CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7.3 Vaststelling Omgevingsplan XL Businesspark 2 - bijlage 2 - Toetsingsadvies MER

Raad 4 februari 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling Omgevingsplan XL Businesspark 23.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

XL Businesspark 2, gemeente Almelo Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 november 2024 / projectnummer: 3832

Advies over het MER in het kort Gemeente Almelo wil de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein mogelijk maken: XL Businesspark 2. Het terrein heeft een oppervlakte van 132 hectare en ligt ten westen van het bestaande bedrijventerrein XL Businesspark Twente. In de huidige situatie wordt het plangebied vooral voor landbouw gebruikt. Het plan omvat 75 hectare uitgeefbaar terrein. De gemeente zet in op grootschalige bedrijven van minimaal 3 hectare per bedrijf, in de maakindustrie en de logistiek. Om de ontwikkeling van het bedrijventerrein mogelijk te maken, wil de gemeente het omgevingsplan wijzigen. Voor het besluit hierover wordt een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Gemeente Almelo heeft de Commissie gevraagd te adviseren over de juistheid en de volledigheid van het MER.1

Wat staat in het MER? Het MER licht de noodzaak voor de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein toe en geeft aan waarom de locatie van XL Businesspark 2 te Almelo hierbij de voorkeur heeft. De mogelijkheid om op deze locatie grootschalige bedrijven te clusteren en de aanwezigheid van een multimodaal overslagpunt zijn belangrijke markttechnische argumenten. Gemeente Almelo wil op XL Businesspark 2 ten minste voor 75% ruimte bieden aan technologisch gedreven maakindustrie en maximaal aan 25% regionaal ondersteunende logistiek (in het MER wordt dit het ‘Planvoornemen’ genoemd).2 Naast dit Planvoornemen zijn in het MER drie alternatieven onderzocht, namelijk: Alternatief zware industrie, Alternatief 100% logistiek, Alternatief innovatie en onderzoek. Daarnaast is in het scenario ‘aansluiting’ onderzocht wat de kans is op beperkingen vanuit het elektriciteits- en drinkwaternet op de ontwikkeling van het gebied en welke milieueffecten daarmee samenhangen. Uit het MER blijkt dat het Planvoornemen en de alternatieven (licht) negatieve effecten hebben op geluid, lichthinder, beschermde soorten, landschap en archeologie. (Licht) positieve effecten worden verwacht op verkeer, beschermde natuurgebieden, water, energie, circulariteit en gezondheidsbevordering. Het Alternatief zware industrie scoort negatiever op de aspecten geluid, geur en gezondheidsbescherming.

Het Alternatief innovatie en onderzoek scoort negatiever op landschap dan de andere onderzochte opties. In het MER staat als conclusie dat het Planvoornemen over het algemeen gelijk of beter scoort dan de andere alternatieven. Het toelaten van een andere mix van bedrijven heeft geen grote milieuvoordelen en draagt minder bij aan het doel. Het voorkeursalternatief komt dan ook grotendeels overeen met het Planvoornemen. Alleen op gebied van geluid wijkt het voorkeursalternatief dat is opgenomen in het omgevingsplan hiervan af. In het omgevingsplan wordt voor het voorkeursalternatief een regeling opgenomen op het gebied van geluidemissies waarbij wordt geborgd dat de gecumuleerde bijdrage van de activiteiten in het plangebied voldoet aan de toetswaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid van 45 dB(A) ter hoogte van woningen.

1 2

RHO Adviseurs, 16 september 2024.

.

Het Planvoornemen is dus één van de onderzochte alternatieven en gaat uit qua type bedrijvigheid uit van minimaal 75% (technologie gedreven) maakindustrie met daarnaast maximaal 25% (regionaal ondersteunende) logistiek.

-1-

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie is overwegend positief over het opgestelde MER. Het MER geeft op veel punten invulling aan het advies van de Commissie over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.3 Zo is de locatieonderbouwing nu goed te volgen. Ook biedt het MER voor vrijwel alle milieuaspecten de benodigde informatie om het milieu volwaardig mee te kunnen nemen bij de besluitvorming over het omgevingsplan. De samenvatting biedt daarbij een toegankelijk overzicht van de onderzoeksresultaten. Desondanks mist de Commissie nog essentiële informatie op de aspecten geur en stikstof. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen en dan pas een besluit te nemen over XL Businesspark 2: Geur: De beschouwing in het MER en de regels over geur in het omgevingsplan sluiten niet goed op elkaar aan. De gehanteerde geurregels in het omgevingsplan zijn hierdoor nog niet voldoende onderbouwd. Ook is onduidelijk of de voorziene bedrijven realistisch gezien aan deze regels kunnen voldoen en of het plan daarmee uitvoerbaar is. Ten slotte is niet duidelijk of met de te hanteren regels de gecumuleerde geurbelasting acceptabel is. Stikstof: In de landschapszone en het zoekgebied voor natuurcompensatie is in de regels van het omgevingsplan niet uitgesloten dat mest en bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast in de beoogde situatie.

Dat bemesting achterwege blijft is wel het uitgangspunt van de stikstofberekeningen. Het uitgevoerde onderzoek en het omgevingsplan sluiten daarmee niet op elkaar aan. Los daarvan heeft er in oktober 2024 een update van AERIUS plaatsgevonden waarmee gerekend moet worden. Hoewel de Commissie constateert dat veel relevante milieu-informatie beschikbaar is, is deze soms moeilijk terug te vinden of niet consistent tussen de verschillende documenten. Consistentie schiet tekort op de punten multimodaliteit, de aanleg van de nieuwe brug, de aanrijdtijd van hulpdiensten, regels over geluidsverkaveling en natuur en landschap. De Commissie beveelt aan om de eenduidigheid van de informatie in het MER, de bijlagen en het omgevingsplan te verbeteren voorafgaand aan de besluitvorming over XL Businesspark 2.4 In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe. In hoofdstuk 3 geeft ze aandachtspunten voor het vervolg.

3 4

NRD advies over XL Businesspark 2 te Almelo.

De Commissie verwacht niet dat de (redactionele) aanpassingen tot nieuwe inzichten zullen leiden voor de besluitvorming, maar het draagt wel bij aan een transparant (besluitvorming)proces en voorkomt onduidelijkheden.

-2-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. De adviezen over geur en stikstof zijn opgenomen in een tekstkader (paragrafen 2.1 en 2.2). Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad. Daarnaast beveelt de Commissie in het kader van een transparant proces en zorgvuldige communicatie met de omgeving aan om de eenduidigheid tussen het MER, de bijlagen en het omgevingsplan te verbeteren voorafgaand aan de besluitvorming over het omgevingsplan (paragraaf 2.3).

Overwegend positief De Commissie is overwegend positief over het MER en over de uitgevoerde onderzoeken, in het bijzonder over de opzet en uitvoering van het verkeersonderzoek. Duidelijk is dat de

gemeente het advies van de Commissie op de NRD heeft gebruikt bij het opstellen van het MER. Zo is een goede onderbouwing gegeven van de locatiekeuze en is een duidelijke toelichting gegeven op de achtergrond en doelstelling van het project.

-3-

Geur In de NRD is een uitgebreid voorstel opgenomen om (de verandering van) het aspect geur te beschrijven. Het uitgevoerde onderzoek biedt nu onvoldoende inzicht in de geureffecten. Ook wijkt het kader in het MER af van de planregels in het omgevingsplan, waardoor het uitgevoerde onderzoek niet ten grondslag kan liggen aan het omgevingsplan (het onderzoek en de planregels sluiten niet op elkaar aan). In het MER wordt gesproken over een ‘emissienorm’5, terwijl in de planregels een ‘immissienorm’6 wordt vastgelegd. De regels in het omgevingsplan zijn daarbij afgeleid van het kader voor geur van provincie Overijssel.7 Dit kader kent verschillende richtwaarden. In het omgevingsplan is ervoor gekozen om de richtwaarde categorie A te hanteren, voor zeer hinderlijke geuren. Onduidelijk is waarom deze richtwaarde passend is voor dit plan. De cumulatieve geurbelasting is in het MER niet in beeld gebracht. In het MER is aangegeven dat geen cumulatie wordt verwacht, omdat geen sprake is van continue geuremissies. Aangegeven is dat emissies verschillen per tijdstip van de dag, waardoor de kans dat meerdere geurrelevante bedrijven cumuleren minimaal is. Deze aanname is onvoldoende onderbouwd. Niet duidelijk is of met de te hanteren regels de gecumuleerde geurbelasting in de omgeving acceptabel is.

Ten slotte is onduidelijk in hoeverre de geurnorm voor afzonderlijke bedrijven realistisch is voor het beoogde type bedrijven (met name de maakindustrie). Deze informatie is van belang om aan te tonen dat het plan uitvoerbaar is.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming, het geuronderzoek aan te vullen. Het gaat om: in lijn brengen van onderzoeksresultaten uit het MER (gericht op emissie) en planregels uit het omgevingsplan (op basis van immissie); onderbouwing van de toepasbaarheid van de in het omgevingsplan gekozen norm (categorie A); uitvoeren van een cumulatief onderzoek, of een nadere onderbouwing waarom dit niet nodig is; beschouwing of de voorziene bedrijvigheid kan voldoen aan de geurnormen die in het omgevingsplan zijn opgenomen voor afzonderlijke bedrijven.

Stikstof De stikstofemissie van het toekomstig bedrijventerrein is in het MER en de bijlagen onderzocht. Daarbij zijn zowel de effecten in de aanlegfase en in de gebruiksfase in beeld gebracht. De emissies zijn vergeleken met de huidige emissies uit het plangebied, die vooral afkomstig zijn uit de stallen en uit bemesting van de percelen. Voor de bemesting van

5 6 7

Dit gaat over de mate van geuruitstoot.

Dit gaat over de geurbelasting die de ontvanger (bijvoorbeeld een omwonende) ervaart.

Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2024 van de gedeputeerde staten van Overijssel.

-4-

percelen zijn voorzichtige aannamen gedaan, de werkelijke mestaanwending in het gebied is mogelijk hoger. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden niet verder verslechtert door de aanleg en het gebruik van het bedrijventerrein. De Commissie heeft de indruk dat de onderzoeken degelijk zijn uitgevoerd. Dit is echter niet verifieerbaar doordat de berekeningen zelf niet als bijlage aan het MER zijn toegevoegd. Op 1 oktober 2024 is AERIUS Calculator geactualiseerd. De nieuwe versie moet worden toegepast in lopende procedures, maar logischerwijs was met deze versie nog geen rekening gehouden bij het opstellen van het MER. De Commissie adviseert daarom om de AERIUSberekeningen voor dit plan opnieuw uit te voeren met de nieuwe versie, en zo nodig de uitkomsten te verwerken in het MER (de effectbeoordeling en het onderzoek naar mitigerende maatregelen). Ten slotte constateert de Commissie dat in de planregels van het omgevingsplan geen regels zijn opgenomen die het gebruik van mest of bestrijdingsmiddelen in de landschapszone uitsluiten. Bij de stikstofberekening is echter wel het uitgangspunt gehanteerd dat in het hele plangebied de bemesting wordt gestaakt. Dit geldt ook voor het ‘zoekgebied natuurcompensatie’ in het zuidwesten, een onderdeel van de landschapszone dat echter niet in het inrichtingsplan is opgenomen.

Het omgevingsplan en MER sluiten op dit punt niet op elkaar aan, waardoor het MER niet ten grondslag kan liggen aan het plan. Het niet bemesten van deze zone is een voorwaarde om de uitgevoerde stikstofberekening kloppend te houden.

De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming over het omgevingsplan, de volgende informatie aan te vullen/te actualiseren: nieuwe stikstofberekening met de geactualiseerde versie van de AERIUS Calculator; toevoegen van de stikstofberekening als bijlage bij het MER; de planregels in lijn brengen met de uitgangspunten voor de stikstofberekening.

Eenduidigheid tussen MER, bijlagen en omgevingsplan Hoewel vrijwel8 alle relevante milieu-informatie beschikbaar is, constateert de Commissie dat de informatie in het MER niet altijd consistent is met de informatie in bijlagen en in het omgevingsplan. Het gaat om informatie over multimodaliteit, de aanleg van de nieuwe brug, de aanrijdtijd van hulpdiensten, regels over geluidsverkaveling en natuur en landschap. De Commissie beveelt aan om de eenduidigheid van de informatie in het MER, de bijlagen en het omgevingsplan te verbeteren voorafgaand aan de besluitvorming over XL Businesspark 2. De gewenste aanpassingen zijn van redactionele aard en leiden naar verwachting niet tot nieuwe inzichten voor de besluitvorming, maar dragen wel bij aan een transparante besluitvorming en heldere communicatie. Hieronder licht de Commissie haar aanbeveling per onderwerp nader toe.

8

Met uitzondering van geur en stikstof, zie paragrafen 2.1 en 2.2 van dit advies.

-5-

Multimodaliteit Multimodaliteit9 wordt als belangrijk argument genoemd om te kiezen voor de locatie van XL Businesspark 2 in Almelo.10 Tegelijkertijd is in het MER aangegeven dat het niet mogelijk is om een laad- en loskade te realiseren langs het Twentekanaal op XL Businesspark 2.11 Dit lijkt een tegenstrijdigheid. Impliciet is terug te lezen dat gebruik kan worden gemaakt van de laad- en loskade op XL Businesspark Twente. Door de nabijheid van deze locatie, wordt geconcludeerd dat ook op XL Businesspark 2 sprake is van een goede verbinding over water. De Commissie beveelt aan om te verduidelijken waarom XL Businesspark 2 beschouwd wordt als multimodale locatie, ondanks dat een kade binnen het plangebied zelf niet mogelijk is.12

Aanleg brug De aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg en brug naar XL Businesspark Twente is een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van deze locatie. In bijlage 9 ‘Verkeersonderzoeken’ is een alternatief met een tijdelijke brug onderzocht. In het hoofdrapport MER wordt de optie van een tijdelijke brug niet genoemd. Uit de conclusies13 is af te leiden dat ervoor gekozen is om in de eerste fase van de aanleg een (permanente) brug aan te leggen. De Commissie beveelt aan om het hoofdrapport en de bijlage op dit punt met elkaar in lijn te brengen.

Aanrijdtijd hulpdiensten In het verkeersonderzoek (bijlage 9a) is de bereikbaarheid voor hulpdiensten onderzocht. Aangegeven is dat nader onderzoek naar routemogelijkheden nodig is om ervoor te zorgen dat aanrijtijden voor nood- en hulpdiensten binnen de referentienormen vallen. Maatregelen zijn niet uitgewerkt onder het aspect verkeer. Onder het aspect veiligheid valt te lezen dat de gemeente hier wel degelijk tot een oplossing is gekomen, namelijk de aanleg van een calamiteitenroute vanuit de A35.14 De Commissie beveelt aan om de oplossing voor de aanrijdtijd van hulpdiensten ook te benoemen in de paragraaf over verkeersveiligheid.15

Geluidsverkavelingsplan Op basis van het gemeentelijke geluidsbeleid hanteert de gemeente voor de gecumuleerde bijdrage van het nieuwe bedrijventerrein een toetswaarde van 45 dB(A). Uit het MER blijkt dat maatregelen nodig zijn om aan deze waarde te kunnen voldoen. In het MER is aangegeven dat hiertoe een regeling wordt opgenomen in het omgevingsplan. Uit het MER blijkt niet hoe hieraan invulling wordt gegeven. In het omgevingsplan blijkt een geluidsverkavelingsplan te zijn opgenomen, waarin aan bedrijven een bepaalde geluidemissie per m2 wordt toegekend. Daarmee wordt geborgd dat de gecumuleerde geluidbelasting van alle bedrijven samen voldoet aan de toetswaarde uit het geluidbeleid. De Commissie beveelt aan om het geluidsverkavelingsplan ook in het MER te benoemen.16

9 10 11 12 13 14 15 16

Multimodaliteit betekent de keuze tussen verschillende vervoersmiddelen om personen/goederen te verplaatsen. Zie pagina 46 van het MER. Zie pagina 58 van het MER.

Doe dit bijvoorbeeld in de paragraaf over de locatieonderbouwing (paragraaf 4.2 in het MER). Hoofdstuk 20 van het MER, zie pagina 166. Zie pagina 96 van het MER. 7.2.6 in het MER.

Daarmee kan ook het woord ‘vooralsnog’ vervallen in de zinsneden over het niet toestaan van activiteiten die in aanzienlijke

mate geluid kunnen veroorzaken, zie paragrafen 0.3 en 5.1.1 van het MER.

-6-

Natuur en landschap Het MER beschrijft niet duidelijk wat de natuur- en landschapszone inhoudt. Aangegeven is dat een inrichtingsplan en ecologisch werkprotocol nog moeten worden opgesteld. Hierdoor zijn de beoordelingen voor natuur en landschap in eerste instantie niet navolgbaar. In de bijlagen bij het MER (en bijlagen in bijlagen) blijkt echter relevante informatie beschikbaar die geen plek heeft gekregen in het hoofdrapport. Zo wordt in bijlage 7 bij het MER wel een inrichtingsplan gepresenteerd. Ook bijlage 13b geeft relevante informatie over de ontwikkeling van habitats in de landschapszone. Belangrijk aandachtspunt is dat de legenda-eenheid ‘zoekgebied natuurcompensatie’ (zie figuur 1) in het zuidwesten in het inrichtingsplan niet is aangegeven als onderdeel van de landschapszone. Hierdoor blijft onduidelijk hoe de natuur- en landschapszones, inclusief het zoekgebied natuurcompensatie, worden ingevuld.17 Met de informatie in de bijlagen zijn de effectbeoordelingen in het hoofdrapport voldoende navolgbaar te maken voor de besluitvorming over het omgevingsplan.

Aanbevelingen voor het vervolg In dit hoofdstuk formuleert de Commissie nog enkele suggesties voor het vervolg.18 Deze aanbevelingen zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming – nu en in de toekomst – te verbeteren.

3.1.1

Parkeren De Commissie beveelt aan om, mede gezien de duurzaamheidsambities, de aanpak en maatregelen voor de toekomstige parkeersituatie concreet uit te werken in het kader van de benodigde vergunningaanvragen.19 Geef hierbij als eerste een beeld van de te verwachten totale parkeervraag en het ruimtebeslag wat hiervan het gevolg zal zijn.

3.1.2

Inrichting landschapszone en zoekgebied natuurcompensatie Voor het vervolg beveelt de Commissie aan om de inrichting van de landschapszone en van het zoekgebied natuurcompensatie te concretiseren in het kader van de benodigde vergunningaanvragen. Hiervoor is een eerste aanzet gedaan in inrichtingsplan en in het activiteitenplan20, maar de uitwerking is nog onvoldoende duidelijk en gedetailleerd voor het vervolg.

17

In paragraaf 3.1.2 van dit advies doet de Commissie een aanbeveling voor de verdere uitwerking in het vervolgproces (na

besluitvorming over het omgevingsplan). 18

Onder ‘vervolg’ verstaat de Commissie daarbij bijvoorbeeld de verdere uitwerking van het plan en uitvoering van nadere

onderzoeken in het kader van de benodigde vergunningaanvragen. 19 20

Ze beveelt aan tijdig met de uitwerking te beginnen, aangezien deze uitwerking vaak een lange doorlooptijd heeft. Respectievelijk bijlagen 7 en bijlage 13b bij het MER.

-7-

De Commissie attendeert de gemeente daarbij op een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de planregels en de BREAAM eisen. In de regels van het omgevingsplan is aangegeven dat de bomen en planten in de landschapszone van inheemse oorsprong moeten zijn. Tegelijkertijd is in het MER aangegeven dat binnen het plangebied een voedselbos moet komen om aan de BREAAM eisen te voldoen. De Commissie merkt op dat voedselbossen over het algemeen grotendeels uit niet-inheemse soorten bestaan. Houd bij de inrichting van de landschapszone rekening met deze mogelijke tegenstrijdigheid.

3.1.3

Aanvoer van grond in de aanlegfase In het MER is aangegeven dat voor de aanleg van het bedrijventerrein 456.000m3 grond aangevoerd moet worden. De Commissie beveelt aan om in het vervolgproces, bijvoorbeeld in het kader van de vergunningaanvragen, te onderzoeken hoe milieueffecten en hinder (denk aan verkeersbewegingen, geluid, luchtkwaliteit, stikstof) door de aanvoer van deze grond zoveel mogelijk kan worden voorkomen. Verken bijvoorbeeld of aanvoer per schip gunstiger kan zijn dan de aanvoer per vrachtwagen.

3.1.4

Energie De gemeente heeft hoge ambities voor energie en noemt in het MER verschillende maatregelen om in de energievraag te voorzien. De gemeente zet in op zonne-energie, een aansluiting op een middenspanningsstation, aanleg van een smart grid en noodopslag met batterijen of generatoren. In het MER is aangegeven dat de maatregelen geen significant negatieve effecten hebben op het milieu (geluid, luchtkwaliteit, stikstof). De Commissie acht de conclusie in het MER aannemelijk. Voor de vergunningaanvragen is echter een kwantificering van de milieueffecten (bijvoorbeeld het uitvoeren van stikstofberekeningen) nodig.

-8-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Jan Jacob van Dijk (voorzitter) drs. Roeland van Kerkhoff drs. Allard van Leerdam ing. Ben Peters Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) ir. Paul van Vugt Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de projecten J10 “aanleg, wijziging of uitbreiding van industrieterreinen” en J1 “wegen”. Daarom wordt een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Almelo. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van Almelo. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.

Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3832 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=76c389aa-7a33-45c1-b9bf-29aafa9bf6c3