4 Raadsbrief zienswijze provinciaal beleid windenergie en stand van zaken RES-Twente
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage 3
Doorkiesnummer
Behandeld door H Azimi
Datum 27 februari 2024
Onderwerp Zienswijze Provinciaal beleid zon- en windenergie
Geachte leden van de raad, Op 16 januari 2024 zijn wij door de provincie schriftelijk op de hoogte gebracht van het besluit van Gedeputeerde Staten over de aanpassing van het Provinciaal Programma Energiestrategie en de Omgevingsverordening - instructieregels zonnevelden en windenergie. Gedeputeerde Staten hebben daarnaast een voorbereidingsbesluit Windenergie 2024 genomen. Met deze raadsbrief informeren wij u hierover en over onze ingebrachte zienswijze op het provinciaal windbeleid. Provinciaal beleid wind- en zonne-energie ter inzage Windbeleid – Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben op 16 januari 2024 het ontwerp van de wijziging van de Omgevingsverordening inzake de instructieregel windenergie 2024 en het Provinciaal Programma Energiestrategie 2024 (hierna PPE) vastgesteld. Instructieregels verplichten gemeenten om bij het aanpassen van hun omgevingsplan rekening te houden met wat de provincie belangrijk vindt. In de verordening zijn de voorkeursgebieden voor wind in de provincie opgenomen en de clustereis van 4 turbines buiten de voorkeursgebieden. Daarnaast is een uitzondering opgenomen voor windturbines op bedrijventerreinen. In het Provinciaal Programma Energiestrategie is opgenomen hoe de provincie wil omgaan met vergunningverlening, het maken van programmeringsafspraken per gemeente en de vereisten voor lokaal eigendom.
Het ontwerp van de wijziging van de Omgevingsverordening 2024, het Provinciaal Programma Energiestrategie en de Omgevingseffectrapportage liggen ter inzage van 18 januari 2024 tot en met 28 februari 2024. Binnen deze termijn kan iedereen zienswijzen indienen. Het ‘Ontwerp provinciaal programma energiestrategie 2024’ en ‘Aanpassing omgevingsverordening Overijssel instructieregels windenergie’ zijn als bijlagen bijgevoegd. De openbare documenten met betrekking tot het wind- en zonbeleid van de provincie Overijssel zijn ook online te lezen1. GS hebben op 16 januari 2024 ook een voorbereidingsbesluit Windenergie 2024 genomen. Hiermee kunnen ontwikkelingen die in strijd zijn met het voorgenomen ruimtelijke beleid voor wind worden tegengehouden totdat de nieuwe instructieregel voor wind in de Omgevingsverordening is opgenomen. Volgens planning zullen Provinciale Staten in maart 2024 een besluit nemen over de vaststelling van de nieuwe instructieregel windenergie.
Zonbeleid - GS hebben op 16 januari 2024 het ontwerp van de ‘Aanpassing Omgevingsverordening Overijssel – instructieregel zonnevelden 2024’ vastgesteld. In de Omgevingsverordening stonden al instructieregels over zonnevelden. Deze worden nu strenger, waardoor het in principe niet langer mogelijk is om zonnevelden te realiseren op landbouw- en natuurgronden.
1
Documentatie wind- en zonbeleid | Nieuwe Energie Overijssel
Pagina 1 van 3 Raad - 2408159 DCS - 2175969
In de instructieregel staan de uitzonderingen wanneer nog wel zonnevelden mogen worden gerealiseerd. Daarvoor gelden dan wel bepaalde voorwaarden. Ook dit ontwerp ligt ter inzage tot en met 28 februari 2024. In Almelo zijn de zonneveldprojecten reeds gerealiseerd, in oprichting of vergund. Een zienswijze op de ‘Aanpassing Omgevingsverordening Overijssel – instructieregel zonnevelden 2024’ is daarom niet nodig. Wat betekent dit voor Almelo? Centraal staat het voornemen van de provincie om een maximum vast te stellen voor de productie van windenergie per deelgebied in Overijssel, naast een fasering van de ontwikkeling van windenergie in die gebieden. GS wil daarmee tegemoet komen aan de wens van een aantal gemeenten om duidelijkheid te scheppen over het totale volume van windenergie in de deelgebieden. Voor wind wil de provincie Overijssel programmeringsafspraken maken met gemeenten over een maximum aantal op te wekken GWh per voorkeursgebied (eerder de 4 grote clusters genoemd) en daarmee het maximum aantal windturbines in Overijssel. Naast een maximale hoeveelheid per gebied wil GS in de tijd verschillende (deel)gebieden open kunnen stellen voor vergunningaanvragen. Dit maakt het mogelijk om te sturen op de vergunningverlening voor windturbines in aantal en tijd.
Het doel hiervan is dat er meer rust in het proces geboden kan worden aan die gebieden omdat er daarna geen nieuwe initiatieven meer in behandeling hoeven te worden genomen en ervoor gezorgd kan worden dat de randvoorwaarden goed in positie zijn wanneer het gebied ‘open’ gesteld wordt voor aanvragen. Het verschil met andere gemeenten is dat met de ATT-gemeenten (Almelo, Tubbergen en Twenterand) en de provincie Overijssel al afspraken zijn gemaakt over de komst van windenergie in een bepaalde omvang en met veel andere gemeenten nog niet. Het ATT-gebied maakt deel uit van het provinciale voorkeursgebied A35/ATT. Voor het ATT-gebied heeft de provincie in het ontwerp PPE een (indicatief) maximum van 180 GWh opgenomen. Dit komt overeen met het maximum in de bandbreedte voor ATT (120-180 GWh). De gezamenlijke ATT-uitgangspunten zijn opgenomen in het gezamenlijk ATT-ontwikkelkader dat op 18 september 2023 door ons college is vastgesteld. Voor het ATT-gebied zijn de afspraken: - De afbakening van het zoekgebied: Almelo heeft 1 zoekgebied voor grootschalig wind aangewezen (dit valt binnen het ATT-zoekgebied). - Het maximum aantal GWh: de indicatieve doelstelling om in het ATT-gebied in totaal 120 tot 180 GWh windenergie op te wekken, wat overeenkomt met 6 tot 10 grote windturbines. - De verdeling tussen de gemeenten: het aandeel hierin voor Almelo ligt tussen de 3 tot 5 windturbines.
- Naast technische uitgangspunten zijn in het gezamenlijk ATT-ontwikkelkader ook uitgangspunten voor Lokaal Eigendom (zeggenschap, participatie en financiële participatie) opgenomen: “Windturbines worden gerealiseerd met als uitgangspunt minimaal 50% lokaal eigendom, waarbij gestreefd wordt naar 100% lokaal eigendom.” - De afspraken voor ATT zijn bestuurlijk bekrachtigd. Ook in Twenterand en Tubbergen zijn deze afspraken bestuurlijk vastgesteld. Deze afspraken die voor het ATT-gebied zijn gemaakt blijven staan, zoals opnieuw is bevestigd in een bestuurlijk overleg over de uitwerking van het provinciaal windbeleid met de provincie op 9 januari 2024. Deze afspraken vormen de basis voor de programmeringsafspraken van de ATT-gemeenten met de provincie. Verdere afspraken over de fasering en de ontwikkeling van wind zullen ook lopen binnen ATT samenwerking. Hier zal ook de verdere uitwerking en borging van het Lokaal eigendom een plek krijgen.
Lokaal Eigendom Het provinciaal beleid neemt het streven naar minimaal 50 % lokaal eigendom als uitgangspunt. Wel constateert de provincie dat lokaal eigendom enkel via het ruimtelijke spoor niet juridisch afdwingbaar is. Dit bleek ook uit het rapport Verkenning ontwikkelvarianten ATT wind. De voorkeurs-ontwikkelvariant die daarom voor de windontwikkeling in het ATT-gebied is gekozen en bekrachtigd door het collegebesluit van 18 september 2023 (een publiek-private samenwerking met lokale partijen) past binnen de omschrijving van lokaal eigendom in het concept PPE. De uitwerking en invulling hiervan vraagt om een actieve houding van gemeente(n) en inwoners. De werkwijze voor het ATT-gebied via een onafhankelijk verkenner die de mogelijkheden om lokale samenwerkingspartners bij elkaar te brengen in kaart brengt, geeft hieraan vorm.
Pagina 2 van 3
Erfmolens Het concept windbeleid van de provincie maakt onderscheid tussen windturbines en erfmolens 2. De provincie hanteert voor erfmolens een tiphoogte van maximaal 25 meter, met een afwijkingsmogelijkheid voor een hogere tiphoogte indien wordt onderbouwd dat de ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast. Erfmolens zijn alleen toegestaan binnen bouwpercelen van (agrarische) bedrijven. In onze Duurzame Energieladder zijn echter erfmolens tot 15 meter ashoogte – onder voorwaarden, op of aansluitend aan een (agrarisch) erf – toegestaan. In de praktijk wijkt het Almelose beleid daarmee niet veel af van het provinciale beleid. Ingediende zienswijze op het ontwerp provinciaal windbeleid Gemeente Almelo heeft op het voorgestelde provinciaal windbeleid een zienswijze ingediend op de volgende onderwerpen: - verduidelijking van de gebruikte begrippen en procedures; - belang lokaal eigendom en; - programmeringsafspraken. Bijlage(n) 1. Ontwerp provinciaal programma energiestrategie 2024 2. Aanpassing omgevingsverordening Overijssel instructieregels windenergie 3. Zienswijze gemeente Almelo op provinciaal windbeleid (PPE en Omgevingsverordening).
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
M. M. van ’t Veld
‘Kleine windturbines op het erf van een (agrarisch) bedrijf waarmee energie wordt opgewekt voor eigen gebruik.’ 2
Pagina 3 van 3
Aanpassing Omgevingsverordening Overijssel instructieregels windenergie
Aanpassing artikel 1.1 (begripsbepalingen): De begripsbepaling voor ‘windturbine’ in artikel 1.1 wordt gewijzigd in: Windturbine
Een door wind aangedreven bouwwerk waarmee energie wordt opgewekt, niet zijnde een erfmolen.
Aan artikel 1.1 wordt de volgende begripsbepaling toegevoegd: Erfmolen
Kleine windturbines op het erf van een (agrarisch) bedrijf waarmee energie wordt opgewekt voor eigen gebruik. Programmeringsafspraken windenergie
Bestuurlijke afspraken tussen de provincie Overijssel en gemeenten over onder meer het ambitieniveau voor de verduurzaming van de energievoorziening, de benodigde hoeveelheid opgesteld vermogen aan windenergie, het aantal windturbines dat daarvoor minimaal gerealiseerd moet worden binnen de provincie en de verdeling daarvan over de verschillende regio’s en de bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt.
Vervanging paragraaf 4.11.2 Windenergie door een nieuwe paragraaf 4.11.2 Windenergie met deze inhoud:
Paragraaf 4.11.2 Windenergie Artikel 4.107 (aanwijzing uitsluitingsgebieden windenergie, zoekgebieden windenergie en voorkeursgebieden windenergie) Lid 1
Als uitsluitingsgebied windturbines zijn aangewezen: Nationaal Landschap IJsseldelta en Nationaal Landschap NoordoostTwente, zoals aangewezen in artikel 4.53. Lid 2
Als zoekgebieden windenergie Noordoost Twente zijn aangewezen gebieden binnen een Nationaal Landschap die kansrijk worden geacht voor het realiseren van de opgave van duurzame energieopwekking met wind. Lid 3
Als voorkeursgebieden windenergie zijn aangewezen gebieden die kansrijk worden geacht voor grootschalige clustering van windturbines.
Artikel 4.108 (instructieregel uitsluitingsgebied windenergie) Lid 1
Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid om windturbines op te richten in gebieden die zijn aangewezen als ‘uitsluitingsgebied windturbines’. Lid 2
In afwijking van het eerste lid kan binnen de zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente ruimte geboden worden voor het realiseren van clusters van minimaal 4 windturbines, als: a. dit noodzakelijk is voor de opgave van duurzame energieopwekking met wind; en mits b. de landschappelijke inpassing conform de aanwezige gebiedskenmerken is verzekerd.
Artikel 4.108a (instructieregel voorkeursgebieden windenergie) Lid 1
Omgevingsplannen voorzien niet in nieuwe ontwikkelingen binnen voorkeursgebieden windenergie, die een optimale invulling van het gebied voor grootschalige clustering van windturbines in de weg staan.
Artikel 4.108b (instructieregel clustering windturbines) Lid 1
Omgevingsplannen voorzien op gronden buiten de voorkeursgebieden alleen in de mogelijkheid om nieuwe windturbines op te richten als deze windturbines deel uitmaken van een cluster van minimaal 4 windturbines. Lid 2
In afwijking van het eerst lid kan op gronden die deel uitmaken van een bedrijventerreinen of daar direct aan grenzen ruimte worden geboden voor het realiseren van 1 of meer windturbines.
Artikel 4.108c (programmeringsafspraken windenergie) Lid 1
Omgevingsplannen voorzien niet in het oprichten van windturbines voor zover dit ertoe leidt dat er in Overijssel jaarlijks in totaal meer dan 2 TWh aan windenergie geproduceerd wordt. Lid 2
Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe windturbines worden opgericht als dit past binnen de geldende programmeringsafspraken windenergie, zoals deze zijn gemaakt en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. Lid 3
Wanneer de realisatie van een nieuwe windturbine niet past binnen geldende programmeringsafspraken windenergie, kan de windturbine alleen worden opgericht als daarvoor vooraf instemming is verkregen van Gedeputeerde Staten. Lid 4 Lid 4
Als er voor de gemeente geen programmeringsafspraken windenergie gelden, zijn Gedeputeerde Staten bevoegd om vast te stellen wat het maximum is van het opgesteld vermogen om windenergie op te wekken en het daarvoor benodigde aantal windturbines dat daarvoor binnen een gemeente opgericht mag worden. Artikel 4.108d (instructieregel erfmolens) Lid 1
Omgevingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid om erfmolens op te richten binnen de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven. Lid 2
Erfmolens als bedoeld in het eerste lid hebben een tiphoogte van maximaal 25 meter. Lid 3
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan een hogere tiphoogte worden toegestaan, mits onderbouwd is dat een erfmolen met die tiphoogte niet leidt tot aantasting van de ruimtelijke kwaliteit
zoals die op basis van de uitspraken die de Catalogus Gebiedskenmerken voor dat gebied, moeten worden behouden en versterkt.
Toelichting Paragraaf 4.11.2 Windenergie Provinciaal belang In de Omgevingsvisie is de provinciale ambitie vastgelegd van een betrouwbare, duurzame en betaalbare energievoorziening met beperking van uitstoot van broeikasgassen. Daarbij zet de provincie in op een transitie waarin aan de ene kant bespaard wordt op energie door het terugdringen van het energieverbruik en het efficiënter gebruik van energie. Aan de andere kant zal er in de opwekking van energie een omslag gemaakt moeten worden van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen naar het steeds verder vergroten van het aandeel hernieuwbare energie in de energievoorziening (energie uit bronnen als de zon, wind, biomassa en ondergrond). Overijssel wil bijdragen aan een klimaatneutraal Nederland in 2050. In West-Overijssel is in de Regionale Energie Strategie (RES) de ambitie geformuleerd om 1,794 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030. Het RES-gebied Twente heeft als ambitie om 1,5 TWh duurzame elektriciteit duurzaam op te wekken in 2030. Om die ambitie te kunnen realiseren (3,3 TWh duurzame energie in 2030, waarvan 2 TWh duurzame energie door wind op land) zal er ruimte gemaakt moeten worden voor wind- en zonne-energie, naast de inzet op energiebesparing en het verbeteren van systeemefficiëntie.
Bij het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie geldt voor windenergie dat de provincie in ieder geval de bestuurlijke afspraken met het Rijk over het realiseren van windenergie op land wil nakomen.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 4.108 (instructieregel uitsluitingsgebied windenergie) Niet overal binnen Overijssel is de oprichting van windturbines gewenst, gelet op de impact die dat kan hebben op landschappelijke en natuurlijke waarden. Voor gebieden die aangewezen zijn als uitsluitingsgebied windenergie geldt een verbod op voorhand om windturbines op te richten. Op dit moment zijn alleen de Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente aangewezen als uitsluitingsgebied windenergie. Gelet op de opgave om de energievoorziening te verduurzamen, wordt de mogelijkheid geboden om in afwijking van het verbod op het oprichten van windturbines ook binnen de Nationale Landschappen in
speciaal daarvoor aangewezen zoekgebieden, toch windturbines toe te staan. Voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente heeft eerder een herijking van de status uitsluitingsgebied windenergie plaatsgevonden, waarbij zoekgebieden windenergie zijn aangewezen. Voor het Nationaal Landschap IJsseldelta moet deze herijking nog worden uitgevoerd. De Nationale Landschapen blijven dus gelden als uitsluitingsgebied windenergie, maar in de Omgevingsverordening is geregeld dat het generieke verbod op windenergie niet geldt voor de zoekgebieden windenergie die daarbinnen zijn aangewezen. Op verzoek van de gemeenten in het Nationaal Landschap Twente geldt voor de zoekgebieden binnen uitsluitingsgebieden windenergie een clustereis van minimaal 3 windturbines. Met deze afwijkende clustereis houden we rekening met de beperkte mogelijkheden voor de opstelling van windturbines binnen de zoekgebieden. Dit artikel (instructieregel uitsluitingsgebied windenergie) biedt binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente de mogelijkheid om van het absolute verbod op het plaatsen van windturbines af te wijken. Deze mogelijkheid wordt alleen geboden voor de gebieden aan de randen van het Nationaal Landschap die aangewezen zijn als ‘zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente’.
Voorwaarde is dat aangetoond is dat de plaatsing van windturbines noodzakelijk is om de opgave voor duurzame energieopwekking met wind te realiseren. Ook moet verzekerd zijn dat de windturbines goed in het landschap kunnen worden ingepast. Ruimtelijke randvoorwaarden Dat het Natuurnetwerk Nederland niet langer wordt aangemerkt als uitsluitingsgebieden windenergie betekent niet dat de plaatsing van windturbines overal zondermeer is toegestaan. Na het schrappen van het generieke verbod op het plaatsen van windturbines, blijven de andere provinciale beleidskaders van toepassing. Dit betekent dat locaties die vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), beoordeeld moeten worden op de voorwaarden die de regeling voor het NNN voor nieuwe ontwikkelingen stelt. Verder zal bij de plaatsing van windturbines recht gedaan moeten worden aan normerende en richtinggevende uitspraken die in de Catalogus Gebiedskenmerken over het landschap worden gedaan. Op de plaatsing van windturbines is altijd de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing. Gebiedskenmerken Buiten uitsluitingsgebieden windenergie is de oprichting van windturbines in principe toegestaan op grond van het provinciale beleid. Of medewerking kan worden verleend aan een initiatief wordt beoordeeld met behulp van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie
(OF, WAAR, HOE). Een belangrijk punt daarin is de vraag hoe de plaatsing van een windturbine zich verhoudt tot de gebiedskenmerken die van toepassing zijn in de specifieke lokale situatie. Er zal sprake moeten zijn van een goede landschappelijke inpassing op basis van de aanwezige gebiedskenmerken. Deze eis vloeit voort uit het bepaalde in afdeling 4.2 en 4.3 van deze verordening (sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit). In artikel 4.9 en volgende is geregeld hoe onderbouwd moet worden dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van ruimtelijke kwaliteit. Ecologisch onderzoek Afhankelijk van de situering ten opzichte van natuurgebieden, zal ecologisch onderzoek nodig zijn om aan te tonen dat de oprichting van de windturbines niet zal leiden tot significante effecten op beschermde natuurwaarden. Beperkingengebieden windenergie luchthavenbesluit Twente Airport Op de kaart windenergie staan beperkingengebieden aangegeven. De beperkingen voor het oprichten van windturbines in deze gebieden worden niet geregeld in paragraaf 4.11.2 Windturbines, maar komen voort uit de hoogtebeperkingen die worden opgelegd in artikel 7.16 van het Luchthavenbesluit Twente Airport voor de vliegveiligheid. Artikel 4.108a (instructieregel voorkeursgebieden windenergie) Wij streven naar grootschalige clustering van windturbines in landschappen die daarvoor geschikt zijn.
Daarmee kan een forse bijdrage geleverd worden aan de verduurzaming van de energievoorziening en voorkomen we versnippering van het landschap op andere plekken in de provincie. Om te zorgen dat deze voorkeursgebieden geschikt blijven voor grootschalige clusters van windturbines, regelen wij aan de ene kant vrijwaring van ontwikkelingen die dat in de weg staan. Aan de andere kant zorgen we met de eis van een optimale invulling voor windenergie, dat het gebied zo goed mogelijk benut wordt voor de windopgave. Dit betekent dat windprojecten die kleiner zijn dan de ruimtelijke potentie zo vormgegeven worden dat toekomstige projecten in het gebied mogelijk blijven.
Artikel 4.108b (instructieregel clustering windturbines) We voeren voor windturbines een clustereis in met het oog op de ruimtelijke kwaliteit. Met de clustereis gaan we versnippering van het
landschap tegen en maken we opstellingen met meerdere windturbines mogelijk die een rustig beeld opleveren. De clustereis betekent niet dat alleen nog initiatieven van 4 windturbines en meer mogelijk zijn. Door op een goede manier aan te sluiten op andere/bestaande initiatieven, kan aan de clustereis worden voldaan. Het gaat immers om de ruimtelijke samenhang en de onderbouwing daarvan. Dat geldt ook als aangesloten wordt op de opstelling van windturbines aan de andere kant van de Duitse grens, mits er ruimtelijk sprake is van één cluster. Om duidelijk te maken hoe de clustereis kan worden ingevuld, gaan we de handreiking wind aanvullen met voorbeelden. Bij de ruimtelijke criteria die daarbij kunnen worden toegepast spelen landschapstypen, overige bebouwing en infrastructuur een rol. Artikel 4.108c (programmeringsafspraken windenergie) We gaan programmeringsafspraken maken met gemeenten waarin we vastleggen hoeveel windturbines er per gemeente gerealiseerd gaan worden om te voldoen aan de afspraken die gemaakt zijn in het kader van de Regionale Energiestrategie. Daarmee zorgen we voor een evenwichtige spreiding van de opgave voor windenergie over de provincie. Doel daarvan is de openheid en kwaliteit van het landschap te waarborgen.
Hoe we de programmeringsafspraken gaan maken en welke inhoud de afspraken krijgen, werken we verder uit in het Provinciaal Programma Energiestrategie. Artikel 4.108d (instructieregel erfmolens) In de instructieregels voor windenergie maken we een onderscheid tussen windturbines en erfmolens. Daardoor komen erfmolens niet te vallen onder de clustereis die wel voor windturbines wordt gesteld. Door hun veel grotere hoogte hebben windturbines een veel grotere impact op het landschap dan de kleine erfmolens. De clustereis voor grote windturbines moet ervoor zorgen dat met een lijnopstelling een rustig beeld in het landschap kan worden gecreëerd en deze windturbines niet als confetti over het landschap verspreid raken. De veel kleinere erfmolens zijn in principe goed in te passen in het landschap op bouwpercelen van (agrarische) bedrijven omdat daar als regel al een zekere bouwmassa aanwezig is van vergelijkbare hoogte. Voor de definitie van erfmolens is een belangrijk element dat deze kleine windturbines worden toegestaan voor de energieopwekking voor eigen gebruik. De aanleiding om erfmolens toe te staan op erven is dat er daarmee een directe relatie is met de functie waarvoor de
energie wordt opgewekt. Dit wil niet zeggen dat wordt uitgesloten dat er ook energie teruggeleverd kan worden aan het energienet op het moment dat de energie niet zelf gebruikt wordt. We gaan er vanuit dat de hoogte van de erfmolen afgestemd wordt op het vermogen dat nodig is voor eigen gebruik. Voor een goede landschappelijke inpassing is het gewenst om erfmolens alleen toe te staan op de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven en niet bij burgerwoningen in het buitengebied. Op de bouwpercelen van (agrarische) bedrijven is als regel sprake van een bouwmassa van een behoorlijke omvang, hogere bebouwing en vaak hoog opgaande beplanting, waardoor een erfmolen minder gauw een storend element in de ruimte is. Ook biedt het bouwperceel van een (agrarisch) bedrijf meer ruimte om een erfmolen in te passen dan het erf van een burgerwoning. Een erfmolen met een maximale tiphoogte van 25 meter is in principe in elk landschap inpasbaar op bouwpercelen van (agrarische) bedrijven. Een hogere erfmolen kan ook landschappelijk inpasbaar zijn, maar dat vergt een individuele toets aan de hand van de gebiedskenmerken. Daarom is hiervoor een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in dit artikel met de voorwaarde dat onderbouwd moet worden dat een hogere erfmolen op die locatie past in het landschap gelet op de uitspraken die daarover worden gedaan in de Catalogus Gebiedskenmerken.
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
College van Gedeputeerde Staten Luttenbergstraat 2 8012 EE Zwolle
Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo
Telefoon : (0546) 54 1789 e-mail: hosnia.azimi@almelo.nl internet : www.almelo.nl
Uw kenmerk
Ons kenmerk
Datum
27 februari 2024 Bijlage(n)
Doorkiesnummer (0546) 54 1789
Inlichtingen bij H. Azimi
Onderwerp Zienswijze Provinciaal Programma Energiestrategie en Omgevingsverordening Windenergie Geacht college van Gedeputeerde Staten, Op 16 januari 2024 zijn wij door u schriftelijk op de hoogte gebracht van het besluit van GS over de aanpassing van het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE) en de Omgevingsverordening - instructieregels zonnevelden en windenergie. Tot eind februari 2024 geeft u ons gelegenheid tot het indienen van een zienswijze. Graag maken wij gebruik van deze mogelijkheid. Met deze brief geven wij onze reactie op het voorgenomen windbeleid op de volgende onderwerpen: Verduidelijking van de procedures (verdeelprocedure vergunningen; toets van aanvragen) en de gebruikte begrippen In het Provinciaal Programma Energiestrategie wordt een aantal procedures beschreven die naar onze mening om verduidelijking en verdere uitwerking vragen, zoals de verdeelprocedure vergunningen wind op land en de toets van aanvragen op ruimtelijke aspecten. Bijvoorbeeld: - Hoe zal de provincie rekening houden met (eerder) vastgestelde lokale ruimtelijke beleidskaders voor windenergie en het gezamenlijke ATT ontwikkelkader? Wat betekent in deze het ‘in gesprek gaan van provincie en gemeente’? - Het begrip ruimtelijke kwaliteit is in het windbeleid onduidelijk en onvoldoende uitgewerkt.
- Hoe zal de provincie bij meer aanvragen in een deelgebied de aanvragen onderling inhoudelijk (ruimtelijk) vergelijken en een rangorde bepalen? - Wat betekent een ‘optimale’ invulling van de voorkeursgebieden? De gebruikte begrippen kunnen in een aantal gevallen scherper en eenduidiger worden geformuleerd en gehanteerd. Als voorbeeld noemen wij: wat zijn de verschillen voor indieningsvereisten voor een principeverzoek en voor een aanvraag? ATT-samenwerking Afspraken voor ATT zijn bekrachtigd in het gezamenlijk ATT-ontwikkelkader, dat niet alleen bestuurlijk in Almelo, Tubbergen en Twenterand maar ook door de provincie is vastgesteld.
Deze afspraken die voor het ATT-gebied zijn gemaakt blijven staan, zoals opnieuw is bevestigd in een bestuurlijk overleg over de uitwerking van het provinciaal windbeleid met de provincie op 9 januari 2024 en daaropvolgend in een bestuurlijk overleg op 12 februari jl. Deze afspraken vormen wat ons betreft de basis voor de programmeringsafspraken van de ATT-gemeenten met de provincie. Verdere afspraken over de fasering en de ontwikkeling van wind zullen ook lopen binnen ATT samenwerking. Hier zal ook de verdere uitwerking en borging van het Lokaal Eigendom een plek krijgen. Lokaal Eigendom Het provinciaal windbeleid geeft in het PPE (o.a.in hoofdstuk 4) een uitwerking voor hoe de provincie het begrip Lokaal Eigendom wil hanteren: De provincie ‘houdt zich aan de gemaakte afspraken over participatie van inwoners en minimaal 50% lokaal eigendom’; ‘de provincie streeft ernaar om lokaal eigendom te realiseren’; ‘In de basis gaan we uit van realisatie van 50% lokaal eigendom’. En het PPE geeft in hoofdstuk 4 een uitwerking van verschillende vormen van lokaal eigendom. In het gezamenlijke ATT-ontwikkelkader wind is het volgende uitgangspunt opgenomen: ‘Windturbines worden gerealiseerd met als uitgangspunt minimaal 50% lokaal eigendom, waarbij gestreefd wordt naar 100% lokaal eigendom’.
Het ATT-ontwikkelkader geeft uitgangspunten voor zeggenschap, participatie en financiële participatie en is ook door de provincie Overijssel bestuurlijk bekrachtigd. Een verkenner heeft opdracht gekregen om invulling te geven aan de Voorkeursvariant voor ATT: een publiek-private samenwerking. We roepen de provincie daarom op om zich tot het uiterste in te spannen om voor ATT maximaal lokaal eigendom te realiseren.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
M.M. van ’t Veld