6.1 Vaststellen bestemmingsplan Deldensestraat 205 - bijlage 1 - CompleetAnaloog_NL.IMRO.0141.00142-BP31
Tekst van het document
4.6 Geluid 4.6.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.6.2 Toetsing De woning wordt op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelige object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 4.6.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen:
Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 m
250 m
3 of 4 rijstroken
350 m
400 m
5 of meer rijstroken
350 m
600 m
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
23
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Het plangebied ligt binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder, van de Deldensestraat en de Nijreessingel. Gezien de verkeersintensiteit en de gevoerde snelheid op deze wegen kan worden aangenomen dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan en dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Door de Omgevingsdienst Twente is op 17 september 2021 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 1 toegevoegd. Op 12 april 2023 heeft de Omgevingsdienst Twente het akoestisch onderzoek geactualiseerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 2. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Deldensestraat De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Deldensestraat bedraagt na actualisatie van het akoestisch onderzoek 48 dB inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De voorkeursgrenswaarde wordt bij wegverkeerslawaai afkomstig van de Deldensestraat dus niet overschreden. Nijreessingel De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Nijreessingel bedraagt na actualisatie van het akoestisch onderzoek 53 dB inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De voorkeursgrenswaarde wordt bij wegverkeerslawaai afkomstig van de Nijreessingel dus wel overschreden.
De geluidsbelasting inclusief aftrek is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, daarom zal een hogere grenswaarde moeten worden aangevraagd. De ontwerpbeschikking vaststelling hogere grenswaarden is toegevoegd als bijlage 3. Omdat het gaat om een bestaand gebouw, dat al de functie van wonen heeft gehad ligt het voor de hand om te streven naar een binnenniveau van 33 dB. Als dat niet haalbaar is dient een binnenniveau van 38 dB gewaarborgd te worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er wordt dus met een geluidbelasting van 55 dB gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt daarmee (55 – 33 =) 22 dB. Als een binnenniveau van 38 dB volstaat is een geluidwering van 17 dB nodig. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. 4.6.2.2 Industrielawaai Het plangebied ligt niet binnen of nabij een geluidszone van een gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wet geluidhinder. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woning wordt verwezen naar paragraaf 4.2. 4.6.2.3 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen spoorlijn is gelegen.
4.6.3 Conclusie De Wet geluidhinder vormt, mits gelijktijdig met dit bestemmingsplan een hogere waarde wordt vastgesteld, geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen plan.
4.7 Bodemkwaliteit 4.7.1 Algemeen Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. Ortageo heeft in 2021 ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Een samenvatting van de resultaten en de conclusies uit dit onderzoek is in de volgende subparagraaf opgenomen. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar het complete bodemonderzoek wat is opgenomen in bijlage 4 van deze toelichting.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
24
NL.IMRO.0141.00142-BP31
4.7.2 Toetsing Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop van de locatie en door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. De locatie is in gebruik geweest door de Stichting Natuurhus Almelo. In het kader van de voorgenomen transactie en het beoogde gebruik (wonen) is dit bodemonderzoek beoordeeld. Het eerder aangetroffen stortmateriaal in de ondergrond is tijdens dit onderzoek niet (meer) aangetroffen. Er zijn geen bijmengingen in de bodem waargenomen. Analytisch zijn enkele lichte verontreiniging van zware metalen en PAK aangetroffen. In het grondwater zijn verhoogde concentraties van nikkel, zink en barium aangetroffen. Aangegeven wordt dat in de regio Almelo een aantal zware metalen van nature in verhoogde concentraties in het grondwater voorkomen. In enkele mengmonsters van de bovengrond van het gehele terrein zijn lichte verontreinigingen met kwik en lood aangetroffen. Aangegeven wordt dat het gebruik van de locatie niet een directe relatie is tussen de verhoogde gehalten aan zware metalen, de herkomst van deze verhogingen is onbekend. De aangetroffen lichte verontreinigingen in de bovengrond en het grondwater zijn echter geen aanleiding voor een nader onderzoek.
Gezien het gebruik van het perceel wordt niet verwacht dat de bodemkwaliteit van de ondergrond minder is dan de kwaliteit van de bovengrond. 4.7.3 Conclusie Het onderzoek voldoet aan de geldende normen en richtlijnen. Het onderzoek geeft voldoende inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie. Er is geen aanleiding (meer) om de aanwezigheid van een sterke bodemverontreiniging te vermoeden. Op basis van de milieuhygiënische bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen verkoop van het perceel en het toekomstige gebruik (wonen) van de locatie. Geadviseerd wordt om bij grondwerkzaamheden ter plaatse van de eerder aangetroffen stortmaterialen alert te zijn op mogelijke verontreinigingen (bodemvreemde materialen) in de bodem. Bij het aantreffen van verontreinigingen dient hiervoor melding worden gedaan bij de Omgevingsdienst Twente.
4.8 Ecologie 4.8.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 4.8.2 Gebiedsbescherming 4.8.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden het 'Wierdense Veld', ‘Borkeld’ en ‘ Engbertsdijksvenen’ zijn gelegen op respectievelijk ruim 10,3, 11,5 en 11,3 kilometer afstand van het plangebied. Voorliggend plan betreft alleen de wijziging van het gebruik, er is dan ook geen sprake van een bouwfase. Er wordt daarnaast niet meer stikstof uitgestoten ten opzichte van de huidige situatie. Het Natuurhus heeft meer verkeersbewegingen dan de beoogde woning.
Er is daarom geen Aerius berekening uitgevoerd voor voorliggend plan.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
25
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Gesteld kan worden dat de verandering van bestemming niet leidt tot significante bijdrage van stikstofdepositie op natura 2000 gebieden. 4.8.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het (NNN) is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in het NNN. De dichtstbijzijnde gronden aangemerkt als NNN zijn gelegen op minimaal 1,3 kilometer afstand van het plangebied. Gelet op de afstand tot het gebied en de aard en omvang van de ontwikkeling binnen het plangebied worden geen negatieve effecten verwacht. Een verdere toetsing aan het NNN is niet aan de orde. 4.8.3 Soortenbescherming De situatie blijft onveranderd. Er vinden geen sloop- of bouwwerkzaamheden plaats. Mogelijke aanwezige fauna zal niet worden verstoord. 4.8.4 Conclusie Er is geen sprake van significante negatieve effecten op de NNN en Natura 2000-gebieden. Daarnaast is er geen sprake van negatieve effecten op beschermde soorten. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.
4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.9.1 Archeologie 4.9.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 4.9.1.2 Toetsing Op de archeologische waardenkaart ligt het plangebied in een zone met een lage archeologische verwachting. Ten behoeve van voorliggend plan vinden er geen bodemingrepen plaats. Tevens is er sprake van geroerde grond op de locatie. Verder onderzoek is niet noodzakelijk en archeologie hoeft dan ook niet opgenomen te worden in het bestemmingsplan. 4.9.2 Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden verstaan die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.
In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een ruimtelijk plan 'een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden' dient te bevatten. 4.9.2.1 Toetsing Er bevinden zich, op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart Overijssel, in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. In het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied is er geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit bestemmingsplan. 4.9.3 Conclusie
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
26
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
27
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Vigerend beleid 5.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.1.2 Rijksbeleid Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma (NWP) geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.
In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 worden allereerst de nationale belangen opgesomd: <0000> waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); <0000> waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; <0000> waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; <0000> in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; <0000> realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO -arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; <0000> Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; <0000> Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Deze nationale belangen worden aangevuld met drie hoofdambities: 1. Een veilige en klimaatbestendige delta: Naast bescherming tegen overstromingen is de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht is. In het Deltaprogramma is afgesproken dat overheden stresstesten uitvoeren om de risico’s in kaart te brengen en een adaptatiestrategie met een uitvoeringsprogramma opstellen 2. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta: een goede zoetwatervoorziening is van groot belang voor de economie.
Nederland moet in 2050 weerbaar zijn tegen zoetwatertekorten. Daarom werkt het Rijk in de planperiode van het NWP samen met de zoetwaterregio’s en de gebruikers aan maatregelen om ervoor te zorgen dat Nederland ook in droge perioden over voldoende zoetwater beschikt voor bijvoorbeeld landbouw, natuur, historisch groen, industrie en scheepvaart. 3. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur: Het Rijk werkt aan schoon en ecologisch gezond (grond)water voor duurzaam gebruik en een leefomgeving van hoge kwaliteit. In de planperiode van het NWP wordt gewerkt aan structurele vermindering van lozingen en verspreiding van opkomende stoffen, onder andere via het Actieprogramma PFAS in water. Het beleid voor grondwaterkwaliteit is erop gericht verontreiniging van bodem en grondwater zo veel mogelijk te voorkomen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Daarnaast hebben de vijf volgende thema’s een centrale rol in dit waterprogramma:
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
28
NL.IMRO.0141.00142-BP31
1. 2. 3. 4. 5.
Klimaatadaptatie; Waterveiligheid; Zoetwater; Grondwater; Scheepvaart.
Een integrale aanpak van samenhangende nationale en regionale opgaven vereist een gebiedsgerichte aanpak. Daarom zijn voor de rijkswateren in dit Nationaal Waterprogramma gebiedsgerichte uitwerkingen opgenomen. Het gaat om de Noordzee, de Zuidwestelijke Delta, de RijnMaasmonding, de grote rivieren, het IJsselmeergebied, de Waddenzee en Eems-Dollard en de Kanalen in het beheer van het Rijk. Deze zijn verbonden met de diverse gebiedsgerichte programma’s en uitwerkingen onder het Nationaal Waterprogramma, zoals de Gebiedsagenda’s Grote Wateren. Voor de overige wateren van Nederland wordt in andere programma’s de gebiedsgerichte uitwerking van het waterbeleid meegenomen. In de eerste plaats in de Omgevingsagenda’s onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In het coalitieakkoord van eind 2021 is aangegeven dat de komende jaren structureel meer budget wordt uitgetrokken voor instandhouding van wegen, spoor, hoofdwatersysteem en vaarwegen. Het structureel extra budget loopt op via een geleidelijk ingroeimodel. De budgettaire kaders voor instandhouding zijn daarmee verruimd. Voor het Hoofdwatersysteem en het Hoofdvaarwegennet zal het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat binnen deze budgettaire kaders nog aanvullende keuzes moeten maken om de instandhoudingsopgaven op termijn beheersbaar te houden.
5.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 5.1.4 Beleid waterschap Vechtstromen Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in een Watervisie en een waterbeheerprogramma. De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn waterveiligheid, klimaatbestendigheid omgeving en ruimte voor waterberging. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie.
Daarbij kan het gaan om zowel nieuw beleid als bestaand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.In het waterbeheerprogramma zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: <0000> voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; <0000> beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. <0000> het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties. 5.1.5 Beleid gemeente Almelo 5.1.5.1 Klimaatadaptiestrategie Almelo 2021-2025 Het klimaat verandert en dat heeft effecten op de stad en dorpen in de gemeente Almelo. In de Almelose Klimaat-adaptatiestrategie legt de gemeente vast hoe ze samen met inwoners deze effecten wil aanpakken om ervoor te zorgen dat Almelo een aantrekkelijke, duurzame en leefbare stad blijft. Samen met Twentse buurgemeenten, provincie en waterschap heeft de gemeente stresstesten laten vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
29
NL.IMRO.0141.00142-BP31
uitvoeren: kaarten die laten zien waar de stad in de toekomst kwetsbaar is voor de effecten van klimaatverandering. Door hier nu al rekening mee te houden kunnen problemen in de toekomst worden voorkomen. In de Klimaatadaptiestrategie zijn prioriteiten gesteld en zijn onacceptabele en onwenselijke situaties in beeld gebracht. De strategie is: <0000> SAMENWERKEN: Klimaatadaptatie in Almelo is een integrale ruimtelijke opgave, die verder reikt dan de openbare ruimte. Klimaatadaptatie is daarom ook een belangrijk thema in de Omgevingsvisie. De gemeente gaat in gesprek met collega's en partners om afspraken te maken zodat de ruimte (openbaar en privaat) optimaal wordt benut. <0000> MEEKOPPELEN: Onwenselijke situaties in de openbare ruimte worden uiterlijk in 2085 kostenefficiënt opgelost door ze te combineren met andere werkzaamheden. Meekoppelen wordt dit genoemd. <0000> STIMULEREN: Uit de dialoog met de stad komt naar voren dat Almeloërs zelf ook de handen uit de mouwen willen steken. Dit is belangrijk want bijna 70% van de ruimte is in privaat bezit. Inwoners, bedrijven en corporaties worden bewust gemaakt van de opgaven en de gemeente stimuleerd hen om zelf maatregelen te nemen. <0000> VOORKOMEN EN REGULEREN: De gemeente zorgt ervoor dat nieuwbouwplannen klimaatbestendig worden ingericht en voorkomt nieuwe onwenselijke situaties.
Hiervoor worden regels in het omgevingsplan opgenomen. <0000> VERDIEPEN: Aanvullend onderzoek is en blijft nodig om te bepalen waar aanvullende maatregelen nodig zijn. Elke 6 jaar herijkt de gemeente haar strategie en uitvoeringsagenda. 5.1.5.2 Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026 Het Programma Water en Riolering is de opvolger van het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) en geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, hemel- en grondwater, en de bekostiging hiervan. Daarnaast heeft de gemeente Almelo ook nadrukkelijk oppervlaktewater als onderdeel van het beheer van het stedelijk water gemaakt. Het Programma Water en Riolering beschrijft de beleidskaders en de bekostiging voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het oppervlaktewater in de gemeente Almelo voor de periode 2022 t/m 2026, en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn. Om een strategie voor de komende planperiode op te kunnen stellen is een visie voor de lange termijn van belang. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat ook de gemeente Almelo moet anticiperen op de financiële omstandigheden en heeft te maken met bezuinigingsdoelstellingen.
Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater). Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: 1. Samen op met burgers en bedrijven. 2. Toekomstgericht en klimaatbestendig. 3. Een doelmatige aanpak. 4. De organisatie en de middelen op orde. 5. Een functionerend watersysteem. 5.1.6 Toetsing Met voorliggend plan wordt het voormalige Natuurhus omgezet naar een burgerwoning. Er wordt geen verharding toegevoegd. Dit perceel is aangesloten op drukriolering en daarmee is impliciet afvoer van hemelwater verboden.Het perceel is aangesloten op een drukriool stelsel. Dat betekent dat
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
30
NL.IMRO.0141.00142-BP31
hemelwater op het perceel zelf moet worden verwerkt, dat mag niet op de riolering worden aangesloten. Verder is er maar heel beperkt ruimte voor groei van de hoeveelheid afvalwater.
5.2 Watertoets 5.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.2.2 Watertoetsproces Om de waterhuishoudkundige gevolgen van voorliggend plan in beeld te brengen is de digitale watertoets doorlopen. Uit de watertoets blijkt dat er geen waterschapsbelangen worden geraakt. Het plan betreft alleen een functieverandering van bestaande bebouwing en heeft geen invloed op de waterhuishouding. Met de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waterbelangen gemoeid.
De ontwikkeling heeft geen nieuwe lozingen op oppervlaktewater tot gevolg. In het gebied is geen sprake van (grond)wateroverlast. Het waterschap Vechtstromen heeft dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Deze conclusie is getrokken naar aanleiding van een digitale watertoets. Het proces van de watertoets is goed doorlopen.
5.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
31
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.
6.1 Inleiding In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: <0000> <0000> <0000> <0000>
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten, bevat een aantal bepalingen die van belang zijn voor een juiste interpretatie en toepassing van de planregels in de overige hoofdstukken); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
6.2 Juridische systematiek In dit plan wordt uitgegaan van positieve bestemmingen, waarbij de uitvoering van het bouwplan mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend. De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend wanneer het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook moet het gebruik van het gebouw of de gronden mogelijk zijn volgens de planregels en de verbeelding. De hoofdstukindeling van de regels ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1: "Inleidende regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Begrippen; <0000> Wijze van meten. Hoofdstuk 2: "Bestemmingsregels", bevat de bestemmingen, die per artikel (indien van toepassing) het volgende stramien hebben: <0000> Bestemmingsomschrijving; <0000> Bouwregels; <0000> Nadere eisen; <0000> Specifieke gebruiksregels; <0000> Afwijken van de gebruiksregels; Hoofdstuk 3: "Algemene regels", bevat de volgende artikelen: <0000> Antidubbeltelregel;
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
32
NL.IMRO.0141.00142-BP31
<0000> <0000> <0000> <0000>
Algemene gebruiksregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene procedureregels; Overige regels.
Hoofdstuk 4: "Overgangs- en slotregels", bevat de volgende artikelen: <0000> Overgangsrecht; <0000> Slotregel. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In deze bestemmingsomschrijving worden limitatief de functies genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van de grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. De afwijkingsregels en nadere eisen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om onder voorwaarden bij een omgevingsvergunning af te wijken van een specifieke regel. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Een aantal elementen op de verbeelding hebben juridisch gezien geen enkele betekenis en zijn uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die verbeelding, zoals kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers. Flexibiliteit binnen het bestemmingsplan Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende instrumenten aanwezig ten behoeve van de benodigde flexibiliteit: <0000> een omgevingsvergunning om af te wijken van specifieke regels. Het gaat hier om geringe afwijkingen van het bestemmingsplan.
Deze afwijkingsmogelijkheid biedt voor burgemeester en wethouders de mogelijkheid een afweging te maken van de noodzaak ten opzichte van het stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch belang; <0000> nadere eisen: ten aanzien van enkele in de regels genoemde bouwmogelijkheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot het stellen van nadere eisen inzake de situering van gebouwen, de profilering van wegen, het aantal parkeerplaatsen en afstanden van gebouwen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. Of en onder welke voorwaarden van deze mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, staat in het bestemmingsplan omschreven.
6.3 Beschrijving per bestemming 6.3.1 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent verschillende bestemmingen, te weten Wonen en Verkeer. Hierna volgt een korte beschrijving van deze bestemmingen. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is bedoeld voor de in het plangebied aanwezige geluidswal. De gronden zijn bestemd voor de voornaamste functie geluidswerende voorzieningen en tuinen en groenvoorzieningen met de daarbijbehorende verhardingen en overige bijbehorende voorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend geluidswerende voorzieningen worden gebouwd met een bouwhoogte van maximaal 4 meter. Overige bouwwerken zijn hier niet toegestaan in verband met mogelijk onderhoud van de geluidswerende voorzieningen. Wonen De beoogde woning is voorzien van de bestemming 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in een woning waarbij de gebruiksoppervlakte minimaal 75 m2 moet bedragen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit met dien verstande dat de oppervlakte ten behoeve van deze functie maximaal 25% van de vloeroppervlakte van de gebouwen bedraagt tot een maximum van 50 m2, tuinen, erven en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
33
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Het hoofdgebouw, uitsluitend één grondgebonden woning, wordt binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlak gebouwd. De goot- en bouwhoogte zijn respectievelijk 4 en 10 meter. Er zijn ook bijbehorende bouwwerken ten dienste van de bestemming toegestaan binnen de bestemming 'Wonen'. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien die meer dan 100 m2 bedraagt, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw van bijbehorende bouwwerken maximaal 250 m² van de bestaande oppervlakte mag betreffen. De goothoogte mag maximaal 3 m dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw +0,25 m bedragen. De bouwhoogte mag maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw -2 m bedragen, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 6 m.
6.3.2 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen waarmee binnenplans kan worden afgeweken van het gebruik en maten, afmetingen en percentages van bepaalde functies en bouwwerken. Algemene procedureregels Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Overige regels In de overige regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de "Herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo" (vastgesteld op 9 februari 2021) of diens opvolger. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan.
Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid. Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen. Daarnaast wordt er ook ingegaan op de berging, het vasthouden en het afvoeren van water. Overgangsrecht
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
34
NL.IMRO.0141.00142-BP31
In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
35
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de financiële uitvoerbaarheid van het plan. Doorgaans is de vraag of er gemeentelijke kosten zijn en hoe deze verhaald worden. Deze vraag omhelst tevens eventuele planschade. Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het opstellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan te koppelen. Er is sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het plan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 sub a Wro). Het wijzigen van de bestemming is door de gemeente Almelo geïnitieerd. De bijbehorende kosten zullen zodoende ook de gemeente Almelo worden gedragen. Deze kosten worden in de grondprijs verrekend.
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
36
NL.IMRO.0141.00142-BP31
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Het plan is overeenkomstig het bepaalde in bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan verschillende instanties toegezonden. Gelet op de aard en omvang van het plan en het beperkte effect op de omgeving, hebben de vooroverleginstanties geen bezwaren. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan 'Deldensestraat 205' en de bijbehorende stukken hebben met ingang
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
37
NL.IMRO.0141.00142-BP31
vastgesteld Bestemmingsplan Deldensestraat 205
38
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Bijlage 2 Actualisatie akoestisch onderzoek Bijlage 3 Ontwerpbeschikking vaststelling hogere grenswaarden Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
Advies – cluster geluid Bevoegd gezag Kenmerk Aan Van Onderwerp/ Locatie
: : : : :
Gemeente Almelo Datum : 17-09-2021 Z2021-ODT-022310 M. Hendrinks T. Meijer Collegiaal toetser : L. Masséus Natuur & Milieucentrum Almelo, Deldensestraat 205 bepaling geluidbelasting en mogelijkheden omzetting tot wonen
Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van de wegen in de directe omgeving van het pand aan de Deldensestraat 205. De maximale bovengrenswaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid van 58 dB en de Wet geluidhinder van 63 dB wordt niet overschreden. Om de situatie mogelijk te maken zal een hogere grenswaarde moeten worden verleend. Hiervoor zal een akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd die de geluidsituatie op planniveau inzichtelijk maakt en toetst aan het geluidbeleid (inclusief hogere waarden beluid) en de Wet geluidhinder. Inleiding De gemeente Almelo is in het bezit van een voormalige woning gelegen aan de Deldensestraat 205 te Almelo, welke nu in het gebruik i al ‘Na - & Milieucentrum Almelo. Het pand bezit nu niet meer de bestemming wonen. Almelo onderzoekt of het pand opnieuw kan worden bestemd tot wonen voor overgegaan wordt tot verkoop van het pand. Aan de Omgevingsdienst Twente is gevraagd de geluidbelasting op het pand inzichtelijk te maken en de mogelijkheid tot de omzetting te onderzoeken. In onderstaande afbeelding de locatie van het pand weergegeven ten opzichte van de nabije omgeving. Het pand is gelegen in de bebouwde kom, aan de Deldensestraat waarvoor 050 km/u geldt tot het kombord vanwaar het 60 km/u deel begint (vanaf de gele pijl).
Daarnaast is het pand gelegen binnen de zone van de rijksweg N349 waarvoor een snelheid geldt van 70 km/u tot de gele pijl. Vanaf de gele pijl is sprake van 80 km/u.
OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
Beoordelingskader Wet geluidhinder Gemeentelijk geluidbeleid Gebruikt bij de beoordeling Verkeersmodel Icinity prognosejaar 2030 en het softwaremodel Geomilieu v2.20 Beoordeling Om de geluidbelasting op het pand inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van verkeersmodel van de gemeente Almelo. Het model gaat uit van de meest recente verkeersgegevens bekend bij de gemeente en gaan uit van een prognose voor het jaar 2030. Het rekenmodel is opgesteld volgens de standaardrekenmethode II. In het model is al rekening gehouden met de aanwezigheid van het geluidscherm. Er zijn rekenpunten toegevoegd op de voor-, zij- en achtergevel van de woning. Uit berekeningen blijkt dat sprake is van de in onderstaande tabel opgenomen geluidbelasting als gevolg van verkeer over de Deldensestraat en de Nijreessingel. Deldensestraat 205 voorgevel zijgevel achtergevel
Z2021-ODT-022310
Deldensestraat incl. art. 110g Wgh 49,3 43,6 35,4
geluidbelasting in Lden Nijreessingel cumulatief incl. art. 110g Wgh excl. art. 110g Wgh 53,2 57,8 53,1 55,9 49,9 52,2
Omgevingsdienst Twente
Pagina 2 van 3
De geluidbelasting bedraagt, inclusief aftrek overeenkomstig art. 110g van de Wgh, ten hoogste 53 dB als gevolg van het verkeer op de Nijreessingel. Als gevolg van de Deldensestraat bedraagt de geluidbelasting, inclusief aftrek, 49 dB. Omdat de geluidsbelasting inclusief aftrek hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB zal een hogere grenswaarde moeten worden aangevraagd.
Z2021-ODT-022310
Omgevingsdienst Twente
Pagina 3 van 3
Advies – cluster geluid Bevoegd gezag
:
Gemeente Almelo
Aan
:
Wicher Hilbink en Mark Hendriks Bert Snellenberg Collegiaal toetser : Léon Masséus Natuurhus (Natuur- en Milieucentrum Almelo), Deldensestraat 205 in Almelo Bepaling geluidbelastingen
Van : Onderwerp/ Locatie :
Datum Zaak
: :
12 april 2023 Z2023-ODT-005210
Conclusie - De gemeente Almelo wil het pand Deldensestraat 205 haar woonbestemming teruggeven. - Uit ons advies van 17 september 2021 (Z2021-ODT-022310) blijkt dat de geluidbelastingen van omliggende wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijden. - Een nieuwe berekening met het model voor 2030 laat zien dat de geluidbelasting 53 dB is t.g.v. de Nijreessingel en 48 dB t.g.v. de Deldensestraat. - De bovengrens uit het gemeentelijk geluidbeleid van 58 dB en de hoogst toelaatbare geluidbelastingen conform de Wet geluidhinder van 63 dB worden niet overschreden. - Bij de herbestemming moet dus een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Advies - Volg gelijktijdig met de planologische procedure een hogere waarde procedure. Inleiding De gemeente Almelo wil de voormalige woning Deldensestraat 205, die in gebruik was als Natuurhus ( Na r- en Milieucentrum Almelo ) weer een woonbestemming geven. Aan het team Advies (cluster Geluid) van de ODT is gevraagd de hogere waarde procedure te volgen. Het pand ligt binnen de bebouwde kom aan de Deldensestraat en langs de Nijreessingel.
OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
Verwachte geluidbelastingen In ons advies van 17 september 2021 zijn de in 2030 verwachte geluidbelastingen gegeven. De geluidbelastingen zijn gebaseerd op 722 en 20.631 motorvoertuigen per etmaal op de Deldensestraat en de Nijreessingel. In 2022/2023 zijn nieuwe verkeers(milieu)modellen voor 2020 en 2040 gemaakt. Die modellen laten andere lagere verkeersintensiteiten zien (zie tabel 1). Er is opnieuw gerekend met de intensiteiten voor 2030. De resultaten staan in tabel 2. Tabel 1. Straat: Deldensestraat Nijreessingel
Verkeersintensiteiten voor verschillende jaren, in motorvoertuigen per etmaal 2030 2020 2040 722 573 471 20.631 17.887 16.936
Tabel 2. Deldensestraat 205 voorgevel zijgevel achtergevel
Geluidbelasting in Lden, in dB, bij een Hw van 4,5 m. Deldensestraat Nijreessingel Cumulatief Na aftrek van 5 dB Na aftrek van 2 dB Zonder aftrek 48 53 57 42 53 55 34 49 52
Geluid Deldensestraat, zonder toepassing aftrek van 5 dB
Nijreessingel, zonder toepassing aftrek van 2 dB
Cumulatief, zonder aftrek.
Het geluid van de Deldensestraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde net niet. Het geluid van de Nijreessingel ligt wel hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Om dit te accepteren is het nodig om een hogere grenswaarde vast te stellen. OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
Ontwerpbeschikking vaststelling hogere grenswaarden Transformatie naar wonen van het pand Deldensestraat 205 in Almelo Aanleiding De gemeente is van plan om het voormalige pand van het Natuurhus, Deldensestraat 205 weer de bestemming wonen te geven. Om het bouwplan te kunnen realiseren wordt een bestemmingsplanprocedure conform artikel 3.1 Wet op de ruimtelijke ordening doorlopen. Uit het akoestisch onderzoek, dat in het kader van deze procedure is uitgevoerd, blijkt dat de woning een hogere geluidsbelasting ondervindt, vanwege het wegverkeerslawaai, dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Rapporten Bij dit besluit behoren de volgende rapportages: Natuurhus (Natuur- en Milieucentrum Almelo), Deldensestraat 205 in Almelo, Bepaling geluidbelastingen van de Omgevingsdienst Twente van 28 maart 2023. Formulier hogere grenswaarden met bijbehorende bijlagen, opgesteld door de Omgevingsdienst Twente. Wettelijk kader De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen binnen een geluidszone van de weg is wettelijk vastgesteld op 48 dB. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het vaststellen van een hogere toelaatbare geluidsbelasting op de gevel van woningen (artikel 110a lid 1 Wet geluidhinder).
Op basis van artikel 110a lid 5 Wet geluidhinder kan slechts worden overgegaan tot het vaststellen van een hogere grenswaarde indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel er overwegende bezwaren zijn in de zin van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij de toetsing is tevens rekening gehouden met wat A .O van de Wet geluidhinder is de maximaal vast te stellen geluidswaarde binnen de geluidszone van een weg in binnenstedelijk gebied 63 dB. Op basis van het gebiedsgericht geluidbeleid is de bovengrens voor de locatie met gebiedstypering ten gevolge van het wegverkeerslawaai 53 dB. Procedure Op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een hogere toelaatbare geluidbelasting is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing. Deze ontwerpbeschikking ligt zes weken ter inzage conform artikel 110c Wet geluidhinder. Belanghebbenden kunnen gedurende deze zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen.
OD Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo Postbus 499 7600 AL Almelo
Z2023-ODT-005210
KVK 71101241 BTW NL858579509B01 IBAN NL48 BNGH 028 5175 416 BIC BNGHNL2G
Overwegingen Uit het akoestisch onderzoek is gebleken dat de woning een geluidsbelasting vanwege het wegverkeersgeluid van de Nijreesingel gaat ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De berekende geluidsbelasting op de gevel van de woning is ten hoogste 53 dB ten gevolge van het wegverkeerslawaai. Mogelijkheden verbeteren akoestische situatie Er zijn meerdere bron- en overdrachtsmaatregelen te overwegen die de geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai terug zouden kunnen brengen, waardoor de situatie van de toekomstige gebruikers wordt verbeterd. Deze maatregelen zijn alleen toepasbaar indien deze niet stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Als bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende effect hebben zijn geluidsisolerende maatregelen bij de ontvanger verplicht. De mogelijke maatregelen worden hieronder beschreven. Het treffen van bronmaatregelen In het kader van deze ontwikkeling is het niet mogelijk om het motorgeluid van voertuigen te reduceren. Gelet op de functie van de Nijreessingel kan de samenstelling van het verkeer, de verkeersintensiteit en het snelheidsregime niet worden gewijzigd. Er ligt een geluidarm wegdek op de singel. Het treffen van overdrachtsmaatregelen Tussen de Nijreessingel en de toekomstige woning staan hoge geluidschermen.
De opening tussen beide schermen is nodig voor de Deldensestraat. Het treffen van maatregelen bij de ontvanger Nu bron- en overdrachtsmaatregelen niet reëel zijn dient een hogere grenswaarden voor de woning te worden vastgesteld. Het gaat om een hogere waarde van maximaal 53 dB. Omdat het gaat om een bestaand gebouw, dat al de functie van woning heeft gehad ligt het voor de hand om te streven naar een binnenniveau van 33 dB. Als dat niet haalbaar is dient een binnenniveau van 38 dB gewaarborgd te worden. Artikel 110 lid g van de Wgh bepaalt dat de aftrek bij het vaststellen van de noodzakelijk geluidwering 0 dB bedraagt. Er wordt dus met een geluidbelasting van 55 dB gerekend. De vereiste geluidwering GA;K bedraagt daarmee (55 – 33 =) 22 dB. Als een binnenniveau van 38 dB volstaat is een geluidwering van 17 dB nodig. Naar verwachting voldoet de bestaande gevel aan die eis.
Z2022-ODT-001527
Omgevingsdienst Twente
Pagina 2 van 5
Overige aspecten (locatie specifieke afweging par. 5.6.2 gebiedsgericht geluidbeleid) Het geluidbeleid vraagt bij hogere grenswaarden om compensatie. Gelet op de reeds aanwezige maatregelen hoeven er geen extra maatregelen te worden getroffen. Conclusie Het treffen van maatregelen waardoor de geluidsbelasting op de gevel van de woning verder kan worden gereduceerd, zijn niet voldoende doeltreffend ofwel er zijn bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard om deze maatregelen toe te passen. Concluderend kan worden gesteld dat het verder verlagen van de maximale geluidsbelasting niet mogelijk is. De gevelbelastingen van de woning stijgt dus boven de voorkeursgrenswaarden van 48 dB vanwege wegverkeersgeluid uit. De hoogst toelaatbare gevelbelasting overeenkomstig de Wet geluidhinder en de bovengrens uit het gebiedsgericht geluidbeleid worden echter niet overschreden. Cumulatie Op grond van artikel 110a lid 6 Wet geluidhinder juncto artikel 110f Wet geluidhinder is er geen sprake van een gecumuleerde geluidsbelasting.
Z2022-ODT-001527
Omgevingsdienst Twente
Pagina 3 van 5
Besluit Gelet op het vorenstaande en het bepaalde in de Wet geluidhinder besluiten Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almelo het volgende:
Voor één woning behorende bij het rekenpunt D205 V op perceel AML01-G-5177 een hogere grenswaarde ten gevolge van wegverkeerslawaai van maximaal 53 dB, na toepassing van de aftrek van 2 dB, vast te stellen als gevolg van de Nijreessingel;
Voor een overzicht van de rekenpunten wordt verwezen naar de bijlagen die onderdeel zijn van het formulier hogere grenswaarden. Almelo, 12 april 2023 namens burgemeester en wethouders van gemeente Almelo,
Ir. Jan Willem Strebus Directeur Omgevingsdienst Twente
Z2022-ODT-001527
Omgevingsdienst Twente
Pagina 4 van 5
Kadastrale registratie In het kader van de kadastrale registratie wordt, na het onherroepelijk worden van dit besluit, op grond van artikel 110i Wet geluidhinder een afschrift van het definitieve besluit tot vaststelling van de hogere toelaatbare geluidbelasting verzonden aan het Kadaster Overijssel, postbus 7005, 8007 HA Zwolle. Op de navolgende wijze vindt de registratie plaats: Perceel
Aantal woning(en)
Rekenpunt
Kadastrale gegevens
Hoogste geluidbelasting
Deldensestraat 205
1 woning
D205 V
AML01-G-5177
53 dB
Verzending Een exemplaar dan wel afschrift van het ontwerpbesluit wordt verzonden aan:
Gemeente Almelo, RO-medewerker, Postbus 5100, 7600 GC Almelo;
Z2022-ODT-001527
Omgevingsdienst Twente
Pagina 5 van 5
VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 Deldensestraat 205 in Almelo
ORTAGEO Noordoost B.V.
ORTAGEO Zuidoost B.V.
ORTAGEO West B.V.
ORTAGEO Asbest B.V.
TITELBLAD
Opdrachtgever:
Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Rapportnummer:
216211/R01
Status rapport:
Definitief
Datum:
17 december 2021
Projectomschrijving:
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Deldensestraat 205 in Almelo
Rapport opgesteld door:
Ortageo Noordoost B.V. Einsteinstraat 12a 7601 PR Almelo Tel: +31 546 53 20 74 E-mail: info@ortageo.nl
STD_R070_v013_20181207
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding ........................................................................................................................................................... 1 Vooronderzoek ................................................................................................................................................ 2 Bronnen .................................................................................................................................................... 2 Algemene gegevens................................................................................................................................. 3 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 4 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 4 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 5 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 6 Hypothese ................................................................................................................................................
6 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 6 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 7 Opzet ........................................................................................................................................................ 7 Resultaten ................................................................................................................................................ 8 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................................. 9 Analyseprogramma .................................................................................................................................. 9 Analyseresultaten ..................................................................................................................................... 9 Toetsing aan de gestelde hypothesen.................................................................................................... 10 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek ....................................................................................
11 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ............................................................................................. 12
Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Foto's Appendix Kader en verantwoording
216211/R01
1
INLEIDING
In opdracht van Gemeente Almelo is door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707uitgevoerd op de locatie Deldensestraat 205 in Almelo. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratoriumonderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6). In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen.
216211/R01
1/12
2
VOORONDERZOEK
Voor de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het achterhalen van (potentieel) bodemverontreinigende activiteiten die nu plaatsvinden of in het verleden hebben plaatsgevonden op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie.
Bronnen In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen Nr.
Bron
Verwijzing/toelichting
1
Topografische kaart, kadastrale gegevens
Kadaster, opgenomen in bijlage 1
2
Mondelinge / schriftelijke informatie van opdrachtgever / eigenaar / gebruiker onderzoekslocatie
Verwerkt in dit hoofdstuk
3
Gemeente Almelo
Verwerkt in dit hoofdstuk
Internetbronnen:
4
A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten
www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl
B. Historische topografische kaarten
www.topotijdreis.nl
C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw / grondwater)
www.dinoloket.nl
D. Bodemloket (dossiervermelding onderzoek / sanering)
www.bodemloket.nl
E. Digitaal provinviaal bodeminformatiesysteem
www.omgevingsrapportage.almelo.nl
F. Ligging kabels en leidingen
www.klic-online.nl
G. Informatie hoogteligging
www.ahn.nl
H. Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
bagviewer.kadaster.nl
I.
www.qgis.com
Geografisch informatie systeem
5
Locatiebezoek, foto's onderzoekslocatie
Gecombineerd met uitvoering veldwerk en verwerkt in dit hoofdstuk
6
Eigen archief Ortageo
Verwerkt in dit hoofdstuk
Rapporten:
7
A. Verkennend bodemonderzoek locatie Deldensestraat 201 te Almelo
Lankelma Geotechniek Almelo b.v., kenmerk ATR/VN26774, d.d. 12 januari 2005
B. Nader bodemonderzoek locatie Deldensestraat 205 te Almelo
Lankelma Geotechniek Almelo b.v., kenmerk GJB/VN25852A, d.d. 11 maart 2003
C. Verkennend bodemonderzoek Locatie Deldensestraat 191 te Almelo
Lankelma Geotechniek b.v., kenmerk PKU/VN-25852, d.d. 3 januari 2003
D. Milieukundig bodem-/ballast-onderzoek onderdoorgang Nijreessingel onder spoor Almelo Hengelo
Holland Railconsult, kenmerk BOD-ED-030047433, d.d. 11 augustus 2003
216211/R01
2/12
Algemene gegevens De algemene gegevens over de locatie zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2: Algemene locatiegegevens Adres
Deldensestraat 205 in Almelo
Kadastrale aanduiding
Gemeente Almelo, sectie G, nummer 5.177
Oppervlakte
Circa 1.550 m2
Algemene omschrijving
Vroeger was dit een woonhuis met garage en schuur. Na de aanleg van de Nijreessingel is de locatie in gebruik geweest door Stichting Natuurhus Almelo. Sinds medio 2021 is het pand weer als woonhuis in gebruik met een atelier in de achterste schuur
Terreinverharding
Klinkers (pad ten zuiden van woonhuis), looppaden met siergrind
Verharding inpandig
Betonvloer in garage
De situering van de onderzoekslocatie is globaal weergegeven binnen de rode belijning op onderstaande afbeelding. Op de afbeelding is tevens de locatie van een (voormalig) stortgat weergegeven (zie paragraaf 2.4). Afbeelding 1: Situering onderzoekslocatie (bron 4I
Locatie stortgat
Afbeelding 2: Vooraanzicht (bron 4A)
216211/R01
3/12
Bodemgebruik Het perceel is van oudsher in gebruik geweest als woonbestemming. De woning en schuur is in circa 1933 gebouwd, de garage circa 1977. De bebouwing is voorzien van dakpannen. Na aanleg van de Nijreessingel in 2006 is de locatie in gebruik geweest door de Stichting Natuurhus Almelo. Sinds 2021 is weer sprake van bewoning. Het zuidelijke deel van de locatie is in gebruik als moes- en siertuin. Voor zover bekend blijft het bodemgebruik in de toekomst ongewijzigd.
Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de locatie Tijdens het verkennend bodemonderzoek van januari 2003 (bron 7B) zijn er geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen in de bovengrond. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte EOX aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties chroom, nikkel en zink aangetoond. In de ondergrond achter de garage is stortmateriaal waargenomen. In het monster van het stortmateriaal (0,5 - 1,3 m -mv) is chroom, koper, lood en zink in sterk verhoogd gehalten aangetoond. Ook zijn er licht verhoogde gehalten EOX, minerale olie en PAK aangetoond in het stortmateriaal. Aanvullend is onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de stort. Deze blijkt zowel visueel als analytisch zeer beperkt van omvang. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond (met stortmateriaal). Het is niet bekend of de stort is verwijderd. Afbeelding 3: Situatietekening nader onderzoek stortmateriaal (bron 7B)