CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

7.18 20220920 Quicksan natuurtoets uitbreiding XL2 Almelo_24-01-22_definitief (incl. bijlagen).pdf

Raad 1 november 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: XL Businesspark 28.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

natuurtoets Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

Gemeente Almelo

definitief

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464

Colofon

E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

21-579

24 januari 2022

definitief

Katrijn De Doncker & Rutger Olthof

Rick van Heumen

Adriaan de Gelder

Gemeente Almelo

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. De Doncker, K & Olthof, R.. (2022). Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 21-579. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

5

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

7 7 7 9

2.

Kader en methode 2.1 Wettelijke kader 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Literatuuronderzoek 2.2.2 Quickscan veldbezoek 2.2.3 Toets soortbescherming 2.2.4 Toets houtopstanden

10 10 11 11 11 11 12

3.

Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.2.1 Vleermuizen 3.2.2 Grondgebonden zoogdieren 3.3 Vogels 3.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 3.3.2 Overige vogels 3.4 Amfibieën 3.4.1 Poelkikker 3.4.2 Overige amfibieën 3.5 Vlinders 3.5.1 Grote weerschijnvlinder en grote vos 3.5.2 Overige vlinders 3.6 Overige soortgroepen 3.7 Aanbevelingen

13 13 13 13 15 18 18 21 22 22 22 23 23 23 23 23

4.

Houtopstanden 4.1 Bebouwde kom Wet natuurbescherming 4.2 Resultaten 4.3 Vervolgstappen

25 25 26 26

Geraadpleegde bronnen

28

Bijlagen Bijlage 1 - Oude landschapselementen Bijlage 2 - Potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen Bijlage 3 - Potentiële verblijfplaatsen marterachtigen en egel Bijlage 4 - Potentieel leefgebied grote bosmuis

Bijlage 5 - Potentiële nestplaatsen buizerd, torenvalk, boomvalk, havik en eekhoorn Bijlage 6 - Potentiële nestplaatsen uilen en zwaluwen Bijlage 7 - Potentieel leefgebied poelkikker Bijlage 8 - Potentieel leefgebied grote vos en grote weerschijnvlinder Bijlage 9 - Beschermde houtopstanden

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

Samenvatting

Aanleiding en doelstelling De gemeente Almelo wil het XL-businesspark uitbreiden over een zoekgebied van circa 130 hectare ten westen van het Twentekanaal. Omdat de uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, is dit initiatief getoetst aan het natuurbeschermingsrecht voor beschermde soorten en houtopstanden. Deze rapportage dient als input voor de verdere planvorming en uiteindelijke locatiekeuze voor de uitbreiding van het XL-businesspark.

Soortbescherming • Binnen het plangebied worden verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen verwacht. • Binnen het plangebied is geschikt leefgebied aanwezig voor egel, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel), steenmarter, grote bosmuis, poelkikker, grote weerschijnvlinder en grote vos. • Binnen het plangebied worden nestplaatsen verwacht van buizerd, torenvalk, havik, boomvalk, steenuil, kerkuil, huiszwaluw, gierzwaluw, boerenzwaluw en huismus. Ook zijn enkele algemeen voorkomende vogels broedend te verwachten. • In het plangebied zijn geen groei-, voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van bij de Wet natuurbescherming beschermde flora, reptielen of vissen aangetroffen of te verwachten. • Binnen het plangebied zijn enkele waardevolle historische landschapselementen aangetroffen in de vorm van hakhoutstoven, oude bosjes en bomen met een geschatte leeftijd tussen de 80 en 100 jaar.

Bescherming houtopstanden Het plangebied ligt buiten de grens van de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’. In het plangebied zijn negen bomenrijen aanwezig die uit meer dan 20 bomen bestaan en ook drie houtopstanden aanwezig met een oppervlakte van minimaal 10 are. Deze bomenrijen en houtopstanden zijn beschermd als houtopstand onder de Wet natuurbescherming. Indien bomen uit de beschermde bomenrijen en/of houtopstanden worden gekapt dan geldt er een meld- en herplantplicht bij de provincie Overijssel. Daarnaast zijn voor alle bomen binnen het plangebied mogelijk de kapregels van de gemeente Almelo van toepassing.

05

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Advies en vervolgstappen • Om de functie van het plangebied voor beschermde soorten vast te stellen is onderzoek nodig naar de volgende soorten: vleermuizen (verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes), steenmarter, egel, kleine marterachtigen, grote bosmuis, eekhoorn, buizerd, torenvalk, steenuil, kerkuil, gierzwaluw, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus, poelkikker, grote weerschijnvlinder en grote vos. In figuur A (onderstaand figuur) is per soort(groep) de bijbehorende onderzoeksperiode aangegeven. • Wanneer bij toekomstige werkzaamheden leefgebied, verblijfplaatsen of nestplaatsen van beschermde soorten verloren gaat, is het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming bij bevoegd gezag (de provincie Overijssel) noodzakelijk. Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke (verwachte) functie het plangebied heeft voor beschermde soorten, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Er zijn veel kansen voor het toekomstige bedrijventerrein om de biodiversiteit te bevorderen middels het ‘behouden- versterken- vergroten-verbinden’ principe. Belangrijk is om de huidige waardevolle landschapselementen in te passen in de plannen.

Ook is er een rol weggelegd voor het natuurinclusief bouwen van toekomstige bebouwing, multifunctionele biodiversiteit een plek te geven op het bedrijventerrein en het toekomstige beheer van groenelementen goed te organiseren. onderzoeksperiode januari

februari

maart

april

mei

juni

juli

augustus september oktober november december

2022 Nadere inspectie erven en bosjes (in kaart brengen potentiële nest- en verblijfplaatsen) Huismus Gierzwaluw, huiszwaluw en boerenzwaluw Vleermuizen en steenmarter Egel en kleine marterachtigen (cameraonderzoek) Grote bosmuis Boomvalk, buizerd, havik en torenvalk Steenuil en kerkuil Poelkikker Grote weerschijnvlinder en grote vos Legenda: In principe geen geschikte periode voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek Geschikte periode voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek

Figuur A Overzicht van de te onderzoeken soorten en bijbehorende onderzoeksperiode.

06

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling De gemeente Almelo heeft het voornemen om het XL-businesspark in Almelo uit te breiden richting het westen. Het gaat om een zoekgebied van circa 130 hectare ten westen van het Twentekanaal. Omdat de uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, dient dit initiatief getoetst te worden aan het natuurbeschermingsrecht. Om de gevolgen voor beschermde soorten en houtopstanden in en rondom het plangebied in beeld te brengen, heeft Ecogroen in opdracht van Gemeente Almelo een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Conform de uitvraag wordt het onderdeel gebiedsbescherming niet getoetst, dit onderzoek vindt plaats door derden. Het uitgevoerde onderzoek en de resultaten ervan zijn in voorliggende rapportage beschreven. Door vroegtijdig inzicht te krijgen in aanwezige beschermde natuurwaarden kan bij verdere planvorming rekening worden gehouden met aanwezige natuurwaarden. De rapportage dient als input voor de verdere planvorming en uiteindelijke locatiekeuze voor het uitbreiden van het bestaande XL-businesspark aan de oostzijde van het Twentekanaal.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling De gemeente Almelo heeft het plan om het XL-businesspark uit te breiden. Uit een eerste verkenning van de gemeente Almelo is het zoekgebied (plangebied) naar voren gekomen als een mogelijke uitbreidingslocatie. Het plangebied omvat een terrein van circa 130 hectare met voornamelijk de bestemming agrarisch en wonen (figuur 1.1). Het plangebied wordt begrenst door de oevers van het Twentekanaal, de beek de Doorbraak en de autosnelweg A35. In het plangebied liggen diverse erven met een agrarische bedrijfsvoering, in gebruik zijnde weilanden, graslanden en akkers (met name maïsakkers). Ook is een grondverzetbedrijf aanwezig. In het plangebied zijn diverse groenstructuren aanwezig, waaronder bomenrijen, bosschages en erfbeplanting. Oppervlaktewater is aanwezig in de vorm van een paar poelen op erven en watervoerende greppels. Een impressie van het plangebied is te zien in figuur 1.2. Aan de oevers van het Twentekanaal worden in opdracht van Rijkswaterstaat op moment van schrijven werkzaamheden uitgevoerd (o.a. aanleg van een zwaaikom). Deze werkzaamheden zijn al getoetst aan beschermde natuurwaarden (Hendrikx, 2020).

07

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) in Almelo. Bron: Gemeente Almelo.

Figuur 1.2 Impressie van het plangebied. Bron foto’s: Ecogroen.

08

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn het wettelijk kader en de onderzoeksmethode beschreven. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde soorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

09

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

2. Kader en methode 2.1

Wettelijke kader De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden (Overheid 2021). In dit rapport wordt ingegaan op de onderdelen soorten en houtopstanden. In onderstaand kader 2.1 is een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: - Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. - Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: - Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. - Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt.

10

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

2.2

Onderzoeksmethode

2.2.1

Literatuuronderzoek Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd om uit te zoeken of er beschermde soorten bekend zijn in en in de omgeving van het plangebied. Er is gebruik gemaakt van beschikbare bronnen zoals actuele verspreidingsgegevens, waaronder de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en regionale verspreidingsatlassen. Bij het raadplegen van de NDFF is een zoekgebied van ruim vijf kilometer rondom het plangebied aangehouden en is gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten in de afgelopen tien jaar.

2.2.2

Quickscan veldbezoek De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het quickscan veldbezoek dat op 16 november 2021 (5°C, droog, bewolkt, weinig wind) is uitgevoerd. Het plangebied en de directe omgeving (zone van circa 50 meter) zijn onderzocht door een ecoloog van Ecogroen. Het veldbezoek is enkel uitgevoerd vanaf openbare wegen waarbij aanwezige landschapselementen en bebouwing (met een verrekijker) van een afstand zijn beoordeeld. Tijdens het veldbezoek is aandacht besteed aan beschermde soorten binnen de Wnb. Hierbij is onderzocht of geschikt biotoop van beschermde soorten onder de Wnb aanwezig is. Specifiek is gelet op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten voor vogels en verblijfplaatsen en vliegroutes voor vleermuizen. Geschikt leefgebied is voor alle te verwachte soorten op kaarten weergegeven. Daarnaast is gelet op de aanwezigheid van waardevolle historische landschapselementen (stoven, hakhout, oude wallen, oude bosjes en bomen ouder dan 80 jaar). In veel gevallen zijn de landschapselementen van een afstand beoordeeld omdat er weinig tot geen wegen het plangebied doorkruisen. Om de ouderdom van landschapselementen te bepalen is gebruik gemaakt van de historische kaarten van topotijdreis.

2.2.3

Toets soortbescherming Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen op moment dat negatieve effecten op beschermde soorten optreden (zoals nader onderzoek en ontheffingsaanvraag).

11

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

2.2.4

Toets houtopstanden Voor het onderdeel houtopstanden is bepaald of het plangebied binnen of buiten de bebouwde kom Wnb is gelegen. Vervolgens is beoordeeld of er daadwerkelijk sprake is van beschermde houtopstanden, zoals bedoeld in de Wnb, en is bepaald of er uitzonderings- of vrijstellingsregels gelden.

12

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

3. Soortbescherming 3.1

Flora In het plangebied zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend (NDFF, 2021). Tijdens het veldbezoek zijn diverse algemeen voorkomende soorten als zomereik, boswilg, zwarte els, berk, schietwilg, linde, es, eenstijlige meidoorn en gewone braam aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) worden beschermde soorten niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van beschermde flora in het kader van de Wnb is niet aan de orde.

3.2

Zoogdieren

3.2.1

Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 3.1). Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie

Verblijfplaatsen Tijdens het onderzoek van Arcadis in 2019 (Hendrikx, 2020) zijn diverse vleermuissoorten binnen het plangebied waargenomen. Er worden in het plangebied verblijfplaatsen van vleermuizen

13

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

verwacht in de aanwezige bebouwing en eventuele holtes in bomen (zie bijlage 2). De mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kon enkel van een afstand beoordeeld worden. Om mogelijke locaties van verblijfplaatsen van vleermuizen in kaart te brengen of uit te sluiten is nader onderzoek nodig. Nadere inspectie bebouwing en bomen Voorafgaand aan aanvullend nachtelijk vleermuisonderzoek moet tijdens een dagbezoek in kaart gebracht worden waar in de bebouwing en bomen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn. Op basis van de resultaten van dit dagbezoek kan het nachtelijke vleermuisonderzoek gericht worden uitgevoerd. Aanvullend onderzoek vleermuizen Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen moet worden uitgevoerd conform het landelijke vleermuisprotocol (2021). Er worden met name verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger verwacht. Volgens het vleermuisprotocol dienen in voorliggende situatie minimaal vijf nachtelijke bezoeken verspreid over het jaar uitgevoerd te worden. Het gaat om drie nachtelijke bezoeken in de periode mei tot half juli welke gericht zijn op kraamkolonies en zomerverblijfplaatsen, en twee nachtelijke bezoeken van half augustus tot eind september gericht op baltslocaties en paarverblijfplaatsen.

De aanwezigheid van vleermuizen wordt vastgesteld met behulp van een batdetector. Op moment dat verblijfplaatsen van vleermuizen verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk. Vliegroutes Langs het kanaal zijn twee waarnemingen bekend van grote aantallen langsvliegende vleermuizen (NDFF, 2021). Het betreffen twee waarnemingen uit 2015 van 50 gewone dwergvleermuizen en 30 laatvliegers. In het plangebied zijn verschillende lijnvormige elementen in de vorm van houtwallen, bomenlanen en waterlichamen aanwezig die mogelijk een functie als vliegroutes voor vleermuizen hebben (zie bijlage 2). Het gaat dan om bomenrijen en wateren (zie figuur 3.1). In eerder onderzoek is vastgesteld dat het Twentekanaal en de bomenrij langs het kanaal gebruikt worden als vliegroute. Het kanaal maakt wellicht onderdeel uit van een lange-afstands-migratieroute van meervleermuizen tussen kraamverblijfplaatsen in Gelderland en winterverblijfplaatsen in de omgeving van het Duitse Munster en Osnabrück (Haarsma, 2011). De bomenrij langs het kanaal wordt als vliegroute gebruikt door gewone dwergvleermuis en laatvlieger (Hendrikx, 2020).

Omdat de werkzaamheden van Rijkswaterstaat aan de westzijde van het Twentekanaal een negatief effect hebben op de vliegroute van gewone dwergvleermuis en laatvlieger, is reeds een ontheffing verleend voor dwergvleermuis en laatvlieger (RVO, 2020). Mogelijk wordt ook de Doorbraak gebruikt als vliegroute. Om vast te stellen of de Doorbraak, het Twenthekanaal en bomenrijen binnen het plangebied daadwerkelijk een rol als vliegroute vervullen, is nader onderzoek nodig.

14

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Figuur 3.1 Mogelijke vliegroutes vleermuizen: de Breesegge (links) en de Doorbraak (rechts). Bron foto’s: Ecogroen

Aanvullend onderzoek Conform het landelijke vleermuisprotocol (2021) dienen twee nachtelijke onderzoeken te worden uitgevoerd in de periode half mei – half september om de aan- of afwezigheid van vliegroutes vast te stellen. Tussen de twee bezoeken dienen minimaal acht weken te zitten. Eén bezoek dient in de kraamperiode (15 mei – 15 juli) te worden uitgevoerd. Tijdens de bezoeken worden vleermuizen die gebruik maken van de vliegroutes in het plangebied geteld met behulp van een batdetector. Op basis van het onderzoek kan worden bepaald of er binnen en in de directe omgeving van het plangebied sprake is van belangrijke vliegroutes. Op moment dat belangrijke vliegroutes voor vleermuizen verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk. Foerageergebieden Op basis van de terreinkenmerken is de verwachting dat het plangebied een functie als foerageergebied voor vleermuizen heeft. Gezien de omvang van het plangebied (130 hectare) en de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied (bosjes, agrarische gronden, erven en beplanting) is het plangebied mogelijk van belang als foerageergebied voor de lokale populatie vleermuizen. Aanvullend onderzoek moet uitwijzen of er sprake is van essentieel foerageergebied.

Aanvullend onderzoek Conform het landelijke vleermuisprotocol (2021) dienen twee nachtelijke onderzoeken te worden uitgevoerd in de periode half mei – half september om de aan- of afwezigheid van belangrijk foerageergebied vast te stellen. Tussen de twee bezoeken dienen minimaal acht weken te zitten. Eén bezoek dient in de kraamperiode (15 mei – 15 juli) te worden uitgevoerd. Tijdens de bezoeken wordt gelet op de aanwezigheid en aantallen van foeragerende vleermuizen. Op basis van het onderzoek kan worden bepaald of er binnen en in de directe omgeving van het plangebied sprake is van essentieel foerageergebied. Op moment dat essentieel foerageergebied voor vleermuizen verloren gaat, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk.

3.2.2

Grondgebonden zoogdieren Egel en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) In het plangebied is in 2021 een egel waargenomen ter hoogte van de Breesegge (NDFF, 2021). Ter hoogte van de A35 zijn tussen 2011 en 2017 twee waarnemingen van bunzing gedaan (NDFF, 2021). Uit het veldbezoek bleek dat er op verschillende plekken in het plangebied geschikt leefgebied voor egel en kleine marterachtigen aanwezig is in de vorm van ondergroei onder bomenrijen, in kleine houtopstanden en schuurtjes, rommelhoekjes en beplanting op erven (zie figuur 3.2 en bijlage 3).

15

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Op basis van bekende verspreidingsgegevens en de aanwezigheid van geschikt leefgebied worden egel en kleine marterachtigen in het plangebied verwacht. Om dit vast te stellen is nader onderzoek nodig.

Figuur 3.2 Voorbeelden van mogelijk leefgebied egel en kleine marterachtigen (links: Hoeselderdijk 11, rechts: Breesegge 1). Bron foto’s: Ecogroen

Voor egel en kleine marterachtigen geldt sinds februari 2021 geen onderzoeksplicht meer. Onderzoek naar egel en kleine marterachtigen is niet nodig, mits het uitgangspunt bij verdere planvorming is dat egel en kleine marterachtigen aanwezig zijn en dat voor deze soorten ontheffing wordt aangevraagd. In het geval ontheffing wordt aangevraagd is het nodig om voorafgaand aan de voorgenomen ontwikkelingen nieuw leefgebied voor egel en de kleine marterachtigen te realiseren. Een andere optie is het uitvoeren van cameraonderzoek om de aan- of afwezigheid van egel en kleine marterachtigen vast te stellen. Wanneer deze niet worden vastgesteld, zijn vervolgstappen niet nodig. Wanneer de soorten wel worden vastgesteld, is alsnog ontheffing nodig. Steenmarter Ter hoogte van de A35 zijn tussen 2011 en 2017 twee waarnemingen van steenmarter bekend (NDFF, 2021). Dit zijn de meest recente waarnemingen van steenmarter in de onmiddellijke omgeving van het plangebied. Steenmarter maakt gebruik van oude gebouwen (in het bijzonder schuren, zolders en kelders) als vaste rust- en voortplantingsplaats. In het plangebied is potentieel leefgebied van steenmarter aanwezig. Verblijfplaatsen zijn mogelijk aanwezig in dichte struwelen, takken- en puinhopen en schuren/gebouwen. Daarnaast wordt het plangebied mogelijk ook als foerageergebied gebruikt.

Op basis van het veldbezoek is de aanwezigheid van steenmarter in de bebouwing niet uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig om dit vast te stellen. Aanvullend onderzoek Aanvullend onderzoek naar steenmarter bestaat in voorliggende situatie uit een dagbezoek om te zoeken naar sporen gecombineerd met nachtelijk onderzoek of cameraonderzoek. Tijdens het dagbezoek wordt de bebouwing geïnspecteerd op geschiktheid voor steenmarter en sporen van steenmarter die wijzen op een verblijfplaats. Aanvullend onderzoek naar steenmarter kan gecombineerd worden uitgevoerd met het onderzoek voor vleermuizen. Een andere optie is het uitvoeren van cameraonderzoek om de aan- of afwezigheid van steenmarter vast te stellen. Op moment dat beschermde verblijfplaatsen van steenmarter verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk.

16

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Grote bosmuis Er zijn geen waarnemingen van grote bosmuis in het plangebied en de directe omgeving bekend (NDFF, 2021). Wel is de soort bekend in Oost-Nederland. De soort is sinds enkele jaren bezig met een opmars vanuit Duitsland en het aantal waarnemingen in het oostelijk grensgebied neemt toe. De grote bosmuis komt in Oost-Nederland in allerlei soorten biotopen voor waar enige dekking in de vorm van lage begroeiing of verspreid liggende stenen aanwezig is (Zoogdiervereniging, 2021). In het plangebied is geschikt leefgebied van de grote bosmuis aangetroffen in de vorm van zonbeschenen bosranden en houtwallen (zie figuur 3.3 en bijlage 4). Op basis van het veldbezoek kan de aanwezigheid van grote bosmuis niet worden uitgesloten en is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

Figuur 3.3 Voorbeelden van mogelijk leefgebied grote bosmuis (links: Keursweg 2A, rechts: Hoeselderdijk 1A). Bron foto’s Ecogroen

Aanvullend onderzoek Om de aanwezigheid van grote bosmuis aan te tonen moeten livetraps geplaatst worden bij bosranden, struweel met weinig ondergroei en houtwallen. Het muizenonderzoek moet uitgevoerd worden in de periode half augustus – eind oktober (Bekker, 2009). Vóór de bemonstering worden de livetraps twee nachten op de vanglocaties geplaatst zodat de dieren eraan kunnen wennen. Iedere vangplek wordt gedurende twee nachten (vier controles om de 12 uur) gecheckt op gevangen grote bosmuizen (Bekker, 2009). De gevangen dieren worden weer vrijgelaten. Op moment dat verblijfplaatsen van grote bosmuis verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk. Eekhoorn Er zijn geen waarnemingen van eekhoorn in het plangebied en de directe omgeving bekend (NDFF, 2021). Eekhoorns komen voor in bossen, tuinen, parken en houtwallen. Nesten zijn aan te treffen in boomkronen, boomholten, oude kraaien- of eksternesten en nestkasten (Zoogdiervereniging, 2021). In het plangebied worden nestplaatsen van eekhoorn verwacht in de houtopstanden (zie bijlage 5). Om vast te stellen of nestplaatsen aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Aanvullend onderzoek Aanwezigheid van nestplaatsen van eekhoorn kan worden bepaald door in de winter, wanneer loofbomen geen blad meer dragen, de boomkronen af te zoeken naar nesten.

Op moment dat beschermde verblijfplaatsen van eekhoorn verloren gaan, is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie Overijssel noodzakelijk.

17

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Overige zoogdieren Vaste verblijfplaatsen of onmisbaar leefgebied van overige beschermde zoogdieren zonder provinciale vrijstelling zoals das en waterspitsmuis worden op basis van het veldonderzoek, terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) niet verwacht. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de bosmuis, rosse woelmuis en huisspitsmuis, te verwachten. Bij werkzaamheden kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze soorten niet aan de orde is.

3.3

Vogels Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestplaatsen kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wnb verwijderd worden. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestplaatsen inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 3.2). Kader 3.2 Vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de ooievaar, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, wespendief, zwarte wouw, slechtvalk, sperwer, steenuil, kerkuil, oehoe, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, torenvalk, zeearend en zwarte specht. Aanvullend op bovengenoemde vogels met jaarrond beschermde nesten heeft de provincie Overijssel een aantal soorten benoemd waarvan moet worden getoetst of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft. Dit zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Specifiek betreft het de volgende soorten: blauwe reiger, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, draaihals, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, grutto, ijsvogel, kleine bonte specht, kortsnavelboomkruiper, middelste bonte specht, oeverzwaluw, ringmus, spreeuw, tapuit, tureluur, veldleeuwerik, wulp, zomertortel, zwarte mees en zwarte roodstaart.

3.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten Boomvalk, buizerd, havik en torenvalk In het plangebied zijn 22 waarnemingen van buizerd en 14 waarnemingen van torenvalk bekend in de afgelopen tien jaar (NDFF, 2021). De waarnemingen bevinden zich zo goed als allemaal ter hoogte van de Doorbraak, de beek aan de zuidzijde van het plangebied. Recente waarnemingen van boomvalk en havik ontbreken. Er worden potentiële nestplaatsen van buizerd, torenvalk, boomvalk en havik verwacht in het plangebied in aanwezige bosjes en houtwallen (zie bijlage 5). Specifiek zijn twee kraaiennesten aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als nestplaats (zie figuur 3.4). Om de aanwezigheid van nesten van buizerd, torenvalk, boomvalk en havik vast te stellen is aanvullend onderzoek nodig.

18

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Figuur 3.4 Solitaire boom met kraaiennest (zicht vanaf Breesegge). Bron foto: Ecogroen

Aanvullend onderzoek Om vast te stellen of geschikte nestplaatsen voor buizerd, torenvalk, boomvalk en havik daadwerkelijk aanwezig zijn, moeten bosjes en houtwallen onderzocht worden op potentiële nestplaatsen en sporen. De aanwezigheid van nesten kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee tot vier veldbezoeken. Deze moeten overdag uitgevoerd worden waarvan minimaal één bezoek vóór half april (bomen bladvrij) (BIJ12, 2017a). Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat nestplaatsen bij de werkzaamheden verloren gaan, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Steenuil en kerkuil In de NDFF zijn zeventien waarnemingen van steenuilen in het plangebied bekend (NDFF, 2021). Daarnaast is een territorium van steenuil vastgesteld op het erf Broekerveld 1, tijdens eerder uitgevoerd onderzoek door Ecogroen. Van de kerkuil is één waarneming bekend in het plangebied, in het bosje op het talud van de brug bij de Hoeselderdijk (NDFF, 2021). Er worden potentiële nestplaatsen van steenuil en kerkuil verwacht op erven in het plangebied (zie bijlage 6). Om de aanwezigheid van nesten van steenuil en kerkuil vast te stellen is aanvullend onderzoek nodig. Aanvullend onderzoek Om aanwezigheid van broedgevallen vast te stellen of uit te sluiten, moeten extra veldbezoeken plaatsvinden.

Allereest is een dagbezoek nodig om de geschiktheid van erven voor steenuil en kerkuil in beeld te brengen en te zoeken naar sporen (braakballen, prooien etc.). Vervolgens dienen er drie veldbezoeken uitgevoerd te worden in de periode 1 februari – 30 april met minimaal één maand tussen het eerste en laatste veldbezoek (BIJ12, 2017b). Deze drie veldbezoeken moeten uitgevoerd worden bij goede weersomstandigheden, in de ochtendschemer (anderhalf uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst) of de avondschemer (half uur na zonsondergang tot middernacht) (BIJ12, 2017b; BIJ12, 2017c). Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat nestplaatsen bij de werkzaamheden verloren gaan, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Gierzwaluw, huiszwaluw en boerenzwaluw Er zijn geen waarnemingen van gierzwaluw bekend in het gebied (NDFF, 2021). Langs de Keursweg, in het zuiden van het plangebied, zijn negen waarnemingen van huiszwaluw bekend (NDFF, 2021).

19

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

In het plangebied zijn vijftien waarnemingen van boerenzwaluw in de afgelopen tien jaar bekend (NDFF, 2021). Er worden nestplaatsen van huiszwaluw, gierzwaluw en boerenzwaluw verwacht in en bij de bebouwing (zie bijlage 6). Om de aanwezigheid van nesten van zwaluwen vast te stellen is aanvullend onderzoek nodig. Aanvullend onderzoek Om de functie van het plangebied voor huiszwaluw en boerenzwaluw te bepalen moeten extra veldbezoeken plaatsvinden. Allereerst moet een dagbezoek uitgevoerd worden om de geschiktheid van de erven voor de soorten te onderzoeken en te zoeken naar nesten. Vervolgens is soortgericht onderzoek nodig. Conform het kennisdocument (BIJ12, 2017d) dienen voor gierzwaluw, na het dagbezoek, drie inventarisatierondes uitgevoerd te worden in de periode tussen 1 juni en 15 juli. Deze drie veldbezoeken moeten uitgevoerd worden bij gunstige weersomstandigheden en er moet minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken zitten. Tijdens het onderzoek wordt gelet op zwaluwen die hun nestplaatsen in- en uitvliegen en/of ander nestindicerend gedrag vertonen. Voor boerenzwaluw en huiszwaluw kunnen nesten geïnventariseerd worden door twee veldbezoeken in de periode eind mei – eind juni. Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat nestplaatsen bij de werkzaamheden verloren gaan, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Huismus Binnen het plangebied is het voorkomen van huismus bekend (NDFF, 2021). Waarnemingen zijn met name bekend bij bebouwing langs de Keursweg (zie figuur 3.5). Binnen het plangebied zijn potentiële nestplaatsen van huismus aanwezig in bebouwing op erven (zie bijlage 6). Om dit vast te stellen of uit te sluiten is nader onderzoek nodig.

Figuur 3.5 Bebouwing langs de Keursweg waar veel waarnemingen van huismus bekend zijn. Bron foto: Ecogroen

Aanvullend onderzoek Conform het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017e) moeten twee inventarisatieronden uitgevoerd worden in de periode 1 april – 15 mei, bij gunstige weersomstandigheden en minimaal tien dagen tussen beide bezoeken. Deze twee veldbezoeken richten zich op nest-, broed- en territoriumindicerend gedrag van huismus en om broedgevallen/territoria van huismus vast te stellen. Beide veldbezoeken moeten in de ochtenduren uitgevoerd worden. Mocht uit aanvullend onderzoek

20

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

blijken dat nestplaatsen bij de werkzaamheden verloren gaan, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Categorie 5 soorten Binnen het plangebied zijn potentiële nestplaatsen aanwezig van jaarrond beschermde vogels categorie 5. Dit zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren gaat, zich elders te vestigen. Echter moeten deze plekken elders wel aanwezig zijn. Het gaat dan om soorten zoals spreeuw, zwarte roodstaart, grote bonte specht, groene specht en ringmus. Deze soorten zijn met name te verwachten op erven binnen het plangebied. Om te bepalen of voldoende nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn, dient het voorkomen van deze soorten binnen het plangebied onderzocht te worden. Onderzoek naar deze soorten kan gelijktijdig uitgevoerd worden met de dagbezoeken voor de overige soorten. Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat nestplaatsen bij de werkzaamheden verloren gaan en in de omgeving onvoldoende alternatieve nestplaatsen aanwezig zijn, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Overige vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het plangebied zijn geen andere jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels aangetroffen en deze worden gezien de bestaande verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) en terreinkenmerken ook niet verwacht. Vervolgstappen voor overige vogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. 3.3.2

Overige vogels Door de aanwezigheid van bomen, struweel en bebouwing zijn algemene vogelsoorten als houtduif, koolmees, merel en roodborst broedend te verwachten. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Ontheffing en nader onderzoek voor deze algemene broedvogels is niet nodig, maar broedende vogels mogen nooit geschaad worden. Een ontheffing voor dergelijke broedvogels wordt ook niet verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten de broedperiode een goed alternatief is.

21

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

3.4

Amfibieën

3.4.1

Poelkikker In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van poelkikker (NDFF, 2021). De dichtstbijzijnde waarneming van poelkikker bevindt zich op circa 200 meter ten westen van het plangebied en betreft een waarneming in de Doorbraak. De poelkikker heeft een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden. Tijdens het veldbezoek zijn de waterhoudende sloten en poelen beoordeeld op hun geschiktheid als poelkikkerbiotoop. Daaruit is gebleken dat de poelen binnen en in de directe omgeving van het plangebied mogelijk geschikt zijn als voortplantingslocatie voor poelkikker. Daarnaast is één sloot beoordeeld als marginaal geschikt voor poelkikker. Poelkikker overwintert doorgaans binnen 200 meter van het voortplantingswater (BIJ12, 2017f). Geschikte plekken waar overwintert wordt zijn ruigtes, struweel, bos en rommelhoekjes. In bijlage 7 is potentieel overwinteringsgebied binnen 200 meter in kaart gebracht. Om vast te stellen welke functie het plangebied voor poelkikker heeft is aanvullend onderzoek nodig. Volgens het kennisdocument poelkikker (BIJ12, 2017f) dienen minimaal twee inventarisatiemomenten plaats te vinden in de periode van half april tot en met september, bij voorkeur in de maanden mei-juni.

Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat poelkikker aanwezig is en leefgebied bij de werkzaamheden verloren gaat, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

3.4.2

Overige amfibieën Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens wordt voortplanting en overwintering van overige in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën uitgesloten. Door de aanwezigheid van permanent oppervlaktewater (zie figuur 3.6) in het plangebied is voortplanting van amfibieën met een provinciale vrijstelling binnen het plangebied mogelijk. Het gaat om soorten als bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en bastaardkikker. Tevens is overwintering van algemene soorten amfibieën te verwachten in (muizen)holen, ruigtes, op erven en onder strooisellagen onder bosopstanden. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde bechermde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

Figuur 3.6 Oppervlaktewater waar amfibieën verwacht worden (links: de Doorbraak ter hoogte van de Zomerdijk, rechts: de Doorbraak ter hoogte van Hoeselderdijk). Bron foto’s: Ecogroen

22

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

3.5

Vlinders

3.5.1

Grote weerschijnvlinder en grote vos In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote weerschijnvlinder (NDFF, 2021). De dichtstbijzijnde waarneming van grote weerschijnvlinder bevindt zich op circa 500 meter ten westen van het plangebied en betreft een waarneming langs de Doorbraak. Recente waarnemingen van grote vos ontbreken in de directe omgeving van het plangebied (NDFF, 2021). Grote weerschijnvlinder en grote vos zijn nationaal beschermde dagvlinders. Grote weerschijnvlinder is voor haar voortplanting afhankelijk van met name boswilg, maar soms ook grauwe wilg. De eitjes worden afgezet op beschaduwde bladeren, vaak hoog in de bomen maar af en toe ook op lagere hoogtes. Grote vos zet haar eitjes met name af op iep, waarbij de eitjes afgezet worden rond de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Dergelijke habitats met wilgen- en iepenbomen zijn, hetzij in beperkte mate, binnen het plangebied aanwezig (zie bijlage 8). Om vast te stellen welke functie het plangebied voor grote weerschijnvlinder en grote vos heeft, is aanvullend onderzoek nodig. Onderzoek naar deze soorten bestaat uit het zoeken naar vraatsporen, rupsen en imago’s in de periode april – mei en juli - augustus.

Mocht uit aanvullend onderzoek blijken dat leefgebied van deze vlindersoorten bij de werkzaamheden verloren gaat, dan dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

3.5.2

Overige vlinders Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) wordt voortplanting van overige beschermde vlinders zoals sleedoornpage of bruine eikenpage uitgesloten. Vervolgstappen zijn voor deze soorten niet aan de orde.

3.6

Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) worden in het plangebied geen voortplanting en/of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde vissen, reptielen en ongewervelden (niet-zijnde vlinders). Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wnb is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

3.7

Aanbevelingen Er zijn veel kansen voor het toekomstige bedrijventerrein om de biodiversiteit te bevorderen middels het ‘behouden- versterken- vergroten-verbinden’ principe. Belangrijk is om de huidige waardevolle landschapselementen hierin als vertrekpunt te nemen. Zo zijn binnen het plangebied waardevolle landschapselementen aanwezig in de vorm van hakhoutstoven, oude bosjes en solitaire bomen met een geschatte leeftijd van 80 tot 100 jaar1. In figuur 3.7 zijn enkele voorbeelden van aangetroffen waardevolle historische landschapselementen weergegeven (zie bijlage 1 voor de locaties ________________________________________________________________________________ 1 Deze landschapselementen zijn in ieder geval zichtbaar op de historische kaart van 1935 en daarmee minimaal 86 jaar. Mo-

gelijk zijn enkele landschapselementen nog ouder, maar werden deze destijds niet op detailniveau op kaart weergegeven.

23

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

op kaart). Ook is er een rol weggelegd voor het natuurinclusief bouwen van toekomstige bebouwing, multifunctionele biodiversiteit een plek te geven op het bedrijventerrein en het toekomstige beheer van groenelementen goed te organiseren. Dit komt niet alleen ten goede aan de biodiversiteit maar ook aan het leefklimaat van de toekomstige gebruikers.

Figuur 3.7 Enkele aangetroffen waardevolle landschapselementen met een geschatte oudheid tussen de 80 en 100 jaar. Bron foto’s: Ecogroen

24

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

4. Houtopstanden 4.1

Bebouwde kom Wet natuurbescherming Houtopstanden binnen het plangebied liggen allen buiten de begrenzing van de bebouwde kom Wnb (bbk Wnb) van de gemeente Almelo (zie figuur 4.1; gemeente Almelo, 1977). Een houtopstand buiten de bbk Wnb is beschermd onder de Wnb wanneer die onderdeel uitmaakt van een zelfstandige eenheid van meer dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat (zie kader 2.1 op pagina 9). Wel gelden er diverse uitzonderingen (zie kader 4.1).

Figuur 4.1 Grens bebouwde kom Wet natuurbescherming (rood) en plangebied (zwart). Bron: Gemeente Almelo

25

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Kader 4.1 Uitzonderingen Wet natuurbescherming onderdeel Houtopstanden (Artikel 4.1 Wnb) Voor onderstaande houtopstanden is een meldingsplicht (kapmelding) niet aan de orde: •

houtopstanden op erven en in tuinen

•

onderhoud om de groei van het overblijvende groen te bevorderen (dunning)

•

periodiek kappen van hak- of griendhout

•

houtopstanden waarvoor vrijstelling is verleend

•

wegbeplantingen en eenrijige beplantingen die bestaan uit populieren of wilgen, op of langs landbouwgronden en waterwegen

•

vruchtbomen en windschermen om boomgaarden

•

naaldbomen van maximaal 20 jaar oud, bedoeld als kerstbomen

•

kweekgoed

•

beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen voor de productie van houtige biomassa als zij. o

tenminste eens per 10 jaar worden geoogst.

o

een aaneengesloten beplantingseenheid zijn die bestaat uit minstens tienduizend stoven per hectare en die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken, breder dan 2 meter.

o

4.2

na 1 januari 2013 zijn aangelegd.

Resultaten In het plangebied zijn negen bomenrijen aanwezig die uit meer dan 20 bomen bestaan en ook drie houtopstanden aanwezig met een oppervlakte van minimaal 10 are (zie bijlage 9). Deze bomenrijen en houtopstanden vallen niet onder de uitsluitingsregels van de Wnb (bijv. erfbeplanting, zie kader 4.1) en zijn daarom beschermd als houtopstand onder de Wnb. Indien bomen uit de beschermde bomenrijen en/of houtopstanden worden gekapt dan geldt er een meld- en herplantplicht bij de provincie Overijssel. Overige houtopstanden binnen het plangebied vallen onder de uitzonderingen zoals genoemd in kader 4.1, zijn kleiner dan 10 are of behoren tot een bomenrij van minder dan 20 bomen. De houtopstanden die onder de uitzonderingen vallen betreffen houtopstanden gesitueerd op erven. Een meldingsplicht en herplantingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming is voor deze houtopstanden daarom niet aan de orde bij kap. Wel zijn de kapregels van de gemeente Almelo van toepassing.

4.3

Vervolgstappen Meldings- en herbeplantingsplicht Voor de bomenrijen en houtopstanden zoals weergegeven in bijlage 9 zijn de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing. Dit betekent dat er een meld- en herplantplicht noodzakelijk is. Een melding van eventuele kap moet minimaal zes weken, maar niet eerder dan één jaar voorafgaand aan de kapwerkzaamheden worden ingediend bij de provincie Overijssel. Indien bomen geveld worden, moeten deze binnen drie jaar herplant worden. De nieuwe beplanting moet kwalitatief en kwantitatief in verhouding staan tot de gevelde bomen. Wanneer niet op dezelfde plaats herplant kan worden, moet een ontheffing aangevraagd worden voor herbeplanting op andere grond.

26

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Gemeentelijke regels Naast de Wet natuurbescherming geldt voor alle bomen en houtopstanden binnen het plangebied dat de kapregels van de gemeente Almelo van toepassing kunnen zijn. Conform het bomenbeleidsplan van de gemeente Almelo is het aanvragen van een kapvergunning noodzakelijk op moment dat de te kappen bomen op 130 cm boven maaiveld een stamdiameter hebben van meer dan 30 centimeter (gemeente Almelo, 2008). Omdat het veldbezoek enkel is uitgevoerd vanaf openbare wegen is dit niet in kaart gebracht.

27

Uitbreiding UitbreidingXL-businesspark XL-businessparkXL2 XL2Almelo Almelo

Geraadpleegde bronnen Literatuur Bekker, D.L., 2009. Onderzoek naar het voorkomen van de waterspitsmuis in een herinrichtingsgebied in Polder de Peizer- en Eeldermaden in 2009. Rapport 2009.42. Zoogdiervereniging, Arnhem. BIJ12 (2017a). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Steenuil Athene nocuta. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017e). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017f). Kennisdocument Poelkikker Rana lessonae. Versie 1.0, juli 2017. Gemeente Almelo (2008). Bomenbeleidsplan gemeente Almelo., afdeling Stadsbeheer. Definitieve versie, april 2008. Gemeente Almelo (1977). Bebouwde kom Boswet 1975, afdeling groen en recreatie. 3-2-1977. Haarsma, A.J. (2011). De meervleermuis in Nederland. Rapport nr. 2011.40. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Hendrikx, B. (2020). Activiteitenplan realisatie Twentekanalen tweede fase. Arcadis, Arnhem. RVO (2020). Beslissing op aanvraag 5190023365874. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Zwolle.

Internet NDFF (2021). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Laatste raadpleging op 23 december 2021. Overheid (2020). Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552) RAVON (2021). Website met soortinformatie over de Nederlandse amfibieën, reptielen en vissen (http://www.ravon.nl). Laatste raadpleging op 20 december 2021. Sovon (2021). Website met soortinformatie over de Nederlandse vogels (http://www.sovon.nl). Laatste raadpleging op 20 december 2021. Zoogdiervereniging (2021). Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren (http://www.zoogdiervereniging.nl). Laatste raadpleging 20 december 2021.

28

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlagen Bijlage 1: Oude landschapselementen Bijlage 2: Potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen Bijlage 3: Potentiële verblijfplaatsen marterachtigen en egel Bijlage 4: Potentieel leefgebied grote bosmuis Bijlage 5: Potentiële nestplaatsen buizerd, torenvalk, boomvalk, havik en eekhoorn Bijlage 6: Potentiële nestplaatsen steenuil, kerkuil, gier-, boeren- en huiszwaluw Bijlage 7: Potentieel overwinterings- en voortplantingsgebied poelkikker Bijlage 8: Potentieel leefgebied grote vos en grote weerschijnvlinder Bijlage 9: beschermde houtopstanden

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 1 Oude landschapselementen

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Oude Landschapselementen Legenda Plangebied Oude landschapselementen Lijnvormige elementen Oude solitaire bomen

Datum 24-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 2 Potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Vleermuizen Legenda Plangebied Vliegroutes vleermuizen Poten ële vliegroute Vastgestelde vliegroute Poten ële verblijfplaatsen vleermuizen Boombewonende vleermuizen Gebouwbewonende vleermuizen

Datum 13-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 3 Potentiële verblijfplaatsen marterachtigen en egel

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Marterach gen en Egels Legenda Plangebied Wezel, Hermelijn, Bunzing, Steenmarter en Egel Poten ële verblijfplaatsen

Datum 09-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 4 Potentieel leefgebied grote bosmuis

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Grote Bosmuis Legenda Plangebied Poten ële leefgebieden Grote bosmuis

Datum 13-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 5 Potentiële nestplaatsen buizerd, torenvalk, boomvalk, havik en eekhoorn

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Eekhoorn, Buizerd, Torenvalk, Havik, Boomvalk Legenda Plangebied Poten ële nestloca es Individuele bomen Bosjes

Datum 13-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 6 Potentiële nestplaatsen uilen en zwaluwen

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Steenuil, Kerkuil, Huismus & Gier-, Boeren en Huiszwaluw Legenda Plangebied Steenuil, Kerkuil, Huismus & Gier-, Boeren en Huiszwaluw Poten ële nestloca es

Datum 09-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 7 Potentieel leefgebied poelkikker

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Poelkikker Legenda Plangebied Poelkikker Poten eel overwinteringsgebied Poten eel voortplan ngsgebied Marginaal geschikt voortplan ngsgebied

Datum 09-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 8 Potentieel leefgebied grote vos en grote weerschijnvlinder

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Grote Vos en Grote Weerschijnvlinder Legenda Plangebied Poten ële leefgebieden Grote Vos (Iep) Grote Weerschijnvlinder (Boswilg)

Datum 09-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

Uitbreiding XL-businesspark XL2 Almelo

Bijlage 9 Beschermde houtopstanden

Project

Uitbreiding XL businesspark XL2 Onderwerp

Beschermde Houtopstanden Legenda Plangebied Beschermde bossen Beschermde rijbeplan ng

Datum 23-12-2021

Schaal

Opdrachtgever Gemeente Almelo

Versie DO1

Kaartondergrond Luch oto/PDOK

Getekend door R. van Heumen

Kaartnummer 1

Formaat A3, liggend

Projectnummer 21-579

Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=8cc8f6ec-d659-4cc8-a9f9-c8e7725202ff