4 Inwerkingtreding Omgevingswet 2024
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage 2
Doorkiesnummer
Behandeld door M. Snijders
Datum 23 januari 2024
Onderwerp Inwerkingtreding Omgevingswet 1-1-2024
Geachte leden van de raad, Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In deze brief informeren wij u over de gevolgen van de inwerkingtreding van deze wet voor u en de ambtelijke organisatie. Hierbij komen de volgende punten aan de orde: 1. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA); 2. Adviesrecht BOPA; 3. Wijzigen Omgevingsplan 1; 4. Wijzigen Omgevingsplan 2; 5. Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); 6. Nog niet alles gaat vlekkeloos; 7. Hulplijnen; 8. Informatiebijeenkomst. 1. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gaan we werken met een vergunning voor Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten, (BOPA). Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan of een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. De BOPA maakt afwijken van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning mogelijk. Een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan alleen verleend worden als wordt voldaan aan de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor initiatiefnemers hebben we een standaard format voor de BOPA motiveringen opgesteld.
Dit format geeft aan hoe het initiatief gemotiveerd moet worden met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 2. Adviesrecht Buitenplanse Omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Net als onder het stelsel van de Wabo is onder de Omgevingswet het college bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen, uitgezonderd de categorieën van gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad is vereist. U heeft deze ‘gevallen’ in de raadsvergadering van 7 december 2021 aangewezen (zie bijlage 1 / INT - 90520) Over die gevallen adviseert u het college over de verlening van de vergunning. Voor de BOPA vergunningen geldt de reguliere procedure. Dus een vergunning moet binnen acht weken worden vergund. De formele procedure van acht weken begint te lopen op het moment dat initiatiefnemer een aanvraag voor een omgevingsvergunning indient. Pagina 1 van 4 Raad - 2408110 DCS - 2382820
Eventueel is eenmalig een verlenging van zes weken mogelijk (voor uitzonderingen, zie artikel 16.50 en 16.65 Ow, geldt dat deze worden voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb, de uitgebreide procedure). Met instemming van de initiatiefnemer kan deze beslistermijn van 8 + 6 weken verder verlengd worden. Wanneer de initiatiefnemer hiervoor geen toestemming verleent, blijft de termijn van acht weken (plus zes weken verlenging) van toepassing. Voor de meeste gevallen betekent dit dat u het college binnen de wettelijke gestelde termijnen van 8 + 6 weken adviseert over de verlening van de aangewezen categorieën van buitenplanse omgevingsvergunningen. Het raadsadvies wordt voorbereid door het college en met een raadsvoorstel voorgelegd aan de raad. U kunt dit voorstel overnemen, maar ook anders besluiten. Bij een negatief besluit wordt een nieuw voorstel voorbereid. Gelet op de korte afhandelingstijd is het niet ondenkbaar dat tijdens de behandeling van een aanvraag door de gemeenteraad nog (externe) adviezen ontbreken. Geprobeerd wordt om van te voren deze adviezen zo compleet mogelijk beschikbaar te hebben. Het niet voorhanden hebben van alle adviezen staat los van het advies van uw raad. Dit omdat beoordeling van de adviezen formeel ter beoordeling aan het college is.
U kunt wel, als u zorgen heeft over deze onderwerpen, besluiten tot een positief advies onder de voorwaarde van het verkrijgen van eveneens positieve externe adviezen. Bijlage 2 (INT – 90521) geeft het werkproces voor wat betreft het adviesrecht weer. 3. Wijzigen Omgevingsplan 1 Tot in de laatste week van december 2023 zijn ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gegaan. Voor de ontwikkelingen die in deze bestemmingspannen mogelijk worden gemaakt, geldt dat we deze nog dienen af te handelen op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). U krijgt hierdoor in het eerste kwartaal van 2024 nog enige bestemmingsplannen ter vaststelling in de raad. Daarnaast zijn tot en met 31 december 2023 aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend. Deze bouwaanvragen dienen nog volgens de wet -en regelgeving (Wabo) van 2023 te worden behandeld. Als de aanvraag betrekking heeft op een ontwikkeling die nog als ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt, dan wordt de aanvraag pas in behandeling genomen als het desbetreffende bestemmingsplan in werking is getreden. Nieuwe initiatieven die niet passen in het tijdelijke omgevingsplan worden in eerste instantie met een BOPA-procedure mogelijk gemaakt. Hierbij zal echter voor grote gebiedsontwikkelingen de voorkeur uitgaan naar het wijzigen van het omgevingsplan.
Artikel 4.17 van de Omgevingswet bepaalt dat een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Gedurende de overgangsfase (tot 1 januari 2032) geldt een uitgestelde implementatieverplichting. BOPA’s die vóór 2027 onherroepelijk worden, hoeven daardoor pas uiterlijk vóór 2032 in het omgevingsplan geïmplementeerd te zijn. 4. Wijzigen Omgevingsplan 2 De eerste wijziging van het Omgevingsplan zal een technische wijziging zijn van de zogenaamde ‘Bruidsschat’ in het omgevingsplan. De Bruidsschat hebben wij bij recht verkregen als hoofdstuk 22 in het omgevingsplan. Deze Bruidsschatregels moeten zich gaan vervlechten met de gemeentelijke omgevingsplanregels. Om die reden moeten deze Bruidsschatregels in het juiste hoofdstuk van het omgevingsplan worden geplaatst. Een volgende wijziging van het omgevingsplan is voor het gebied van de Schelfhorst. Naar verwachting is hiervoor in juli 2024 het ontwerp gereed. 5. Digitaal Stelsel Omgevingswet Gelijktijdig met de Omgevingswet is het Omgevingsloket van start gegaan. In het Omgevingsloket kan iedereen informatie over de fysieke leefomgeving op 1 plek bekijken en direct gebruiken (Home Omgevingsloket (overheid.nl). Het Omgevingsloket is onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet.
Om te kunnen werken volgens de Omgevingswet moet men als overheid systemen aansluiten op
Pagina 2 van 4
onderdelen van het DSO. Het DSO is nog volop in ontwikkeling en dus nog niet af. Het is wel mogelijk om via het tabblad regels op de kaart informatie over een locatie te vinden en omgevingsvergunningen aan te vragen.
Bron: Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl)
6. Nog niet alles gaat vlekkeloos Ondanks alle inspanningen zijn niet alle randvoorwaarden rondom de Omgevingswet gereed. Inwoners worden bij het zoeken van ruimtelijke informatie over een perceel via ruimtelijkeplannen.nl doorgestuurd naar het nieuwe omgevingsloket (DSO). Echter het omgevingsloket geeft soms niet de juiste informatie. Hierdoor kunnen inwoners vragen en mogelijk klachten hebben over de Omgevingswet. Ook het invullen van aanvraagformulieren in het DSO kan irritatie geven. Irritatie doordat het systeem ermee stopt omdat het invullen niet snel genoeg gaat, het niet helder is waar gekeken moet worden en tot het meerdere keren moeten invullen van dezelfde vragen. Vaak is het advies contact op te nemen met het bevoegd gezag. Om deze vragen te beantwoorden zijn de telefonisten van het Klantcontactcentrum geïnformeerd en voorzien van vragenbomen. Ook kunnen de vragen doorgeleid worden naar de bouwtelefoon. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt aangegeven dat een onafhankelijke commissie vanaf 2024 de Omgevingswet gaat evalueren. De evaluatie moet duidelijk maken hoe de Omgevingswet in de praktijk uitpakt en of de wet zijn doel bereikt. De evaluatie duurt 5 jaar. 7.
Helpdesk De VNG en de beheerorganisatie van het DSO-LV richten een helpdesk in die gemeenten en omgevingsdiensten kan ondersteunen bij onregelmatigheden, incidenten of zelfs calamiteiten die na inwerkingtreding van de wet ontstaan en impact hebben op de dienstverlening of het werkproces. Dit interventieteam van de VNG wordt ingericht om snel en adequaat te kunnen reageren, incidenten op te lossen en te communiceren richting de gemeenten en omgevingsdiensten als er storingen ontstaan in het Omgevingsloket of problemen bij het toepassen van de wet. De belangrijkste doelen bij het inrichten van dit proces zijn: • Gemeenten en omgevingsdiensten kunnen zich snel op de hoogte stellen in geval van onregelmatigheden, incidenten en calamiteiten en eventuele consequenties en risico’s inschatten voor de eigen organisatie. • Inzet van gemeentelijke en omgevingsdienstexpertise om snel oplossingsgericht te kunnen handelen. Op deze manier kan snel en slagvaardig worden ingespeeld op onverwachte gebeurtenissen. Binnen de gemeente wordt nog nagedacht over het inrichten van een werkproces in geval van onregelmatigheden, problemen of incident met het DSO. 8. Informatiebijeenkomst
Pagina 3 van 4
Op 13 februari 2024 staat een informatiebijeenkomst over de Omgevingswet op de planning. Tijdens deze bijeenkomst wordt de Omgevingswet nog een keer in vogelvlucht doorgenomen en kunt u vragen stellen. Voor alle actuele informatie over de Omgevingswet en de leefomgeving kunt u terecht bij het Informatiepunt Leefomgeving.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 4 van 4
M.M. van ’t Veld
____
-
i
~~r~n~~r~t~
~~
-
~ ~-
~
Raadsvergadering: 7december 2021 Registratienummer: R 2006336
Raadsbesluit Onderwerp:
Adviesrol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie
Samenvatting raadsvoorstel De gemeenteraad kan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarover de gemeenteraad het college wil adviseren, voordat over de omgevingsvergunning wordt besloten, en waarover verplicht participatie moet plaatsvinden voordat een initiatiefnemer een omgevingsvergunningaanvraag indient. Over het wel of niet aanwijzen van deze gevallen moet de raad voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit nemen. Het college stelt voor om op basis van de huidige "Lijst met categorieën waarvoor geen Verklaring van geen bedenking (Vvgb) nodig is" een lijst met categorieën van gevallen voor adviesrecht op te stellen waarover de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders adviseert en een lijst met gevallen waarover vooraf door een initiatiefnemer verplicht geparticipeerd wordt. Dit omdat de op de huidige "Lijst met categorieën waarvoor geen Verklaring van geen bedenking (Vvgb) nodig is" voornamelijk onderwerpen en activiteiten van enige omvang, strategisch van belang zijnen grote impact op de omgeving hebben.
De Raad van de Gemeente Almelo: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders,
Besluit: Kennis te nemen van de nota adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan; Als categorieën van gevallen waarvoor, voor het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, advies van de gemeenteraad is vereist, als bedoeld in artikel art. 16.15a, aanhef, onder b, art. 16.15b en art. 16.16 Omgevingswet en art. 4.21 Omgevingsbesluit de navolgende gevallen vast te stellen: Woningbouw: A. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor 16 woningen of meer met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen binnen de bebouwde kom; B. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van meer dan 2 woningen met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen buiten de bebouwde kom; 2
Pagina 1 van 11 Raad- 2006336
Maatschappelijke voorzieningen, sport en recreatie: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen, religieuze
voorzieningen, instellingen ten behoeve van de gezondheidszorg, met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige sportinfrastructuur, waaronder sportparken, stadion, sporthallen en zwembaden) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; C. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); Bedrijfsdoeleinden: A. (bouw)projecten voor bedrijfsdoeleinden (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, groter dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter gelegen buiten de locaties bedoeld voor bedrijven en werken; B. (bouw)projecten ten behoeve van het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie waardoor het milieu-hindereffect groter is dan het omgevingsplan toestaat; 4
Horeca: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden, mits het gaat om projecten die groter zijn dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden gelegen buiten het kernwinkel- of centrumgebied;
5
Detailhandel: A. (Bouw)projecten voor detailhandel (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, uitgezonderd (bouw)projecten voor detailhandel zoals benoemd en passend binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid of omgevingsplan;
6
Kantoren: A. (Bouw)projecten voor kantoren (waaronder wijziging van het gebruik of transformeren) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, dit met uitzondering van projecten op een bedrijfsterrein en mits het project, voorzover het gaat om nieuwbouw, transformatie en/of uitbreiding, groter dan 500 m2 bvo;
7
Infrastructuur: A. (Bouw)projecten voor aanleg van grootschalige nieuwe en /of ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeeren groenvoorzieningen indien deze niet samenhangen met een planmatige infrastructurele stads- en/of dorpsuitbreiding;
8
Overige Voorzieningen: A. (Bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, zover sprake is van hoofdleidingen of hoofdvoorzieningen en meer dan 100 m2 aan bouwwerken wordt toegevoegd; B. Het oprichten, bouwen van antennemasten hoger dan 40 m; Duurzame energie: A. (Bouw)projecten voor het opwekken van duurzame energie en energietransitie niet passend binnen het gemeentelijk vastgestelde beleid; B. De aanleg van grootschalige zonnepanelenparken met een oppervlakte meer dan 40 hectare welke aansluiten bij bestaande bedrijventerreinen aan de rand van de stad; C. De aanleg van zonnepanelenvelden in het buitengebied met een oppervlakte groter dan 1 hectare, welke aansluiten bij een agrarisch- of woonperceel; D. (Bouwlprojecten voor het realiseren van windmolenparken, oprichten van windturbines;
Pagina 2 van 11 Raad - 2006336
10
Algemeen: A. Bij aanvragen die afwijken van de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, of daarmee te vergelijken ruimtelijk) beleidskader;
Als categorieën van gevallen waarvoor, voor het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, verplichte participatie, als bedoeld in artikel 16.55 lid 7, moet worden toegepast de navolgende gevallen vast te stellen: Woningbouw: A. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor 16 woningen of meer met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen binnen de bebouwde kom; B. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van meer dan 2 woningen met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen buiten de bebouwde kom; Maatschappelijke voorzieningen, sport en recreatie: A. (Bouw projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen, religieuze voorzieningen, instellingen ten behoeve van de gezondheidszorg, met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige sportinfrastructuur, waaronder sportparken, stadion, sporthallen en zwembaden) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; C. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); 3
Bedrijfsdoeleinden: A. (bouw)projecten voor bedrijfsdoeleinden (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, groter dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter gelegen buiten de locaties bedoeld voor bedrijven en werken; B. (bouw)projecten ten behoeve van het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie waardoor het milieu-hindereffect groter is dan het omgevingsplan toestaat;
4
Horeca: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden, mits het gaat om projecten die groter zijn dan 500 mz bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden gelegen buiten het kernwinkel- of centrumgebied;
5
Detailhandel: A. (Bouw)projecten voor detailhandel (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, uitgezonderd (bouw)projecten voor detailhandel zoals benoemd en passend binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid of omgevingsplan;
6
Kantoren: A. (Bouw)projecten voor kantoren (waaronder wijziging van het gebruik of transformeren) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, dit met uitzondering van projecten op een bedrijfsterrein en mits het project, voorzover het gaat om nieuwbouw, transformatie en/of uitbreiding, groter dan 500 mz bvo; Infrastructuur:
Pagina 3 van 11 Raad- 2006336
A. (Bouw)projecten voor aanleg van grootschalige nieuwe en /of ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeeren groenvoorzieningen indien deze niet samenhangen met een planmatige infrastructurele stads- en/of dorpsuitbreiding; 8
Overige Voorzieningen: A. (Bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, zover sprake is van hoofdleidingen of hoofdvoorzieningen en meer dan 100 m2 aan bouwwerken wordt toegevoegd; B. Het oprichten, bouwen van antennemasten hoger dan 40 m; Duurzame energie: A. (Bouw)projecten voor het opwekken van duurzame energie en energietransitie niet passend binnen het gemeentelijk vastgestelde beleid; B. De aanleg van grootschalige zonnepanelenparken met een oppervlakte meer dan 40 hectare welke aansluiten bij bestaande bedrijventerreinen aan de rand van de stad; C. De aanleg van zonnepanelenvelden in het buitengebied met een oppervlakte groter dan 1 hectare, welke aansluiten bij een agrarisch- of woonperceel; D. (Bouw projecten voor het realiseren van windmolenparken, oprichten van windturbines;
10
Algemeen: A. Bij aanvragen die afwijken van de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, of daarmee te vergelijken (ruimtelijk) beleidskader;
de lijsten van gevallen voor adviesrechten verplichte participatie inwerking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet.
4.
Gedaan in de openbare vergadering van 7 december 2021, de griffie ~f ;'!:, 1
(~ ~r drs. K.D. Handstede
Pagina 4 van 11 Raad - 2006336
Raadsvergadering: 7december 2021 Registratienummer: R 2006336
Naam: M Snijders Datum: 8 oktober 2021 Team/teamonderdeel: ADV Advies Telefoonnummer:
Voorstel aan de raad Onderwerp
Portefeuillehouder
Adviesrol van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie E.J.F.M. van Mierlo
Samenvatting raadsvoorstel De gemeenteraad kan buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarover de gemeenteraad het college wil adviseren, voordat over de omgevingsvergunning wordt besloten, en waarover verplicht participatie moet plaatsvinden voordat een initiatiefnemer een omgevingsvergunningaanvraag indient. Over het wel of niet aanwijzen van deze gevallen moet de raad voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit nemen. Het college stelt voor om op basis van de huidige "Lijst met categorieën waarvoor geen Verklaring van geen bedenking (Vvgb) nodig is" een lijst met categorieën van gevallen voor adviesrecht op te stellen waarover de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders adviseert en een lijst met gevallen waarover vooraf door een initiatiefnemer verplicht geparticipeerd wordt. Dit omdat de op de huidige "Lijst met categorieën waarvoor geen Verklaring van geen bedenking (Vvgb) nodig is" voornamelijk onderwerpen en activiteiten van enige omvang, strategisch van belang zijn en grote impact op de omgeving hebben.
Voorgesteld raadsbesluit 1.
Kennis te nemen van de nota adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan; Als categorieën van gevallen waarvoor, voor het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, advies van de gemeenteraad is vereist, als bedoeld in artikel art. 16.15a, aanhef, onder b, art. 16.15b en art. 16.16 Omgevingswet en art. 4.21 Omgevingsbesluit de navolgende gevallen vast te stellen: Woningbouw: A. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor 16 woningen of meer met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen binnen de bebouwde kom; B. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van meer dan 2 woningen met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen buiten de bebouwde kom; 2
Pagina 5 van 11 Raad- 2006336
Maatschappelijke voorzieningen, sport en recreatie: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen, religieuze voorzieningen, instellingen ten behoeve van de gezondheidszorg, met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige sportinfrastructuur, waaronder sportparken, stadion, sporthallen en zwembaden) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter;
C. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); 3
Bedrijfsdoeleinden: A. (bouw)projecten voor bedrijfsdoeleinden (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, groter dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter gelegen buiten de locaties bedoeld voor bedrijven en werken; B. (bouw)projecten ten behoeve van het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie waardoor het milieu-hindereffect groter is dan het omgevingsplan toestaat;
4
Horeca: A. (Bouw projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden, mits het gaat om projecten die groter zijn dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden gelegen buiten het kernwinkel- of centrumgebied; Detailhandel: A. (Bouw)projecten voor detailhandel (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, uitgezonderd (bouw)projecten voor detailhandel zoals benoemd en passend binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid of omgevingsplan;
6
Kantoren: A. (Bouw)projecten voor kantoren (waaronder wijziging van het gebruik of transformeren) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, dit met uitzondering van projecten op een bedrijfsterrein en mits het project, voorzover het gaat om nieuwbouw, transformatie en/of uitbreiding, groter dan 500 m2 bvo; Infrastructuur: A. (Bouw)projecten voor aanleg van grootschalige nieuwe en /of ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeeren groenvoorzieningen indien deze niet samenhangen met een planmatige infrastructurele stads- en/of dorpsuitbreiding;
8
Overige Voorzieningen: A. (Bouw)projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, zover sprake is van hoofdleidingen of hoofdvoorzieningen én meer dan 100 m2 aan bouwwerken wordt toegevoegd; B. Het oprichten, bouwen van antennemasten hoger dan 40 m;
9
Duurzame energie: A. (Bouw)projecten voor het opwekken van duurzame energie en energietransitie niet passend binnen het gemeentelijk vastgestelde beleid; B. De aanleg van grootschalige zonnepanelenparken met een oppervlakte meer dan 40 hectare welke aansluiten bij bestaande bedrijventerreinen aan de rand van de stad; C. De aanleg van zonnepanelenvelden in het buitengebied met een oppervlakte groter dan 1 hectare, welke aansluiten bij een agrarisch- of woonperceel; D. (Bouw projecten voor het realiseren van windmolenparken, oprichten van windturbines;
10
Algemeen: A. Bij aanvragen die afwijken van de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, of daarmee te vergelijken (ruimtelijk) beleidskader;
Pagina 6 van 11 Raad - 2006336
Als categorieën van gevallen waarvoor, voor het verlenen van een omgevingsvergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, verplichte participatie, als bedoeld in artikel 16.55 lid 7, moet worden toegepast de navolgende gevallen vast te stellen: Woningbouw: A. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor 16 woningen of meer met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen binnen de bebouwde kom; B. Woning(bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van meer dan 2 woningen met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen buiten de bebouwde kom; 2
Maatschappelijke voorzieningen, sport en recreatie: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen, religieuze voorzieningen, instellingen ten behoeve van de gezondheidszorg, met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) van grootschalige sportinfrastructuur, waaronder sportparken, stadion, sporthallen en zwembaden) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; C. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen);
3
Bedrijfsdoeleinden: A. (bouw)projecten voor bedrijfsdoeleinden (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, groter dan 500 m2 bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter gelegen buiten de locaties bedoeld voor bedrijven en werken; B. (bouw)projecten ten behoeve van het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie waardoor het milieu-hindereffect groter is dan het omgevingsplan toestaat;
4
Horeca: A. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleínden, mits het gaat om projecten die groter zijn dan 500 mz bvo en met een milieu-hindereffect groter dan 30 meter; B. (Bouw)projecten (waaronder wijziging van het gebruik) voor horecadoeleinden gelegen buiten het kernwinkel- of centrumgebied;
5
Detailhandel: A. (Bouw)projecten voor detailhandel (waaronder wijziging van het gebruik) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, uitgezonderd (bouw)projecten voor detailhandel zoals benoemd en passend binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid of omgevingsplan;
6
Kantoren: A. (Bouw)projecten voor kantoren (waaronder wijziging van het gebruik of transformeren) met bijbehorende voorzieningen als wegen en groen, dit met uitzondering van projecten op een bedrijfsterrein en mits het project, voorzover het gaat om nieuwbouw, transformatie en/of uitbreiding, groter dan 500 mz bvo;
7
Infrastructuur: A. (Bouw)projecten voor aanleg van grootschalige nieuwe en /of ingrijpende reconstructie van weg- en waterinfrastructuur met bijbehorende weg,- water-, parkeer-
Pagina 7 van 11 Raad- 2006336
en groenvoorzieningen indien deze niet samenhangen met een planmatige infrastructurele stads- en/of dorpsuitbreiding;
4.
8
Overige Voorzieningen: A. (Bouw projecten voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, zover sprake is van hoofdleidingen of hoofdvoorzieningen en meer dan 100 m2 aan bouwwerken wordt toegevoegd; B. Het oprichten, bouwen van antennemasten hoger dan 40 m;
9
Duurzame energie: A. (Bouw)projecten voor het opwekken van duurzame energie en energietransitie niet passend binnen het gemeentelijk vastgestelde beleid; B. De aanleg van grootschalige zonnepanelenparken met een oppervlakte meer dan 40 hectare welke aansluiten bij bestaande bedrijventerreinen aan de rand van de stad; C. De aanleg van zonnepanelenvelden in het buitengebied met een oppervlakte groter dan 1 hectare, welke aansluiten bij een agrarisch- of woonperceel; D. (Bouw)projecten voor het realiseren van windmolenparken, oprichten van windturbines;
10
Algemeen: A. Bij aanvragen die afwijken van de door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie, of daarmee te vergelijken (ruimtelijk) beleidskader;
de lijsten van gevallen voor adviesrecht en verplichte participatie inwerking te laten treden op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet
Inleiding Tijdens de beeldvormende sessies met uw raad op 1 juni en 31 augustus zijn het adviesrechten verplichte participatie besproken. Gebleken is dat u het wenselijk vindt om in sommige gevallen gebruikte maken van het adviesrecht en verplichte participatie. Met name in die gevallen die van grote invloed zijn op de omgeving. Voor zowel het adviesrecht als de verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten moet u voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een besluit nemen over het wel of niet gebruik maken deze mogelijkheden die Omgevingswet biedt. Bijlage 1 is een toelichtende nota adviesrecht en verplichte participatie gemeenteraad bij buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan, hierin is ook een schematische weergave van de vergunningverlening opgenomen.
Beoogd_efFect__
_
_
__
1. Met het vaststellen van de gevallen voor adviesrecht, wordt uw raad in positie gebracht om advies uit te brengen bij aanvragen om 'buitenplanse' omgevingsvergunningen. 2. Het vaststellen van een lijst met onderwerpen waarover verplicht participatie moet plaatsvinden beoogd het verkrijgen van draagvlak, een betere planvorming en besluitvorming.
Argumenten voor 7.7 /n de nota wordt uitleg gegeven over het adviesrechten de verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten Een omgevingsvergunningaanvraag wordt onder andere getoetst aan het omgevingsplan. Als de aanvraag pastin het omgevingsplan, kan het college de vergunning 'binnenplans' afgeven. Als de aanvraag niet past en de gemeente wil wel meewerken dan kan het college de vergunning `buitenplans' afdoen. Dit in beginsel zonder tussenkomst van de raad. Uw raad kan gevallen van categorieën aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken en een vergunning kan verlenen (op grond van artikel 16.15a onder b Omgevingswet). In die gevallen wordt u om bindend advies gevraagd (artikel 16.15b Pagina 8 van 11 Raad- 2006336
Omgevingswet). Het college dient het advies over te nemen. Als u negatief advies geeft dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Als een buitenplanse omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor een geval dat niet op de lijst staat, dan mag het college van burgemeester en wethouders zelfstandig een afweging maken. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moet initiatiefnemer aangeven of participatie heeft plaats gevonden. Wordt door initiatiefnemer gevraagd om af te wijken van het omgevingsplan kan participatie verplicht worden gesteld door de gemeenteraad. Dit kan alleen als de raad een lijst met gevallen waarover verplicht participatie moet plaatsvinden heeft vastgesteld. 2.1De raad kan via het adviesrecht invloed houden op ontwikkelingen met grote impact op de fysieke leefomgeving Onder de Omgevingswet bepaald de gemeenteraad de kaders en de grote lijnen van het beleid. Het college voert binnen de gegeven kaders het beleid uit. Ook afwijkingen van dit beleid kunnen door het college worden uitgevoerd. Met de vast te stellen lijst behoudt uw raad de invloed op grote afwijkingen , of veranderingen van strategische aard.
2.2 Het voorstel sluit aan bij de huidige werkwijze omtrent de verkla~íng van geen áedenkingen Uit het beeldvormde politiek beraad op 1 juni 2021 met de raad is gebleken dat de raad het wenselijk vindt om in sommige gevallen gebruikte maken van het adviesrecht. Met name die gevallen die van grote invloed zijn op de omgeving. Dit zijn de gevallen waarvoor ook nu het college instemming van de raad vraagt. Wij stellen dan ook voor om het huidige VVGB-beleid beleidsneutraal onder de Omgevingswetproof om te zetten. We kiezen hiervoor, omdat uw raad en ons college al goede ervaringen hebben met deze lijst en de opgenomen activiteiten betrekking hebben op onderwerpen waarbij de fysieke leefomgeving ingrijpend gaat veranderen, of gevallen betreft van enige omvang en/ of strategisch van aard. Kleine afwijkingen met beperkte omvang en beperkte impact zoals het van plaatsen van een bijgebouw of wijzigen gebruik behoeven geen advies en kunnen daarmee snel en eenvoudig worden afgehandeld, conform de doelstellingen van de Omgevingswet. 3.7 Participatie verbeterd de planvorming en zorgt voor een betere besluitvorming De Omgevingswet ziet participatie als middel om te komen tot betere besluitvorming. Door vroegtijdige participatie wordt de omgeving in een begin stadium bij een plan betrokken en kunnen samen met de omgeving alternatieven ontwikkeld worden.
Daarmee kan het draagvlak van een project worden vergroot, de besluitvorming beter en bezwaren later worden voorkomen. Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig past in het Omgevingsplan of past binnen de afwijkingsmogelijkheden van het omgevingsplan is participatie niet verplicht en kan ook niet verplicht worden gemaakt. Reden hiervoor is dat bij het vaststellen van het Omgevingsplan zelf al participatie heeft plaatsgevonden. Een initiatiefnemer mag zelfs aangeven niet aan participatie te hebben gedaan. De Omgevingswet verzet zich daar niet tegen. Wordt door initiatiefnemer gevraagd om buitenplans af te wijken van het Omgevingsplan kan participatie verplicht worden gesteld door de gemeenteraad. Hier gaat het om activiteiten die niet voorzien waren in het Omgevingsplan. Hierover heeft dus nooit eerder participatie plaatsgevonden. Als de gemeenteraad categorieën van gevallen aanwijst dan moet initiatiefnemer bij het indienen van de aanvraag laten zien hoe is geparticipeerd en wat het resultaat is van het overleg. De aanvrager mag zelf weten op welke wijze wordt geparticipeerd. De gemeente betrekt deze informatie vervolgens bij de belangenafweging. Wordt niet voldaan aan de participatie verplichting dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
Pagina 9 van 11 Raad- 2006336
Ineen vergelijkbare sessie als de sessie over het adviesrecht heeft op 31 augustus een beeldvormende raad plaatsgevonden over de verplichte participatie. Op basis van deze bijeenkomst stellen we voor om participatie verplichtte stellen bij dezelfde categorieën plannen waarvoor het bindend adviesrecht geldt. Door deze keuze heeft u bij het geven van het advies aan het college kennis over de wijze waarop met omwonenden, omgeving is gecommuniceerd het resultaat van de participatie en het effect van de participatie op het initiatief. 4. Het adviesrechten verplichte participatie is pas van kracht 6íjinwerkingtreding van de Omgevingswet De inwerkingtreding van de `lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a onder b en artikel 16.15b Omgevingswet alsmede artikel 4.21 Omgevingsbesluit en de "lijst met door de gemeenteraad aangewezen gevallen voor verplichte participatie" als bedoeld in artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet is gelijk met de datum van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot in werking van de Omgevingswet blijft de "Lijst met categorieën waarvoor geen Verklaring van geen bedenking (Vvgb)" nodig is van toepassing.
~. ~ Kanttekeningen /ndien geen lijst met gevallen voor adviesrecht wordt opgesteld heeft de raad geen /zeer beperkte rol bijplannen in de fysieke leefomgeving die afwijken van het omgevingsp/an; Mocht de raad ervoor kiezen om geen gevallen voor advies aan te wijzen dan voldoet de gemeente ook aan de Omgevingswet. Het is een keuze van de raad om wel of geen gebruikte maken van het adviesrecht. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan 7.2 Het ís op dit moment niet mogelijk een goede inschatting te maken van het aantal raadsprocedures dat dit áesluit met zich meebrengt en daarmee de impact op onze werkorganisatie. In de huidige situatie kiest onze gemeente er vaak voor om een partieel bestemmingsplan op te stellen (raadsbesluit), als een initiatief niet past binnen de regels van het plan. Onder de Omgevingswet zal eerder gekozen worden voorde buitenplanse omgevingsplan activiteiten ook wel OPA's genoemd collegebevoegdheid, tenzij raadsadvies). Hoe vaak hiervoor een beroep op de gemeenteraad zal worden gedaan is ook niet goed in te schatten. Vooral ook omdat gaandeweg middels het vullen van het omgevingsplan steeds meer regels zullen worden losgelaten.
2.7 l/erplichte participatie kan niet voor a//e buitenplanse omgevingsplan activiteiten worden afgedwongen Het nemen van een algemeen besluit om 'in alle gevallen' van buitenplanse opa's participatie vérplicht té stellen- is niet toegestaan: Er moet expliciet -gemaakt -worden voor welke gevallen de verplichte participatie geldt. Naast dat het opstellen van een lijst waarop alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten staan niet te doen is ontstaat daardoor extra regeldruk en heeft een dergelijke lijst ook beperkte waarde. Immers naast grote afwijkingen hebben we veelal vooral te maken met kleine niet wezenlijke afwijkingen (kruimelgevallen). Voor deze kleine gevallen zou de participatie conform de indieningsvereisten bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voldoende moeten zijn 2.2 Nieuwe inzichten en het definitieve omgevingsp/an kunnen effect hebben op de '/ijst met geva/len voor adviesrecht" en de 'lijst met gevallen voor verplichte participatie': Het proces rondom de Omgevingswet is nieuw. De voorgenomen besluitvorming over de adviesgevallen en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten moet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet worden genomen zonder te weten wat het effect is.
Gaandeweg zal over dit adviesrecht en verplicht participatie jurisprudentie ontstaan en zullen wij als gemeente (college, raad en ambtelijke organisatie) ook steeds meer Ieren hoe met de nieuwe regelgeving en instrumenten om te gaan. Naarmate meer ervaring is opgedaan en het omgevingsplan verder is uitgewerkt ontstaat mogelijk de wens om de adviesrol en de verplichte participatie anders te regelen. Daarnaast kan Pagina 10 van 11 Raad- 2006336
het zijn dat in de toekomst, door veranderende beleidsinzichten, onderwerpen belangrijker worden waardoor eveneens de wens ontstaat om de adviesrol of verplichte participatie anders te regelen. De voorgestelde lijsten kunnen daarom altijd worden geactualiseerd. Het aanpassen van de "lijst met gevallen waarover advies wordt gevraagd" en de lijst met onderwerpen waarover verplicht geparticipeerd moet worden zal net als het opstellen van de lijsten via uw gemeenteraad gaan.
Kosten, opbrengsten en dekking De gevallen voor adviesrecht zijn voorbereid vanuit het Programma Omgevingswet. Voorde voorbereiding en uitvoering zijn geen extra financiële middelen nodig.
Vervolg Vanuit het Programma Omgevingswet worden inwoners, bedrijven en instellingen geïnformeerd over de werking van de Omgevingswet. Dit besluit wordt gepubliceerd in het (digitale) Gemeenteblad. Indien bij een concrete aanvraag advies moet worden gevraagd aan de raad dan wordt de aanvrager hierover geïnformeerd. Hoe de advisering van de raad aan het college georganiseerd gaat worden moet nog worden ingericht en in de werkprocessen worden opgenomen.
Bijlagen 1: Nota adviesrecht gemeenteraad bij afwijkingen van het omgevingsplan (join 02/intern/ 78422) Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, F.W. van Ardenne
Pagina 11 van 11 Raad- 2006336
de burgemeester, A.J. Gerritsen
Bijlage 2 Adviesrecht raad Omgevingswet. Net als onder het stelsel van de Wabo is onder de Omgevingswet het college bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen (art. 5.8 Ow), tenzij. In ons geval betreft de “tenzij” de door de raad vastgestelde categorieën waarvoor, voorafgaande aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit het college advies moet vragen van de gemeenteraad en waarover vooraf verplicht participatie moet plaatsvinden. U heeft deze gevallen in de raadsvergadering van 7 december 2021 aangewezen (registratienummer: R 2006336). Over die gevallen adviseert u het college of het college de vergunning kan verlenen of niet. Procedure Voor een BOPA-vergunning geldt de reguliere procedure. Dus een vergunning moet binnen acht weken worden vergund. De formele procedure van acht weken begint te lopen op het moment dat initiatiefnemer een aanvraag om een omgevingsvergunning indient. Eventueel is eenmalig een verlenging van zes weken mogelijk (voor uitzonderingen zie artikel 16.50 en 16.65 Ow geldt dat deze worden voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb, uitgebreide procedure). Met instemming van de initiatiefnemer kan deze beslistermijn van 8 + 6 weken langer verlengd worden.
Wanneer de initiatiefnemer hiervoor geen instemming verleent, blijft de termijn van acht weken (plus zes weken verlenging) van toepassing. Het adviesrecht van de gemeenteraad verandert niets aan de proceduretermijnen, de reguliere procedure blijft hiermee van toepassing. Voor de meeste gevallen betekent dit dat de gemeenteraad het college binnen de wettelijke gestelde termijnen van 8 + 6 weken adviseert over de verlening van de aangewezen categorieën van buitenplanse omgevingsvergunningen. Het raadsadvies wordt voorbereid door het college en met een raadsvoorstel voorgelegd aan de raad. U kunt dit voorstel overnemen, maar kan de inhoud ook amenderen en dus anders besluiten. Bij een negatief besluit wordt een nieuw voorstel voorbereid. Gelet op de korte afhandelingstijd is het niet ondenkbaar dat tijdens de behandeling van een aanvraag door de gemeenteraad nog (externe) adviezen ontbreken. De conceptvergunning wordt voor het verkrijgen van het advies zo compleet mogelijk aangeleverd. Niet in alle gevallen zijn de onderzoeken al aanwezig als u advies moet geven. Dit mag geen effect hebben op uw advisering over het wel of niet verlenen van de vergunning. Mede omdat het beoordelen van de inhoud van de onderzoeken formeel door het college plaatsvindt.
U kunt wel als u zorgen heeft over deze onderzoeken, besluiten tot een positief advies onder de voorwaarde van het verkrijgen van eveneens positieve externe adviezen. Het advies van de gemeenteraad aan het college als bevoegd gezag is bindend. Het college kan bij een negatief advies, de omgevingsvergunning dus niet alsnog verlenen. In de gevallen waarin het college het niet lukt om op tijd een besluit te nemen, kan een initiatiefnemer gebruik maken van de regeling dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (na een schriftelijke ingebrekestelling gaat het bestuursorgaan dwangsommen verbeuren en de initiatiefnemer kan naar de bestuursrechter stappen om besluitvorming af te dwingen).
1
Werkproces advisering omgevingsvergunning vallen binnen de aangewezen categorieën van gevallen. Om af te wijken van het omgevingsplan kan onder de Omgevingswet een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA) worden verleend. In schema 1 en 2 schetsen we kort het verschil tussen de processen. Daarbij maken we een vergelijking tussen de oude en nieuwe situatie als de raad een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) afgeeft. Belangrijkste verschillen tussen oud en nieuw zijn: Oud De procedure Onder de Wabo wetgeving geldt standaard de uitgebreide procedure (26 + 6 weken verlenging)
Nieuw onder de Omgevingswet de reguliere procedure (8 + 6 weken verlenging)
Terinzagelegging
Onder Wabo moet een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd
Onder de Omgevingswet ligt geen ontwerp ter inzage.
Bezwaar en beroep
Het besluit treedt in werking na bekendmaking. Na het besluit van de gemeente over de vergunning is nog bezwaar en beroep in twee instanties (rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) mogelijk. Als uitgebreide procedure gevolgd wordt, geldt zienswijze en beroepsprocedure.
Het besluit treedt in werking de dag na bekendmaking van het besluit (artikel 16.79 Ow).
2
Werkproces bindend adviesrecht De uitvoering en werkwijze van adviesrecht als bedoeld in artikel art. 16.15a, aanhef, onder b, art. 16.15b en art. 16.16 Omgevingswet en art. 4.21 Omgevingsbesluit is uitgewerkt in een werkproces met als doel dat een praktische werkwijze voor wat betreft de uitvoering van het adviesrecht door de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). •
De formele procedure van acht weken begint te lopen op het moment dat initiatiefnemer een aanvraag om een omgevingsvergunning indient;
•
Voor alle BOPA initiatieven vallend onder de lijst van aangewezen categorieën van gevallen geldt dat initiatiefnemer eerst verplicht moet participeren voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning in behandeling genomen kan worden en ter advisering voorgelegd wordt aan de raad;
•
Zodra een dergelijke initiatief is binnen gekomen wordt de Raadsgriffie geïnformeerd, zodat u op de hoogte bent van het ingekomen plan;
•
Gelijktijdig worden door het team Vergunningverlening en Naleving adviezen uitgevraagd ter beoordeling van het initiatief en wordt een collegevoorstel en raadsvoorstel voorbereid door Stedelijke ontwikkeling ten behoeve van de raadsadvisering;
•
Vanwege de advisering van de raad bij aangewezen BOPA verlengen we de termijn van de besluitvorming voor aanvragen waarvoor bindend advies is vereist standaard met 6 weken. Op die manier kan zorgvuldig een voorstel worden voorbereid;
•
Zodra er een melding is van een BOPA Procedure zal de griffie het presidium adviseren om dit in de eerstvolgende raad te behandelen, al dan niet met een beeldvormend beraad op de avond van de raadsvergadering of vlak ervoor, zodat binnen de wettelijke termijnen geadviseerd kan worden. Eventueel wordt voor het geven van advies een extra raadsvergadering ingepland om te kunnen voldoen aan de wettelijke termijnen.
•
In het vooroverleg ( via intaketafel) adviseren we initiatiefnemer vooraf het initiatief via een principeverzoek en de omgevingstafel verder voor te bereiden. Zodat we kunnen adviseren over de uit te voeren onderzoeken en de wijze van participeren. Van het principebesluit van het college wordt u dan met een raadsbrief geïnformeerd;
•
Aan initiatiefnemers wordt geadviseerd om voorafgaande aan het participatiemoment met de omgeving over het plan, de raadsleden via de griffie te informeren over het participatiemoment. Op deze manier bent u op de hoogte van het participatiemoment en kunt u zelf kennisnemen van het plan en de reacties van de omgeving op het plan. Met de verkregen informatie tijdens het participatiemoment kan een afgewogen advies aan het college gegeven worden.
3
Proces afgifte vvgb, oude procedure, (max 26 weken + evt. 6 weken verlenging)
2–4 weken 4 weken
1 week
1 week
1 week
1 week
Ca. 6 weken
Ca. 6 weken
6 weken
Vergunning wordt verleend of geweigerd
2 weken
Beroep /hoger beroep
4
OMGEVINSGWET Nieuw proces bij bindend adviesrecht ( 8 + 6 weken verlenging) 2 – 4 weken
2 weken
2 weken
4 weken
2 weken
5
6