CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Notulen raadsvergadering 12 november 2020 (voortzetting van de raadsvergadering van 10 november 2020) (getekend).pdf

Raad 26 januari 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen notulen72.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 8

"

Gemeente

Ï~

_...__._..._:

~ 11 AI melo Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo

Datum: Aanvang: Locatie:

12 november 2020 (voortzetting van de raadsvergadering van 10 november 2020) 10.30 uur Raadzaal

Voorzitter:

De heer A.J. Gerritsen, burgemeester; mevrouw Y. Bijenhof, gedurende enige momenten in de vergadering.

Griffier:

mevrouw C.M. Steenbergen.

Aanwezige leden:

de heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. Buikema-Albers, de heren H. Buitenweg, U. Cete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu, mevrouw H.J. Geerdink, de heren R.H. Gelici, F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren J.J.H. Hammink, M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hummels, J.L.R. Kampman, W. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q. D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren T.S.M. Stóteler, W.B. Teeuw, H. Teunis, A.J.J.M. Trienen, J. Tijhof, A. de Vries, J.B.W. Wiertz, mevrouw D.C. Wind en de heer M. Zielman.

Afwezige leden:

de heren G.W.L. Stork en W.H.H.L. Weinreder.

Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. Van Mierlo J.M. Van Rees.

1. Heropening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik heropen de vergadering en heet u allen van harte welkom. We hebben vandaag de eerste termijn van het college te beluisteren en bespreken en vervolgens als raad onder elkaar en met het college het gesprek te voeren, uitmondend in besluitvorming later deze dag over de ingediende amendementen, programmabegroting, belastingverordeningen en moties die u aan de raad hebt voorgelegd. Ik krijg zo-even de nuttige tip van uw collega mevrouw Ten Seldam aan u gericht om de cash-directory —het geheugen van uw iBabs -van uw iBabs te schonen, zodat die sneller werkt. In de gebruiksaanwijzing van iBabs staat hoe dit kan worden gedaan. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik leg het u uit, mocht u er niet uitkomen. In de pauze ben ik u graag behulpzaam. De VOORZITTER: Op zich is dit een goede tip, omdat we nogal eens ondervinden dat iBabs bij deze of gene trager werkt dan bij anderen. Ik wijs u ten overvloede op het feit dat dit een fysieke vergadering is in coronatijd. Het is keurig geoorloofd om deze vergadering te houden, maar van ons allemaal wordt verwacht dat wij R 2006420

ons houden aan de voorschriften die daarbij horen, zoals het dragen van een mondkapje buiten de zaal en het respecteren van de afstand, anderhalve meter, die we tot elkaar moeten houden. Ik weet dat ongelukjes in een klein hoekje zitten als je elkaar iets wilt vertellen. Niemand krijgt daarvoor straf, maar wees daarop beducht. Laten we ons best doen om aan die eisen te voldoen, zodat we niet alleen onder elkaar een goede vergadering hebben, maar ook aan anderen laten zien dat wij de regels naleven. Het college is dadelijk aan zet om een reactie te geven op de eerste termijn van de raad, die afgelopen dinsdag heeft plaatsgevonden. Als eerste zal wethouder Langlus het woord voeren, gevolgd door wethouder Maathuis, wethouder Van Mierlo en wethouder Van Rees. Ik zal namens het college als laatste het woord voeren in dat blok. Dan zal mevrouw Bijenhof voorzitten en niet mevrouw Ten Seldam, omdat de laatste namens haar fractie het woord voert. Ik wijs u erop dat het college 90 minuten heeft voor zijn beantwoording, dit is zijn eigen tijd. Interrupties gaan niet van die tijd af. Dit betekent dat ik probeer wat puntig te zijn in die interrupties, dus ik probeer u daarin een beetje te beperken. Interrupties moeten geen tweegesprekken worden en moeten dienstbaar zijn aan het debat. Het is niet zo dat er niets mag.

U bent zelf de belangrijkste scheidsrechter, maar mag van mij verwachten dat ik u daar een beetje bij help. Ik zou het op prijs stellen als u de collegeleden eventjes de gelegenheid geeft op gang te komen en niet meteen bij de eerste ademtocht de hand opsteekt voor een interruptie. Interrupties vinden plaats vanaf uw plaats. Ik denk dat we zo een heel eind komen. Om 13.00 uur zullen we schorsen voor de lunch. Vervolgens gaan we om 14.00 uur door. Ik hoop dat het college dan klaar is. Als dat niet zo is, zetten we het gesprek van het college voort en volgt daarna het raadsdebat, zoals in het spoorboekje staat. Ik zie dat hier geen vragen over zijn. 2. Eerste termijn college algemene beschouwingen Begroting 2020. De heer LANGZUS (wethouder): Mijnheer de voorzitter, geachte aanwezigen en overige toeschouwers. Vandaag spreken we over het beleid en de financiën van de gemeente Almelo voor 2021, met een doorkijk naar de jaren 2022 tot en met 2024. Waar de bijdragen van de fracties aan de financiën raken, ga ik daar wat meer algemeen bespiegelend op in, terwijl de collega's zich in hun bijdrage meer op de inhoudelijke en procesmatige aspecten van het beleid zullen richten. We hebben een sluitende begroting met een structureel sluitend meerjarenperspectief. Inkomsten en uitgaven zijn wat dat aangaat in evenwicht.

Ten opzichte van de perspectiefnota zijn de overschotten fors gekrompen, maar daar staat tegenover dat we zorgelijke ontwikkelingen het hoofd hebben kunnen bieden. De ophoging voor alleen het BUIG-budget soupeert in vier jaar tijd € 8 miljoen op: € 8 miljoen extra. Daarover kun je zeggen: daar gaan de overschotten van de perspectiefnota en de vrije ruimte om leuke dingen te doen. Ik heb afgelopen dinsdag fracties horen pleiten voor het investeren in mensen, hun welzijn, zorg en inkomen. Met deze begroting zorgen we daarvoor, opnieuw, zoals ook in alle voorgaande jaren. Dat geld steken we dus niet in fysieke zaken, zeg ik in de richting van en in antwoord op suggesties van de fracties van Leefbaar Almelo en PvdA. Terecht, we kunnen het ook niet besteden aan verbonden partijen. Ik zeg dat, omdat een deel van de raad in zijn bijdrage liet voorkomen alsof de begroting een aanslag betekent op zorg, welzijn, cultuur en inkomensondersteuning, en een samenstel is van onjuiste beslissingen, gedreven door grip, geld en macht, met voorbijgaan aan inwoners.

Met als opzienbarend hoogtepunt, misschien wel dieptepunt, de door een aantal fracties herhaalde suggestie dat met name de burgemeester en de gemeentesecretaris een stevige duit gemeenschapsgeld konden afromen ten behoeve van flankerend personeelsbeleid en de groei van de formatie, en dat weer als achtergrond gebruikt om de politiek gedreven ongenoegens te uiten over bijvoorbeeld de taakstellingen voor de gesubsidieerde partners. Die voorstelling van zaken doet de waarheid geweld aan. De waarheid is dat de meerjarenbegroting Iaat zien dat investeren in de organisatie, onze mensen, structureel geld oplevert. U, gemeenteraad van Almelo, houdt er geld aan over dat u de komende jaren aan andere zaken kunt besteden. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! Zou het kunnen zijn dat de redenering over de organisatie dat investeren daarin op termijn geld oplevert, ook geldt voor gesubsidieerde instellingen? R 2006420

De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Over dat aspect kom ik nog te spreken. Ik zal gedachtesprong dan proberen mee te nemen. deze Voorzitter! De begroting is dus het resultaat van een lang proces van inventariseren en het maken van afwegingen in samenhang, met oog voor alle beleidsterreinen en daarmee dus ook proportioneel. Het zou de fracties van onder andere de PvdA sieren als zij het nu geframede vijandsbeeld laten vallen en ten aanzien van de begroting erkennen dat die er goed uitziet en evenwichtig is, enkele onderdelen daargelaten waar zij andere keuzes zouden maken, en met argumenten het debat aangaan. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Ik distantieer me van de woorden van de wethouder over vijandschap die hij richting de collega van de PvdA-fractie gebruikt. Het zou hem sieren als hij op een andere manier praat. Wij gaan zelf over onze manier van debat voeren en niet de wethouder. De VOORZITTER: Dit soort interrupties moeten we niet hebben. U hebt volledig de tweede termijn om daarop te reageren. Waar de heer Cete terecht zegt dat de raad zijn eigen woordkeuze heeft, heeft het college dat ook. De heer DE VRIES (PvdA): De wethouder kiest zijn eigen woorden en noemt ons als voorbeeld van vijanddenken in het kader van het gemeentelijk beleid. Ik wil hier later op terugkomen. Ik Iaat de wethouder rustig uitspreken, anders had ik wel gereageerd.

De heer LANGZUS (wethouder): Nergens wordt meer zichtbaar dat partijen anders tegen de begroting aankijken dan bij de taakstellingen op de gesubsidieerde instellingen. Indachtig de uitspraak van de raad bij de perspectiefnota, heeft het college in deze begroting uitvoering gegeven aan de daar gemaakte afspraken. Technisch gezien kopt het. In de discussie gaat het over de taakstellingen in relatie tot het maatschappelijke effect. Een deel van de raad bepleit eerst de effecten verder uit te laten kristalliseren, om het vervolgens over geld te hebben: een jaar rust. Over dat effect, de suggestie besloten in de drie amendementen, kom ik nog te spreken. Het voorstel doet voorkomen alsof Almelo de tijd kan nemen. Dat is niet waar en gaat voorbij aan wat we nu weten over de veranderde maatschappelijke vraag, de opbrengsten van de gesprekken met de instellingen tot nu toe en het zicht op definitieve afspraken met waarborg voor continuïteit. Het amendement van onder andere de coalitiepartijen geeft daartoe de nodige lucht. Het pleidooi van onder andere de PvdA-fractie is ook wat opmerkelijk, omdat de argumenten over de maatschappelijke effecten van doorslaggevend belang worden gevonden als het gaat om de activiteiten van de gesubsidieerde instellingen, maar niet op tafel komen als het gaat om taakstellingen op de eigen organisatie, de jeugdzorg en wat dies meer zij.

Daar kan in een en dezelfde begroting ongeclausuleerd op worden doorgevoerd, de taakstellingen ingevoerd, terwijl elders het maatschappelijke effect als showstopper wordt geduid. Om het in die hele discussie maar niet te hebben over het verschil, over wat de heer De Vries verstaat onder maatschappelijk effect, of wat hij wel of niet acceptabel vindt qua reikwijdte van een aanwijsbaar en zichtbaar effect. In dat verband geeft de opsomming van de GroenLinks-fractie in haar bijdrage van de afwijkende scores van Almelo op het gebied van zorg, inkomensondersteuning, gezondheid en welzijn te denken. Kun je daarbij niet de vraag stellen: wat is het effect en de doeltreffendheid geweest van de in het verleden ingezette middelen en ligt daar niet de basis in het denken dat we kunnen en moeten transformeren? Tot slot over de subsidies. Onder andere de CDA-fractie heeft opgemerkt dat het de hoogste tijd is om het subsidiebeleid tegen het licht te houden. Het college gaat begin 2021 het gesprek met de raad daaromtrent graag aan; over het actualiseren van de algemene subsidieverordening. Ik leg daarbij op tafel, dat het daarbij lastig zal zijn, een uitdaging, om te spreken over de koppeling enerzijds, de correlatie tussen de maatschappelijke vraag, de subsidiëring van activiteiten en de maatschappelijke effecten anderzijds. Dit is een opdracht aan ons allen.

Maar goed, we zullen proberen dat op tafel te krijgen. Als ik het wel heb, wordt daarover nog een motie ingediend. R 2006420

3

Verder met de begroting. Zijn er dan helemaal geen zorgen? De begroting kent een stevig pakket aan taakstellingen die moeten worden ingevuld. Dat ís acceptabel. Wij vragen uw raad ons te vertrouwen dat wij de maatregelen nemen om dat mogelijk te maken, bijvoorbeeld met maatregelenpakket 3. Collega Van Mierlo zal daar meer over zeggen, maar wij hebben de maatregelen nodig om binnen de begrotingskaders te blijven. Ik zeg u hier: gelukkig zijn er nog maatregelen te nemen, want onder andere de lobby richting Den Haag heeft daar de portemonnee nog niet geopend. En ondertussen speelt er veel. Zorginstellingen, zorginstanties, zien de rendementen verdampen en hier en daar wordt zelfs de suggestie over omvallen gedaan. De vraag wat zorg eigenlijk is, wat je daartoe moet rekenen, komt op tafel. De doeltreffendheid van de ingezette zorg wordt bespreekbaar. Daar staat tegenover dat met name de gecertificeerde instellingen — ik hoorde het de PVV-fractie zeggen, met name als het gaat om jeugdzorg —sneller geneigd lijken te zijn zwaardere zorg in te zetten en een langere verblijfsduur te indiceren met dito rekeningen. De heer ST~TELER (PVVi: Voorzitter! Het klopt dat wij dit in de eerste termijn hebben ingebracht; zo hebben wij dit ook begrepen.

Maar we hebben ook begrepen dat er gesprekken zijn geweest met de gemeente, misschien wel direct met het college, over 24-uurszorg en dat er volgens de gecertificeerde instellingen geld bij moet, omdat ze die zorg niet kunnen leveren met de huidige budgetten. Zijn die gesprekken gevoerd? Kan de wethouder er iets over zeggen? Wat is er uitgekomen? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dat zijn vooral gesprekken gevoerd door OZJT, in Twente als het gaat om zware jeugdzorg. Meer nog, er zijn andere uitvoeringsorganisatie onze bij betrokken geweest en die hebben onder andere het gesprek gevoerd met jeugdzorgregio's verhoging van de tarieven. We hebben daarover een genuanceerd Ambiq over de substantiële standpunt ingenomen, en zijn eigenlijk van oordeel dat het van tweeën een is. We zijn best bereid om te spreken over in hoeverre de tarieven dekkend zijn. Daar willen we best reëel in zijn. Maar tegelijkertijd, en dan kom ik op het punt van de heer Stóteler, zien we een tegenbeweging, namelijk het inzetten van zwaardere zorg en een langere verblijfsduur. Bij de extra maatregelen die getroffen worden, gaat het nooit om het lichte pakket, maar altijd het zwaarste. Dat effect, enerzijds de verhoging van de tarieven en anderzijds de effecten die nu al opdoemen, moet in balans worden gebracht. Dat is de boodschap vanuit Almelo die we ook rechtstreeks met bijvoorbeeld Ambiq bespreken.

Mevrouw TEN BELDAM (CDA): In aanvulling op wat de heer Stóteler vroeg en de reactie van de wethouder daarop. We constateren met elkaar dat er steeds meer zwaardere zorg wordt ingezet. Dat wordt deels financieel geduid. Zoals ik in mijn bijdrage al vroeg: wordt het niet eens tijd om te kijken wat we nu echt willen en wordt daadwerkelijk gekeken of het vermoeden, de hypothese, juist is dat er ten onrechte te zware zorg te snel wordt ingezet? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! In toenemende mate voeren we dat gesprek vanuit dit huis met de indicerende instellingen. Meer nog, het zou ons een lief ding waard zijn als we meer grip op die indicaties krijgen. Want de gezamenlijke agenda van ons moet zijn dat kinderen primair thuis veilig zijn en dat de deskundigheid en ondersteuning vooral ambulant wordt georganiseerd. Dat leidt er wat ons betreft toe dat we tevens in moeten zetten op een lobby richting het Rijk, dat de gemeente meer zeggenschap krijgt over het autonome indicatieproces van de gecertificeerde instellingen. Maar het gaat ook over het doorverwijzingsrecht van huisartsen. Dit thema moet bespreekbaar worden gemaakt, want op deze manier gaan we er niet komen. De VVD-fractie en anderen wijzen erop dat de risico's en het daarbij behorende weerstandsvermogen onverkort onze aandacht vragen.

De heer STOTELER (PVV: Voorzitter! Bij het punt dat het gesprek geopend moet kunnen worden over die indicaties, hoort ook dat de gemeente zich daarin moet specialiseren en gespecialiseerd personeel moet aantrekken. Dit levert hogere kosten op. Maar neem dat er wel in mee, zou ik zeggen.

R 2006420

4

De heer LANGZUS (wethouder): Een terechte opmerking. Wij moeten van onze kant de mensen kunnen inzetten die vanuit deskundigheid het gesprek voeren en kunnen toetsen wat ons wordt aangereikt, wat nuttig en noodzakelijk is. Ik ga verder met de risico's. De risico's en het weerstandsvermogen vragen onverkort aandacht. Wij komen daarover op 17 november a.s. te spreken met uw raad in het kader van de geactualiseerde Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020-2024. Met de vernieuwde kadernota beogen we risicomanagement verder te ontwikkelen naar een integrale aanpak. Integraal risicomanagement leidt tot een breed inzicht in alle activiteiten binnen de gemeente. Hierdoor zijn we voorbereid op onverwachte zaken en is nog tijdiger in beeld wat misgaat of dreigt mis te gaan. In de kadernota wordt de streefwaarde van de weerstandsratio verhoogd van 1.0 naar 1 .2. We stellen u dat voor, omdat dat de gemeente Almelo iets meer buffer geeft om in te spelen op onvoorziene omstandigheden en daarmee zorgt voor meer stabiliteit. Trouwens, de grafiek over het eigen vermogen Iaat nog steeds zien dat we binnen de kaders van de oorspronkelijke afspraken van het Herstelplan blijven, ook met een wat verhoogd weerstandsvermogen. De heer DE VRIES (PvdAl: Voorzitter! We hebben in onze bijdrage gevraagd om het licht te laten schijnen op het weerstandsvermogen en de ratio.

De wethouder zegt dat dit het college heeft doen besluiten om het weerstandsvermogen van 1 .0 naar 1 .2 te laten stijgen. Wat doet het ons pijn of verlicht het ons als we dat getal maar met 0.1 laten stijgen? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Daar kunnen we het gesprek over hebben. In dat gesprek kunnen we de argumenten wisselen. Op zo'n punt kun je finetunen. Wij zitten op de lijn: iets meer buffer geeft iets meer stabiliteit. Terecht wil de heer De Vries het gesprek met ons voeren of er niet € 300.000 van af kan. Volgens mij moet er ruimte zijn voor dat gesprek. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De wethouder zegt dat het college de ambitie heeft om te groeien van 1.0 naar 1 .2 met als oogmerk meer stabiliteit. Het college geeft daar een tijdspad voor van vier tot vijf jaar. Is dat een realistisch tijdspad, gegeven de huidige conjunctuur en de spanningen die zitten op de beschikbare financiële middelen? De heer LANGZUS (wethouder): Mevrouw Ten Beldam maakt een zeer terechte opmerking. Die bespiegeling klopt, want in de tussentijd kan ons van alles overkomen wat niet gewenst is, maar wel verstrekkende consequenties kan hebben voor datzelfde weerstandsvermogen. Ik denk dat zij daarop duidt.

Onze enige reactie daarop kan zijn: gedisciplineerd blijven begroten en daar waar we taakstellingen inboeken in de begroting, de zekerheid binnen het college verwerven dat we die gaan realiseren. Het experimenteren met "we laten het maar los en zien wel wat er gebeurt" kan dus niet in die tussentijd. Ik kan de raad niet het comfort bieden dat we, met welke maatregel dan ook, het weerstandsvermogen op de vereiste ratio hebben zitten en we in de toekomst wat gemakkelijker met onze begroting kunnen omgaan. Helaas is het nog niet zo ver. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik begrijp de ambitie om van 1 .0 naar 1 .2 te komen, maar ik denk dat de ambitie om van 0.26 naar 1.0 te komen realistischer is. Als het college dat in vier tot vijf jaar realiseert, feliciteer ik het met het daarvoor gevoerde beleid. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Aanvullend daarop. Ik hoor van mevrouw Ten Beldam dat we eerst maar moeten proberen van 0.26 naar 1 .0 te gaan. Maar de wethouder heeft als Minister van Financiën natuurlijk wel een perspectief, een beeld. Hij verhoogt niet voor niets dat percentage van 1 .0 naar 1 .2. Klinkt het raar om te zeggen: we verhogen het van 1 .0 naar 1 .4? Of zijn dat getallen... Ik moet mijn mening nu op een stukje lucht baseren. De wethouder doet een aanname, maakt een sprong, maar ambities zijn er om te realiseren.

Zit er in het toekomstig perspectief dat de wethouder heeft geschetst ook de mogelijkheid om die 1 .2 te laten stijgen? Dat geeft ons in de komende jaren meer ruimte. De heer LANGZUS (wethouder): Volgens de meerjarenbegroting moeten we ons een forse inspanning getroosten om € 8 miljoen toe te voegen aan het eigen vermogen om in de buurt van het weerstandsvermogen van € 12,4 miljoen te komen. Of er nog iets bij op kan komen, is de uitkomst van de discussie die we nog met elkaar gaan voeren. Alles kan, maar of dat reëel is, R 2006420

5

weet ik niet, gelet op de huidige meerjarenbegroting. Dat zou betekenen dat we nog verder moeten afromen van de ruimte die er nog is. Dat is een ingeschatte ruimte voor de toekomst. Meer nog, ik zou willen verhinderen dat dit gepaard moet gaan met nieuwe taakstellingen op noem welk beleidsterrein dan ook, om dat te realiseren. Maar ik proef met uw raad: is het nu 1 .2 en wanneer zitten we helemaal in het groene gebied dat we elke tik kunnen opvangen? Dat is vraagstuk. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Aanvullend, wat bedoel ik hiermee te zeggen? Vanuit de PvdA-fractie komt de vraag of we niet terug kunnen naar 1 .1 . Er wordt direct getrokken aan het perspectief dat het college neerlegt. Dat vind ik jammer. We moeten als stad de ambitie hebben om ergens naartoe te roeien en niet steeds weer in de achteruit gaan door te zeggen: laten we het geld maar gebruiken, laten we het potje maar kleiner maken om andere dingen in te vullen. Op dit moment is het perspectief heel broos; de wethouder zegt het zelf. Ik hoor graag van hem dat hij niet wil tornen aan die 1 .2, maar dat zijn doelstelling is, het meerjarenperspectief goed te krijgen. Dat zijn ambities die ik hem graag hoor uitspreken. De heer LANGZUS (wethouder).

De vriendelijkheid van dit moment brengt met zich mee dat ik ruimte geef voor het gesprek daarover, maar de inzet van het college — zo brengen wij het voorstel naar uw raad —zal natuurlijk wel door ons verdedigd worden met de argumenten erbij. De fractie van Democraten.Nu vraagt welke risico's we zien in de begroting. Op pagina 109 staat een overzicht van die risico's. Grote risico's zijn: de taakstellingen, de openeinderegelingen, de compensatie van het Rijk in het kader van de coronacrisis, hogere kosten voor kwetsbare groepen, de druk op preventie, stagnatie instroom, Wet langdurige zorg, bijzondere bijstand, u noemt ze maar. De fracties van Forum van Rechts en het CDA leggen de suggestie op tafel of we het hele vraagstuk van het gelijk krijgen in bezwaar tegen de opgelegde WOZ-beschikking niet kunnen voorkomen door de WOZ-waarde accurater te bepalen. Het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente voert voor de gemeente Almelo de WOZ-waardebepaling uit. Dat doet zij onder het toeziend oog van de Waarderingskamer. Die meldt dat de WOZ-waardebepaling op een juiste manier plaatsvindt en dat de vastgestelde WOZ-waarden realistisch zijn. Kunnen we die WOZwaarde dan nog manipuleren? Stellen we ze allemaal € 10.000 lager dan op basis van de waardebepaling heeft plaatsgevonden? Dat stuit op bezwaar bij diezelfde Waarderingskamer. Dus er is geen heel snelle oplossing te vinden.

In de praktijk zien we dat "no cure no pay"-bureaus vrijwel ongeremd bezwaar aantekenen en deze bezwaren in vele gevallen slechts leiden tot heel kleine mutaties in de waarde en in de uiteindelijke aanslag, maar wel tot gevolg hebben dat er moet worden afgerekend voor de proceskostenvergoeding. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Ik vind de opmerking naar onze fractie prima, maar dat was geen reactie op de vraag die ik stelde in mijn eerste instantie. Ik heb hoofdzakelijk gedoeld op jeugdzorg. We zijn vorig jaar verrast door de extra rekening die werd gepresenteerd. De wethouder noemt de pagina's 109 en 110, maar dat is geen antwoord op mijn concrete vraag. Die luidde: wat heeft de wethouder binnen de organisatie ingezet om te voorkomen dat we in het nieuwe jaar weer verrast worden met extra rekeningen voor jeugdzorg? Dat is onze concrete vraag die ik de wethouder twee keer heb gesteld, zowel bij de Begroting 2021 als bij de Perspectiefnota 2020.

Kan de wethouder ons daarin meenemen, zodat wij het meerjarenperspectief dat positief is —waar ikzelf nog steeds trots op ben —niet zien verdampen in februari 2021 ? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Als het gaat om openeinderegelingen herhaal ik dat we geen garanties kunnen afgeven, maar dat we wel ons meer dan uiterste best doen om in de organisatie te sturen op de indicaties, het vraagstuk of dure zorg nog nodig is, of kan worden afgeschaald. Meer nog, dat zal straks naar voren worden gebracht door collega Van Mierlo. Het maatregelenpakket 3 bergt in zich zaken als het vierogenprincipe, waarmee we zelf de meetlat intern sneller en vaker leggen langs de voorgestelde indicaties. Er moet intern een second opinion komen of de voorgestelde maatwerkvoorzieningen nuttig en noodzakelijk zijn en er moet bereidheid zijn om die af te schalen. Er moet dus ook bereidheid zijn om met de zorgvragers na te gaan of de zorg die geboden is een zeker comfort biedt, maar strikt genomen niet noodzakelijk is, of dat de zorg op een andere manier kan worden georganiseerd. Leg je daarmee al je risico's R 2006420

6

dicht? Gelukkig kunnen we heel veel maatregelen nemen. Durf ik te zeggen dat we het met deze begroting kunnen doen? Ja, nog steeds. Zullen we onderweg tegenslagen krijgen door een aantal gevallen van zeer dure specialistische jeugdzorg die we niet hadden voorzien en die leiden tot twee, drie, vier ton extra kosten? We kunnen dat niet uitsluiten. De heer DE VRIES (PvdA): Voorzitter! Het vierogenprincipe en het afschalen van maatwerkvoorzieningen is prima, want waar die zorg niet nodig is, moeten we die zeker niet bieden. Het vierogenprincipe vertaal ik als volgt: iemand van gemeentezijde moet die andere twee ogen zijn. Hoe moet ik dat voor mij zien? Zijn dat professionals die met andere professionals gaan kijken naar de zorg, de juiste zorg en wat nodig is? Of zijn dít juristen die met een juridisch blik gaan kijken wat nodig is? Dat is natuurlijk een wezenlijk verschil. De heer LANGZUS (wethouder): Het zijn meerdere disciplines, maar de basis is dat specialisten met kennis van zorg en wat daarvoor nodig is elkaar bevragen op de indicatie die wordt voorgesteld en samen nagaan of de zorg niet op een andere manier kan worden georganiseerd De heer DE VRIES (PvdA): Oké. Ik zie dat toch graag voor me. Betekent dit dat we in huis echte zorgspecialisten hebben of gaan krijgen? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Die zitten in beginsel in de wijkteams.

De wijkcoaches zijn daar de voorhoede in. Natuurlijk, als bijvoorbeeld een orthopedagogisch vraagstuk aan de orde is, proberen we de kennis die heel vaak buiten de deur ligt, binnen te halen en te organiseren dat daarover gevalideerd een uitspraak komt, als dat een doorslaggevend element is in de keuze die gemaakt moet worden in de indicatie. De VOORZITTER: Er wordt veel geïnterrumpeerd, dat mag en hoort ook. Ik wil de spelregels niet veranderen, maar vraag u te proberen informatieve vragen te stellen die u helpen om in de tweede termijn te reageren. Voorkom om politieke discussies nu al met elkaar te entameren, want daarvoor hebben we straks ruim de tijd in de tweede termijn. Ik maak deze opmerking, omdat ik digitaal een aantal reacties binnenkrijg van luisteraars die vragen of het allemaal niet beperkter kan. Spaar elkaar een beetje. De heer LANGZUS (wethouder): De fractie van Lokaal Almelo Samen vraagt hoe het zit, nu het gemeentelijk belastingkantoor Twente, GBTwente, alweer aanmaningen stuurt. Dat doet het in het kader van de uitvoering van de belastingverordeningen. Als een aanslag is opgelegd die niet wordt betaald, wordt eerst een herinnering gestuurd en vervolgens een aanmaning. Overigens kan ik uw raad melden dat er op dit moment heel veel wordt gebeld met bedrijven en instellingen; wat erg op prijs wordt gesteld.

In die gesprekken wordt nagegaan of een betalingsregeling zou kunnen voorzien in het liquiditeitsprobleem van dat moment. De Lokaal Almelo Samen-fractie vraagt ook naar coronaondersteuning van verenigingen. Verenigingen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun financiële beleid. Maar er is ook een motie aangenomen bij de behandeling van de perspectiefnota en € 50.000 beschikbaar gesteld voor niet-gesubsidieerde organisaties die door de gederfde inkomsten als gevolg van corona in financieel zwaar weer zijn gekomen of kunnen komen. Ik kan uw raad melden dat er nog geen beroep is gedaan op deze middelen. Ook vraagt zij of we mogelijkheden zien, onder andere door het verstrekken van vouchers of het vragen van kleine bijdragen, om Huttenland in stand te houden. In beginsel moet Avedan het oordeel uitspreken over de invulling van de taakstelling en mede met ons afwegen of Huttenland al dan niet in de benen kan blijven. De conclusie is dat Huttenland met € 45.000 kosten eigenlijk niet langer zo zou moeten doorgaan. Dat kan een categorie mensen raken. Ik heb voor uw raad een aantal zaken uitgezocht. Het betreft ongeveer 360 deelnemende kinderen per jaar, waarvan ongeveer de helft uit kwetsbare gezinnen komt. Dat is een inschatting. Van die kinderen weten we niet of zij wel of niet in diezelfde zomervakantie met hun ouders of anderen op vakantie gaan.

Als we de kosten van € 45.000 moeten delen door 180 betalende kinderen, ervan uitgaand dat kinderen afkomstig uit kwetsbare gezinnen niet kunnen betalen, levert dat een rekening op van € 250. Dat lijkt het R 2006420

7

college niet realistisch en het is evenmin aan te nemen dat bedrijven of crowdfunding dat gat kunnen dichten. Er zijn wel alternatieven, dit jaar ook gehouden in het kader van corona, buitenactiviteiten georganiseerd met Kaliber, Sportbedrijf, wijkregisseurs en verenigingen. We zien dat er onder corona toch ook iets moois ontstaat. Het ziet ernaar uit dat dit in 2021 ook tot de mogelijkheden behoort. Laten we gebruikmaken dit soort ontwikkelingen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb gisteren ongeveer hetzelfde rekensommetje gemaakt. Ik heb mijn neefje gebeld en gevraagd of hij weleens naar Huttenland is geweest. Ik heb gevraagd hoeveel mensen ernaartoe gaan. Hij zei: "hooguit twee bussen, of zo." Toen raakte hij in paniek: "tante hou mij er niet aan vast." Maar de wethouder heeft mijn vraag al beantwoord. Ik kwam ook tot de conclusie dat het bezoek waarschijnlijk € 250 per persoon zou kosten. We zijn het met elkaar eens dat het geen haalbare kaart is om dit door privépersonen te laten betalen. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Wij vinden het jammer dat de wethouder geen toezegging doet. Hij kan misschien ingaan op de suggestie dat mensen die het wellicht beter kunnen hebben, vanuit solidariteitsprincipe meebetalen voor de kinderen waarvan de ouders dit niet kunnen betalen.

De heer LANGZUS (wethouder): Solidariteit is een heel mooi uitgangspunt en kun je adresseren aan degenen die dit kunnen betalen. Maar ik houd uw raad voor dat dit heel lastig ligt, gezien het sommetje. Ook al zijn ze bereid om € 25 of € 50 per kind te geven, daarmee dichten we het gat niet. Dat is mijn betoog. Ik denk dat het verstandig is dat we vooral andere initiatieven een kans geven. Natuurlijk zeg ik met uw raad dat Huttenland dan verdwijnt. Er verdwijnt altijd iets en dat heeft effect, maar we kunnen het hier niet met elkaar oplossen. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Het is nog lang geen zomer. We kunnen ook kijken of we tegen die tijd iets kunnen regelen. De VOORZITTER: Mijnheer Hammink, ik vind dat u dit in de tweede termijn moet benadrukken. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Akkoord. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord op de vraag van de fractie van Leefbaar Almelo is dat de totale opbrengst van de OZB in de Begroting 2021 ongeveer € 24 miljoen is. Als je daarvan 1 %neemt, levert dat ongeveer € 240.000 extra op. Of als uw raad een verlaging wil van 1 %, kost dat ongeveer € 240.000. Uw raad kan verder zelf de sommetjes maken naar de percentages die hij voor ogen heeft. De Lokaal Almelo Samen-fractie heeft nog gevraagd hoe het college omgaat met het relatief hoge verzuim in het onderwijs.

Dit relatief hoge verzuim wordt afgemeten aan wat andere gemeenten op dat punt laten zien. Ik kan melden dat de vergelijking van de staatjes met andere gemeenten niet opgaat. Uiteindelijk heeft elke gemeente haar eigen benadering rondom schoolverzuim. De benadering van ons Team Leerplicht is sterk proactief. Dat leidt ertoe dat wij veel sneller inzichtelijk hebben dat er sprake is van verzuim. Dat is dus een melding en komt in de cijfers terecht. Het zichtbare deel van onze ijsberg is vele malen groter dan bij andere gemeenten. Dat heeft er dus mee te maken dat andere gemeenten het gemeld schoolverzuim in die staatjes opnemen. Dan meldt de school het schoolverzuim. Wij zitten aan de andere kant. Dat doen wij, omdat wij een heel adequaat leerplichtbeleid willen voeren, om ervoor te zorgen dat de jongeren in Almelo met een diploma de school verlaten en zodoende een goede plek op de arbeidsmarkt kunnen veroveren. Wij zijn er dus vroeger bij. De CDA-fractie vraagt het college te komen met een overkoepelende jeugdvisie. Het college ziet daar geen brood in. En waarom? Feitelijk hebben de perspectiefnota en de begroting al een dergelijke overkoepelende visie waarin alle onderwerpen en thema's in onderlinge samenhang zijn bijeengebracht.

Het is ook oppassen met een overkoepelende jeugdvisie, omdat dat een samenstel is van wat er in andere visies en beleidsdocumenten inmiddels rond jeugd is gezegd en wordt gezegd. Dus dan wordt het veel van hetzelfde. En de laatste opmerking hierbij, R 2006420

een overheid die haar inwoners maximaal wil faciliteren zet vooral in op de uitvoering, want daarin kan ze daadwerkelijk het verschil maken met onder andere maatwerk. Visies helpen over het algemeen mensen niet. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De laatste zin vind ik bijzonder, gezien het feit dat dit college deze raad in deze periode al verschillende visies heeft gepresenteerd, maar goed, dat ter zijde. De heer LANGZUS (wethouder): Altijd in uw opdracht. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Daar zal ik dan rekening mee houden. Volgens mij bespreken we binnenkort de woonvisie. Ik weet nu al hoe ik kan reageren, maar dit terzijde. Ik denk dat de wethouder zich vergist met zijn antwoord en zal zien dat juist de integrale aanpak van het vraagstuk over jeugd benut kan worden door vooral de vraag te stellen wat we kunnen en willen betekenen voor de jeugd over vijf tot tien jaar. Daarvoor is die integrale visie nodig. Het gaat om een integraal vraagstuk, wat een integrale benadering vraagt. Ik denk dat het college er nog een keer op terugkomt en we binnen vijf jaar een integrale visie hebben. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Nu kan ik de vraag beter duiden.

Mevrouw Ten Beldam heeft het over een stevige paragraaf met een visie op jeugd in het kader van de visie op Almelo over tien, twintig, dertig jaar, waarbij we het dan ook hebben over ouderen, kwetsbare groepen, stadsontwikkeling en wat dies meer zij. Zo kan ik de vraag goed plaatsen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Het laatste wat geschetst wordt, is in mijn ogen de perspectiefnota, want daarin zit alles. Maar waar het met name om gaat, is dat wij veel meer moeten kijken wat de jeugd, niet over tien of twintig jaar, maar over vijf jaar nodig heeft. Daar werken we dan geleidelijk naartoe, want er vindt nu nog te veel fragmentatie plaats. We moeten de krachten bundelen. De synergie die daaruit komt, kan buitengewoon kostenbesparend zijn. Maar het moet niet alleen gaan over geld. Het moet gaan over: hoe zorgen wij voor een gelukkiger jeugd met een mooi toekomstperspectief? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Ik schakel door naar de gevolgen van IBT, interbestuurlijk toezicht. Ik zeg toe dat hierover binnenkort uitleg wordt gegeven in de Commissie Planning &Control. In algemene zin kan ik erover zeggen dat er op dit moment geen sprake is van een risicoprofiel rood. De gemeente Almelo heeft een score die op dit moment overall oranje is. De verwachting is dat die volgend jaar verder verbetert, omdat de omgevingsvisie -daar hebben we er weer een - is vastgesteld.

Hoogstwaarschijnlijk wordt de overallkleur mede daardoor groen. Daar werken we aan. De fractie van Democraten.Nu vraagt naar de ontwikkelagenda en meer specifiek naar de inzet van het college om vastgoed en grond actief in te zetten voor de ontwikkeling c.q. herontwikkeling die noodzakelijk is op vele plaatsen in deze stad. We komen binnenkort te spreken over de vastgoedportefeuille naar aanleiding van de door de raad gevraagde geactualiseerde Nota Vastgoed. Daarbij zullen we het ook hebben over zaken als kernportefeuille en ontwikkelvastgoed. Het is inderdaad een uitdaging om locaties in ontwikkeling of herontwikkeling te krijgen. We hebben voldoende plekken. Dat vraagstuk ligt niet zozeer bij Vastgoed, als wel bij Stadsontwikkeling in deze organisatie. Het gaat hier weer om de vraag of we voldoende capaciteit hebben om al die plannen gereed te maken, op de plank te hebben, zodat ze in uitvoering kunnen worden gegeven. Dat is een opdracht aan het college. Die nemen we ter harte. Ik zeg u toe dat wij ons zullen oriënteren op de vraag hoe we capaciteit kunnen vrijmaken om de brede herontwikkeling en ontwikkeling in de stad vorm en inhoud te geven. Ik begrijp dat wij bij de heer Gerritsen mogen terugkomen op het moment dat we daarvoor middelen moeten uittrekken.

Voorzitter! Tot slot, er is een aantal amendementen ingediend - in algemene zin heb ik daar iets over gezegd - en een aantal moties. Ik ga er vlot doorheen. Amendement 1, bijstelling voorgenomen bezuiniging subsidie bibliotheek, Stadsmuseum en Almelo Sociaal, is ingediend door de fracties van CDA, VVD, Lokaal Almelo Samen, R 2006420

9

Christenunie, Democraten.Nu en Lijst Weinreder. Dit is een evenwichtig verhaal met een dekking die mogelijk is. We kunnen uw raad positief adviseren. Dit ligt fors anders bij de drie andere amendementen op hetzelfde terrein, Amendement 2, bezuinigingen subsidie Avedan Welzijn, lijkt ons geen begaanbaar pad, omdat daarin wordt voorgesteld incidentele kosten van de bijstelling bezuiniging op deze subsidie voor 2021 te dekken uit de algemene reserve. We slaan dan een heel gat in die broze reserve, waarvan we de precieze omvang nog niet weten ultimo eind 2020, want we moeten de Jaarrekening 2020 nog opmaken. Wij adviseren uw raad daar negatief op. Amendement 3, bezuinigingen subsidies culturele infrastructuur, krijgt ook een negatief advies, omdat daarin een bestemmingsreserve Culturele Infrastructuur 2021 wordt geïntroduceerd, die overigens gevoed moet worden uit de middelen voor 2020 aangevuld met rijksmiddelen compensatie voor lokale culturele instellingen. Het college stelt zich op het standpunt dat die middelen met het opmaken van de Jaarrekening 2020 verdampen binnen het resultaat dat daarin ontstaat en eigenlijk niet meer beschikbaar zijn. Daarnaast speelt het vraagstuk: wilt u weer afzonderlijke potjes gaan maken? De heer Teeuw heeft er al het nodige over gezegd.

Amendement 4, bezuinigingen subsidies sociaalmaatschappelijke infrastructuur, heeft een dekking van € 130.000 die wordt gehaald uit de strategische opleidingsbudgetten. Ik zei al iets in het kader van de subsidies. Natuurlijk staat het uw raad altijd vrij om potjes te pakken, omdat hij vindt dat die wel met wat minder kunnen. Dat is het budgetrecht van de raad. Het college ziet dat niet zitten en adviseert negatief, omdat strategische opleidingsbudgetten heel hard nodig zijn om de doorlopende ombouw en het taakvolwassen houden en maken van onze medewerkers essentieel is. Wij stellen uw raad dringend voor daaruit niet een forse hap te nemen ter dekking van een overgangsjaar, zoals bepleit. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! Begrijp ik het goed dat de wethouder de link maakt om te blijven investeren in het personeel, omdat aan de voorkant investeren geld kost, maar het resultaat is dat dit in de toekomst wat oplevert? En wordt er aan de achterkant wat weggehaald, betekent dit dat we het toekomstige resultaat binnen de organisatie niet gaan halen. Is de wethouder het daarmee eens? De heer LANGZUS (wethouder): Ja, ik denk dat de burgemeester, Portefeuillehouder Personeel, daar verder op zal ingaan.

In de basis klopt dit, hier houden we het op het vraagstuk en advies van het college om deze pot geld niet als dekkingsmiddel te gebruiken voor iets wat op een ander terrein ligt. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Ik vind het mooi dat de wethouder er zo op reageert. Ik ga ervan uit dat de burgemeester hier straks dieper op ingaat. De heer LANGZUS (wethouder): Dat Iaat ik graag bij de portefeuillehouder. De heer CETE (Lijst Cetel: Voorzitter! De mensen die al jaren schreeuwen dat er 50% minder ambtenaren kunnen zijn en we alles kunnen outsourcen, zeggen nu ineens dat ze heel goed opgeleid moeten zijn. We leven in coronatijd. Hoogstwaarschijnlijk heeft de overheid al het keiharde advies gegeven om tot juni/juli thuis te werken. Dat is de onderliggende gedachte van de collega-indieners. De komende zes maanden is er geen mogelijkheid om die studies op dezelfde manier te doen als we tot nu toe deden. Daarom hebben we daar een dekking gezocht. We gebruiken niet het hele potje. Denkt de wethouder dat we in coronatijd al die studiegelden echt gebruiken? Sinds wanneer is de heer Gerritsen hier wethouder? Ik weet dat hij dat heel graag wil zijn. Voor alle duidelijkheid, ik snap de wethouder, maar snapt hij onze redenering? Het zijn coronatijden. Ik wil echt wel met de heer Gerritsen in interruptiedebat. Ik word door hem uitgedaagd. Ik vind dat eerlijk.

De VOORZITTER: Ik hoor u ook heel vaak lachen over dingen die andere zeggen. De heer CETE (Lijst Cete): Maar lachen is wat anders. R 2006420

10

De VOORZITTER: U bent nu in gesprek met de wethouder. De heer CETE (Lijst Cete): Dan maak ik mijn interruptie af. Ik pak de heer Gerritsen nog wel terug. Dit zijn coronatijden en er zijn niet zo veel mogelijkheden. Ambtenaren mogen met niet meer dan zoveel mensen bij elkaar komen. Oké, we zeggen ook niet: voor altijd. Waarom heeft de wethouder er zo veel moeite mee dat we de helft van dat budget voor de dekking in het amendement gebruiken? De heer LANGZUS (wethouder): De heer Cete geeft wat meer kleur aan zijn overwegingen. Dat is positief. Ik Iaat het aan de Portefeuillehouder Personeel om daar nader op te bespiegelen, want dit is sterk situationeel. Het is een dekkingsvoorstel en ik heb het daarover. Dat betrek ik natuurlijk ook op de mate waarin het amendement verstrekkend is. De heer Cete zoekt naar dekking. Daartoe wilde ik me beperken, want in mijn algemene bijdrage heb ik al gezegd: geef de gesprekken die tot nu toe gevoerd zijn, de maatschappelijke vraag die al op tafel ligt en het zicht, mede als gevolg van amendement 1 dat continuïteit van de alle organisatie waarborgt, een kans. Amendement 4 ploegt dat volledig terug. Ik zeg er ter extra onderbouwing bij dat uw raad de voorgestelde dekking niet zou moeten willen gebruiken. Maar ik Iaat het aan de portefeuillehouder om er een nadere bespiegeling op te geven. De heer CETE (Lijst Cete): Ik kan het ook anders zeggen.

We voeren deze discussie al een jaar. Wij kunnen zeggen -dit is een vraag die mijn collega's stellen -geef de instellingen tijd. De wethouder zegt: geef ons tijd. Ik vind het jammer dat het college bij de perspectiefnota, en nu weer, daaraan geen inhoudelijk medewerking verleent. Want het gaat om een belangrijk deel van de raad en de stad. Waarom heeft het college nooit die beweging gemaakt? De wethouder begon over de dekking, daarom heb ik hem daarop geïnterrumpeerd. Waarom heeft het college nooit de overweging gemaakt om een belangrijk deel van de raad en de stad tegemoet te komen? Ik snap zijn beleid, dat zet hij al een jaar lang in en daarover hebben we al vaak een discussie gevoerd. Maar waarom die stroefheid? Waarom gunt de wethouder ons niet de tijd en ruimte die hij continu van ons vraagt en waarvan wij de consequenties ook niet zien? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Ik heb in mijn bijdrage al gezegd dat we naar mijn oordeel die tijd niet hebben, dat is een. En twee, ook de raad moet zich ernstig de vraag stellen of die tijd die hij wenst voor het laten uitkristalliseren tot in de laatste details van alle mogelijke effecten, maatschappelijk of sterk situationeel, strikt nodig is om daarop te wachten. Want er is een oplossing geboden en die zit besloten in amendement 1 . Dat is het politieke debat dat uw raad onderling moet voeren.

Het college heeft uitvoering gegeven aan de afspraken de bij de perspectiefnota zijn gemaakt. Wij hebben de correctie gezien in amendement 1. Oké, met die gedachtegang kunnen wij meegaan. De heer DE VRIES (PvdA): Ik heb een vraag in dit verband. De wethouder zegt dat er een oplossing in amendement 1 ligt. Dat klopt. Maar deelt hij de stelling dat het vertrekpunt voor deze oplossing verkeerd is, vals is? De heer LANGZUS (wethouderl: De vraag is wat ik daarop moet zeggen, want daarmee ploeg ik helemaal terug in de discussie rondom de perspectiefnota. Daarvan zeg ik -met alle gevoelens die ik heb geproefd, van ondersteuning tot geïrriteerdheid, wrevel en boosheid -dat ik die discussie niet moet over doen. De dingen hebben hun loop gehad zoals ze gelopen zijn. Ik ben blij dat er nu zicht is op een oplossing en dat er zicht is op continuiteit, als het gaat om de toekomst van een aantal organisaties en het werk dat zij doen, maar er wel dingen gaan veranderen.

Maar dat is annex aan de totale vraag die hier op tafel ligt: de dingen die we in het verleden hebben gedaan waren goed, maar hoe kunnen we die beter en dus ook op een andere manier doen? Laat ik er niet op bespiegelen en dit heel erg klein maken tot de vraag: was dit goed, of was dit fout? Ik beluister dat de heer De Vries het wenselijk had gevonden als het anders was gelopen, anders was aangepakt, misschien met wat meer tijd. Het college zegt dat we nu weer op een begaanbaar pad zitten, met alle rimpels die dit heeft opgeleverd. Laten we dat tegen elkaar zeggen. R 2006420

11

De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Een laatste vraag nog. De wethouder is begonnen met een economische dekking. Uiteindelijk heeft hij gerefereerd aan de perspectiefnota, omdat daarin het onderliggende beleid staat dat het college uitvoert. Dat snap ik, die is in meerderheid aangenomen, met heel veel discussie: het was een nipte meerderheid. Staat de wethouder of het college nog open voor andere voorstellen? Ik hoor de wethouder zeggen dat het college principieel, los van amendement 1, helemaal niet wil bewegen. Heb ik dat goed begrepen? De wethouder heeft gezegd dat de perspectiefnota eronder ligt en die door de raad is vastgesteld, ook al is er een grote minderheid die de perspectiefnota niet goed vindt. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Het college zegt dat het niet nodig is. Dat is een wezenlijk punt. Het is niet nodig om een jaar rust te nemen, om zaken nog een keer in de broedstand te brengen en er nog eens heel rustig over na te denken. Daarbij komt, dat het college van oordeel is, als het sec gaat om het bedrag van de taakstelling, dat het nodig is die in te vullen. Dit heeft ook te maken met de Begroting 2021. Ik Iaat het echt aan uw raad. Dat is het onderlinge politieke debat, want de raad gaat over de begroting. Hij zal met zijn voorstellen daarin kan nog iets gewijzigd worden —steun en dekking moeten vinden bij de meerderheid van de raad.

Zo zit het in elkaar. Ik zal nog twee moties becommentariëren Motie 17, aanvalsplan laaggeletterdheid, voeren we graag uit. Hetzelfde geldt voor motie 19, Verbod gebruik glyfosaathoudende middelen bv Roundup in eenjarige pachtcontracten. De heer DE OLDE (PVA): De wethouder had het in het begin van zijn betoog over de motie subsidiebeleid. We hebben daarover ook een motie ingediend, en ik heb daar een vraag over. Waarom blijft een grote commerciële organisaties buiten schot en moeten maatschappelijke organisaties bloeden? Het is een beladen onderwerp, maar ik wil er graag een reactie op. De VOORZITTER: Dat is de portefeuille van wethouder Van Rees. Hij zal er zo op ingaan. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! In antwoord op de vraag van de Lokaal Almelo Samen-fractie heb ik gezegd dat er geen aanvragen binnen zijn gekomen in het kader van de € 50.000 die beschikbaar is gesteld voor niet gesubsidieerde instellingen om ze terzijde te staan in de coronatijd. Dat is fout. Ik kan dit gelukkig nog corrigeren, want er zijn naar ons beste weten op dit moment negentien aanvragen binnen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De wethouder heeft gezegd dat hij graag de een of andere regel wil uitvoeren bij de erfpachten. Ik heb die motie ook gelezen en ik heb geen idee wat het middel inhoudt, noch waarom die motie zo graag door de wethouder wordt uitgevoerd.

Mijn eerste instinct is: is dit weer iets om de boeren te pesten? Ik weet echt niet waar ik op ga stemmen als ik voor of tegen stem. Aangezien de wethouder daar kennis van heeft, vraag ik hem mij dit uit te leggen. Als de wethouder de motie omarmt, betekent dat niet dat ik voor of tegen stem. De heer LANGZUS (wethouder): Glyfosaat is een inmiddels verboden bestrijdingsmiddel dat gebruikt wordt bij onkruidbestrijding. In het kader van pachtcontracten kunnen wij de regel opleggen dat onze pachters dat ter plaatse niet gebruiken. Wij zijn bereid, gelet op het feit dat we het zelf ook niet meer gebruiken, dat beding bij onze pachters neer te leggen. Dat zeggen wij met het omarmen van deze motie. De VOORZITTER: Daarmee ronden we af en kunnen we er nog de hele dag over nadenken en het gesprek zoeken. We gaan naar de volgende spreker in de rij van sprekers namens het college, wethouder Maathuis. Ik vind dat we iets gedisciplineerder moeten omgaan met interrupties, anders loopt het echt uit de hand en zijn we vanmiddag om vier uur nog niet klaar met het college. De heer Hummels stelde me voor, en ik vind dat een goed idee, om vragen een beetje naar het einde van het betoog te brengen. Zo kan het college of de wethouder zijn betoog houden en een reactie geven op de eerste termijn en kunnen er daarna verhelderende vragen worden gesteld.

Dat Iaat onverlet dat er uiteraard politieke punten zijn die u bij een interruptie wilt maken, maar hiermee structureren we het debat een beetje. Ik kan niet met een schaartje knippen, want dan zou het R 2006420

12

makkelijk zijn en zou ik zeggen dat de wethouders ongehinderd hun betoog kunnen houden. Dat is weer te veel van het goede. We moeten even de balans zien te vinden. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! De coronacrisis treft ons land, onze samenleving en daarmee ook de Almelose samenleving hard. Ook Almelo ontkomt niet aan de gevolgen van deze gezondheidscrisis. Hoewel niemand in een glazen bol kan kijken, blijf ik echter op het vlak van economie en participatie optimistisch. En daar is ook reden toe. Hoewel er, al dan niet tijdelijk, banen verloren gaan in deze stad, komen er ook banen bij in groeisectoren. De verkoop van bedrijfskavels, zowel gemeentelijke als op het XL-park, is in 2020, ondanks corona, buitengewoon goed gegaan. De fractie van Democraten.Nu refereerde hier al aan. In juli van dit jaar heeft het Werkplein meer mensen naar werk bemiddeld dan in 2019. En na een sterke instroom in februari, maart en april is het aantal uitkeringsgerechtigden zelfs weer wat gedaald en op dit moment stabiel op het niveau van 2630. Dit zijn lichtpuntjes in donkere tijden. In 2021 blijft het college onverminderd inzetten op meer banen en minder bijstand, dan wel het voorkomen hiervan, in de wetenschap dat we hierbij niet volledig, maar mede afhankelijk zijn van de beheersing van de pandemie en of er economisch herstel gaat optreden.

In dat kader ondersteunt de landelijke overheid onze regionale arbeidsmarkt met een fors aanvullend sociaal pakket. Voor het einde van het jaar is op het niveau van het Werkplein Twente een mobiliteitsteam actief dat gericht inzet gaat plegen op het voorkomen van WW en bijstand door bedrijven te benaderen die nu nog afhankelijk zijn van de NOW-regeling. Dat zijn 2100 bedrijven met 52.000 banen die op de tocht staan. Dus het is van ontzettend groot belang dat we volgend jaar onze inzet daarop richten, om te voorkomen dat die mensen of in de WW of in de bijstand belanden. En de gemeente Almelo trekt daarin samen op met de gemeenten Hengelo en Enschede, als subregio binnen het Werkplein Twente. De Christenunie-fractie heeft gezegd dat we Almelo niet alleen moeten profileren als mbostad, maar ook oog moeten hebben voor de hightechbedrijven en de Almelose maakindustrie. Dit zijn wij hartgrondig met de Christenunie-fractie eens, en zowel de burgemeester als ik zet zich daar vanuit het college voor in. Onze warme betrokkenheid bij de komst van VDL Energy is daarvan een recent voorbeeld. De GroenLinks-fractie refereert terecht aan de mismatch. Almelo is een echte banenmotor, maar verhoudingsgewijs hebben we veel bijstandsgerechtigden. Zij vraagt het college wat we daaraan gaan doen.

We zijn in staat om mensen te bemiddelen naar werk, maar we zijn er ook van overtuigd dat de effecten hiervan groter zijn, als er ook iets wordt gedaan aan de instroom van buiten de gemeente. Ik komt er nader op terug in reactie op de opmerkingen van de CDAfractie. Belangrijk is dat we mensen continu kansen geven om vanuit de bijstand aan het werk te komen. Dit vergt wederkerigheid tussen gemeente en inwoner. Aanvullend in reactie op de heer Buitenweg: 2021 zal in het teken staan van de aanpak van de mismatch op de arbeidsmarkt via het Twents Fonds voor Vakmanschap, waarin Almelo heel goed meedraait, het Twents Huis van de Logistiek en het leerwerkloket. Schulden zijn vaak een grote belemmering voor mensen om de stap naar werk te zetten. Daarom gaan we in 2021 vol door met de inzet op het voorkomen van problematische schulden via het Schuldenlab Almelo. Ook wordt —dit zeg ik in reactie op de algemene beschouwingen van de VVD-fractie — de invoering van de tegenprestatie in 2021 werkelijkheid en zetten we in op andere uitstroombevorderende en instroom beperkende maatregelen. Over de invoering van PIN, Project Instroom Nieuwe Inwoners, het volgende.

De CDAfractie ziet vanwege gevreesde bureaucratie — en zij niet alleen, ik heb dit bij meerdere fracties mogen beluisteren —als gevolg van de invoering van dit instrument veel meer perspectief in gebruikmaking van de mogelijkheden die de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek biedt om de leefbaarheid in grootstedelijke gebieden met een opeenstapeling van problemen te verbeteren. Ze vraagt het college om de mogelijkheden van die wet te verkennen en, indien mogelijk, in een raadsvoorstel voor te leggen aan de raad in plaats van de invoering van het Project Instroom Nieuwe Inwoners. Ik zeg u toe dat we deze verkenning zullen uitvoeren en uiterlijk in het eerste kwartaal volgend jaar uw raad zullen berichten of dit instrument inzetbaar is; het is een verkenning. Indien dit het geval is, zal vervolgens een raadsvoorstel volgen. Is dit niet mogelijk, gaan we graag opnieuw met uw raad in gesprek. De CDA-fractie heeft het juist. In de afgelopen tien jaar hebben we al € 24 miljoen moeten bijpassen op BUIG. Wethouder Langlus heeft in zijn inleiding gezegd wat dit de komende jaren gaat betekenen. Uw raad had al € 1,5 miljoen verwerkt in zijn begroting en daar plussen we nu € R 2006420

13

2 miljoen bij op. Dat is het maximale eigen risico dat we hebben op BUIG. Daarmee zitten we rekenkundig safe. Uw raad wordt waarschijnlijk niet meer verrast met aanvullende bijstellingen in volgende cycli, mocht de bijstand gaan toenemen. We hopen natuurlijk dat die effecten beperkt zijn. We komen trouwens in december nog een keer met uw raad te spreken over de systematiek in een separaat politiek beraad. In reactie op de CDA-fractie, het college heeft afgelopen dinsdag het besluit genomen om pro forma bezwaar aan te tekenen tegen het definitieve budget voor 2020 dat we bij de septembercirculaire toegekend hebben gekregen, en pro forma bezwaar aangetekend tegen het voorlopige budget voor 2021, hoewel daar wel een stijging in zit van 16%. Met dat laatste mogen we blij zijn, maar we houden in onze ramingen —dat heeft uw raad kunnen lezen — in de begroting rekening met de CPB-scenario's om niet voor verrassingen te komen staan in de P&Ccyclus van 2021. Derhalve betogen wij dat er nog steeds € 3,5 miljoen aan eigen geld aan de uitvoering van de P-wet op gaat ten opzichte van de compensatie die we krijgen van BUIG. Wij vinden dat niet acceptabel en daarom tekenen we bezwaar aan. De Lokaal Almelo Samen-fractie heeft gevraagd of het college kan aangeven wat er buiten imago en promotie om wordt ondernomen om het vestigingsklimaat van Almelo te verbeteren.

De pagina's 37 tot en met 39 van de begroting bieden daarop een antwoord. In 2021 wordt er fors geïnvesteerd in ons vestigingsklimaat. De verbreding van het Twentekanaal gaat volop van start, de laad- en loskade wordt uitgebreid dankzij een succesvolle Almelose lobby voor een slordige € 5 miljoen, waardoor de overslagcapaciteit van CTT toeneemt en de aantrekkelijkheid van het XL-park wordt vergroot. Ook de komst van VDL Energy zal hieraan een positieve bijdrage leveren. Daarnaast zetten we in 2021 in op het verbeteren van de dienstverlening richting ondernemers door het verder uitnutten van het inmiddels gestarte ondernemersloket. En in 2021 gaan we slagen maken op de revitalisering van bedrijventerreinen enerzijds, en anderzijds gaan we door met het creëren van toekomstperspectief voor grootschalige kavels. We zullen daarover op een nader moment met uw raad verder praten. De CDA-fractie heeft opmerkingen gemaakt over de nieuwbouw van het zwembad. Ze zei dat meerkosten —volgens het college terecht —druk zetten op een budget-neutrale realisatie. De huidige kapitaallasten op het zwembad vallen per volgend jaar vrij en zijn reeds verwerkt in de begroting. Door nu te investeren in een bad wordt er een hoop bespaard op onderhoud, energie en overige exploitatiekosten. Daarmee kunnen we de kapitaallasten een heel eind dekken.

Uw raad heeft in het politiek beraad gezien dat het college sport heeft betrokken bij het programma van eisen en gezegd dat dit extra kapitaallasten met zich mee zou brengen, uit mijn hoofd iets van € 120.000 na aftrek van een bijdrage uit het Integraal Huisvestingsprogramma en na aftrek van duurzaamheidssubsidies. Aanvullende eisen, zoals het bad vergroten van 15,4 meter naar 16 meter en een extra diep buitenbad maken de opgave groter. Het is aan uw raad te bepalen tot hoever hij wil gaan. Vermoedelijk, maar dit ligt nog bij het presidium, zal er in januari een vervolg politiek beraad volgen om nogmaals over het programma van eisen en de kosten te praten. Een raadsvoorstel is dan in concept uitgewerkt en ligt ter oordeelsvorming aan uw raad voor. Voor de speel- en sporttoestellen wordt er nog een kredietaanvraag aan uw raad voorgelegd. Er gaat dus geen euro uit, voordat uw raad hierover expliciet een besluit heeft genomen. Wij begrijpen zijn wens om deze kredietaanvraag te doen op basis van een gecombineerd plan van aanpak op zowel speel- als sporttoestellen. Het plan van aanpak speeltoestellen is af. Er zal een plan van aanpak sporttoestellen aan toegevoegd worden en er wordt gekeken naar overlap. Kortom, een bestemmingsreserve is niet nodig; die vraag lag op tafel.

Het geld ligt op de plank, blijft op de plank liggen en wordt niet eerder gevoteerd dan nadat uw raad daarover een expliciet besluit heeft genomen. In het verlengde van deze toestellen heeft de Lokaal Almelo Samen-fractie gevraagd hoe we verenigingen kunnen blijven steunen. De gemeente en het Sportbedrijf hebben voor de verenigingen een aanvraag gedaan voor huurcompensatie voor de periode 1 maart tot 1 juni 2020. Die wordt waarschijnlijk door het Rijk uitgekeerd in het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast heeft het Rijk een nieuwe regeling voor huurcompensatie aangekondigd voor de periode 1 oktober tot en met 31 december 2020. En zo gauw deze regeling wordt opengesteld, zullen wij weer samen met het Sportbedrijf aanvragen doen voor de huurders. Daarnaast verleent de gemeente uitstel van betaling op leningen en huurkoopovereenkomsten voor sportverenigingen. De gemeente geeft hierop maximaal één jaar uitstel van betalen. En tot slot is R 2006420

14

de betalingstermijn voor verenigingen verlengd van 30 dagen naar 90 dagen. Het Sportbedrijf voert dit beleid ook uit voor de maanden dat er niet kan worden gesport. Volgens mij kunnen we niet meer doen dan dit. Dat wordt door de Vereniging Sport en Gemeenten afgeraden: volg de landelijke regelingen die daarvoor beschikbaar zijn. Dat doen we volop en zelf zijn we lokaal vrij coulant als het gaat om betalingen. De Christenunie-fractie heeft aandacht gevraagd voor zero-emissie en de mogelijkheden voor het aanhaken bij het project SimplyMile. Op dit moment wordt er in regionaal verband een onderzoek uitgevoerd naar zero-emissie stadslogistiek. Als verantwoordelijk wethouder van de gemeente Almelo ben ik hier de bestuurlijk trekker van. Van de steden in Twente is enkel Enschede voorstander van het juridisch afdwingen van de zero-emissiezone. Het zal uw raad niet verbazen dat Hengelo en Almelo geen voorstander zijn van een top-down benadering, omdat hun binnensteden als gevolg van het veranderde consumentengedrag onder druk staan. Liever kijken we naar stimulerende maatregelen die zero-emissie op een redelijke termijn mogelijk maken. De verbinding met het bedrijfsleven is daarbij cruciaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=0a00c57b-53ab-4f22-acb9-2b0bfc24816e