CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 1e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Almelo - Bijlage 1 - Was-wordt tabel wijzigingen.pdf

Raad 29 november 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: 1e wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Almelo7.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt tabel wijziging artikelen APV Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:2 Beslistermijn […] 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning en op de aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf. […]

Artikel 1:2 Beslistermijn […] 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning, op de aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf en op de aanvraag om een vergunning voor een evenement. […]

Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; d. is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en Pagina 1 van 19

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Het is verplicht om op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen voor degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden of wanordelijkheden zijn afgezet of afgesloten. 4. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting is aangebracht door het

levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

bevoegde bestuursorgaan, als bedoeld in het derde lid, te verplaatsen, verwijderen of omver te halen. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:1a Verblijfsontzegging Vervallen.

Artikel 2:1a Openbare ordeverstoring 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde: a. zich hinderlijk te gedragen; b. personen lastig te vallen; c. te vechten; d. deel te nemen aan een samenscholing; onnodig op te dringen; of e. door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien ernstig gevaar dreigt voor het ontstaan van wanordelijkheden een voorwerp of stof bij zich te hebben op de in het eerste lid genoemde plaatsen met de kennelijke bedoeling om de openbare orde te verstoren.

Geen artikel -

Artikel 2:1b Digitale ordeverstoring 1. Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente Almelo, dan wel voor het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders,

Pagina 2 van 20

hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden om uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan: a. te delen of verder te (laten) verspreiden; b. in stand te laten; of c. online toegankelijk en/of zichtbaar te houden. 3. Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures. Afdeling 4. Vertoningen op openbare plaatsen Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen. 2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden op een openbare plaats als de straatartiest daarvan niet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de vertoning daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 2. Onder een straatartiest wordt mede verstaan: straatmuzikant, straatfotograaf, levend standbeeld, acrobaat, toneelspeler, draaiorgel, tekenaar, filmoperateur, gids. 3. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten behoeve van straatartiesten.

Afdeling 7. Evenementen Artikel 2:24 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: iedere voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de Pagina 3 van 20

Artikel 2:24 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt onder een evenement verstaan: iedere voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop-, theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de

kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9, 2:26a en 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder e. 2. Onder een evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. 3. Evenementen worden onderverdeeld in de volgende categorieën: a. meldingsplichtig evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd; b. A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving, de openbare orde, de veiligheid en/of gevolgen voor het verkeer; c. B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving, de openbare orde, de veiligheid en/of gevolgen voor het verkeer; d. C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer, de openbare orde, de openbare veiligheid en hulpverleningsdiensten.

Pagina 4 van 20

kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9, 2:26a en 2:39; en g. sportwedstrijden. 2. Onder een evenement wordt mede verstaan: herdenkingsplechtigheid, kermis, circus, braderie, optocht op de weg, feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg en vechtsportwedstrijden en -gala’s met een professioneel en bedrijfsmatig karakter. 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan: evenement met een laag risicoprofiel, die voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het een eendaags evenement betreft; b. het evenement plaatsvindt op zondag tussen 13.00 uur en 22.00 uur of op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 uur en 23.00 uur; c. het aantal bezoekers op enig moment niet meer bedraagt dan driehonderd personen; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer; e. het evenement niet de doorgang voor openbaar vervoer en hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulance, belemmert; f. het evenement geen commercieel karakter heeft; g. tijdens het evenement geen (alcoholhoudende) dranken of etenswaren worden verstrekt tegen betaling of andere goederen te koop worden aangeboden; h.

ten hoogste twee kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object, mits er geen object wordt geplaatst met een verblijfsruimte die is bestemd voor meer dan honderdvijftig personen tegelijk; i. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur (op maandag tot en met zaterdag), voor 13.00 uur (op zondag) na 22.00 uur (op

zondag) of na 23.00 uur (op maandag tot en met zaterdag); j. het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 Db(c) op de gevels van omliggende panden en/of woningen niet wordt overgeschreden; en k. sprake is van een aanwijsbare organisator. 4. Onder een kleine evenement wordt mede verstaan: buurtbarbecue of straatfeest. 5. In deze afdeling wordt onderscheid gemaakt tussen vier categorieën evenementen: - klein evenement; - A-evenement (laag risico evenement); - B-evenement (gemiddeld risico evenement); en - C-evenement (hoog risico evenement). Artikel 2:25 Vergunningplicht evenementen en meldingsplicht kleine evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. […] 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:25 Vergunningplicht evenementen

Artikel 2:25 lid 2 t/m lid 4 2. Het is verboden een straatfeest of buurtbarbecue (klein evenement) te organiseren als de organisator niet ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement indien: a. het evenement plaatsvindt op zondag tussen 13.00 uur en 22.00 uur of op maandag tot en met zaterdag tussen 09.00 uur en 23.00 uur; b. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; c. het evenement niet plaatsvindt in het

Artikel 2:25a Meldingsplicht klein evenement 1. Het is verboden een klein evenement te organiseren zonder voorafgaande melding aan de burgemeester. 2. Een melding voor een klein evenement moet ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het klein evenement worden gemeld aan de burgemeester. 3. Een melding voor een klein evenement wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 4. De organisator van een klein evenement ontvangt van de melding een ontvangstbevestiging van de burgemeester. 5. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering

Pagina 5 van 20

1. Het is verboden een A-, B- of C-evenement te organiseren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunning wordt verleend aan de organisator en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden.

centrum; d. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan driehonderd personen; e. er geen bouwsel wordt geplaatst met een verblijfsruimte die is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk; f. geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 07.00 uur of na 23.00 uur; g. er een organisator is; h. de organisator ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding (bedoeld in het tweede en derde lid) besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

van een ordelijk verloop van het klein evenement, voorschriften en beperkingen stellen aan het klein evenement of het klein evenement verbieden. 6. De organisator draagt er zorg voor dat de ontvangstbevestiging, als bedoeld in het vierde lid, voorhanden is tijdens het klein evenement.

Geen artikel

Artikel 2:25b Aanvraag en procedure vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning voor een evenement wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een evenement wordt vermeld voor welk evenement een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de organisator; b. de contactgegevens van de organisator; c. een geldig legitimatiebewijs van de organisator; d. de locatie waar het evenement wordt georganiseerd; e. de datum waarop het evenement wordt georganiseerd; f. het tijdstip waarop het evenement wordt georganiseerd; g. een bewijs waaruit blijkt dat de organisator gerechtigd is tot gebruik van de locatie waar het evenement wordt georganiseerd;

-

Pagina 6 van 20

h. een plattegrond van het evenement; i. een veiligheidsplan; en j. met welke onderaannemers de organisator samenwerkt ten behoeve van het evenement. 3. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. Artikel 2:25 lid 6 en 7 6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 beslist de burgemeester binnen twaalf weken na ontvangst op de aanvraag voor een vergunning voor een evenement als bedoeld in artikel 2:24, derde lid, onder d. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2:25c Beslistermijnen 1. De burgemeester beslist op de aanvraag van een vergunning voor een evenement: a. binnen acht weken bij een A-evenement; b. binnen tien weken bij een B-evenement; en c. binnen twaalf weken bij een C-evenement. 2. De in het eerste lid gestelde termijnen kunnen door de burgemeester met ten hoogste vier weken worden verlengd. 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Geen artikel -

Artikel 2:25d Gegevens vergunning 1. De vergunning voor een evenement vermeldt in ieder geval: a. de organisator; b. de contactgegevens van de organisator; c. voor welk evenement de vergunning is verleend; d. de locatie van het evenement waarvoor de vergunning is verleend; e. de datum van het evenement waarvoor de vergunning is verleend; f. het tijdstip van het evenement waarvoor de vergunning is verleend; en g. de voorschriften of beperkingen die aan het evenement zijn verbonden. 2. De organisator draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan voorhanden is tijdens het evenement. 3. De organisator meldt iedere verandering waardoor het evenement niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde

Pagina 7 van 20

vergunning, indien het evenement (nog steeds) aan het in deze afdeling bepaalde voldoet. Geen artikel -

Artikel 2:25e Voorschriften, beperkingen en verbod evenement Onverminderd het bepaalde in artikel 1:4 kan de burgemeester, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van het evenement, voorschriften en beperkingen stellen aan het evenement of het evenement verbieden.

Geen artikel -

Artikel 2:25f Aanwijzingen De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van het evenement, voorafgaand, tijdens en na afloop van het evenement aanwijzingen geven, die de organisator terstond moet opvolgen.

Geen artikel

Artikel 2:25g Weigeringsgronden

-

1. Een vergunning voor een evenement wordt geweigerd indien: a. de organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of b. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de organisator in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstaan. 3. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:8 kan een vergunning voor een evenement worden geweigerd indien: a. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van artikel 2:25h, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; b. reeds eerder een vergunning, die verleend is aan de organisator, is ingetrokken op grond van

Pagina 8 van 20

artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na intrekking van de vergunning; of c. de openbare orde, de openbare veiligheid of de woon- en leefomgeving onevenredig nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het evenement waarvoor de vergunning is aangevraagd. Geen artikel -

Pagina 9 van 20

Artikel 2:25h Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een evenement wordt ingetrokken indien: a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest; b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; of c. in het geval er sprake is van een langdurend of meerdaags evenement, als zich tijdens het evenement feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. 2. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:6 kan de vergunning voor een evenement worden ingetrokken indien: a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. de organisator het toezicht op het evenement belemmert of bemoeilijkt; d. de organisator de door de burgemeester gestelde aanwijzingen, als bedoeld in artikel 2:25f, niet terstond of volledig heeft opgevolgd;

of e. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen. Geen artikel -

Artikel 2:25i Vervallen vergunning De vergunning voor een evenement vervalt indien: a. de organisator heeft aangegeven dat het evenement niet zal gaan plaatsvinden; b. is gebleken dat een niet in de vergunning vermeld persoon (feitelijk) organisator is geworden; of c. de organisator is overleden.

Geen artikel -

Artikel 2:25j Vereisten aan organisator De organisator van een evenement is bereikbaar gedurende de uren dat het evenement daadwerkelijk plaatsvindt.

Geen artikel

Artikel 2:25k Openbare ordeverstoring bij evenementen 1. Het is verboden bij een evenement de openbare orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de openbare orde te verstoren. 3. Het is verboden bij evenementen lachgas, als bedoeld in artikel 2:47a, eerste lid, te gebruiken of voorbereidingen daartoe te verrichten.

-

Geen artikel -

Pagina 10 van 20

Artikel 2:25l Nadere regels 1. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten behoeve van geluidsnormering en ten behoeve van op- en afbouwwerkzaamheden voorafgaand, tijdens of na een evenement. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden.

Artikel 2:28 Vergunningplicht openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden. 3. In afwijking van hetgeen is bepaald in het tweede lid en in artikel 1:5, eerste lid, is een vergunning voor een openbare inrichting die verleend is aan een paracommerciële rechtspersoon niet persoonsgebonden. De vergunning wordt op naam gesteld van de paracommerciële rechtspersoon.

Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning 1. Bij de aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting door de exploitant is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een openbare inrichting is ingetrokken; e. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; f. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van de openbare inrichting; g. een beschrijving en plattegrond van de indeling van de openbare inrichting en voor zover van toepassing een beschrijving en

Artikel 2:28a Aanvraag en procedure vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning voor een openbare inrichting wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); b. de contactgegevens van de exploitant(en); c. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant(en); d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; e. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; f. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een openbare inrichting door de exploitant is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een openbare inrichting is

Pagina 11 van 20

plattegrond van de ligging en omvang van het terras. 2. Indien een leidinggevende is aangesteld, is het eerste lid, onder a en b, van overeenkomstige toepassing op de leidinggevende. 3. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

ingetrokken; g. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van de openbare inrichting; h. een beschrijving en plattegrond van de indeling (lokaliteiten en afmetingen) van de openbare inrichting en voor zover van toepassing een beschrijving en plattegrond van de ligging en omvang (afmetingen) van het terras; i. de beoogde duur van de vergunning; en j. de beoogde openingstijden. 3. Indien een leidinggevende is aangesteld, is het eerste lid, onder a, b, c en f van overeenkomstige toepassing op de leidinggevende. 4. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

Artikel 2:28b Beslistermijnen […] 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 2:28b Beslistermijnen […] 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting 1. De vergunning voor een openbare inrichting vermeldt in ieder geval: a. de exploitant; b. de leidinggevende; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; e. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; f. de geldigheidsduur van de vergunning; en g. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan aanwezig is in de openbare inrichting waarvoor de vergunning (mede) is verleend.

Artikel 2:28c Gegevens vergunning openbare inrichting 1. De vergunning voor een openbare inrichting vermeldt in ieder geval: a. de exploitant(en); b. de leidinggevende(n); c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend; e. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; f. in het geval de vergunning niet voor onbepaalde tijd wordt verleend, de geldigheidsduur van de vergunning; g. de lokaliteiten en afmetingen van de

Pagina 12 van 20

[…]

openbare inrichting; h. de openingstijden van de openbare inrichting; i. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; en j. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning en het daarbij behorende aanhangsel of een afschrift daarvan aanwezig is in de openbare inrichting waarvoor de vergunning (mede) is verleend. […]

Artikel 2:28d Weigeringsgronden […] 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan. […]

Artikel 2:28d Weigeringsgronden […] 2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan. Een exploitant of leidinggevende is in ieder geval van slecht levensgedrag als niet voldaan wordt aan de gestelde eisen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Alcoholbesluit. […]

Artikel 2:28e Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt ingetrokken indien: […] d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 2:28d, eerste lid, onder a tot en met e; of […] 2. De vergunning voor een openbare inrichting kan worden geschorst of ingetrokken indien: […]

Artikel 2:28e Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een openbare inrichting wordt ingetrokken indien: […] d. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 2:28d, eerste lid; of […] 2. De vergunning voor een openbare inrichting kan worden geschorst of ingetrokken indien: […] e. de exploitant dan wel de leidinggevende het toezicht op de openbare inrichting belemmert of bemoeilijkt.

Artikel 2:28f Vervallen vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 2:28e vervalt een vergunning wanneer: a. de exploitatie van openbare inrichting feitelijk is beëindigd; b. de openbare inrichting geheel of gedeeltelijk

Artikel 2:28f Vervallen vergunning De vergunning voor een openbare inrichting vervalt indien: a. de exploitatie van openbare inrichting feitelijk is beëindigd; b. de openbare inrichting geheel of gedeeltelijk

Pagina 13 van 20

is overgedragen; of c. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

is overgedragen; c. de exploitant is overleden; of d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Afdeling 11. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:47a Gebruik en verkoop van lachgas 1. Het is verboden om op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen lachgas te gebruiken in combinatie met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 2. Het is verboden om op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen, die deel uitmaken van een door de burgemeester aangewezen gebied, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, of al dan niet tegen betaling aan te bieden; 3. Het is verboden om bij evenementen lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of al dan niet tegen betaling aan te bieden.

Artikel 2:47a Verboden lachgasgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door de burgemeester, ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Vervallen.

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen

Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te

Pagina 14 van 20

gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

Afdeling 13. Vuurwerk en carbidschieten Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: consumentenvuurwerk als bedoeld in het Vuurwerkbesluit.

Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Afdeling 16. Woonoverlast Artikel 2:79 Woonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. […]

Artikel 2:79 Woonoverlast 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. […]

Hoofdstuk 3. Toezicht op seksbedrijven Hoofstuk. 3 Toezicht op seksbedrijven

Hoofstuk 3. Toezicht op seksbedrijven

Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Maximumstelsel […] 2. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3:3 Maximumstelsel […] 2. Voor het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3:5 Aanvraag en procedure vergunning 1. Bij de aanvraag van een vergunning voor een

Artikel 3:5 Aanvraag en procedure vergunning 1. Een aanvraag om een vergunning voor een

Pagina 15 van 20

seksbedrijf wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant; b. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; e. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; f. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; g. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; h. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; i. een indicatie van de omvang van het bedrijf; en j. een bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:15. 2. Indien een beheerder is aangesteld, is het eerste lid, onder a, b, c en d, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 3. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. 4. De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende: a.

de inhoud en de wijze van indiening van een aanvraag van een vergunning; b. de verdelings- en toekenningsprocedure van een vergunning.

Pagina 16 van 20

seksbedrijf wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een seksbedrijf wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden: a. de persoonsgegevens van de exploitant(en); b. de contactgegevens van de exploitant(en); c. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant(en); d. het adres waar het seksbedrijf wordt geëxploiteerd; e. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; f. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een seksbedrijf door de exploitant is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken; h. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf; i. een beschrijving en plattegrond van de indeling (afmetingen) van de seksinrichting; j. de beoogde duur van de vergunning; k. de beoogde openingstijden; l. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; en m. een bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:15. 3.

Indien een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c en g, van overeenkomstige toepassing op de beheerder. 4. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. 5. De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen,

waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende: a. de inhoud en de wijze van indiening van een aanvraag van een vergunning; b. de verdelings- en toekenningsprocedure van een vergunning. Artikel 3:6 Beslistermijnen […] 3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 3:6 Beslistermijnen […] 3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 3:7 Gegevens vergunning 1. De vergunning voor een seksbedrijf vermeldt in ieder geval: a. de exploitant; b. de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning is verleend; f. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; g. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. de geldigheidsduur van de vergunning; en i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning (mede) is verleend en dat tevens aan de buitenzijde of direct bij binnenkomst van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. […]

Artikel 3:7 Gegevens vergunning 1. De vergunning voor een seksbedrijf vermeldt in ieder geval: a. de exploitant(en); b. de beheerder(s); c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; e. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning is verleend; f. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. de geldigheidsduur van de vergunning; h. de lokaliteiten en afmetingen van de seksinrichting; i. de openingstijden van het seksbedrijf en de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting; j. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; k. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; en l. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning en het daarbij behorende aanhangsel of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de

Pagina 17 van 20

vergunning (mede) is verleend en dat tevens aan de buitenzijde of direct bij binnenkomst van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. […] Artikel 3:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt geweigerd indien: […] k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan. […] 3. Een vergunning voor een seksbedrijf kan worden geweigerd indien: […] c. de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend; […]

Artikel 3:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt geweigerd indien: […] k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan. […] 3. Een vergunning voor een seksbedrijf kan worden geweigerd indien: […] c. de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het exploiteren van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend; […]

Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een seksbedrijf wordt ingetrokken indien: […] f. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder a tot en met j; of […] 2. De vergunning voor een seksbedrijf kan worden geschorst of ingetrokken indien: […] e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; of f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar

Artikel 3:9 Intrekkingsgronden 1. De vergunning voor een seksbedrijf wordt ingetrokken indien: […] f. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid; of […] 2. De vergunning voor een seksbedrijf kan worden geschorst of ingetrokken indien: […] e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen; f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar

Pagina 18 van 20

oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten.

oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten; of g. de exploitant dan wel de beheerder het toezicht op het seksbedrijf en/of de seksinrichting belemmert of bemoeilijkt.

Artikel 3:10 Vervallen vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 3:9 vervalt een vergunning wanneer: a. de exploitatie van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting feitelijk is beëindigd; b. het seksbedrijf geheel of gedeeltelijk is overgedragen; c. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan vanwege overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3:10 Vervallen vergunning De vergunning voor een seksbedrijf vervalt indien: a. de exploitatie van het seksbedrijf en/of de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting feitelijk is beëindigd; b. het seksbedrijf geheel of gedeeltelijk is overgedragen; c. de exploitant is overleden; of d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3:11 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder e; b. geen vermelding op te nemen van het vergunningnummer, bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, onder h; c. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende seksbedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Artikel 3:11 Adverteren Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf: a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder j; b. geen vermelding op te nemen van het vergunningnummer, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder l; c. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende seksbedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Afdeling 3. Aanvullende bepalingen Artikel 3:16 Vereisten aan exploitant en beheerder 1. De exploitant dan wel de beheerder van een seksbedrijf met een seksinrichting, is in die inrichting aanwezig en bereikbaar gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend, of kan zo nodig binnen vijf minuten na een oproep aanwezig zijn in de seksinrichting. 2. De exploitant draagt er zorg voor dat in de Pagina 19 van 20

Artikel 3:16 Vereisten aan exploitant en beheerder 1. De exploitant dan wel de beheerder van een seksbedrijf met een seksinrichting, is in de seksinrichting aanwezig en bereikbaar gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend, of kan zo nodig binnen vijf minuten na een oproep aanwezig zijn in de seksinrichting.

bedrijfsadministratie de actuele gegevens zijn opgenomen van de sekswerkers die voor of bij de exploitant werken en dat het daarop betrekking hebbende deel van de bedrijfsadministratie en het bedrijfsplan, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, te allen tijde beschikbaar zijn voor toezichthouders. 3. De exploitant en de beheerder dragen er zorg voor dat de hygiënerichtlijnen voor seksinrichtingen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid worden nageleefd.

Pagina 20 van 20

2. Het is verboden om als exploitant dan wel als beheerder, gedurende de uren dat degene werkzaam is als exploitant dan wel als beheerder, gelijktijdig werkzaam te zijn als sekswerker. 3. De exploitant draagt er zorg voor dat de voor of bij het seksbedrijf werkzame personen niet zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel. 4. De exploitant draagt er zorg voor dat in de bedrijfsadministratie de actuele gegevens zijn opgenomen van de sekswerkers die voor of bij de exploitant werken en dat het daarop betrekking hebbende deel van de bedrijfsadministratie en het bedrijfsplan, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, te allen tijde beschikbaar zijn voor toezichthouders. 5. De exploitant dan wel de beheerder draagt er zorg voor dat er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval: a. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers; b. een werkrooster van de per dag werkzame sekswerkers in de seksinrichting, waarop van iedere sekswerker is aangegeven op welk tijdstip de sekswerker is begonnen en geëindigd met werken; c. een werkrooster van de per dag werkzame beheerders in de seksinrichting; d. de verhuuradministratie, in het geval sprake is van verhuur van een kamer in de seksinrichting. 6.

De exploitant en de beheerder dragen er zorg voor dat de hygiënerichtlijnen voor seksinrichtingen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid worden nageleefd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=5119aca7-67a3-42ac-aad4-a319d7797c5c