CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Vaststelling bestemmingsplan Kolkschool - Bijlage - Bestemmingsplan Kolkschool.pdf

Raad 21 februari 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kolkschool29.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 7 van 14

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en besproken in paragraaf 4.4. De resultaten van de PFAS-analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.5. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.6. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in maart en april 2020 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat en N. Pepping. Beide veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Op 26 maart 2020 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 7 inspectiegaten gegraven (met behulp van een schop) en gecodeerd als 11 t/m 17. Twee boringen zijn met behulp van een Edelmanboor en een zuigerboor doorgezet tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. Boring 11 is doorgezet tot circa 3.00 meter diepte en afgewerkt met een peilbuis. Boring 14 is gestaakt op 1.0 meter diepte op een onbekend hard voorwerp. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers en tegels, gras en planten, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II.

De bodem bestaat ter plaatse van de onderzoekslocatie globaal uit matig fijn zand. In de ondergrond is een roesthoudende laag aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 2 weergegeven. Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt Diepte (m-mv) Waarneming 11

0 - 0.5 0.5 - 1.0

Sporen puin, sporen keramiek, sporen glas en sporen kolengruis Sporen puin en sporen kolengruis

12

0.25 - 0.9

Sporen puin

14

0.2 - 0.5 0.5 - 1.0

Sporen puin en sporen kolengruis Sporen puin

15

0.3 - 1.5

Sporen puin

16

0 - 0.5

Sporen puin en sporen keramiek

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 8 van 14

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven. Er worden maximaal 5 deelmonsters opgenomen in een mengmonster. Tabel 3: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

BG (sporen puin)

11 en 16 12 14 15

0 - 0.5 0.25 - 0.75 0.2 - 0.5 0.3 - 0.8

Standaard pakket + PFAS

OG (sporen puin)

11 12 12

1.0 - 1.5 1.0 - 1.5 1.7 - 2.0

Standaard pakket + PFAS

MM FF - 01

11 en 16 12 14 15

0 - 0.5 0.25 - 0.75 0.2 - 0.5 0.3 - 0.8

Asbest

Boring 11 is doorgezet tot 3.00 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 2 april 2020 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 11

2.00 - 3.00

0.85

8.6

219

5.01

Goed

De waarden voor de pH, de EC-waarden en de troebelheid worden normaal geacht.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 9 van 14

4.3

Resultaten van de analyses (standaard pakket)

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters. De gehaltes kunnen hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten (standaard pakket) van de grondmonsters is volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond en in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrond of Streefwaarde

Interventiewaarde

Bovengrond, BG

Kwik Lood Zink PAK

0.21 140 65 4.1

0.2967 * 215.2 * 146.4 * 4.095 *

0.15 50 140 1.5

36 530 720 40

Grondwater, PB 11

Barium Zink

64 110

64 * 110 *

50 65

625 800

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses (standaard pakket)

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG - Kwik, lood, zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen. Getoetst aan de plaatselijke achtergrondwaarden (‘Twents beleid veur oale groond’, wonen met tuin) overschrijdt het loodgehalte de maximale plaatselijke achtergrondwaarde (toetsingstabel is opgenomen in bijlage III). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 10 van 14

Grondwater - PB 11 - Barium en zink De zeer licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de ondergrond is een roesthoudende laag waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. 4.5

Bespreking PFAS-analyses

In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen met PFAS aangetoond. 4.6

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV is het analyserapport van het asbestonderzoek opgenomen. In de fijne fractie van het mengmonster MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 11 van 14

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Almelo op een terreindeel aan de Zwanenbelt 2 in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard (tegels en klinkers). Het overige deel van het terrein is begroeid met gras en bomen en planten. De oppervlakte van de onderzoeks locatie bedraagt circa 750 m2. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond van de locatie verdacht is van aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie is onverdacht voor chemische componenten. Aanvullend is inzicht gewenst in de grondkwaliteit met betrekking tot PFAS. Resultaten veldwerk: Er zijn verdeeld over de onderzoekslocatie in totaal 7 inspectiegaten verricht (1 extra in verband met een goede monsterverdeling). De bodem bestaat overwegend uit matig fijn zand. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (sporen puin, sporen keramiek en sporen kolengruis). Er zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 0.85 meter min maaiveld. Resultaten van de chemische analyses (inclusief PFAS) - Bovengrond, BG: is (zeer) licht verontreinigd kwik, lood, zink en PAK.

Het loodgehalte overschrijdt de maximale plaatselijke achtergrondwaarde voor ‘Wonen met tuin’; - Ondergrond, OG: is niet verontreinigd; - Grondwater, peilbuis 11 is zeer licht verontreinigd met barium en zink. Er zijn geen verontreinigingen met PFAS aangetoond. Resultaten asbestanalyses - MM FF - 01 bevat geen asbest. Hypothese De hypothese "onverdachte locatie" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” voor de onderzoekslocatie dient te worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond en in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het loodgehalte overschrijdt de maximale plaatselijke achtergrondwaarde voor ‘Wonen met tuin’. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Er zijn geen verontreinigingen met PFAS aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 12 van 14

Slotconclusies en aanbevelingen Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen verkoop van de onderzoekslocatie, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving, worden tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen of inspectiegaten verricht. Tevens dient vermeld te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsen van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 13 van 14

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Almelo NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN 5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA 5755, "Bodem - Landbodem.

Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS”, Ministerie van I en W, 29 oktober 2019; Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 28 G. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: BOD-2347

Pagina 14 van 14

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2020

Zwanenbelt 2 in Almelo

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer:BOD-2347 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 G

Gemeente Almelo Zwanenbelt 2 7607 JW Almelo Verkennend bodemonderzoek

M

en

s ni

te

o nh

ek

15

16 11 17

Bo ng e

14

rd 12

a Zw

n

b en

el

t

13

Ko l ks tra at

0 = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

12.5

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/RV

Tekenaar: JK

Projectcode Schaal Datum

: BOD-2347 : 1:250 (A3-formaat) : April 2020

Bijlage II Boorstaten

11

1

14

gras, m aaiveld

0

0 1

50 2 100

34x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 18.0%, donker bruin, sporen puin, sporen keram iek, sporen glas, schep, geen asbest geen gf

t egel, m aaiveld

0

0 1 -5 2

50 -50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 16.0%, neut raal beige, geel, schep, geen asbest ophoogzand

100 -100

3

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an

150

-150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, zuigerboor handm at ig 200

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an, geen asbest gest aakt op onbekend hard voorwerp -100

200

15

gravel, m aaiveld

0

0

schep

250

1 50

300

-20

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, schep

300

2

-300

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-10

30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal grijs, schep, ophoogzand -30

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, schep, geen asbest geen gf

100

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, beige, sporen puin, edelm an

150

-150

12

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an

klinker, m aaiveld

0

0 1

50

2

-8

-160

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, schep, geen asbest geen gf -25

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, schep, geen asbest geen gf

100 3 150

16

t uin, m aaiveld

0

0

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin, edelm an

1 50

-90 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, rood, st erk roest , edelm an

200

31x35cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 14.0%, donker bruin, sporen puin, sporen keram iek, schep, geen asbest geen gf

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an -170

100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-200 150 -180

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs, edelm an -190

13

t egel, m aaiveld

0

0 1

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-5

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 21.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf

17

-50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an

0 1

-80

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

t uin, m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker beige, edelm an, ongeroerd -90

50

33x34cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf -30

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 6 -0 3 -2 0 2 0 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Z w a n e n b e lt 2 - Alm e lo BOD -2 3 4 7 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN ISTEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=502fe44f-6571-4982-85e5-b57134496e89