CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Notulen raadsvergadering 16 maart 2021 (getekend).pdf

Raad 26 mei 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen notulen35.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De VOORZITTER: Ik ga u nu onderbreken, want ik wil aansturen op het afronden van de eerste termijn van raad en college. Deze principiële uitwisselingen horen erbij, maar we hebben ook het oordeel van het college nodig. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter, komt er in verband met de tijd nog een tweede termijn? De VOORZITTER: Dat licht ik net toe. De heer DE OLDE (PVA): Ik had mij aangemeld en zou mijn inbreng graag willen leveren. Als dat in tweede te~mjn~an~vind_i.k_hetonk_goed De VOORZITTER: U komt in tweede termijn aan bod. De heer Buitenweg heeft een interruptie op de heer Makkinga. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik kom nog even terug op het punt van de huurverlaging door de woningstichting. Is dit ook gecheckt bij de woningstichting zelf? Is de heer Makkinga ervan op de hoogte dat ook particulieren hetzelfde principe toepassen en woningen onder de huursubsidiegrens brengen? Noemt hij dat dan sociale woningbouw of heet dat anders? De heer MAKKINGA (VVD): Ik weet dat beleggers dat doen. De SP-fractie heeft daar eerder een terecht punt van gemaakt. Zij zegt dat dit ongelooflijk vaak wordt gedaan en dat men huizen inderdaad net onder de huursubsidiegrens aanbiedt. Dat is een nieuwe markt, ook omdat er scheefgroei is. Er wordt niet voldoende gebouwd. Het kabinet wil dat verbeteren. Wij hebben nadrukkelijk gevraagd wat onze wethouder voor Almelo dan meer wil bouwen.

Wanneer er meer aanbod komt op de markt, voorspel ik dat het minder lucratief is om daarin te beleggen. Het komt mede door een lage rente. Daar ben ik het mee eens. Maar alsje meer aanbod creëert, wordt het minder interessant om te doen wat die beleggers doen en worden meer woningen voorde doelgroep bestemd. De VOORZITTER: Hiermee rond ik het af. Ik vind dat wij de eerste termijn nu moeten afronden. Dan kunnen wij de tweede termijn volgende week doen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter, als ik eerlijk ben, zie ik dat echt niet zitten. U hebt gezegd dat wij volgende week pas om 21.00 uur kunnen beginnen. Als ik naar de agenda kijk, staan daar raadszaken in, waaronder een vervolg op deze vergadering. Ik zie daar R 2106600

47

geen andere raadszaken en zie dus niet in waarom we volgende week niet wat vroeger kunnen beginnen, tenzij u iets weet wat ik niet weet. Het is in ieder geval niet in iBabs zichtbaar. In iBabs staat het vanaf 19.30 uur vrij. Ik ben nu best moe en ik proef dat ook bij een paar andere leden. De VOORZITTER: Er zijn wel degelijk raadszaken te bespreken. Het presidium heeft de agenda daarvoor vanavond vastgesteld. De raad heeft met elkaar vanavond de tijd helemaal benut, ook voor zaken waarvan een aantal mensen zich afvraagt of die wel in de raad horen of in een politiek beraad. Dat is de keuze van de raad zelf. Ik kan daar maar heel marginaal op sturen. We moeten weten hoe het college denkt over wat is ingebracht. Ik hecht eraan dat we de wethouder nu de gelegenheid geven voorde eerste termijn. Ik voel veel sympathie voor het voorstel dat de heer Stbteler heeft gedaan om de wethouder ononderbroken zijn betoog te laten houden, zodat iedereen zich goed kan voorbereiden op de tweede termijn. Daarin neem ik volgende week de heer De Olde graag mee. Ik geef het woord aan de wethouder voor Volkshuisvesting. De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! Misschien moet ik beginnen met het feliciteren van de heer Makkinga, want ik zag aan de slingers achter hem dat hij 50 is geworden. Bij dezen gefeliciteerd! Ik hoop dat hij daadwerkelijk jarig is geweest.

Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik interrumpeer toch even. Er wordt gevraagd om to the point en helder te antwoorden en niet te interrumperen, en nu begint de wethouder over een verjaardag. To the point graag. De heer VAN REES (wethouder): Duidelijk. Ik zal de sprekers volgen en antwoord geven op de vragen. Ik begin bij mevrouw Buikema, die als eerste heeft gesproken over het scheefwonen. Zij zegt dat het een vreemd instrument is. Dat wordt ook door mevrouw Ten Beldam en een aantal anderen ingebracht. We hebben het hier binnen de coalitie uitgebreid over gehad, ook omdat wij vanuit de Woonvisie uitgebreid gaan inzetten op de herstructurering van wijken. We gaan in de volle breedte kijken hoe we dat het beste samen met de woningcorporaties kunnen vormgeven. Daarom doe ik hierbij de toezegging dat wij de tekst op pagina 23 van de Woonvisie en die ook benoemd is in kolom 1, zullen verwijderen. Wij zullen die vervangen door de tekst "scheefwonen bij zowel te lage als te hoge huur moet voorkomen worden door een evenwichtig en divers aanbod van sociale huurwoningen". Wij gaan dus in op de oproep van de fracties om dit aan te passen. Vervolgens zegt mevrouw Buikema dat ze blij is met de blijverslening. Ik denk dat dat een goed instrument is binnen de gemeente om te stimuleren dat mensen lang en op een goede manier thuis kunnen blijven wonen en van hun eigen huis kunnen genieten.

Zij gaat ook in op het plan van de COSBO. Het plan van de COSBO is ook met mij besproken. De COSBO heeft een concept dat zeer interessant is voor ouderen, waardoor ouderen langer thuis kunnen wonen, daarbij gebruikmakend van allerlei automatiseringssystemen en andere apparatuur. Op zich is zo'n concept interessant om te ontwikkelen in de gemeente Almelo. Wij hebben in de beantwoording op hun plan voor het centrum gereageerd dat erop dit moment al 30% mensen van 65 jaar en ouder in het centrum wonen. Er worden nu ook nog steeds woningen toegevoegd in het centrum die geschikt zijn voor ouderen om te wonen. Daarom heeft de Stec-groep in het onderzoek naar de binnenstad aangegeven dat, als je woningen in de binnenstad toevoegt, je dat moet doen voor specifieke doelgroepen om te voorkomen dat de binnenstad straks te eenzijdig is opgebouwd. De insteek die wij in het centrum hebben, is om woningen toe te voegen voor jongeren en jonge gezinnen, zoals wij in de Woonvisie hebben benoemd. Dat Iaat onverlet dat er volop ruimte is voor ouderen in de binnenstad, want er wordt veel bijgebouwd. Dan zou het plan van de COSBO op andere plekken in de stad gerealiseerd kunnen worden. Tot slot spreekt mevrouw Buikema over afschaffing van de verhuurderheffing. De verhuurderheffing is inderdaad voor veel corporaties een blok aan hun been om investeringen te doen.

Het staat goede investeringen, verbetering en vervanging in de weg. Ik kan me voorstellen dat het college een brief schrijft, maar ik kan me ook voorstellen dat de raad zelf een brief schrijft naar het ministerie of naar de formateurs van de nieuwe regering, om er R 2106600

48

aandacht voor te vragen dat dit probleem wordt aangepakt en dat de verhuurderheffing wordt afgeschaft. Dan kom ik bij de heer Wiertz. Ook hij geeft zijn erkenning aan de Woonvisie en wijst op de uitnodiging voorde Woonagenda en de aankondiging daarin dat de Regionale Woonagenda, die door de provincie samen met de veertien Twentse gemeenten is opgesteld, gepresenteerd wordt. In het artikel in de krant werden een heleboel gemeenten genoemd. Hij vraagt waarom niet de gemeente Almelo is genoemd. Daarvoor is één reden: ze hebben Almelo niet gebeld. De journalist heeft geen contact met mij gezocht. Er stond ook een heel vreemde eend in de bijt, want Winterswijk is geen Twentse gemeente. Blijkbaar hebben ze vrij willekeurig een aantal gemeenten wel en een aantal gemeenten niet gebeld. Ik sprak vorige week redelijk met meel in mijn mond over de Regionale Woonagenda. In dat verband is het vreemd dat een dag daarna een artikel inde krant stond van een gedeputeerde, waarin werd aangekondigd hoe een en ander met elkaar samenhangt en dater een enorme extra bouwopgave komt te liggen voorde regio Twente. In dat verband kan ik opmerken dat de Regionale Woonagenda uitgaat van ongeveer 20.000 tot 22.000 woningen in Twente. Daarvan zijn ongeveer 15.000 woningen geborgd in de lokale woonvisies. De lokale woonvisies zijn allemaal gebaseerd op Primos-getallen.

De provincie voegt daarbij de wens om 5.000 tot 7.000 woningen extra toe te voegen voor een toename van de vraag die zij verwacht vanuit het westen van het land. Het college heeft dat besproken en heeft de ambitie om van dat totaal minstens 1.000 tot 1.500 woningen in Almelo te gaan realiseren, maar daarvoor zullen we nog plannen moeten uitwerken. Overigens wordt het gesprek over de verdeling van de aantallen gestart op het moment dat de Regionale Woonagenda door alle gemeenten en de provincie is ondertekend, op 26 maart 2021. De heer Wiertz heeft vragen gesteld over de COSBO en de plannen van de COSBO. Daar ben ik al op ingegaan. De COSBO dringt ook aan op het opstellen van een Woonzorgvisie. Ik zal straks even apart ingaan op de ingediende moties. Ik beperk me nu tot het beantwoorden van de vragen in de inbreng. Dan kom ik bij de heer Zielman. Hij vindt dat de ambitie van het college niet ver genoeg gaat. Hij wil een extra toevoeging van woningen tussen de € 200.000 en € 300.000 en wil daarin verder gaan dan het college. Hij zegt dat Almelo Noordoost niet voor iedereen is. We zijn juist in Almelo No~rdaosi_hezi_gn~eera-v-ers~eld~ui~gave-te-realiseren-van-k-~vel~rond-d~500m2-tot — 600m2. Dat zijn grote kavels en daar is op dit moment erg veel vraag naar. Overigens is het interessant om te melden dat we in 2018 in de gemeente Almelo 414 woningen hebben toegevoegd.

In 2019 zijn er 90 woningen toegevoegd en in 2020 244 woningen. Dat komt neer op een gemiddelde van 180 woningen per jaar, terwijl wij inde Woonvisie uitgaan van een toevoeging van 1.600 woningen in tien jaar, wat neerkomt op 160 woningen per jaar. We hebben de afgelopen jaren onze planningen dus gehaald. Het is waar dat wij ons in Almelo Noordoost richten op het hogere segment, maar van de 1.000 woningen die wij in de zachte capaciteit hebben op dit moment, zal een groot aantal landen in de middenprijsklasse, tussen de € 200.000 en € 300.000. Op het moment dat we er nog 1.000 tot 1.500 woningen aan toe gaan voegen, zouden er meer dan voldoende woningen ontstaan in deze prijsklasse. Overigens zijn dat woningen waarop dit moment veel vraag naar is. De heer Zielman vraagt of het college een back-upplan heeft voor de groei. Nee, dat hebben we op dit moment niet. Op dit moment wordt binnen onze organisatie alle capaciteit ingezet op de programma's en de reguliere werkzaamheden die wij voorde stad verrichten. Je merkt dat we in de binnenstad met de Stadskade substantieel capaciteit moeten inzetten om dat te ontwikkelen. Dat geldt ook voorde gebiedsontwikkelingen die we op dit moment uitwerken voor Westerdok. Het uitwerken van plannen heeft tijd en capaciteit nodig.

Wij zullen kijken hoe wij die capaciteit kunnen toevoegen, want wij zullen ook voorde stad in het kader van de Omgevingsvisie een goede stadsontwikkelingsvisie moeten opstellen: waar gaan we wat toevoegen en hoe gaan we de stad op een goede manier herstructureren, zodat de leefbaarheid in alle wijken verbeterd wordt? Dat vraagt capaciteit die erop dit moment onvoldoende is. De heer Zielman maakt een koppeling met een school die wordt afgebroken voor woningen. Dat klopt. We zijn nadrukkelijk in de stad aan het kijken naar alle plekken die door dit soort ontwikkelingen vrijkomen en die we opnieuw kunnen inzetten voor woningbouw. Een R 2106600

49

groot aantal daarvan zit op dit moment al inde 1.000 die we nog moeten uitwerken. Daar wordt nadrukkelijk naar gekeken, want het ligt voorde hand om dat soort plekken te ontwikkelen. Dan kom ik bij de heer Buitenweg. Hij kan zich vinden in de Woonvisie en de ambities van het college. Hij schaart zich achter mevrouw Buikema en de oproep om de verhuurderheffing aan te pakken. Ik heb daar al het nodige over gezegd. Ik hoor graag wat de wens is van de raad: moet het college dat gaan doen of gaat de raad dat zelf doen? De heer Buitenweg zegt dat er in de toekomst meer sociale huurwoningen nodig zijn. Op basis van de Woonvisie en de Primos-getallen is er in de toekomst sprake van een geringe afname van het aantal sociale huurwoningen. Het beroep daarop loopt af. Er zit wel een verschuiving in. Die is ook in de Woonvisie aangegeven. We zullen wat meer woningen geschikt moeten maken voor ouderen en we zullen 110 woningen moeten aanpassen voor ouderen die een zorgbehoefte hebben. Daar wordt aan gewerkt. Wij zetten daarop in. Wij gaan erop basis van de Woonvisie en de gesignaleerde behoefte aan woningen voor ouderen en voor zorgwoningen voor ouderen, maar ook voor woningen die noodzakelijk zijn voor dementerenden, van uit dat wij daarmee de woonzorgbehoefte in Almelo op een goede manier in beeld hebben. Daarmee heb ik ook antwoord gegeven ten aanzien van de motie.

De heer Buitenweg spreekt over de toename van het aantal ouderen. Het aantal ouderen in Almelo neemt toe. We moeten daardoor meer woningen voor ouderen toevoegen in de sociale huursector. Ouderen blijven langer thuis wonen. Daarvoor hebben we de blijverslening in het leven geroepen. Daardoor kunnen ouderen voorzieningen in hun huis treffen waardoor dat daadwerkelijk mogelijk is. Dat staat voor een deel de doorstroming in de weg, maar wij gaan ervan uit dat een deel van de ouderen zal doorstromen naar appartementen en dat er daardoor woningen vrijkomen voor jongeren. Ook de heer Buitenweg vindt de motie van Lokaal Almelo Samen sympathiek. Ik zal daar straks verderop ingaan. Ten aanzien van de Grotestraat Zuid en Noord zegt hij dat daar veel ontwikkelingen plaatsvinden -dat klopt - en dat parkeren op eigen terrein een voorwaarde is. Parkeren is inderdaad een voorwaarde die wij op dit moment stellen aan ontwikkelingen in het centrum. Het nieuwe Stadsthuis waarop dit moment aan gewerkt wordt, heeft voor 90 appartementen 90 parkeerplaatsen. Dat is niet perse op eigen terrein. Wij gaan ervan uit dat een woning in de binnenstad minimaal één auto heeften dat daarvoor een plek moet worden geregeld. We zijn op dit moment in het kader van de binnenstadsontwikkeling een onderzoek naar de parkeerbehoefte in de binnenstad. We komen later op die parkeerbehoefte terug.

Het voert in het kader van de Woonvisie te ver, maar het ligt voorde hand om te kijken of je mogelijkheden kunt vinden om dit te faciliteren, zodat we dit soort ontwikkelingen niet in de weg staan. Eris gevraagd naar het raadsbesluit punt 2.h, dat ziet op het spreiden van de sociale woningen, ook over onze buurgemeenten. Wij hebben in de aanloop naar de Regionale Woonagenda dit punt laten opnemen in de Regionale Woonagenda. Wij bespreken dit ook met onze buurgemeenten. Wij beseffen dat dit een punt is dat wij niet kunnen afdwingen, maar wij beseffen ook dat het waarschijnlijk wel zo is dat ook onze buurgemeenten willen bouwen voor hun eigen behoeften. Ook in de omliggende gemeenten is er behoefte aan sociale huurwoningen en die dekt niet het aanbod van de woningen daar. Daardoor trekken mensen naar de stad. De vraag is of je dat wilt. Bijvoorbeeld als iemand gaat scheiden en moet verhuizen van een dorp naar een stad, is die persoon ook meteen zijn sociale netwerk kwijt. De vraag is wat behulpzaam is in de situatie waarin iemand dan zit. Dan kun je beter zorgen dat zo iemand ook in zijn eigen omgeving een sociale huurwoning kan vinden. Het is dus niet alleen een kwestie van afdwingen, maar ook van het op een goede manier met elkaar daarover in gesprek gaan en kijken in hoeverre je op dit onderwerp tot een vergelijk kunt komen. De VOORZITTER: Wethouder, ik onderbreek u even.

Het is niet aan u te wijten dat het zo Iaat is geworden. Ik merk aan uw betoog dat u alle sprekers langsgaat. Misschien kunt u proberen om meer tot een samenvatting te komen van uw beschouwing op de bijdragen die zijn geleverd. Nogmaals, ik wil u niet pressen om het af te raffelen, want daar zitten we niet op te wachten. Het is niet aan u te wijten dat het inmiddels zo Iaat is. Er zijn nogal wat sprekers geweest. Misschien kunt u de hoofdlijnen wat comprimeren. De heer VAN REES (wethouder): Ik doe mijn best. Ik heb volgens mij nu al antwoord R 2106600

50

gegeven op vragen die latere sprekers hebben gesteld. Ik hoop dat ik tot een versnelling kan komen. Het risico is dat ik het ga afraffelen en dat wil ik ook niet. Ik kom bij de heer Hummels. Mensen hebben inde~iaad een vrije woningkeuze. Wij hebben niet alleen de punten genomen die ons uitkomen. Wij hebben in de Woonvisie ook geprobeerd tegemoet te komen aan de wensen en opmerkingen en inbreng van de andere partijen. Ik heb ten aanzien van de inbreng van mevrouw Ten Seldam aangegeven dat wij de tekst overnemen. De heer Stork verwijst naar de provinciale woonagenda die volgende week bekend wordt en de uitwerking die wij in de Woonvisie hebben verwerkt. Ik heb aangegeven hoe we dat gedaan hebben. Ik kom straks terug op de motie van de Lokaal Almelo Samen-fractie. De heer fete geeft complimenten, maar heeft bedenkingen bij de verduurzaming van oudere woningen. Ik heb de vorige keer al gezegd dat er een groot probleem zit bij oudere woningen in de stad. Over sociale huurwoningen gaan wij actief in gesprek met de woningcorporaties om te kijken hoe die woningen verbeterd kunnen worden. Met de woningcorporaties staat de afspraak dat zij binnen afzienbare tijd hun woningvoorraad in ieder geval op energielabel B-niveau gaan brengen. Het ligt voorde hand dat we kijken of we de laagste labels kunnen opkrikken.

Voor het private bezit van oudere woningen hebben we de woningverbeteringsregeling aangenomen, die het mogelijk maakt om eigenaren te helpen. Verder zijn er ook landelijke regelingen die aanknopingspunten bieden. We hebben ook toegezegd dat we ervoor zorgen dat die regelingen op een goede manier inzichtelijk worden gemaakt voor onze inwoners, zodat zij daar gebruik van kunnen maken. Op de opmerking over scheefwonen heb ik geantwoord. De heer fete zegt ook dat hij gelooft in hoogbouw in Almelo. Ik denk dat we inderdaad in de toekomst meer moeten kijken of wij zaken kunnen doen met hoogbouw. Dan kom ik bij de heer De Vries. Hij gaat wat meer in op de strategische vraag hoe we omgaan met woningen? Hoe zien we dat in het kader van de Omgevingsvisie en van deze Woonvisie? Waar gaan we woningen toevoegen? Hoe zorgen we dat de woningvoorraad in stand blijft? Hoe zorgen we dat de sociale woningvoorraad verbeterd wordt? Hoe gaan we de herstructurering vormgeven? Dat zijn vragen die na deze Woonvisie uitgewerkt moeten words_n.1~e~college-constat~€r-~ da~daawoor-~trategisehe-kwaErtei~noctig-is-en~al-mem— voorstellen komen. Ook de heer De Vries is voorstander van afschaffing van de verhuurderheffing. Ik hoor graag wat we daaraan gaan doen. Dan kom ik bij de heerTeunis. Hij heeft een betoog gehouden en eindigt met een motie over particuliere woningen. Daar is heel veel over te zeggen.

In de Woonvisie constateren wij dat erin Almelo vooral meer behoefte is aan huurwoningen in midden en hoge huur, waarin niet wordt voorzien door de woningcorporaties. Voor een deel wordt daarin voorzien door particuliere verhuurders. Door de lage rentestand zoeken veel investeerders een uitweg. Zij investeren hun vermogen inwoningen. Daaraan kan de gemeente heel weinig doen, want wij kunnen niet aan het eigendomsrecht komen. Willen we daarop een efficiënte manier iets mee kunnen, dan zou het Rijk daar een beslissing over moeten nemen die aanknopingspunten voor onze gemeente biedt. Het eigendomsrecht staat. Men kan een woning kopen en die gaan verhuren. Wij proberen wel om, als wij meewerken aan ontwikkelingen, eisen te stellen, bijvoorbeeld dat het geen sociale maar middenhuur is. Wij kunnen dat moeilijk afdwingen. Ik wijs op de woningen bij het spoor, die nu door een investeerder zijn gekocht. Dat kunnen wij niet voorkomen. Iemand is vrij om eigendom te verkopen. Dat is ook het lastige bij de motie. We kunnen wel zeggen dat we er iets mee gaan doen, maar we hebben geen instrumenten om er iets mee te doen. Dan kom ik bij de heer Tijhof. Ik heb net een toezegging gedaan die loodrecht staat op het gebruik van scheefwonen als instrument. Daar hoef ik verder niet op in te gaan. De heer Makkinga spreekt over subsidies, zowel van het Rijk, de Woningimpuls, als van de provincie.

Natuurlijk zijn wij erop gebrand om daar waar mogelijk gebruikte maken van subsidies. Wij zoeken aan de voorkant bij de ontwikkelingen of wij daarop een zinvolle manier gebruik van kunnen maken. Dat zullen we in alle instanties doen, ook bij toekomstige projecten. Op de vraag hoeveel woningen Almelo gaat opeisen, heb ik geantwoord dat wij gaan inzetten op 1.000 tot 1.500 woningen voor Almelo, bovenop de 1.600 die wij hebben staan in de R 2106600

51

- --

Woonvisie. We zullen daar nog wel concrete, kwalitatieve projecten voor moeten uitwerken, die een aanvulling zijn op de behoefte die er is in Almelo. De heer Makkinga zegt dat Beter~IVonen woningen uit de vrije sector in de sociale huursector heeft gebracht. Ik heb daarop dit moment zelf geen helder beeld bij. Ik moet dat navragen. Ik kan me voorstellen dat dat in het verleden is gebeurd, omdat de woningcorporaties niet een te grote voorraad woningen mogen hebben boven de sociale huurwoninggrens van € 730 en zij de woningen die daarboven zaten, hebben teruggebracht naar de sociale huurgrens. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik weet het niet precies. Ik zal het antwoord op deze vraag helaas moeten navragen. Dan ga ik in op de moties. Ik begin met de motie over particulier opdrachtgeverschap. Ik probeer er wat sneller doorheen te gaan en minder woorden te gebruiken. Het college ziet het cpo als een initiatief van potentiële kopers. Zij moeten zelf het initiatief nemen om zo'n cpo op te richten. De mogelijkheden van een cpo zijn uitgebreid bekend bij makelaars en banken en bij alle mensen die gezamenlijke initiatieven willen ontplooien. Er wordt veel over geschreven in de pers. Wij denken dat dat meer dan voldoende bekend is en zien geen toegevoegde waarde in het maken van een beleidsnotitie hierover.

Wij denken dat, omdat het al zo breed bekend is, het college geen rol heeft om het gebruik van cpo in die zin te stimuleren. Daarom ontraden we de motie. Ten aanzien van de motie over energielabels heb ik aangegeven dat wij spreken met de woningcorporaties over de prestatieafspraken en uberhaupt het streven van woningcorporaties om gemiddeld tot een B-niveau energielabel te komen. Dit soort zaken bespreken wij met hen. Het is echter mogelijk dat, gelet op ontwikkelingen in een bepaalde wijk, de woningcorporaties voorrang geven aan het opwaarderen van een G-label naar een B-label en dat een E-label iets later komt. Het is ook bij de woningcorporaties de bedoeling dat zij hierop een goede manier mee omgaan en zich vooral op de laagste labels richten. De motie is in die zin overbodig, omdat die al aansluit bij staand beleid van de woningcorporaties. Dan kom ik bij de motie over de Woonzorgvisie. Wij geven in de Woonvisie aan op welke manier wij zorg voorde ouderen in Almelo willen vormgeven. Wij doen dat op basis van de gesignaleerde behoefte. Het opstellen van een Woonzorgvisie voegt niet veel meer toe dan wij op dit moment weten, maar vergt wel heel veel capaciteit, capaciteit die wij op dit moment liever inzetten voorde realisatie van andere projecten.

Dan kom ik bij de motie van de SP om bij toekomstige nieuwbouwplannen voor koopwoningen voorwaarden stellen die voorkomen dat koopwoningen alsnog worden verhuurd. Ik heb gezegd dat wij dat soort voorwaarden niet kunnen stellen. Eigendom is eigendom. We zullen moeten afwachten wat de landelijke ontwikkelingen zijn. Ik zie de heer Teunis knikken, maar hoor graag in tweede termijn zijn reactie. Dan de motie Bijzondere woonvormen. Het is inderdaad zo dat we in de Woonvisie aangeven dat we bijzondere woonvormen belangrijk vinden. We hebben op dit moment in Almelo geen plekken aangewezen waar deze woonvormen mogelijk zijn. Het zou heel handig zijn om die plekken wel aan te wijzen en om het bestemmingsplan daarvoor klaarte maken, zodat die woonvormen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Wij ondersteunen deze motie en willen kijken hoe we daar vorm en inhoud aan kunnen geven. Gelet op de tijd, mijn excuus op voorhand dat ik het misschien allemaal afgeraffeld heb. Ik heb geprobeerd om het zo snel mogelijk te doen. De VOORZITTER: Dat hebt u volgens mij niet. Ik heb al gezegd dat het niet aan u te wijten is dat het zo Iaat geworden is. Ik zeg u dank voorde commentaren die u hebt gegeven. Ik zeg de leden van de raad dank voorde ruimte die zij de wethouder hebben gegeven om ongestoord zijn bijdrage te kunnen leveren.

Daarmee bent u voorzien van de reactie van het college bij het voorbereiden van uw tweede termijn. Die tweede termijn vangt aan volgende week dinsdag, 23 maart 2021, om 21.00 uur. Het enige dat mij nog rest, is om drie van onze leden succes te wensen, want zij staan morgen op de zeepkist voorde landelijke verkiezingen. Meneer Styteler, mevrouw Bijenhof en mevrouw Van den Ham, veel succes en geduld toegewenst. Een spannende dag morgen! Schorsing. R 2106600

52

De VOORZITTER schorst hierna, te 00.10 uur, de vergadering tot dinsdag 23 maart 2021 te 21.00 uur.

Ongewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo in zijn vergadering van 25 mei 2021, De griffier,

De voorzitter,

drs. C.M. Steenbergen

A.J. Gerritsen

R 2106600

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=754849b1-79aa-4d88-b193-f80cd7f23766