3.3 Notulen raadsvergadering 8 maart 2022 (Voortzetting van de raadsvergadering van 15 februari 2022) (getekend).pdf
Tekst van het document
Gemeente
~ ~ 1 Almelo
~. __
Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo Datum:
8 maart 2022 (voortzetting van de raadsvergadering van 15 februari 2022).
Aanvang:
19.30 uur
Locatie:
Raadzaal
Voorzitter:
de heer A.J. Gerritsen, burgemeester; mevrouw I.A.M. ten Seldam, vicevoorzitter van de raad, tijdens de behandeling van de agendapunten 11 en 12.
Griffier:
mevrouw K.D. Handstede.
Aanwezige leden:
de heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. BuikemaAlbers, de heren J. Buitenweg, U. fete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu, mevrouw H.J. Geerdink, de heren R.H. Gelici, F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hummels, J.L.R. Kampman, W.J. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren T.S.M. Styteler, W.B. Teeuw, H. Teunis, J. Tijhof, A.J.J.M. Trienen, mevrouw D.C. Wind, de heren J.B.W. Wiertz en M. Zielman.
Afwezige leden:
de heren J.J.H. Hammink, G.W.L. Stork, A. de Vries en W.H.H.L. Weinreder.
Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. van Mierlo en J.M. van Rees. 1.
Heropening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik heropen de vergadering van 15 februari 2022. Als we de wereld van 15 februari en de wereld van nu vergelijken, kunnen we vaststellen dat die erg veranderd is. Ik wil niet uitgebreid en heel erg lang met u gaan stilstaan bij de aanval op en de oorlog in Oekraïne, maar ik denk dat het geen grote woorden zijn als ik zeg ik hoe groot dat verschil is, en hoezeer het bij ons als democraten, want dat zijn wij, binnenkomt, hoezeer een land in zijn bestaan bedreigd wordt en in zijn toekomst als democratie en als rechtsstaat. Zeker nu wij nog maar enkele dagen verwijderd zijn van een democratisch proces in ons land, waarin mensen instaat zijn om hun eigen volksvertegenwoordigers, hun eigen bestuurders, te kiezen. R 2207183
Ik weet het, het gebeurt dag in dag uit op alle plaatsen in de wereld, maar het gebeurt nu op de drempel van ons eigen Europese huis. Ik denk dat dat ons mag bepalen bij de bijdrage die we leveren op de onderwerpen die we met elkaar bespreken en de manier waarop we dat doen, omdat we met elkaar hebben gezien hoe kwetsbaar en hoe kostbaar democratie kan zijn en hoezeer wij met elkaar de verantwoordelijkheid hebben om, als een ander het al niet doet, er zelf op een gewetensvolle manier mee om te gaan. Ik ga u niet vragen om nu stilte staan bij oorlogsslachtoffers. Ikweet dat de mensen in Oekraine en de mensen uit Oekraïne, maar ook de mensen die in andere landen, ook in Rusland, veroordelen wat daar gebeurt, in ons hart zijn. Het is hartverwarmend om hierin de raad te mogen vaststellen hoe groot het animo in onze stad is om vluchtelingen uit het oorlogsgebied een veilig heenkomen te bieden. De Pinkstergemeente "De Banier" doet dat op grote schaal. We proberen als gemeente samen met de Veiligheidsregio dat te evenaren. Ik weet dat er veel particuliere initiatieven in onze gemeente zijn van mensen die geld geven of hulpgoederen bieden of die samen met hun serviceclub iets gaan organiseren of zelfs proberen mensen in hun eigen huis op te nemen. Dat zijn mooie beslissingen, mooie bewegingen, die we in onze stad zien. Daar mogen we met heel veel waardering naar kijken.
Daar Iaat ik het bij. Ik hoop dat de aandacht die we aan Oekraïne moeten geven, en ook willen geven, zo gauw als maar mogelijk is niet meer nodig zal zijn. Maar met u maak ik me geen illusies over de termijn waarop dat gaat gebeuren. Dames en heren! Wij beginnen met de behandeling van agendapunt 9, de Regiovisie Jeugd Twente. Daarna bespreken wij agendapunt 11. Daar zijn woordmeldingen bij. Zijn dat stemverklaringen of zijn dat inhoudelijke woordmeldingen? Ik heb gezien dat de heer Gerritsen, mevrouw Pol, de heer Hummels en de heer St~teler daarop hebben ingetekend. De heer St~teler (PVV): Ik was van plan het woord te voeren. De VOORZITTER: Dat betekent dat ik voor dat agendapunt mevrouw Ten Seldam zal vragen op te treden als plaatsvervangend voorzitter. Zij zal dat ook doen bij agendapunt 12, de motie van Lokaal Almelo Samen, CDA en Leefbaar Almelo over topinkomens en ontslagvergoedingen, omdat ik namens het college daar portefeuillehouder zal zijn. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! De volgorde in iBabs is anders dan de volgorde die u als voorzitter aangeeft. Daardoor is er wat verwarring. De VOORZITTER: Ze staan er wel met het juiste nummer in, maar in omgekeerde volgorde. Het zijn maar drie punten, dus "bear with me" zou ik zeggen. 9. Regiovisie Jeugd Twente (R 2207061). De VOORZITTER: De heer Wiertz heeft het voornemen om een motie in te dienen bij dit agendapunt.
Daarom geef ik hem als eerste spreker het woord, zodat hij die motie kan introduceren. Verder zullen mevrouw Wind, de heer Zielman, mevrouw Van Doorn, de heer Hummels en de heer St~teler spreken. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Inmiddels zijn we al een aantal jaren verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Er is discussie of we dat zouden moeten blijven. Douwe Jan Elzinga deed daar de afgelopen week een aantal uitlatingen over, maar voorlopig gaan we gewoon door. We moesten een jeugdvisie opstellen, die is er nu, met een aantal principes. Wij kunnen ons in principe prima in die visie vinden. Wat betreft de regionale samenwerking zijn er natuurlijk voordelen, maar er zijn ook nadelen. Het nadeel is dat de raad soms wat weinig zicht heeft op wat er precies gebeurt. Daarom hebben wij een motie opgesteld. "Motie 1. Regiovisie Jeugdhulp. De raad van de gemeente Almelo in vergadering bijeen op 15 februari 2022, 2 R 2207183
constaterende dat: alle gemeenteraden in Nederland in regieverband een Regievisie Jeugdhulp moeten opstellen; in Twente hiervoor nauw samengewerkt is door instellingen, professionals, cliëntenraden, ervaringsdeskundigen en de gemeenten die verenigd zijn in de OZJT; de Regievisie Jeugdhulp Twente is opgesteld, waarin gekozen is voor 8 leidende principes die richting geven aan de regionale transformatie van de jeugdhulp; deze visie samen met de partners nader uitgewerkt zal gaan worden in een meerjarige samenwerkingsagenda; vanuit het Rijk in samenwerking met de VNG parallel gewerkt wordt aan een hervormingsagenda voorde jeugdhulp, waarvoor in januari 2022 de gesprekken door de VNG zijn opgeschort (met unanieme steun van alle gemeenten); de structurele financiering van de jeugdhulp nog steeds onvoldoende is, waardoor de kwaliteit van de jeugdhulp onder druk staat en de financiële druk voor gemeenten onevenredig groot is in relatie tot de andere verantwoordelijkheden en ambities; de arbeidsmarkt voor jeugdhulpprofessionalszeer krap is en naar verwachting ook op de lange termijn krap zal blijven; overwegende dat: met deze drie laatste constateringen een aantal belangrijke randvoorwaarden voor een succesvolle uitvoering van deze visie nog onvoldoende op orde zijn; de gemeenteraad de komende jaren betrokken wil zijn bij verder te maken inhoudelijke keuzes over bijvoorbeeld de
problemen met de toegang tot de jeugdGGZ en crisishulpverlening, (handhaving op) het oneigenlijk gebruik van zorggelden, het terugdringen van wachtlijsten, het aantrekken van meer pleegouders, een betere overgang van 18- naar 18+ (waaronder passende huisvesting) en de (langdurige) gevolgen van corona; het belangrijk is om als Twentse gemeenten deel te nemen aan en waar mogelijk aan te sluiten bij een lobby naar het Rijk voor voldoende financiering; het belangrijk is en er zijn nog kansen om in een nauwe samenwerking tussen jeugdhulpinstanties beter te sturen op voldoende jeugdhulpprofessionals voor onze regio, en de gemeenten hier een verbindende en aanjagende rol in kunnen spelen; verzoekt het college om: een spoorboekje op te stellen waarlangs raad en college periodiek met elkaar in gesprek gaan over de voortgang van de transformatie langs deze acht leidende principes; de raad te betrekken en te consulteren bij sturing op de belangrijke randvoorwaarden om deze visie te kunnen verwezenlijken (waaronder het ontwerpen van de landelijke hervormingsagenda en de ontwikkeling van de meerjarige samenwerkingsagenda) en de hierboven benoemde inhoudelijke vraagstukken; een actieve lobby vanuit Twente te voeren, in nauwe afstemming en samenwerking met de andere (Twentse) gemeenteraden en waar mogelijk in VNG-verband, om voldoende structurele middelen te organiseren voorde jeugdhulp; in
samenwerking met de andere Twentse colleges in gesprek te gaan met de jeugdhulpinstanties dle in Twente actief zijn om gezamenlijk en strategisch te gaan sturen op het aantrekken, opleiden en behouden van voldoende jeugdhulpprofessionalsvoor de uitvoering van goede jeugdhulp in Twente, en gaat over tot de orde van de dag." De VOORZITTER: Dank u wel. We moeten allemaal nog een beetje wennen aan de nieuwe/oude situatie dat we weer allemaal op onze eigen plek zitten. Daarbij hoort niet dat wij vanaf de plaats spreken. De heer Wiertz was het vergeten, maar ik ook. Dat betekent dat ik mevrouw Wind, de volgende spreker, mag uitnodigen om vanaf het spreekgestoelte te spreken. De heer Ekizkuyu is verhinderd om dat te doen, dus als hij het woord voert, mag hij dat vanaf zijn plaats doen.
R 2207183
Mevrouw WIND (CDA): Voorzitter! Ik voel mij vereerd dat ik hier weer mag staan. Allereerst wil de CDA-fractie haar dank uitspreken naar de ambtenaren voor het opstellen van het plan. Wie wil dit nu niet? Er wordt gesproken over preventie, met de daarbij horende integrale aanpak, waarde CDA-fractie al tijden op hamert. Er wordt zelfs gesproken over het verwijderen van de schotten tussen alle wetgeving, zodat de juiste ondersteuning in samenhang geboden kan worden aan onze jeugd. Het doet ons goed dat dit doorklinkt in het plan. We zullen de uitvoering met belangstelling en een kritisch oog blijven volgen. Hetgeen waarde CDA-fractie haar zorgen over wil uitspreken, is de wijze waarop de financiën verdeeld worden. Tijdens onze Valentijnsactie afgelopen 14 februari, waarbij we een aantal fantastische organisaties hebben mogen bezoeken, kwam ons een geluid ter ore, dat wij met u willen delen. Het is niet de eerste keer dat de CDA-fractie het college hierop wijst. Dus ik hoop dat hier gehoor aan gegeven kan worden. Op dit moment is het gebruikelijk dat er een verdeling wordt gemaakt op basis van postcode. Dit is volgens de CDA-fractie achterhaald. Een duidelijk voorbeeld hierbij is het Windmolenbroek. Deze wijk heeft zowel een hoge als een lage sociaaleconomische status in onze stad. Daardoor is het gemiddelde hoger en de verdeelsleutel ten opzichte van deze jeugd niet eerlijk.
Dat terwijl het de grootste wijk van Almelo betreft. Zo zijn er natuurlijk meer voorbeelden. Als wij, zoals dit plan voorstelt, onze mond vol hebben van preventie, begint dat met de eerlijke verdeling van de middelen. Alleen zo kunnen we preventief te werk gaan. Ik wil de wethouder vragen om hier meer aandacht aan te schenken en ervoor te zorgen dat ieder krijgt wat hem toekomt, zodat eenieder gebruik kan maken van de voorzieningen die zij nodig hebben. De VOORZITTER: De heer Zielman ziet af van zijn bijdrage. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Wij sluiten ons geheel aan bij de woorden van mevrouw Wind en het CDA. Ik wil nog toevoegen dat de regiovisie jeugdhulp een mooie kans is om een vuist te maken naar het Rijk. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. We snijden al sinds 2015 in ons eigen vlees doordat er te weinig geld van het Rijk bij de decentralisaties is gevoegd. Dit is al ten koste gegaan van andere belangrijke zaken. Daar moet een eind aan komen. We zouden heel graag de motie van D66 willen ondersteunen, ware het niet dat bij het tweede bolletje nog steeds de woorden "en te consulteren" staan. Wij vinden het niet terecht dat de raad geconsulteerd moet worden. De raad betrekken is prima, maar consulteren is niet aan de orde. Het college heeft daarbij zijn eigen bevoegdheid.
Ik hoop dat de heer Wiertz deze drie woorden uit zijn motie wil halen, dan zullen wij de motie steunen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik hoop niet dat ik hetzelfde probleem heb als de heer Zielman, dat ik niet meer weet waar ik het over wil hebben. Er ligt een mooi stuk, maar er staan ook wel wat dingen in waarvan ik hoop dat daar wat aan verandert. Het lijkt heel mooi om te zeggen dat we wachtlijstvrij willen werken. Maar ik vrees dat er dan een heleboel geld gestoken wordt in hoe die wachtlijsten ontstaan en dat er dan nog niet gebeurt wat er moet gebeuren. Er moet beteren sneller gewerkt worden. Daar mag wel aandacht voor zijn. Ik wil ook nog iets anders kwijt. Er is iets wat mij al een hele tijd dwarszit. We hebben de regio al een paar keer verandert. En er wordt heel stoer gedaan over hoe goed die regio nu ondertussen georganiseerd is op een aantal terreinen. Maar ik zie dat erop allerlei onderdelen weer een regionale samenwerking ontstaat, waarbij het volgens mij steeds onoverzichtelijker wordt. Ik hoop dat dit voor dit onderdeel niet het effect is, maar ik denk wel dat het probleem zal ontstaan dat er bijvoorbeeld een regionale samenwerking onderwijs is en wat voor andere dingen we nog kunnen bedenken. Daarom ben ik met een ander punt op deze agenda wel weer wat blijer, dat de regioraad zo goed mogelijk gefaciliteerd wordt.
Misschien heeft dat een positief effect. Er staat iets over de cijfers van de toewijzingen. Het blijkt dat er nogal een scheve verhouding is aan wie we jeugdhulp toewijzen. Het lijkt erop dat de gemeente minder zou moeten toewijzen en datje meer aan bijvoorbeeld de huisartsen zou moeten overlaten. Ik heb het idee dat uit het staatje waterstaat duidelijk is op te maken datje het beter anders kunt organiseren en datje minder aan de gemeente moet overlaten. 4 R 2207183
De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! We hebben in meerdere overleggen over jeugdzorg gesproken met het college en de wethouder weet heel goed hoe de PVV tegen jeugdzorg aankijkt. Wij willen liever focussen op het gezin, het gezin met het kind in plaats van het kind in het gezin. Later bedachten wij ons dat de PVV-fractie helemaal niet weet wat deze regiovisie voor ons betekent. Hoe gaat dat nu met de uitvoering? Geven we de regie volledig uit handen aan de regio en de andere gemeenten? Of gaan we zelf nog over de uitvoering en kunnen we nog accenten leggen? Wij denken dan bijvoorbeeld aan campagnes om vechtscheidingen te voorkomen, om mensen bewust te maken van het belang van het gezin, met name voor het kind. Kunnen wij dat soort zaken dan nog opzetten? Ik had dat graag ook als interruptie gedaan bij de heer Wiertz, maar daarvoor was ik te Iaat. Wij hebben ook de motie gezien. Ook wij hebben een opmerking over het tweede dictumpunt. Onze vraag is wat D66 voor ogen heeft met het tweede dictumpunt. Kan de heer Wiertz dat misschien in tweede termijn even toelichten? Misschien ziet de heer Wiertz voor zich dat we elk halfjaar geïnformeerd worden en overleggen hebben over jeugdzorg. Daar zit mijn fractie niet op te wachten. Als er excessen zijn of dingen om te bespreken, dan wel uiteraard.
Maar als het in de ogen van D66 periodiek zou moeten worden afgesproken, voelen wij daar niet zoveel voor. De VOORZITTER: Er zijn geen andere woordmeldingen van de kant van de gemeenteraad. Dat betekent dat ik het woord mag geven aan de wethouder voorde jeugdzorg, de heer Langlus. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dank voorde bijdragen die geleverd zijn. Dat zijn behartigenswaardige woorden, onder andere uitgesproken door mevrouw Van Doorn, die nog een keer appelleert aan het feit dat er geld moet zijn om voldoende Zwitsers in het veld te kunnen brengen. De heer Hummels maakt terecht de opmerking dat het mooi is om die wachtlijsten aan te pakken, maar zorg dan ook dat het beteren sneller gaat. Ondertussen zit de heer Hummels dan toch nog iets dwars als het gaat om de vraag of dit nu een nieuwe vorm van regionale samenwerking is of niet. Dat is het niet. De jeugdzorg regio Twente blijft hetzelfde, ook nu zij zich met een nieuwe visie bij alle gemeenten presenteert. Er zijn geen nieuwe sterren aan het firmament. Dat hoeft u dus ook niet dwars te zitten, want het is geen nieuwe vorm van samenwerking op dit punt. Dan de vraag over de toewijzingen en naar wie het een en ander gaat in de jeugdzorg. Het is niet zo dat er een verdeelsleutel is, waarbij de grootste ook de grootste hap krijgt.
Er wordt gekeken welke organisatie het beste de hulp kan verlenen die gevraagd en geïndiceerd wordt. Dat brengt mij bij de heer Styteler. Hij zegt dat de PVV graag heeft dat de focus op het gezin wordt gelegd. Dan wijs ik op uitgangspunt 1, daar gaat het over het kind, maar wel in zijn context. Het is een twee-eenheid: je kunt het kind niet los zien van het sociale systeem waarin het zit, een gezin, ouders, broers en zussen en alles wat daar aan entourage verder bíj hoort. Dit is natuurlijk in belangrijke mate bepalend voor wat het kind ondervindt en wat er aan uitingen is. Het is een terechte opmerking dat, als je een interventie pleegt, je ook vooral kijkt waar dit precies vandaan komt. Ben je symptomen aan het bestrijden of kijk je naar het onderliggende probleem? Je moet natuurlijk eerder met het onderliggende probleem aan de slag. Daar is oog voor. Daar is onze eigen werkwijze op uitgelijnd. De uitvraag waar dit precies vandaan komt, is een hele belangrijke. Als het in het gezinssysteem zit, moetje met het gezinssysteem aan de slag of met onderliggende problematiek die voeding geeft aan de situatie die ongewenst is en die leidt tot reacties bij de kinderen. Bijvoorbeeld schuldenproblematiek of relatieproblematiek. In dat verband vraagt de heer Stóteler hoe het zit met die vechtscheidingen: kunnen we dat als standalone gemeente een eigen prioriteit geven? Dat doen we.
Het antwoord is dus "ja". Dit zetten we op onze preventieagenda. We gaan daar zelf slagvaardig mee aan het werk. Die mogelijkheid is er. De visie, de regionale samenwerking, staat dat allemaal niet in de weg. De heer STOTELER (PVV): Maakt de gemeente Almelo een eigen uitvoeringsplan op deze regiovisie? En doen Hengelo en Enschede dat ook? Of komt er één uitvoeringsplan op deze
R 2207183
5
visie en moeten we daarbinnen bewegen en kijken hoeveel ruimte we dan nog hebben? De heer LANGZUS (wethouder): Het uitvoeringsplan zal inderdaad een regionaal uitvoeringsplan zijn, waarbij we niet de individuele gemeenten allerlei afslagen laten nemen. Dat heeft alles te maken met dat het gedragen moet worden, ook door de zorginstellingen. Dit is een coproductie. Dit is niet alleen des gemeente, met onze visie op de werkelijkheid. Maar er moet ook uitvoering aan gegeven worden door al die zorgpartijen. Daarom is een eenduidige uitvoeringsagenda belangrijk. Ik wijs u er wel op dat het toeziet op jeugdzorg in het gedwongen kader. Dat is de zware jeugdzorg, die wij via de jeugdzorgregio moeten inkopen. We hechten eraan dat we in dat verband meedoen. Dat Iaat onverlet datje in de lokale situatie, waarbij je kinderen en gezinnen blijft tegenkomen, best voor maatwerk kunt zorgen. Maar als het gaat om hoe we de uitvoering van dit plan en deze visie inwerking zetten, willen we dat zo uniform mogelijk voorde hele regio doen. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! De vraag van de heer St~teler triggert me, vooral omdat de wethouder een antwoord geeft waarbij het maatwerk voorde Almelose situatie wat weg lijkt te drijven.
Is de wethouder het met mij eens dat de samenstelling van de populatie hierin Almelo soms iets anders vraagt, ook van de regionale samenwerking, namelijk dat er een ander aanbod voor Almelo kan zijn dan bijvoorbeeld in Losser, Oldenzaal, Hengelo of Enschede? In lijn met de vraag van de heer Stbteler: in hoeverre is er dan nog ruimte om binnen het pakketje dat we aangeboden krijgen vanuit de regio, de specifieke behoefte van de gemeente Almelo te bedienen? Is die ruimte er? Zo ja, hoe wordt de gemeenteraad van Almelo geïnformeerd dat die ruimte genomen kan worden en dat dit niet weggaat in het grote geheel? De heer LANGZUS (wethouder): We lopen nu het risico dat we het wat gasvormig gaan maken. We praten hier over een visie en een uitvoeringsagenda. Wat we met elkaar moeten begrijpen, is dat op het moment datje hier regionaal een visie neerlegt, je die ook in de uitwerking en uitvoering regionaal gelijkluidend wilt laten zijn. Maatwerk is al individueel bepaald. Op het moment dat u dat betrekt op populatieniveau, zeg ik dat we inderdaad sturen op de afspraken zoals we die in de regio hebben gemaakt. Maatwerk is altijd een individuele keuze, het individuele kind in de individuele situatie. Daar kunnen we natuurlijk in sturen. Dat is modeleren binnen de indicatie die je dan geeft of Iaat afgeven. De heer LOUPATTIJ (VVD): Een verdiepende vraag.
We hebben in Almelo andere problemen en andere oplossingen, ook in deze context. Dat betekent dat we ook andere oplossingen hebben in het gewone leven, die misschien wel zouden kunnen helpen voor ondersteuning in de jeugdzorg. Dat is echt fundamenteel anders dan 15km verderop. Mijn vraag is daarom hoeveel ruimte er daarvoor blijft als je een regionale visie neerlegt waarbij we in de grote bulk veel lijken te regelen, terwijl je misschien lokaal met andere instellingen en andere samenstellingen van wijken, andere krachten in wijken, wil werken. Blijven die voldoende benut ook vanuit deze regiovisie? Op welke manier krijgen die een plek? De heer LANGZUS (wethouder): Dat blijft. We hebben ook onze eigen jeugdzorg aanbesteed op de niet-verplichte onderdelen. Daar kunnen we elke keuze in maken. Natuurlijk proberen we te kopiëren wat er in de modellen op regionaal niveau goed gaat. Maar uiteindelijk gaat het erom welke prioriteiten we zetten, welke keuzes we maken en hoe we dat willen regelen met de lokale aanbieders die we hier hebben. Dat blijft. Dat brengt me bij de motie, die behartigenswaardig is. Er staan wat ons betreft goede dingen in. Mevrouw Van Doorn en de heer St~teler vragen terecht hoe dit nu precies uitgelegd moet worden als het gaat om het consulteren en sturen. We zitten dan op uitwerkingsniveau.
Met alle respect, het kader stelt de raad hier vanavond met elkaar vast. Wat ik wil toezeggen, is dat in het uitwerkingsplan, dat al regionaal is besproken, de borging en de consultatie met de gemeente een belangrijk aspect is. Daar kan je een kalender aan hangen om dat met de raad te bespreken. Maar ga er niet vanuit dat dat evenzovele momenten zijn, waarbij de raad kan zeggen dat hij het nu anders wil in Almelo. Als dat de uitleg is van punt 2, kan het college dat niet uitvoeren op die manier. Ik doe de suggestie om nog even naar de tweede bullet te kijken.
R 2207183
De timetable, bij bullet 1, zou ik afhankelijk willen maken van de uitvoeringsagenda die de regio gaat maken. Ik zal erin regioverband aandacht voor vragen dat op gezette tijden gemeenteraden worden geïnformeerd, zodat die betrokkenheid georganiseerd is. Dat zijn de momenten waarop we met de raad in een politiek beraad in gesprek kunnen gaan. Dat is dus wat anders dan dat we nu al voor vier jaar lang een aantal politieke beraden vastleggen. De VOORZITTER: Ik onderbreek u even. Ik had de heer Ekizkuyu over het hoofd gezien. Ik had hem ruimte gegeven om vanaf de plaats te interrumperen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! De wethouder noemt het tweede bullet point, net als mevrouw Van Doorn. Daar staat "consulteren". Dat is toch niets anders dan raadplegen? Dat is een advies vanuit de raad, daar zit niets bindends aan vast. Daar kan het college mee doen wat het wenst. De heer LANGZUS (wethouder}: De heer Ekizkuyu geeft er nu een uitleg aan. We kunnen met elkaar goed uit de voeten op basis van een uitvoeringsagenda, waardoor we op gezette tijden bij de raad terugkomen met een politiek beraad. Hoe hij dat wil labelen, wat aan het college meegegeven moet worden, of dat een consultatie is of een advies of een hartelijke suggestie, dat maakt niet zo veel uit. Maar alsje het nu niet opschrijft, hoeft zo'n begrip ook niet te functioneren.
Misschien wordt in de toekomst gezegd dat het toch iets anders wordt uitgelegd. Dan moet het college terugkomen, want de raad vindt dat een andere afslag genomen had moeten worden. De VOORZITTER: Ik kijk of de heer Wiertz aanleiding ziet om zijn motie te wijzigen. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Het doel van de motie is natuurlijk niet dat de raad overal over moet gaan of zich overal mee moet gaan bemoeien, maar wel dat we in gesprek blijven. Dat is het doel. Als mevrouw Van Doorn dat bedoelde met we halen het "en te consulteren" eruit, dan is dat wat mij betreft prima. Volgens mij is dat ook wat de wethouder bedoelde. Als dat niet zo is, hoor ik dat in tweede termijn. Dat is ook het antwoord richting de heer Styteler, die iets zei van "als er iets aan de hand is, kunnen we in gesprek", maar daar zou ik dan wel weer wat moeite mee hebben. Dan gaan we in gesprek over de incidenten, terwijl we dat juist niet zouden moeten gaan doen en ook niet moeten zouden willen. De VOORZITTER: Ik stel vast dat de motie is gewijzigd. In motie 1a is in het dictum onder het tweede aandachtsstreepje "en te consulteren" vervallen. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Omdat ik in eerste termijn zei dat die drie woorden eruit moesten, moet ik nu natuurlijk even bevestigen dat wij de motie gaan steunen.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik blijf moeite houden met wat stukken, ook wat het toewijzen betreft. Ik ben benieuwd of de wethouder kan aangeven welke toewijzers de meeste deskundigheid hebben. Ik zie dat de gemeente nogal wat toewijst. Ik durf te stellen dat erin de andere gebieden meer deskundigheid zit. Ik vraag me af of daar niet wat misgaat. Daar heb ik niet echt een reactie op gekregen. De heer LOUPATTIJ (VVD): Begrijp ik goed dat de heer Hummels veronderstelt dat de kennis die er is binnen de wijkteams en de consulenten van de gemeente niet adequaat is, niet voldoende is om tot een beoordeling en een toewijzing te komen? Of zegt hij iets anders? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik heb geen idee of de heer Loupattij goed geluisterd heeft, maar wat hij zegt, heb ik niet gezegd. Hij mag rustig doorgaan met iemand woorden in de mond leggen, maar dan zijn het wel zijn eigen woorden, die ik niet heb uitgesproken.
R 2207183
De heer LOUPATTIJ (VVD): Volgens mij zei de heer Hummels zojuist dat de toewijzing door een ander dan de gemeente - hij noemt dit niet, maar feitelijk gaat het daarover - beter zou zijn. Dat is ook zijn vraag. Daarom stel ik de vraag: heeft hij de indruk dat dat beter is dan? En waaruit blijkt dat? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik vind het een mooie interruptie van de heer Loupattij. Want hij wil graag dat ik zeg wat hij wil dat ik zeg. Dat ga ik echt niet doen. Ik probeer van de wethouder te horen waar volgens hem de meeste deskundigheid ligt en of het dan ook logischer zou zijn dat daar, vanuit die deskundigheid, meer toewijzingen plaatsvinden. Dat is mijn vraag. Ik hoop dat het nu duidelijk is, voor wie het nog niet duidelijk had. Ik ga over mijn woorden, de heer Loupattij gaat over zijn woorden. Hij wil mij woorden in de mond leggen, dat mag hij proberen, maar ik blijf gewoon mijn woorden uiten. Hij mag vanuit zijn plaats gerust erdoorheen roepen; daar zegt de voorzitter wel wat van, als het hem niet bevalt. Ja, ik weet het weer. Ik weet in ieder geval een ander punt. Er staat een zin dat er wordt gekeken naar hoe de samenwerking met de grote wanbieders verbeterd kan worden. Er staat ook in dat het moeilijk is om van die grote wanbieders af te komen, omdat ze nogal een belangrijke rol spelen.
Natuurlijk spelen die grote wanbieders een belangrijke rol, maar ze zijn lang niet altijd de beste. Ik vind het wat pijnlijk dat daar dan toch op gefocust wordt. Ik heb liever dat men zich focust op de beste wanbieders. Of dat een grote of een kleine is, maakt mij niets uit. Ik vind het vervelend om als verschillende colleges, als regio, te stellen dat het wat lastig is om van die grote af te komen en dat we ons dus maar moeten concentreren op die groten. Ik hoop dat dat anders kan. Ik had nog een puntje, maar dat ben ik kwijt. Maar dat kan misschien zo in een interruptie. De VOORZITTER: Ik geef opnieuw het woord aan wethouder Langlus voor een reactie in tweede termijn. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Met de wijziging aangebracht door de heer Wiertz, kan het college leven, waarbij ik nog wel de uitleg van bullet point 1 benadruk. We gaan aansluiten op de uitvoeringsagenda zoals de regio die gaat maken. Op basis daarvan zullen wij zorgen dat wij met informatie en gesprekthema's bij de raad terugkeren. Anders gaat iedereen denken dat we een agenda voorde komende vier jaar gaan vullen voor allerlei politieke beraden. De VOORZITTER: De griffier en ik grapten dat u van alles kunt beloven, want het college is straks toch weg. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Een punt van orde. Het staat wel in de notulen.
Het college kan dan misschien weg zijn, maar het is wel een besluit wat de raad heeft genomen. De heer LANGZUS (wethouder): Zo is dat. Dit is Almelo geschiedschrijving. De heer Hummels spreekt over de eerwijzers. Dan hebben we het bijvoorbeeld over huisartsen. Die verwijzen ten aanzien van de door Almelo zelf geregelde jeugdzorg door naar bijvoorbeeld een psycholoog, psychiater of andersoortige zaken. Dat heeft een fors aandeel. Daar zoeken we intensief op lokaal niveau het overleg mee. Meer nog, we hebben de POH's in de praktijken zitten. Zij regelen daar de juiste dingen, in overleg met de artsen, met betrekking tot jeugdigen. Dat zijn allemaal lichte vormen waarbij we in de sturing en het overleg met artsen natuurlijk ook zichtbaar willen maken dat we een voorliggend veld aan het organiseren zijn, zodat ook allerlei verwijzingen in Almelo zelf naar vormen van jeugdhulp afgestemd zijn op de werkelijke behoefte. Het moet ook recht doen aan het uitgangspunt zo licht mogelijk en zo laagdrempelig mogelijk. Daar kunnen zaken als voorliggende voorzieningen een hele goede rol inspelen. Dat is wat er hier lokaal gebeurd. Daarnaast hebben we in regionaal verband vooral te maken met het gedwongen kader. Daar hangen vaak grote wanbieders achter. Bijvoorbeeld een zorginstelling als Ambiq en nog een aantal van die grote wanbieders, die vaak ook specialistische kennis in huis hebben.
De 8 R 2207183
verwijzing daarnaar verloopt vaak vía andersoortige kanalen, niet in de laatste plaats via de Raad voorde Kinderbescherming. Natuurlijk proberen we daar heel goed mee af te stemmen en zijn het gezamenlijk zowel lokaal als via de regionale inkoop uiteindelijk de organisaties die de bevoegdheden hebben om te verwijzen, bijvoorbeeld de Raad voorde Kinderbescherming. Daar willen we lokaal een hele goede afstemming mee hebben. Die samenwerking is van zeer groot belang. Daar geven we ook vorm aan. We hebben onder andere jeugdbeschermingstafels. Daar wordt casuistiek besproken en daar wordt ook gesproken over wat nu strikt noodzakelijk is, om te voorkomen dat, met alle respect, zekere oogkleppen opgaan en dat op afstand allerlei zware beslissingen worden genomen, terwijl we hierin de lokale praktijk zien dat met lichtere vormen van ondersteuning een net zo goed resultaat te bereiken is. Dat is het zoeken naar overleg met elkaar. Wat betreft de grote aanbieders, daar verzamelt zich over het algemeen ook de meeste deskundigheid. De heer Hummels vraagt of dat begrip niet gewijzigd kan worden, focus op de beste. Het een sluit het ander niet uit. Natuurlijk zoeken we ten behoeve van het individuele kind, de individuele indicatie, altijd de beste behandelplek en behandelaar. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Het is een beetje knullige interruptie, want ik was één onderdeel vergeten.
Ik ga kijken hoe ik dat netjes kan doen. Ik ben blij met de reactie van de wethouder dat grootte niet bepalend is, maar wel wie de beste is. Dat kan soms de grootste zijn. Ik weet dat er organisaties zijn die te gemakkelijk overgaan tot uithuisplaatsing. Dan wordt er niets opgelost. Het kind wordt wel uit de situatie gehaald en dat lijkt een oplossing. Maar wordt er ook gekeken naar of bijvoorbeeld een ouder uit huis geplaatst zou kunnen worden? Wordt er breder gekeken? Want dat kan soms al de oplossing zijn. Dan hoef je niet een heel traject te volgen. De heer LANGZUS (wethouder): In toenemende mate zijn we daarmee bezig om te voorkomen datje het kind het aangrijpingspunt maakt: laten we het kind maar uit huis plaatsen, want dat veroorzaakt allerlei problemen, terwijl je de thuissituatie dan verder in stand Iaat. Voor het kind is het heel erg traumatiserend om uit huis gehaald te worden. In toenemende mate wordt gevraagd of de deskundigen, de eerwijzers, die bijvoorbeeld bij de grote instellingen zitten, of bij de Raad voorde Kinderbescherming, juist dit soort aspecten met elkaar kunnen delen. Kunnen we dat nu niet op een andere manier aanpakken, waarbij het kind niet een traumatische ervaring moet doormaken? Ook al is het uithuisplaatsen van een ouder in zichzelf ook een majeure ingreep.
Maar het is een terechte opmerking: de bereidheid om anders tegen casuïstiek aan te kijken en daarmee ook anders als het gaat om oplossingen. Alles wordt natuurlijk wel afgemeten aan de beste behandeling voor uiteindelijk ook het kind, die moet daar nog een lange toekomst mee verder. Aan de orde is de stemming over het voorstel. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ondanks het feit dat er nog wel het een en ander is aan te merken op dit stuk, ligt er een goede basis. Ik denk dat het de moeite waard is om dat te steunen. Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel, waarna de voorzitter constateert dat het voorstel met algemene (31) stemmen is aangenomen. Aan de orde is de stemming over het motie 1a. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik vind het jammer dat D66 de motie heeft aangepast. Ik begrijp dat de heer Wiertz zo veel mogelijk steun probeert te vinden, maar het spijt mij. Hierna wordt digitaal gestemd over motie 1a, waarna de voorzitter constateert dat de motie met algemene stemmen (31) is aangenomen.
R 2207183
(Burgemeester Gerritsen draagt daarop het voorzitterschap van de vergadering overaap mevrouw Ten Seldam.) 11. Faciliteren Twenteraad (R 2107019. De VOORZITTER: Ik kijk even wie voor dit agendapunt ingetekend hebben. De heer Gerritsen ziet ervan af. Mevrouw Pol? Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Laat maar, in het kader van de tijd. De VOORZITTER: Mevrouw Pol ziet er ook vanaf. Dan ben ik aangekomen bij de heer Hummels. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ze maken het wel heel humoristisch hier. Deze avond zou de laatste keer kunnen zijn voor mij. Ik ga hier geen oproep doen, want dat is niet netjes. Ik ben blij dat er een redelijke facilitering komt voor de Twenteraad. Ik denk dat die heel erg belangrijk is, ondanks het feit dat ik er niet altijd bij ben. U kent mijn gedachten over de regio en hoe die er eigenlijk uit zou moeten zien. Ik hoop dat Twenteraad ervoor zorgt dat de regio, ook met de raadsleden, een fatsoenlijke inhoudelijke inbreng krijgt en houdt. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik heb nog wat recht te zetten. Het is inmiddels een maand geleden, 8 februari 2022, dat we over dit voorstel spraken. Toen heeft de PVV-fractie bij monde van mijn collega Tijhof dit een platform genoemd voor witte wijn drinkende D66'ers. Daar werd hartelijk om gelachen. Maar wij moeten onze mening daarover bijstellen.
Het zijn eigenlijk rode wijn drinkende D66'ers, heb ik gisteren gelezen. Het vervelende is dat niemand dit heeft betwist, niemand heeft weersproken dat het een platform is zonder enige democratische legitimiteit. Iedereen zei dat het maar € 6.000 kost en dat die wijn heel goedkoop is. Wat maakt het nu uit? Weet u wie heel blij zou zijn met € 6.000? Het COC, dat zou heel blij zijn met € 6.000. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Was de heer St6teler niet welkom op het feestje van D66? Was hij uitgenodigd? De heer ST~TELER (PVV): Ik begrijp deze vraag totaal niet. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik zal het uitleggen. Ik weet het niet, ik ben heel vaak geweest, dat erken ik. Naar mijn weten kan iedereen ernaartoe. Als hij iets een D66-feestje niet noemt, omdat hij er zelf niet naartoe gaat, is het dan een D66-feestje omdat hij er niet naartoe gaat, of omdat zij de moeite nemen om ernaar toe te gaan? De heer ST~TELER (PVV): Linksom of rechtsom, het is een D66-feestje. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Is dit een open sollicitatie van de heer St~teler voor het presidium van de Twenteraad? Als wij er allebei inkomen, zal ik nu al een toezegging doen. Dan steun ik het van harte. Ik wil wel graag van tevoren weten hoeveel rode of witte wij hij drinkt, want daar maakt hij een belangrijk punt van.
De heer ST~TELER (PVV): Nee, ik en mijn fractie zitten hier voor Almelo en voorde Almelose gemeenteraad. We zitten hier niet voor Hengelo en Enschede en ook niet voor Twenterand. Dus wij komen hier graag voorop, omdat we hier zijn gekozen en hier de besluitvorming plaatsvindt. Wij vinden dat we hier onze bijdrage moeten houden. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik heb de indruk dat u allen rode en witte wijn en andere alcohol heeft gedronken, want u praat maar door, terwijl het een goede gewoonte is in dit huis, dat er één spreekt en de rest luistert. Wat u ervan vindt, kunt u ons per interruptie laten weten 10 R 2207183
of in uw eigen bijdrage. Ik verzoek u om de modus van dit huis toe te passen. Er wordt alleen thee, koffie en water gedronken. Ik geef het woord aan de burgemeester, die zal reageren op de inbreng. Nogmaals, ik verzoek u om het gesprek met uw buren te staken. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Ik kan kort zijn. Ik begrijp best dat eraf en toe een kwinkslag gemaakt wordt over onderwerpen die aan de orde zijn. Daar doe ikzelf ook graag aan mee. Maar dit is ook een heel belangrijken serieus onderwerp. We hebben allemaal opvattingen over de Twentse samenwerking. Eris de afgelopen jaren veel aan gedaan om dit te veranderen op een manier die ons naar de zin is. Mijnheer Hummels heeft net zijn twijfels daarover uitgesproken. Evengoed weet ik van hem dat we moeten doen wat het proberen waard is. Dat waardeer ik. Hetzelfde geldt voorde Twenteraad. De Twenteraad maakt geen deel uit van de regionale samenwerking zoals we die kenden. Maar we hebben met elkaar gezegd dat raadsleden een platform moeten hebben waar ze elkaar kunnen ontmoeten, omdat die colleges samenwerken in de regio Twente. Tegen die achtergrond is het goed dat ik een oproep doe aan alle raadsleden die hier zitten en herkozen worden, maar ook aan alle nieuwe raadsleden - er zijn een aantal aspiranten in de zaal: maak u sterk voorde Twenteraad.
Daar kan de invloed, die u weleens zegt te missen in deze zaal, deels gecompenseerd worden. Ik ben blij met de steun die ik in het politiek beraad al voor dit voorstel heb ondervonden. Ik zie de besluitvorming in de raad graag tegemoet. De VOORZITTER: Dank u wel. Hebben de sprekers behoefte aan een tweede termijn? Gezien de heer St~teler met iemand anders zit te praten, neem ik aan van niet. De heer Hummels heeft het ook al netjes aangegeven. Dan rest mij te vragen of er behoefte is aan een stemverklaring. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Forum voor Rechts heeft een aantal partijen zich negatief over de Twenteraad horen uitlaten. Ik vind dat alsje ergens een mening over hebt, je er wel naartoe moet gaan. Ik weet ook dat rechtse partijen gebruik maken van die Twenteraad, daar actief in participeren en het nut ervan erkennen. Ik ben het niet, dat wil ik toegeven. Forum voor Rechts kan hier met volle overtuiging mee instemmen. Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel, waarna de voorzitter constateert dat het voorstel is aangenomen met 27 tegen 4 stemmen. Voor het voorstel hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van Christenunie, D66, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, Lokaal Almelo Samen, Leefbaar Almelo, Lijst fete, PVA, PvdA en SP, alsmede 5 leden van de VVD-fractie en 1 lid van de CDA-fractie.
Tegen het voorstel hebben gestemd de leden van de fracties van Democraten.Nu, PVV, alsmede 1 lid van de VVD-fractie en 3 leden van de CDA-fractie. De VOORZITTER: Hiermee is dit punt voldoende afgehandeld en komen we bij agendapunt 12. Ik had vroeger een juffrouw op school die hield haar mond dicht en die begon pas weer te praten als de rest ook stil was. U roept bij mij redelijke associaties op uit die tijd. Dat is toch zo'n 58 jaar geleden. Nogmaals, ik verzoek u in het belang van een ordelijke raad uw gepraat met elkaar te staken. Heeft u behoefte aan overleg, gaat u dan naar de gang, daar kunt u met elkaar het gesprek voeren. Dank u wel. 12. Motie Topinkomens en ontslagvergoedingen verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen beperken. De VOORZITTER: Dit punt heeft betrekking op de motie die ingebracht is door de fractie van Lokaal Almelo Samen. Ik nodig de heer Kampman uit. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Wij hadden op 15 februari een motie vreemd ingediend, samen met het CDA, Leefbaar Almelo, Groen Links, Democraten.Nu, Christenunie en de VVD. De motie hebben we niet zelf bedacht. De motie is een aangepast amendement. In Enschede werd het subsidiebeleid behandeld, dat is geamendeerd door het
R 2207183
11
CDA. De inhoud van dat amendement is verwerkt in deze motie. Dat amendement is overigens unaniem aangenomen ín Enschede. Het gaat om het beperken van de topinkomens en ontslagvergoedingen, die op dit moment bij sommige instellingen in de regio nog steeds aan de orde zijn, zoals bij Regio Twente. Dan heb je het over topfunctionarissen, die meer dan € 300.000 verdienen. De Wntgrens is € 216.000. Voor wie geldt zo'n Wnt-norm? Dat is voor ingehuurd extern personeel, interimmanagers en bestuurders van verbonden partijen, gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde partijen. "Motie. Topinkomens en ontslagvergoedingen verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen beperken. De raad van de gemeente Almelo, in vergadering bijeen d.d.
15 februari 2022, gehoord de beraadslaging, er brede consensus is in de raad over het feit dat bestuurders en interim-bestuurders van verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen geen salaris zouden moeten verdienen hoger dan een ministerssalaris (conform de algemene Wnt-norm); er mogelijkheden zijn om via bijvoorbeeld een beschikking of lokaal beleid te sturen om de hoge topinkomens te voorkomen; er nog steeds een andere en hogere Wnt-norm geldt voor ingehuurd extern personeel, waardoor topbestuurders bij deze instellingen meer kunnen verdienen dan de algemene Wnt-norm; het nog steeds voorkomt dat interim-managers jaarlijks meer verdienen dan een ministerssalaris (conform de algemene Wnt-norm), zie Regio Twente, en dat dit niet gepast is ondanks dat het binnen de wetgeving mag; het nog steeds voorkomt dat topbestuurders van deze instellingen met een riante ontslagregeling vertrekken, zie oud-directeur van GBT die met een riante vertrekregeling is vertrokken naar een deelnemende gemeente van GBT; overwegende dat: zorgvuldigheid een vereiste is bij inzet van gemeenschapsgeld; het niet gepast is dat topbestuurders van verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen meer dan de Wnt-norm verdienen en riante vertrekregelingen krijgen; de overheid een voorbeeldfunctie heeft als het gaat om beloning van topbestuurders en dat ze dat ook van verbonden partijen en gesubsidieerde
instellingen mag verwachten omdat het hierom gemeenschapsgeld gaat; verzoekt het college rondom beleidskaders verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen de volgende uitgangspunten te hanteren: dat het college in zijn rol als aandeelhouder in een deelneming of als AB-lid bij gemeenschappelijke regelingen erop toeziet dat ten aanzien van verbonden partijen het bezoldigingsbeleid conform de algemene bezoldigingsmaxima gelden, waarbij in beginsel voorde externe inhuur dezelfde bezoldigingsmaxima gelden; dat het college in zijn rol als samenwerkingspartner ten aanzien van gesubsidieerde instellingen stuurtop het bezoldigingsbeleid conform de algemene bezoldigingsmaxima, waarbij in beginsel voorde externe inhuur dezelfde bezoldigingsmaxima gelden; dat het college in de subsidieverlening en verantwoording streng toeziet op de overheadkosten. Als naar het oordeel van het college bepaalde kosten niet bijdragen aan de verwezenlijking van de gesubsidieerde activiteiten, worden die uitgesloten van subsidiëring.
En dit uitgangspunt ook te laten gelden voor salariskosten; dat vertrekregelingen van topmanagers van gesubsidieerde partijen en/of verbonden partijen van redelijke omvang dienen te zijn en niet exorbitant hoog, in te brengen door onze gemeentelijke vertegenwoordiger in een AB-vergadering bij een gemeenschappelijke regeling of de aandeelhouder in een aandeelhoudersvergadering en bij gesubsidieerde partijen dit vast te leggen in de subsidieovereenkomst, en gaat over tot de orde van de dag." 12 R 2207183
De motie wordt ingediend door de fracties van Lokaal Almelo Samen, CDA, Leefbaar Almelo, GroenLinks, Democraten.Nu, Christenunie en VVD. De VOORZITTER: Dank u. Ik zal eerst inventariseren of de raad op voorhand een reactie van het college wensten dan de inbreng in eerste termijn. Als de woordvoerder of fractievoorzitter zijn hand opsteekt dan zie ik snel of daar behoefte aan is of niet. De meerderheid wenst niet eerst de inbreng van het college. De woordvoerders spreken vanaf het spreekgestoelte. De heer AKSE (SP): Voorzitter! In eerste instantie lijkt dit een heel sympathieke motie. Het viel onze fractie wel op dat CDA en Lokaal Almelo Samen een beetje over elkaar heen buitelden om dit oorspronkelijk Enschedese amendement als motie te claimen. Dat mag natuurlijk. We hebben wat moeite met dictumpunt 3, dat het college inde subsidieverlening en verantwoording streng toeziet op de overheadkosten. Als naar het oordeel van het college bepaalde kosten niet bijdragen aan de verwezenlijking van de gesubsidieerde activiteiten, worden die uitgesloten van subsidiëring. Dat is krasse taal. Ik wil graag weten hoe je dat gaat doen.
Maak je daarvoor exacte afspraken met de organisatie? Zíjn die er nu nog niet? Hoe gaat het college dat precies regelen? Het mag natuurlijk niet zo zijn dat eraan het einde van het jaar, als de afrekening komt, onduidelijkheid bestaat over onder wat voor voorwaarden jewel of niet de subsidie mag krijgen. Het vierde punt gaat over de vertrekregelingen. Daar staan een paar vage begrippen in zoals "redelijke omvang" en "niet exorbitant hoog". Voor een multimiljonair ís een half miljoen waarschijnlijk niet exorbitant hoog. Wat kunnen we daar nu echt mee? Ik wil de raad er ook op wijzen dat op 7 oktober 2014 - dat was een college waar onder andere de SP in zat - het college een raadsbrief heeft doen uitgaan over die Wet Normering en Bezoldiging Topfunctionarissen, want die ging in op 1 januari 2013. In die raadsbrief staat uitgelegd wat de wettelijke grondslag is voor die wet en wat de beleidsmatige grondslag is. In diezelfde raadsbrief staat precies welke organisaties zich moeten houden aan de wettelijke grondslag en welke zich moeten houden aan de beleidsmatige grondslag. Veiligheidsregio Twente en Stadsbank Oost-Nederland moeten zich aan de wettelijke grondslag houden. Maar bijvoorbeeld Twente Milieu hoeft dat niet, die hoort zich aan de beleidsmatige grondslag te houden. Het toenmalige college heeft een inventarisatie gedaan en gecheckt of het allemaal klopt.
Toen bleek dat er een aantal instellingen zich niet helemaal aan de regels hielden, onder andere Stadstoezicht Almelo, Sportaccommodatie Almelo, Twente Milieu, Twence en de Industrie Gebouwen Maatschappij. Die zijn gevraagd om dat in het vervolg wel te doen op basis van de beleidsmatige grondslag en dat ook in hun jaarverslagen te vermelden. Wat deze motie voorstelt, is al geregeld voor een groot deel. Dat roept bij onze fractie wel de vraag op waarom het huidige college niet gehandhaafd heeft en heeft voorkomen dat in 2020 de heer Rob Toet als directeur van het GBT € 217.000 als ontslagpremie meekreeg. Ik hoor het antwoord graag van dit college. Wat heeft het voor zin om regelingen te hebben als er niet gehandhaafd wordt? Wat heeft het voor nut om er nu weer een motie aan te wijden, ook al is die heel sympathiek? We hebben het al gedaan, het is al geregeld. Alsje niet handhaaft en goed toezicht uitoefent, is dit in onze ogen een motie voorde buhne. Het is verkiezingstijd, misschien is dat de reden dat deze motie nu wordt ingediend? De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Een korte vraag. De heer Akse zegt dat het geregeld is. We hebben recent de jaarrekening van Twence bekeken, een van de issues waar we het ook over hebben gehad. Volgens mij is er geen goed beeld over de salariëring van het bestuur daar.
Volgens mij slaat hij de plank niet helemaal juist, dat het overal goed is geregeld. Hoe ziet de heer Akse dat? De heer AKSE (SP): Ik denk dat dat dan nog een extra omissie is voor dit college, want dat hoort er wel op toe te zien.
R 2207183
13
De heer PAUWELS (VVD): Het college hoort erop toe te zien. Maar als de informatie niet tot het college komt, dan kan er niet op toegezien worden. Misschien is er daarom des te meer grondslag voorde motie die nu voorligt en zou de heer Akse hem des te meer moeten steunen. Dat is mijn riedel, hoe ziet hij dat? De heer AKSE (SP): Die riedel maak ik niet. Want nogmaals, in 2014 is erop toegezien. Er is toen een inventarisatie gemaakt. Vervolgens mag ik als raadslid ervanuit gaan dat dit college deze dingen ook uitvoert en checkt of het in de jaarverslagen zo vermeld wordt. Dus ik zie niet wat de heer Pauwels nog extra wil. De heer PAUWELS (VVD): Het is juist wat de heer Akse zegt, dat het college erop toeziet. Sterker nog, de raad is in positie gebracht, al jaren terug, op verzoek van onze eigen raad, om inzage te krijgen in die jaarrekeningen, ook als onderdeel van de P&C-cyclus. Het is de hele raad, die daarop toe dient te zien, ook de heer Akse. Het heeft ons verbaasd dat er bij Twence dat haal ik toch maar even aan als voorbeeld - onduidelijkheid heerst over de vergoeding van de bestuurder van Twence. Wij zullen daar nadere vragen over stellen. Dat blijkt niet uit de jaarrekening. We kunnen daar niet zien of de norm gehanteerd wordt. Ik vind de conclusie van de heer Akse dat het allemaal al goed geregeld is voorbarig, want het blijkt niet goed geregeld te zijn.
Daarom vind ik dat er grondslag is voor deze motie. Ik reken op de steun van de heer Akse, want volgens mij zeggen we allebei hetzelfde en streven we allebei hetzelfde na: transparantie op de jaarrekening en de informatie naar het college en de raad om daarop toe te kunnen zien. De heer AKSE (SP): Ik ben het echt niet met de heer Pauwels eens. Want als wij niet kunnen vertrouwen op het uitvoeren van moties en regels, die we hier gezamenlijk opstellen, wat doen we hier dan? We kunnen toch niet allemaal zelf al die dingen gaan controleren? Er zijn afspraken gemaakt en die hoor je na te komen. Natuurlijk, er kan weleens een foutje ontstaan. Maar dan moet je zo'n organisatie als Twence daarop aanspreken dat ze het niet goed doen. Over het Gemeentelijke Belastingkantoor Twente is ook in de media geschreven in 2019, dat dat toen ging gebeuren. Alsje dat leest en dan nog geen actie neemt, waar zijn we dan mee bezig? De heer PAUWELS (VVD): Volgens mij geven we elkaar een hand ten aanzien van Twence. Wij hebben daar wel op gelet. We zullen daar ook op blijven letten. We gaan daar vragen over stellen. Vanwege onze rol als oplettende raadsleden kijken we daarnaar. Dat is nog steeds de basis voorde motie. Het kan zijn dat we langs elkaar heen praten, want ik begrijp het punt van de heer Akse niet helemaal. Het is gewoon niet goed geregeld. Dat blijkt uit dit voorbeeld.
Daarmee doet hij zichzelf tekort als raadslid in zijn controlerende taak. Dan zijn we weer terug bij het beginpunt. De heer AKSE (SP): Ik vind het een mooie omcirkeling van het betoog van de heer Pauwels. Nogmaals, ik hoor graag van het college waarom het toen niet gehandeld heeft, toen duidelijk werd dat het GBT over de scheef is gegaan met betrekking tot de wet Normering. De VOORZITTER: Wellicht brengt het antwoord van het college u straks nog tot andere gedachten. Ik ken u als iemand die goed luistert en de argumenten weegt voordat u besluit. De heer TEEUW (Christen Unie): Voorzitter! Wij steunen de uitgangspunten van de motie. Daarom dienen we die mede in. De vraag die wij wel hadden, is al via interruptie door de heer Pauwels gesteld: in hoeverre houden bestuurders zich aan de Wnt? Hoe breed speelt het probleem? Want inderdaad, anders zou het voorde buhne zijn. In het financieel jaarverslag van Twence staat een zeer omfloerst verhaal over dat men de salarissen van de directie niet bekend maakt. Ik hoef dat niet te weten. Er wordt wel geroepen dat men zich aan de cao houdt, maar dat is geen overheids-cao, dat is de cao rond grondstof en energie. Ik heb niets tegen Twence. Ik heb niets persoonlijk tegen de directeur. Maar ik zou graag van het college antwoord willen
14 R 2207183
hebben of het salaris van de directie van Twence binnen de Wnt valt? En zijn er verder gevallen bekend van andere bestuurders die zich wellicht niet aan de Wnt houden? De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Wij vinden het ook een goede motie, voor een groot deel. Het is natuurlijk altijd goed om scherp te blijven op de salarissen en de kosten. Maar we hebben wel een aantal vragen. Hoe groot is het probleem? Er wordt verwezen naar de subsidiepartners, is er daar een probleem? Het wordt ook verbreed tot allerlei overheadkosten en daar vraag ik me wel af hoever men wil gaan met de controle? Gaan we elk dubbeltje controleren? Lokaal Almelo Samen schrijft "kosten die niet bijdragen aan de verwezenlijking van gesubsidieerde activiteiten worden uitgesloten van subsidiëring". Hoe kun je meten of het heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van de gesubsidieerde activiteit? Hoe gaat men het controleren? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik heb dit gesteund in al mijn jeugdig enthousiasme in de strijd tegen al te hoge inkomens. Maar ik ben heel erg blij met de kritische kanttekeningen die genoemd zijn, want ik zou bijna denken dat ik gek ben geweest dit te steunen. Zo erg is het nog net niet. Ik ben nog steeds, voor zover dat kan, bij mijn volle verstand.
Als het inderdaad is, zoals de heer Akse aangeeft, dat het eigenlijk al geregeld is en dat het een kwestie van toezien is, dan lijkt dit overbodig. We zitten bij een aantal organisaties in de organisatie, dus daar ligt een belangrijke rol voor onze vertegenwoordigers. Maar dan zouden we iets anders moeten doen. In het ergste geval moeten we dan een heftig gesprek met het college voeren waarom het zijn werk niet doet. De heer Pauwels zegt dat de raad dit moet doen. Hij zit al een tijdje in de raad, maar dan heeft hij het ook niet goed gecontroleerd. Ik ook niet blijkbaar. Het lastige is dat er vaak gezegd wordt dat de raad zich niet met dingen moet bemoeien, dat het aan het college is of aan de vertegenwoordigers. Dat wil ik dan ineen aantal gevallen graag zo houden. Anders weet ik zeker dat ik knettergek word van alles wat ik moet doen. Maar dan verwacht ik ook wel dat degenen die daar zitten dat goed doen. Het is maarde vraag of dat het geval is. In mijn strijd tegen al te veel geld op één hoop, blijf ik volhouden dat niemand te veel moet verdienen en dat iedereen genoeg moet krijgen. Als dit daarbij helpt, wil ik dit blijven steunen. Maar als het onzin is, trek ik mijn steun in. De VOORZITTER: Het woord is aan de burgemeester voorde beantwoording namens het college.
De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Je zou bijna vergeten dat hier een buitengewoon sympathieke motie voorligt, die iedereen, in ieder geval het college, heel sympathiek voorkomt, omdat dit gaat over een begrenzing van het besteden van publieke middelen, overeenkomstig de wet. In die zin vind ik dat de initiatiefnemer, Lokaal Almelo Samen, lof verdient om dit punt aanhangig te maken. Ik ben ook blij met de vele handtekeningen die nog steeds onder deze motie staan, ook die van de heer Hummels. Het college kan prima uit de voeten met deze motie, ik zei het al, we sympathiseren met de strekking ervan, met de gedachte die erachter zit. Inderdaad, er zit misschien een doublure in, want dit doen we al. Onze accountant kijkt naar de jaarverslagen van de participaties waar wij in deelnemen, de organisaties waar wij een belang in hebben. Dat gebeurt ook in onze eigen jaarrekening. De Wnt is een wet, die wij naleven. Wij voeren ook, anders dan de heer Akse stelt maar niet bewijst, de wensen van de gemeente uit waar het gaat om onze externe verbonden partijen. Luisterend naar de betogen die geleverd worden, ontstaat er een beeld van dat er een stevig gesprek met het college gevoerd moet worden. Graag, want dan leggen we de raad nog eens een keer uit dat het staand beleid is, ook datgene wat in 2014 met de raad is uitgesproken. Dat voeren wij uit.
Het voorbeeld dat wordt aangehaald over de gewezen directeur van het Gezamenlijk Belastingkantoor Twente gaat volstrekt mank. Dat doet de betrokken persoon geen recht, zijn naam wordt genoemd in deze raad, dat hoort niet. Deze persoon heeft de normale wettelijke transitievergoeding gekregen. En een ander bedrag, dat is het jaarsalaris inclusief alle sociale lasten, is aan zijn toekomstige werkgever betaald, in verband met het overnemen van de
R 2207183
15
dienstbetrekking. Dus laten we voorzichtig zijn met wat we zeggen over inmiddels ook regionaal bekende ambtenaren. Het deugt niet om dat te doen. Ik zeg het even zoals ik het voel. Dat is heel gevaarlijk, ook omdat het kant noch wal raakt. Een van de dictumpunten gaat over de vraag of we kunnen toezien op overheadkosten. Natuurlijk kunnen wij op grond van de ASV, de Algemene Subsidieverordening, in een uitvoeringsregeling kostensoorten rubriceren, waarvan we zeggen dat we ze niet subsidiëren. Dus het punt wat hier genoemd wordt, vergt uitwerking. Dat geldt meestal voor moties. Je kunt niet regelen in moties, dat moet uitgewerkt worden. Het college denkt daar een slag op te kunnen maken, dat we kunnen kijken hoe we specifieke kostensoorten niet subsidiabel stellen. Maar daar moeten we wel even goed over nadenken. Want subsidieverstrekkingen vinden plaats in een juridisch verband, in een beschikking. In een beschikking moeten beslissingen op goede gronden worden genomen. Het regelinstrumentarium van een verordening of een wettelijke bevoegdheid moet daar goed onder liggen. Dat is mijn reactie namens het college op de motie. Wij omarmen de motie. We nemen die graag ter harte en we zullen die, waar mogelijk, tot uitvoering brengen. De VOORZITTER: Ik denk niet dat u alle vragen beantwoord hebt, die gesteld zijn. Er zijn interrupties op de inhoud.
De heer PAUWELS (VVD): Een korte aanvullende vraag. Ik begrijp helemaal wat de burgemeesterzegt. Volgens mij denken we er allemaal hetzelfde erover. Ik denk aan de voorbeelden uit het verleden, Soweco, Twence, waar we het nu opnieuw zien, waar gewoon simpelweg dat soort getallen, die informatie, niet gedeeld wordt. Of dat nu verwacht mag worden of niet, het gebeurt niet. In Almelo hebben we daar nu een stevige motie over, heel goed. Daar zijn we blij mee. We zijn slechts een van de aandeelhouders in het geval van Twence. Kan de burgemeester duiding geven hoe we daar vanuit de gemeente mee omgaan en hoe we met andere gemeenten de handen ineen kunnen slaan om dat soort informatie, die wij redelijkerwijs mogen verwachten, transparant in beeld te krijgen? Wat is zijn mening daarover? De heer GERRITSEN (burgemeester): Allereerst mijn excuus, want ik heb de vraag van de heer Pauwels in eerste termijn laten liggen waar het gaat over de beloningen en bezoldigingen binnen Twence. Eris wel meer informatie die wij van Twence willen hebben en niet krijgen, maar dat is een ander chapiter. Twence is een structuurvennootschap informele zin. Materieel is dat eigenlijk wat anders, maar ook dat is weer een andere discussie. Binnen de kaders van die structuurvennootschap staat de vennootschap in zijn recht om de salarisgegevens van de bestuurder te verhullen.