CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

9.1 Vaststelling bestemmingsplan Kolkschool - Bijlage - Bestemmingsplan Kolkschool.pdf

Raad 21 februari 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kolkschool29.824 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Kolkschool NL.IMRO.0141.0098

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Toelichting

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

1

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

3 3 3 4 5 5

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ruimtelijk-functionele structuur 2.2 Stedenbouwkundige opzet 2.3 Verkeersstructuur

7 7 9 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 14 19

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Bedrijven en andere activiteiten 4.2 Fysieke veiligheid 4.3 Externe veiligheid 4.4 Groepsrisico 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geluid 28 4.7 Bodemkwaliteit 4.8 Flora en fauna 4.9 Archeologie

22 22 23 25 27 28

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

31 31 32

Hoofdstuk 6 Planuitgangspunten

34

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 36 7.2 Juridische systematiek 7.3 Beschrijving per bestemming

36

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze

41

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

28 28 29

36 37

2

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De Kolkschool in Almelo, is een prachtig oud schoolgebouw, dat in 1902 is gebouwd voor het lager onderwijs. Het gebouw ligt aan de Bornerbroeksestraat 19 en heeft geen beschermde status als rijksmonument of gemeentelijk monument. Wel is door Het Oversticht in 2010 een rapportage uitgebracht waaruit blijkt dat de Kolkschool over cultuurhistorische waardevolle kwaliteiten beschikt. Zij adviseren om in toekomstige transformaties rekening te houden met deze specifieke waardevolle kwaliteiten. Er ligt nu een plan voor om de Kolkschool te transformeren naar 16 loftwoningen. Ook de gymzaal aan de Zwanenbelt 2 maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Het gebouw verkeert helaas in een zeer slechte staat. Het is niet onderhouden en staat al geruime tijd leeg. Er zijn zichtbare lekkages in zowel daken als muren. Kozijnen zijn slecht en de constructie vraagt op vele plekken aandacht. Los van de huidige staat van het gebouw geven de verdeling van de kozijnen en de balklaag weinig flexibiliteit om het gebouw, net als de Kolkschool, te transformeren naar woningen. Om die reden wordt op de plek van de gymzaal voorzien in 4 grondgebonden woningen. De gymzaal wordt gesloopt. Tevens wordt het bouwvlak dusdanig gedraaid dat deze beter past in het straatbeeld en aansluit op de aanwezige straten.

Omdat het voornemen niet passend is binnen het vigerende bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin en toont aan dat het gewenste plan voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening. Voor de Kolkschool is reeds eerder, namelijk op 17 mei 2022, met een afwijking van het bestemmingsplan omgevingsvergunning verleend. Nu wordt het in het bestemmingsplan opgenomen om dit ook juridisch planologisch te verankeren.

1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Kolkschool" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; 4. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

3

NL.IMRO.0141.0098-BP31

beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

1.3 Ligging van het plangebied De Kolkschook en de gymzaal liggen tegen het zuidelijkste deel van het centrum van Almelo aan.

ligging van het plangebied ten opzichte van Almelo (bron: googlemaps)

Het plangebeid wordt aan de noordzijde ontsloten door Mennistenhoek, aan de oostzijde door de Bongerd en de Kolkstraat, aan de zuid-oostzijde door de Bornerbroeksestraat.

Ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving (bron: googlemaps)

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

4

NL.IMRO.0141.0098-BP31

1.4 Huidige planologische situatie De Kolschool en de gymzaal zijn gelegen in het bestemmingsplan "Centrum Zuid". Beide gebouwen hebben een maatschappelijke bestemming omgeven door de bestemming "verkeer". Het perceel van de gymzaal is aan de noord-oostzijde bestemd als "Groen".

kaartfragment van de verbeelding.

Op gronden met de bestemming "Maatschappelijk" zijn sociale en culturele voorzieningen -zoals een wijk- en verenigingsgebouw- en dienstverlening toegestaan. De hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, waarbij voor de Kolkschool een maximale bouwhoogte van 15 meter geldt, en voor de gymzaal een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter.

1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft en toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Planuitgangspunten Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld.

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

5

NL.IMRO.0141.0098-BP31

In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele, stedenbouwkundige en verkeersstructuur). Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak. Bij de Toelichting op dit bestemmingsplan zijn de volgende bijlagen toegevoegd: 1. Bodemonderzoek Zwanenbelt 2 2. Bodemonderzoek Bornerbroeksestraat 19 Kolkschool 3. Akoestisch onderzoek Kolkschool en gymzaal 4. Nader onderzoek flora en fauna

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

6

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ruimtelijk-functionele structuur 2.1.1 Algemeen In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende soorten bebouwingen te vinden met als belangrijkste functies wonen en detailhandel. Direct tegenover de Kolkschool aan de Bornerbroeksestraat bevindt zich vooral kleinschalige detailhandel en horeca. In de overige gebouwen rondom het plangebied wordt met name gewoond zowel in (boven)woningen als appartementen. De Kolkschool en de gymzaal zijn vrijstaand gelegen en worden aan meerdere zijden begrensd door parkeerplaatsen.

Omgeving Kolkschool - Bornerbroeksestraat (bron: googlemaps)

Omgeving gymzaal - Kolkstraat (bron: googlemaps)

2.1.2 De Kolkschool Een deel van de Kolkschool werd door de gemeente verhuurd aan twee verschillende huurders: Turkse Vereniging ATIB en kleinschalig poppodium Stichting Paco Plumtrek. De rest van de Kolkschool stond leeg en is, net als de verhuurde delen, aan een grondige renovatie toe, zowel binnen als buiten. vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

7

NL.IMRO.0141.0098-BP31

De Kolkschool in Almelo is een voorbeeld van een typische gangschool. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelde het type van de gangschool zich, dat gekenmerkt wordt door de ordelijke rijen hoge ramen en hoge lokalen met de banken gericht op het schoolbord. Dit type groeide uit tot hét beeld van het schoolgebouw. Niet alleen de mogelijkheid tot klassikaal lesgeven maakte dat dit type zo succesvol, maar de opstelling was ook een manier om orde in de klas te creëren. De gangschool ontwikkelde zich door tot aan de Tweede Wereldoorlog. De kolkschool werd in 1902 ontworpen. Op de plattegrond is de structuur van de school duidelijk zichtbaar. Naast de entree bevinden zich twee gangen, met daartussen de gemeenschappelijke verblijfsruimte, waar de lokalen langs gesitueerd zijn. Deze structuur wordt op de verdieping voortgezet. In 2009 heeft Het Oversticht in opdracht van de gemeente Almelo een cultuurhistorische waardestelling van de kolkschool uitgevoerd. De kolkschool heeft diverse waardevolle elementen die bij transformatie aandacht vragen. Geadviseerd wordt om in ieder geval de volgende randvoorwaarden te stellen bij transformatie: a. Exterieur Behoud stedenbouwkundige positionering van het gebouw in de context van de ruime opzet van de school in de wijk, verrijkt met groen. Laat het pand autonoom en zelfstandig zijn.

Behoud het vroegtwintigste-eeuwse karakter van het hoofdgebouw, in volume, materiaalgebruik en detaillering. Dit betekent dat er aan het exterieur weinig aangepast hoeft te worden. Breng de entree terug in de voorgevel van het gebouw. Hiermee wordt de relatie met de belangrijke ader Bornerbroeksestraat hersteld. Aanpassingen aan het gebouw kunnen op kleine schaal en op een terughoudende manier gebeuren. Ook is het mogelijk dakkapellen te realiseren mits die een juiste verhouding hebben ten opzichte van het dakvlak en door materiaal en kleurgebruik zich voegen in het bestaande beeld. b. Interieur De symmetrische plattegrond van het pand is een van de belangrijkste waarden van het nterieur van het pand. Behoud en zelfs herstel daarvan is een pre. Op de verdieping zou de originele brede gang weer terug moeten komen, lage plafond en tussenmuren eruit. De lokalenstructuur en de ruimtelijke beleving moeten herkenbaar blijven. Het interieur beschikt over vele oorspronkelijke elementen zoals kozijnen, lambrisering en een luie trap met gestileerde balusters en een golvende handlijst. Daar waar mogelijk dienen zulke elementen behouden te blijven.

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

8

NL.IMRO.0141.0098-BP31

2.1.3 De gymzaal De gymzaal verkeert in een zeer slechte staat. Het is niet onderhouden en staat al geruime tijd leeg. Er zijn zichtbare lekkages in zowel daken als muren. Kozijnen zijn slecht en de constructie vraagt op vele plekken aandacht. Los van de huidige staat van het gebouw geven de verdeling van kozijnen en balklaag weinig flexibiliteit om het, net als de Kolkschool, te transformeren naar woningen.

De gymzaal is in dezelfde periode als de Kolkschool gebouwd, rond 1902. Het geheel lag oorspronkelijk aan een driehoekig plein. De aanbouw die later aan het gebouw is toegevoegd heeft geen waarde. De positie/situering van het gebouw valt op doordat omliggende bebouwingen, die van latere datum zijn, meer de vorm van de wegenstructuur aanhouden. Het gebouw staat ook vrij dicht op de straat Bongerd. Achter het gebouw staat een gedenkobject. Het is door het personeel van Bendiens Confectiefabrieken geschonken ter herinnering aan het 40-jarig bestaan van de fabriek. De fabriek stond niet op deze locatie maar aan de Holtjesstraat 16 te Almelo, circa 150 meter richting het noordoosten. In 1930 bestond het door Isaac Bendien opgerichtte bedrijf 40 jaar, er waren toen ruim 1000 werknemers in dienst. In de jaren 80 is de fabriek gesloten en gesloopt. Voor Almelo 1 van de grootste werkgevers van die tijd.

2.2 Stedenbouwkundige opzet Met betrekking tot de realisatie van appartementen in het voormalig schoolgebouw de Kolkschool kan worden gesteld dat het belangrijk is dat een dergelijk waardevol gebouw behouden blijft. Met het bestemmingsplan wordt dit behoud juridisch geborgd en wordt er een belangrijke functie als Wonen aan vebonden. Een dergelijke functie past goed op deze plek in de stad. De vele en diverse voorzieningen in de buurt, maken dit tot een zeer geschikte locatie om te wonen. Het historische karakter van het gebouw blijft behouden en wordt versterkt door een passende inrichting van de omgeving en de buitenruimte. Voor de gymzaal geldt dat het niet mogelijk was om te behouden. Bij de vervangende nieuwbouw was het van belang dat de functie past op de locatie. Met vier grondgebonden woningen is dat goed gelukt. Hiermee blijft er nog voldoende ruimte over om het plan zorgvuldig in te passen in de omgeving. In de planvormingsfase zijn verschillende verkavelingsstudies gedaan. Uiteindelijk is gekozen voor een verkaveling en een bebouwingsrichting (een draaiing van de bebouwing ten opzichte van bestaand) dat zich beter schikt in het stratenpatroon. Het zorgt voor een geleiding van de Bongerd en maakt er

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

9

NL.IMRO.0141.0098-BP31

meer nog een woonstraat van. Door belangrijke groenelementen te behouden, blijft er sprake van voldoende lucht en ruimte in het plan. Architectonisch komt de karakteristieke en historische bouwstijl van de oude gymzaal goed naar voren en wordt met het metselwerk en de lijsten een nadrukkelijke link gelegd.

De Nieuwe bebouwingsrichting passend in het stratenpatroon en een beeld uit de verkavelingsstudie

2.3 Verkeersstructuur 2.3.1 Bereikbaarheid en ontsluiting Het plangebied ligt tegen het zuidelijkste deel van het centrum aan. Voorzieningen als winkels, supermarkten, treinstation en busstation zijn op loopafstand. Via de N349, de Burgemeester Raveslootsingel en de Bornerbroeksestraat is de Kolkschool binnen 10 minuten bereikbaar van de A35.

Hoofdverkeersstructuur t.o.v. plangebied

2.3.2 Parkeren Appartementen Kolkschool In het kader van de omgevingsvergunningverlening is de parkeersituatie voor het appartementengebouw Kolkschool beoordeeld. Op grond van artikel 4.1 van het bestemmingsplan Parapluherziening Parkeren kan een aanvraag om een omgevingsvergunning voor specifieke activiteiten pas worden verleend als bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

10

NL.IMRO.0141.0098-BP31

voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Als deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), dan treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. Dat is de 'Herschreven beleidsregel Parkeernormen Almelo'. In de 'Herschreven beleidsregel Parkeernormen Almelo' is opgenomen dat de hantering van parkeernormen voor de diverse gebieden (centrum en overige gebieden) verschillend is. In de parkeernormering staan in het algemeen twee uitgangspunten centraal: <0000> een verdeling van gebieden op basis van stedelijkheidsgraad: van sterk stedelijk tot niet stedelijk; <0000> een marge in de toepassing van de normen: minimale, gemiddelde en maximale parkeernormen. Voor toepassing van de parkeernormen voor de gemeente Almelo wordt uitgegaan van centrumgebied en worden de minimum parkeernormen, ongeacht het type ontwikkeling, gehanteerd. Het onderhavige project (blauwe pijl, in onderstaande afbeelding) ligt binnen deze in de beleidsregel opgenomen begrenst gebied, binnenstad/centrum,

Kaart met begrenzing opgenomen in 'Herschreven beleidsregel Parkeernormen Almelo'

Met het realiseren van het project van 16 appartementen, wordt voorzien in aanleg van 20 parkeerplaatsen op eigen terrein. In onderstaande tabel is het aantal te realiseren parkeerplaatsen weergegeven voor zowel koop als huur in het hogere dure segment (lees: hoogste parkeernorm). Het middensegment voor zowel koop als huur heeft een lagere parkeernorm.

Aangetoond is dat - gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden- in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren op eigen terrein, zoals vereist op grond van het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren'. Grondgebonden woningen Zwanenbelt 2

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

11

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Vanuit de bestaande functie (“sportzaal”) zou er in dit gebied (centrum, matig stedelijk, maximale CROW-norm) een berekende behoefte zijn van 3 parkeerplekken. Dit aantal is gebaseerd op een bruto-vloer-oppervlak van globaal 200 m2 en een parkeernorm van 1,4 per 100 m2 BVO. In de oude situatie waren er op de kavel zelf 2 parkeerplekken aanwezig, dus de norm werd niet volledig gefaciliteerd. Voor de nieuwe situatie geldt een parkeernorm van 1,9 parkeerplek per woning (rijen-koopwoning, midden-segment, matig stedelijk, centrum). De nieuwe situatie genereert dan een parkeerbehoefte van 8 plekken (4 x 1,9). Vanwege de functiewijziging is er dan sprake van een toename in de parkeerbehoefte van 5 plekken (8 - 3). Met de realisatie van 7 nieuw aan te leggen parkeervakken wordt hier, met toepassing van de saldering, aan voldaan (de 2 oude in een nieuw jasje + 5 nieuwe). De parkeersituatie rondom de grondgebonden woning voldoet hiermee aan het geldende parkeerbeleid.

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

12

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland wordt een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke functies mogelijk maken, de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Onderhavige ontwikkeling ziet weliswaar op de realisatie van meer dan elf woningen, maar er is wel sprake van vervangende nieuwbouw binnen een stedelijke omgeving. Hiermee is niet per definitie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Het woningbouwplan voorziet in vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

13

NL.IMRO.0141.0098-BP31

een behoefte en is gepland binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling doorstaat wat dat betreft de laddertoets.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie en -verordening Overijssel Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening 2017 vastgesteld, deze zijn beide in 2018 geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of – generieke beleidskeuzes; 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe – gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties.

Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn. Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.

Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

14

NL.IMRO.0141.0098-BP31

ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Onderstaande afbeelding geeft dit schematisch weer.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Wanneer we het initiatief ontwikkeling kolkschool en locatie gymzaal toetsen aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: <0000> dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; <0000> dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

15

NL.IMRO.0141.0098-BP31

als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening De voorgenomen woningbouwontwikkeling betreft een binnenstedelijke ontwikkeling die voldoet aan de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. De bestaande maatschappelijke bestemming wordt gewijzigd in een passende woonbestemming ten behoeve van 16 appartementen en 4 grondgebonden woningen die goed passen in een omgeving die reeds overwegend een woonfunctie kent. Gelet op het vorenstaande is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In verband hiermee is het voorliggende bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.1.3 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen 1. Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. 2.

In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. 4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. 5. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. 6. In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden.

De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening In artikel 2.2.2 van de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat bij bestemmingsplannen die voorzien in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen de behoefte is aangetoond door middel van actueel onderzoek. In lid 4 van dit artikel staat dat deze behoefte is aangetoond wanneer het aantal woningen past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Daarvan is in voorliggende situatie sprake. De gemeente Almelo heeft via de nota Regionaal Woonprogrammering (RWP) regionale afspraken gemaakt met de Twentse gemeenten en de provincie. Het RWP Twente legt de afspraken vast waarin marktinzichten over woningvraag- en aanbod zijn meegenomen. Het RWP is in april 2017 geactualiseerd. Uit het RWP blijkt dat voor de gemeente Almelo nog een totale vraag tot 2026 bestaat

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

16

NL.IMRO.0141.0098-BP31

van 1.765 tot 2.090 woningen. In totaal is er nog een harde plancapaciteit beschikbaar van 1.775 woningen. Dat betekent dat 85 tot 100% van de vraag tot 2026 beschikbaar is in harde bestemmingsplannen. Binnen de woonprogrammering is er dus nog ruimte om beperkt woningen toe te voegen. Uit de 'Analyse woningbouwplanning en - programmering 2017 t/m 2026' van de gemeente Almelo volgt dat voor 'overige binnenstedelijk' en 'herstructurering' tot 2026 een ruime hoeveelheid woningen per jaar kan worden toegevoegd. Met onderhavig plan wordt een deel van de woningbehoefte tot 2026 ingevuld. Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'. 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren).

Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Voorliggend plan valt overduidelijk aan te merken als een initiatief dat past binnen het ontwikkelingsperspectief dat ruimte biedt voor herstructurering en transformatie van binnenstedelijke locaties. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een duurzame functie toegekend aan de gronden binnen het plangebied. Verder leidt de ontwikkeling niet tot belemmeringen voor omliggende (bedrijfs)functies. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Bij toetsing van het ruimtelijke initiatief aan de gebiedskenmerken in vier lagen is van belang dat de locatie is gelegen in stedelijk gebied. Dit betekent dat de 'natuurlijke laag' en de ‘laag van het agrarisch cultuurlandschap' buiten beschouwing kunnen blijven omdat deze oorspronkelijke waarden niet meer voorkomen in het plangebied. Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen.

Deze gebiedskenmerken kunnen eveneens buiten beschouwing worden gelaten.

1. De “Stedelijke laag” De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de "Stedelijke laag" aangeduid met het gebiedstype "Historische centra binnensteden" (op bovenstaande afbeelding weergegegeven). De historische centra, binnensteden en landstadjes vormen de functionele en emotionele kernen van de steden en dorpen. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur, veelal binnen (voormalige) omwalling en veel

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

17

NL.IMRO.0141.0098-BP31

individuele karakterverschillen op korte afstand. De historische centra kenmerken zich door een hoge dynamiek: functieveranderingen, verdichting en inbreiding. Belangrijke ambitie is het creeren van een vitaal stadscentrum met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. Eigen karakter van het centrum wordt opgezocht en versterkt. Het patroon van straten, pleinen en andere openbare ruimten wordt in stand gehouden en waar mogelijk versterkt of hersteld. Toetsing van het initiatief aan de "Stedelijke laag" Met voorliggend bestemmingsplan wordt ter plaatse van het plangebied een toekomstbestendige invulling gegeven aan een inbreidings- transfomratielocatie. Met het plan wordt uitdrukkelijk bijgedragen aan de ambities voor de stadscentra. De nieuwe bebouwing voegt zich naar aard, maat en het karakter in de buurt. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het geldende bestemmingsplan voor de omliggende woningen. Hiermee worden bouwkenmerken (o.a. goot-/bouwhoogte) afgestemd op de omgeving, zodat de woningen en de bijbehorende bouwwerk(en) qua bouwmassa en verschijningsvorm goed opgaan in het bebouwingskarakter van de omgeving. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.2.2 Regionale Woonagenda Twente De provincie Overijssel, de Overijsselse gemeenten, WoON Twente en hun partners werken al jaren samen aan een kwantitatieve en kwalitatieve balans op de woningmarkt. De partijen maken periodiek meerjarige afspraken over opgaven en ambities. Voor de periode 2021-2025 krijgt dat vorm in twee regionale Woonagenda’s, met ruimte voor een eigen aanpak en eigen accenten voor de regio’s West-Overijssel en Twente. In voorliggend geval is de woonagenda Twente 2021-2025 van belang. In deze woonagenda schetsen de provincie, de gemeenten (Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden), de woningcorporaties, marktpartijen en andere partners wat de komende jaren prioriteiten zijn op Twentse woningmarkt en hoe hier samen aan wordt gewerkt. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie op de woningmarkt. In de woonagenda zijn op de volgende thema's ambities beschreven: 1. Toevoegen van 60.000 woningen tot 2030; 2. Inspelen en voorsorteren op veranderende woningvraag; 3. Verstedelijking en stedelijke vernieuwing; 4. Sterke dorpen en platteland in regionale netwerk: 5. Versnelling; 6. Verduurzaming; 7.

Toegangelijkheid en doorstroming; Capaciteit en woningbehoefte De ambitie om 60.000 woningen toe te voegen is provinciebreed en gericht op het snel oplossen van de woningnood in grote delen van de provincie en in verschillende segmenten. De ambitie is opgebouwd uit drie elementen: de beschikbare woningbehoefteprognoses3 tot 2030, het naar voren halen van de woningbehoefte die ontstaat na 2030 en een extra impuls om bij te dragen aan het oplossen van de actuele woningnood in Nederland. Op basis van deze drie elementen vult de regio Twente circa 1/3 deel van de ambitie om 60.000 woningen in Overijssel toe te voegen, de regio West Overijssel circa 2/3 deel. De druk op West-Overijssel is immers groter door een toenemende trek vanuit de Randstad en andere landsdelen en voornamelijk de aantrekkingskracht van de regio Zwolle (en in mindere mate ook Deventer). Concreet betekent het dat de regio Twente ambieert om tot 2030 in totaal circa 20.000 tot 22.000 woningen toe te voegen. Op basis van de prognoses van de huishoudensgroei tussen 2020 en 2030 en de benodigde ruimere programmering is een behoefte van ruim 15.000 woningen te verwachten tot 2030. Dit aantal definieert men als de lokale behoefte.

Daarnaast heeft Twente een extra woningbouwambitie/-opgave op basis van onder andere de (gedeeltelijke) inloop van het huidige woningtekort (circa 3%), de krapte op de woningmarkt, de verstedelijkingsopgaven en de toenemende migratiestromen vanuit de Randstad en andere landsdelen. Deze extra woningbouwambitie/-opgave bedraagt voor Twente circa 5.000 tot 7.000 woningen tot 2030. De volgende acties zijn afgesproken: <0000> Realiseren harde plannen tot 2025 <0000> Zachte plannen hard maken en realiseren tussen nu en 2030 vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

18

NL.IMRO.0141.0098-BP31

<0000> Op zoek naar locaties voor uitbreiding tot 2025 en realiseren tot 2030 Almelo heeft per 1-1-2020 volgens een analyse van Companen een netto harde planacapaciteit van 940 woningen en een zachte plancapaciteit van 1.020 woningen. De gemeente levert hiermee met in totaal 1.960 woningen een flinke bijdrage in het gehele woningaanbod in Twente (in totaal ca. 14.130 woningen). Er bestaat echter een ambitie/opgave van 20.000 tot 22.000 woningen. De uiteindelijke vraag en behoefte dient echter ingevuld te worden op basis van de wens om te sturen op kwaliteit. De juiste woning op de juiste plek, inspelend op de kwalitatieve woningbehoefte en een goede bijdrage leverend aan de leefbaarheid en kwaliteit van wijken/buurten in de steden. Toetsing van het initiatief aan de Regionale woonagenda Twente Het bestemmingsplan maakt planologisch gezien de realisatie mogelijk van 20 woningen (a6 appartementen en 4 grondgebonden woningen) binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe woningen in Almelo tot 2030.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Almelo Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De omgevingsvisie Almelo is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. De Omgevingsvisie is een richtinggevend koersdocument binnen de nieuwe Omgevingswet die vanaf 2022 inwerking zal treden. De Omgevingsvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Almelo. In de omgevingsvisie wordt gewerkt met overkoepelende thema's namelijk: <0000> We doen het samen; <0000> De basis onder ons bestaan; <0000> Blauwgroen netwerk; <0000> Alle (vaar-, spoor-, snel- en digitale) wegen leiden naar Almelo <0000> Voorrang voor de fiets, ruimte voor de auto <0000> Dorpen, stad en ommeland zijn ons podium en decor <0000> Samen gezond en verzorgd <0000> Wendbare woningen <0000> Veilig als voorwaarde Omdat het grondgebied van de gemeente Almelo erg verschillend is, wordt in de omgevingsvisie gewerkt met vier gebieden: <0000> het buitengebied, <0000> de bedrijventerreinen, <0000> de wijken & dorpen, en <0000> de binnenstad. Het plangebied 'Sportpark Almelo' ligt in het gebied wijken & dorpen. De gemeente wil wijken creëren met gemengde woonmilieus waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep met daarbij de bijbehorende voorzieningen. De wijken & dorpen Prettig wonen begint natuurlijk met een passende woning.

Met de kans om woonwensen te vervullen, doordat er voldoende keuze is. Daarom willen we wijken creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. Wij zijn van mening dat dorpen en wijken een belangrijke functie hebben. Dorpen en wijken moeten een fijne woonomgeving bieden. Ieder dorp en wijk heeft haar eigen sfeer, eigen voorzieningen en unieke sociale samenhang. Binnen het thema Wijken & dorpen spelen drie subthema's: <0000> Samen wonen en Samenleven: Bewoners hoeven idealiter hun wijk of dorp niet uit voor hun dagelijkse boodschappen en behoeften. In elk van deze leefgemeenschappen zijn en blijven de voorzieningen zo dichtbij mogelijk. De inwoners en de ondernemers versterken elkaar hierin. <0000>

Werken dichtbij huis:

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

19

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Veel wijken zijn rustig op doordeweekse dagen, wanneer de bewoners naar hun school of werk zijn vertrokken. Daarom wil de gemeente stimuleren op het werken in of dichtbij huis. Ideaal voor zzp’ers en startups, die (nog) geen grote werkruimte nodig hebben. Of die elkaar juist graag opzoeken en een leegstaand pand in de wijk omvormen tot verzamelgebouw. <0000> Via klimaatbestendig naar energieneutraal: Zoals heel Nederland maakt ook de gemeente Almelo de woningen voor 2050 aardgasvrij. Deze wijken worden gerealiseerd in samenwerking met de bewoners. Zoals het plaatsen van zonnepanelen, installeren van een warmtepomp of isoleren van vloer, muren, ramen en dak. Maar ook het vergroenen van daken en ‘ontstenen’ van de tuin, want elke vergroening draagt bij aan de gezamenlijke klimaatbestendigheid en biodiversiteit. Toetsing van het initiatief aan de Almelose omgevingsvisie De ontwikkeling van een woningbouwlocatie binnen het stedelijk gebied van Almelo past goed binnen de thema's en ambities die in de omgevingsvisie zijn vastgelegd. Het programma is gedifferentieerd en sluit aan op de behoefte en draagt ook bij aan de duurzaamheidsambities van onze stad. 3.3.2 Uitvoeringsagenda stadsontwikkeling De gemeenteraad heeft in 2020 de Omgevingsvisie vastgesteld als richtinggevend perspectief voor de leefomgeving. De ambities in de Omgevingsvisie hebben impact op de ruimtelijke koers.

Met de Omgevingsvisie als basis heeft Almelo behoefte aan een gerichte uitvoeringsagenda voor stadsontwikkeling. De agenda geeft houvast en kader voor de ontwikkeling van wijken, gebieden en locaties. Het college heeft op 13 juli 2021 de uitvoeringsagenda Stadsontwikkeling vastgesteld en heeft hierin besloten om een aantal gebieden te benoemen als prioritaire ontwikkelopgaven voor de komende jaren. Een aantal gebiedsontwikkelingen is reeds in gang gezet, zoals de Binnenstad en Nieuwstraatkwartier, en wordt de komende jaren gecontinueerd. Met de toevoeging van de Spoorzone wordt het gebied rondom de binnenstad versterkt. De wijken Kerkelanden en Ossenkoppelerhoek zijn aangemerkt als prioritaire herstructureringswijken. Ook ziet het college de uitbreiding van bedrijventerreinen en een grote woningbouwlocatie als prioritaire opgaven. De gemeente wil de ontwikkeling van deze gebieden samen met partners oppakken zodat Almelo haar krachtige positie behoudt als centrumgemeente in Noordwest Twente. Het toevoegen van woningen in de binnenstad en daarmee bijdragen aan de vitaliteit ervan sluit goed aan op de uitvoeringsagenda stadsontwikkeling.

3.3.3 Woonvisie De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming. Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkste ambities bepaald. Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regiofunctie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren zijn drie grote ambities geformuleerd. De gemeente streeft naar: 1. Een flexibele woningvoorraad. <0000> De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. <0000> Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. <0000> Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. <0000> Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. <0000> De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad. <0000> Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. <0000> De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen.

3. Een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

20

NL.IMRO.0141.0098-BP31

<0000> <0000> <0000>

Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken.

De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen. In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (niet-grondgebonden/appartementen). In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. Kwaliteitsverbetering en differentiatie van de woningvoorraad bereiken we in belangrijke mate middels herstructurering van de woningvoorraad. We brengen zo het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht in de wijken. Het initiatief voegt weliswaar appartementen toe aan de voorraad, maar doet dat wel in een segment en op een locatie waar dit wenselijk is. Ook gelet op programmering en duurzaamheid sluit het initiatief aan op de doelstellingen uit de Woonvisie.

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

21

NL.IMRO.0141.0098-BP31

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid. Het plangebied betreft in hoofdzaak een centrumgebied/woongebied. Op enkele locaties zijn maatschappelijke activiteiten, lichte bedrijfsactiviteiten (aan huis) en dienstverlening gevestigd.

4.1 Bedrijven en andere activiteiten Om een leefbare woonomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten, in relatie tot de omgeving, beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in de woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen, kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving (bv. buurtsuper, schoolgebouw). 4.1.1 Wijze van beoordelen De invloed van de aanwezige bedrijven en de mogelijke potentiële milieubelasting van toegestane bedrijven op het plangebied zijn beoordeeld. Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Vervolgens is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het plan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen. 4.1.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting.

Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Aan te houden afstand tot woonwijken (zone) 0 tot 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1000 meter 1500 meter

4.1.3 Aanwezige bedrijven in de directe omgeving De aanwezige bedrijfsactiviteiten in en rond het plangebied zijn geïnventariseerd op basis van de bedrijvenlijst van de gemeente Almelo. De bedrijvenlijst geeft aan welke bedrijven in bedrijf zijn en zich hebben gemeld of een vergunning hebben gekregen op basis van de Wet milieubeheer. Zowel een melding als een vergunning geeft rechten aan een bedrijf. Kleinschalige activiteiten, zoals detailhandel en kantoor of bedrijven aan huis, leveren geen problemen op en zijn buiten beschouwing gelaten. In en om het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die een negatieve invloed hebben op woningen of woonwijken.

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

22

NL.IMRO.0141.0098-BP31

4.2 Fysieke veiligheid 4.2.1 Inleiding Het aspect fysieke veiligheid beoogt het beschermen van mens, dier en milieu tegen (de gevolgen van) ongevallen en rampen. Om de effecten van een incident zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat hulpverleningsdiensten op kunnen treden en dat burgers zich in veiligheid kunnen brengen. Het bestemmingsplan is op fysieke veiligheidsaspecten getoetst aan landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en/of regelgeving. Dit betreft de onderdelen: <0000> bereikbaarheid; <0000> opkomsttijd; <0000> bluswatervoorziening; <0000> zelfredzaamheid; <0000> sirenedekking. De hoofdtaken van de brandweer zijn onderverdeeld in schakels uit de veiligheidsketen. De schakels zijn: Pro-actie; de schakel pro-actie gaat onder andere over de bluswatervoorziening, de bereikbaarheid en de sirenedekking. Preventie; voor het aspect preventie geldt dat rekening moet worden gehouden met de bestaande wet- en regelgeving. Preparatie; voor hulpdienstrelevante objecten is het wenselijk om deze op te nemen in de planvorming van de brandweer, zoals een bereikbaarheidskaart of een aanvalsplan. Repressie; vanuit de repressieve dienst wordt ter plaatse bepaald hoe er wordt ingezet. Nazorg; de taak nazorg heeft geen consequenties voor de ruimtelijke ordening.

Ondanks de gerealiseerde veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen blijft er een restrisico waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden. 4.2.2 Bereikbaarheid 4.2.2.1 Bereikbaarheid algemeen Bij het bepalen of er in het plangebied sprake is van een goede bereikbaarheid van de gebouwen via het openbare wegennet wordt het plangebied getoetst aan de handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid. Hierbij wordt beoordeeld of: <0000> de weg voldoet aan de specifieke afmetingen van brandweervoertuigen; <0000> een willekeurig adres binnen een verblijfsgebied in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar is; <0000> of de verkeersaders aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde doorgang bieden. 4.2.2.2 Situatiebeschrijving bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen.

Het plangebied wordt ontsloten via de Bornerbroeksestraat. Deze weg sluit in verschillende richtingen aan op het verdere wegennetwerk van Almelo. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. 4.2.3 Opkomsttijd 4.2.3.1 Opkomsttijd algemeen De opkomsttijd is de optelsom van de verwerkingstijd van de melding, de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd is daarbij de tijd tussen het alarmeren van de brandweer door de meldkamer en het tijdstip dat het voertuig de kazerne verlaat. De aanrijdtijd is de tijd die het eerste voertuig nodig heeft

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

23

NL.IMRO.0141.0098-BP31

om van de kazerne naar de plaats van het incident te gaan. De opkomsttijd van de brandweer wordt als een belangrijk kwaliteitskenmerk van de brandweer beschouwd. In het Besluit Veiligheidsregio's (BVR) zijn de opkomsttijden voor de brandweer vastgelegd en staan in onderstaande tabel beschreven. Normtijd

Gebruiksfunctie

5 minuten 6 minuten 8 minuten 10 minuten

Winkel met gesloten constructie (tijdens openingsuren), wonen boven winkel, cel Portiekwoningen/portiekflats, woning verminderd zelfredzamen Overige woningen, winkels, gezondheidszorg, onderwijs, kinderdagverblijf, logies Kantoor, (lichte)industrie, sport, overige ruimtes voor bijeenkomsten, overige gebruiksfuncties

Daarnaast is het ‘Dekkingsplan Brandweer Twente’, dat onderdeel uitmaakt van het beleidsplan, vastgesteld. Een beschrijving van de opkomsttijd in het plangebied staat in 4.2.3.2 beschreven. 4.2.3.2 Situatiebeschrijving opkomsttijd Voor (overige) woningen geldt een opkomsttijd van 8 minuten. Uit berekeningen blijkt dat de brandweer in theorie binnen deze norm ter plaatse kan zijn. 4.2.4 Bluswatervoorziening 4.2.4.1 Bluswatervoorziening algemeen Voor een optimale bluswatervoorziening wordt onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorzieningen. Dit is van belang omdat de eisen voor de afstand, de capaciteit en de bereikbaarheid verschillend zijn. De basiskenmerken van deze drie modellen zijn: <0000> De primaire bluswatervoorziening Boven- of ondergrondse brandkranen die geplaatst zijn op het drinkwaterleidingnet. <0000> De secundaire bluswatervoorziening De secundaire bluswatervoorziening is in principe aanvullend op een primaire bluswatervoorziening. Een secundaire bluswatervoorziening kan bestaan uit geboorde putten, bluswaterriolen, vijvers e.d. of ondergrondse reservoirs. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 320 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 8 meter kunnen bereiken.

<0000> De tertiaire bluswatervoorziening Bij de noodzakelijke inzet van grotere hoeveelheden water of gedurende langere tijd zijn de primaire en secundaire voorzieningen niet voldoende. Water wordt dan onttrokken uit bijvoorbeeld kanalen. Hiervoor geldt een afstand van maximaal 2500 meter tot het object. Daarnaast moet het brandweervoertuig het water tot maximaal 50 meter kunnen bereiken. 4.2.4.2 Situatieschets bluswatervoorziening Tijdens de beoordeling van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt beoordeeld of een brandweerkraan dient te worden geplaatst. 4.2.5 Zelfredzaamheid 4.2.5.1 Zelfredzaamheid algemeen Voor de bestrijdbaarheid van een incident zijn onder andere de bereikbaarheid voor hulpdiensten, opkomsttijd en bluswatervoorziening van belang. Daarnaast speelt de zelfredzaamheid van burgers een rol. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan hoofdzakelijk uit schuilen en vluchten. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. De ruimtelijke inrichting van het gebied kan op verschillende manieren inspelen op de zelfredzaamheid. 4.2.5.2 Zelfredzaamheid specifiek

vastgesteld Bestemmingsplan Kolkschool

24

NL.IMRO.0141.0098-BP31

De toekomstige bewoners van de nieuwe woningen worden in beginsel aangemerkt als zelfredzaam. De omgeving van het plangebied biedt voldoende mogelijkheden om uit te wijken in geval van calamiteiten. 4.2.6 Waarschuwings- en alarmeringssysteem De sirene is een hulpmiddel van de overheid om mensen te kunnen waarschuwen voor acute gevaren. Dit systeem zal in de komende jaren verdwijnen. Daarna zullen de aanwezige personen in bedreigd gebied worden gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handeling.

4.3 Externe veiligheid 4.3.1 Algemeen Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: <0000> het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); <0000> de Regeling externe veiligheid (Revi); <0000> het Registratiebesluit externe veiligheid; <0000> het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); <0000> het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=502fe44f-6571-4982-85e5-b57134496e89