3.1 Notulen raadsvergadering 7 december 2021.pdf
Tekst van het document
Vorige week werd Amsterdam als voorbeeld genoemd, de hoofdstad van Nederland met ruim 8 miljoen bezoekers per jaar. Dan hoef je geen Einstein te zijn om uit te rekenen dat dit een totaal andere context is dan Almelo. De dynamiek is van een heel ander level. Dat in Amsterdam behoefte is aan meer bestuurlijke ruimte is te begrijpen. Daarnaast hebben we horecazaken die alcohol serveren - niet allemaal - maar het is wel een game changer als ergens alcohol wordt geserveerd. Mensen kunnen er gewelddadiger van worden. Van een joint word je in de meeste gevallen juist inactiever. Er is echt een verschil tussen een restaurant dat om 22.00 uur sluit, een café in het centrum waar wordt gefeest en gevierd, of een coffeeshop aan de rand van de stad. De burgemeester beroept zich op uitspraken die juridisch zijn onderlegd. Vanuit het juridische gedeelte wordt weer een beroep gedaan op ons gezond verstand. De burgemeester zal waarschijnlijk zeggen dat als de situatie zich voordoet, je als college stevig moet gaan motiveren en dat dan de rechter een uitspraak zal doen. Maar wij willen graag aan de voorkant horen wat het gezonde verstand van het college of de burgemeester doet bewegen om de APV te veranderen op dit punt. De VOORZITTER: Daarmee heeft iedereen die dat wenste het woord gevoerd. Ik heb niemand over het hoofd gezien.
Dan geef ik nu het woord aan burgemeester Gerritsen voor de beantwoording. Het is bij dit soort onderwerpen altijd de kunst om hoofd- en bijzaken goed te scheiden en voor iedereen te volgen en to the point te blijven. Die uitdaging gaat de heer Gerritsen vast aan. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Altijd, u bent niet anders van mij gewend. Vandaar ook de oproep om dat niveau te blijven halen.
R 2207080
17
Met uw welnemen loop ik de sprekers langs, dat is voor iedereen het meest begrijpelijk. Te beginnen met de mosquito. De heer Teunis zegt dat je met een goed gesprek moet beginnen. Dat is feitelijk de basis van al het handelen dat we op het vlak van veiligheid en leefbaarheid met elkaar hebben in deze gemeente. Alle maatregelen die wij nemen, moeten subsidiair zijn op lichtere maatregelen. Ze moeten aanvullend zijn. Er moet altijd gekeken worden naar de lichtst mogelijke ingreep. De lichtst mogelijke ingreep is een goed gesprek: waarom veroorzaak je overlast, kunnen we je ergens mee helpen, zit er een achtergrond achter? Maar er zijn ook vormen van overlast die met een goed gesprek niet opgelost worden en waar gebruik moet worden gemaakt van een meer dwingend instrumentarium. Dat is gradueel. Als je als overheid in het leven van alledag wilt ingrijpen, heb je daar een juridische grondslag voor nodig, die door de volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad, moet worden gerealiseerd. Dat zit dus in de APV. Ik benadruk dat wat we doen aanvullend is op lichtere maatregelen. Het subsidiariteitsprincipe is echt leidend in alles wat we doen. De vraag wat zo’n mosquito kost, is breed op internet te vinden. Het toestel zelf kost zo’n € 1.000.
Met alle toebehoren, afstandsbedieningen die via telefoonnetten of wifi kunnen worden aangebracht, waarschuwingsbordjes, kabels en dergelijke, kom je op een krappe € 2.000 per mosquito. Ik wil meteen de indruk wegnemen dat wij de stad gaan volhangen met mosquito’s. Dat doen wij alleen als er overlastsituaties zijn, die zo hardnekkig zijn dat ze niet op een makkelijkere, op een lichtere manier, weg te nemen zijn. Ik heb hier geen voorbeelden voor uit het verleden. We zien wel dat de mate van overlast per seizoen verschilt. Het is vaak weersafhankelijk. De groepen jeugd die overlast veroorzaken wisselen ook van samenstelling. Dat doen jongeren, zij wisselen van samenstelling in hun hanggroepen. We zien wel dat dit een fenomeen is dat zich in Almelo voor kan doen. Dat is ook de reden waarom we dit instrument in de APV zouden willen onderbrengen. De heer Wiertz duikt wat meer in de juridica, die achter de mosquito schuilgaat. Hij zegt terecht dat de mosquito enigszins omstreden is. Ik bevestig dat het niet onomstreden is, vooral omdat het gebruik ervan inbreuk maakt op de bewegingsvrijheid van jonge mensen. Ik heb dat in het politiek beraad ook gezegd. Ik heb ook gezegd dat ik daar zwaar aan til als je zoiets doet. Je grijpt dan in in de bewegingsvrijheid van jonge mensen.
Dat betekent dat grote terughoudendheid en grote zorgvuldigheid moeten worden betracht als je een mosquito zou inzetten als ultimum remedium. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat de keuze over de inzet van de mosquito aan de gemeenten moet worden overgelaten. Zij kunnen namelijk het beste beoordelen of er behoefte bestaat aan de bevoegdheid tot het laten plaatsen van zo’n apparaat. Voor de gemeenten heeft vervolgens de VNG, onze koepelorganisatie, een model artikel APV gemaakt. Voorafgaand is hier door de VNG een advies voor de inzet van de mosquito’s uitgegeven. Dat advies is verwerkt in een handreiking "Gebruik mosquito door gemeenten". In die handreiking wordt ingegaan op de vraag hoe de inzet van zo’n mosquito zich zou verdragen met vrijheid, lichamelijke integriteit, de biologische effecten van een mosquito, het gehoor dat al dan niet belast zou worden. De conclusie daarvan is dat de onrechtmatigheid, of de inbreuk op grond van mensenrechten, afhankelijk is van de zorgvuldigheid van de besluitvorming die aan het gebruik voorafgaat. Het is heel belangrijk dat je op stevige bodem staat voordat je dat ultimum remedium inzet. Inmiddels wordt de mosquito in meer dan 100 gemeenten in Nederland gebruikt om in uiterste gevallen overlast door hangjongeren tegen te gaan.
De ervaringen zijn positief, met name in de gemeenten Rotterdam en Capelle a/d IJssel is men zeer enthousiast. Gelet op de positieve ervaringen van andere gemeenten en de behoefte die het college voelt aan een extra instrument in de bestrijding van overlast door hangjongeren, vinden wij dat er geen reden is om dit amendement te steunen. Sterker nog, wij adviseren de raad het amendement af te wijzen. Er zijn andere instrumenten om overlast te bestrijden. Dat klopt, en die benutten wij met onze jongerenwerkers, met de contacten met politie, met de boa’s die op straat zijn, met de gesprekken die ook u als raadsleden heeft met jongeren, de wijkbeheerders die rondgaan. Laten we niet doen alsof jongeren gelijkstaan aan problemen. Verreweg de meeste jongeren, ook verreweg de meeste hangjongeren, leiden een voor iedereen, voor zichzelf maar ook voor hun
R 2207080
18
omgeving, gelukkig leven en veroorzaken geen enkel probleem. De conclusie voor het college is dat het amendement moet worden ontraden. De VOORZITTER: Er zijn een heleboel interrupties. Ik behandel ze in willekeurige volgorde. Geeft u alstublieft aan op welk onderdeel van het betoog u wilt interrumperen. De heer STÖTELER (PVV): Voorzitter! Op het onderdeel ultimum remedium. Volgens mij is het ultimum remedium voor hangjongeren die overlast veroorzaken op bepaalde locaties een gebiedsverbod. De burgemeester heeft de bevoegdheid om een gebiedsverbod op te leggen. Doe dat dan in plaats van zo’n rare mosquito, waar veel meer mensen last van hebben en die de problemen 100 meter verplaatst. De heer GERRITSEN (burgemeester): Een gebiedsverbod dient opgelegd te worden op een persoon. Rondom die persoon moet de mate van overlast individueel kwalificeerbaar en kwantificeerbaar zijn. Dat gaat een stap verder en is een stuk ingrijpender, omdat het echt gericht is op een persoon, niet op het fenomeen van een anonieme groep die op een bepaalde plek voor de omgeving overlast veroorzaakt. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Er wordt hier nu gekeken naar geluidsoverlast. Dat apparaat heeft een bepaalde toonhoogte die jongeren vervelend vinden. Dus ik hoor dat kennelijk niet. Maar dieren hebben vaak een bijzonder goed gehoor. Ik kan me voorstellen dat dit een marteling voor ze is.
Hoe zit dat? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ook dat is een afweging die gemaakt moet worden bij het plaatsen van een mosquito, in hoeverre bijvoorbeeld mensen die in die buurt vaak hun hond uitlaten daar last van zouden hebben. Dat moet je betrekken in de afweging die je eens in de drie maanden zou moeten maken. Dat leest u ook in de verordening. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Ik had hetzelfde punt als mevrouw Pol over dieren, die daar niet goed tegen kunnen. Verder geeft de burgemeester aan dat de overgrote meerderheid geen problemen oplevert en dat slechts een heel klein groepje problematisch is. Maar dan wegen al die nadelen toch niet op tegen dat voordeel voor dat hele kleine groepje, wat de burgemeester aangeeft? Voordat we de mosquito hadden, losten we dat toch ook op andere manieren op? Het klinkt voor mij een beetje primitief om met geluid mensen weg te jagen, want dat is wat we doen. De heer GERRITSEN (burgemeester): Het is niet primitief. We treden op in het bestuursrecht en niet in het strafrecht. Ik wijs nog even op de maatregel die inmiddels wel algemeen aanvaard is, namelijk het ophangen van camera’s. Dat rechtvaardigen wij en dat is inmiddels volstrekt aanvaard in ons leefbaarheidsbeleid.
Dat gaat feitelijk, als het gaat om privacy en inbreuk op je persoonlijke vrijheid, een stuk verder dan het plaatsen van een mosquito, die niets ziet of registreert en die alleen een bepaalde leeftijdsgroep, waarvan overlast wordt aangenomen en is onderbouwd op die plek, tegengaat. Dat is mijn antwoord als het gaat om de proportionaliteit van de maatregel. Eigenlijk is cameratoezicht veel invasiever dan het in het uiterste geval plaatsen van een mosquito. De VOORZITTER: Nee burgemeester, u mag nog niet verder. Er is ook nog een interruptie van mevrouw Geerdink van de PvdA. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Mag ik hier nog op reageren, voorzitter? De VOORZITTER: Ik wilde de vaart er een beetje inhouden. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Maar ik mag reageren, dat is mijn recht.
R 2207080
19
De VOORZITTER: Als we het over recht gaan hebben, mijnheer Ekizkuyu, lopen dat soort discussies over het algemeen niet zo goed af. Ik geef u de gelegenheid voor een korte reactie. Dan gaan we door naar mevrouw Geerdink. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Dank u wel. De burgemeester zegt dat een camera eigenlijk veel gecompliceerder is. Maar in mijn ogen is een camera juist te rechtvaardigen, omdat er, indien er iets gebeurt, bewijsmateriaal is of een situatie beter te duiden is. Dus het doet recht aan de waarheid in bepaalde mate. Zo’n mosquito doet niets anders dan wegjagen en mogelijk hinder veroorzaken voor andere mensen. Zo’n camera is van toegevoegde waarde tot op een bepaalde hoogte. De VOORZITTER: Als je de camera’s te hoog hangt, krijg je weinig informatie. Dat is zeker. De heer GERRITSEN (burgemeester): De heer Ekizkuyu maakt een kleine denkfout als hij het heeft over camera’s waarop je dingen kunt terugkijken. Daar zijn onze camera’s niet voor, althans niet voor ons. Degenen die terugkijken zijn politie en justitie, waar het gaat om waarheidsschending. Het kijken door camera’s gaat wat betreft de toepassing in het bestuursrecht, voor de handhaving van de openbare orde, om datgene wat je als het ware live ziet op straat, om te kijken hoe je met crowd management omgaat of met groepen op straat.
Als camerabeelden binnen die 28 dagen waarop ze bewaard worden, bekeken worden, gebeurt dat nooit door ons, maar altijd door de politie op instigatie van een Officier van Justitie. De VOORZITTER: Dat lijkt me voldoende. De heer Ekizkuyu heeft zijn recht gehad. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! De burgemeester zegt dat de mosquito alleen wordt opgehangen als het echt om overlast gaat met goede onderbouwing, maar wanneer is dat dan? Dat begrijp ik niet helemaal. Dat het voor dieren een zeer irritant geluid is, is ook wel een dingetje. Als je al die bezuinigingen in het jongerenwerk terug zou draaien, zou je deze apparaten misschien helemaal niet nodig hebben. Ik vind het een onzinapparaat om in te zetten. Ik ben nog niet overtuigd van de onderbouwing. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik kan alleen het standpunt weergeven dat het college heeft als het gaat om het toepassen van een mosquito als ultimum remedium, of inderdaad in individuele gevallen het toepassen van een gebiedsontzegging, maar die laat ik even buiten beschouwing. Ik pleit ervoor om op te nemen dat je dit als ultimum remedium kunt inzetten, niet om daarmee de vermeende bezuinigingen op jongerenwerk in te lopen, maar omdat inmiddels in tal van gemeenten is gebleken dat het een effectief middel is bij hardnekkige, niet op een andere manier op te lossen overlast van jongeren.
Waar het gaat om dieren: het lijkt erop dat honden niet op het geluid van een mosquito reageren. Net als bij hele jonge kinderen komt dit waarschijnlijk omdat honden veel hogere tonen kunnen waarnemen dan mensen. Het gaat om 50kHz-tonen. Op straat worden honden aan veel harder geluid blootgesteld dan de mosquito produceert. Op dit punt is in Engeland door een opleidingsinstituut voor blindengeleidehonden uitvoerig onderzoek gedaan. Het blijkt dat die effecten er niet zijn. Voor duiven en andere vogels is vastgesteld dat ze in het geheel niet reageren op een mosquito. Dit over het welzijn van dieren. Ik denk dat ik daarmee de opmerkingen over de mosquito heb geadresseerd in deze eerste termijn. Het is aan de raad om daar een afweging over te maken. Dan kom ik alsnog bij de opmerking van de heer Stöteler. De VOORZITTER: Ik zie inmiddels een interruptie van de heer Hümmels en ik zie een handje van mevrouw Geerdink, maar het is de vraag of dat nog van de eerste interruptie is of een reactie op het antwoord. Ik verzoek u wel om een beetje bij het onderwerp te blijven, want u dwaalt met elkaar redelijk af naar de details. Het leek zo vlot te gaan. Ik verzoek u de hoofdlijn te bewaken. Mevrouw Geerdink, is het een reactie op de beantwoording? Ik zie u instemmend knikken. U wilt nog een reactie geven op het antwoord van de burgemeester.
R 2207080
20
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Uit onderzoek heb ik gelezen dat het voor dieren wel degelijk een zeer irritant geluid is en dat zij er echt last van hebben. Ik vraag me af hoever je hierin gaat. Is er dan binnenkort ook een geluid voor hangouderen? Die zijn er ook. Dan moet je voor iedere groep een ander geluidje hebben om hen te weren. Ik vind dat jongeren zich vrij moeten kunnen verplaatsen. Dat is met dit apparaat absoluut niet het geval. De heer GERRITSEN (burgemeester): Mevrouw Geerdink maakt er nu een klein beetje een bagatel van door te zeggen dat we dan ook iets voor ouderen en voor elke doelgroep gaan doen. Ik wil niet overdreven scherp zijn, maar ik hoop dat zij dat kan uitleggen aan de mensen in onze stad die last hebben van hardnekkige overlast van hangjongeren en die bij mij of bij een van de wijkwethouders aan de bel trekken om die overlast op te lossen. Als al die gesprekken, al die bemiddelingen, bezoeken van jongerenwerkers, soms zelfs het schrijven van een bekeuring voor hangen, niet helpen, is er een mosquito, die je in zo'n geval kunt inzetten. Nogmaals, het welzijn van de jongeren gaat ook deze burgemeester ter harte, absoluut, maar ook het welzijn en de rust in de woonbuurt van mensen die hier komen klagen en die zeggen: help ons, pak eens door en geef ons rust in onze buurt. Daar is het voor.
Ik vind het te makkelijk om dan te zeggen dat er tal van andere groepen zijn waar we geluiden voor moeten maken. Dat is niet het geval. Het is algemeen aanvaard dat jongeren overlast veroorzaken. Dat maakt deel uit van puberaal gedrag, van onvolwassen breinen. Je hoeft geen orthopedagoog te zijn om dat te kunnen snappen. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Het spijt me dat ik ook verder inga op dit onderwerp, maar dat komt vooral door de opmerkingen die de burgemeester maakt. Hij geeft aan dat het een effectief middel is. Ik kan me voorstellen dat, als er op plek A overlast is, van wie dan ook, en je iets doet tegen die overlast, dat effectief is op plek A. Maar ik hoor hem niet vertellen dat dan overal alle overlast verdwenen is of dat het zich ergens anders weer voordoet. Ik zal de rest van wat ik wil zeggen, in tweede instantie doen, als ik daar de tijd voor krijg. De VOORZITTER: Ik noteer u voor de tweede termijn. U krijgt straks als eerste het woord in de tweede termijn. De heer GERRITSEN (burgemeester): Nergens is betoogd dat met het toepassen van een heel zwaar instrument als een mosquito meteen ook de overlast elders is opgelost. Sterker nog, dan kan er nog steeds elders overlast zijn, die minder zwaar gekwalificeerd wordt en waar een ultimum remedium als een mosquito niet nodig is omdat je daar op een andere effectieve manier kunt ingrijpen.
Er zijn tal van plekken in onze gemeente waar je naar hartenlust kunt rondhangen, waar je zelf geen overlast hebt en waar je ook geen overlast veroorzaakt. Die zijn er ook. Dat vinden we fijn, omdat we vinden dat jong en oud in onze gemeente recht hebben om lol te hebben en een plezierig verblijf te hebben. Het is niet zo dat ik of een andere burgemeester deze mosquito morgen in tien- of twintigvoud in de stad gaat ophangen. Het is een instrument in een APV, die een excessenverordening is en die instrumenten geeft aan het bestuur om op te treden bij zaken waar je op een andere manier de overlast niet kunt vermijden. Daar wil ik het bij laten. De afweging om de argumenten tegenover elkaar te zetten, is aan de gemeenteraad. Ik was toe aan de heer Stöteler, maar ik ga even terug naar de heer Wiertz. Hij vroeg naar de tijdelijke vergunningen en hoe die termijn tot stand komt, ook in relatie tot rechtspraak. Van horeca-activiteiten, zo zegt de rechtspraak, wordt aangenomen dat zij een negatieve invloed hebben op de openbare orde en veiligheid. Dat is een uitgangspunt in de jurisprudentie. Daardoor is een dwingende reden van algemeen belang gerealiseerd. Als dat zo is, is een beperking in looptijd van een exploitatievergunning te rechtvaardigen, door die dwingende reden van algemeen belang.
Je bouwt daarmee een weegmoment, een ijkmoment, in, waarbij je opnieuw zegt: zijn nou die mogelijke overlastvormen - ik zeg niet dat ze er automatisch zijn en die negatieve beïnvloeding van de openbare orde en veiligheid groter geworden en rechtvaardigen die een heroverweging van zo'n tijdelijke vergunning? Dat is de reden waarom wij voor zowel de coffeeshops als voor de seksinrichtingen met tijdelijke vergunningen werken.
R 2207080
21
Voor seksinrichtingen doen wij dat overigens al met een termijn van drie jaar en die wordt vijf jaar. De heer Stöteler vraagt naar de A van APV en vraagt wat de Almelose Plaatselijke Verordening in dit boekwerk is. Ik maak een korte opsomming. De ondermijningsartikelen: echt lokaal beleid om werk te maken van de aanpak van ondermijning. Het explotatievergunningstelsel: een horeca-inrichting moet niet alleen een alcoholvergunning hebben, voortvloeiend uit de oude Drank- en Horecawet, de Alcoholwet, maar ook een exploitatievergunning op grond van de APV. Dat is een extra zekerheid tegen schimmige of foute horeca-inrichtingen. Het carbidbeleid dat wij vormgeven in de APV is absoluut lokaal. Mede naar aanleiding van mijn toezegging aan de heer Stöteler over de GO scooters die in onze gemeente geparkeerd worden, hebben wij artikel 5.12 opgenomen, ook met het oog op die toezegging, zodat wij kunnen kijken of wij het parkeren daarvan kunnen reguleren. Wat dacht u van de bepalingen rondom de BVO, de voetbalorganisatie die wij hebben? Ook dat is puur lokaal beleid dat wij in de APV onderbrengen. Dat zijn wat voorbeelden die ik kan noemen. Dan kom ik bij de heer Kampman. Ik ben blij dat ik hem in het politiek beraad en met de aanvullende memo's voldoende houvast heb kunnen geven in de jurisprudentie voor wat betreft de houdbaarheid van ons vergunningenstelsel.
Hij zegt terecht - en dat beaam ik absoluut - dat je netjes moet omgaan met die APV. Ik vind dat een mooie, transparante bewoording. De APV is geen zweep die je over de samenleving legt. Daar ga je netjes mee om. Die gebruik je om misstanden, excessen, te kunnen reguleren. Het behoeft geen toezegging van deze burgemeester dat dat gebeurt. Daar mag u gewoon op vertrouwen. U mag er ook rekening mee houden dat het college of de burgemeester als bestuursorgaan de raad in staat stelt om zowel college als raad in de gaten te houden en toezicht te houden op de taakuitvoering die uit de APV voortvloeit. Met betrekking tot de looptijd van vergunningen is gevraagd: waarom nou die termijn? Hoe verhoudt zich dat bijvoorbeeld tot investeringstermijnen? Met een looptijd van vijf jaar houden wij er enerzijds voldoende rekening mee dat kosten kunnen worden terugverdiend. Tot op heden worden vergunningen voor seksbedrijven verleend voor de duur van drie jaar. Daar heeft de gemeenteraad destijds mee ingestemd. Die discussie hoef ik dus nu niet aan te gaan. De seksbedrijven en ook de coffeeshops zijn gedurende de coronamaatregelen enige tijd gesloten geweest en daar hebben zij financieel nadeel van ondervonden. Om ondernemers tegemoet te komen, is ervoor gekozen om vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe APV voor beide branches een vergunning voor vijf jaar te geven.
We hebben naar voorbeelden gekeken van gelijksoortige termijnen in de gemeenten Zaanstad, Purmerend, Roermond en Zwijndrecht, waar de termijn zes jaar is. Wij vinden dit een reële termijn op grond waarvan de coffeeshop of seksinrichting kan worden gedreven. Dan de laatste vraag van de heer Kampman: wat nu als de omgeving negatief wijzigt? Heeft dat effect als je een vergunning opnieuw zou moeten beoordelen? Ik stel vast dat in de eerste plaats de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Die bepaalt op welke plekken in de gemeente welke activiteiten zijn toegestaan en welke bestemming daaraan wordt toegekend. Dat is een rol van de raad, niet van het college. De gemeenteraad houdt altijd rekening met de huidige bestemming bij het toekennen van een nieuwe bestemming rondom een locatie. Daar hebben het college en de portefeuillehouder Veiligheid, de burgemeester, geen rol in. Stel dat de APV niet zou worden gewijzigd en dat we die termijnbeperking niet zouden toepassen. Als er een wijziging in een bestemmingsplan plaatsvindt, kan in zo'n geval de vergunning voor onbepaalde tijd ter discussie staan, bijvoorbeeld bij het wegbestemmen van een bepaalde bestemming of het herbestemmen van iets in de omgeving. Dat het vergunningstelsel van de coffeeshops nu wordt aangepast naar een tijdelijke vergunning, maakt de situatie dus niet anders.
Mevrouw Pol heeft vragen gesteld over het voeren van dieren. Het kan voor de omgeving hinderlijk zijn als iemand dieren houdt. Er moet kunnen worden ingegrepen als overlast of schade voor de volksgezondheid dreigt. Het is belangrijk om dat voor ogen te houden. Het college is in de APV bevoegd verklaard om plaatsen aan te wijzen waar, naar het oordeel van het college, het houden van bepaalde dieren overlast of schade voor de volksgezondheid kan veroorzaken. Stelt u zich dat voor in woonomgevingen en dergelijke. In het eerste lid sub d van
R 2207080
22
het betreffende artikel is "te voeren" genoemd. Daarbij wordt bijvoorbeeld het voeren van meeuwen of duiven op bepaalde plaatsen bedoeld. Dat kan enorme overlast geven omdat dieren kunnen wennen aan het feit dat ze daar gevoederd worden. Dat betekent dat zij de leefbaarheid in een bepaald deel van de gemeente kunnen verstoren. De heer Ekizkuyu haalt terecht mijn opmerking uit het politiek beraad aan dat er per definitie overlast is. Overigens heb ik niet over coffeeshops gesproken, maar over horeca. Ik haalde de jurisprudentie aan dat horeca wordt verondersteld overlastgevend te kunnen zijn. De VOORZITTER: Volgens mij wil mevrouw Pol nog even terug naar het punt over de dieren. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Kan ik dan gerechtvaardigd de conclusie trekken dat, als er ergens uitgemergelde paardjes staan, boeren geen boetes krijgen omdat ze die dieren voeren, omdat we tegen dierenmishandeling en uithongering en dergelijke zijn? Ik geloof dat daar tot dusverre nog geen sprake is in Almelo, maar in den lande wel, en we weten niet hoe zich dat hier gaat ontwikkelen, want we hebben wel wilde dieren. Daar is dit artikel dus niet voor bedoeld en wordt het dus ook niet voor misbruikt? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik werp verre van mij dat artikelen door het college en de burgemeester misbruikt zullen worden. Dat is al helemaal niet aan de orde.
Het artikel ziet op leefbaarheid en overlastsituaties die je wilt tegengaan, niet op het verhinderen van hulp aan noodlijdende dieren. Daarvoor hebben we overigens een dierenambulance en een dierenbescherming. We hebben asiels die daarbij betrokken kunnen zijn. Het meest treffende voorbeeld is van meeuwen of duiven die periodiek gevoerd worden. Dat zijn wilde beesten, die komen aanvliegen, die aan die plek gewend zijn en die daar blijven rondhangen en overlast geven door poepen, door fladderen, door lawaai te maken en misschien nesten te bouwen. Dat is wat we niet willen. Ik kom langzaam tot een afronding. Er is gevraagd naar het gezond verstand bij het college. Ik dicht de heer Ekizkuyu absoluut gezond verstand toe en hij mij absoluut ook. Gezond verstand is dat je als overheid langs een juridisch en toetsbaar kader ingrijpt in het leven van alledag om de leefbaarheid van de algemene samenleving te kunnen bevorderen. Daar zijn wij met elkaar, ook de heer Ekizkuyu, overheid voor. Gezond verstand is natuurlijk: gesprek, elkaar opzoeken, op een goede manier je wijk inrichten, de verlichting op orde hebben, wijkcontacten op orde hebben. Dat doen raadsleden ook, die gaan er ook op uit.
Maar gezond verstand is ook dat je voor de situaties waarin je het op een redelijke manier niet redt, datgene moet doen waar overheden vanaf het begin voor zijn opgericht, namelijk met drang en dwang het leven van alledag, de ordelijke samenleving, beschermen. Dat is onze rol op het moment dat we er pratend niet uitkomen. Voorzitter, ik zeg u dank voor de geboden gelegenheid. De VOORZITTER: Ik ga even inventariseren wie er naast de heren Hümmels en Teeuw nog behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Teunis, de heer Ekizkuyu en de heer Wiertz. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik lees deze APV voor de zoveelste keer. Nee, ik probeer deze APV voor de zoveelste keer door te lezen. Ik heb in mijn leven wel vaker een APV doorgespit, maar het kost me steeds meer moeite. Natuurlijk begrijp ik dat er allerlei regels nodig zijn voor mensen die vinden dat er dingen gecontroleerd, beheerst, gehandhaafd moeten worden, maar als je vindt dat je veel meer vanuit een vrijheidsgedachte zou moeten handelen, staan er heel veel beperkende dingen in. Ik zal proberen om uit mijn hoofd één ding aan te halen. Het is verboden deel te nemen aan een samenscholing. Hoezo is het verboden om deel te nemen aan een samenscholing? Dat is een van de voorbeelden waarbij ik al in de war raak over wat er allemaal wel of niet mag volgens sommigen.
Ik zeg er ook heel eerlijk bij - en dan wordt het misschien wat persoonlijk - dat, als ik zulk soort dingen lees in een APV, ik met mijn gezonde verstand begrijp dat er allerlei houvast nodig is voor het zogenaamd reguleren van het leven van anderen en het beschermen van de rust van anderen. Maar daarbij krijg ik steeds het gevoel dat het te veel om mensen gaat die helemaal
R 2207080
23
niet door hebben dat er ook nog mensen zijn die anders leven. Bijvoorbeeld het verbieden van het luiden van kerkklokken buiten tijden van reguliere diensten. Wie zou het in zijn hoofd halen om dat te doen? Of bijvoorbeeld zeggen dat het gebed in de moskee niet meer dan 30dB mag hebben. Ik heb die feiten niet allemaal in mijn hoofd, maar ik erger me steeds meer aan de zogenaamde noodzaak van de APV. Dat ligt waarschijnlijk aan mij, maar ik ben benieuwd hoe anderen daarover denken. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Hümmels. Volgens mij hebt u alle details toch wel redelijk in uw hoofd zitten, als ik u zo hoor praten. De heer TEEUW (ChristenUnie): Voorzitter! Er is veel discussie over de mosquito. Ik wil daar iets over zeggen dat verder gaat dan een stemverklaring. De burgemeester zegt dat het begint met het goede gesprek. Ik denk dat het al iets eerder begint. Dat is precies wat we bij agendapunt 8 behandeld hebben. Het begint met preventie en preventieve maatregelen. Daar hoort ook bij opvoedondersteuning richting jonge gezinnen. Dan komt het goede gesprek, maar daar los je niet alles mee op. Dan komt vervolgens het politieoptreden en dan heb je nog zaken als buurtpreventie. Als dat allemaal niet werkt, zou je verder moeten kijken. Als er middelen zijn, willen we die niet uitsluiten. Dan komt de mosquito om de hoek kijken.
Die maakt een onaangenaam geluid en veroorzaakt vluchtgedrag. Dat is precies de bedoeling. Wij zien dat de overheid geroepen is - of volgens de burgemeester zelfs opgericht - om overlast te bestrijden. Dat is wat inwoners van bestuurders mogen verwachten. Dan is het wel goed dat er een heel zorgvuldige afweging plaatsvindt. Dat is heel belangrijk, want het is echt een uiterste middel. Dat is wat ons betreft geborgd in het volgen van de richtlijnen die landelijk zijn opgesteld. Inzake de discussie over coffeeshops en seksinrichtingen is ons standpunt gevoeglijk duidelijk, namelijk dat deze branche helemaal geschrapt moet worden. Wij zien dat een landelijke termijn van vijf jaar gebruikelijk is, maar wat ons betreft had die ook drie jaar of korter mogen zijn. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! In het algemeen over de APV: wij hebben nooit het beeld willen neerzetten dat het college de APV als zweep ziet en het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel niet als leidend ziet. De mosquito als zwaar, uiterst middel is een prima antwoord, maar als de andere maatregelen en het jongerenwerk goed werken, heb je zo'n onnozel apparaat niet nodig. Onze voorkeur gaat uit naar maatregelen die de sociale oorzaken oplossen die ten grondslag liggen aan de overlast en die alleen de mensen treffen die de overlast veroorzaken.
Ik geloof dat we het daarover eens zijn met het college, alleen maken we een net iets andere afweging over dit instrument. Het amendement komt straks in stemming en dan is het aan de raad. Als het amendement niet wordt aangenomen, weegt dat voor ons niet zwaar genoeg om tegen het raadsvoorstel van de APV te stemmen. Dat is ook vrij lastig, omdat er een groot aantal wijzigingen in één bundel in het voorstel voorliggen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Mijn betoog was gespitst op het feit dat het betoog van de burgemeester van vorige week over de coffeeshops niet waterdicht is. Natuurlijk wil hij de orde bewaren, maar de bestuurlijke onderbouwing moet wel goed zijn, liefst niet vanuit een politieke kleur. Als dat wel het geval is, moeten de argumenten goed zijn. Die ontbreken volgens ons. Het kan ook een kwestie van perspectief zijn. Dan mijn vraag. De burgemeester zegt tegen de heer Stöteler dat horeca-activiteiten een negatief effect hebben op de openbare orde en veiligheid. Het gaat om dringende redenen van algemeen belang. Zoals hij zelf zegt, is het een uitgangspunt. Dan is het volgens mij zaak om de situatie te specificeren en de rule of reason van het Europese Hof toe te passen. Aangezien een café in het centrum niet dezelfde gevolgen heeft als een coffeeshop, ontstaat er een andere situatie dan het uitgangspunt vertelt.
Het is nog altijd aan het college om redenen van algemeen belang te bekrachtigen, om die aan te grijpen. Daarom stel ik nogmaals de vraag: wat is de reden van deze wijziging, welke gedachte zit erachter?
R 2207080
24
De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! In de eerste termijn ging het over overlast. Uiteindelijk bestrijdt niemand dat er sprake is van overlast. De vraag is alleen: is de mosquito het geëigende middel om de overlast te bestrijden? In de horeca is er een heel palet van horecabedrijven, waaronder de ijssalon en het café. Je kunt toch niet beweren dat er van de ijssalon evenveel overlast komt als van een café? Maar toch gelden voor de ijssalon dezelfde regels als voor het café. Dat is wat ingewikkeld. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! De heer Hümmels zegt dat hij door de jaren heen regelmatig een APV heeft moeten beoordelen en heeft vastgesteld. Maar hij heeft dan telkens over artikel 2.1 heen gelezen, want die bepaling over samenscholingen staat er sinds jaar en dag in. Daar zit geen aanscherping in. Overigens staat er niet dat samenscholingen verboden zijn. Er staat: het is verboden om op een openbare plaats deel te nemen aan een samenleving (1), onnodig op te dringen (2) of door uitdagend gedrag aanleiding gedrag aanleiding te geven (3) tot ongeregeldheden. Samenscholingen die dus aanleiding geven tot ongeregeldheden. Je mag samenscholen, maar je mag dat niet doen als je aanleiding geeft tot ongeregeldheden. Dat is een bepaling die - ik durf de stelling aan te gaan - in alle 350 Nederlandse gemeenten in de APV staat.
Dat is een heel klassieke bepaling van openbare orde. De heer Hümmels haalt zaken aan die niet in de APV staan en er ook nooit in hebben gestaan, zoals klokluiden, de oproep tot gebed vanaf een moskee. Er hebben nooit dergelijke regelingen in onze gemeente bestaan, anders dan dat ze landelijk bestaan via de AmvB's die over geluidhinder gaan en die in sommige gemeenten weleens worden toegepast. We hebben daar geen lokaal beleid in. De heer Teunis begon zijn eerste termijn rondom de mosquito met de mededeling: ik ben benieuwd of ik overtuigd kan worden. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): De burgemeester wijst mij terecht op zaken die ik aanhaal die niet in de APV staan. Wel in de APV staat - misschien moeten wij allebei op Nederlandse les - "het is verboden om op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden". Hij mag mij nog een keer uitleggen of daar nou staat dat je wel of niet mag samenscholen of mag deelnemen aan een samenscholing. Maar daar ging het mij niet om. Die voorbeelden waren voor mij een poging om duidelijk te maken hoe erg ik mij erger aan de manier waarop mensen proberen het leven van andere mensen zo te beperken - ik ga het steeds heftiger zeggen - dat het erop lijkt dat er geen afwijkend gedrag meer mag zijn.
Dat zou ik persoonlijk heel erg vinden, want ik doe niet anders. Ik heb het idee dat we daarmee het leven bijna dood maken. Het wordt misschien wat te filosofisch en het is een lange interrupties, waarvoor mijn excuses, maar ik heb niet het idee dat de burgemeester begrepen heeft wat ik probeerde te zeggen. De heer GERRITSEN (burgemeester): Dat heb ik wel begrepen. Ik bestrijd dat deze APV en alle vorige het effect hebben gehad dat we de samenleving doodsloegen en verscheidenheid onmogelijk maakten. Er zit verschil in de beoordeling van een situatie die de heer Hümmels schetst, en die de mijne niet is. Ik heb al gezegd dat deze APV geen opperste wet is. Wij zijn onderworpen aan ander toezicht en hogere wetgeving. In deze stad kan bijna alles, totdat je in een overlastsituatie komt waar mensen een normaal recht hebben op een rustige en veilige leef- en woonomgeving. Dat zijn we echt met elkaar oneens. Dat is niet de strekking van deze APV. Ik was bij de heer Teunis. Ook als ik niet als portefeuillehouder optreed, hoor ik de heer Teunis regelmatig zijn bijdrage beginnen met de uitspraak dat hij openstaat voor overtuiging. Deze portefeuillehouder doet dan extra zijn best, maar ik moet met spijt vaststellen dat ik er niet in ben geslaagd om de heer Teunis te overtuigen als het gaat om de mosquito.
Ik ben wel blij met zijn gevolgtrekking dat het mogelijk verwerpen van het amendement dat gericht is op het niet opnemen van het mosquito-artikel voor hem voorshands geen reden is om tegen de vaststelling van de APV te stemmen. Dat zullen we straks bij de ontknoping zien. De heer Wiertz zegt dat een ijssalon en een café eigenlijk hetzelfde zijn. Ik heb in het politiek beraad heel nadrukkelijk gezegd dat dat niet hetzelfde is. Een ijssalon is een inrichting
R 2207080
25
die op grond van een bestemmingsplan mag bestaan. Die krijgt een vergunning voor onbepaalde tijd. Maar een coffeeshop krijgt, vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe APV, een vergunning voor bepaalde tijd. Een coffeeshop is, laten we wel wezen, een niet-legale activiteit. We vergunnen geen coffeeshop, want die mogen we niet vergunnen. Een ijssalon mogen we wel vergunnen. Het zijn twee verschillende categorieën. De heer WIERTZ (D66): Ik had het over een ijssalon en een café, niet over een ijssalon en een coffeeshop. Die vergelijking heb ik niet gemaakt. Voor een ijssalon en een café gelden dan wel degelijk dezelfde regels. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ook dat is niet het geval, want een café heeft een alcoholvergunning nodig om te draaien. Er is landelijke wetgeving waaraan een exploitant moet voldoen. Bovendien is er in onze gemeente, en in een aantal andere gemeenten, een exploitatievergunning van de gemeente, maar voor een ijssalon is een positief bestemmingsplan voldoende om tot exploitatie te kunnen overgaan. Dat zijn twee verschillende zaken, die door, zoals het vroeger heette, zedelijkheidswetgeving verschillend worden aangevlogen. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Mijn excuses voor mijn gedrag, maar dat blijft zich herhalen, want ik word alleen maar meer geïrriteerd.
De burgemeester heeft net heel adequaat gereageerd op mijn emotionele boodschap, maar niet op mijn feitelijke boodschap. Dat vind ik jammer, want ik ben nog steeds van mening dat wat in artikel 2.1.1 staat, niet deugt. De heer GERRITSEN (burgemeester): Daar staat dat een samenscholing, die gericht is op verstoring en het met lawaai bijeenkomen, verboden is tenzij je een ontheffing hebt en tenzij (artikel 2.1.5) er sprake is van een betoging, vergadering of godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomst als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Een samenscholing is niet een groepje mensen dat bij elkaar staat. In taalkundige zin, in de zin van dit artikel, veroorzaakt een samenscholing overlast, een ongeregeldheid. Daar ziet dit artikel op. U mag gerust met tien mensen bij elkaar op straat staan of met twintig mensen misschien wel. Er is niemand die de mensen dan uiteenjaagt, tot het moment waarop dat te kwalificeren is als een ongeregeldheid. Dan is het iets anders. Ik ga de discussie met de heer Ekizkuyu niet aan, maar ik hoorde hem zeggen - en ik voel me gedrongen om dat nog even aan te tippen - dat politieke kleur niet mag uitmaken. Ik heb hem dat in het verleden vaker horen zeggen, ook tegen mij als portefeuillehouder. Daar heeft hij volstrekt gelijk in. Maar politieke kleur, namelijk die van de gemeenteraad, bepaalt wel hoe de APV eruitziet.
Dat is niet een afweging die ik maak, maar die 35 door de burgers van Almelo gekozen raadsleden moeten maken. Er zit dus wel degelijk politiek in de APV. De APV van Staphorst, van Súdwest Fryslân of van welke gemeente dan ook wordt niet door de Tweede Kamer maar door lokale politici, door politieke bestuurders, in elkaar gezet. Tot slot is gezegd dat je die dwingende reden zou moeten kunnen specificeren. Wat is dan de reden? De reden is - en dat heb ik in het politiek beraad volmondig gezegd - dat de coffeeshopbranche zich dicht in de buurt van de illegaliteit en van ondermijnende criminaliteit bevindt. Dat maakt dat wij voor die coffeeshops willen gaan werken met tijdelijke vergunningen, omdat wij de zaak in Almelo - die nu keurig op orde is - tot in lengte van jaren op orde willen houden, zodat de heer Ekizkuyu of andere liefhebbers op gezette tijden hun jointje zou kunnen kopen. De heer ÇETE (Lijst Çete): Voorzitter! Heb ik net goed gehoord dat de burgemeester suggereerde dat de heer Ekizkuyu of anderen bij de coffeeshop een joint konden halen? De VOORZITTER: Volgens mij zat daar een nuance in. Die heb ik althans gehoord. De burgemeester kan prima voor zichzelf spreken. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik heb het woord "zou" heel nadrukkelijk gebruikt. Ik betrek overigens ook graag de heer Çete in die uitnodiging. Als hij dat zou willen, kan dat in dit
R 2207080
26
land. De heer ÇETE (Lijst Çete): Nu daagt hij mij uit. In een flink interruptiedebat met de heer Ekizkuyu, zoals dat hoort, is het niet sjiek om af te sluiten met "zou". Ja, meneer Gerritsen zou ook een jointje kunnen halen bij de coffeeshop. Laten we daarmee afsluiten. De heer GERRITSEN (burgemeester): Absoluut! De VOORZITTER: Goed, wellicht komt u elkaar tegen bij de voordeur. Het is verder niet relevant wie dat allemaal doet. Ik zal in ieder geval niet op die uitnodiging ingaan, maar dat zal u allen niet verbazen. Wij zijn hiermee aan het einde van de tweede termijn gekomen. Zijn er leden die behoefte hebben aan een korte, bondige stemverklaring? Dan kan ik u daarvoor de gelegenheid geven. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Mogelijk mede gezien mijn emotionele toestand door het lezen van de APV, heb ik niet het idee dat ik het kan verantwoorden om voor deze APV te stemmen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Gaan we eerst over het amendement stemmen? Of heb ik dat gemist? De VOORZITTER: Ik bied u de gelegenheid om een stemverklaring af te leggen over zowel het amendement als het voorstel. Dan gaan we stemmen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik zat een beetje met dat gedoe van de dieren. Ik heb zelf ook even gegoogeld. Het lijkt er inderdaad op dat het niet te schadelijk is voor katten. Dat hoop ik dan maar.
Ik hoop dat het in uiterste gevallen wordt ingezet. Ik vond de APV een hele lap tekst, die wellicht misbruikt kan worden. Met moed, beleid en trouw, zei ooit een oude werkgever mij. Dat betekent dat er met fatsoen en naar behoren mee moet worden omgegaan. Vooralsnog vertrouw ik daarop en geef ik een fiat hierop. Ik zal tegen het amendement stemmen en voor het raadsvoorstel. De heer STÖTELER (PVV): Voorzitter! Wij zullen het amendement steunen. Ik kan de woorden van de heer Teunis herhalen. Ook als het amendement niet wordt aangenomen, zullen wij het voorstel in hoofdzaak steunen. Wij hebben daarover getwijfeld, maar wij vinden de aanpassing van de carbidregels en de uitbreiding inzake de GO scooters genoeg om de mosquito dan maar voor lief te nemen. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Het begint zo langzamerhand te lijken op het laatste redmiddel om de overlast aan te pakken. Wij zullen voor het amendement stemmen. Hierna wordt digitaal gestemd over amendement 2, waarna de voorzitter constateert dat het amendement is verworpen met 21 tegen 12 stemmen. Voor het amendement hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van D66, GroenLinks, Leefbaar Almelo, Lijst Çete, PVA, PvdA, PVV, PVA en SP. Tegen het amendement hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van CDA, ChristenUnie, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, Fractie Weinreder, Lokaal Almelo Samen en VVD.
Hierna wordt digitaal gestemd over het voorstel, waarna de voorzitter constateert dat het voorstel is aangenomen met 29 tegen 4 stemmen. Voor het voorstel hebben gestemd de aanwezige leden van de fracties van CDA, ChristenUnie, Democraten.Nu, Forum voor Rechts, Fractie Gelici, Fractie Weinreder, Lokaal Almelo Samen, Lijst Çete, PVA, PvdA, PVV, SP en VVD, alsmede één lid van de fractie van GroenLinks.
R 2207080
27
Tegen het voorstel hebben gestemd de leden van de fracties van D66 en Leefbaar Almelo, alsmede één lid van de fractie van GroenLinks. De VOORZITTER sluit hierna, te 22.15 uur, de vergadering.
Gewijzigd/Ongewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo in zijn vergadering van 15 februari 2022, De griffier,
de voorzitter,
K.D. Handstede
A.J. Gerritsen
R 2207080
28