9.1 Vaststelling bestemmingsplan Bleskolksingel - Bijjlage 1 - Het vast te stellen bestemmingsplan Compleet Analoog bestemmingsplan ‘Bleskolksingel’.pdf
Tekst van het document
5.2.5 Waterkwaliteit Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen functies mogelijk gemaakt die een bedreiging vormen voor de grondwaterkwaliteit. Hoewel het projecten betrekking heeft op bedrijven, zal het bedrijf (kantoren, opslag en vervaardiging van materialen voor galerij en balkons) geen bodemverontreinigende activiteiten verrichten. Er wordt op gelet dat niet-uitloogbare bouwmaterialen worden gebruikt om te voorkomen dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er mogen geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die het hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben).
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
25
NL.IMRO.0141.00138-BP31
5.2.6 Riolering Bij de nieuwbouw wordt hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd. Het afvalwater zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. Hemelwater wordt daarmee bij de verdere planuitwerking in beschouwing genomen zodat het duurzaam wordt verwerkt. Daarmee zal de ontwikkeling hydrologisch neutraal zijn. Het hemelwater wordt geborgd op eigen terrein. De aansluiting op het riool wordt in verdere planvorming met de gemeente afgestemd.
5.2.7 Beheer en onderhoud De grondeigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn bedrijf en perceel. Dit betekent dat deze zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen voor de inzameling van stedelijk afvalwater en afwatering van hemel- en grondwater. Zo is de eigenaar in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het hemelwater dat op zijn terrein valt. Ook de gevolgen van overtollig grondwater of een lage grondwaterstand vallen onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar. Pas als de particulier niet met redelijke inspanning hieraan kan voldoen ligt er een adviserende taak voor de gemeente. Daarnaast heeft de particulier een zorgplicht. Hij/zij mag niets doen waarvan kan worden verwacht dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. De voorschriften zijn in diverse besluiten wettelijk vastgelegd. Gemeente en soms waterschappen zien erop toe of de particulier zich hier ook aan houdt. Het ingezamelde huishoudelijk afvalwater dient de perceel eigenaar af te voeren naar het gemeentelijke hoofdriool. Vervolgens gaat de verantwoordelijkheid over naar de gemeente.
5.2.8 Klimaatadaptatie Een van de effecten van klimaatverandering is dat er vaker langere periodes zijn van droog en warm weer, alsmede nattere periodes met hevige regenval. Hierom is het wenselijk om tijdens droge dan wel natter periodes water vast te kunnen houden in de openbare ruimte. Ten slotte wordt aanbevolen om zo klimaatadaptief mogelijk te bouwen, en zo mogelijke toekomstige schade te mitigeren: een verhoogd vloerpeil t.o.v. de weg; kruipruimteloos bouwen; een zo groen mogelijk (onverhard) perceel.
5.3
Conclusie
Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen voor onderhavig plan.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
26
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1
Inleiding
Het bestemmingsplan 'Bleskolksingel' bestaat uit een verbeelding (plankaart), planregels en deze plantoelichting. De verbeelding en planregels vormen tezamen het juridische deel van het bestemmingsplan. Deze vormen het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van gronden en bebouwing. In de regels worden de mogelijkheden in artikelen vastgelegd. Op de verbeelding worden de bestemmingen, bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie aangeduid. Het bestemmingsplan is opgesteld in aansluiting op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. In dit hoofdstuk zal de juridische systematiek van het bestemmingsplan worden toegelicht. Ook wordt een beschrijving per bestemming en een toelichting op de algemene bepalingen en de overgangs- en slotbepalingen gegeven.
6.2
Juridische systematiek
6.2.1 Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve: het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.
6.2.2 Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gege-ven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1. Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderlig-gende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
27
NL.IMRO.0141.00138-BP31
2. Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.
6.2.3 Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen.
Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
6.3
Beschrijving per bestemming
6.3.1 Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
6.3.2 Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Bedrijf - 4.1 Het volledige plangebied is voorzien van de enkelbestemming 'Bedrijf - 4.1'. Binnen deze gronden zijn bedrijven toegestaan zoals genoemd in de bij de regels behorende 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' (bijlage 1 bij de regels) onder de categorieën 1 tot en met 4.1, met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut, groenvoorzieningen, interne ontsluitingswegen, verhardingen, parkeervoorzieningen, infiltratie, berging en afvoer van hemelwater en andere bijbehorende voorzieningen.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
28
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Gebouwen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden, waarbij een maximale bebouwingspercentage van 75% wordt aangehouden. De bouwhoogte is minimaal 6 en maximaal 12 meter, waarbij met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken met een maximale bouwhoogte van 22 meter voor maximaal 40% van het bouwvlak.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
29
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Het wijzigen van de bestemming is door de gemeente Almelo geïnitieerd. De bijbehorende kosten zullen zodoende ook de gemeente Almelo worden gedragen.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
30
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1
Overleg
Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader wordt het bestemmingsplan voor advies toegezonden aan betrokken instanties.
8.2
Zienswijzen
Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken voor een ieder van 21 september 2022 tot en met 1 november 2022 ter inzage gelegen. Een ieder heeft in deze periode zienswijzen in kunnen dienen. In deze periode zijn er geen zienswijzen kenbaar gemaakt.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
31
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Eindnoten
1. SAB. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bleskolksingel Almelo. Projectnummer 220167. 13 mei 2022. 2. Kruse Groep. Rapport verkennend bodemonderzoek, Bleskolksingel en Burgemeester Schneiderssingel Almelo. Projectcode BOD-132. 13 juli 2022. 3. Omgevingsdienst Twente. Advies bodemonderzoek. Zaaknummer Z2022-ODT-008015. 14 juli 2022. 4. SAB. Quick scan natuur, Almelo Bleskolksingel. Projectnummer 220167. 31 mei 2022. 5. SAB. Onderzoek stikstofdepositie Almelo, Bleskolksingel. Projectnummer 220167. 24 november 2022. 6. SAB. Uitgebreide waterparagraaf Bleskolksingel, Almelo. Projectnummer 220167. 7 september 2022.
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
32
NL.IMRO.0141.00138-BP31
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
3
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
2
Bijlage 1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
5
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
28
Bijlage 3
Bodemadvies
104
Bijlage 4
Quick scan natuur
110
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
149
Bijlage 6
Uitgebreide waterparagraaf
170
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
4
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
5
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bleskolksingel
Gemeente Almelo
Datum: 13-05-2022 Projectnummer: 220167
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling
3 5
2
Kenmerken van het plan
8
2.1 2.2 2.4
Inleiding Beschrijving van het plan Overige kenmerken van het plan
8 8 10
3
Plaats van het plan
11
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
11 11 11
4
Kenmerken van het potentiële effect
14
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
14 15 18 18 19
5
Conclusie
21
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Op 27 april 2011 is het emeenteraad van Almelo voor bedrijventerrein Turfkade te Almelo. Het perceel gelegen aan de Bleskolksingel en de Burgemeester Schneiderssingel heeft in het vigerende ontwikkeld worden nadat een uitwerkingsplan is vastgesteld door de burgemeester en de wethouders. Met het ontwerp voor een nieuwbouw pand voor PAM Almelo ligt er een concreet bouwplan voor deze locatie waardoor het uitwerkingsplan opgesteld kan worden. Om het voorliggende initiatief alsnog mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
Topografische kaart met de globale ligging van het plangebied (aangegeven met een rode ster). Bron: PDOK Viewer
3
Luchtfoto van de ontwikkellocatie (rood omlijnd). Bron: PDOK Viewer
In de toelichting van het uitwerkingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan de wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Beslui de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikke. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan.
4
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sinds een wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld.
Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht.
5
Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. e Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig plan wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Beeen stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parctiviteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een bedrijfspand van circa 2 2 5.000 m . Het totale plangebied 16.000 m . Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.
In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: kenmerken van de activiteit; plaats waar de activiteit wordt verricht; kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
6
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen vier hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven. In hoofdstuk 4 komen de kenmerken van het potentiële effect aan bod. Het rapport wordt met een eindconclusie in hoofdstuk 5 afgesloten.
7
2 2.1
Kenmerken van het plan Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het plan besproken. De aard en de omvang van het plan worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging, (geur)hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het plan 0 van de vorige eeuw ontwikkeld en is in de loop van de tijd uitgebreid. Het terrein heeft in deze periode een ontwikkeling doorgemaakt maar de oorspronkelijke opzet en veel van de bebouwing is nog steeds aanwezig. Het terrein kan worden gekarakteriseerd als een gemengd bedrijventerrein waarop vooral middelgrote industrie- en productiebedrijven zijn gevestigd. Er zijn echter ook een aantal grotere en kleinere bedrijven gevestigd. In de huidige situatie is het perceel in gebruik als grasland. De navolgende afbeelding geeft zicht op de locatie vanaf het kruispunt Bleskolksingel Burg. Schneiderssingel.
Zicht op de planlocatie (bron: google streetview)
2.3
Omvang van het plan 2
De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 16.000 m . Het plangebied is gelegen op de hoek van de Bleskolksingel en Burgemeester Schneiderssingel op het bedrijventerrein Turfkade te Almelo. Het plangebied wordt aan drie zijden begrenst door een verkeersfunctie en aan de noordelijke zijde door een rij bomen. Het beoogde 2 bedrijfspand zal een oppervlakte van circa 5.000 m hebben. Navolgende afbeeldingen geven de toekomstige situatie weer:
8
Schematisch bovenaanzicht (bron: Peters & Lammerink Architecten)
Bovenaanzicht vanaf het kruispunt (bron: Peters & Lammerink Architecten)
9
2.4
Overige kenmerken van het plan
2.4.1
Cumulatie met andere projecten In de directe nabijheid van het plangebied zijn er geen andere plannen of ontwikkelingen die gelijktijdig aan het onderhavige plan gerealiseerd zullen zijn. Cumulatie met andere projecten is derhalve niet aan de orde.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruikgemaakt van brandstof, elektriciteit, spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollige bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan ch mee.
10
3 3.1
Plaats van het plan Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het plangebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik In de huidige situatie is het perceel in gebruik als grasland. De verharding zal in de toekomstige situatie toenemen en deze zal minstens een derde van de oppervlakte in beslag nemen.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
Het plangebied ligt niet in een wetlandgebied.
Kustgebieden
Het plangebied ligt niet in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het plangebied is niet gelegen
Reservaten en natuurparken:
Nationale Landschappen zijn
Het plangebied ligt niet in een
Nationale Landschappen
benoemd in de Nota Ruimte
Nationaal Landschap, en even-
Nationale parken
Nationale Parken zijn onderdeel
eens niet in een Nationaal Park.
in een berg- of bosgebied.
van de EHS.
11
Type gebied
Juridisch kader
Speciale beschermingszones,
Wet natuurbescherming
Relevantie voor de activiteit In de omgeving van het plange-
door de lidstaten aangewezen
bied ligt een Natura 2000-
krachtens Richtlijn 79/409/EEG
gebied (zie verder onder 1).
(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-
Europese milieurichtlijnen (o.a.
Het plangebied ligt niet in een
munautaire wetgeving vastge-
kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-
gebied waar op basis van
stelde normen inzake milieu-
derrichtlijn water)
communautaire wetgeving
kwaliteit reeds worden
reeds normen worden over-
overschreden
schreden.
Gebieden met hoge bevol-
Het plangebied is niet gelegen
kingsdichtheid
in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van
Verdrag van Valletta
Er bevinden zich geen histori-
historisch belang
Monumentenwet
sche structuren of wegen bin-
cultureel belang
nen het plangebied. Ook zijn er
beschermd stads- en dorpsge-
in het plangebied geen Rijks-
zicht
en/of gemeentelijke bescherm-
archeologisch belang
de monumenten of anderszins karakteristieke panden aanwezig. Het plangebied ligt evenmin in een zone met een archeologische bestemming.
1. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen (zie navolgende afbeelding). Wel liggen de Natura 2000-gebieden Engbertsdijksvenen op een afstand van circa 8 km.
Globale ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied (Bron: natura2000.nl) 12
Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verordening
Relevantie voor de activiteit Het plangebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstruc-
uit van het Natuurnetwerk Ne-
tuur)
derland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Gebied geschikt voor be-
Wet natuurbescherming
schermde soorten
Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).
Weidevogelgebied en ganzen-
Provinciale verordening
foerageergebied Stiltegebied Bodembeschermingsgebied
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Wet milieubeheer
Het plangebied is niet gelegen in
Provinciale verordening
een stiltegebied.
Provinciale verordening
Het plangebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Milieubeschermingsgebieden
Provinciale verordening
voor grondwater
Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
13
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het plan en de plaats van het plan zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gefrequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat de omgeving van het plangebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de wijdere omgeving van het plangebied bevinden zich namelijk Natura 2000-gebieden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het plangebied aanwezig zijn. Hoofdstukken 3, 4 en 5 laten zien dat het plan de realisatie een bedrijfspand aan de Bleskolksingel betreft. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van verkeer (hoofdstuk 3), geluid (hoofdstuk 4) en luchtkwaliteit (hoofdstuk 5).
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: natuur: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. verkeer: De nieuwe woonontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. geluidshinder: Het plan heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt derhalve ook mogelijk tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: geurhinder: De functies in onderhavig plan leiden niet tot geurhinder. externe veiligheid: De functies in onderhavig plan leiden niet tot externe veiligheidseffecten.
bodem: Onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem.
14
water: Het a . Er wordt ervoor gezorgd dat dit thema geen nadelige gevolgen heeft voor de omgeving. De nieuwe functies zijn verder niet van dien aard, dat deze mogelijk gevolgen hebben voor de waterhuishouding of de kwaliteit van het oppervlakte- of grondwater. De gevolgen op de waterhuishouding zijn dus op voorhand beperkt. Archeologie: Er kan op voorhand niet worden uitgesloten dat archeologische waarden aanwezig of geschaad worden, maar er li oplangebied. Cultuurhistorie: Het plangebied kent geen cultuurhistorische waarde. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Op 18 mei 2022 is een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied betreft een perceel met grasland. Aangrenzend zijn een aantal bomenrijen en een houtwal aanwezig. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van het plangebied ten tijde van het veldbezoek.
15
Overzicht plangebied vanuit het westen.
Bomenrijen ten zuidwesten en zuidoosten van het plangebied.
4.2.2
Droogstaande afwateringssloot ten westen
Strook kruidenrijke vegetatie ten zuiden van
van het plangebied.
het plangebied.
Effecten ontwikkeling 1
SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben 2 op beschermde natuur buiten het plangebied. Hiervoor is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan en het stikstofonderzoek uiteengezet. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet natuurbescherming is aangewezen. Echter, de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Engbertsdijksvenen en Wierdense veld) ligt op circa 8 kilometer afstand. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is een toename in stikstofuitstoot in het plangebied mogelijk. Zo kan bij eventuele sloop en nieuwbouw door de aanwezige machines stikstof worden uitgestoten. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) per 01 juli 2021 heeft de wetgever een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsec1
SAB (2022) Quickscan natuur BleskolksingelProjectnummer: 220167. 31 mei 2022
2
SAB (2022). Onderzoek stikstofdepositie. Bleskolksingel. Projectnummer: 220167. 3 mei 2022 16
3
tor. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarbij inbegrepen zijn de voertuigbewegingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan deze activiteiten. De wetgever verwacht wel van initiatiefnemer een inspanningsverplichting om bij bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik te maken van zo schoon mogelijk materieel. In het licht van deze vrijstelling voor de bouw- en sloopwerkzaamheden is een berekening van stikstofemissie en bijbehorende stikstofdepositie niet vereist. Het is immers aannemelijk dat door het tijdelijk karakter van de emissies door bouwactiviteiten de stikstofemissie op landelijk niveau gelijk blijft en slechts een klein aandeel vormt van de totale stikstofdepositie, te weten 4 circa 1,3 procent van de stikstofdeken. Significant negatieve milieueffecten ten gevolge van de aanlegfase kunnen dus op voorhand worden uitgesloten. Wel kan in de gebruiksfase de verkeersaantrekkende werking door de plannen toenemen, waardoor ook de stikstofemissie toe kan nemen. Om te bepalen of deze stikstof kan leiden tot de verstoring van stikstofgevoelige vegetaties in Natura 2000gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000gebieden voor de gebruiksfase.
Uit de beoordeling blijkt dat significant negatieve effecten van het plan voor de gebruiksfase op voorhand zijn uitgesloten. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is daarom niet nodig zijn. Beschermde soorten In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig.
De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Conclusie Met inachtneming van de zorgplicht en de broedende vogels kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu.
3
https://www.aanpakstikstof.nl/actueel/nieuws/2021/06/18/stikstofwet-gaat-in-per-1-juli-2021
4
Bsn jo artikel 2.5 Besluit natuurbescherming 17
4.3
Verkeer
4.3.1
Huidige situatie De huidige situatie is een grasland. Daarmee is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Aan de hand van CROW, ASVV 2021, d.d. oktober 2021, is de verkeersgeneratie bepaald. Aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2020) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Almelo wordt geclassi-
nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening verkeersgeneratie kenmerk Bedrijf arbeidsintensie/bezoekersextensief totaal afgerond
aantal
kencijfer
5000 m2
9,2
per 100 m2 bvo
verkeersgeneratie gemiddeld (per etmaal) 460 460
Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per dag 5 middelzware vrachtverkeerbewegingen. De planlocatie wordt ontsloten op de Burgemeester Schneiderssingel en vervolgens op de Bleskolksingel. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een dusdanige verkeerstoename dat hierdoor verkeersafwikkelingproblemen zouden kunnen ontstaan. De omliggende infrastructuur heeft voldoende capaciteit om het extra verkeer te kunnen opnemen in het heersende verkeersbeeld. Voor wat betreft verkeer worden daarom geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.4
Geluid
4.4.1
Huidige situatie De locatie is gelegen in een stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de feitelijke situatie reeds sprake is van een merkbaar geluidsniveau als gevolg van de omliggende woningen.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Verkeersaantrekkende werking In de toekomstige situatie zal het plangebied ingericht zijn met een bedrijfspand. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de (extra) verkeersaantrekking geschat op 18
circa 460 extra motorvoertuigen per weekdagetmaal. Het verkeer zal worden ontsloten op de Burgemeester Schneiderssingel en vervolgens op de Bleskolksingel. In de buurt van het plangebied zijn vooral bedrijven gesitueerd. Voor de enkele geluidgevoelige objecten langs de Bleskolksingel gelegen is uit de Wet geluidhinder (Wgh) af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de bijkomende verkeersaantrekking geschat op circa 460 motorvoertuigen per etmaal. In de huidige situatie zouden er minder dan 1150 verkeersbewegingen/etmaal op de Bleskolksingel moeten zijn om een geluidtoename van meer dan 40% te veroorzaken. Omdat de Bleskolksingel een directe aftakking is van de provinciale weg N349 is het aannemelijk dat deze weg meer dan 1150 verkeersbewegingen per etmaal heeft. Conclusie: De theoretische situatie laat zien dat er geen merkbare geluidstoename zal komen langs de Bleskolksingel. De eventuele geluidstoename langs de Burgemeester Schneiderssingel is buiten beschouwing gelaten, omdat deze een toegangsweg is van het bedrijfsterrein. De bedrijfsbestemming is geen geluidgevoelige functie.
Derhalve kan een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden uitgesloten.
4.5
Luchtkwaliteit
4.5.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM2.5)
Achtergrondconcentratie (2018, huidig) 3 12 µg/m 3 15,1 µg/m 3 8,3 µg/m
Grenswaarde 3 40 µg/m 3 40 µg/m 3 25 µg/m
Figuur 8: Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving
cijfers
2020 RIVM).
4.5.2
Effecten ontwikkeling Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een bedrijfspand. Voor luchtkwaliteit luchtkwaliteit. Dit wordt gedaan aan de hand van de verkeersaantrekkende werking van een plan. Gezien de omvang van onderhavig plan, is het niet zondermeer aan te merken zoals weergegeven in navolgende uitsnede. Van plannen die boven de NIBM-grens
19
uitkomen, wordt gesteld dat deze mogelijk in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Figuur 9: Berekening NIBM-tool, op basis van 460 extra voertuigbewegingen, waarvan 1,0% vrachtverkeer (Bron: Infomil / ministerie van Infrastructuur en Milieu).
Conclusie Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De normen worden ook niet overschreden. Er wordt geen nadelig effect verwacht .
20
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van een bedrijfspand te Almelo nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
Lucht
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit dat significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Het uitgevoerde quickscan natuur wijst uit dat significant negatieve effecten op beschermde soorten niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking zonder te verwachten afwikkelingsproblemen op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe ontwikeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Het bedrijfsterrein is niet geluidgevoelig. Er zou echter sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op enkele woningen in de buurt. De toename van het verkeer op de omliggende wegen is echter minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het plan draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
21
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken SAB (2022) Quickscan natuur Bleskolksingel. Projectnummer: 220167. 31 mei 2022 SAB (2022). Onderzoek stikstofdepositie. Bleskolksingel. Projectnummer: 220167. 3 mei 2022 Bronnen Risicokaart www.risicokaart.nl Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken Gemeente Arnhem cijfers bevolking Staat van de Stad - Bevolking - Arnhem (incijfers.nl) AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ Google Maps www.google.nl/maps Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx Nieuwbouw PAM Almelo Peters en Lammerink architecten 14 februari 2022.
22
NL.IMRO.0141.00138-BP31
Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek
vastgesteld bestemmingsplan Bleskolksingel
28