CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Locatiestudie XL Businesspark 2

Raad 27 februari 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W33.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Locatie 5 Uitbreiding bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo)

29/58

Locatie 5 heeft geen raakvlakken met het Natuurnetwerk en kan ook bij een groene inrichting geen brugfunctie vervullen tussen omliggende delen van het NNN.

30/58

Locatie 6a Uitbreiding bedrijventerrein XL Zuid (Almelo) Locatie 6a wordt geflankeerd door de Bornerbroeksche Waterleiding/De Doorbraak. Deze beekloop is reeds ingericht als circa 70 meter brede natuurzone. Negatieve agrarische invloeden als verdroging, vermesting, verzuring en vergiftiging zullen afnemen.

Locatie 6b Uitbreiding bedrijventerrein XL West (Almelo) Locatie 6b wordt geflankeerd door de Bornerbroeksche Waterleiding/De Doorbraak. Deze beekloop is reeds ingericht als circa 70 meter brede natuurzone. Negatieve agrarische invloeden als verdroging, vermesting, verzuring en vergiftiging zullen afnemen.

Locatie 7a Uitbreiding bedrijvenpark Twente Wendelgoor Oost Locatie 7a heeft geen raakvlakken met het Natuurnetwerk en kan ook bij een groene inrichting geen brugfunctie vervullen tussen omliggende delen van het NNN.

31/58

Locatie 7b Uitbreiding bedrijvenpark Twente Wendelgoor West Locatie 7b heeft geen raakvlakken met het Natuurnetwerk en kan ook bij een groene inrichting geen brugfunctie vervullen tussen omliggende delen van het NNN.

Conclusie De locaties 2, 3 en 6a en 6b hebben raakvlakken met het Natuurnetwerk. Door het opheffen van de agrarische functies zijn positieve effecten op het NNN te verwachten ten aanzien van verdroging, vermesting, verzuring en vergiftiging. Extra verstoring door geluid en licht is echter denkbaar bij inrichting als bedrijventerrein. Door een goed ontwerp en een natuurvriendelijke inrichting en beheer is per saldo een positief effect op het NNN mogelijk. Tabel 3-17 Score NNN

Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 (Marke- (Goor (Goor lo) Haven) Noord) NNN

0

0

+

0

Locatie 4 (Delden)

+

0

Locatie 5 Locatie 6a (Henge- (XL2-zuid) lo) 0

+

0

Locatie 6b (XL2-west)

+

0

Locatie 7a Locatie 7b (Wendel- (Wendelgoor Oost) goor West) 0

0

3.3.3 Effecten op beschermde soorten Onderstaande tabel laat de aanwezigheid van enkele karakteristieke vogelsoorten van oud Twents cultuurlandschap zien op grond van waarneming in de periode 2013-2023 (bron: www.waarneming.nl). Dergelijke soorten kunnen zich zeer waarschijnlijk niet handhaven wanneer dit landschap wordt getransformeerd tot een groen bedrijventerrein. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld vleermuizen, kleine zangvogels en scholeksters die zich prima kunnen handhaven in een groene stedelijke omgeving. De bijzondere soorten in de tabel zijn deels geconcentreerd op de groene agrarische erven, boselementen en (in een aantal deelgebieden) langs de beeklopen. De laatste vier soorten (kievit, wulp, grutto en patrijs) zijn aanwezig op de agrarische percelen.

32/58

Tabel 3-18 Karakteristieke soorten van (oud) Twents cultuurlandschap per locatie 2012-2022 (bron: www.waarneming.nl)

1

2

3

Kerkuil

x

x

Steenuil

x

x

Middelste bonte specht

x

Wielewaal

x

Grote lijster

x

Kievit

x

Wulp

x

Grutto

x

4

5

6A

x

x x

x

7A

7B

x

x

x

x

x

Patrijs

6B

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bovenstaande tabel geeft een enigszins geflatteerd beeld omdat de deelgebieden qua indicatieve begrenzing aanzienlijk variëren in omvang. Het grootste zoekgebied (3) herbergt ook de meeste karakteristieke soorten en het kleinste zoekgebied (4) de minste soorten. Een analyse volgens het deelthema ‘beschermde soorten’ pleit dus hoogstens voor een zo klein mogelijk bedrijventerrein. Wanneer eenmaal een keuze gemaakt is voor een locatie op grond van vele andere criteria, zal door gericht veldonderzoek bepaald moeten worden welke beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig zijn. De ecologische potenties van een groen bedrijventerrein dat natuurvriendelijk ingericht en beheerd wordt, zijn overigens zeer groot, zeker indien bestaande oude groenelementen hierin kunnen worden ingepast. Ter indicatie: in een Utrechtse stadstuin zijn in 2021 maar liefst 1.518 inheemse soorten waargenomen5. Inmiddels (2023) staat de teller op ruim 1.800 soorten. Het betreft hier bovendien alleen de bovengrondse biodiversiteit (in Nederland 78% van het totale aantal soorten). Er zijn geen redenen om aan te nemen dat een dergelijk resultaat niet ook op een groen bedrijventerrein kan worden gerealiseerd of zelfs overtroffen. Op een hectare gangbaar agrarisch grasland of mais is een dergelijke score uitgesloten.

Conclusie Op elke locatie zal de transformatie naar een bedrijventerrein leiden tot het verdwijnen van karakteristieke soorten van Twents cultuurlandschap. Tussen de verschillende locaties bestaan (op basis van de beschikbare gegevens) geen relevante verschillen. Tabel 3-19 Score beschermde soorten

Soortenbescherming

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6 Locatie 7a Locatie 7b (XL2-west) (Wendel- (Wendelgoor Oost) goor West)

0

0

0

0

0

0

0

5 BioBlitz Luc Hoogenstein. https://waarneming.nl/bioblitz/bioblitz-lucs-huis-tuin-balkon-blauwe-lucht/

33/58

0

0

3.4

Landschap

Beoordelingskader De meeste locaties zijn gelegen in een mozaïek van het Kampenlandschap en het Jong ontginningslandschap (na 1850 ontgonnen). Rond Almelo is tevens sprake van het Maten- en flierenlandschap en het Hoogveenontginningslandschap (bron: geo.overijssel.nl). Deze landschapstypen vertoonde eeuwenlang grote herkenbare en samenhangende verschillen qua openheid versus beslotenheid, nat versus droog en de daaraan gekoppelde vormen van (agrarisch) grondgebruik. Ook de oorspronkelijke wegen-, verkavelings-, bebouwings- en beplantingspatronen waren karakteristiek voor de verschillende landschapstypen, evenals de koppeling van akkerbouw (rogge, gerst, tarwe, haver, etc) aan de hoger gelegen essen en grasland in de lagere delen. Dit Twentse landschap is de afgelopen decennia ingrijpend gewijzigd door stedelijke ontwikkelingen en (vooral) ruilverkavelingen en agrarische intensivering. Het onderscheid tussen de verschillende landschapstypen is vervaagd of zelfs geheel verdwenen. Om de landschappelijke kwetsbaarheden en kwaliteiten te beoordelen is per locatie onderzocht in welke mate de samenhang en herkenbaarheid van historische landschappelijke structuren en patronen is veranderd sinds 1955 (bron: www.topotijdreis.nl) . Het gaat daarbij om wegen-, kavel-, bebouwings- en waterpatronen en de veelal daaraan gekoppelde beplantingspatronen.

De vergelijking met 1955 is een keuze, op grond van de volgende overwegingen. Begin 30’er jaren was er in Twente nog sprake van veel woeste gronden (heide en moeras) en moest het Twentekanaal deels nog gegraven worden. Vanaf ongeveer 1960 waren de ontginningen van de woeste gronden geheel afgerond, was het in de 30’er jaren aangelegde bos herkenbaar als bos en kwam tevens de ruilverkavelingsmachine stevig op gang. Daarna leidde de voortdurende agrarische intensivering tot het huidige eenvormige landschap met vrijwel uitsluitend engels raaigras, mais en grote stallencomplexen. Rond 1955 was in het onderzoeksgebied het door velen hooggewaardeerde, kleinschalige en besloten Twentse landschap nog grotendeels herkenbaar hoewel dit landschap op een aantal locaties slechts kort heeft bestaan. Het Twentekanaal was inmiddels als nieuwe structuurdrager in het landschap aanwezig en in gebruik. 1955 kan voor dit onderzoeksgebied dus gezien worden als (alweer) een nieuw “kantelpunt” in de landschappelijke veranderingen.

34/58

Onderzoek per locatie Locatie 1 Noordoostelijke uitbreiding Industrieterrein Twentekanaal (Markelo) De boselementen langs de randen zijn grotendeels bewaard gebleven. In het centrale deel is het oorspronkelijke fijnmazig verkavelde landschap met vele opgaande kavelgrensbeplantingen veranderd in een open vlakte met grote agrarische bedrijfsgebouwen en deels mais.

1955

2021

Figuur 3-6 Historische kaart locatie 1

35/58

Locatie 2 Uitbreiding Haven (Goor) aan overzijde van het kanaal De boselementen langs de randen zijn grotendeels bewaard gebleven. In het centrale deel is het oorspronkelijke fijnmazig verkavelde landschap met vele opgaande kavelgrensbeplantingen en veel microreliëf sterk verschraald maar nog steeds herkenbaar. De bebouwingsdichtheid is sterk toegenomen. De afwisseling van akkerbouw en grasland is nog altijd aanwezig, maar de akkerbouw bestaat volledig uit mais en is ook niet meer gekoppeld aan de hoger gelegen essen.

1955

2021

Figuur 3-7 Historische kaart locatie 2

36/58

Locatie 3 Uitbreiding Zenkeldamshoek/Goor Noord De waterlopen en de rationele wegenstructuur zijn grotendeels nog aanwezig, evenals een aantal grotere boselementen. De kavelstructuur en het daaraan gekoppelde beplantingspatroon zijn echter veel grootschaliger geworden en daarmee ook het landschap. Verder is de agrarische bebouwingsdichtheid fors toegenomen. De nieuwe N347 is door de groene inpassing beperkt zichtbaar in het landschap.

1955

2021

Figuur 3-8 Historische kaart locatie 3

Ten zuiden van de N347 is het landschap bijna onherkenbaar veranderd en vormt alleen de loop van de Boven Regge nog een aanknopingspunt. Het historische kavelpatroon en het daaraan gekoppelde beplantingspatroon is volledig getransformeerd in een intensief agrarisch productielandschap met grote bebouwingscomplexen.

37/58

2021

1955

Figuur 3-9 Historische kaart zuidelijk van N347

Locatie 4 Uitbreiding bedrijventerrein Schneiderbos (Delden) aan overzijde kanaal Het vroegere microreliëf en fijnmazige kavelpatroon zijn nog enigszins herkenbaar, maar het daaraan gekoppelde beplantingspatroon is inmiddels sterk uitgedund en gefragmenteerd. Wat vooral opvalt is de sterk toegenomen agrarische bebouwingsdichtheid.

1955

Figuur 3-10 Historische kaart locatie 4

38/58

2021

Locatie 5 Uitbreiding bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) Dit landschap is sterk verstedelijkt met een bedrijventerrein, een vuilstort en een zonnepark. Alleen in de noordoosthoek is nog iets herkenbaar van het vroegere kavel- en beplantingspatroon.

1955

2021

Figuur 3-11 Historische kaart locatie 5

39/58

Locatie 6a Uitbreiding bedrijventerrein XL Zuid (Almelo) Het eeuwenoude, kleinschalige, halfopen landschap met kleine essen, kavelgrensbeplantingen en micro-reliëf is deels verdwenen. De boselementen zijn deels bewaard gebleven. De natuurzone langs de Doorbraak aan de noordrand is een nieuwe structuurdrager van het landschap geworden maar deze valt op afstand (nog) niet op. Het recente XL-park zal eveneens steeds zichtbaarder worden in het landschap.

1955

2021

Figuur 3-12 Historische kaart locatie 6a

40/58

Locatie 6b Uitbreiding bedrijventerrein XL West (Almelo) Het rationele wegen- en kavelpatroon is grotendeels nog herkenbaar, maar het beplantingspatroon is sterk uitgedund. Het kavelpatroon is daarnaast veel grootschaliger geworden met een sterke dominantie van mais. In dezelfde periode is het agrarische bebouwingsvolume sterk toegenomen. De natuurzone langs de Doorbraak is een nieuwe structuurdrager van het landschap geworden maar deze valt op afstand (nog) niet op. Het recente XL-park zal eveneens steeds zichtbaarder worden in het landschap.

1955

2021

Figuur 3-13 Historische kaart locatie 6b

41/58

Locatie 7a Uitbreiding bedrijvenpark Twente Wendelgoor Oost Van alle locaties is dit landschap het meest ingrijpend veranderd sinds 1955. Het oorspronkelijke slagenlandschap met graslanden en fijnmazig beplantingspatroon is volledig onherkenbaar geworden. Nieuwe infrastructuur en bebouwing vallen sterk op in het overwegend open landschap.

1955

2021

Figuur 3-14 Historische kaart locatie 7a

42/58

Locatie 7b Uitbreiding bedrijvenpark Twente Wendelgoor West Het oorspronkelijke slagenlandschap met graslanden is in het westelijk deel nog enigszins herkenbaar. In het oostelijk deel is het slagenpatroon geheel verdwenen. Nieuwe infrastructuur, bebouwingen mais vallen sterk op in het overwegend open landschap.

1955

2021

Figuur 3-15 Historische kaart locatie 7b

43/58

Conclusie Verandering is kenmerkend voor een levend cultuurlandschap, maar de veranderingen in het Twentse landschap zijn wel zeer omvangrijk en ingrijpend geweest. Op vrijwel alle locaties is sprake geweest van een (ernstige) aantasting van de oorspronkelijke samenhang en herkenbaarheid van de historische patronen en structuren. Een nieuw bedrijventerrein maakt deze aantasting onomkeerbaar. Op de locaties 5, 6a, 6b, 7a en 7b kan een nieuw bedrijventerrein aansluiten op bestaande omvangrijke terreinen. Daarom scoren deze locaties iets minder nadelig in vergelijking met de andere locaties (dit geeft een + in Tabel 3-20 als meest geschikt van de beschouwde locaties, hiermee wordt niet een positief effect bedoelt). Alleen wanneer deze uitbreiding wordt voorzien van een robuuste groene inpassing en dooradering en restricties ten aanzien van bouwhoogtes, kleur en materiaalgebruik kan een nieuw bedrijventerrein nieuwe landschappelijke kwaliteiten toevoegen om zo het negatieve effect op landschap deels te mitigeren. Op de andere locaties zal sprake zijn van een toevoeging van een nieuw omvangrijk stedelijk element. Op de locaties 1, 3 en 4 wordt daarbij slechts een intensief agrarisch productielandschap omgevormd tot een andersoortig productielandschap.

Dit wordt als neutraal (0) beoordeeld, wat in dit geval betekent dat het vanuit landschap niet de beste en niet de slechtste optie is. Alleen op locatie 2 zal een nieuw bedrijventerrein ten koste gaan van een (restant van een) historisch Twents cultuurlandschap dat nog niet onomkeerbaar is verminkt, dit wordt als minst geschikte optie (-) beoordeeld. Tabel 3-20 Score Landschap

Landschap

3.5

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (XL2-west) (Wendel(Wendelgoor Oost) goor West)

0

0

0

+

+

-

+

+

+

Overige milieuaspecten

3.5.1 Milieubeschermingszones In fase 1 van het locatieonderzoek is de ligging binnen een waterwingebied uitgesloten. Ook kennen waterwingebieden een grondwaterbeschermingszone en een boringsvrije zone/intrekgebied. Met maatregelen zijn bedrijventerrein mogelijk in deze zones maar het is niet gewenst. Daarom zijn de locaties gescoord op hun ligging ten opzichte van deze zones. Indien een locatie buiten deze zones ligt wordt hij met + gescoord, binnen een boringsvrije zone of intrekgebied met een 0 en binnen een grondwaterbeschermingszone met een -. Het merendeel van de locatie bevindt zich niet in een milieubeschermingszone. Voor locatie 1 (Markelo) geldt dat indien verder dan 1,5 kilometer in noordoostelijke richting uitgebreid wordt, de uitbreiding in een intrekgebied plaatsvindt (zie Figuur 3-16). De locatie bevat echter meer dan 120 hectare ruimte buiten het intrekgebied, deze locatie is daarom toch met een + beoordeeld. Voor locatie 7 geldt dat een noordelijke uitbereiding (locatie 7b) zich deels in een intrekgebied bevindt en beoordeeld met een 0. Een uitbreiding aan de overzijde van het kanaal (locatie 7a) ligt buiten de milieubeschermingszones (zie Figuur 3-17). Tabel 3-21 Score milieubeschermingszone

Milieubeschermingszone

44/58

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (XL2-west) (Wendel- (Wendelgoor Oost) goor West)

+

+

+

+

+

+

+

+

0

Figuur 3-16 Locatie 1 (Markelo) (rood omcirkeld) ten opzichte van milieubeschermingszones

Figuur 3-17 Locatie 7a en 7b (rood omcirkelt) ten opzichte van milieubeschermingszones

3.5.2 Milieuzonering Op het beoogde bedrijventerrein zal milieuzonering toegepast worden. Voor de afstemming tussen milieugevoelige bestemmingen en het bedrijventerrein, wordt gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) of milieuzonering ‘nieuwe stijl’ onder de omgevingswet. De ligging nabij een woonkern of lintbebouwing heeft invloed op de hoogte van de toegestane milieucategorie op delen van het beoogde bedrijventerrein nabij de woonkern of lintbebouwing. De ligging van het bedrijventerrein ten opzichte van een woonkern of lintbebouwing heeft dus invloed op de mogelijkheden van het bedrijventerrein. Alleenstaande woningen hebben mogelijk ook invloed op de maximaal toegestane milieucategorie, hierbij is wel de mogelijkheid dat deze woningen uitgekocht kunnen worden. In dat geval hebben ze geen invloed op de milieuzonering. Op basis van de ligging ten opzichte van woonkernen en lintbebouwing zijn de locaties

45/58

gescoord op het aspect milieuzonering indien in de omgeving veel alleenstaande woningen staan zal dit ook in de analyse meegenomen worden. Op het bedrijventerrein zullen bedrijven uit maximaal milieucategorie 4.2 toegestaan worden. In fase 1 is een richtafstand van 200 meter aangehouden tot woonkernen. Dit is op basis van milieucategorie 4.1 bedrijven. Middels milieuzonering kunnen dus aan de zijde van een woonkern een maximale milieucategorie van 4.1 gelden. Voor de invloed van woonkernen en lintbebouwing op de milieuzonering van het beoogde bedrijventerrein is gebruik gemaakt van gegevens op ruimtelijke plannen en de BAG viewer. Ook voor de mogelijke invloed van alleenstaande woningen is de analyse gebaseerd op informatie uit deze bronnen. Op basis van expert judgement is vervolgens een score bepaald. Locatie 1 Uitbreiding Industrieterrein Twentekanaal (Markelo) Op een afstand van 300 meter zijn geen woonkernen of lintbebouwing aanwezig. De lintbebouwing van Stokkum ligt op meer dan 300 meter afstand. In en rond het gebied zijn 6 vrijstaande woningen aanwezig (ook aan de overzijde van het Twentekanaal). Indien een deel van deze woningen niet in de locatie betrokken wordt en niet opgekocht wordt, kan evengoed het grootste deel van het bedrijventerrein uit milieucategorie 4.2 bestaan.

Aangezien in de omgeving geen woonkernen of lintbebouwing aanwezig zijn en in en rond de locatie maar een beperkt aantal alleenstaande woningen aanwezig is, is deze locatie gescoord met een +. Locatie 2 Uitbreiding Haven (Goor) De woonkern Goor ligt op 300 meter afstand van de locatie en werkt daarmee niet beperkend. Ook de burgerwoningen op het bedrijventerrein Haven liggen op grotere afstand dan 200 meter. Rond locatie 2 (Goor Haven) zijn dan ook geen woonkernen en lintbebouwing die beperkend werken. In en rond de locatie liggen een tiental woningen die mogelijk beperkend werken. Een aantal van deze woningen dienen opgekocht te worden om de minimale hectare aan bedrijventerrein te realiseren. Op basis van de nog aanwezige woningen dient milieuzonering toegepast te worden. Omdat het bedrijventerrein niet belemmerd wordt door een woonkern of lintbebebouwing maar wel een tiental woningen verspreid in en rond de locatie aanwezig zijn is deze locatie gescoord met een 0. Locatie 3 Uitbreiding Zenkeldamshoek/Goor Noord (Goor) De woonkern Goor ligt op een afstand van 600 meter en werkt daarmee niet beperkend. In en rond de locatie is verspreid een twintigtal woningen aanwezig. Echter gaat het om een zeer groot gebied met twee verschillende uitbreidingsmogelijkheden.

Zo kan met het uitkopen van vier woningen het minimaal aantal benodigde hectare aan bedrijventerrein gerealiseerd worden met een maximale milieucategorie van 4.2 in het gehele gebied. Wel dient een aantal woningen opgekocht te worden om het minimaal aantal hectare te realiseren. Ook kunnen de alleenstaande woningen beperkend werken op de maximaal toelaatbare milieucategorie. Gezien de woonkernen of lintbebouwing niet beperkend werken is deze locatie gescoord met een 0. Locatie 4 Uitbreiding bedrijventerrein Schneiderbos (Delden) De noordoostelijke hoek van de locatie ligt op 200 meter afstand van Delden Zuid. In deze hoek is dan ook maximaal milieucategorie 4.1 toegestaan. Gezien de vorm van de locatie gaat het om een hoek (en niet een strook) waardoor het beïnvloedde oppervlak slechts 2 hectare is. Gezien de ligging in de geluidzone van de N740 mag bij de woningen uitgegaan worden van gemengd gebied en valt de locatie buiten de richtafstand voor milieucategorie 4.2. Er is dus geen invloed van de woonkern of maar zeer beperkt. In en rond het gebied liggen circa 15 woningen die mogelijk invloed hebben op hebben op de milieuzonering. Een aantal woningen moet opgekocht worden om het minimaal aantal hectares te realiseren. Gezien de woonkern of lintbebouwing niet beperkend (of zeer beperkend) werkt is deze locatie gescoord met een 0.

Locatie 5 Uitbreiding bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) De locatie ligt op grote afstand van de woonkern Hengelo. Gezien de ligging nabij Twekelo zal het oostelijke gedeelte van de locatie afgestemd moeten worden op de verspreid liggende woningen in Twekelo en het buitengebied. Voor het ooste-

46/58

lijke deel zal een gebied met milieucategorie 4.1 gelden. Gezien mogelijk woningen opgekocht worden is het moeilijk een inschatting te geven. In een grove schatting zal het gaan om circa 15 hectare. In en in de directe omgeving van de locatie liggen 10 alleenstaande woningen. Hiervan dienen minimaal 7 opgekocht te worden om aan de minimaal aantal hectare te komen. De overige woningen kunnen invloed hebben op de milieuzonering. Op grotere afstand liggen zoals eerder benoemd meer woningen van Twekelo en het buitengebied. Gezien voor een deel van het oostelijke deel naar hoogste waarschijnlijkheid milieucategorie 4.1 zal gelden is deze locatie gescoord met een -. Locatie 6a XL Businesspark 2 (Almelo) zuidelijke uitbreiding De locatie (zuidelijke uitbreiding) ligt op circa 200 meter van Bornerbroek. Hierdoor zal een deel van het gebied milieucategorie 4.1 gelden in de zuidoostelijke hoek. In een grove schatting zal het gaan om circa 10 hectare In en rond de locatie zijn circa 6 woningen aanwezig die mogelijk invloed hebben op de milieuzonering. Een aantal woningen moeten opgekocht worden om de minimaal aantal hectare te realiseren. Gezien de ligging nabij Bornerbroek is locatie 6a (XL2-zuid) gescoord met een -. Locatie 6b XL Businesspark 2 (Almelo) westelijke uitbreiding De locatie (westelijke uitbreiding) ligt op circa 400 meter van de woonwijk Windmolenbroek te Almelo.

Woonkernen of lintbebouwing hebben geen invloed op de milieuzonering van de locatie. In en rond de locatie zijn circa 9 woningen aanwezig die mogelijk invloed hebben op de milieuzonering. Een aantal woningen moet opgekocht worden om het minimaal aantal hectare te realiseren. Aangezien de woonkernen niet beperkend werken, is locatie 6b (XL2-west) gescoord met een 0. Locatie 7a Bedrijvenpark Twente Wendelgoor (Almelo) oostelijke uitbreiding De locatie ligt tussen Almelo en Vriezenveen. Gezien de vele uitbreidingsmogelijkheden kan gekozen worden voor een gebied van 120 hectare op meer dan 300 meter van deze kernen. Ook kan met het toepassen van interne milieuzonering dichterbij deze woonkernen een bedrijventerrein gerealiseerd worden. Dit geeft een vorm van flexibiliteit en wordt in deze analyse niet als negatief gezien. In en rond de locatie zijn geen vrijstaande burgerwoningen aanwezig. Wel zijn bedrijfswoningen van de agrarische bedrijven aanwezig. Aangezien de agrarische bedrijven opgekocht moeten worden voor de realisatie van het bedrijventerrein zullen deze woningen geen invloed hebben op de milieuzonering. Gezien de mogelijkheid voor het realiseren van de minimale omvang bedrijventerrein van milieucategorie 4.2 zonder uitkopen van burgerwoningen (enkel bedrijfswoningen) is deze locatie gescoord met een +.

Locatie 7b Bedrijvenpark Twente Wendelgoor (Almelo) noordelijke uitbreiding De locatie ligt tussen Almelo en Vriezenveen op voldoende afstand van de woonkernen. In en rond de locatie is een twintigtal vrijstaande woningen aanwezig. Een aantal van deze woningen dienen opgekocht te worden om het minimaal aantal hectare te realiseren. Gezien de woonkernen niet beperkend werken is deze locatie gescoord met een 0. Tabel 3-22 Score milieuzonering

Milieuzonering

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (XL2-west) (Wendel- (Wendelgoor Oost) goor West)

+

0

0

-

0

0

-

+

0

3.5.3 Water Op het gebied van water kunnen geen onderscheidende criteria gevonden worden tussen de locaties. Geen locatie ligt binnen een waterkeringszone, alle locaties zijn grotendeels onverhard. Wel ligt locatie 5 ‘uitbreiding bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) in een bodemdalingsgebied waar zoutwinning plaatsvindt. Dit heeft verder geen invloed op de haalbaarheid van een beoogd bedrijventerrein.

47/58

3.5.4 Externe veiligheid De mogelijkheid voor risicobronnen op een bedrijventerrein en de afstand tot woongebieden is meegewogen in de milieuzonering, zie hiervoor de score bij milieuzonering. Naast een risicobron zijn bedrijventerrein ook beperkt kwetsbare objecten. Daarom worden de locaties ook gescoord op risicobronnen in de omgeving. Hierbij is gekeken naar de PR (plaatsgebonden risico) 10-6 contouren van risicobronnen in de omgeving en naar het invloedsgebied van risicobronnen in de omgeving. In de huidige situatie geldt voor alle locaties dat het grotendeels bestaat uit agrarische gronden. Bij de realisatie van een bedrijventerrein zal de personendichtheid in het gebied toenemen. Dit betekent dat de ligging van een locatie binnen het invloedsgebied van een risicobron een negatief effect heeft op het groepsrisico. Indien een locatie niet binnen een invloedsgebied ligt van een risicobron of buiten 200 meter van een transportroute (weg, spoor of water) is deze gescoord met een +. Bij de ligging binnen het invloedsgebied wordt de locatie gescoord met een 0. Indien het groepsrisico al hoog is en mogelijk Tot knelpunten kan lijden is de locatie gescoord met een -. Voor deze analyse is gebruik gemaakt van de risicokaart en eventuele beschikbare onderzoeken uit bestemmingsplannen of andere bronnen.

Locatie 1 Uitbreiding Industrieterrein Twentekanaal (Markelo) Door het plangebied loopt een spoor waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ten noordwesten van het plangebied ligt een aardgasleiding met een invloedsgebied van 95 meter waar de locatie buiten valt. Het spoor heeft een PR 10-6 contour van 0 meter en een invloedsgebied van 4 kilometer waar het plangebied binnen valt. Gezien de beperkte bevolkingsdichtheid in de omgeving wordt een overschrijding van 0,1 maal de oriëntatiewaarde niet verwacht en is de locatie gescoord met een 0. Locatie 2 Uitbreiding Haven (Goor) Op het bedrijventerrein Haven te Goor liggen geen BEVI inrichtingen. Wel zijn er drie bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. De locatie valt buiten de PR 10-6 contouren van deze bedrijven, de inlvoedsgebieden van deze opslag tanks zijn niet beschikbaar naar verwachting valt de locatie buiten het invloedsgebied van deze inrichtingen. Op een afstand van circa 900 meter loopt een spoor waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. De locatie ligt verder dan 200 meter en is met een + beoordeeld. Locatie 3 Uitbreiding Zenkeldamshoek/Goor Noord (Goor) Op het bedrijventerrein Goor Noord en Zenkeldamshoek zijn vier bedrijven aanwezig waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen waaronder een LPG-tankstation. De locatie valt buiten de PR 10-6 contouren van deze bedrijven.

Enkel voor het LPG tankstation geldt een invloedsgebied voor het groepsrisico waar de locatie buiten blijft. Door en aan de rand van de locatie lopen twee aardgasleidingen met een invloedsgebied van 130 meter en 95 meter. Gezien de beperkte personendichtheden rond de buisleidingen worden hiervoor geen knelpunten verwacht. Wel dient rekening gehouden te worden met de belemmeringenstrook dat de functionaliteit van het gebied kan beïnvloeden maar de buisleidingen bieden ook kansen voor het bedrijventerrein, zie hiervoor de paragraaf functionaliteit. Gezien de ligging binnen het invloedsgebied maar hieruit geen knelpunten verwacht worden scoort de locatie een 0. Locatie 4 Uitbreiding bedrijventerrein Schneiderbos (Delden) Ten noorden van de locatie liggen twee bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd waaronder één BRZO inrichting. Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour en invloedsgebied van de inrichtingen. Ten noorden van het plangebied op een afstand van circa 250 meter loopt een spoor waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder zijn in de omgeving geen risicobronnen aanwezig. De locatie ligt verder dan 200 meter van de transportroute en is met een + beoordeeld. Locatie 5 Uitbreiding bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) Op het bedrijventerrein Twentekanaal (Hengelo) en aan de overzijde van het kanaal liggen verschillende risicovolle bedrijven.

Geen van de risicovolle bedrijven heeft een PR 10-6 contour of invloedsgebied tot over het plangebied. Door de locatie

48/58

loopt een aardgasleiding met een invloedsgebied van 180 meter. Gezien de aardgasleiding met de komst van het beoogde bedrijventerrein omringd wordt door bedrijventerrein is het aannemelijk dat hiervoor een uitgebreid verantwoording groepsrisico moet worden opgesteld. Hierin moeten ook ruimtelijke afwegingen gemaakt worden. De kans is echter klein dat dit ook daadwerkelijk een knelpunt wordt. Gezien het aannemelijk is dat hiervoor een uitgebreide verantwoording geldt is deze locatie gescoord met een -. Locatie 6a XL Businesspark 2 (Almelo) zuidelijke uitbreiding In de omgeving zijn geen risicovolle bedrijven aanwezig met een invloedsgebied tot over de locatie. Ten noorden van het gebied ligt de A35 op een afstand van circa 800 meter. De locatie ligt verder dan 200 meter van deze transportroute en is met een + beoordeeld. Locatie 6b XL Businesspark 2 (Almelo) westelijke uitbreiding In de omgeving zijn geen risicovolle bedrijven met een invloedsgebied tot over de locatie. Ten noorden van de locatie loopt de A35 op een afstand van circa 65 meter. De locatie ligt buiten de PR 10-6 contour maar binnen het invloedsgebied en 200 meter van de transportleiding. Gezien de bevolkingsdichtheid rond de transportroute worden knelpunten niet verwacht. Door de locatie lopen drie aardgasleiding naast elkaar.

Eén van de leidingen (A-508) heeft ter plaatse van de westelijke uitbreiding een PR 10-6 contour van 99 meter op basis van de risicoberekeningen gasleidingen Almelo (Oranjewoud, 2011) en de risicokaart. Dit heeft invloed op de bruikbaarheid van een deel van de locatie. Daarnaast is het aannemelijk dat voor de ontwikkeling een uitgebreide verantwoording opgesteld moet worden. Indien het gebied binnen de PR 10-6 contour gebruikt wordt, kan dit tot een knelpunt leiden of dienen er aanpassingen aan de buisleiding getroffen te worden. Aangezien er sprake is van een 10-6 contour van buisleiding op de locatie, is deze locatie gescoord met een -. Locatie 7 Bedrijvenpark Twente Wendelgoor (Almelo) oostelijke uitbreiding (7a) en noordelijke uitbreiding (7b) Op het bedrijventerrein Twente Wendelgoor ligt een aantal risicobronnen, deze risicobronnen hebben geen invloedsgebied tot over de locaties. Over de N36 en het spoor worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Beide locaties vallen buiten de PR 10-6 contour van deze transportroutes, maar liggen wel binnen 200 meter. Gezien de lage bevolkingsdichtheid in de omgeving worden hiervoor geen knelpunten verwacht. Gezien de ligging binnen 200 meter van de transportroutes zijn de locaties gescoord met een 0. Tabel 3-23 Score externe veiligheid

Externe veiligheid

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (XL2-west) (Wendel- (Wendelgoor Oost) goor West)

0

0

+

-

-

+

+

0

0

3.5.5 Meekoppelkansen RES Op het gebied van duurzaamheid is onderzocht of er potentieel meekoppelkansen zijn met de RES Twente. Bedrijventerreinen en het opwekken van zonne-energie kunnen goed gecombineerd worden. Zoeklocaties voor het grootschalig opwekken van zonne-energie kunnen meekoppelkansen bieden voor het bedrijventerrein. Daarmee kan het bedrijventerrein bijdragen aan de energiedoelen uit de RES. Maar ook buiten de zoekgebieden kan een bedrijventerrein kansen bieden op het gebied van duurzame energie opwekking. De locaties zijn gescoord aan de hand van de werkkaart horende bij de RES 1.0. Dit is gedaan met nominale waarden dit gezien het opwekken van duurzame energie buiten de zoekgebieden ook als een meerwaarde gezien kan worden. Wanneer een locatie ligt binnen een zoekgebied voor het opwekken van zonneenergie of windenergie is dit in de score aangegeven. Geen van de locaties ligt binnen een uitsluitingsgebied, dit is dan ook niet meegenomen in de analyse.

49/58

De locaties 5 en 6b zijn aangegeven als zoekgebied of als concept zoekgebied voor grootschalige opwek van zonne-energie. Locatie 5 en 7 zijn ook aangegeven als zoekgebied voor windenergie. Locatie 7a (Wendelgoor Oost) ligt direct naast een zoekgebied voor grootschalige opwek van zonne-energie en windenergie. De overige locaties zijn niet aangegeven als zoekgebied. 3.5.6 Archeologie Op basis van de archeologische monumentenkaart ligt in geen van de locaties een archeologisch monument. Op basis van de Indicatieve Kaart Archeologischewaarden (IKAW3) zijn de verschillende locaties gescoord. Wanneer een locatie grotendeels lage trefkans heeft en geen hoge trefkans is deze gescoord met een +. Als een locatie met name middelhoge trefkans heeft of deels een hoge trefkans is deze gescoord met een 0. Bij grote gebieden hoge trefkans is de locatie gescoord met een -. Voor locatie 6 geldt dat bij een zuidelijke uitbreiding sprake is van delen met een hoge trefkans. Bij een westelijke uitbreiding is sprake van een lage trefkans. Daarom is voor deze locatie een tweedeling gemaakt in de score. Tabel 3-24 Score archeologie

Archeologie

3.6

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven) + -

Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6a Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (Goor (Delden) (Hengelo) (XL2-zuid) (XL2-west) (Wendelgoor (Wendelgoor Noord) Oost) West) 0 0 + 0 + + +

Functionaliteit

3.6.1 Aansluiting water Gezien de ambitie om het bedrijventerrein aan te sluiten op een haven, is de bereikbaarheid van een bestaande haven beoordeeld. Door aan te sluiten op verschillende vormen van transport is het bedrijventerrein flexibeler in haar transportvormen. Dit draagt bij aan de duurzaamheid van het bedrijventerrein. In fase 1 is al een criterium hiervoor opgenomen, alle locaties liggen hierdoor binnen 5 kilometer afstand van een haven. Voor alle locaties is een haven dus bereikbaar. De score is bepaald op basis van de bereikbaarheid van de bestaande haven en/of de mogelijkheid voor een eigen kade. Voor de bereikbaarheid van de haven is gekeken of de locatie aansluit op een bedrijventerrein met een haven. Indien dit het geval is, is deze locatie gescoord met een + aangezien hiervoor de openbare weg niet hoeft te worden gebruikt of gekruist. Dit geldt voor locatie 1 (Markelo) en locatie 5 (Hengelo). De overige locaties zijn gescoord op basis van de mogelijkheid voor een eigen kade aan een hoofdvaarweg. Voor locaties 7a en 7b (Wendelgoor) geldt dat de hoofdvaarweg een CEMT klasse II heeft, hiermee is de locatie minder flexibel wat betreft type schepen, daarom zijn deze locaties gescoord met een -. Tabel 3-25 Score mogelijkheden gebruik haven

Locatie 1 Markelo Directe aansluija ting bedrijventerrein met haven Mogelijkheid tot eigen kade

Locatie 3 Goor Noord

Locatie 4 Delden

Locatie 5 Hengelo

Locatie 6a XL2-zuid

Locatie 6b XL2-west

Locatie 7a Wendelgoor Oost

Locatie 7b Wendelgoor West

nee

nee

nee

ja

nee

nee

nee

nee

Ja Nee CEMT: Va

Ja CEMT: Iva

Ja CEMT: Iva

Ja CEMT: II

Ja CEMT: II

0

0

0

-

-

Ja Ja Nee CEMT: Va CEMT: Va

Aansluiting water +

50/58

Locatie 2 GoorHaven

0

-

+

3.6.2 Uitbreidingsmogelijkheden De locaties zijn ook gescoord op basis van de uitbreidingsmogelijkheden. Op basis van de criteria uit fase 1 bieden alle locaties ten minste de potentie voor 70 hectare aan (bruto) bedrijventerrein. De wens is een gebied van 120 hectare (bruto) om toekomstige groei op te kunnen vangen. Indien een locatie enkel de mogelijkheid biedt voor 70 hectare (bruto) is deze vanuit toekomstperspectief minder gunstig beoordeeld, gebieden waar 120 hectare bruto of meer beschikbaar is worden als meest gunstig beoordeeld. Tabel 3-26 Score uitbreidingsmogelijkheden

Uitbreidingsmogelijkheden

51/58

Locatie 1 Markelo

Locatie 2 GoorHaven

Locatie 3 Goor Noord

Locatie 4 Delden

Locatie 5 Hengelo

Locatie 6a XL2-zuid

Locatie 6b XL2-west

Locatie 7a Wendelgoor Oost

Locatie 7b Wendelgoor West

+

0

+

0

-

0

0

0

0

4. SCORECARD In de onderstaande scorecards worden de zoekgebieden voor locaties met elkaar vergeleken op verschillende onderdelen. De scores zijn in hoofdstuk 3 onderbouwd. In Tabel 4-2 wordt een vergelijking gemaakt met de aanpassing wegennet zoals beschreven in paragraaf 3.2.4 Aanpassing wegennet. Het doel van de scorecard is om een overzicht te geven van de verschillen tussen de locaties. De scorecard geeft geen weging aan de scores waardoor de scorecard geen directe conclusie geeft. In beginsel is de gewenste ontwikkeling op alle locaties mogelijk vanuit beschouwde milieu- en omgevingsaspecten, anders was het zoekgebied al eerder afgevallen. Als er op een onderdeel een onoplosbaar effect optreedt, valt de locatie af. Dit betekent dat de beoordeling met een – of een + niets zegt over voor- of nadelen of het al dan niet voldoen aan grenswaarden, maar of de locatie op dit onderdeel beter of minder scoort dan andere locaties. 0 +

Minst geschikt vanuit beschouwde onderdeel Geschikte locatie, maar niet de beste vanuit beschouwde onderdeel Meest geschikt vanuit beschouwde onderdeel

Tabel 4-1 Scorecard

Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6a Locatie 6b Locatie 7a Locatie 7b (Markelo) (Goor (Goor (Delden) (Hengelo) (XL2-zuid) (XL2-west) (Wendelgoor (Wendelgoor Haven) Noord) Oost) West) Verkeerseffecten Verkeer

-

0

0

-

-

-

-

0

-

Aanrijroute

-

0

0

0

0

0

-

+

0

Uitstralingseffec-

-

+

+

-

+

-

-

+

+

0 0

+

0

0 0

+

+

NNN

0 0

0 0

0 0

Soortenbescher-

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

-

0

0

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

0

Milieuzonering

+

0

0

0

-

-

0

+

0

Externe veiligheid

0 +

+ -

0 0

+ 0

+

+ 0

+

0 +

0 +

Aansluiting water

+

0

-

0

+

0

0

-

-

Uitbreidingsmoge-

+

0

+

0

-

0

0

0

0

ten (verkeer)

Ecologie Natura 2000

+

0

+

0

+

0

+

0

ming

Landschap Overige milieuaspecten Milieubeschermingszone

Archeologie

Functionaliteit

lijkheden

52/58

Tabel 4-2 Scorecard met aanpassing wegennet

Locatie 1 Locatie 2 (Markelo) (Goor Haven)

Locatie 3 (Goor Noord)

Locatie 4 (Delden)

Locatie 5 Locatie 6a (Hengelo) (XL2-zuid)

Locatie 6b Locatie 7a Locatie (XL2-west) (Wendel7b (Wengoor Oost) delgoor West)

Verkeerseffecten Verkeer

-

0

0

-

-

-

-

0

-

Aanrijroute

0*

0

0

0

0

0

0*

+

0

Uitstralingseffecten

0*

+

+

-

+

0*

+*

+

+

Natura 2000

0

0

+

0

0

+

+

0

0

NNN

0

0

0

0

Soortenbescher-

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Landschap Overige milieuaspecten

0

-

0

0

+

+

+

+

+

Milieubescher-

+

+

+

+

+

+

+

+

0

Milieuzonering

+

0

0

0

-

-

0

+

0

Externe veiligheid

0

+

0

+

-

+

-

0

0

Archeologie

+

-

0

0

+

0

+

+

+

Aansluiting water

+

0

-

0

+

0

0

-

-

Uitbreidingsmoge-

+

0

+

0

-

0

0

0

0

(verkeer)

Ecologie +

0

+

0

0

+

0

+

0

ming

mingszone

Functionaliteit

lijkheden

*deze scores zijn veranderd als gevolg van de aanpassing wegennet

53/58

5. CONCLUSIE In dit rapport zijn de zoekgebieden voor een nieuw bedrijventerrein met elkaar vergeleken op verschillende milieuaspecten. Deze zoekgebieden (locaties) volgen uit fase 1 van de locatiestudie, zie Bijlage 2. In fase 1 zijn locaties afgevallen waar een bedrijventerrein sowieso niet mogelijk is, waardoor alleen de potentiële locaties zijn overgebleven. In principe is een nieuw bedrijventerrein vanuit milieuoverwegingen op deze locaties inpasbaar, eventueel na het treffen van maatregelen. Ook geldt voor alle locaties dat zo’n ontwikkeling (milieu)effecten zal hebben. Deze locaties zijn in dit rapport op verschillende milieuaspecten met elkaar vergeleken. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is middels een scorecard een overzicht gegeven van deze vergelijking. De scores zijn in hoofdstuk 3 onderbouwd. In Tabel 4-2 wordt een vergelijking gemaakt rekening houdend met benodigde aanpassingen aan wegennet zoals beschreven in paragraaf 3.2.4. Het doel van de scorecards is om een inzicht te geven in de verschillen tussen de locaties. De scorecard geeft geen weging aan de scores waardoor de scorecard geen directe conclusie geeft. Algemeen Op grond van de scorecards zonder en met verkeersmaatregelen, kunnen de eerste conclusies worden getrokken. Hierbij is nog geen weging toegepast op de verschillende onderzochte aspecten.

In dit onderzoek zijn met name omgevings- en milieuaspecten beoordeeld. Op grond hiervan wordt, van alle mogelijke locaties binnen de regio Twente om een (uitbreiding van) een bedrijventerrein te realiseren, locatie 7a (bedrijvenpark Twente Wendelgoor, oostelijke uitbreiding) het beste beoordeeld. Dit komt met name omdat de locatie direct naast een ongelijkvloerse kruising met de N36 ligt, hierdoor zijn geen maatregelen nodig op het gebied van verkeer en zijn ook de verkeersgerelateerde effecten gering. Voor alle andere locaties zijn maatregelen nodig op het gebied van verkeer. Een ander positief punt van de locatie is de ligging ten opzichte van burgerwoningen, aangezien in en rond het gebied geen burgerwoningen aanwezig zijn. Wel ligt aan de noord- en zuidzijde van de locatie een woonkern, maar de locatie heeft genoeg ruimte om voldoende afstand te houden van de woonkernen. Het nadeel van deze locatie is dat een bestaande haven op relatief grote afstand ligt in vergelijking met de andere locaties. Ook heeft het naastgelegen kanaal een CEMT klasse II waardoor een mogelijk eigen kade geen zwaar vaarverkeer kan ontvangen (zonder grote aanpassingen aan de vaarweg en sluis).

Ook locaties 1 (Uitbreiding Industrieterrein Twentekanaal Markelo) en 3 (Locatie 3 Uitbreiding Zenkeldamshoek/Goor Noord) scoren per saldo scoort goed op veel punten, zowel voor als na de beschouwing over benodigde verkeersmaatregelen. De locaties 6b (XL Businesspark 2 (Almelo) westelijke uitbreiding) en 4 (Uitbreiding bedrijventerrein Schneiderbos Delden) scoren het minst positief voor beschouwing van maatregelen, maar uit de beschrijving volgt dat ook hier een bedrijventerrein mogelijk is vanuit de beoordeelde aspecten. Indien rekening wordt gehouden met maatregelen om de ontsluiting te verbeteren e/o de route naar de haven te optimaliseren, wordt de locatie 6b een stuk beter beoordeeld. Locatie 4 blijft de minst beoordeelde locatie. Milieuaspecten Wanneer alleen naar milieuaspecten wordt gekeken, waarbij de rijen ‘Verkeer’, ‘Aanrijroute’, ‘Aansluiting water’ en ‘uitbreidingsmogelijkheden’ uit beide scorecards niet worden mee beschouwd, blijft locatie 7a (bedrijvenpark Twente Wendelgoor, oostelijke uitbreiding) per saldo het best beoordeeld, maar het scheelt niet veel met locatie 6b (XL Businesspark 2 (Almelo) westelijke uitbreiding).

54/58

Bijlage 1

55/58

5

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel Stec Groep aan Provincie Overijssel

Juriën Poulussen, Evert-Jan de Kort, Hub Ploem, Peter Stopel & Anneloes Bouma 24 januari 2023

2

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3

2

3

5

6

27

Ruimtevraag ........................................................................................... 27 Aanbod.................................................................................................... 31 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 33

Behoefteraming West-Overijssel 6.1 6.2 6.3

21

Onderdelen behoefteraming ................................................................. 21 Interpretatie van behoefteraming ......................................................... 22 Vertaling vraag naar werkmilieus ......................................................... 24

Behoefteraming Twente 5.1 5.2 5.3

15

Circulaire economie ............................................................................... 15 Energie en klimaat ................................................................................. 17 Digitalisering .......................................................................................... 18

Methodiek 4.1 4.2 4.3

6

Regionale economische structuur en bedrijventerreinen .................... 6 Terugblik op ontwikkelingen in afgelopen jaren ................................. 10 Vooruitblik op de komende jaren ......................................................... 12

Trends en ontwikkelingen 3.1 3.2 3.3

4

Aanleiding en context .............................................................................. 3 Aanpak ...................................................................................................... 4 Leeswijzer ................................................................................................. 5

Bouwstenen behoefteraming 2.1 2.2 2.3

3

36

Ruimtevraag ........................................................................................... 36 Aanbod.................................................................................................... 40 Behoefte (confrontatie vraag-aanbod) ................................................. 42

Bijlagen 45 A. B.

Methodiek ............................................................................................... 45 Kwalitatieve vertaling uitbreidingsvraag en beoordeling aanbod..... 52

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en context Periodiek stellen provincie en gemeenten een nieuwe programmeringsafspraken op De provincie Overijssel laat periodiek een raming opstellen van de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen. Deze raming vormt de basis voor programmeringsafspraken voor de regio’s Twente en West-Overijssel, waarin afspraken worden gemaakt over ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen in de komende jaren. Deze programmeringsafspraken zijn enerzijds een concretisering van het ruimtelijk uitvoering geven aan de economische ambities van de regio’s: waar willen we groeiende bedrijven de ruimte bieden en onder welke voorwaarden? Anderzijds zijn de programmeringsafspraken een middel om vraag en aanbod regionaal in balans te houden en daarmee voor nieuwe ontwikkelingen te voldoen aan de vereisten van de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals deze wettelijk is vastgesteld in het Besluit ruimtelijke ordening (en straks in dezelfde vorm wordt overgenomen in de Omgevingswet). De markt heeft de afgelopen jaren een hoger dan verwachte groei laten zien De meest recente behoefteraming is opgesteld in 2018 en de meest recente regionale programmeringsafspraken zijn vastgesteld medio 2019. In de tussentijd heeft de markt een periode van historisch forse groei doorgemaakt.

De economische groeicijfers op de bedrijventerreinen in Overijssel overtroffen de initiële verwachtingen van gerenommeerde rekeninstituten als het Centraal Planbureau en het Economische Instituut voor de Bouw fors. Dat heeft, aangevuld met de historisch lage kapitaalrentes, geleid tot een groter dan verwachte vraag naar nieuwbouwkavels. De groei kwam voor een groot deel van de grootschalige logistiek en industrie, maar ook het lokale MKB, dat een aanzienlijk deel van de Overijsselse economie bedraagt. Als gevolg van de toegenomen vraag naar nieuwbouwkavels lopen veel gemeenten tegen de grenzen van het beschikbare aanbod aan. Er wordt in verschillende gemeenten dan ook al nagedacht over nieuwe plannen. Recente ontwikkelingen hebben geleid tot behoefte aan een geactualiseerd marktbeeld Bovenstaande ontwikkelingen hebben geleid tot de wens om de huidige programmeringsafspraken (uit 2019) te herzien. In de bestaande afspraken was bovendien al afgesproken dat een dergelijke herziening uiterlijk in 2022 plaats moet vinden. Het fundament voor deze herziening is een (geactualiseerd) beeld van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in de komende jaren. Daarom heeft de provincie aan ons, Stec Groep, opdracht verstrekt om een nieuwe raming op te stellen. Deze raming is uitgewerkt in dit rapport.

Uitgangspunt is dat de raming geen doel op zichzelf is, maar een middel om te komen tot goede regionale afspraken tussen de provincie en de gemeenten in Overijssel. De behoefteraming moet inzicht geven om op provinciaal, regionaal en lokaal schaalniveau te streven naar een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod op middellange en lange termijn. Beleidskeuzes en externe factoren hebben een grotere impact op invulling van de programmering Daarbij zijn uiteindelijk ook actuele vraagstukken relevant, die effect hebben op de vertaling van de behoefteraming naar de regionale programmeringsafspraken. We vinden het belangrijk om dat te benoemen. De ruimte in de provincie is schaars geworden, zo valt te lezen in het fundament voor de nieuwe provinciale omgevingsvisie, waardoor het geen gegeven is dat alle ruimteclaims – wonen, werken, natuur, vrije tijd, etc. – in de toekomst allemaal op de door de markt gewenste wijze gefaciliteerd kunnen worden. Er is meer dan in het verleden aandacht nodig voor het toekomstbestendig houden en ruimtelijk optimaal benutten van bestaande bedrijventerreinen. Ook hebben de provincie en gemeenten gezamenlijk uitgangspunten geformuleerd die wijzen op een zekere selectiviteit omtrent welke partijen wel en niet gefaciliteerd worden.

Er wordt bijvoorbeeld gesproken over een toets op sociaaleconomische regionale meerwaarde voor grootschalige bedrijven (> 5 hectare) en minimale kwaliteitseisen aan de fysiekruimtelijke inpassing om en op nieuwe terreinen zodat de ruimtelijke impact zo klein mogelijk is. Tot slot is de verwachting dat beperkingen veroorzaakt door maximale stikstofwaarden, netcapaciteitsproblemen en

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

4

een tekort aan drinkwater meer dan in het verleden relevant zijn voor het wel of niet doorgang kunnen vinden van nieuwe plannen.

1.2 Aanpak Inhoudelijke methode De behoefteraming is opgesteld door middel van een modelberekening conform de zogenaamd BLMmethode. Deze methode is ontwikkeld door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en wordt, onderschreven door verschillend tussentijdse evaluaties, beschouwd als de meest betrouwbare methode om ramingen voor bedrijventerreinen op te stellen. Zoals voor ieder model het geval is, geldt ook voor het hier gehanteerde ramingsmodel dat de kwaliteit van de input voor een belangrijk deel de kwaliteit van de output bepaalt. Als basis hanteren we daarom lokale vestigingsdata, afkomstig uit de BIRO-database van de Provincie Overijssel. Voor het invullen van de toekomstverwachtingen hanteren we in beginsel de werkgelegenheidsprognoses die zijn opgesteld door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Dat is de input voor één van de drie parameters uit het ramingsmodel. Deze werkgelegenheidsprognoses zijn in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) opgesteld voor alle regio’s in Nederland en zijn een actualisatie van de prognoses die het EIB in 2019 maakte voor de NOVI.

Als basis voor het invullen van de andere twee parameters van het ramingsmodel – de locatietypevoorkeur en de terreinquotiënt – hanteren we wederom lokale data en trendanalyses, alsmede toekomstverwachtingen van onszelf, derde gerenommeerde onderzoeksinstituten en verwachtingen die we gedurende dit traject ophalen bij marktpartijen. Er is ten opzichte van eerdere ramingen met name aandacht gegeven aan het kwalitatieve aspect en relevante beleidsknoppen. Dat past bij de grote ruimtelijke en economische uitdagingen van deze tijd en helpt om betere programmeringsafspraken te maken. In de raming is zodoende onderscheid gemaakt tussen verschillende werkmilieus en verschillende grootteklassen van bedrijven. Daarnaast is inzicht geboden in de effecten van beleid, waaronder een selectiever vestigingsbeleid en een ambitie tot intensivering van bestaande terreinen. Op die manier schetsen we in dit rapport verschillende beleidsknoppen om vraag en aanbod beter met elkaar in balans te brengen. Oplossingen hiervoor liggen niet alleen aan de aanbodzijde, zoals ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen maar juist de bestaande voorraad is van groot belang, niet in de laatste plaats omdat de ruimte in de provincie als gevolg van alle ruimtelijke ambities (wonen, werken, recreëren, natuur) en actuele beperkingen (energie, water, stikstof) steeds schaarser wordt.

Het toekomstbestendig maken en houden van de bestaande voorraad, bijvoorbeeld via herstructurering, is van belang om een deel van de vraag ook binnen die bestaande voorraad te laten landen. Voor een uitgebreide toelichting op de inhoudelijke aanpak verwijzen we naar het hoofdstuk ‘methodiek’ in dit rapport. Doorlopen proces Aan de basis van deze behoefteraming ligt een zorgvuldig proces met verantwoordelijke ambtenaren van de provincie en gemeenten, alsmede externe stakeholders. Op hoofdlijnen omvatte het proces vier stappen, die we hieronder nader toelichten: 1. Als eerste stelden we een bouwstenennotitie op, waarin een beknopte economische ‘foto’ van de provincie wordt gemaakt, de ontwikkelingen van de laatste jaren worden beschreven en de toekomstverwachtingen uiteen worden gezet. Deze bouwstenennotitie is ter bespreking en controle aangeboden aan de verantwoordelijk ambtenaren van de provincie en gemeenten. De in de bouwstenennotitie beschreven toekomstverwachtingen zijn als basis gebruikt voor het ramingsmodel. De bouwstenennotitie heeft daarna geen formele status gekregen. De relevante informatie is beschreven in dit rapport. 2. Vervolgens is een conceptraming opgesteld en uitgewerkt in een conceptrapportage. Deze is besproken met de verantwoordelijk ambtenaren van de provincie en gemeenten in twee regiobijeenkomsten.

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

3.

4.

5

Daarna is dezelfde conceptraming besproken in een marktpanel, waarin verschillende vertegenwoordigers van ondernemers in Overijssel hebben gereflecteerd op de onderliggende toekomstverwachtingen en aannames, en vervolgens op de uitkomsten. De input uit dit marktpanel is verwerkt in de definitieve raming en rapportage. Het verslag van dit marktpanel is bijgevoegd bij deze rapportage. Tot slot is de definitieve rapportage opgesteld en aangeboden aan de provincie en gemeenten.

1.3 Leeswijzer We starten in hoofdstuk twee met de bouwstenen voor de behoefteprognose. Hierin leest u over de onderliggende data en de methodiek van de prognose. In het derde hoofdstuk beschrijven we relevante trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op de parameters van de prognosemethodiek. Vervolgens lichten we in hoofdstuk vier de gebruikte methode toe. Dit als opstap naar de hoofdstukken waarin de resultaten worden gepresenteerd zodat de resultaten goed overzichtelijk zijn. Die resultaten per regio staan in de hoofdstukken vijf en zes. We sluiten af met aanbevelingen in hoofdstuk zeven.

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

2 Bouwstenen behoefteraming In dit hoofdstuk beschrijven we de bouwstenen van de behoefteraming. Deze bouwstenen zijn eerder uiteengezet in een zogenaamde bouwstenennotitie en omvatten een beschrijving van de regio, een terugblik op de ontwikkelingen in de laatste jaren en een vooruitblik op de marktontwikkelingen in de komende periode.

2.1 Regionale economische structuur en bedrijventerreinen Diversiteit aan bedrijventerreinen in de provincie Bedrijventerreinen vinden we in Overijssel in verschillende soorten en maten. Een groot deel van het bedrijventerreinenareaal tekent zich door een gemengde bedrijvenpopulatie, veelal uit het midden- en kleinbedrijf, en een veelal lokale oriëntatie. Bedrijven die zich op deze bedrijventerreinen vestigen hebben meestal een binding met de betreffende gemeente of kern (vanwege o.a. woonplaats eigenaar en/of medewerkers, locatie van toeleveranciers en afzetmarkt) of komen uit een nabijgelegen gemeente of kern. Daarnaast kent de provincie enkele plekken die specifieker van aard zijn, bijvoorbeeld omdat ze ruimte geven aan grootschalige logistiek of industrie, omdat zij beschikken over laad- en losfaciliteiten voor container- of bulkgoederen, omdat zij direct aan het water zijn gelegen of omdat zij een zeer specifiek marktsegment bedienen. Denk bij de laatste groep met name aan campussen, andere bijzondere vestigingsmilieus of sterke clusters van bedrijven. Figuur 1: Regionaal economische-structuur Overijssel

6

7

Behoefteraming bedrijventerreinen Overijssel 22.034

De diversiteit aan bedrijventerreinen laat zich op kaart zien. We zien bij vrijwel iedere kern een bestaand bedrijventerreinareaal. Met name aan de grote corridors van de provincie – de A1, A28 en A35 – en bij de grotere kernen zien we grotere concentraties. Dat is ook logisch. Voor veel bedrijven is een goede bereikbaarheid en/of locatie nabij een groot en divers aanbod aan arbeidspotentieel een interessante plek. Bedrijventerreinen goed voor een groot deel van de provinciale economie Overijssel telt in totaal 348 bedrijventerreinen 1. De gezamenlijke netto uitgegeven oppervlakte op bedrijventerreinen in de provincie is circa 5.790 hectare . Dit is ongeveer 1,7% van het totale landoppervlakte van de provincie. De bedrijventerreinen in Overijssel huisvesten zo’n 14.350 bedrijven die voor een belangrijk deel bijdragen aan innovatie, bijdragen aan de bouw- en verduurzamingsopgave, steden en dorpen vitaal houden door maatschappelijk actief te zijn, een bijdrage leveren aan het opleiden van goede professionals en die tezamen goed zijn voor ruim 221.940 banen. Daarmee is ongeveer 36% van de werkgelegenheid in de provincie is daarmee op een bedrijventerrein gevestigd. Illustratief voor de economie in Overijssel is dat het aandeel van de werkgelegenheid op bedrijventerreinen hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.

Reden daartoe is dat de Overijsselse economie voor een groter dan gemiddeld deel leunt op het midden- en kleinbedrijf in de industrie, logistiek en bouw. Vanuit ruimtelijk perspectief zijn bedrijventerreinen dan ook een cruciale schakel in het economisch functioneren van Overijssel. Tabel 1: Ruimtelijk-economisch belang bedrijventerreinen Overijssel

14.350 bedrijfsvestigingen 13% van totaal aantal vestigingen

221.940 werkzame personen 36% van totale werkgelegenheid

5.790 netto uitgegeven hectare 1,7% van totale landoppervlakte

Bron: BIRO, 2021; IBIS, 2022; Provincie Overijssel, 2022.

Bedrijven zijn wereldspelers, maar de wortels liggen lokaal De bedrijven op de Overijsselse bedrijventerreinen zijn uiteenlopend van aard en omvang. Het gaat om bouwbedrijven, logistieke bedrijven, industriële bedrijven en dienstverleners. Het gaat om bedrijven met een kleine en een grote ruimtelijke footprint, en het gaat om bedrijven met een lokale afzetmarkt tot wereldspelers die een nadrukkelijk internationale focus hebben. Onder de bedrijven in Overijssel bevinden zich absolute koplopers op het (inter)nationale toneel. Desondanks liggen de wortels van deze bedrijven veelal lokaal. Het gaat om bedrijven die van oudsher in de regio zijn gevestigd en hier zijn gegroeid, het zijn bedrijven die deze bedrijven bedienen (bijvoorbeeld logistieke- en overige dienstverleners) en het zijn bedrijven die drijven op de jarenlange opgebouwde kennis en kunde van mensen in de regio. De lokale binding is zichtbaar in de cijfers, zie onderstaande kaartbeelden: • We zien hierop dat Twente een relatief gesloten arbeidsmarkt heeft. Er zijn nauwelijks omvangrijke pendelstromen naar gemeenten buiten de regio. Met andere woorden, wonen en werken in Twente zijn sterk aan elkaar verbonden. Tussen de gemeenten zien we met name veel interactie in de stedenband: Almelo, Borne, Hengelo en Enschede hebben een relatief sterke onderlinge arbeidsrelatie.

Daarnaast zien we een tweedeling in de regio van gemeenten die een sterkere relatie hebben met Almelo óf gemeenten die een sterkere relatie hebben met Enschede en Hengelo. Tussen de nietstedelijke gemeenten zien we een relatief sterke relatie in West-Twente, tussen Hellendoorn, RijssenHolten en Wierden. • In West-Overijssel ligt dat anders. Deze regio heeft juist een relatief open arbeidsmarkt. Zichtbaar zijn onder meer de relaties tussen de gemeenten in de regio Zwolle en de Cleantech Regio, de centrale positie van Zwolle, de relaties tussen Hardenberg en de naastgelegen gemeenten in Drenthe, en de relaties tussen Steenwijkerland en de naastgelegen gemeenten in Drenthe en Flevoland. In deze regio

We hanteren de volgende definitie van een bedrijventerrein zoals door IBIS gehanteerd “een werklocatie met een totale omvang van minimaal 1 hectare bruto bestemd areaal, dat ruimte biedt aan gebruik voor handel, nijverheid en industrie”. De optelsom uit dit rapport omvat de terreinen die als zodanig zijn opgenomen in de IBIS-database, als ook de MOB-database van de provincie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=081e8af0-aa29-4d3e-b742-601ef3838a03