29 Ter inzagelegging bestemmingsplan de Riet.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage
Doorkiesnummer
Behandeld door M Snijders
Datum 16 november 2021
Onderwerp Ter inzage leggen ontwerpbestemmingsplan de Riet
Geachte leden van de raad, Hierbij willen wij u op de hoogte stellen van ons besluit om het ontwerpbestemmingsplan de Riet NL.IMRO.0141.00134 ter inzage te leggen. Inleiding Bestemmingsplannen worden periodiek herzien. Aanleidingen hiervoor zijn de verouderde planvoorschriften (regels) van het huidige plan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving en nieuwe inzichten. Het voorliggende bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31, dat op 14 september 2021 is vastgesteld. Het plan is daarmee digitaal en actueel. Echter in dit bestemmingsplan ontbreekt de minimale gebruiksoppervlakte van 75m2 voor woningen, conform het bestemmingsplan parapluherziening Wonen. Om die reden is het nodig om het plan opnieuw in procedure te brengen. Vanwege de recente vaststelling van het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31 is de toelichting van het voorliggende bestemmingplan de Riet NL.IMRO.0141.00134 vergelijkbaar met het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31. Ook de regels van het plan zijn grotendeels gehandhaafd. Daar waar nodig is het bestemmingsplan hersteld en zijn de regels aangepast. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Op korte termijn wordt het ontwerpbestemmingsplan ‘de Riet, NL.IMRO.0141.00134’ ter inzage gelegd voor een periode van zes weken.
Dit bestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl Wij informeren u over ons besluit, omdat u op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd bent om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u aan het einde van het eerste kwartaal van 2022 het raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 1 van 1 Raad - 2106947 DCS - 1651595
A.J. Gerritsen
Bestemmingsplan De Riet
NL.IMRO.0141.00134
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Toelichting
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
1
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten Hoofdstuk 4 Beleidskader 12 Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg en zienswijze 54
3 7 9 21 37 47 53
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
2
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Bestemmingsplannen worden periodiek herzien. Aanleidingen hiervoor zijn de verouderde planvoorschriften (regels) van het huidige plan, veranderd gebruik van het terrein, gewijzigde wetgeving en nieuwe inzichten. Het voorliggende bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31, dat op 14 september 2021 vastgesteld. Het plan is daarmee digitaal en actueel. Echter in dit bestemmingsplan ontbreekt de minimale gebruiksoppervlakte van 75m2 voor woningen, conform het bestemmingsplan parapluherziening Wonen. Om die reden is het nodig om het plan opnieuw in procedure te brengen. Vanwege de recente vaststelling van het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31 is de toelichting van het voorliggende bestemmingplan de Riet NL.IMRO.0141.00134 vergelijkbaar met het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31. Ook de regels van het plan zijn grotendeels gehandhaafd. Daar waar nodig was is het bestemmingsplan hersteld en zijn de regels aangepast.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan De Riet ligt in het zuidoosten van Almelo (zie figuur 1.1). De begrenzing van het plangebied is opgenomen in figuur 1.2. Het westen van het plangebied wordt grotendeels begrensd door de Bornerbroeksestraat. De sportvelden van het Nieuwland en de achterkanten/tuinen van de gebouwen aan de Rietstraat begrenzen grotendeels het oosten van het plangebied. Het noorden van het plangebied wordt voor het merendeel begrensd door de Bornsestraat. De lijn Henriëtte Roland Holstlaan, Weezebeek vormt de zuidelijke grens van het plangebied van voorliggend bestemmingsplan.
Figuur 1.1 : Ligging plangeb ied plangeb ied
Figuur 1.2: Begrenzing
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
3
NL.IMRO.0141.00134-BP21
1.3 Huidige planologische situatie De Almelose wijk De Riet is in hoofdzaak een woonwijk en heeft voor het merendeel daaraan gerelateerde woonbestemmingen. Langs de hoofdwegen zijn ook gemengde functies te vinden en in het plangebied zijn maatschappelijke functies gesitueerd. Het voorliggende bestemmingsplan De Riet vervangt het bestemmingsplan de Riet, NL.IMRO.0141.00091-BP31, dat op 14 september 2021 is vastgesteld.
Figuur 1.3: Begrenzing plangeb ied
1.4 Wettelijk kader Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro). Wet ruimtelijke ordening (Wro) De Wro schrijft in artikel 3.1 lid 1 van de wet voor dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebeid van de gemeente een of meerdere bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen eruit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegenomen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1. t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van bijvoorbeeld ecologisch onderzoek, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een milieueffectrapportage (MER), of in het plangebied sprake is van
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
4
NL.IMRO.0141.00134-BP21
archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en het Rijk een rol speelt. Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen, te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er wordt gewerkt via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriele Regeling standaarden ruimtelijke ordening). Kosten In de Wro is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden, zoals via het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro). Leges voor de procedure worden verhaald via de gemeentelijke verordening. Planschade Nieuwe planologische ontwikkelingen op een locatie kunnen schade veroorzaken doordat een nadelige planologische situatie kan ontstaan.
Dit kan gelden voor zowel de eigenaar van de locatie zelf, maar ook voor de eigenaren van omliggende percelen. Op basis van afdeling 6.1 Wro kan degene die als gevolg van een planologische ontwikkeling schade lijdt, die redelijkerwijs niet voor zijn rekening behoort te blijven, aanspraak maken op een tegemoetkoming in planschade.
1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "De Riet" bestaat uit de volgende stukken: 1. Toelichting 2. Bijlagen bij de toelichting 3. Regels; 4. Verbeelding; 5. Bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het bestemmingsplan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het bestemmingsplan. Hierin zijn de aan het voorliggende bestemmingsplan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken opgenomen.
1.6 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
5
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de geldende bestemmingsplannen voor de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan De Riet. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. Daarna wordt in het tweede hoofdstuk de huidige situatie van het gebied beschreven. In hoofdstuk 3 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, voor (onder andere) De Riet al is opgesteld (hoofdstuk 4). Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, behandeld. Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe de uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het voorliggende bestemmingsplan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent inspraak.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
6
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Stedenbouwkundige opzet Tuindorp de Riet Het plangebied ligt tussen de Bornerbroeksestraat, Bornsestraat, Oude Deldenseweg en de spoorlijn Almelo-Hengelo. De totstandkoming is een direct gevolg van de invoering van de Woningwet om de woonomstandigheden van veel (arbeiders)gezinnen te verbeteren. De aanleg van de wijk De Riet is begonnen in een tijd dat er veel behoefte was aan woningen om arbeidskrachten voor (textiel)industrie te huisvesten. De Riet is begin 20e eeuw als één geheel in de vorm van een tuindorp ontworpen, als één van de drie in Twente. Naast de woonomstandigheden komt de verbetering van de algemene leefomstandigheden tot uiting in de ruimtelijke opzet van de wijk: een opzet met veel licht en lucht. De Almelose wijk De Riet heeft een kenmerkende (tuindorp) architectuur: de bebouwing is veelal met traditionele rode baksteen en rode pannen. Kenmerkend is ook de gevarieerde bouw met koepeltjes, uitbouwsels en dakkapellen. Andere kenmerken van De Riet zijn de toepassingen van pleinen en plantsoenen, kleine voortuinen en grote achtertuinen. De Rietstraat is de ruggengraat van de wijk. In de Tweede Wereldoorlog is de wijk (zwaar) beschadigd geraakt. Na de oorlog zijn de verdere opbouw en herstel in gang gezet in lijn met de oorspronkelijke planopzet en de tuindorpgedachte.
Door de tijd heen blijft de wijk zich door ontwikkelen naar de behoeften van de tijd. Een recent voorbeeld is de verbouwing van de voormalige ambachts- en textielschool. De kenmerkende voorgevel is behouden gebleven en er is een appartementencomplex achter gebouwd. Deze is ingepast in de wijk. Vanwege het bijzondere karakter en de uitstraling van het tuindorp De Riet, zowel vanwege de stedenbouwkundige opzet als de architectonische bijzonderheden, is de Almelose wijk De Riet aangewezen als beschermd stadsgezicht. Bornerbroekesestraat e.o. Langs de Bornerbroeksestraat, een oud bebouwingslint, bestaat een grote diversiteit aan verschijningsvormen van bebouwing en een mix aan functies. Naast de fijnmazige woonbebouwing, is er een aantal grotere bebouwingsvolumen, waaronder wooncomplexen en de Sint Egbertuskerk (monument). Het gedeelte dat wordt ingeklemd tussen de Bornerbroeksestraat en het “echte” tuindorp is een typische wijk van begin 20e eeuw met veel woonbebouwing in jaren ’30-stijl.
2.2 Verkeersstructuur Situering De Almelose wijk De Riet ligt ten zuiden van het stadscentrum. Aan de noordzijde wordt dit gebied begrensd door delen van de Bornerbroeksestraat en de Bornsestraat. Aan de oostzijde wordt de grens gevormd door een deel van de Deldensestraat, de Biezenstraat, de Pijlkruidstraat, de Rietstraat en het NS-spoor. De zuidelijke grens wordt volledig bepaald door waterloop De Weezebeek. In het westen wordt het gebied voornamelijk begrensd door de Bornerbroeksestraat. Ontsluitingsstructuur en verkeersregime In het noordelijke deel wordt het plangebied in oost-westrichting afgebakend door de route Bornerbroeksestraat-Bornsestraat: 50 km-wegen in een radiale verbinding met het stadscentrum. Iets zuidelijker in het plangebied ligt in oost-westrichting de Violierstraat: een 50 km-weg als onderdeel van de centrumring.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
7
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Het noordwest-zuidoost georiënteerde NS-spoor doorklieft het zuidelijke plangebied. Dit spoor kent in het gebied een beveiligde spoorwegovergang op de Rietstraat en een tweezijdig halteperron van station Almelo - De Riet. In het zuiden van het gebied bevindt zich de Rietstraat, die bij de spoorkruising in noordelijke richting afbuigt naar het Van Dronkelaerplein en de Bornsestraat. Deze weg is een gebiedsontsluitingsweg, waarop (uitzonderlijk voor een 50 km-weg) een aantal verkeersplateaus is aangebracht (op het deel tussen de Violierstraat en de Bornerbroeksestraat). De Bornerbroeksestraat aan de westzijde van het plangebied heeft een 30 km-status. Alle overige straten in het plangebied hebben ook een 30 km-regime en zijn volgens het concept Duurzaam Veilig ingericht. Parkeren In het grootste deel van het gebied bevinden zich rijenwoningen (meestal tweezijdig), in relatief smalle straten. Daardoor is er sprake van een hoge parkeerdruk in vrijwel het hele gebied. Bij werkzaamheden aan de straat (het riool en/of het wegdek) en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de wijk De Riet wordt nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden om meer ruimte te creëren voor openbare parkeerplaatsen. Fiets In het uiterste westen van het plangebied ligt al een klein deel van de F35 (de Twentse fietssnelweg). Het betreft het talud van een fietstunnel onder de Schoolstraat.
Deze fietstunnel loopt parallel met een spoortunnel, die in het kader van Almelo Verdiept is gerealiseerd. De Bornerbroeksestraat (het deel tussen Rietstraat en Schoolstraat) is onderdeel van een “drager” in het Almelose stedelijke hoofdfietsnetwerk. Dit is de 'Bornerbroekbroekroute'. Deze route heeft op dit deel (nog) geen specifieke fietsvoorzieningen. Een andere drager in het fietsnetwerk is de route over de Bornerbroeksestraat (het deel vanaf de Zuiderstraat tot de Grotestraat) en de Bornsestraat. Dit is de 'Borneroute'. Deze route is grotendeels voorzien van rode suggestiestroken. Ook de Violierstraat is onderdeel van een drager in het hoofdfietsnet: de 'Schoolstraatroute. Deze fietsroute heeft in het plangebied volledig vrij liggende fietspaden voor beide rijrichtingen. Openbaar vervoer Het landelijk NS-spoor doorsnijdt het plangebied. Het spoor kent in het plangebied een beveiligde spoorwegovergang op de Rietstraat en een tweezijdig halteperron van het station Almelo - De Riet. Daarnaast is er de regionale buslijn (met nummer 51), die via de Bornerbroeksestraat en de Bornsestraat langs de rand van het plangebied loopt. Ontwikkelingen Het 'Masterplan F35' voorziet in de doortrekking van de fietssnelweg F35 vanaf de fietstunnel onder de Schoolstraat naar Borne. Uitgangspunt is dat deze fietssnelweg zo veel mogelijk het NS-spoor volgt.
Er is medio 2019 een tracéstudie voor dit stuk F35 verricht, waarbij het zoekgebied is afgebakend door de Bornerbroeksestraat en de Anjelierstraat. De besluitvorming over het meest wenselijk tracé is medio 2020 afgerond.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
8
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten In dit hoofdstuk komen de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan De Riet aan de orde. Actualisatie Er is aangehaakt bij de algemene wijze van bestemmen. Dit om een zo uniform mogelijk beleid te voeren, waardoor inzichtelijker is voor de gebruiker van het bestemmingsplan (zowel de plantoetser vanuit de gemeente, alsook de inwoners van Almelo) wat de mogelijkheden zijn voor gebruik en bebouwing. Hierbij wordt echter wel opgemerkt dat, ondanks dat sprake is van een uniforme bestemmingswijze, er altijd sprake is van maatwerk. Dit betekent dat er altijd verschillen aanwezig kunnen en zullen zijn tussen soortgelijke bestemmingen in verschillende wijken/gebieden van Almelo. Het doel van het bestemmingsplan is het huidige gebruik van gronden te handhaven en verder te ontwikkelen. Ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen en ontwikkelingen die overeenstemmen met de uitgangspunten worden gestimuleerd. Voor dit bestemmingsplan zijn de bestaande situatie en de vigerende bestemmingsplannen het uitgangspunt. Dit betekent dat overwegend de bestaande situatie wordt vastgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige (milieu)regelgeving en (eventuele) veranderingen die hebben plaatsgevonden sinds de opstelling van het vigerende bestemmingsplan. Daar waar flexibiliteit in de regelgeving mogelijk is, is dit toegepast.
Gebruik van afwijkingsmogelijkheden Bij het maken van dit bestemmingsplan is onderzocht in hoeverre het nog wenselijk is de veelheid van afwijkingsbepalingen, zoals deze in de oude bestemmingsplannen waren opgenomen, opnieuw in dit bestemmingsplan op te nemen. Naar aanleiding hiervan is besloten om indien mogelijk, zoveel mogelijk de afwijkingsmogelijkheden (die in de praktijk altijd werden verleend) bij recht toe te staan. Standaard diepere bouwvlakken De diepte van bouwstroken en bouwvlakken is afgestemd op de diepte van het perceel en de reeds bestaande planologische rechten. Daarbij wordt ook nog enige extra ruimte geboden om toekomstige uitbreidingen direct mogelijk te maken en onnodige procedures te voorkomen. De standaard diepte van bouwstroken voor rijtjes en twee-aan-een (geschakelde) woningen bedraagt 12 meter. Daarbij is het de regel dat deze bouwstrookdieptes alleen worden toegepast, indien achter de bouwstrook of het bouwvlak nog 5 meter achtertuin overblijft. Voor vrijstaande woningen kan in afwijking hierop de diepte van een bouwvlak 15 meter en in enkele gevallen 18 meter bedragen. Dit is afhankelijk van de oppervlakte van het kavel, de situering van het hoofdgebouw op het kavel en de stedenbouwkundige karakteristiek van de wijk. De karakteristiek van een wijk geldt als belangrijkste toetsing. Bestaande rechten zullen behouden blijven.
Indien bouwstroken reeds dieper zijn dan bovenstaande maten zal dat als uitgangspunt worden gehanteerd. Aan huis verbonden beroepen en bedrijfsactiviteiten Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of een vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden uitgeoefend. De woning moet hierbij in overwegende mate haar woonfunctie behouden en de desbetreffende activiteit moet een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten. Deze regels zijn gelijk aan de voorheen geldende toetsingscriteria die golden bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor dergelijke activiteiten. Standaard extra oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken bij woningen
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
9
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Doorgaans is er in bestemmingsplannen een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het toestaan van een extra oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Deze afwijkingsmogelijkheid is niet meer opgenomen. De afwijking werd standaard verleend. Dit heeft tot gevolg dat de toegestane gezamenlijke oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken (buiten het bouwvlak), is verhoogd met 25 m2. Het vereiste dat tenminste 50% van het buiten het bouwvlak gelegen bouwperceel onbebouwd en onoverdekt moet blijven blijft gehandhaafd. Dit maximumpercentage is van toepassing, omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd kunnen worden. Dit is echter ruimtelijk en stedenbouwkundig onaanvaardbaar. Gemengde bestemmingen Binnen de gemengde bestemmingen is specifieker gekeken naar de daar voorkomende functies. Dit heeft geleid tot minder algemene gemengde bestemmingen. De voorgaande bestemmingsplannen kende een vrij algemene gemengde bestemming waarin veel functies werden toegelaten. Dat is nu veranderd. Er is gekeken naar de nu nog aanwezige functies en daarop is de gemengde bestemming afgestemd. Zo is een viertal gemengde bestemmingen ontstaan. Daar waar bijvoorbeeld geen detailhandel meer voorkomt is deze buiten de bestemming gelaten. Het wegbestemmen van detailhandel heeft mede te maken met het uitgangspunt dat detailhandel buiten het stadscentrum niet gestimuleerd wordt.
Daar waar de functie twee jaar niet meer aanwezig is, is deze wegbestemd. Dit is gebaseerd op vastgesteld beleid door de gemeenteraad d.d. 11 maart 2014. Geen kappen op bijbehorende bouwwerken Om ervoor zorg te dragen dat er voldoende openheid in de bebouwing blijft bestaan, wordt het bij recht toestaan van een kap op bijbehorende bouwwerken niet meer wenselijk bevonden. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de regels dan ook zo opgesteld, dat het realiseren van een kap alleen op vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij recht wordt toegestaan. Er is echter wel een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om, indien wenselijk, realisatie van een kap op aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken. Hierbij is het belangrijk dat aangebouwde bijbehorende bouwwerken ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw. Dit wordt afgedwongen doordat de nokhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk minimaal 2 meter onder de nokhoogte van het hoofdgebouw moet blijven. Kleinschalige kinderopvang Voor kinderopvang heeft de gemeente Almelo in 2009 beleidsregels vastgesteld. Hierin zijn de ruimtelijke uitgangspunten opgenomen voor de vestiging van kinderopvang. Hierin is geen onderscheid gemaakt naar de grootte van de kinderopvang. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS 19 september 2012, nr.
201112380/1/1/A1) heeft bepaald dat kinderopvang niet per definitie past binnen de woonbestemming, hetgeen ook geldt voor kleinschalige kinderopvang. Binnen de (woon)bestemming moet een expliciete bepaling zijn opgenomen voor kleinschalige kinderopvang om een strijdigheid met het bestemmingsplan te voorkomen. De vorm van kleinschalige kinderopvang, zoals een gastouder met maximaal 6 kinderen, is vergelijkbaar met een groot gezin, en dient hierdoor bij recht mogelijk te zijn binnen de woonbestemming. Om hierin te voorizen is binnen de woonbestemmingen expliciet opgenomen dat kleinschalige kinderopvang (tot zes kinderen) onder voorwaarden bij recht is toegestaan. De voorwaarden zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. Verbod bewonen van een woning door meer dan één huishouden De strekking van de bestemmingsplanmethodiek is om gebruik van een woning door meer dan één huishouden niet mogelijk te maken. De Almelose bestemmingsplannen lieten voorheen echter onbedoeld ruimte voor functiewijzigingen naar onder andere kamergewijze verhuur. Huisvesting van meerdere huishoudens in één woning zonder nadere toetsing of plafond is een ongewenste ontwikkeling en kan het leefgenot als ook de leefomgeving aantasten. De definitie van het begrip 'woning' is gewijzigd, zodat duidelijk wordt dat expliciet is beoogd maximaal één huishouden te huisvesten in een woning.
Een woning is in het voorliggende bestemmingsplan als volgt gedefinieerd: "complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten". In
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
10
NL.IMRO.0141.00134-BP21
één (grondgebonden) woning kan één huishouden worden gehuisvest. Tijdelijke huisvesting of professionele kamerverhuur staat het bestemmingsplan niet (meer) toe. De gronden met de bestemming “Wonen” zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitsluitend in de vorm van grondgebonden woningen, met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, verhardingen, tuinafscheidingen en overige bijbehorende voorzieningen. Bovendien mag het aantal woningen binnen een bouwvlak (veelal) niet meer bedragen dan het bestaande aantal binnen een bouwvlak. Huisvesting van meerdere huishoudens in één woning is niet (meer) mogelijk binnen de bestemming "Wonen" of waar wonen (al dan niet via een functieaanduiding) is toegestaan. Kamergewijze verhuur Kamergewijze verhuur is een expliciete woonvorm welke niet zonder meer overal gewenst is. Ten aanzien van kamergewijze verhuur werd eerder onderscheid gemaakt tussen de bestemming "Wonen" en de meer algemene bestemmingen, waarbinnen ook wonen is toegestaan, zoals "Gemengd" of "Centrum". Dit is komen te vervallen. Huisvesting van meerdere huishoudens in één woning (zonder nadere toetsing of plafond) is een ongewenste ontwikkeling en kan het leefgenot in de directe omgeving, alsook de leefomgeving aantasten.
Het begrip 'huishouden' was niet gedefinieerd en is toegevoegd. Het verbod op kamerbewoning is in voorliggend bestemmingsplan dan ook juridisch planologisch verankerd. Slechts op specifieke adressen is kamerbewoning toegestaan. In het bestemmingsplan is voor deze locaties een specifieke functieaanduiding opgenomen. In onderstaande tabel is weergegeven waar (op welk adres) in de Almelose wijk De Riet kamerbewoning is toegestaan: 1. 2. 3. 4.
Adres: Anjelierstraat 2 Anjelierstraat 86 Arendsboerweg 10 Reigerstraat 25
Plaats: Almelo Almelo Almelo Almelo
Kamerbewoning aantal: 2 4 4 3
Tab el 3.1: Adressen in De Riet waar kamerb ewoning is toegestaan.
Voor wat betreft kamergewijze verhuur is geen ruimte voor een ondergrens. Met andere woorden: of het nu één, twee of meerdere kamers zijn: er is altijd strijd met het bestemmingsplan. Hierbij dient overigens wel goed worden gekeken naar het begrip huishouden. Uit de jurisprudentie volgt dat dit casuïstisch bekeken moet worden. Kortom, er kunnen uitzonderingen zijn waardoor alsnog sprake is van één huishouden. Ook binnen algemenere bestemmingen (bijvoorbeeld “Centrum” en “Gemengd”) zijn de gronden onder andere bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. Wonen vindt plaats in een woning. Ook binnen deze meer algemene bestemmingen is kamergewijze verhuur niet toegestaan, omdat sprake is van het huisvesten van meer dan één huishouden in een woning. Woningsplitsing Naast het verbod op het huisvesten van meer dan één huishouden in een woning, wordt het splitsen van een woning in meerdere woningen eveneens als strijdig gebruik met het bestemmingsplan aangewezen. Hiervoor is geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Zorgwonen en/of zorginstelling Er vindt een verschuiving plaats in de zorgsector. Deze verschuiving is ruimtelijk vooral zichtbaar bij de van oudsher ingerichte verzorgingstehuizen met veel intramurale zorg.
De wijze van het aanbieden van zorg is aangepast door afschaffing van de lichte verblijfsindicatie (zorgzwaartepakket 1 t/m 3/4). Hierdoor hebben alleen mensen met een hoge zorgvraag nog toegang tot intramurale zorg. Dit betekent in de praktijk een aanpassing van de bestaande zorgcomplexen, die voorheen als 'Maatschappelijk' waren bestemd. Men zal langer zelfstandig blijven wonen, maar er is wel degelijk sprake van een zorgcomponent (externe zorg). Wij hanteren drie mogelijkheden om een gebouw voor wonen met zorg te bestemmen: <0000> Wonen- zorgwonen: er dient sprake te zijn van een behoorlijke mate van (externe) zorg of ondersteuning om de (zelfstandige) woning te kunnen kwalificeren als zorgwoning. Het betreft
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
11
NL.IMRO.0141.00134-BP21
<0000> <0000>
gevarieerde woningen, zoals zorgwoningen, aanleunwoningen, kleinschalig groepswonen en begeleid wonen; Maatschappelijk - zorginstellingen: dit is voor zorginstellingen (zorgcomplexen) die intensieve zorg verlenen en waarbij de uitrusting van het gebouw sterk gericht is op zorgprocessen; Gemengd: een combinatie van bovenstaande functies.
Parkeren: Door een wijziging van de Woningwet is de verwijzing naar de stedenbouwkundige bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening in bestemmingsplannen komen te vervallen. Voor de parkeernormen (inclusief ruimte voor laden en lossen) kan niet (meer) worden verwezen naar de gemeentelijke bouwverordening. Het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren', vastgesteld op 5 juni 2018, borgt de parkeernormen binnen de gemeente Almelo door te verwijzen naar het gemeentelijke beleid voor parkeren. Dit bestemmingsplan is geheel onherroepelijk in werking getreden en het voorliggende bestemmingsplan De Riet is hiermee in overeenstemming gebracht. De bepalingen met betrekking tot parkeren zijn dan ook opgenomen in de bestemmingsplanregels.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
12
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 4 Beleidskader Voor de Almelose wijk De Riet zijn geen veranderingen op korte termijn voorzien. In verschillende beleidsstukken is wel aangegeven welke positie het plangebied binnen Almelo heeft. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante ruimtelijke beleidskader. Hierbij gaat het om Rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie (SVIR) schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). Decentralisatie is hier een kernbegrip. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij de burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale vragen. De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waaarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelstellingen zijn: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgevings waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. 4.1.2 Barro en Bro De basis van de juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. In artikel 3.1.6 lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien een bestemmingsplan een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden volgens de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Ladder voor duurzame verstedelijking De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en indien het bestemmingsplan die ontwikkeling ontw erp Bestemmingsplan De Riet
13
NL.IMRO.0141.00134-BP21
mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het bestemmingsplan De Riet betreft een actualisatie met een overwegend conserverend karakter. Onderhavig bestemmingsplan maakt dan ook geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk ten opzichte van de voorgaande bestemmingsplannen, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is. 4.1.3 Bor Op basis van het Besluit omgevingsrecht (Bor) kan onder voorwaarden zonder omgevingsvergunning worden gebouwd en/of worden gebruikt. In een aantal van deze gevallen is het bestemmingsplan eveneens geen toetsingskader. Deze voorwaarden om zonder omgevingsvergunning te kunnen bouwen en/of gebruiken zijn opgenomen in Bijlage II van het Bor. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is rekening gehouden met de mogelijkheden om omgevingsvergunningsvrij te kunnen bouwen en gebruiken. 4.1.4 Toetsing Het bestemmingsplan De Riet valt niet onder één van de in het beleid en regels van het Rijk genoemde nationale belangen.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de (nieuwe) Omgevingsvisie Overijssel 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. De provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening worden actueel gehouden met een jaarlijkse actualisatieronde. Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie 2018-2019 van de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening op 13 november 2019 (gewijzigd) vastgesteld. Deze actualisatie is op 1 december 2019 in werking getreden. De provinciale Overijssel heeft het streekplan, verkeer- en vervoersplan, waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan samengevoegd in een omgevingsvisie. Dit is het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Hiermee heeft de provincie Overijssel voor ogen een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi landschap. De omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de sysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene en de stedelijke omgeving. Daarbinnen worden de mogelijkheden geboden voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
14
NL.IMRO.0141.00134-BP21
De hoofdambitie van de omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. In het beleid van de provincie staan daarom de zorg voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid centraal. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door vooral in te zetten op bescherming van bestaande kwaliteiten en deze te verbinden met nieuwe ontwikkelingen. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving staat voorop samen met een goed vestigingsklimaat, een goede woonomgeving en een fraai buitengebied. Essentiële gebiedskenmerken zijn het uitgangspunt.
Het beleid is vastgelegd in generieke beleidskeuzes, richtinggevende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. De ontwikkelingsperspectieven schetsen de koers van een gebied op provinciaal schaalniveau. Ze bepalen geen functies, maar schetsen een ontwikkelingsrichting voor een combinatie van functies. De grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Dit betekent dat gemeenten in hun structuurvisies en bestemmingsplannen hier een nadere invulling aan kunnen geven. Afwijkingen van de ontwikkelingsperspectieven zijn mogelijk als daar op lokaal niveau maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen voor zijn, mits er voldoende verzekerd is dat de ruimtelijke kwaliteit conform gebiedskenmerken wordt versterkt. In de gebiedskenmerken zijn de bestaande en te ontwikkelen gebiedskwaliteiten benoemd.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
15
NL.IMRO.0141.00134-BP21
In de provinciale Omgevingsvisie zijn geen generieke beleidskeuzes genoemd die voortzetting van het huidige gebruik van de gronden in het plangebied van het bestemmingsplan De Riet belemmeren of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vereisen. Het richtinggevende ontwikkelingsperspectief voor de Almelose wijk De Riet is in kaart en tekst weergegeven. De Riet is aangemerkt als bestaande woonwijk. Er is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie naar diverse woon-, werk- en gemengde stadsmilieus. Een goed voorbeeld hiervan is de transformatie van de voormalige Rietmavo naar een woonfunctie. Voor De Riet zijn in de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel geen wijzigingen of ontwikkelingen opgenomen die meegenomen moeten worden in het bestemmingsplan De Riet. 4.2.2 Omgevingsverordening De juridische vertaling van de provinciale Omgevingsvisie is opgenomen in de omgevingsverordening, vastgesteld door Provinciale Staten op 12 april 2017. Het gaat om de onderwerpen uit de Omgevingsvisie die de provincie Overijssel zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. De verordening regelt niet meer dan nodig is voor het belang, zoals dat in de Omgevingsvisie is verwoord. Het uitgangspunt ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening.
Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Ook is zoveel mogelijk gekozen voor positief geformuleerde voorwaarden. In enkele gevallen was het niet goed mogelijk om een bepaling te formuleren als een ‘ja, mits-constructie’ en is een bepaling voor de benodigde juridische helderheid toch geformuleerd als een ‘nee, tenzij-constructie’. Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie 2018-2019 van de provinciale Omgevingsverordening op 13 november 2019 (gewijzigd) vastgesteld. In de kern stuurt de provinciale Omgevingsverordening op het principe 'Inbreiding gaat voor uitbreiding'. Dit verhoudt zich ook met duurzaam ruimtegebruik. Door middel van de laddertoets is de verplichting om in eerste instantie de mogelijkheden te benutten van gebieden die al een stedelijke functie kennen. Pas hierna mag een claim worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Eveneens ziet de Omgevingsverordening toe op het terugdringen van het planologische aanboud van (de nieuwbouw van) kantoren, alsmede het aanbod van bedrijventerreinen. Met de mogelijkheden die ditvoorliggend bestemmingsplan biedt, wordt gebruik gemaakt van bestaand stedelijk gebied. Eveneens ziet de verordening toe op het terugdringen van het planologische aanbod (nieuwbouw) kantoren, alsmede het aanbod bedrijventerreinen.
Aangezien het bestemmingsplan De Riet conserverend van karakter is en hiermee geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk worden maakt, dan wel voorziet in het aanbod van kantoren of bedrijventerreinen, is deze in overeenstemming met de provinciale Oomgevingsverordening. 4.2.3 Toetsing Voor dit bestemmingsplan zijn er op basis van provinciaal beleid geen wijzigingen of ontwikkeling die van invloed zijn op het plangebied.
4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie De (gemeentelijke) omgevingsvisie is een instrument onder de Omgevingswet. De Omgevingswet zal (naar verwachting) op 1 januari 2022 in werking treden. Het betreft een stelselherziening van het omgevingsrecht. Met de omgevingsvisie wordt de koers voor de gemeente Almelo voor een langere termijn uitgezet. De (gemeentelijke) omgevingsvisie is vergelijkbaar met de (huidige) structuurvisie, waarin het beleid voor de langere termijn is opgenomen. Het kent daardoor een bepaald abstractiniveau, maar bevat wel concrete (beleids)ambities voor verschillende gebieden.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
16
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad van de gemeente Almelo de Omgevingsvisie ‘Mijn Almelo, Onze Omgeving’ (hierna: de omgevingsvisie) vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie tot 2040 en richt zich op de hele breedte van de fysieke leefomgeving. Centraal in de omgevingsvisie staat hoe de Almelose omgeving zal worden ontwikkeld. Dit is de omgeving waarin wordt gewoond, gewerkt en waar vrije tijd wordt doorgebracht. Met behulp van de omgevingsvisie wordt Almelo nog mooier, gezonder en aantrekkelijker en tegelijkertijd worden de bestaande omgeving en de kwaliteiten van de stad beschermd, behouden en beheerd. De omgevingsvisie is een toetsingskader voor nader uit te werken planologische besluiten, zoals omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. De omgevingsvisie is op 2 oktober 2020 gepubliceerd en is vanaf 3 oktober 2020 in werking getreden. Voor de omgevingsvisie is Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken en dorpen en de binnenstad (zie afbeelding). Het plangebied van het bestemmingsplan De Riet valt binnen het gebied van de wijken en dorpen. De ambitie is om wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment.
Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. In de Omgevingsvisie wordt voor de wijken en dorpen ingezet op het aanbrengen van de benodigde verscheidenheid door het herstructureren van panden en een (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen ín bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Verder dient er ruimte te zijn voor iedereen en zal op grond van de Almelose Omgevingsvisie voor alle noodzakelijke voorzieningen een plek zijn in de wijk.
Het grootste deel van het plangebied is woongebied. Er zijn in de Almelose Omgevingsvisie voor de wijken en dorpen geen concrete ontwikkelingsdoelstellingen geformuleerd. Het bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard en biedt voor nieuwe ontwikkelingen dan ook geen ruimte. De Almelose Omgevingsvisie staat de actualisatie van het bestemmingsplan De Riet niet in de weg. 4.3.2 Masterplan Almelo Op 11 oktober 2004 heeft de gemeenteraad van Almelo het Masterplan Almelo vastgesteld. Het Masterplan Almelo is geen ruimtelijk plan conform de Wro. Het Masterplan Almelo is een strategisch beleidsdocument dat richting geeft aan de stedelijke ontwikkeling van Almelo voor de lange termijn (2030). In het Masterplan wordt in grote lijnen aangegeven in welke richting Almelo zich in de komende jaren wil ontwikkelen. Het is niet één groot plan, maar een raamwerk voor afzonderlijke plannen. Het laat zien wat de samenhang is tussen verschillende plannen en langs welke hoofdlijnen en structuren de stad zich verder wil ontwikkelen. Het Masterplan Almelo bestaat uit vijf opgaven. Het Masterplan gaat met name in op ontwikkelingsgebieden. De Riet is een bestaande wijk in de stad Almelo met weinig toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor is dan ook geen specifiek beleid opgenomen (anders dan onderstaande fietssnelweg).
Fietssnelweg F35 Het Masterplan F35 voorziet binnen het plangebied in de aanleg van het deeltraject van de Twentse fietssnelweg, vanaf het NS-station in Almelo tot het centrum van Borne. Het zoekgebied voor de definitieve ligging van dit deeltraject is globaal afgebakend door de Bornerbroeksestraat en de Anjelierstraat. 4.3.3 Detailhandelsstructuurvisie Almelo 2013-2018 Op 18 juni 2013 heeft de gemeenteraad van Almelo, bij amendement, de Detailhandelsstructuurvisie Almelo 2013-2018 vastgesteld. Hierin is een verruiming opgenomen voor grootschalige detailhandel in het stadiongebied en de Woonboulevard. Uit onderzoek blijkt dat de verruiming van grootschalige detailhandel ruimtelijk niet inpasbaar is. Vandaar dat de raad op 11 maart 2014 het besluit van 18 juni
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
17
NL.IMRO.0141.00134-BP21
2013 heeft ingetrokken en opnieuw de Detailhandelsstructuurvisie Almelo 2013-2018 heeft vastgesteld. Dit beleid is ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan nog altijd geldig. De visie geeft de gewenste structuur van de detailhandel in Almelo voor de komende vijf jaar. In de visie Almelo wordt de volgende winkelstructuur nagestreefd: a. Een aantrekkelijke binnenstad met een compact en zo compleet mogelijk recreatief winkelaanbod in combinatie met andere centrumfuncties (o.a. horeca en leisure) in een aantrekkelijk verblijfsgebied (groen en water); b. De woonboulevard als het PDV-cluster in de gemeente met grootschalig aanbod in volumineuze branches; c. Per grote wijk één zo compleet mogelijk boodschappencentrum op loop-/fietsafstand van de consument; d. In Bornerbroek enige basisvoorzieningen; e. Op alle andere locaties een zo beperkt mogelijk detailhandelsaanbod. Om dit te bereiken zijn kaders voor het detailhandelsbeleid gehanteerd. De volgende zijn van toepassing op de binnenstad van Almelo: <0000> Algemeen: Nieuwe winkelontwikkelingen moeten de beoogde winkelstructuur versterken; nieuwe winkelinitiatieven buiten de gewenste structuur worden niet toegestaan; <0000> Nieuwe winkelinitiatieven in de niet-dagelijkse sector worden zo veel mogelijk ingepast in de binnenstad.
Potenties voor modisch en overig niet-dagelijks aanbod (exclusief volumineus aanbod) worden zo veel mogelijk geclusterd op deze locatie; <0000> Voor de dagelijkse sector wordt per grote wijk naar één boodschappencentrum gestreefd. Eén van de belangrijkste ambities van de visie is dus het versterken van de binnenstad als belangrijkste recreatieve winkelgebied. Belangrijke pijlers om die ambitie te bereiken zijn: a. Bundeling potenties niet-dagelijks aanbod; de binnenstad wordt versterkt als regionaal verzorgend multifunctioneel centrumgebied, met een attractieve mix van winkels, horeca, leisure, warenmarkt, evenementen en overige stedelijke functies. b. Supermarkt voor bewoners en als trekker; boodschappenaanbod draagt ook bij aan een aantrekkelijke binnenstad. Behoud van tenminste één supermarkt in de binnenstad is gewenst, zodat deze locatie meer als bronpunt en trekker voor de overige winkels blijft fungeren en inwoners van de wijk ‘binnenstad’ op een centrale plek beschikken over boodschappenaanbod. c. Compact kernwinkelgebied in centrumgebied; Het centrumgebied beslaat een ruim gebied van centrumstraten, waar winkels, horeca en andere publieksgerichte centrumfuncties dominant aanwezig zijn. Binnen het centrum is het van belang te kiezen voor een compact gebied waar modische en overig recreatieve winkels concentreren: het kernwinkelgebied. d.
Huiskamer van de stad; het streven van gemeente en marktpartijen is een flinke opwaardering in de openbare ruimte enerzijds en verdichting van commercieel programma (o.a. winkels en horeca) anderzijds. Op deze wijze wordt gestreefd naar meer sfeer en beleving in de ‘huiskamer van Almelo’, waar het altijd gezellig en druk is. e. Afnemende winkelfunctie aanloopstraten; de aanloopstraten Grotestraat-zuid, tweede deel Grotestraat-noord en Oranjestraat zijn het geschikte vestigingsmilieu voor specialistisch aanbod en tijdelijke of nieuwe concepten zoals afhaalwinkels en daarnaast ook ambachten en diensten. f. Verbetering van de vestigingskwaliteit in deze straten (bijvoorbeeld vergroten autobereikbaarheid en langsparkeren) vragen een nadere uitwerking. Binnen het plangebied was op basis van de voorgaande bestemmingsplannen op veel locaties detailhandel toegestaan. De gemeenteraad heeft op 11 maart 2014 bepaald dat op de locaties waar de detailhandelsfunctie twee jaar niet meer aanwezig is, deze wordt wegbestemd. Dit is een van de kaders van het te voeren detailhandelsbeleid. In voorliggend bestemmingsplan De Riet is hieraan gevolg gegeven, waardoor een aantal percelen geen mogelijkheid meer hebben om detailhandel te kunnen uitoefenen. De detailhandelsfunctie is wegbestemd. 4.3.4 Woonvisie Almelo 2020
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
18
NL.IMRO.0141.00134-BP21
De 'Woonvisie Almelo 2020' is op 3 juli 2012 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. Dit is de visie voor de periode van 2012 tot 2020. Doordat er veel ontwikkelingen zijn op zowel maatschappelijk als economisch vlak, biedt deze woonvisie een richting voor de komende jaren. Globaal gaat het hierbij om drie veranderingsopgaven: <0000> De wooncosument staat centraal; <0000> Een duurzame stad; <0000> Een betere sociaaleconomische balans. De woonconsument dient zelf de gewenste woonsituatie vorm te geven, waardoor meer variatie in het woningaanbod kan ontstaan. Hierbij gaat het om invloed bij uitleglocaties, inbreidingen, maar ook bij uitbreiding van bestaande woningen. De gemeente Almelo wil via het beleid faciliteren in plaats van hinderen. Onder "duurzaam" wordt binnen de gemeente Almelo niet alleen een schoon milieu, maar ook een veilige, leefbare, toegankelijke en toekomstbestendige stad verstaan. Een duurzame regio heeft verschillende woonmilieus die voor diverse groepen aantrekkelijk zijn. Een stad is duurzaam sterk wanneer mensen er graag wonen, werken en verblijven en de stad ook een regionale functie heeft voor het voorzieningenaanbod. Een duurzame voorraad is voor velen in de nabije toekomst vooral een voorraad waar mensen langdurig en goed zelfstandig kunnen blijven wonen.
Verder ligt in Almelo een opgave om wonen en zorg in de toekomst optimaal te combineren voor de vergrijzende bevolking. Nieuwbouw van nultredenwoningen en woonzorgcombinaties blijven nodig. Verder is het woonbeleid gericht op groepen met een kwetsbare positie op de woningmarkt. De vraag naar onderscheidende woonmilieus wordt nog niet voldoende bediend, waardoor extra inspanningen Onderhavig bestemmingsplan De Riet voorziet niet in een aanpassing ten aanzien van wonen. 4.3.5 Ruimtelijke regels kinderopvang In het gemeentelijke beleidsstuk ‘Ruimtelijke beleidsregels voor de huisvesting van kinderopvang’ (november 2009) worden de ruimtelijke toetsingscriteria gesteld voor de vestiging van kinderopvang. Kinderopvang kan voorkomen in twee vormen: als primaire activiteit of ondergeschikt aan het primaire gebruik. Voor beide gevallen worden verschillende voorwaarden gesteld waaraan een verzoek moet voldoen, voordat medewerking hieraan kan worden verleend.
In het voorliggende bestemmingsplan bestaat binnen enkele bestemmingen de mogelijkheid om bij recht kinderopvang te realiseren. Om ook de vestiging van kinderopvang te kunnen realiseren binnen een bestemming waarbij geen kinderopvang bij recht is toegestaan, bestaat de mogelijkheid om via de algemene afwijkingsregels van dit bestemmingsplan medewerking aan een verzoek te verlenen. Het verzoek wordt daarbij getoetst aan de ruimtelijke toetsingscriteria uit bovengenoemd beleid. 4.3.6 Bed & breakfast In 2008 is de Kadernota Recreatie en Toerisme vastgesteld. Het ambitieniveau van deze nota is nog onverminderd van kracht. De toeristisch-recreatieve sector blijft een belangrijke bron voor meer werkgelegenheid en meer bestedingen. De wens is meer overnachtingen, meer dagbezoek en meer bekendheid genereren. In het verlengde hiervan is in 2015 beleid vastgesteld voor voor Bed & Breakfast. Deze beleidsregels zijn opgenomen in de Beleidsregels voor de toepassing van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De uitoefening van een Bed & Breakfast accomodatie is zowel in het landelijke gebied als in het stedelijke gebied mogelijk, mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. In het onderhavige plan is met de vestigingsmogelijkheden rekening gehouden. 4.3.7 Beleidsregels 2.12 Wabo Voor de toepassing van- planolgische gebruiksactiviteiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a,
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
19
NL.IMRO.0141.00134-BP21
sub 2 Wabo heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo op 24 maart 2015 beleidsregels vastgesteld. Hiermee wordt voorzien in een duidelijk (lokaal) beleidskader hoe met dergelijke initiatieven wordt omgegaan. In het voorliggende bestemmingsplan De Riet is hier rekening mee gehouden. 4.3.8 Welstand In dit bestemmingsplan worden de functies en het gebruik van de gronden en de maatvoering van de bebouwing binnen het plangebied geregeld. De architectuur en de uiterlijke verschijningsvorm van bouwwerken worden gewaarborgd via het gemeentelijke welstandsbeleid. Bij de welstandstoets worden de verhoudingen, de maat en de schaal van het bouwwerk beoordeeld, maar ook materiaal- en kleurgebruik en in hoeverre het gebouw (of de verbouwing) in de omgeving past. De aansluiting op de openbare ruimte wordt vaak ook meegenomen in de toets. Met de welstandstoets wordt de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving gewaarborgd. In de welstandsnota zijn daarom welstandseisen opgenomen waaraan een (bouw)plan moet voldoen. Welstandsnota 2017 In 2004 heeft Almelo de eerste welstandsnota opgesteld. Het welstandsbeleid gold in beginsel voor het hele grondgebied van de gemeente Almelo. Op 11 juni 2013 heeft de gemeenteraad echter gebieden aangewezen die zijn vrijgesteld van de welstandsplicht.
In de jaren daarna is door een ambtelijke werkgroep gewerkt aan een nieuwe welstandsnota: de Welstandsnota 2017. Met de vaststelling van de Welstandsnota 2017 is de welstandsnota uit 2004 komen te vervallen. In de welstandsnota zijn beleidsregels vastgelegd met daarin welstandskaders en -criteria die worden toegepast bij de welstandsbeoordeling van (bouw)plannen. De binnenstad, grotere invalswegen, het buitengebied, de monumenten en het beschermd stadsgezicht hebben de welstandsplicht behouden. Grote delen van de Almelose wijk De Riet vallen niet (meer) onder de welstandsplicht. Specifieke gebieden vallen wel onder de welstandsplicht. Gebiedstypologie Het plangebied is gelegen nabij de binnenstad van Almelo. Het grootste gedeelte valt dan ook onder de gebiedstypologie 'Oude stadsbuurten rond het centrum'. Tuindorp de Riet is toentertijd opgezet om arbeiders te huisvesten en is in zijn geheel ontworpen in de stijl van de Delftse school (ca. 1920). Kenmerkend is het gebogen stratenpatroon, aaneengesloten bebouwing, een as met op straathoeken grote gebouwen, zoals scholen. Andere locaties hebben de gebiedstypologie 'Vrijstaande complexen en megastores' of 'Woonbuurten met planmatige bebouwing'. Hiervoor gelden andere welstandscriteria dan voor de gebiedstypologie 'Oude stadsbuurten rond het centrum'.
Beschermd stadsgezicht Vanwege het bijzondere cultuurhistorische karakter van de Almelose wijk De Riet is het gebied (deels) aangemerkt als (gemeentelijk) 'beschermd stadsgezicht'. Hiermee blijft het historische karakter en de historische structuur behouden. Het bestemmingsplan De Riet betreft een actualisatie en is overwegend conserverend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan De Riet legt alleen de bestaande (planologische) situatie vast. Als nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, dan zal de in het kader van de omgevingsvergunning de welstands- en eventueel monumentenadvisering plaatsvinden. 4.3.9 Parkeren In Almelo geldt het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013 - 2018'. Een nadere uitwerking van het geldende parkeerbeleid binnen de gemeente Almelo is neergelegd in de 'Beleidsregel parkeernormen Almelo' (hierna: het parkeerbeleid). Deze beleidsregel is vastgesteld op 11 december 2018 en in werking getreden op 1 januari 2019. In het parkeerbeleid wordt verwezen naar de kencijfers van het CROW. Voor toepassing van de parkeernormen bij voorliggend bestemmingsplan Noorderes is uitgegaan van
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
20
NL.IMRO.0141.00134-BP21
stedelijkheidsgraad 3. Dit staat voor ‘matig stedelijk gebied’. Uit de jurisprudentie volgt onder meer dat in het kader van de vaststelling van een bestemmingplan moet worden beoordeeld of zich reeds een parkeertekort voordoet en in hoeverre door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden (zie ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1426). Voor zover bekend doet zich nu geen parkeerterkort voor in het plangebied van het bestemmingsplan De Riet. Voorliggend bestemmingsplan De Riet heeft voor wat betreft het parkeeraspect een minimale invloed op het plangebied. Het bestemmingsplan De Riet betreft een actualisatie en is overwegend conserverend van aard. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan De Riet legt alleen de bestaande (planologische) situatie vast.
Beleidsregels Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen Vanaf 8 september 2020 gelden de Beleidsregels Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen. Deze beleidsregels hebben tot gevolg dat het realiseren van kamerbewoning, inwoning en logies voor arbeidsmigranten, alleen onder voorwaarden, zoals gesteld in de beleidsregels mogelijk is. Kan niet worden voldaan aan de voorwaarden dan is sprake van een verbod op Kamerbewoning,
inwoning, woningsplitsing.
4.3.10 Beleidsregels kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing Vanaf 8 september 2020 gelden de Beleidsregels Kamerbewoning, inwoning, woningsplitsing, herbestemmen van niet voor bewoning bestemde gebouwen en verkleining oppervlaktemaat voor woningen. Deze beleidsregels hebben tot gevolg dat het realiseren van kamerbewoning, inwoning en logies voor arbeidsmigranten, alleen onder voorwaarden, zoals gesteld in de beleidsregels mogelijk is. Kan niet worden voldaan aan de voorwaarden dan is sprake van een verbod op kamerbewoning,
inwoning, woningsplitsing.
ontw erp Bestemmingsplan De Riet
21
NL.IMRO.0141.00134-BP21
Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Bestemmingsplannen worden regelmatig herzien. Het bestemmingsplan De Riet vervangt onder andere de bestemmingsplannen De Riet Noord en De Riet Zuid. Het voorliggende bestemmingsplan De Riet actualiseert en conserveert de huidige bestemmingen.
5.1 Bedrijven en andere activiteiten Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonwijken. Langs de Bornsestraat en de Bornerbroeksestraat staan winkels, woningen en enkele horeca-inrichtingen. Verspreid door het plangebied liggen een aantal bedrijfsmatige activiteiten, zoals garages en kantoren. Er is een gezondheidscentrum, een woongebouw met 24- uurs zorg en een kinderdagverblijf. 5.1.1 Wijze van beoordelen De invloed van de aanwezige bedrijven en de mogelijke potentiële milieubelasting van toegestane bedrijven op het plangebied zijn beoordeeld. Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Vervolgens is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het voorliggende bestemmingsplan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen. 5.1.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG (versie 2009) noemt zones rond bestaande bedrijven. De publicatie deelt bedrijven in in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting. Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Milieucategorie 1