CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7.3 Rekenkameronderzoek Uitvoering Participatiewet in Almelo - Bijlage 3 - Reactie Rekenkamercommissie op bestuurlijke zienswijze.pdf

Raad 18 april 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Rekenkameronderzoek uitvoering Participatiewet1.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postadres:

Aan de gemeenteraad van Almelo Aan het college van burgemeester en wethouders van Almelo

Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo telefoon: 06-16821312 e-mail: rekenkamer@almelo.nl internet: www.almelo.nl

Uw brief

Uw kenmerk

Ons kenmerk UIT - 23108695

Datum 4 april 2023

Bijlage(n)

Doorkiesnummer

Behandeld door J. Heuvel

Zaaknummer DCS – 2279046

Onderwerp Naschrift Rekenkamer Almelo – reactie op bestuurlijke zienswijze onderzoek Participatiewet Geachte leden van de raad, geacht college, De Rekenkamercommissie heeft de bestuurlijke reactie van het college met waardering en belangstelling gelezen. De reactie van het college geeft ons aanleiding tot een naschrift op hoofdlijnen. Algemeen Wij nemen met instemming kennis van de opmerkingen van het college, waarin wordt gezegd dat het onderzoek grotendeels de ideeën van het college bevestigt over wat goed gaat en wat beter kan en wat meer aandacht behoeft. Ook merken wij in de reactie van het college dat het belang wordt gezien van een raad die regulier, volledig en eenduidig moet worden geïnformeerd. Dat sluit goed aan bij de opmerking die wij verderop in dit naschrift maken over de reactie van het college op conclusie 2. Met betrekking tot de PDCA-cyclus (conclusie 1) De insteek van het college voor wat betreft het cliëntenbestand en het monitoren daarvan als middel voor interne sturing is ons helder. De achterliggende gedachte bij ons was echter dat de raad daarbij meer en vaker zou kunnen worden betrokken. Wij wijzen daar op in aanbeveling IV, behorend bij conclusie 1. Met betrekking tot het ontbreken van inzicht in de kosten en baten etc.

(conclusie 2) De indruk bestaat bij de Rekenkamercommissie dat er sprake is van een misverstand bij het interpreteren van conclusie 2 en de daarbij behorende aanbeveling. Het was niet onze bedoeling om te stellen dat niet aan wet- of regelgeving wordt voldaan. Het was ons te doen om het op termijn koppelen van middelen aan beleid en uitvoering, dat wil zeggen; als het college erin slaagt om de kosten te relateren aan o.m. beleidsinstrumenten en de kosten gerelateerd aan specifieke doelgroepen, dan kan de raad structureel monitoren op de beleidsplannen, de uitvoering, de resultaten en de daaraan verbonden kosten. Daarnaast geeft u aan dat het rapport een tekortkoming bevat doordat het financieel beeld niet juist / volledig is verwerkt en daarmee ten onrechte grote tekorten op de uitvoering van de Participatiewet laat zien. Wij delen deze mening niet. De informatie in het rapport is gebaseerd op gegevens die ten behoeve van het onderzoek zijn ontvangen en die ook in de feitencheck (ambtelijk wederhoor) niet zijn weersproken. Daarmee vormen deze geverifieerde gegevens de basis voor de conclusies in het rapport. Indien nu blijkt dat voor een goede beeldvorming ook andere gegevens in dit beeld zouden moeten worden betrokken, is ons advies om ten behoeve van de behandeling van dit onderzoeksrapport het college te verzoeken deze gegevens separaat Pagina 1 van 2 UIT - 23108695

Bank: BNG Bank, Den Haag NL56 BNGH 028 50 00 187 BIC Code: BNGHNL2G

BTWnr. NL 0015 84 108 B 01

aan de raad aan te leveren. Daarmee krijgt de gemeenteraad het volledige beeld. Dat is feitelijk de crux in ons rapport en de aanbevelingen; de gemeenteraad moet tijdig over de juiste informatie kunnen beschikken om structureel te kunnen monitoren op de beleidsplannen, de uitvoering, de resultaten en de daaraan verbonden kosten. Over het niet optimaal uitvoeren van de Participatiewet en het gebrek aan strategische beleidscapaciteit (conclusies 3A en 3B) Het college onderschrijft deze conclusies gedeeltelijk en stelt dat de laatste jaren moest worden gewerkt met beperkte financiële middelen, waardoor keuzes zijn gemaakt. Reden waarom is gekozen om maximaal in te zetten op de uitvoering en de beleidscapaciteit in te perken. In 2022, zo schrijft het college verder, zijn al stappen gezet om de uitvoering van de Participatiewet te verbeteren. Het college geeft verder aan dat recentelijk al meer beleidscapaciteit is aangetrokken. Over de capaciteitscijfers merken wij op dat wij ons ook hier hebben gebaseerd op de cijfers die ons waren aangeleverd. Ook hier kunnen we ons voorstellen, dat in de aanloop naar het debat over dit rapport de gemeenteraad het college verzoekt deze (aanvullende) informatie aan de stukken toe te voegen voor een completer beeld.

Wij vullen hierbij nog aan dat wij in het rapport (zie onderaan pagina 23) hebben beschreven dat een uitbreiding van de capaciteit van 1,66 fte aanstaande was. Het college deelt niet ons oordeel dat de uitvoering van de Participatiewet niet doeltreffend is. Daarbij lijkt het college de doeltreffendheid enkel te relateren aan de daling van het aantal uitkeringsdossiers. Ons oordeel is breder. De gestelde doelen zijn immers veel breder én ons onderzoek bestrijkt een periode van 7 jaar. Het college stelt: 'Het feit dat niet de exacte aantallen

zijn gehaald, betekent niet automatisch dat het beleid niet doeltreffend is. Ruim 80% van de doelstelling is behaald, dus wij stellen ons op het standpunt dat het gevoerde beleid grotendeels doeltreffend is geweest.'

Wij stellen ook niet dat het beleid geen effect heeft gehad; de nodige inspanningen zijn geleverd en er zijn resultaten zijn geboekt. Echter, de gestelde norm is niet gehaald en daarmee kunnen wij niet anders dan concluderen dat het doel niet bereikt is. Daarmee doen wij overigens géén uitspraak over de vraag of hiermee het college voldoende of onvoldoende heeft gepresteerd; het is bijvoorbeeld mogelijk dat de destijds gestelde doelen te optimistisch zijn gesteld. In het verlengde daarvan: met onze constatering dat het beleid niet doeltreffend is geweest, doen wij ook géén uitspraak over de doelmatigheid. Wij hebben niet onderzocht hoe doelmatig (efficiënt) het college met het bereiken van 80% van de doelstelling is geweest. In dat geval moeten de gestelde doelen, het percentage dat daarvan is gerealiseerd en de (daarbij behorende) inzet van middelen (geld en personeel) met elkaar in verband worden gebracht. Het onderzoek voorzag daar niet in. Opstellen plan van aanpak voor de raad over de aanbevelingen op de conclusies en periodiek rapporteren over de voortgang daarop (Aanbeveling 5) Het college onderschrijft deze aanbeveling en zegt dat ze door college en management zullen worden overgenomen. Voorts dat de aanbevelingen zullen worden geïmplementeerd in de procedures en werkwijzen van de Participatiewet.

De raad zal daarbij worden meegenomen via de Planning- en Control cyclus. Wij staan daar positief tegenover. Daarbij geven we de gemeenteraad wel in overweging om vast te houden aan de aanbevelingen over informatievoorziening etc. zoals verwoord in het raadsvoorstel (aanbevelingen 1 en 2) en zoals het belang daarvan is verwoord onder punt 2 van dit naschrift (inzicht kosten en baten). Met vriendelijke groet,

Jan Mastwijk voorzitter rekenkamercommissie Almelo Pagina 2 van 2 UIT - 23108695

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=8abe7a18-e567-4456-b986-a8a0c3d2f042