3.2 Notulen raadsvergadering 15 februari 2022 (getekend).pdf
Tekst van het document
f 1
`
Gemeente
+~~ Almelo 1
Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo Datum:
15 februari 2022
Aanvang:
19.30 uur
Locatie:
Raadzaal
Voorzitter:
de heer A.J. Gerritsen, burgemeester; mevrouw I.A.M. ten Seldam, vicevoorzitter van de raad, tijdens de behandeling van de agendapunten 5en6.
Griffier:
mevrouw K.D. Handstede.
Aanwezige leden:
de heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. Buikema-Albers, de heren H. Buitenweg, U. fete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu, mevrouw H.J. Geerdink, de heren R.H. Gelici, F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren A.G.P. Hummels, J.L.R. Kampman, W. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren T.S.M. Stbteler, W.B. Teeuw, H. Teunís, A.J.J.M. Trienen, J. Tijhof, J.B.W. Wiertz, mevrouw D.C. Wind en de heer M. Zielman.
Afwezige leden:
de heren J.J.H. Hammink, M.V.F.M. Hubers, G.W.L. Stork, A. de Vries en W.H.H.L. Weinreder.
Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. Van Mierlo en J.M. Van Rees. 1. Opening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik open de vergadering. Bericht van verhindering is ontvangen van de leden Hubers, Stork, De Vries, Weinreder en Hammink. Namens ons allemaal spreek ik condoleances en medeleven uit naar onze collega Hans Buitenweg, die in heel korte tijd zowel zijn vader als zijn moeder heeft verloren. Ik wens u en uw familie heel veel sterkte in de komende periode. Vreugde en verdriet staan helaas soms heel dicht bij elkaar, want vandaag mogen we ook een collega feliciteren, mevrouw Munnich. Van harte gefeliciteerd met je verjaardag, Quirine! We hebben het goede gebruik dat degene die jarig is tijdens een raadsvergadering bloemen aangeboden krijgt. Het zijn inderdaad wat wrange tegenstrijdigheden die zo dicht bij elkaar komen, maar evengoed, mevrouw Munnich, een fijne verjaardag toegewenst.
R 2207154
1
(De voorzitter overhandigt daarop, onder applaus van de aanwezigen, mevrouw Munnich een boeket bloemen.) Voordat ik raadslid mevrouw Van Doorn de vergadering op de traditionele wijze vraag te openen, mag ik eerst het woord geven aan de vicevoorzítter van de raad, tevens voorzitter van de vertrouwenscommissie voorde herbenoeming van de burgemeester. Mevrouw TEN SELDAM (voorzitter vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester): Voorzitter! De vertrouwenscommissie heeft op een buitengewoon goede en prettige wijze haar werk gedaan. Zij heeft vanavond in een besloten vergadering daarover teruggekoppeld aan de overige raadsleden. Zij hebben uiteindelijk het raadsbesluit genomen om een tweede termijn aan te bevelen voor de burgemeester van Almelo, de heer A.J. Gerritsen. Oftewel, burgemeester Gerritsen wordt voorgedragen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een tweede ambtstermijn. Burgemeester, wij gaan samen nog enkele weken verder, maar u gaat hopelijk nog jaren verder met deze en andere raden. Gefeliciteerd! (Mevrouw Ten Seldam overhandigt daarop, onder applaus van de aanwezigen, de burgemeester een boeket bloemen.) De VOORZITTER: Ik zeg u, mevrouw Ten Seldam, en in u alle andere leden van de gemeenteraad, graag dank voor het vertrouwen dat u met uw aanbeveling in mij hebt uitgesproken.
In een eerder verband waarin we elkaar hierover hebben gezien, heb ik het al gezegd, maar ik herhaal dat graag in het openbaar. Ik ben er trots op om burgemeester van Almelo te zijn. Ik werk graag samen met u verder aan die mooie stad en die twee mooie dorpen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd. Dank u wel. (Applaus,) Dames en heren! Een mooi moment, zeker voor mezelf en goed om op deze manier te laten zien hoe de democratie functioneert en van wiens vertrouwen bestuurders in Nederland afhankelijk zijn, namelijk van volksvertegenwoordigers. Dat is een heel belangrijke notie die de komende weken ons land mag doordrenken - mevrouw Ten Seldam haalde het al aan — in de campagne voorde raadsverkiezingen. Ik heb ergens op internet al eens geschreven dat het uitzonderlijk is dat raadsverkiezingen, lokale verkiezingen, kunnen plaatsvinden. Wij wonen gelukkig in een land waarin dat zo is. Ik geef mevrouw Van Doorn graag de gelegenheid om de raad te openen met een bijdrage. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Vrijheid was het thema van 2020 en 2021 en ook nu weer is vrijheid een groot thema in 2022. Vrij is de mens die zich binnen de grenzen van normen en waarden een eigen weg plaveit. Dat moeten we met zijn allen blijven doen, een weg plaveien in verbondenheid met elkaar, een weg volgens goede normen en waarden.
De heer Hummels zei het de vorige keer al: we moeten ons gedragen en verdraagzaamheid betrachten, elkaar de ruimte geven. Want laten we altijd onder ogen zien dat onze vrijheid stopt als we anderen hun vrijheid afnemen, als we over de grenzen van anderen heen denderen. Vrijheid heeft meerdere betekenissen. Ik noem er een paar: autonomie, onafhankelijkheid, speelruimte, toestand van vrij zijn. Vrijheid is een centraal begrip in de mensenrechten. Eris persoonlijke, intellectuele, politieke en academische vrijheid. Tot de vrijheidsrechten behoren het recht op vrijheid van geweten, van godsdienst, van meningsuiting, van vereniging en van drukpers. Een individu is vrij, als men het recht heeft het leven te leiden zoals men zelf wil, zolang men datzelfde recht van ieder ander respecteert. Men moet het recht hebben nee te zeggen tegen elke eis van wie dan ook. Het Europese Hof voorde Rechten van de Mens stelt enerzijds: de vrijheid hebben om te R 2207154
2
zeggen en schrijven wat je vindt en om informatie te ontvangen en verspreiden is cruciaal voor een democratisch land. Behalve voor onder meer journalisten, geldt ook voor politici dat zij een ruime uitingsvrijheid hebben. Politici moeten kritiek kunnen uitoefenen op het beleid en standpunten over de inrichting van de samenleving kunnen uitdragen. Anderzijds heeft het Hof ook gezegd dat politici vanwege hun belangrijke maatschappelijke functie moeten vermijden dat hun politieke uitingen intolerantie tegen bepaalde groepen voeden. In Nederland is het bijvoorbeeld verboden om in het openbaar groepen mensen te beledigen of aan te zetten tot haat, discriminatie of geweld tegen mensen vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, handicap of seksuele geaardheid. Met de herbenoeming van onze burgemeester in zicht, waren wij als raadsleden eerder deze avond vrij om te besluiten wat we zelf het beste besluit vonden. Die vrijheid wordt in een goed werkende democratie aan eenieder van ons gegeven, namelijk om zonder last en in vrijheid een besluit hierover te hebben kunnen nemen. Ik mag onze burgemeester van harte feliciteren met het besluit van de raad om hem aan te bevelen voor herbenoeming als burgemeester van Almelo. Hiermee verklaar ik de vergadering voor geopend. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van Doorn.
Behartigenswaardige woorden, ook zeker in het licht van de fase waarin wij in de bestuurstermijn nu staan: de verkiezingen. 2. Vaststellen agenda. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik heb de sprekerslijst nog niet tot mij kunnen nemen. Ik heb al wel, en u ook, gezien dat er een motie vreemd aan de agenda zal worden ingediend door de fracties van Lokaal Almelo Samen, CDA en Leefbaar Almelo over topinkomens en ontslagvergoedingen bij verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen. Ik stel u voor dat punt te bespreken aan het eind van de agenda. Ik weet dat er geadviseerd is om de agendapunten 7, Uitwerking norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, en 10, Vaststelling bestemmingsplan De Gors Almelo als hamerstuk af te doen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheerde voorzitter! U kunt mij schrappen als spreker voor agendapunt 10, maar niet voor agendapunt 7. De VOORZITTER: Dit betekent dat agendapunt 10 een hamerstuk is. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Namens meerdere fracties en gezien het debat en de discussie in de afgelopen politiek beraden doe ik het ordevoorstel om agendapunt 8, Strategisch beleidsplan sociaal domein, van de agenda halen, om de volgende redenen. Het is een strategisch beleidsplan. Natuurlijk zijn we gekozen tot het moment dat we geen raadslid meer zijn.
Maar ik en een paar collega's vinden dat over een strategisch plan niet een maand voorde verkiezingen moet worden besloten. Inhoudelijk zijn er heel veel op- en aanmerkingen. Daarvoor leid ik u graag terug naar de politieke beraden van de afgelopen weken. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Er is wel iets voor te zeggen dat de huidige raad de bestaande praxis actualiseert, als de nieuwe raad wordt meegenomen in de kaders. Dat is een inhoudelijke discussie. De discussie gaat vooral over de vraag of het proces correct is gevoerd. Ik kan niet nalaten daar iets over op te merken in relatie tot de door deze raad via het presidium zo gewenste BOB-procedure, die erin mijn ogen toe leidt datje bij kleine punten heel veel herhaling hebt en bij grote punten te weinig tijd. Ik zeg erbij dat het college daar helemaal niets aan kan doen. In die zin zullen wij voor behandeling vanavond stemmen. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! U mag mij overslaan. Een deel van mijn opmerkingen heeft de heer Teeuw al gemaakt. Wij zullen voorde behandeling zijn. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Volgens mij was de behandeling tijdens het politiek beraad niet klaar. Het kan zijn dat het college daar niets aan kan doen, maar dan had het voor R 2207154
3
de hand gelegen om een nieuw politiek beraad te houden om de discussie verder te voeren. Nu krijgen we die discussie en de vragen aan het college tijdens de raadsvergadering. Dat was juist niet de bedoeling van het BOB-proces. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik begrijp de motivering van de heer Teeuw niet, maar dat terzijde. Ik zie niet in wat het BOB-proces hiermee te maken heeft. Het gaat erom dat er over het graf heen geregeerd wordt. Dat is sowieso al ontoelaatbaar. Bovendien is het voorstel inderdaad niet besluitrijp. Dat is gebleken tijdens het BOB-proces. Daarom steun ik het voorstel van de heer fete. Hierna wordt digitaal gestemd over het ordevoorstel, waarna de voorzitter constateert dat het is verworpen met 12 tegen 18 stemmen. De agenda wordt daarop zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. Hierna wordt eerst afgehandeld het volgende punt van de agenda, waarover door geen van de leden het woord wordt gevraagd. 10. Vaststellen bestemmingsplan "De Gors Almelo" (R 2207069). Dit voorstel wordt zonder stemming aangenomen. 3. Vaststellen notulen Notulen raadsvergadering 7 december 2021 (R2207080) Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. Notulen raadsvergadering 21 december 2021 (R2207081) Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 4. Vaststellen afhandelwijze ingekomen stukken. Raadsbrieven vanuit B&W (R 22070751.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik verzoek om raadsbrief 03, Cliënt ervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet, nader te bespreken, daar zal ik mijn uiterste best voor doen. Eventueel doe ik dat alleen met de wethouder, of anders ga ik kijken of ik die kan agenderen. Buiten de vergadering om zal ik aandacht vragen voor twee andere brieven. Hierna wordt met betrekking tot de ingekomen raadsbrieven vanuit B&W zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. Aan de gemeenteraad (R 2207076). De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Hier heb ik er een heleboel waar ik aandacht voor vraag; ik weet niet hoe ik dat praktisch moet doen. Voor één brief wil ik extra aandacht vragen, namelijk het bezwaarschrift van Stichting Jemig de Pemig onder nummer IN 105981. Daarover ga ik verder overleggen met de burgemeester. Ik kan ze allemaal noemen, maar ik weet niet of u dat prettig vindt. De VOORZITTER: De raad gaat straks een besluit nemen over hoe de brieven worden afgedaan. Als u dat op een andere manier wilt, kunt u daarvoor een voorstel doen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Als ik nu een voorstel moet doen, raak ik zelf helemaal in de war. Ik wil in ieder geval extra aandacht vragen voor Plaatselijk Belang Aadorp. R 2207154
4
Mogelijkerwijs bespreek ik dit met de wethouder die erover gaat, evenals de brief over het Monopolie glasvezel en het Ontwerpbestemmingsplan recreatiewoningen 't Maatveld. De VOORZITTER: Voorde afdoening door de gemeenteraad doet dat niet af. U zoekt daar een ander overleg voor, begrijp ik. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ja, voordat er een reactie de deur uitgaat. De VOORZITTER: Dat begrijp ik, maar dan moet u of nu voorstellen dat de raad ze op een andere manier afdoet, of u moet morgen even contact opnemen met de betrokken portefeuillehouders om daarover het een-op-een-gesprek te voeren. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik vraag me af of ik in mijn eentje kan regelen dat het anders moet. Ik vind dat er iets mee moet gebeuren. Ik weet nu nog niet hoe het college gaat reageren. Daarom wil ik dit eerst kortsluiten met de wethouder. Dat lijkt me niet zo gek. De VOORZITTER: Dat mag. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Maar u maakt het voor mij ingewikkelder. Excuses, dat kan ook aan mij liggen. Ik heb ze allemaal genoemd. Ik spreek mijn complimenten uit voor een misschien wat eigenaardige brief van J. Ranzijn. Die oogt wat bijzonder, maar ik vind het fijn dat eruit de samenleving gevraagd wordt om een andere en betere benadering en omgang met elkaar. De VOORZITTER: Dank u wel.
Ik stel vast dat de afdoening van de brieven is vastgesteld en ik geef u graag de gelegenheid wanneer u dat uitkomt met de portefeuillehouders daarover contact te hebben. Hierna wordt met betrekking tot de ingekomen stukken aan de gemeenteraad zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. De VOORZITTER: We zijn toe aan agendapunt 5, het vragenhalfuur. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik heb het idee dat sommige vragen niet meer actueel zijn of al beantwoord zijn op een plek waar iedereen bij is geweest. Ik vraag me af in hoeverre er kritisch gekeken wordt naar wat er al dan niet op de agenda komt te staan. De VOORZITTER: De vragen zijn beoordeeld door het presidium, gisteren nog. Ik vraag u nog even geduld te hebben met het oordeel dat het presidium daarover heeft uitgesproken, namelijk dat ze toelaatbaar zijn. Over uw punt kunt u beter het gesprek met het presidium hebben. Als we nu een ordedebat voeren over de toelaatbaarheid van de vragen, is dat wat complex. Mag ik het zo afdoen? Dank u wel. (Hierna draagt burgemeester Gerritsen het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Ten Seldam.J 5. Vragenhalfuur (R 2207077). De VOORZITTER: Ik ga graag met de heer Hummels buiten deze vergadering het gesprek aan over de toelaatbaarheid van vragen. Soms proberen we wat coulanter te zijn en soms zijn we wat strenger.
Maar beide keren landt dit niet altijd even goed. 1. Vragen van de VVD-fractie over de Preventieagenda 1.0/Strategisch beleidsplan. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Op 19 januari jl. presenteerde het college van B&W op haar website vol trots de Preventieagenda 1.0 aan de inwoners van Almelo. Het doel van de R 2207154
5
agenda is om gezamenlijk op te trekken met dertig maatschappelijke partners en te investeren in preventie en gezondheidsbevordering. De fractie van de VVD kan alleen maar toejuichen dat het college hier vorm aan geeft. Tenslotte geeft deze agenda exact invulling aan het beleid dat de VVD eerder voorstelde in 2017 met het initiatiefvoorstel Integraal preventief beleid: voorkomen is beter dan genezen. Hoewel de VVD destijds betreurde dat er geen draagvlak was voor het plan, is ze blij dat het college inmiddels tot een ander inzicht is gekomen. Hoewel ze verheugd is dat er inmiddels een preventieagenda is, vraagt ze zich af of de uitgangspunten voldoende worden doorleefd. Op dezelfde dag van de trotse publicatie op de website lezen we in Tubantia dat St. Jozef de Driehoek om wil bouwen tot een opslag voor scootmobielen. Bewoners die al tientallen jaren gebruikmaken van deze ontmoetingsplek, kunnen er vanaf 1 januari niet meer terecht. Dit brengt het risico met zich mee dat mensen elkaar minder of zelfs niet meer zullen ontmoeten, elkaar wellicht niet kennen, minder beweging zullen hebben, minder hulp zullen krijgen vanuit hun nabije omgeving en minder hulp zullen bieden in hun omgeving. Mocht dit beeld werkelijkheid worden, dan zullen de kosten in, onder andere de Wmo, toenemen op basis van de keuze van St. Jozef.
Ook is het de vraag welk effect deze keuze heeft op de gevoelens van eenzaamheid en het welzijn van deze ouderen. Om deze reden heeft de VVD-fractie de volgende vragen aan het college: 1. Is St. Jozef, net als Beter Wonen, één van de maatschappelijke partners in het kader van de preventieagenda? Indien dit het geval is, hoe duidt het college de hierboven genoemde keuze van St. Jozef in het kader van preventie? Indien dit niet het geval is, waarom participeert St. Jozef niet in de agenda en wat betekent dit voorde preventieagenda in Almelo? 2. Is de wethouder zich bewust van het preventieve karakter van de voorziening Driehoek, ook in relatie tot de vraag over de professionele zorg vanuit de Wmo en vraagstukken in het kader van eenzaamheid? Hoe verhoudt de maatregel van St. Jozef zich tot het beleid dat de wethouder voorstaat in 3. het kader van preventie, de Wmo en eenzaamheid? 4. Op welke wijze is de wethouder van plan om over deze kwestie het gesprek te voeren met St. Jozef? De heer VAN MIERLO (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Dank voorde vragen. Het antwoord op vraag 1: We zijn van start gegaan met de Preventieagenda 1.0. Op dit moment is dat alleen nog met de partners Avedan en Sportbedrijf. Maar dit is geen eindproduct. Dit is als het ware een startpunt van een beweging die we in gang willen zetten om met meerdere partners preventie op te pakken en verder uit te bouwen.
De afgelopen weken is met meerdere partners het gesprek gevoerd om toe te treden tot die preventieagenda. U moet dan bijvoorbeeld denken aan Menzis en de GGD Twente. Ook de komende periode spreken we steeds weer nieuwe partijen. We werken aan een doorontwikkeling en in dat kader spreken we op korte termijn met beide woningcorporaties, volgens de planning nog deze maand. In die gesprekken zullen we verder verkennen welke rol zij kunnen en willen spelen in de preventieagenda. Ik cluster het antwoord op de vragen 2 en 3. Formeel speelt de gemeente geen rol bij de sluiting van de Driehoek. Maar ik zeg er graag bij dat die sluiting nog niet zeker is. Verschillende opties worden door woningstichting St. Jozef onderzocht, waaronder het openhouden van een deel van de Driehoek als ontmoetingsruimte. Uiteindelijk is het de keuze van St. Jozef, maar als u aan het college vraagt of we gelukkig zijn met het sluiten van een dergelijke ontmoetingsruimte, is het antwoord nee. Zo'n ontmoetingsruimte vervult een taak in het voorkomen van eenzaamheid — de heer Loupattij sprak daar ook al over — en kan wellicht wat dagstructurering voorde bewoners van dit complex bieden. Ik kan melden dat St. Jozef in de basis voorstander is van het openhouden van dit soort ontmoetingsruimten in haar wooncomplexen.
Het is inderdaad de vraag of de sluiting van dit soort ruimten gaat resulteren in een hoger beroep op onze Wmo voorde indicatie dagbesteding; dat zou kunnen. Maar kort en goed, het is in ieder geval een gespreksonderwerp over onze verantwoordelijkheid heen. Nogmaals, formeel spelen wij daarin geen rol, maar vanuit het grotere plaatje, het belang bij preventie in de brede zin van het woord, spreken we met elkaar. R 2207154
6
Ik geef eigenlijk al een voorzetje op het antwoord opvraag 4. We nemen het aspect van de ontmoetingsruimte mee in het gesprek dat ambtelijk eind deze maand zai worden gevoerd in het kader van de preventieagenda. We hebben recentelijk nog contact met St. Jozef hierover gehad. Bij dit soort vraagstukken gaat het niet alleen om de vraag tot waar je eigen verantwoordelijkheid reikt, maar ook om het aangaan van het gesprek met de ander om te bewerkstelligen dat goed over dit soort besluiten wordt nagedacht vanuit een bredere context. De VOORZITTER: Mijnheer Loupattij, nog een korte vraag? De heer LOUPATTIJ (VVD): Eerder een korte samenvatting van wat ik gehoord heb. Ik ben ontzettend blij met de reactie van de wethouder. De VOORZITTER: We gaan geen samenvattingen geven; ik moet het tempo in de vergadering houden. Ik bied u de gelegenheid voor een aanvullende vraag. Samenvattingen lezen we terug in het verslag. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik ben ontzettend blij met de reactie van de wethouder. Ik check bij hem of ik goed gehoord heb dat hij de verantwoordelijkheid neemt, anderen erop wijst en daarover het gesprek aangaat. Klopt deze constatering? De heer VAN MIERLO (wethouder): De constatering is juist.
We gaan met elkaar over onze verantwoordelijkheid heen in ieder geval in gesprek over de waarde van dit soort ontmoetingspunten in de omgeving van niet alleen dit complex, maar in de breedste zin van het woord. 2. Vragen van de Christenunie-fractie over Potjescultuur rond cultuurpotjes. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik heb drie vragen over cultuur en erfgoedpotjes ingeleverd. De derde vraag gaat over een half miljoen dat gereserveerd is voor cultuur bij de najaarsrapportage. Ik werd er door de heer Trienen op attent gemaakt dat hierover al een stuk verschenen is, niet bij de raad, maar bij de B&W-stukken en dat dat 8 maart naar de raad komt. Ik stel voor die vraag tot dat moment uit te stellen. Daarom beperk ik mij tot de eerste twee vragen. 1, De raad heeft eind 2017 de Nota erfgoed zichtbaar verleden vastgesteld. De raad heeft via een amendement bij de Begroting 2018 besloten de financiële middelen voor uitvoering van de Erfgoednota via de Begroting 2019 beschikbaar te stellen. Het gaat om een incidentele inzet van € 80.000 voor 2019 en een structurele inzet van € 35.000 per jaar. Het incidentele budget is in 2019 niet gebruikt, maarde wethouders Van Rees en Langlus hebben de sector aangegeven dat het budget van € 80.000 beschikbaar blijft gedurende de bestuursperiode voor uitvoering van de publieke taken in de Erfgoednota.
We hebben begrepen dat het budget nog steeds niet is aangewend. Kan het college ons op de hoogte stellen of dit zo is, en van de status en plannen? 2. De gemeenteraad van Almelo heeft bij de Perspectiefnota 2019 de motie Kerkenvisie unaniem aangenomen. De gemeenteraad heeft het college verzocht een decentralisatieuitkering bij het Rijk aan te vragen om te gebruiken bij de totstandkoming van een kerkenvisie voor Almelo. Deze aanvraag is ingediend en het college heeft € 50.000 bestemd. Daarmee is de motie afgehandeld, maar is er nog geen kerkenvisie, ondanks het feit dat de fractie van de Christenunie een aantal suggesties voor vrijwilligers heeft gedaan. Wat is de status van de kerkenvisie en hoe is of wordt het budget aangewend? De heer VAN REES (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat wij, direct na de goedkeuring van de raad in 2018, een platform Cultureel erfgoed Almelo hebben opgericht met medewerking van alle erfgoedcommissies in Almelo. We hebben in totaal 12 uur per week beschikbaar voor het erfgoedbeleid. Dit is gericht op dat platform en de wettelijke taken die we op dat niveau uitvoeren. De € 35.000 die wij per jaar structureel beschikbaar hebben, is jaarlijks uitgegeven binnen dat budget aan projecten, in overleg met het Platform cultureel erfgoed. De incidentele R 2207154
7
middelen, de projectgelden, blijven beschikbaar zo lang het project duurt. We hopen deze periode af te ronden. Daarin zitten twee onderdelen die vrij substantieel zijn. We hebben tot nu toe geen capaciteit kunnen vrijmaken om die uit te voeren. We kijken op dit moment of we er dit jaar nog tijd voor kunnen vrijspelen om ze uit te voeren. Er komt dit jaar dus nog een vervolg op. We proberen op dit moment in gesprek te gaan met de kerkgenootschappen over de Kerkenvisie. Dit doen wij onder leiding van het Oversticht. Dat ondersteunt alle Twentse gemeenten bij het opstellen van de Kerkenvisie. Met die Kerkenvisie willen we toekomstperspectieven voor religieus erfgoed uitwerken, in samenwerking met de besturen van de kerken. Het is de bedoeling dat dit document rond de zomer van 2020 het licht ziet. Corona heeft hierin een grote rol gespeeld, omdat we niet met de mensen in gesprek hebben kunnen gaan. De Kerkenvisie moet de kerkgenootschappen zicht bieden op waar ze met hun gebouwen naartoe kunnen en welke opties ze hebben om ze beschikbaar te houden, of om te zetten naar een andere functie. De heer TEEUW (Christenunie): Ikhoor dewethouder zeggen dat het geld beschikbaar blijft, in ieder geval voorde doelen waarvoor het is bedoeld. De wethouder noemde 2020, maar ik neem aan dat dit 2022 moet zijn. De heer VAN REES (wethouder): Ja 3.
Vragen van de PVA-fractie over Grootschalige bomenkap in het Schelfhorstpark. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter, de Partij Vrij Almelo maakt zich zorgen over grootschalige bomenkap in het Schelfhorstpark. Het betreft niet alleen het terugsnoeien van opslag, want ook grote bomen worden gekapt. Het uitgangspunt van de Partij Vrij Almelo is om bomenkap zoveel mogelijk te voorkomen, en als het toch moet, ruimte compenseren. We zijn dan ook benieuwd wat de afweging is geweest van het college om deze bomen te kappen. Wij hebben een aantal vragen: 1. Zit hier een visie achter? Dit valt onzes inziens niet meer onder de noemer regulier onderhoud. 2. Hoe verhoudt deze grootschalige kaalslag zich tot de landelijke en provinciale ambities om meer bomen te planten en dus ook in Almelo? 3. Wat gebeurt er metal dat hout van die grote gekapte bomen? 4. Bent u het met ons eens dat vanuit het klimaatbeleid meer bomen hebben cruciaal is voor onze toekomst en dus ook voor ons stadsklimaat? 5. De provincie wil graag een miljoen nieuwe bomen planten, en ook de gemeente Enschede heeft de ambitie om 170.000 nieuwe bomen te planten; gekwantificeerd is dat voor iedere inwoner een boom. Hoe zit dat in Almelo? De heer VAN REES (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Dank voorde vragen. We praten hier over het onderhoud van de bosplantsoenen.
Om ervoor te zorgen dat de beplanting in onze parken vitaal blijft, moeten we niet alleen werken aan verjonging, maar zo nu en dan ook bomen ertussen weghalen om andere bomen en jong struikgewas de ruimte te geven. Dat betekent dat we struiken en bomen afzagen en snoeien om ze de ruimte te geven om uit te lopen. Ook worden er bomen weggehaald om aan andere bomen ruimte te geven, die zo kunnen doorgroeien. Hoe verhoudt zich die kap tot landelijke en provinciale plannen? Wij praten hier over het onderhoud van onze parken; het gaat om onze bosplantsoenen. We hebben daarvoor een beheerplan en daarbinnen doen we dat onderhoud. Het is mogelijk dat we individuele bomen kappen om andere de ruimte te geven. Het hout dat wij snoeien wordt afgevoerd en zo nodig benut voor het produceren van pellets of voor biomassacentrales. We zijn het natuurlijk helemaal met de heer De Olde eens dat bomen voorde toekomst van ons klimaat heel belangrijk zijn. We hebben geen hoeveelheden nieuwe bomen genoemd, maar bekijken wel heel nadrukkelijk waar we bomen terug kunnen planten, kunnen eergroenen en kunnen ontstenen. Dat blijft voor ons onverminderd van belang. We bekijken ook hoe we het beheer van de R 2207154
$
openbare ruimte nog ecologische kunnen maken, zodat we ons klimaat steunen door Almelo groen te houden en nog groener te maken. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! We hebben er een foto bijgevoegd. Door bomen te kappen, vallen er behoorlijk grote open plekken. Wat gaat daarmee gebeuren? De heer VAN REES (wethouder): Het is de bedoeling dat daar jonge struiken gaan groeien die het aangezicht weer groener maken. Er is een aanleiding voor als er bomen worden gesnoeid of gekapt. Of dit gebeurt om ruimte te bieden voor andere bomen, of omdat de bomen te oud zijn en te gevaarlijk worden omdat er taken af kunnen breken. We snoeien niet zomaar. We snoeien zeer terughoudend en alleen maar als dit echt noodzakelijk is. 6. Vaststellen variant ten behoeve van onderzoek centralisatie huisvesting Uitvoering Fysiek (R 2106996). Mevrouw BUIKEMA-ALBERS (Christenunie): Voorzitter! In het raadsvoorstel wordt gevraagd in te stemmen met de centralisatie van de huisvesting voor Uitvoering Fysiek. Deze centralisatie heeft onder meer tot doel om één locatie te creëren voor personeel, materiaal en materieel. Tevens houdt dit een besparing in van € 200.000 per jaar op de huisvestingskosten. De Christenunie-fractie kan instemmen met de gekozen variant 1b. Hierbij blijven vijf wijklocaties intact, die gebruikt kunnen worden voorde pauze en het toiletbezoek.
Als aandachtspunt geven we uitdrukkelijk mee dat een van de randvoorwaarden van deze nieuwe manier van werken is, een zorgvuldig communicatie- en verandertraject voorde werknemers, waarin ze worden begeleid naar een andere manier van werken. Voor sommige werknemers in de Uitvoering Fysiek zou dit een ingrijpend proces zijn waaraan de nodige aandacht moet worden gegeven. Een voor onze organisatie voordelige manier van huisvesting en werkorganisatie mag nooit ten koste gaan van onze werknemers. Zij verrichten het werk en moeten zich daar wel bij vinden. Dank voorde toegezonden memo over de te hanteren rekenrente. Wat de ChristenUniefractie betreft, gaan we werken met het voorgestelde rentepercentage van 2%. Dit geeft op voorhand een risicodekking voorde opvang van reëel te verwachten rentestijgingen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mevrouw de voorzitter! Ik heb geen idee of ik goed genoeg heb opgelet, maar ik kan me grotendeels aansluiten bij het verhaal van de Christenunie-fractie. Ik vraag me alleen af of ze ook gezegd heeft dat het geen nadelige effecten mag hebben voorde inwoners van Almelo. Ik dacht dat ze het alleen over het personeel heeft gehad. Ik voeg erin ieder geval aan toe dat dit ook geen nadelige effecten mag hebben voorde inwoners van Almelo.
De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! Vanavond wordt het oordeel gevraagd van de raad over de centralisatie van de huisvesting voorde eenheid Uitvoering Fysiek. De CDA-fractie staat volledig achter het voorstel om een krediet ter beschikking te stellen ter grootte van € 19,6 miljoen. Wij vinden de centralisatie een goede zaak, vandaar onze steun. Echter, de toelichting over de financiering heeft bij ons gedurende het gehele proces tot verschillende vragen geleid. Toen wij het raadsvoorstel van 22 november 2021 zagen, viel ons op dat er gesproken werd over een post Kapitaallasten ter grootte van € 1,7 miljoen, wat totaal onjuist was. Onze berekening van de kapitaallasten kwamen namelijk op een opmerkelijk lager bedrag uit. Ook werd op een vraag van ons medegedeeld dat het structurele verschil van de nieuwe en oude kapitaallasten, zijnde € 0,3 miljoen, zou worden gedekt vanuit de algemene reserve. Zo'n antwoord is in onze visie een doodzonde. Dat was de reden dat wij om aanvullende informatie hebben gevraagd. Inmiddels hebben ons een viertal memo's bereikt. Er waren memo's bij die elkaar tegenspraken over afschrijvingstermijnen en uitgangspunten, alsmede het onterecht noemen van kapitaallasten in plaats van huisvestingskosten. Ineens kwam boven water dat de rekenrente was bepaald op 2% in plaats van de gebruikelijke 1%.
En in het eerste memo werd gesteld dat de afschrijvingstermijn van de post Gebouwen was bepaald op 30 jaar, wat later weer gecorrigeerd werd naar 40 jaar. R 2207154
De laatste memo van 11 februari 2022 heeft ons uiteindelijk definitief duidelijkheid verschaft over cijfers en uitgangspunten. De afdeling Concern en Control heeft inmiddels, ook naar aanleiding van onze vragen, het stuk kritisch beoordeeld en heeft een tweetal afwijkingen geconstateerd ten opzichte van de interne uitgangspunten, namelijk over het type afschrijving en de afschrijvingstermijn. Precies de zaken die ons aanleiding gaven tot het stellen van vele vragen. De laatste memo van 11 februari 2022 heeft bij ons de twijfels weggenomen en inmiddels zijn tekstuele aanpassingen in het raadsbesluit onder de punten 1 tot en met 5 aangebracht. Er blijft uiteindelijk één discussiepunt over, namelijk met welke rekenrente deze investering moet worden belast. Het huidige activabeleid schrijft een rente van 1%voor. Maar het college heeft in dit voorstel gerekend met een conservatieve rekenrente van 2%, hetgeen in het eerste jaar € 196.000 extra kosten betekent. Het baseert deze stap op de mogelijk stijgende rente op de kapitaalmarkt. Wij erkennen dat de rentemarkt in beweging is en datje eventuele risico's moet meenemen in de overwegingen bij dergelijke grote investeringen als in dit voorstel. Bovendien zal de stijging van de rentelasten invloed hebben op toekomstige totale kapitaallasten van onze kapitaalgoederen, die toch al vanaf het jaar 2026 onder druk komen te staan.
Ik ga er dan ook van uit dat zo snel mogelijk na de goedkeuring van het krediet van € 19,6 miljoen het college op zoek gaat naar een zo goedkoop mogelijke financiering op de huidige kapitaalmarkt, zodat het financiële risico voor de toekomst voor deze investering is afgedekt en het rentevoordeel van 1%ten goede komt van de totale gemeentelijke lasten van de kapitaalgoederen. Maar dat is wel een afwijking in het bestaande beleid, dat door deze gemeenteraad is vastgesteld. Wij gaan er tevens van uit dat de vanaf heden toekomstige investeringen worden belast met een rekenrente van 2% en dat de effecten op de lange termijn met de Perspectiefnota 2022 en Begroting 2023 zichtbaar worden gemaakt. Het meerjarenperspectief zal er dan ook anders gaan uitzien. Deelt het college onze mening en gaat het daarmee rekening houden? De heer TIJHOF (PVV): Voorzitter! De afgelopen week is onze raad enkele keren bijeengekomen om de voorkeursvarianten te bespreken van de toekomstige huisvesting Uitvoering Fysiek. Vorige week sprak de PVV-fractie zich uit voor variant 2b, omdat ze belang acht achter de wijkteams en de verbinding tussen de wijken gemeente. Het college adviseert 2a vanwege de laagste investerings- en huisvestingskosten. In het voorstel worden verschillende varianten weergegeven met verschillende cijfers: de ene variant kost zo veel en de andere zo veel.
Vervolgens wordt in de memo van afgelopen week duidelijk gemeld dat naar de varianten in de tweede optie nog nader onderzoek moet worden gedaan naar onder andere de aanpassingen en er nog onzekerheid is over de hoogte van de investeringskosten. Onze vraag is dan ook: hoe kan het college dit voorrekenen, wanneer het duidelijk aangeeft niet over alle financiële details te beschikken? De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Wethouder Langlus zal de financiële kant van de zaak belichten. Ik geef een korte reactie op de bijdragen van mevrouw Buikema en de heer Hummels. Ja, natuurlijk gaat dit niet alleen maar over het aanpassen van hoe wij onze buitendiensten hebben georganiseerd. Dit gaat ook over de werkplek voor onze medewerkers die vandaaruit werken. Daar hoort uiteraard, dat spreekt bijna voor zich, een zorgvuldige communicatie bij en een goed traject voor medewerkers om mee te komen. Mevrouw Buikema zegt terecht dat dit niet alleen maar gaat om een kostenbesparing. Nee, inderdaad, dit gaat ook om het op een efficiënte manieren vanuit goed werkgeverschap onderbrengen van onze medewerkers die elke dag letterlijken figuurlijk buiten in onze stad aan het werk zijn. Hetzelfde geldt voorde inwoners. Dit doen wij niet om alleen maar € 200.000 extra structureel vrij te spelen.
Dit doen wij natuurlijk ook opdat de dienstverlening, het beheer van de openbare ruimte van onze mooie gemeente, in goede handen is en toekomstbestendig vanuit die gecentraliseerde huisvesting vorm kan krijgen. Dus ik had dit on-becommentarieerd kunnen laten, maar onderstreep graag dat ook voor het college de afwegingen die mevrouw Buikema en de heer Hummels maken volstrekt vanzelfsprekend zijn. Dit gaat om werkgeverschap, het meenemen van werknemers in wat we doen en uiteindelijk ten diepste
R 2207154
10
over de mensen in deze stad die hier wonen en willen genieten van een goed beheerde buitenorganisatie. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Bedankt voorde bijdragen. De bijdrage van de heer Trienen is duidelijk. Hij schetste de totstandkoming van de benodigde duidelijkheid. Ik ben blij dat we met de laatste memo de laatste vragen hebben kunnen wegnemen. Inderdaad blijft het punt over wat we al eerder besproken hebben, dat we gerekend hebben met 2%. Dat blijft ons niet verdelen, want dat doen we uit voorzichtigheid. Maar dit wijkt inderdaad af van het beleid. Uw raad zit hier vanavond bijeen. Als wij dit voorstellen en uw raad besluit daartoe, is de raad het hoogste orgaan dat van zijn eigen beleid kan afzien en een andere keuze kan maken. Ons voorstel heeft te maken met een projectie op de toekomst en de mogelijk stijgende rentelasten. Ik zeg er ook bij dat de rekenrente jaarlijks wordt vastgesteld. Dat heeft natuurlijk te maken met het totale complex aan leningen en hoe de rentes zich ontwikkelen. Dat geldt ook hiervoor. We maken een projectie in de toekomst en zetten die kapitaallast in de meerjarenramingen vanaf '24-'25, zodat we ze in ieder geval goed in beeld hebben. Maar dat Iaat onverlet dat die onderweg bijgesteld kan worden.
Als de heer Trienen erop doelt dat hij bij perspectiefnota's dan wel bij begrotingen een herrekening wil krijgen op de renteparagrafen, zeg ik dat toe. Dat doen we namelijk altijd. De heer Tijhof wijst erop dat in de memo gesproken wordt over variant 2b. Die is nu doorgerekend op totale nieuwbouw. De disclaimer in de tekst gaat over het mogelijke gebruik, inzet, van een aantal bestaande locaties, dus niet totale nieuwbouw. Mochten we die kunnen hergebruiken — daarover gaat het onderzoek — zou dat tot een lagere investeringslast kunnen leiden en daarmee een lagere jaarlast. Het is niet omgekeerd dat we dit niet in beeld hebben. We hebben met de meest dure variant gerekend met overal nieuwbouw als we in die wijken blijven zitten. Maar het is de vraag of dit inderdaad zo is. De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! Dank voor het antwoord van de wethouder. Hij noemde al het heroverwegen van de rente. Dat is natuurlijk een prima zaak. Maar wat doen we met de lopende investeringen? Ik neem niet aan dat vanaf morgen een nieuwe berekening heeft plaatsgevonden. Er komen ook nieuwe projecten aan. Hoe gaat de wethouder daarmee om? De heer TIJHOF (PVV): Ik haalde uit de reactie van de wethouder dat variant 2b wellicht goedkoper kan uitpakken, maar we dat nog niet weten. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Wat we in ieder geval wel weten, is dat nieuwbouw een relatief dure variant is.
We hebben dat verdere onderzoek niet gedaan, omdat uiteindelijk de keuze niet op die variant is gevallen. De heer Tijhof kan zeggen dat hij die nadere precisering graag had gehad, maar voor het college was dat verder niet relevant bij het voorbereiden van dit voorstel. Daarom hebben we er geen tijd en effort in gestoken. Het blijft in die zin wat hypothetisch. Uw raad kan mij navolgen dat als ik zeg dat als we alles gaan vernieuwen, we op die last uitkomen. Ik geef toe dat we niet precies weten wat het hergebruik van bepaalde panden kostenmatig zou hebben opgeleverd. De vraag van de heer Trienen wat we doen met bestaande projecten ís een punt. Ik heb er uitgebreid met de thesaurier over gesproken hoe dit precies in elkaar zit, of we op korte termijn grote sommen geld gaan aantrekken. Voorde korte termijn is dat niet het geval, want we hebben veel contant geld op de bank staan. We doen zelfs aan schatkistbankieren. Dat heeft te maken met de ruime opbrengsten die we de laatste tijd hebben gehad uit verkopen van gronden, de Cogas-middelen en wat dies meer zij. Een directe aanleiding om nu al geld te gaan ophalen is er niet. Het is zeker een zaak waarbij we dagelijks de vinger aan de pols moeten houden. Als we de rente zien stijgen, moeten we afwegen of we niet een grote som geld moeten ophalen, zodat we de projecten die er aankomen van goedkope financiering kunnen voorzien.
Deze vraag houdt ons op dag basis bezig. We hebben er speciaal iemand voor aangesteld om dat voor ons in de gaten te houden. Andere zeer grote projecten hebben we in ons hoofd, maar deze zijn nog lang en breed niet uitgewerkt. Als ik bedenk wat er bijvoorbeeld in het kader van stadsontwikkeling op ons R 2207154
11
zou kunnen afkomen, gaat het om zeer grote sommen geld. Maar we hebben nog geen enkele drager voor het financieren daarvan. Dat zal dan eerst een vorm van besluitvorming moeten hebben, alvorens we zo ver zijn. Op voorhand daarvoor geld aantrekken zal op de basisregels van het BBV en de accountant stuiten, die ons daartoe niet zal adviseren. Misschien is het zelfs verboden om dat te doen. De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! Ik dacht vooral aan de nieuwbouw van het zwembad. Die hebben we vastgesteld en goedgekeurd, met name vanwege de lage rentevoet. Hoe gaan we daarmee om? De exploitatiekosten gaan fors omhoog, als de rente gaat stijgen. De heer LANGZUS (wethouder): Dat kan het geval zijn. Daarom heb ik uitgelegd dat we dat dagelijks in de gaten moeten houden. De nieuwbouw van het zwembad is een geaccordeerd project. We weten dat we meteen in actie moeten komen als de rente gaat stijgen en geld vastleggen door middel van een lening. Aan de orde is de stemming over het voorstel. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Wij zouden wellicht voor variant 2b hebben gekozen; het gaat om een fors bedrag. Maar met enige twijfels stemmen we toch voor. Hierna wordt digitaal gestemd over het raadsvoorstel, waarna de voorzitter constateert dat het is aangenomen met 27 tegen 3 stemmen.
Voor het raadsvoorstel hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van CDA, Christenunie, D66, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, Lokaal Almelo Samen, Lijst fete, PVA, PvdA, SP, GroenLinks en VVD. Tegen het voorstel hebben gestemd de leden van de fracties van Leefbaar Almelo en PVV. (Hierna draagt mevrouw Ten Se/dam het voorzitterschap van de vergadering overaar burgemeester Gerrítsen.) 7. Uitwerking Norm voor Opdrachtgeverschap Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (R 2207067). De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik begrijp dat ervan alles moet worden geregeld, helemaal als omliggende gemeenten het nog willende wijs voor die gemeenten willen doen. Maar ik heb alleen al bij het raadsvoorstel allerlei bedenkingen. Ik zal er eerlijk bij vertellen wat het ergste is. Ik weet helemaal niet of ik dit al verteld heb. Dat maakt het ingewikkeld. Er staat iets over tijdelijke ondersteuning aan mensen. Als dat het streven is, kunnen we het wel vergeten, want er is voor veel mensen blijvende ondersteuning en begeleiding noodzakelijk. Dus door bij iets watje samen gaat doen te streven — streven lijkt heel leuk — naar tijdelijke ondersteuning, mis je een heleboel. In hoeverre zijn de mensen waar het om gaat betrokken bij deze veranderingen en de mogelijke effecten? Goed dat er nagedacht is over de noodzakelijke duidelijkheid en rust voor de doelgroep.
Mooi dat we het goed proberen te regelen, maar dan ben ik benieuwd in hoeverre de raad erbij betrokken wordt, ook al lijkt het een collegebevoegdheid. Ik zou het als raadslid zeer prettig vinden als het college de raad daarbij zorgvuldig betrekt. Misschien zit ik dan niet meer in de raad. Het gebeurt mijns inziens te vaak dat de raad achteraf ergens iets van hoort en de coalitie de neiging heeft ja en amen te zeggen en te knikken. Ik heb nog een kritische vraag over iets wat ik niet snap. Er staat ergens dat dak- en thuisloosheid niet goed zichtbaar is in Almelo. Ik weet niet wie ik de ogen moet openen of met wie ik een rondleiding moet houden, want die zin begrijp ik niet. De VOORZITTER: Ik herinner me dat we vijf jaar geleden nog een wandeling gemaakt hebben langs een aantal van die plekken.
R 2207154
12
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Dank u wei mijnheerde voorzitter, dat u dat zegt. Ik ben benieuwd of het zichtbaar was of niet. De VOORZITTER: Het was toen zeker zichtbaar. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik ben van mening dat het erger is geworden. De VOORZITTER: Daarover komen we te spreken. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Vorige week, tijdens de behandeling van dit raadsvoorstel, werd de gemeenschappelijke regeling al besproken. De PVV-fractie heeft principieel iets tegen gemeenschappelijke regelingen, omdat ze iets oncontroleerbaars meebrengen. De wethouder zei toen dat dit een soort gemeenschappelijke regeling light wordt, zeg ik in mijn eigen woorden. Onze vraag is of we de toezegging van de wethouder kunnen krijgen dat deze gemeenschappelijke regeling dus geen bedrijven gaat oprichten die vanuit hun aard of inrichting een winstgevend oogmerk hebben, dan wel worden geacht te hebben. Oftewel, worden er geen bv's, nv's of dat soort zaken onder de gemeenschappelijke regeling opgericht, maar als dit nodig is eventueel een stichting — die vanuit haar aard geen winstoogmerk heeft — als dat dienstbaar is voorde uitvoering van de taken? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik begin bij de laatste spreker, de heer Stbteler. Wij willen uberhaupt geen rechtspersonen binnen die gemeenschappelijke regeling oprichten. We zien daar de komende jaren geen behoefte aan.
Ik denk dat dit een voldoende beeld geeft in antwoord op zijn vraag. Dat gaat in die zin níet gebeuren. De heer Hummels heeft een drietal vragen gesteld. Hij had het over blijvende ondersteuning. Hij heeft wellicht in het document gezien dat er in de afgelopen tijd het een en ander is gewijzigd in de wijze waarop beschermd wonen wordt ingeregeld. Het eerste aspect daarbij is dat er een openstelling is geweest van de Wet langdurige zorg. De mensen die nu nog beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, wonen er vanuit de gedachte dat dit een tijdelijke vorm van ondersteuning is en zo snel mogelijk moeten worden gezorgd voor door- en uitstroom. Dat is de portee achter de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daar waar blijvende ondersteuning nodig is, geschiedt dat via de Wet langdurige zorg. In hoeverre is de doelgroep hierbij betrokken? Het mooie van samen optrekken met zes gemeenten is dat we sessies hebben georganiseerd, ook in de voorfase van dit stuk. Er is in eerste instantie een regioplan geweest, voordat deze regiovisie bij uw raad op tafel lag. In die fase zijn ook de gemeenschappelijke adviesraden geconsulteerd; daar zit het cliëntperspectief nadrukkelijk in. In die zin is daaraan invulling gegeven. Het laatste aspect gaat over de zichtbaarheid van dakloosheid. Als mensen op straat zijn, zie je ze.
Maar veel dak- en thuisloosheid zie je niet, omdat mensen ook bij anderen verblijven of een andere tijdelijke oplossing vinden. Dat is bedoeld met de zinsnede in het document. Als laatste, wordt de raad betrokken bij het vervolg? Op zich kan dat altijd. Ik zeg met enige gepaste trots dat als dat wij dit soort belangrijke vormen van zorg en ondersteuning organiseren voor zes gemeenten, we als centrumgemeente vaak van onze collega's in de sub regio horen dat wij dit op een heel plezierige wijze doen. De werkzaamheden vinden naar volle tevredenheid plaats. Daarom is er vanuit ons perspectief geen duidelijke aanleiding om de raad gaandeweg de uitvoering van deze taken continu mee te nemen, maar het staat uw raad altijd vrij daar iets voor te organiseren. De burgemeester schetste kort ter inleiding op mijn betoog dat het altijd mogelijk is om een werkbezoek met uw raad te organiseren. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mag ik uit de woorden van de wethouder opmaken dat het ernstiger is dan wat zichtbaar is en er duidelijk meer moet gebeuren op dat terrein? De heer VAN MIERLO (wethouder): Ik weet niet hoe ik "ernstiger" moet kwalificeren of wegen. Er hoeft maar dit in het leven van iemand te gebeuren, of hij komt in zo'n situatie terecht. Dat proberen we zo veel mogelijk te voorkomen. Maar, nogmaals, het kan zomaar R 2207154
13
gebeuren en dat is niet altijd zichtbaar, bijvoorbeeld als iemand zijn baan verliest of scheidt. Dan kan hij zomaar geen dak meer boven het hoofd hebben. Daar moeten we scherp op zijn. Onze voorzieningen zijn daarop voorbereid, georiënteerd. Of dit ernstiger is dan mensen die op dit moment gebruik moeten maken van maatschappelijke opvang? Zo zou ik dat niet willen wegen, maar wij hebben er volop aandacht voor. Ik denk dat dat de portee is van wat de heer Hummels van mij wil horen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Het lijkt wel of de heer Van Mierlo mijn woorden niet wil begrijpen. Ik had het er niet over dat het een ernstiger is dan het andere, maar dat het duidelijk in kwantiteit meer is dan watje ziet. Als dat ook de opvatting van de wethouder is, denk ik dat hij goed genoeg aan de slag gaat. De VOORZITTER: Ik constateer dat de leden fete, Pauwels, Munnich, Gelici en Makkinga de zaal hebben gelaten. Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel, waarna de voorzitter constateert dat het met algemene (25) stemmen is aangenomen. 8. Strategisch beleidsplan sociaal domein (R 2107048). Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! Ik heb vorige week in het oordeelsvormde politiek beraad heel veel vragen gesteld en van de voorzitter heb ik begrepen dat de wethouder die vandaag zal beantwoorden. Ik heb nog een paar aanvullingen. Op 15 juni jl.
heeft het college een brief naar de raad gestuurd over de Adviesraad Sociaal Domein. Ik wil graag weten hoe het college die brief met het huidige voorstel kan rijmen. De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Voor ons ligt een kader stellend Strategisch beleidsplan sociaal domein, waarmee de raad de uitgangspunten voorde komende jaren vastlegt. De VVD-fractie is ontzettend blij met dit plan voor Almelo. Buiten het feit dat er een plan moet liggen, wettelijk, ligt er nu een kwalitatieve update van het bestaande beleid. Niet alleen bestendigt de raad hiermee de ingezette koers van de laatste acht jaar waarmee hij met succes invulling heeft gegeven aan de taken van de gemeente. Ook wordt de aanpak meer integraal en preventiever en worden thema's als fysiek en veiligheid onderdeel van het beleid. De uitkomst van onderzoeken die als gevolg van VVD-moties zijn uitgevoerd, wordt de komende jaren op deze wijze meegenomen. Naast het strategische plan zal er ook een uitvoeringsplan worden gemaakt. De wethouder heeft in het oordeelsvormende overleg dat we hierover hebben gehad aangeboden om het programma vooraf te delen en bespreken met de raad. Wij vinden het van meerwaarde dat de wethouder de raad hierin wil meenemen.
Kan de wethouder deze toezegging uit het politiek beraad bevestigen? De heer BETE (Lijst fete): Aan welke VVD-motie refereert de heer Loupattij? De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik ga niet alle moties opnoemen die we in dit kader hebben ingediend als het gaat om maatschappelijke effecten, preventie. Het zijn tal van moties. De heer fete kan ze opzoeken in overzicht van moties in iBabs. Eigenlijk komt alles samen in dit nieuwe strategische plan. Daar zijn we heel blij mee, want dat zorgt ervoor dat de raad kaders meegeeft waaraan in de uitvoering invulling kan worden gegeven. Vervolgens kunnen die vervolgens worden getoetst en de effecten gemeten en kan in de raad het gesprek worden gevoerd. De heer BETE (Lijst fete): De vraag is heel simpel, welke motie? De heer Loupattij refereert al weken aan VVD dit en VVD dat. Hij doet net alsof hij het woord preventie heeft uitgevonden, alsof de VVD-fractie de afgelopen acht jaar hier het beleid heeft bepaald en veel opnieuw heeft uitgevonden. Ik denk dat hij niet zo kort door de bocht kan zeggen dat dankzij de motie van de VVD-fractie een beleid is neergezet, terwijl hij niet kan refereren aan de motie die door hem is ingediend en aangenomen. Daar vind ik iets van. R 2207154
14
De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Dan ga ik hem inschieten voorde heer fete. Het gaat over de motie over de sociale woningbouw in relatie tot het sociaal domein. In de resultaten van het onafhankelijke onderzoek dat we daarop hebben gekregen, zien we dater een aantal is waarmee we rekening moeten houden. Dat zien we terug in het strategische plan, waarbij fysiek is genoemd. Daarbij zit nog geen uitwerking, maar ik denk dat dit ons wel richting geeft voor het goede gesprek. De VOORZITTER: We gaan niet heen en weer tennissen. In de tweede termijn kunt u daarop uw betoog voortzetten. Anders houden we geen structuur in het gesprek. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! De heer Loupattij zegt dat hij blij is dat het college straks de raad over de kaders informeert of daarin meeneemt. Vindt hij ook niet dat de raad de kaders moet vaststellen waarbinnen het college kan handelen? De heer LOUPATTIJ (VVD): Dat is precies wat ik heb gezegd. In mijn betoog heb ik gezegd dat dit een kader stellende nota is waarbij de raad de kaders vaststelt zoals in het overzicht staat. Binnen die kaders kan de raad altijd bekijken hoe het college tot uitvoering komt. De wethouder heeft toegezegd dat hij de raad daarin graag meeneemt, ook in politiek beraden aan de voorkant.
Als kader stellend orgaan kunnen we alleen maar zeer tevreden zijn dat het college ons aan de voorkant meeneemt in zijn uitvoeringstaak, zodat we er meer zicht op hebben of de kaders die de raad heeft gesteld daadwerkelijk landen in het beleid dat het college uitvoert. Ik hoop dat ik hiermee de vraag heb beantwoord. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik zie geen kaders in dit document. Kan de heer Loupattij zeggen waar hij de kaders ziet waaraan hij als volksvertegenwoordiger kan meten en toetsen wat het college doet in de toekomst? De heer LOUPATTIJ (VVD): Om te voorkomen dat ik in een schriftelijke overhoring terechtkom, zal ik een poging doen om aan te geven waar ik de kaders zie. In de kern van het voorstel zie ik strategische doelen die wat mij betreft kader stellend zijn voor verdere uitvoering en voor toetsing van de uitvoering. Duidelijker kan ik het niet zeggen. Ik zal de pagina's erbij noemen: de pagina's 1 van 3 van het voorstel. Is dat voldoende duidelijk? Mevrouw GEERDINK (PvdA): Het is voldoende duidelijk dat hier een ambtenaar spreekt. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Als ik het goed begrijp, heeft de heer Loupattij het gehad over wonen, wat hierin verwerkt is, en over de motie van de VVD-fractie, en dat dit allemaal een bevestiging is van de feiten.
Heb ik dat goed begrepen? De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Ik weet niet of ik mevrouw Pol goed heb begrepen, maar ik heb gezegd dat er een update is, aanvullend op het bestaande beleid dat we al acht jaar succesvol uitvoeren, waarin wonen als thema staat bij fysiek. Dit stuk heb ik, maar heeft het college geschreven. Ik heb gezegd dat we de afgelopen vier jaar meerdere vragen hebben gesteld, meerdere brieven gestuurd en meerdere moties ingediend, waarin nadrukkelijk naar voren is gekomen dat het thema wonen in relatie tot het sociaal domein relevant is en we dit terugzien in de kader stellende nota. Dit betekent dat de raad dit in de uitvoering zal terugzien. Ik kan daar alleen maar blij mee zijn. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Was de heer Loupattij bij de meeting met de woningstichting? Als ik de vragen van hem hoor, heb ik de indruk van niet. Wat daar is gezegd, staat namelijk haaks op wat hij zegt. De directrices en de woningstichting verkondigden in die meeting dat wat hier door het college wordt beweerd, helemaal niet klopt. Als men binnen de VVD-fractie onderling had afgestemd, had ze de eerste vragen niet hoeven stellen. Volgens mij doelde de heer Hummels daarop. Is de heer Loupattij hiermee bekend en is dit onderling binnen de VVD-fractie afgestemd? Ik heb de indruk dat daar de communicatie niet zo goed is.
R 2207154
15
De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! Dank voor deze vraag. Uiteraard hebben we daarbij gezeten. Gelukkig hebben we een grote fractie en kunnen we de taken wat verdelen. De heer Makkinga is erbij aanwezig geweest en heeft een nette terugkoppeling gegeven in de fractie. Dit is een beetje inside information over hoe wij werken. Op basis daarvan hebben we getoetst of dit klopt met wat wij vinden. Onze visie is daarin niet gewijzigd. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! De heer Loupattij feliciteert zichzelf en zijn fractie met de motie en de schriftelijke vragen, en ziet dat als onderbouwing voor het wonen in dit sociaal strategisch beleidsplan. Hij noemt dat onafhankelijk onderzoek. Maar wat is daar onafhankelijk aan? Want het is uitgevoerd door twee ambtenaren van wethouder Van Rees. Ik citeer graag uit dat onderzoek: "Een stad is in balans als deze aan het gewenste beeld voldoet." Wat is het gewenste beeld van de VVD-fractie? De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik heb geen idee welke vraag wordt gesteld, dus ik kan er geen antwoord op geven. De heer TEUNIS (SP): Ik zal het opnieuw proberen. Er wordt door de heer Loupattij gezegd dat wonen een prominentere plek in dit stuk heeft gekregen. Er wordt een verband gelegd tussen het gebruik van sociale voorzieningen en sociale huurwoningen. Er wordt een motie aangehaald. De heer fete vroeg aan de heer Loupattij welke motie.
Ik citeer uit het onderzoekrapport naar aanleiding van die motie. Daarin staat: "Een stad is in balans als deze aan het gewenste beeld voldoet." Wat is het gewenste beeld van de heer Loupattij en de VVDfractie? Hij mag zijn visie op sociale huurwoningen geven. De heer LOUPATTIJ (VVD): Ik weet niet of de heer Teunis de tijd heeft. We hebben natuurlijk heel veel ideeën vanuit onze idealen, onder andere over sociale rechtvaardigheid, veiligheid, illegale bewoning ... De VOORZITTER: Meneer Loupattij, ik onderbreek u. Dit gaat niet aan. Dit is een zwaar onderwerp en ik weet dat het bij een aantal van u zwaar op de maag ligt. Op deze manier creëren we een sfeer waardoor dit gesprek straks minder leuk wordt. Dat is niet de bedoeling, want op die manier doen we hier geen zaken. We gaan zakelijk met elkaar om. Ik verzoek iedereen om door elkaar heen praten te voorkomen, en misprijzende opmerkingen of het kwalitatief beoordelen van elkaar bijdragen te laten. Dat doen we hier niet en daar ga ik op waken. De heer LOUPATTIJ (VVD): We hebben een heel brede visie op het laten meedoen van mensen, hun eigen verantwoordelijkheid daarin. Onze visie gaat over meer dan alleen over sociale woningbouw. Die gaat ook over leefbaarheid en een veilige stad, een waterstad, de wijze waarop we mensen willen betrekken en niet buiten in de kou laten staan, verbijzonderen, mensen erbij betrekken.
In het vorige beraad heb ik het daarover gehad. En zo verder. Ik wijs de heer Teunis op www.bouwenaanalmelo.nl, waarop hij onze ideeën over Almelo kan vinden. Dat is de VVD-visie. Als de heer Teunis geïnteresseerd is, wil ik hem de link wel doorsturen. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! Excuses dat ik net kwantificeerde. De heer Loupattij laveert een beetje, hij draait er iets omheen. Mijn vraag was: gaat het om de leefbaarheid en veiligheid van wijken? We hebben vorig jaar de woonvisie vastgesteld. Daar zijn allerlei tekstwijzingen op gekomen en de scherpe randjes zijn er afgevijld. Nu lees ik die scherpe randjes toch weer terug in dit stuken worden ze in de bijdrage van de VVD-fractie herhaalt. Gaat het om de leefbaarheid en veiligheid van wijken, om instroom of om betalen? Waar gaat het om? Gaat het om het arme volk eruit en het dure volk erin? Waar gaat het volgens de VVDfractie en de heer Loupattij om en wat is het verband tussen sociale woningbouw en het sociaal domein? De heer LOUPATTIJ (VVD): Voorzitter! De heer Teunis begint zelf over de motie. Wij hebben gezegd dat de verbinding tussen sociale woningbouw en het sociaal domein relevant is. In het onderzoek in het kader van de Participatiewet zie je dat er een verbinding is tussen de R 2207154
16
groei inde Participatiewet en het sociaal domein, en de sociale woningbouw. We moeten er wat mee als we zien welke aantrekking bepaalde wijken hebben. Daarbij zijn leefbaarheid en veiligheid — waarde heer Teunisterecht opwees — ook een zorg, in ieder geval bij de VVDfractie. Als we dan de kaders zien die in het raadsvoorstel worden meegegeven aan de raad — niet ingekleurd — en weten dat er een programma wordt gemaakt, de raad voor de toekomst programma's kan maken die flexibel werken en adaptief kunnen zijn aan de vraag die ontstaat in die samenleving, bijvoorbeeld in het Nieuwstraatkwartier, kunnen we ons afvragen of die aantrekking een wenselijke en sociaal rechtvaardige situatie is. Zien we daar kansen, of zien we dat de kansenongelijkheid groeit door die situatie? De VVD-fractie vindt dat onfatsoenlijken wel daar aandacht voor. We zien dat terug in de kaders. De VVD-fractie staat een fatsoenlijk beleid voor en wil daar wat mee doen. We kunnen de koppen niet in het zand steken omdat we het daar niet over mogen hebben. Nee, dan moeten we het er juist over hebben om dat te veranderen. Wij vinden dat niet wenselijken staan voor iets anders.