CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

6.3 Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2021 - Bijlage 3 - Was-wordt tabel wijzigingen toelichting

Raad 28 november 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: Derde wijziging Algemene Plaatselijke Verordening4.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel wijziging toelichting op artikelen APV

Artikel 2:1a Openbare ordeverstoring en Artikel 2:1b Digitale ordeverstoring

Artikel 2:1b Openbare ordeverstoring en Artikel 2:1c Digitale ordeverstoring

Het begrip openbare orde is niet nader omschreven in de Gemeentewet. De Hoge Raad heeft zich in zijn arrest van 30 januari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ2104) gebogen over de vraag wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde als bedoeld in een APV en daarbij het volgende overwogen: “3.4.1. Het begrip "verstoring van de (openbare) orde" in genoemde bepaling is niet nader omlijnd. De beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zal dus moeten worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte.”

Het begrip openbare orde is niet nader omschreven in de Gemeentewet. De Hoge Raad heeft zich in zijn arrest van 30 januari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ2104) gebogen over de vraag wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde als bedoeld in een APV en daarbij het volgende overwogen: “3.4.1. Het begrip "verstoring van de (openbare) orde" in genoemde bepaling is niet nader omlijnd. De beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, zal dus moeten worden beantwoord aan de hand van het normale spraakgebruik, met inachtneming van de specifieke omstandigheden van het geval. Wil van een dergelijke verstoring kunnen worden gesproken, dan zal het moeten gaan om een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan de desbetreffende openbare ruimte.”

De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie van 30 januari 2007 (ECLI:NL:PHR:2007:AZ2104) helder uiteengezet wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde: “10. Het voorgaande maakt duidelijk dat het vereiste in de onderhavige APV-bepaling dat de verstoring van de orde moet plaats hebben "op of aan de openbare weg of in een voor het publiek toegankelijk bouwwerk", niet een min of meer toevallige beperking naar plaats is, maar juist preciseert wat de "orde" is die niet verstoord mag worden. Het gaat om de ter plaatse geldende ordening van de gang van het maatschappelijke leven. Voor de verstoring van die orde is niet nodig dat er publiek aanwezig is, laat staan dat die verstoring tot commotie onder het publiek leidt. Voor een verstoring van de openbare orde is, zo stelde (toen nog) A-G Fokkens in zijn conclusie bij HR 26 februari 1991, NJ 1991, 512, niet vereist dat sprake is van "openlijkheid". Ook "een sitdown aktie op een verkeersweg" heeft derhalve een verstorend effect, "ook al zou op dat moment geen verkeer aanwezig zijn". Een verkeersweg is nu eenmaal niet bestemd als zitplaats. Wie daarop toch gaat zitten, verstoort daarmee de objectief bestaande

De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad heeft in zijn conclusie van 30 januari 2007 (ECLI:NL:PHR:2007:AZ2104) helder uiteengezet wanneer er sprake is van een verstoring van de openbare orde: “10. Het voorgaande maakt duidelijk dat het vereiste in de onderhavige APV-bepaling dat de verstoring van de orde moet plaats hebben "op of aan de openbare weg of in een voor het publiek toegankelijk bouwwerk", niet een min of meer toevallige beperking naar plaats is, maar juist preciseert wat de "orde" is die niet verstoord mag worden. Het gaat om de ter plaatse geldende ordening van de gang van het maatschappelijke leven. Voor de verstoring van die orde is niet nodig dat er publiek aanwezig is, laat staan dat die verstoring tot commotie onder het publiek leidt. Voor een verstoring van de openbare orde is, zo stelde (toen nog) A-G Fokkens in zijn conclusie bij HR 26 februari 1991, NJ 1991, 512, niet vereist dat sprake is van "openlijkheid". Ook "een sitdown aktie op een verkeersweg" heeft derhalve een verstorend effect, "ook al zou op dat moment geen verkeer aanwezig zijn". Een verkeersweg is nu eenmaal niet bestemd als zitplaats. Wie daarop toch gaat zitten, verstoort daarmee de objectief bestaande Pagina 1 van 13

orde die ter plaatse voor de openbare ruimte is geschapen, hoe rustig en beschaafd de sitdown-actie verder ook mogen worden uitgevoerd. Het voorgaande kleurt ook de overlast die de onderhavige APV-bepaling als "maatregel tegen overlast" bedoelt tegen te gaan. Die overlast is gekoppeld aan de ordening die ter plaatse in het maatschappelijk leven is aangebracht, aan de objectieve bestemming die de openbare ruimte op een bepaald moment heeft. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Als op het Lange Voorhout een manifestatie wordt georganiseerd om de Koningin (of wat misschien minder denkbaar is: de plaatselijke voetbalclub die net kampioen is geworden) toe te juichen, dan vormt de geluidsoverlast die dat gejuich voor de omwonenden oplevert, geen verstoring van de openbare orde. Zou daarentegen sprake zijn van een plechtigheid waarbij de gevallenen uit de tweede wereldoorlog worden herdacht, dan vormt het maken van lawaai wél een verstoring van de openbare orde.”

orde die ter plaatse voor de openbare ruimte is geschapen, hoe rustig en beschaafd de sitdown-actie verder ook mogen worden uitgevoerd. Het voorgaande kleurt ook de overlast die de onderhavige APV-bepaling als "maatregel tegen overlast" bedoelt tegen te gaan. Die overlast is gekoppeld aan de ordening die ter plaatse in het maatschappelijk leven is aangebracht, aan de objectieve bestemming die de openbare ruimte op een bepaald moment heeft. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Als op het Lange Voorhout een manifestatie wordt georganiseerd om de Koningin (of wat misschien minder denkbaar is: de plaatselijke voetbalclub die net kampioen is geworden) toe te juichen, dan vormt de geluidsoverlast die dat gejuich voor de omwonenden oplevert, geen verstoring van de openbare orde. Zou daarentegen sprake zijn van een plechtigheid waarbij de gevallenen uit de tweede wereldoorlog worden herdacht, dan vormt het maken van lawaai wél een verstoring van de openbare orde.”

Hieruit volgt dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde wanneer de ordening die ter plaatse in het maatschappelijk leven is aangebracht, wordt verstoord.

Hieruit volgt dat er sprake is van een verstoring van de openbare orde wanneer de ordening die ter plaatse in het maatschappelijk leven is aangebracht, wordt verstoord.

Artikel 2.2 strekt tot bescherming van de openbare orde en verbiedt ordeverstoringen, zowel individueel als collectief, op de weg en in voor het publiek toegankelijke gebouwen en vaartuigen. Onder een voor het publiek toegankelijk gebouw wordt elke gebouwde ruimte verstaan die in principe voor iedereen toegankelijk is, zoals een winkel, een postkantoor of een stationshal. Daarnaast vallen onder dit begrip ook gebouwen die met enige beperkingen openstaan. Hierbij valt te denken aan gebouwen die toegankelijk zijn voor personen die in het bezit zijn van een toegangs- of plaatsbewijs (bijvoorbeeld musea, theaters, perrons van metrostations) of voor personen die een bepaalde leeftijd hebben bereikt (bijvoorbeeld een speelautomatenhal).

Artikel 2.1 strekt tot bescherming van de openbare orde en verbiedt ordeverstoringen, zowel individueel als collectief, op de weg en in voor het publiek toegankelijke gebouwen en vaartuigen. Onder een voor het publiek toegankelijk gebouw wordt elke gebouwde ruimte verstaan die in principe voor iedereen toegankelijk is, zoals een winkel, een postkantoor of een stationshal. Daarnaast vallen onder dit begrip ook gebouwen die met enige beperkingen openstaan. Hierbij valt te denken aan gebouwen die toegankelijk zijn voor personen die in het bezit zijn van een toegangs- of plaatsbewijs (bijvoorbeeld musea, theaters, perrons van metrostations) of voor personen die een bepaalde leeftijd hebben bereikt (bijvoorbeeld een speelautomatenhal).

Artikel 2:2a strekt tot bescherming van de openbare orde, die door inzet van digitale middelen (internet en sociale media) verstoord wordt of een ernstig vrees daarvoor bestaat. Hetgeen in de virtuele ruimte gebeurt, kan immers tot een fysieke verstoring van de

Artikel 2:1b strekt tot bescherming van de openbare orde, die door inzet van digitale middelen (internet en sociale media) verstoord wordt of een ernstig vrees daarvoor bestaat. Hetgeen in de virtuele ruimte gebeurt, kan immers tot een fysieke verstoring van de Pagina 2 van 13

openbare orde leiden. Om misverstanden te voorkomen wordt hierbij benadrukt dat hier niet gaat om de beperking van de vrijheid van meningsuiting. Dat laatste kan ook niet. De vrijheid van meningsuiting is neergelegd in artikel 7 van de Grondwet en volgens die bepaling staat het eenieder vrij om zijn of haar gedachten en gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Artikel 2:2a brengt daar geen verandering in en kan daar ook geen verandering in brengen. Zo kan eenieder zijn gedachten, gevoelens en zelfs zijn ongenoegen uiten over allerlei zaken. Dat betekent echter niet dat er opgeroepen mag worden om bijvoorbeeld te gaan rellen of plunderen met schade voor derden tot gevolg.

openbare orde leiden. Om misverstanden te voorkomen wordt hierbij benadrukt dat hier niet gaat om de beperking van de vrijheid van meningsuiting. Dat laatste kan ook niet. De vrijheid van meningsuiting is neergelegd in artikel 7 van de Grondwet en volgens die bepaling staat het eenieder vrij om zijn of haar gedachten en gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Artikel 2:1b brengt daar geen verandering in en kan daar ook geen verandering in brengen. Zo kan eenieder zijn gedachten, gevoelens en zelfs zijn ongenoegen uiten over allerlei zaken. Dat betekent echter niet dat er opgeroepen mag worden om bijvoorbeeld te gaan rellen of plunderen met schade voor derden tot gevolg.

Sterker nog, uit de rechtspraak blijkt dat het online oproepen tot verstoring van de openbare orde strafbaar is. Zo hebben bijvoorbeeld de rechtszaken rondom de Blokkeerfriezen en Project X2 Enschede tot strafvervolging geleid met veroordeling van de personen die online opriepen tot verstoring (zie bijvoorbeeld Rechtbank Overijssel 4 oktober 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:3656, Gerechtshof ArnhemLeeuwarden 31 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9290 en Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2020).

Sterker nog, uit de rechtspraak blijkt dat het online oproepen tot verstoring van de openbare orde strafbaar is. Zo hebben bijvoorbeeld de rechtszaken rondom de Blokkeerfriezen en Project X2 Enschede tot strafvervolging geleid met veroordeling van de personen die online opriepen tot verstoring (zie bijvoorbeeld Rechtbank Overijssel 4 oktober 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:3656, Gerechtshof ArnhemLeeuwarden 31 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9290 en Hoge Raad 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2020).

In praktijk zal van geval tot geval beoordeeld worden of er sprake is van een verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester neemt pas een bestuurlijke maatregel als uit informatie van de politie blijkt dat een online uiting kan leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo. De monitoring van online uitingen ligt in beginsel bij de politie. Handhavend optreden vereist een uiterste zorgvuldige beoordeling, waarbij oog is voor de vrijheid van meningsuiting in relatie tot oproepen tot online openbare ordeverstoringen. Daarbij zal steeds maatwerk worden toegepast.

In praktijk zal van geval tot geval beoordeeld worden of er sprake is van een verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester neemt pas een bestuurlijke maatregel als uit informatie van de politie blijkt dat een online uiting kan leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo. De monitoring van online uitingen ligt in beginsel bij de politie. Handhavend optreden vereist een uiterste zorgvuldige beoordeling, waarbij oog is voor de vrijheid van meningsuiting in relatie tot oproepen tot online openbare ordeverstoringen. Daarbij zal steeds maatwerk worden toegepast.

In dat kader is het van belang om te benadrukken dat met artikel 2:2a niet worden getreden buiten de grenzen van het bestuursrecht. Daar waar strafbare feiten plaatsvinden, is en blijft dat binnen het domein van het strafrecht en is het dus aan het Openbaar Ministerie om al dan niet strafrechtelijk daartegen op

In dat kader is het van belang om te benadrukken dat met artikel 2:1b niet worden getreden buiten de grenzen van het bestuursrecht. Daar waar strafbare feiten plaatsvinden, is en blijft dat binnen het domein van het strafrecht en is het dus aan het Openbaar Ministerie om al dan niet strafrechtelijk daartegen op Pagina 3 van 13

te treden. Er is ook een groot verschil tussen het strafrecht en het bestuursrecht. Zo is strafrechtelijke vervolging gericht op bestraffing (punitief), terwijl bestuursrechtelijk handhavend optreden gericht is op het ongedaan maken of voorkomen van een overtreding (herstellend karakter). Dat is overigens ook vaste rechtspraak. Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 31 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1444) het verschil tussen strafrecht en bestuursrecht helder geduid: “4.2. Over het betoog van [appellant] dat de last onder dwangsom - en daarmee ook het besluit tot invordering van de dwangsom - een punitief karakter heeft waarop artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) betrekking heeft, overweegt de Afdeling het volgende. Het algemeen bestuur heeft bij het opleggen van bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen een eigen, niet van de met de strafvervolging en strafoplegging belaste organen afhankelijke verantwoordelijkheid. De last onder dwangsom is een reparatoire sanctie en de verbeurte van de dwangsom had door [appellant] kunnen worden voorkomen door zich te houden aan het bij of krachtens de wet bepaalde, terwijl een strafrechtelijke procedure kan leiden tot een punitieve sanctie die is bedoeld om leed toe te brengen na het plegen van een strafbaar feit.

De dwangsom is - na het niet voldoen aan de last van rechtswege verbeurd en de invordering van de dwangsom is niet bedoeld om leed toe te brengen na het overtreden van de last. Er bestaat onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat de invordering van de dwangsom louter op basis van de hoogte van de dwangsom is aan te merken als een punitieve sanctie waarop artikel 6 van het EVRM betrekking heeft.”

te treden. Er is ook een groot verschil tussen het strafrecht en het bestuursrecht. Zo is strafrechtelijke vervolging gericht op bestraffing (punitief), terwijl bestuursrechtelijk handhavend optreden gericht is op het ongedaan maken of voorkomen van een overtreding (herstellend karakter). Dat is overigens ook vaste rechtspraak. Zo heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 31 mei 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1444) het verschil tussen strafrecht en bestuursrecht helder geduid: “4.2. Over het betoog van [appellant] dat de last onder dwangsom - en daarmee ook het besluit tot invordering van de dwangsom - een punitief karakter heeft waarop artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) betrekking heeft, overweegt de Afdeling het volgende. Het algemeen bestuur heeft bij het opleggen van bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen een eigen, niet van de met de strafvervolging en strafoplegging belaste organen afhankelijke verantwoordelijkheid. De last onder dwangsom is een reparatoire sanctie en de verbeurte van de dwangsom had door [appellant] kunnen worden voorkomen door zich te houden aan het bij of krachtens de wet bepaalde, terwijl een strafrechtelijke procedure kan leiden tot een punitieve sanctie die is bedoeld om leed toe te brengen na het plegen van een strafbaar feit.

De dwangsom is - na het niet voldoen aan de last van rechtswege verbeurd en de invordering van de dwangsom is niet bedoeld om leed toe te brengen na het overtreden van de last. Er bestaat onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat de invordering van de dwangsom louter op basis van de hoogte van de dwangsom is aan te merken als een punitieve sanctie waarop artikel 6 van het EVRM betrekking heeft.”

Bij overtreding van artikel 2:2a ligt handhavend optreden middels een last onder dwangsom voor de hand met als doel om de (geconstateerde) overtreding te beëindigen of te voorkomen.

Bij overtreding van artikel 2:1c ligt handhavend optreden middels een last onder dwangsom voor de hand met als doel om de (geconstateerde) overtreding te beëindigen of te voorkomen.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is de overtreder, gelet op artikel 5:1, tweede lid, van de Awb, degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift schendt. Dit is in de eerste plaats degene die de verboden handeling verricht. Daarnaast kan in

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is de overtreder, gelet op artikel 5:1, tweede lid, van de Awb, degene die het desbetreffende wettelijke voorschrift schendt. Dit is in de eerste plaats degene die de verboden handeling verricht. Daarnaast kan in Pagina 4 van 13

bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Een partij die feitelijk en juridisch in haar macht heeft om de overtredingen te (doen) beëindigen, kan eveneens als overtreder worden aangemerkt (vlg, ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2005). Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms hebben het in hun macht om een overtreding als bedoeld in artikel 2:2a te (doen) beëindigen. Om die reden zijn zij daarin opgenomen.

bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk begaat, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Een partij die feitelijk en juridisch in haar macht heeft om de overtredingen te (doen) beëindigen, kan eveneens als overtreder worden aangemerkt (vlg, ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2005). Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms hebben het in hun macht om een overtreding als bedoeld in artikel 2:2a te (doen) beëindigen. Om die reden zijn zij daarin opgenomen.

Geen toelichting -

Artikel 2:1a Vermomming In art. 1:1 van de APV staan de begripsbepalingen ‘openbare plaats’ en ‘weg’ omschreven. Bij die termen wordt in dit artikel aangesloten. Daarnaast is de APV-bepaling gelaagd opgesteld en geformuleerd, in die zin dat: in lid 1 eerst een algemeen verbod of geformuleerd; in lid 2 is de verplichting geformuleerd om (in alle omstandigheden) aan een vordering van een politieambtenaar of een toezichthouder van de gemeente te voldoen, dus ook in de uitzonderingsgevallen van lid 3; en in lid 3 de uitzonderingsgevallen zijn geformuleerd, zodat er geen strijd is of ontstaat met hogere regelgeving. Bij sub c moet je denken aan een strenge winter of weersomstandigheden, waarbij iemand zich tegen regen en kou beschermd en om die reden bijvoorbeeld een sjaal om zijn gezicht wikkelt en daardoor onherkenbaar is. In een dergelijk geval is duidelijk dat de vermomming niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren. Dit laat onverlet dat als de politie vordert dat iemand zich van de vermomming dient te ontdoen, dat daaraan gehoor dient te worden gegeven ex art. 2.1a, tweede lid.

Afdeling 2. Betogingen Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen

Afdeling 2. Manifestaties Artikel 2:3 Kennisgeving manifestaties Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:8 Straatfeest en buurtbarbecue -

Artikel 2:8 Begripsbepalingen Geen toelichting.

Pagina 5 van 13

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen Geen toelichting.

Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Vervallen.

Artikel 2:13 Slapen op of aan de weg Het artikel verbiedt – behoudens ontheffing - het gebruik van de weg als slaapplaats, of het gebruik van tenten, voertuigen, vaartuigen et cetera op of aan de weg of het openbaar water om te slapen of te overnachten. De centrale doelstellingen van het verbod zijn het voorkomen en tegengaan van hinder en overlast, brandgevaar, verontreiniging van de openbare ruimte en risico's voor de volksgezondheid. De mogelijkheid om een ontheffing te verlenen heeft een incidenteel karakter en is toegespitst op bijvoorbeeld kermisexploitanten met hun trailers of een scoutingvereniging die op of aan de weg willen overnachten, op een terrein dat geen kampeerterrein is.

Geen artikel

Artikel 2:15a Gevaar door houtopstand Dit nieuwe artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om een houtopstand te laten kappen zonder omgevingsvergunning, indien dit nodig is in verband met direct gevaar voor goederen of personen. Op grond van is artikel 172, tweede lid, van de Gemeentewet is de burgemeester bevoegd om overtredingen van wettelijke voorschriften die betrekking hebben op de openbare orde, te beletten of te beëindigen. Deze bepaling kan een grondslag voor noodkap bieden. Daarvoor is dan echter wel vereist dat er is voorzien in een wettelijk voorschrift op grond waarvan het verboden is om met een boom gevaar voor personen of goederen te veroorzaken. Dat wettelijke voorschrift mag een bepaling in de APV zijn. Door dit artikel in onze APV op te nemen, voorzien wij in een dergelijk voorschrift.

Afdeling 7. Evenementen

Afdeling 7. Toezicht op evenementen

Artikel 2:24 Begripsbepalingen

Artikel 2:24 Begripsbepalingen Geen toelichting.

Artikel 2:25c Beslistermijnen

Artikel 2:25c Beslistermijnen Geen toelichting. Pagina 6 van 13

Artikel 2:25d Gegevens vergunning

Artikel 2:25d Gegevens vergunning Geen toelichting.

Artikel 2:25e Voorschriften, beperkingen en verbod Artikel 2:25e Voorschriften, beperkingen en verbod evenement evenement Geen toelichting. Artikel 2:25g Weigeringsgronden

Artikel 2:25g Weigeringsgronden Geen toelichting.

Artikel 2:25k Openbare ordeverstoring bij evenementen

Artikel 2:25k Openbare ordeverstoring bij evenementen Geen toelichting.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Geen toelichting.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Vervallen.

Afdeling 7a. Betaald voetbalwedstrijden

Artikel 2:26a t/m artikel 2:26e In het Beleidskader bestrijding voetbalvandalisme en voetbalgeweld zijn de afspraken vastgelegd over de gezamenlijke inspanningen van alle partijen die betrokken zijn bij de bestrijding van voetbalvandalisme. Hierin is onder andere bepaald dat de gemeente in de APV een aantal artikelen opneemt om op te kunnen treden tegen voetbalvandalisme.

Afdeling 7a. Toezicht op voetbalwedstrijden

Geen toelichting.

Artikel 2:26a Begripsbepalingen en vergunningplicht Artikel 2:26a Begripsbepalingen betaald voetbalwedstrijden Geen toelichting. Artikel 2:26a lid 2

Artikel 2:26b Vergunningplicht voetbalwedstrijd Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26c Aanvraag en procedure vergunning Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26d Beslistermijnen Geen toelichting.

Pagina 7 van 13

Geen artikel

Artikel 2:26e Gegevens vergunning Geen toelichting.

Artikel 2:26a lid 3

Artikel 2:26f Voorschriften, beperkingen en verbod voetbalwedstrijd Geen toelichting.

Geen artikel Artikel 2:26g Aanwijzingen en bevelen Voorbeelden van aanwijzingen kunnen zijn: de aanvang van de voetbalwedstrijd, toeloop en vertrek van supporters, aantallen supporters, inzet en inrichting van verlichting, parkeren.

Geen artikel

Artikel 2:26h Weigeringsgronden Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26i Intrekkings- en schorsingsgronden Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26j Vervallen vergunning Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26k Vereisten aan organisator Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:26l Openbare ordeverstoring bij een voetbalwedstrijd Geen toelichting.

Artikel 2:26b Onnodig opdringen en Artikel 2:26m Onnodig opdringen en wanordelijkheden bij betaald voetbalwedstrijden wanordelijkheden bij betaald voetbalwedstrijden Geen toelichting.

Artikel 2:26c Supporters en bestuurlijke ophouding Artikel 2:26n Supporters en bestuurlijke ophouding Geen toelichting.

Artikel 2:26d Individueel stadionomgevingsverbod Artikel 2:26m Individueel stadionomgevingsverbod Bij het stadionomgevingsverbod is ervoor gekozen om geen standaardgebied aan te wijzen in de APV, maar om de burgemeester de bevoegdheid te geven om een dergelijk gebied nader aan te wijzen. Zodoende kan beter worden ingespeeld op veranderende omstandigheden. Het uitgangspunt is dat als dergelijk gebied in ieder geval wordt aangewezen het gebied dat wordt begrensd door de volgende straten: Koedijk, Jan Vermeerstraat, Henriëtte Roland Holstlaan, Windmolen, Molenwiek, Windmolen, Molensteen, Windmolen, Wiekslagen, Weezebeeksingel, Maardijk. Slechts in bijzondere omstandigheden zal hiervan worden Pagina 8 van 13

afgeweken.

Artikel 2:27 Begripsbepalingen

Artikel 2:27 Begripsbepalingen Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting Geen toelichting.

Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:28d Melden wijzigingen en verlenen gewijzigde of nieuwe vergunning Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:28e Melden wijziging leidinggevenden en verlenen gewijzigd aanhangsel Geen toelichting.

Artikel 2:28d Weigeringsgronden

Artikel 2:28f Weigeringsgronden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:28e Intrekkingsgronden

Artikel 2:28g Intrekkings- en schorsingsgronden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:28f Vervallen vergunning

Artikel 2:29 Sluitingstijden

Artikel 2:28h Vervallen vergunning Geen toelichting.

Artikel 2:29 Openingstijden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:29a Aanwezigheid exploitant en leidinggevende

Artikel 2:29a Aanwezigheid exploitant en leidinggevende Geen toelichting.

Pagina 9 van 13

Artikel 2:29b Handel binnen openbare inrichtingen Artikel 2:29b Handel binnen openbare inrichtingen Geen wijzigingen in toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:29c Vrije inkijk in openbare inrichtingen Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 2:29d Vereisten aan terras Geen toelichting.

Artikel 2:33 Ordeverstoring

Artikel 2:33 Ordeverstoring Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:7 Gegevens vergunning

Artikel 3:7 Gegevens vergunning Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 3:8 Melden wijzigingen en verlenen gewijzigde of nieuwe vergunning Geen toelichting.

Geen artikel

Artikel 3:9 Melden wijziging beheerders en verlenen gewijzigd aanhangsel Geen toelichting.

Artikel 3:8 Weigeringsgronden

Artikel 3:10 Weigeringsgronden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:9 Intrekkingsgronden

Artikel 3:11 Intrekkings- en schorsingsgronden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:10 Vervallen vergunning

Artikel 3:11 Adverteren

Artikel 3:12 Vervallen vergunning Geen toelichting.

Artikel 3:13 Adverteren Pagina 10 van 13

Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:12 Sluitingstijden

Artikel 3:14 Sluitingstijden Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:13 Toegang

Artikel 3:15 Toegang tot de seksinrichting Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:14 Vereisten aan sekswerkers Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:15 Bedrijfsplan

Artikel 3:16 Vereisten aan sekswerkers

Artikel 3:17 Bedrijfsplan Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:16 Vereisten aan exploitant en beheerder Artikel 3:18 Vereisten aan exploitant en beheerder Geen wijzigingen in toelichting.

Artikel 3:17 Raam- en straatprostitutie

Artikel 3:19 Raam- en straatprostitutie Geen toelichting.

Artikel 3:18 Verbodsbepaling klanten

Artikel 3:20 Verbodsbepaling klanten Geen toelichting.

Artikel 3:19 Erotisch-pornografische goederen, Artikel 3:21 Erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke afbeeldingen en dergelijke Geen wijzigingen in toelichting.

Geen artikel

Artikel 3:22 Ordeverstoring Geen toelichting.

Artikel 3:20 Sluiting seksinrichting

Artikel 3:23 Sluiting seksinrichting Geen toelichting.

Artikel 3:21 Verlengde geldigheid vergunning

Artikel 3:24 Verlengde geldigheid vergunning Geen toelichting.

Artikel 3:22 Uitgestelde inwerkingtreding

Artikel 3:25 Uitgestelde inwerkingtreding Geen toelichting. Pagina 11 van 13

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

Artikel 4:6 Overige geluidhinder Geen wijzigingen in toelichting

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen Geen wijzigingen in toelichting

Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen Geen wijzigingen in toelichting

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Geen toelichting.

Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Vervallen.

Pagina 12 van 13

Pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=e042d6aa-0771-45a7-a72e-ec3f1520fcfe