van de Twentekanalen is het noodzakelijk vrijwel alle huidige damwanden te vervangen of te verstevigen. Doordat grotere schepen met een grotere diepte op de kanalen gaan varen, veranderen de belastingen op de oevers. Vele damwanden kunnen door versterking nog jaren langer mee. Andere, oudere, exemplaren moeten worden vervangen. In afbeelding 2.1 is aangegeven welke maatregelen waar worden uitgevoerd.
Afbeelding 2.1 Maatregelen Verruiming Twentekanalen
Zijtak Almelo wordt met name verdiept tot een klasse Va vaarweg met een diepte van 2,8 m. Huidige klasse is Normaal Klasse IV = krap Klasse Va max 2,5 m diepgang. Vanwege de grotere diepgang is het noodzakelijk om over een grote lengte de bestaande damwand te vervangen of te verstevigen. Bij de Taansluiting op het Twentekanaal wordt de zijtak iets breder en komen nieuwe damwanden.
2.2.2
Zwaaikom bij XL Businesspark Twente
Rijkswaterstaat gaat de zwaaikom bij Bornerbroek verplaatsen ter verbetering van de veiligheid. Door een nieuwe zwaaikom te realiseren ter hoogte van de huidige terminal op het XL Businesspark kunnen schepen direct keren ter hoogte van de terminal.
11 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Afbeelding 2.2 Zwaaikom tegenover XL Businesspark Twente
12 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
3 PROGNOSE VOOR CONTAINEROVERSLAG 3.1
Inleiding
De huidige huurovereenkomst tussen RBT en CTT is gebaseerd op een jaarlijkse overslag van 3.000 containers in 2017, oplopend naar 9.000 containers in 2023. In dit hoofdstuk worden prognoses onderzocht voor verschillende scenario’s met als eerste uitganspunt de huidige en reeds uitgegeven terreinen. Vervolgens wordt gekeken naar de groei van het volume bij een volgebouwd XL Businesspark en daarnaast ook nog een potentieel volume vanuit een verzorgingsgebied buiten het XL Businesspark.
3.2
Scenario’s
De prognose voor overslag van 40 foot containers wordt uitgewerkt voor de in tabel 3.1 gepresenteerde scenario’s. Dit betreft ‘roundtrips’: ofwel van Rotterdam haven via CTT Almelo naar bestemming en retour (of andersom). De periode 2022-2046 wordt beschouwd, dit betreft een operationele periode van de kade uitbreiding voor 25 jaar.
Tabel 3.1 Drie scenario’s voor containeroverslag (40’, roundtrips) voor CTT Almelo Scenario
Toelichting
‘Basis’
Verwachte overslag vanuit de huidige en reeds uitgegeven terreinen op XL Businesspark Twente (vanaf moment van operationeel zijn).
‘Midden’
‘Hoog’
Prognose containers (40’) per jaar
Periode
totaal 22.000
constant vanaf 2022
Verwachte overslag vanuit XL Businesspark Twente wanneer alle percelen uitgegeven en operationeel zijn.
totaal 39.000 (toename 17.000)
constant vanaf 2024
De overslag vanuit het verzorgingsgebied buiten XL Businesspark Twente.
totaal 65.000 (toename 26.000)
in 2046
De prognoses worden hieronder toegelicht.
13 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
3.3
Prognoses
Prognose Basis Voor het Basis scenario is de huidige situatie met betrekking tot de uitgegeven percelen en opties het uitgangspunt, en de volumes die de betreffende bedrijven als verwachting aangegeven hebben voor transport over water. De door de bedrijven genoemde volumes worden ingeschat als ‘realistisch’, behorend bij het soort bedrijf en de omvang van het bedrijf. Dit betreft een totale overslag van 22.000 containers (40’) per jaar van 8 bedrijven (waarvan 2 opties) op in totaal 54 ha bedrijventerrein. In bijlage III is een overzicht opgenomen van de betreffende bedrijven met de bijbehorende prognose. Tevens zijn er een aantal bedrijven die aangegeven hebben geen gebruik te willen maken van vervoer over water. Aangezien het overslag volume met name voor distributiebedrijven gemaximeerd wordt door het aantal m2 bedrijfsgebouw op het businesspark, blijft het volume op hetzelfde niveau vanaf 2022.
Afbeelding 3.1 Overzicht uitgegeven percelen (met naam van bedrijven) en opties (gearceerd)
Prognose Midden In het ‘Midden scenario’ wordt de overslag in het ‘Basis scenario’ opgetopt met die van de nog 52 ha uit te geven terreinen. Dat zijn alle gele kavels met oppervlaktes in afbeelding 3.1. Hierna zal het XL Businesspark helemaal ‘vol’ zijn. In de Gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijventerrein Twente is vastgesteld (artikel 2, lid j) dat op het XL Businesspark kavels worden uitgegeven aan bedrijven met een RBT Profiel: het profiel waaraan die bedrijven uit de sector grootschalige industriële productie en de sector transport en distributie voldoen (nader uit te werken in de staat van inrichtingen behorende bij het bestemmingsplan), wier situering op het regionaal bedrijventerrein in het bijzonder is aangewezen in verband met het te hanteren terreinquotiënt van 20 tot 50 arbeidsplaatsen per hectare en hun terreinbehoefte vanaf 2 hectare. Vanwege dit specifieke uitgiftebeleid worden voor de prognose kengetallen gebruikt van de bedrijven die reeds op het XL Businesspark gevestigd zijn of gaan vestigen. Dit betreft (i) de oppervlakte verhouding tussen ‘Distributie’ versus ‘Overige bedrijven’, en (ii) de oppervlakte productiviteit (containers per ha). Op basis van de uitgifte per november 2018 van het XL Businesspark levert dit kengetallen op die vervolgens worden toegepast op de nog uit te geven 52 ha, zie onderstaande tabel.
14 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Tabel 3.2 Containeroverslag XL Businesspark Almelo prognose Midden Uitgegeven+Opties
Aandeel oppervlak
Oppervlak
Containers per ha per jaar
Containers totaal per jaar
Distributiebedrijven
63 %
33 ha
475
16.000
1)
37 %
19 h
60
1.000
Overige bedrijven Totaal
52 ha
17.000
1) Inclusief bedrijven die geen gebruik zullen maken van vervoer over water
Er wordt van uitgegaan dat het bedrijventerrein in 2024 volledig operationeel zal zijn, met een geleidelijke groei van het gebruik van de resterende 52 ha: in 2021 betreft dit 33 % (ca 17 ha), in 2022 zal 66 % in gebruik worden genomen (ca 34 ha) en in 2023 de volledige 100 % (52 ha). Een verdere groei is niet mogelijk omdat het XL Businesspark Twente dan volledig zal zijn bebouwd. Prognose Hoog De prognose ‘Hoog’ betreft ‘Prognose Midden’ plus de overslag van bedrijven buiten XL Businesspark Twente, uit Almelo zelf en voor een deel uit de ‘noordelijke gemeenten’ (zoals Hardenberg, Vroomshoop, Vriezenveen). Dit resulteert in een extra overslag van 26.000 containers (dus totaal 65.000) in 2046 (40’, roundtrip). In de onderhavige studie wordt ervan uitgegaan dat dat de laad- en loskade op het XL Businesspark Twente primair bedoeld is voor de overslag van containers voor bedrijven op het XL Businesspark Twente (het is immers een Unique Selling Point) en dat deze extra overslag op een nieuw/ander bedrijventerrein gefaciliteerd wordt.
3.4
Samenvatting
De prognoses Basis en Midden worden samengevat in afbeelding 3.2. Er wordt daarbij verondersteld dat de uitbreiding van de kade in 2021 gerealiseerd wordt, en dat de uitbreiding in 2022 operationeel zal zijn.
Afbeelding 3.2 Prognose overslag voor de containerterminal in Almelo (40' containers, roundtrip)
Container prognose 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000
2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046
0
Basis
15 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Midden
4 HUIDIGE EN BENODIGDE CONTAINERTERMINAL CAPACITEIT In dit hoofdstuk wordt de huidige capaciteit en de in de toekomst benodigde capaciteit van de containerterminal te Almelo beschreven. Hierbij wordt zowel de kraancapaciteit als de opslagcapaciteit beschouwd. Voor de benodigde capaciteit wordt uitgegaan van de in hoofdstuk 3 beschreven prognoses. Tevens wordt een vergelijk gemaakt met de CTT terminal te Hengelo.
4.1
Capaciteit huidige terminal
Huidige kraanproductiviteit Alle containers worden afgehandeld door de portaalkraan. Dat wil zeggen dat de portaalkraan de containers van boord in de kraanstack plaatst (inkomend) en andersom (uitgaand) en dat de portaalkraan de containers vanuit de kraanstack op een trailer plaatst (inkomend) en andersom (uitgaand). Elke container wordt feitelijk 4 maal door de portaalkraan opgepakt (2 maal als inkomende en 2 maal als uitgaande container). De productiviteit van de portaalkraan wordt bepaald middels de onderstaande formule.
𝑐𝑐 = 𝑃 ⋅ 𝑁𝑐 ⋅ 𝑛𝑜𝑝 ⋅ 𝑚𝑏 Waarin: 𝑐𝑐 = P = Nc = nop = mb =
gemiddelde jaarlijkse kraanproductiviteit nettoproductie per kraan aantal kranen aantal operationele uren per jaar bezettingsgraad kraan
[containers/jr] [moves/uur] [-] [uren/jr] [-]
De bezettingsgraad van de kraan moet voldoende onder 100 % bezetting blijven om altijd schip of trailer te kunnen afhandelen. In onderstaande tabel wordt de kraanproductiviteit voor een lage en hoge kraanbezetting berekend.
Tabel 4.1 Gemiddelde kraanproductiviteit huidige situatie Parameter
Eenheid
Lage kraanbezetting
Hoge kraanbezetting
aantal kranen (Nc)
-
1
1
netto productiviteit portaalkraan (P)
moves/uur
20
20
operationele uren
uren/dag
24
24
operationele dagen
dagen/jaar
350
350
bezettingsgraad portaalkraan (mb)
-
0,5
0,6
gemiddelde kraanproductiviteit
moves/jaar
84.000
100.800
16 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Parameter
Eenheid
gemiddelde kraanproductiviteit
containers/jaar
Lage kraanbezetting
Hoge kraanbezetting
21.000
25.200
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt de gemiddelde kraanproductiviteit in de huidige situatie geschat tussen 21.000-25.200 containers per jaar. De TEU factor (fteu) ligt dicht bij 2 omdat vrijwel alle containers 40ft containers zijn. Slechts circa 2 % betreft 20ft containers. Dus in TEU’s is de gemiddelde kraanproductiviteit in de huidige situatie geschat tussen 42.000-50.400 TEU per jaar. Ter vergelijk: de CTT terminal in Hengelo heeft een kraanproductiviteit van 230.000 handelingen met 2 kranen (bron: www.inlandlinks.eu). Uitgaande van 4 handelingen per container betekent dit dat de productiviteit van 1 containerkraan 28.750 containers per jaar is (230.000/(4x2)). De productiviteit in Hengelo ligt in de praktijk daarmee iets hoger dan de geschatte kraanproductiviteit voor CTT Almelo. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat in Hengelo de portaalkraan afvalcontainers afhandelt zodra daar ruimte voor is in de planning. Verder is het voor de capaciteitsberekening van de uitbreiding van Almelo van belang om niet te gunstig te rekenen om te voorkomen dat in de praktijk een bottleneck ontstaat in de capaciteit. In de praktijk kan een licht hogere bezettingsgraad toelaatbaar zijn. Huidig opslagcapaciteit De opslagcapaciteit in de ‘kraanstack’ is 7 containers tussen de poten en 4 containers onder de ‘backreach’, zie afbeelding 4.1. De kraanstack is totaal 11 containers breed.
Inclusief wat tussenruimte en de ruimte voor de achterkraanpoot is dat circa 35m. De lengte van de stack is 15 maal een 40ft container, met wat tussenruimte tussen de containers is dit gelijk aan circa 200m. De stackhoogte is gelijk aan 4 containers. De totale opslagcapaciteit bedraagt 15 x 11 x 4 x 2 TEU (per 40ft container) = 1.320 TEU. De totale oppervlakte van de kraanstack bedraagt circa 200m x 35 m = 7.000 m2.
Afbeelding 4.1 Kraanstack (bron: https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/drone-fotografeert-containers-ctt-almelo~a5c0fbc8/)
Buiten het kraanbereik is op de terminal ook nog opslagruimte voor bijvoorbeeld lege containers, zie afbeelding 4.2. Die kunnen worden gelost met de ‘toploader’/‘empty-handler’. Op basis van de terminalgrootte en de vereiste ruimte voor de aan- en afvoer en het afhandelen van containers wordt
17 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
geschat dat buiten de kraanstack nog circa 15 40ft containers lang x 9 rijen breed tot 4 hoog opgeslagen kunnen worden. Dit is gelijk aan 540 containers x 2 TEU = 1.080 TEU. Het grondoppervlak is gelijk aan 200 m x 9 x 2,44 m = 4.400 m2.
Afbeelding 4.2 Containeropslag aan de achterzijde van CTT Almelo
De totale opslagcapaciteit van de huidige terminal wordt geschat op 2.400 TEU (1.320+1.080 TEU). Het bruto oppervlak van het opslagslagterrein (kraanstack, terminal stack en afhandelingsruimte tussen beide stacks) is 20.000 m² (200 m x 100 m). De oppervlakte per opgeslagen TEU bedraagt daarmee 8,3 m²/TEU, afgerond 8,5 m²/TEU. Dit getal zal worden gebruikt in de hiernavolgende berekening van opslagruimte voor de terminaluitbreiding.
4.2
Benodigde toekomstige capaciteit
Benodigde kraancapaciteit per scenario Zoals beschreven in paragraaf 4.1 wordt de gemiddelde kraanproductiviteit in de huidige situatie geschat tussen 21.000-25.200 containers per jaar. De prognose voor het basisscenario van 22.000 containers per jaar in 2021 valt binnen deze range. De conclusie is daarom dat de huidige kraanproductiviteit toereikend is voor de groei in dit scenario. In het midden scenario worden 39.000 containers in 2024 verwacht (oftewel 156.000 kraanhandelingen). In dit midden scenario is een tweede kraan nodig. Benodigde opslagcapaciteit per scenario Middels onderstaande formule kan de benodigde opslagcapaciteit worden geschat.
𝑂=
𝑁𝑐 ⋅ 𝑡𝑣 ⋅ 𝑂𝑇𝐸𝑈 𝑟𝑠𝑡 ⋅ 365 ⋅ 𝑚𝑐
Waarin: O Nc tv OTEU rst mc
= = = = = =
benodigde opslagruimte inclusief afhandelingsruimte (m2) aantal container moves per year in TEU's gemiddelde verblijftijd van de containers (dagen) benodigde oppervlakte per TEU inclusief de ruimte voor afhandeling met equipement (m2) ratio gemiddelde opslaghoogte over nominale opslaghoogte (0,6 tot 0,9) acceptabele bezettingsgraad (0,65 tot 0,70)
18 | 45
Witteveen+Bos | 111301/19-001.289 | Definitief 03
Tabel 4.2 benodigde opslagcapaciteit per jaar op basis van de prognoses ID
Parameter
Unit
Basis scenario
Midden scenario
Nc
aantal container moves per jaar
TEU
(22.000 x 4 =) 88.000
(39.000 x 4 =) 156.000
tv
gemiddelde verblijftijd
dagen
10
10
OTEU
benodigde oppervlakte per TEU uitgaande van 4 lagen hoog stacken
m2/TEU
8,5
8,5
rst
ratio gemiddelde opslaghoogte over nominale opslaghoogte (0.6 tot 0.9)
-
0,8
0,9
mc
acceptabele bezettingsgraad (0.65 tot 0.70)
-
0,65
0,7
O
benodigde opslagruimte inclusief afhandelingsruimte (m²)
m2
40.000
58.000
Omdat de benodigde opslagcapaciteit het oppervlakte inclusief afhandelruimte betreft wordt deze waarde vergeleken met de totale oppervlakte van de opslagruimte inclusief de afhandelruimte welke circa 100 m x 200 m = 20.000 m2 bedraagt. Voor het basis scenario volstaat een opslagruimte met een oppervlakte van 2 maal het huidige, namelijk 40.000 m². Voor het midden scenario wordt een hogere stack hoogte en bezettingsgraad gehanteerd. In het midden scenario is 58.000 m² opslagruimte nodig, circa 2,5 maal de huidige opslagcapaciteit. Ter vergelijk: de CTT terminal in Hengelo heeft een opslagruimte (kraanstack en terminalstack inclusief afhandelingsruimte) van circa 52.000 m². CTT heeft aangegeven dat de terminal in Hengelo circa 100.000 TEU afhandelt ofwel circa 200.000 moves in TEU per jaar door de opslag. Het oppervlak van de opslagruimte in Hengelo is vergelijkbaar met het benodigde oppervlak voor de opslagruimte in het midden scenario van Almelo. In de praktijk is de capaciteit van de opslag dus iets groter dan in bovenstaande capaciteitsberekening. Een van de redenen hiervoor is ook dat de capaciteitsberekening uitgaat van 4 lagen hoog stacken in Almelo terwijl in Hengelo de lege containers tot 6 hoog worden opgestapeld. Voor CTT Almelo is onderzocht of hoger gestackt zou kunnen worden.