8 Voorgenomen ruimtelijk beleid zonne-energie provincie Overijssel
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage Voorgenomen ruimtelijk beleid zonneenergie
Doorkiesnummer 1134
Behandeld door L.H. Plant
Datum 18 oktober 2023
Onderwerp Voorgenomen ruimtelijk beleid zonne-energie provincie Overijssel
Geachte leden van de raad, Op 11 oktober jl. hebben Provinciale Staten van Overijssel ingestemd met het voorgenomen ruimtelijk beleid voor zonne-energie. Door dit besluit worden geen vergunningen meer toegestaan voor zonneparken op landbouw- en natuurgronden. Wij hebben u eerder toegezegd u te informeren bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Door middel van deze raadsbrief informeren wij u daarom over de gevolgen van het nieuwe besluit van de provincie Overijssel. De aanleiding voor het voorgenomen ruimtelijk beleid voor zonne-energie is volgens de provincie drieledig, te weten, het coalitieakkoord waarin is opgenomen dat strikter gestuurd gaat worden op het verbieden van zonneparken op landbouwgrond. Daarnaast heeft de Minister voor Klimaat en Energie in juli jl. een brief gestuurd waarin hij aangeeft de aanleg van zonneparken op landbouw- en natuurgronden waar mogelijk wenst te ontzien. Tot slot geeft de provincie aan dat er voor het realiseren van de klimaatdoelen al voldoende ‘zon op land’ gerealiseerd is. Er moet nu vooral ingezet worden op windenergie, aldus Gedeputeerde Staten. Voor het volledige voorgenomen ruimtelijk beleid zonne-energie, zie bijlage. Wij zijn onaangenaam verrast door de provincie Overijssel met dit voorgenomen ruimtelijk beleid. Tot aan de behandeling in Provinciale Staten op 11 oktober jl. waren de documenten onder embargo.
Er is op geen enkele wijze (voor)overleg geweest met de gemeenten over dit voorgenomen ruimtelijk beleid. Gezien de impact op de gemeentelijke opgave was dit wel zeer wenselijk van een samenwerkingspartner in de Regionale energiestrategie. De provincie trekt hiermee de regie naar zich toe, net zoals dit voor de zomer is gedaan met de motie ‘Grip op wind’. U bent hierover geïnformeerd door middel van een raadsbrief op 21 juli jl (Raad-7850). De regie die de gemeenten en provincie gezamenlijk gekregen hebben vanuit het Klimaatakkoord om grootschalig duurzame energie op te wekken wordt volledig door de provincie gestuurd dan wel overgenomen. Van samenwerking is inmiddels geen sprake meer. De gemeente Almelo is niet bekend met initiatieven die door het voorgenomen ruimtelijk beleid zonne-energie geen doorgang kunnen vinden. Almelo kent drie grootschalige zonneparken, waarvan één operationeel (Aadijk 1), één is momenteel in aanleg (Aadijk 2) en één is vergund (Leemslagen). In verband met netcongestie op het elektriciteitsnet is de realisatie van het Leemslagen zonnepark nog niet gestart. Deze drie zonneparken geven invulling aan de duurzame energieopgave van Almelo. Almelo draagt 157 gigawattuur bij aan de Regionale energiestrategie voor 2030, conform het raadsbesluit van juni 2021. We doen dit door een mix van ‘zon op dak’, ‘zon op land’ en windenergie.
Almelo loopt op schema met het realiseren hiervan.
Pagina 1 van 2 Raad - 2307955 DCS - 2382810
Echter, hiermee is niet gezegd dat het voorgenomen ruimtelijk beleid voor zonne-energie geen effect op Almelo heeft. De Twentse gemeenten werken samen met provincie Overijssel en waterschap Vechtstromen in de Regionale energiestrategie. Door het besluit van de provincie kunnen ‘zon op land’-projecten elders in de regio geen doorgang vinden. Dit in combinatie met de ambitie om een verhouding van 40% zonne-energie en 60% windenergie na te streven (in Overijssel), is de verwachting dat er meer windenergie gerealiseerd moet gaan worden. De provincie heeft de clusters voor windenergie bekend gemaakt (met per cluster minimaal vier windturbines). De zorg leeft dat de druk op die gebieden, waaronder het ATT-gebied aan de noordkant van Almelo, groter gaat worden. Samen met de 14 gemeenten in de RES Twente beraden wij ons op welke gevolgen dit heeft voor de RES 2.0. Almelo staat voor haar RES-bod en levert hiermee wat is afgesproken. Echter, Almelo heeft meer opgaven die een ruimtelijke impact hebben. Ook die belangen moeten geborgd worden. Daarom benadrukken wij nogmaals dat het RES-bod voor Almelo leidend is en er geen extra duurzame energieopgave in Almelo kan landen. Dit standpunt dragen wij actief uit in binnen de RES en bij de provincie Overijssel. Wij hechten er aan u over het voorgenomen ruimtelijk beleid voor zonne-energie te blijven informeren.
Mochten er nieuwe ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie zijn, dan wordt u hierover vanzelfsprekend geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
Geheimhouding opgeheven door PS op 11 oktober 2023 Voorgenomen ruimtelijk beleid zonne-energie Op 6 september 2023 hebben Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel besloten tot een wijziging van het ruimtelijk beleid voor zonne-energie. Dit beleid heeft de status van voorgenomen beleid en treedt in werking op 12 oktober 2023. Het voorgenomen beleid werken we uit in de Handreiking zonnevelden en de nieuwe Omgevingsvisie. Dit document beschrijft het voorgenomen ruimtelijk beleid voor zonne-energie met de volgende inhoud: ➢ de aanleiding voor deze beleidswijziging; ➢ het beoogde effect; ➢ de provinciale verantwoordelijkheid bij de realisatie van het zonne-beleid; ➢ de hoofdlijnen van het voorgenomen beleid; ➢ de implementatie van het beleid; ➢ participatie ➢ het vervolgproces. Aanleiding Om het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde groene omgeving scherp te houden, hanteert de provincie sinds jaar en dag de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijke functies, zoals woningen, bedrijfsterreinen en voorzieningen die in principe een plek moeten krijgen binnen of aansluitend aan het bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen, en functies die aan het buitengebied gebonden zijn, zoals agrarische bedrijven, natuurgebieden en verblijfsrecreatie.
In Overijssel werd de opwekking van elektriciteit door middel van zonnepanelen, vanaf het moment dat deze beschikbaar kwamen voor commerciële toepassingen, als een stedelijke functie gezien. Om de energietransitie te versnellen besloot de provincie Overijssel in 2017 om tijdelijk ruimte te bieden in de Groene Omgeving voor de plaatsing van zonnepanelen in een veldopstelling. Door een wijziging van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening werd het mogelijk zonneparken voor de duur van maximaal 25 jaar in de Groene Omgeving toe te staan, als de realisatie van het betreffende initiatief gepaard ging met een extra impuls in de ruimtelijke kwaliteit. In 2020 is het provinciale ruimtelijk beleid voor zonne-energie aangescherpt en is de voorkeursvolgorde (zonneladder) opgenomen in de handreiking zonnevelden. Ook de netbeheerders zijn steeds kritischer over de totstandkoming van grote zonneparken, veelal op grote afstand van steden en bedrijfslocaties. Dat houdt verband met het feit dat het elektriciteitsnet op die plekken vaak niet is toegesneden en zonneparken op een inefficiënte manier gebruik maken van de capaciteit van het elektriciteitsnet. Zij roepen op om duurzame elektriciteit zoveel mogelijk op te wekken op locaties, waar veel vraag naar elektriciteit is, meer daken te gebruiken voor het leggen van zonnepanelen en meer in te zetten op de productie van windenergie.
De directe aanleiding voor de herijking van het zonnebeleid is drieledig, te weten: • In het coalitieakkoord ‘Schouder aan schouder’ voor de collegeperiode 2023-2027 staat dat de zonneladder wordt geactualiseerd, dat op de toepassing ervan strikter zal worden gestuurd en dat de provincie geen grote zonneparken op landbouwgrond meer wil. • De Minister voor Klimaat en Energie stuurde op 6 juli een brief naar de Tweede Kamer. Daarin staat dat het kabinet in de toekomst landbouw- en natuurgronden bij
•
de aanleg van zonnevelden waar mogelijk wenst te ontzien. Daarmee beoogt het Rijk bij te dragen aan een efficiënt ruimtegebruik en behoud van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter uitvoering van het Klimaatakkoord werken provincie en gemeenten in de regionale energiestrategie (RES) Twente en West-Overijssel aan de productie van 3,3 TWh hernieuwbare elektriciteit door zon en wind op land in 2030. Beide regio’s gaan daarbij uit dat die energie voor 40 % met zonnepanelen wordt opgewekt en voor het overige met windturbines. Dat betekent 1,3 TWh opwek met zonnepanelen en 2,0 TWh met windturbines. De opwek met elektriciteit met zon bestaat uit enerzijds ‘zon op dak’ en anderzijds ‘zon op veld’. De huidige stand van zaken is als volgt: Biedingen RES (GWh) Overijssel
Zon op Veld
Zon op dak
Wind
Totaal
386
944
1996
3326
Dit betreft daadwerkelijk gerealiseerde projecten en projecten die in de pijplijn zitten en naar alle waarschijnlijkheid gerealiseerd zullen worden. Daarmee zal het doel van 1,3 TWh hernieuwbare opwek met zon kunnen worden bereikt. Het is dan ook niet nodig en ongewenst dat er nieuwe plannen komen voor zonneparken op landbouw- of natuurgronden. Tegen deze achtergrond is het niet nodig en ongewenst dat er nog meer zonneparken op landbouw- of natuurgronden verrijzen. Beoogd effect Efficiënt gebruik van de schaarse ruimte en landbouwgrond en natuur waar mogelijk te ontzien bij de aanleg van zonnevelden. Provinciale verantwoordelijkheid Binnen de RES-regio’s werken de decentrale overheden met hun maatschappelijke partners op basis van gelijkwaardigheid -maar ook met respect voor elkaars taken, rollen en verantwoordelijkheden- samen. Bij de productie van zonne-energie betekent dit dat: • gemeenten bevoegd zijn omgevingsvergunningen af te geven voor de aanleg van zonnevelden en • de provincie bevoegd is daarvoor ruimtelijke kaders vast te stellen. Het huidige provinciale beleid voor het opwekken van zonne-energie vindt zijn basis in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening en is verder uitgewerkt in de Handreiking zonnevelden.
Hoofdlijn van het voorgenomen beleid Het huidige provinciale beleid voor zonne-energie bevat een voorkeursvolgorde (zonneladder) voor het plaatsen van zonnepanelen. De zonneladder telt drie treden: Trede 1: Stimuleren van: • de productie van zonne-energie op daken in bebouwd gebied: woningen, bedrijven, agrarische gebouwen, etc. • gebruik van te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen; • kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven (tot ca. 2 ha) en kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot ca. 2 ha).
Trede 2: Combineren met: • Gebiedsopgaven in stads- en dorpsranden en in de groene omgeving zoals klimaatmaatregelen (waterberging en tegengaan bodemdaling), extensivering van landbouw, herstel landschap en biodiversiteit, etc. Door verschillende opgaven onder, tussen en rond de panelen te realiseren wordt de ruimte multifunctioneel gebruikt. • Gebiedsontwikkeling in de groene omgeving, waarbij zonnevelden aansluiten op andere gebiedsontwikkelingen of een energielandschap vormen. Trede 3: Limiteren van: • Monofunctionele zonnevelden op agrarische grond of op water, primair gericht op produceren van duurzame energie. Binnen het nieuwe beleid is de realisatie van zonneprojecten met toepassing van de tweede en derde trede van de zonneladder niet meer toegestaan. Van deze regel zonderen we uit: a. Initiatieven langs hoofdinfrastructuur. b. Boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen). c. Op water, zoals inmiddels is gerealiseerd op de Bomhofsplas en de Sekdoornseplas in Zwolle. d. Kleinschalige installaties voor eigen gebruik. Aan het besluit om juist voor deze categorieën van gevallen een uitzondering te maken binnen het beleid, liggen de volgende overwegingen ten grondslag: • Voor de eerste drie categorieën van gevallen geldt dat ze voorzien in verschillende vormen van dubbel gebruik van grond en dus getuigen van efficiënt grondgebruik.
In Twente wordt vanaf 2021 gewerkt aan het project Duurzaamheidsroute A35. Wij hebben op verzoek van de deelnemende gemeenten besloten de bevoegd gezag rol voor de benodigde procedures op ons te nemen. Mochten er rondom andere hoofdinfrastructuur soortgelijke initiatieven worden ontplooid, dan zullen ook die worden gefaciliteerd (bijvoorbeeld in snelwegbermen, langs spoorlijnen, op baggerdepots, sluizen en Defensieterreinen); • Op locaties waar elektriciteit wordt gebruikt, staat in de meeste gevallen een gebouw. En het dak is dan de meest voor de hand liggende plek om zonnepanelen te plaatsen. Er bestaan echter situaties waarin de eigenaar van een gebouw graag wenst te voorzien in zijn eigen energiebehoefte, maar legitieme redenen heeft om het dak daarvoor niet te gebruiken. Het dak ligt bijvoorbeeld gedurende een groot deel van de dag in de schaduw, het gebouw wordt onverzekerbaar, of zonnepanelen doen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw. Voor die situaties is de laatste uitzonderingsgrond bedoeld. Implementatie van het voorgenomen beleid per 12 oktober 2023 Projecten voor de aanleg van een zonneveld doorlopen normaal gesproken de volgende fasen: Verkenningsfase
Planvoorbereidingsfase
Vergunningsfase Realisatiefase
De eigenaren worden gepolst (als zij niet zelf initiatiefnemer zijn), de gemeente wordt gevraagd om een principebesluit en bij de netbeheerder wordt geïnformeerd naar de mogelijkheden om het project aan te sluiten op het net. De initiatiefnemer treedt in overleg met de omgeving en probeert met de informatie die hij daarbij vergaart tot een uitvoerbaar project te komen. Ten behoeve van dit plan wordt er een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. De initiatiefnemer vraagt de omgevingsvergunning aan. De initiatiefnemer vraagt subsidie, verzoekt om een aansluiting op het elektriciteitsnet en gaat over tot de realisatie van het project.
Het voorgenomen beleid samen met het genomen voorbereidingsbesluit (PS23-000819) werkt voor vergunningsaanvragen voor zonneparken die zijn ingediend vanaf 12 oktober 2023. Alle aanvragen voor projecten die voor 12 oktober 2023 zijn ingediend kunnen door gemeente verder in behandeling genomen worden en - indien ze aan alle vereisten voldoen - vergund worden. Voor aanvragen voor vergunningen in trede 1 van de handreiking zonnevelden geldt het voorbereidingsbesluit niet. Deze aanvragen kunnen in behandeling worden genomen. Het voorbereidingsbesluit treft ook aanvragen die kunnen vallen onder de uitzonderingen van het voorgenomen beleid. De aanhoudingsplicht geldt niet voor initiatieven waarvoor wij vaststellen dat ze passen binnen de nieuwe instructieregels die in voorbereiding zijn. Overgangsregeling In het definitieve zonbeleid komt een overgangsregeling waarbij we rekening houden met de verschillende fases waarin een project zich bevindt. Participatie Voor de nadere uitwerking van het voorgenomen beleid doorlopen wij, vanaf het moment dat het voorbereidingsbesluit in werking is getreden, een consultatieronde met gemeenten. Hiermee kunnen we de consequenties van het voorgenomen beleid in beeld krijgen ter voorbereiding van de besluitvorming in uw Staten over de aanpassing van de Omgevingsverordening.
Vervolgproces Het nieuwe ruimtelijke beleid voor de productie van zonne-energie krijgt een plek in de nieuwe Omgevingsvisie, de nieuwe Omgevingsverordening en de Handreiking zonnevelden.