CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

26 Ontwerpbestemmingsplan Keursweg 2b-4 - Hoeselderdijk.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W26.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage

Doorkiesnummer

Behandeld door L.E. Brouwer

Datum 16 november 2021

Onderwerp Ontwerp bestemmingsplan Keursweg 2b-4 - Hoeselderdijk

Geachte leden van de raad, Ter plaatse van de Keursweg 2b-4 te Bornerbroek is een gemengd agrarisch bedrijf gevestigd, bestaande uit een varkenshouderij (intensief) en een akkerbouwbedrijf. Met de varkenshouderij wordt deelgenomen aan de Saneringsregeling Varkenshouderijen, waarvoor alle bedrijfsbebouwing gesloopt en erfverharding en mestbak gesaneerd worden.

Pagina 1 van 2 Raad - 2106910 DCS - 2173368

Ter compensatie van de sloop is principemedewerking verleend voor een compensatiewoning aan de Hoeselderdijk op basis van het gemeentelijke rood voor rood beleid. Daarnaast wordt vervangende nieuwbouw gepleegd voor de bestaande (oostelijke) bedrijfswoning deels buiten het bouwvlak en omgezet naar een plattelandswoning. Voor het akkerbouwbedrijf wordt een nieuwe schuur opgericht, waarbij intensieve veehouderij is uitgesloten. Het blijvende agrarische bouwvlak wordt verkleind en beide erven worden landschappelijk ingepast. De beide planlocaties van deze bestemmingsplanherziening zijn gelegen in de nabijheid dan wel net ten zuiden van het onderzoeksgebied voor een eventuele uitbreiding van het XL-businesspark ten behoeve van grootschalige kavels in Twente. Daarover wordt u afzonderlijk betrokken via een politiek beraad.

Het indicatieve zoekgebied (bruin gearceerd) voor bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie Almelo (vastgesteld 29 september 2020) met ten zuiden hiervan de beide planlocaties van het ontwerp bestemmingsplan (rode bolletjes). Initiatiefnemer is naar aanleiding van krantenartikelen over deze mogelijke ontwikkeling van de Kanaalsprongzone per e-mail op 19 juli 2021 geïnformeerd over de aanwezigheid van dit zoekgebied in de Omgevingsvisie, waarbij is vermeld dat wij als college en/of u als gemeenteraad van Almelo geen nadere besluiten over dit zoekgebied of over eventuele consequenties hiervan heeft genomen. Deze mededeling heeft hij voor kennisgeving aangenomen. Om te voldoen aan de voorwaarden van de Saneringsregeling Varkenshouderijen, heeft hij dit initiatief voortgezet. Met een raadsbrief van 30 maart 2021 bent u reeds geïnformeerd over de principemedewerking aan dit initiatief. Intussen is het ontwerp bestemmingsplan ‘Keursweg 2b-4 - Hoeselderdijk‘ opgesteld, welke nu ter inzage gelegd wordt. Het ontwerp bestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Wij informeren u over ons besluit, omdat de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd is om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het voorjaar van 2022 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

F.W. van Ardenne

Pagina 2 van 2

A.J. Gerritsen

 



  

  

 

NL.IMRO.0141.00129-BP21

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

3

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Inhoudsopgave

T oelichting

2

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

6 6 6 7 7 9

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Ruimtelijk- functionele structuur

10 10

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Sloop 3.2 Inrichting erf & landschap 3.3 Verkeer en parkeren

14 14 14 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

18 18 19 27

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.10 Fysieke veiligheid

31 31 32 32 33 35 37 38 39 40 41

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

44 44 45

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

47 47 47 48

Hoofdstuk 8

50

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze 9.1 Vooroverleg 9.2 Inspraak 9.3 Zienswijzen

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

51 51 51 51

4

NL.IMRO.0141.00129-BP21

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

5

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Keursweg 2b-4 Bornerbroek, in het buitgengebied van de gemeente Almelo, is een agrarisch erf aanwezig. Ter plaatse bevindt zich een gemengd agrarisch bedrijf met een varkenshouderij en een akkerbouwbedrijf en een ondergeschikte grondgebonden veehouderij voor het houden van circa tien stuks vee. De wens bestaat met de varkenshouderij deel te nemen aan de Saneringsregeling Varkenshouderij. In dat kader wordt de aanwezige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing, in totaal circa 3.780 m2, gesloopt. Daarnaast worden overtollige erfverharding, alsmede de onderliggende puinlaag, en de mestbak gesaneerd. Het akkerbouwbedrijf blijft hierbij behouden. In het kader van de Saneringsregeling Varkenshouderij bestaat de verplichting alle opstallen te slopen en de aanwezige asbest te saneren. In de regeling is echter geen vergoeding voor de sloopkosten opgenomen. Ter compensatie van de sloop van de agrarische bedrijfsopstallen wenst initiatiefnemer daarom een woning te realiseren op basis van het gemeentelijke rood voor rood beleid. Het voornemen is deze compensatiewoning aan de Hoeselderdijk te situeren. Daarnaast bestaat de wens een schuur met een oppervlakte van circa 540 m2 ten behoeve van het akkerbouwbedrijf en het daaraan ondergeschikt grondgebonden houden van vee te realiseren. Er zijn in totaal twee bedrijfswoningen aanwezig.

De westelijke bedrijfswoning zal behouden blijven ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. Als laatste bestaat de wens de oostelijke bedrijfswoning te slopen en verder naar het oosten te herbouwen en naar een plattelandswoning om te zetten. Deze woning komt hierdoor gedeeltelijk buiten het huidige agrarische bouwvlak te liggen. Samenvattend bestaat de gewenste ontwikkeling uit: 1. de sloop van circa 3.780 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; 2. het saneren van overtollige erfverharding en de mestbak; 3. het realiseren van een schuur van circa 540 m2 ten behoeve van het te behouden akkerbouwbedrijf en daaraan ondergeschikt grondgebonden houden van vee; 4. het behouden van de westelijke bedrijfswoning bij de akkerbouwtak; 5. het realiseren van een compensatiewoning aan de Hoeselderdijk in het kader van het gemeentelijke rood voor rood beleid; 6. het buiten het bouwvlak verplaatsen en naar plattelandswoning omzetten van de oostelijke bedrijfswoning; 7. het landschappelijk inpassen van het geheel. De Keursweg 2b-4 en de locatie van de compensatiewoning worden daarbij landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is een bestemmingsplanherziening vereist. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Keursweg 2b-4 en Hoeselderdijk (ong.) in Bornerbroek, ten zuidwesten van de kern Almelo. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied indicatief ten opzichte van Almelo weergegeven. Het deelgebied Keursweg 2b-4 is hierbij met rode stip aangeduid. Het deelgebied Hoeselderdijk (ong.) is met groene stip aangeduid. Voor een exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

6

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van Almelo (Bron: Provincie Overijssel)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Keursweg 2b-4 - Hoeselderdijk" bestaat uit de volgende stukken: regels; verbeelding (NL.IMRO.0141.00129-BP21) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven. De volgende bijlagen zijn bij deze toelichting opgenomen: Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan Bijlage 2 Bodemonderzoek Keursweg b Bijlage 3 Bodemonderzoek Hoesselderdijk Bijlage 5 Quickscan natuurwaardenonderzoek Bijlage 6 Archeologisch onderzoek Bijlage 7 Watertoetsresultaat

1.4

Huidige planologische situatie

1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan “Buitengebied Almelo”. Dit bestemmingsplan is op 29 maart 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

7

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Daarnaast ligt het plangebied binnen de planbegrenzing van het bestemmingsplan ''Buitengebied correctieve herziening'' (vastgesteld op 18 juli 2017). In de correctieve herziening zijn er enkele (ondergeschikte) wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo', waaronder het archeologiebeleid. Beide bestemmingsplannen zijn samengevoegd in de geconsolideerde versie "Buitengebied correctieve herziening". Als laatste gelden de paraplubestemmingsplannen 'Parapluherziening parkeren' en 'Parapluherziening wonen', die op respectievelijk 5 juni 2018 en 23 maart 2020 zijn vastgesteld. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de geldende bestemmingsplannen weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsneden geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijk eplannen.nl)

1.4.2 Beschrijving (dubbel)bestemming(en) en aanduidingen De gronden in het plangebied zijn bestemd met de enkelbestemming 'Agrarisch' met grotendeels een bouwvlak Daarnaast geldt grotendeels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting hoog'. De gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, waarbij binnen het bouwvlak agrarische bedrijfsbebouwing mag worden opgericht. Ter plaatse zijn twee bedrijfswoning toegestaan.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

8

NL.IMRO.0141.00129-BP21

1.4.3 Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Het realiseren van een compensatiewoning past niet binnen de bouw- en gebruiksregels. Daarnaast is het in gebruik nemen van de tweede bedrijfswoning als plattelandswoning niet in overeenstemming met de gebruiksregels ter plaatse. Daarnaast dient de mogelijkheid voor het exploiteren van een intensieve veehouderij te komen vervallen om te voldoen aan de voorwaarden van de saneringsregeling en dient te worden vastgelegd dat de agrarische bedrijfsvoering uitsluitend mag bestaan uit akkerbouw met het ondergeschikt daaraan grondgebonden houden van vee.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Planbeschrijving Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en het op dit moment geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in en rondom het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 6 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

9

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Hoofdstuk 2

De huidige situatie

Dit hoofdstuk gaat in op zowel de ruimtelijke- en functionele structuur van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast wordt een beschrijving van de verkeersstructuur gegeven.

2.1

Ruimtelijk- functionele structuur

2.1.1 Het landschap Het plangebied was van oorsprong een relatief kleinschalig gebied. Met de schaalvergroting in de landbouw zijn veel landschapselementen verdwenen. Wegen zijn omgelegd en toegangen van erven zijn gewijzigd. Het gebied kent een sterk agrarisch karakter door de openheid en het gebruik van de gronden in het gebied. De erven in het gebied liggen vrij open in het landschap. De erven kennen van oorsprong een kenmerkende opbouw, wonen voor en werken achter. Dit resulteerde in de sier- en nutstuin aan de voorzijde en het veel soberder maar functionele deel werken aan de achterzijde.

2.1.2 Plangebied en de omgeving 2.1.2.1 Algemeen Het plangebied ligt ten zuiden van Almelo en ten westen van Bornerbroek. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat uit agrarische gronden, agrarische bedrijfspercelen, verspreid liggende woonerven en de beek De Doorbraak. 2.1.2.2 Keursweg 2b-4 Het deelgebied Keursweg 2b-4 ligt aan de Keursweg, die het deelgebied aan de zuidzijde begrensd. Het deelgebied wordt aan de west- noord- en oostzijde door agrarische gronden begrensd. Het erf heeft altijd op deze plek gelegen. Het bestaat uit twee bedrijfswoningen met daarachter een groot oppervlakte (circa 3.780 m2) aan varkensstallen. Het bedrijf is grotendeels landschappelijk ingepast door een bomenrij (westzijde) en een houtsingel (noordzijde). Rondom de woningen zijn tuinen voorzien. In het westen van het deelgebied bevindt zich een mestbak. Het deelgebied wordt door middel van drie in- en uitritten op de Keursweg ontsloten. In afbeelding 2.1 is de huidige situatie op een luchtfoto weergegeven. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn straatbeelden van het bestaande erf opgenomen.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

10

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 2.1: Luchtfoto van de huidige situatie in het plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.2: Straatbeeld van het erf (Bron: Google Streetview)

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

11

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 2.3: Straatbeeld van het erf (Bron: Google Streetview) 2.1.2.3 Hoeselderdijk (ong.) Het deelgebied ligt aan de Hoeselderdijk, wat de oostelijke begrenzing vormt. Ten zuiden grenst het deelgebied aan De Doorbraak. Aan de overige zijden wordt het deelgebied door agrarische gronden begrensd. Het deelgebied is onbebouwd en bestaat in de huidige situatie uit agrarische cultuurgrond. In afbeelding 2.4 is een luchtfoto van het deelgebied opgenomen. Afbeelding 2.5 bevat een straatbeeld.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

12

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 2.4: Luchtfoto huidige situatie Hoeselderdijk (ong.) (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.5: Straatbeeld huidige situatie Hoeselderdijk (Bron: Google Streetview)

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

13

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In hoofdstuk 2 is al ingegaan op de structuur, kenmerken van de directe omgeving en de huidige situatie ter plaatse van het plangebied. In dit hoofdstuk wordt op de gewenste ontwikkeling ingegaan.

3.1

Sloop

Zoals in Hoofdstuk 2 aangegeven bevinden zich aan de Keursweg 4 agrarische bedrijfsopstallen, waarvoor geen vervolgfunctie meer is. De wens bestaat met de varkenshouderij deel te nemen aan de Saneringsregeling Varkenshouderij. In dat kader wordt de aanwezige landschapsontsierende bedrijfsbebouwing, in totaal circa 3.780 m2, gesloopt. Daarnaast worden overtollige erfverharding, alsmede de onderliggende puinlaag, en de naast de schuur liggende mestbak gesaneerd. Daarnaast wordt de bestaande tweede bedrijfswoning gesloopt (en herbouwd). In afbeelding 3.1 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.1: Te slopen bebouwing (Bron: De Erfontwik k elaar)

3.2

Inrichting erf & landschap

3.2.1 Algemeen In het kader van voorliggende ontwikkeling is een Ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld door de Erfontwikkelaar. Het complete Ruimtelijk kwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1. Hierin zijn de uitgangspunten vanuit de initiatiefnemer, het beleid en de landschappelijke situatie verwerkt. Een uitsnede van de landschappelijke inpassing is weergegeven in afbeelding 3.2 en afbeelding 3.3 en wordt aansluitend toegelicht. Uitgangspunten:

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

14

NL.IMRO.0141.00129-BP21

1. de sloop van circa 3.780 m2 aan landschapsontsierende bebouwing; 2. het saneren van overtollige erfverharding en de mestbak; 3. het realiseren van een schuur van circa 540 m2 ten behoeve van het te behouden akkerbouwbedrijf en daaraan ondergeschikt grondgebonden houden van vee; 4. het behouden van de westelijke bedrijfswoning bij de akkerbouwtak; 5. het realiseren van een compensatiewoning aan de Hoeselderdijk in het kader van het gemeentelijke rood voor rood beleid; 6. het buiten het bouwvlak verplaatsen en naar plattelandswoning omzetten van de oostelijke bedrijfswoning; 7. het landschappelijk inpassen van het geheel.

Afbeelding 3.2: Landschappelijk e inpassing Keursweg 2b-4 (Bron: De Erfontwik k elaar)

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

15

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 3.3: Landschappelijk e inpassing Hoeselderdijk (Bron: De Erfontwik k elaar)

3.2.2 Erfopzet 3.2.2.1 Keursweg 2b-4 Met de sloop van landschapsontsierende bebouwing bestaat de mogelijkheid om aan de Hoeselderdijk een compensatiewoning te bouwen. Op het bestaande erf wordt een bedrijfswoning iets ten oosten herbouwd. Achter de te behouden bedrijfswoning wordt een landelijke schuur ten behoeve van de akkerbouwtak met ondergeschikt het grondgebonden houden van vee voorzien. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat het erf zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren. Dat wordt deels bereikt door geen harde grensen op het erf te maken in de vorm van hoge hagen/schuttingen of andere bouwkundige elementen. De bestaande groene ‘rug’ aan de noordzijde blijft behouden en wordt verlengd. Ook de bestaande bomenrij langs de westzijde blijft behouden en wordt aangevuld. Een bescheiden tuin maakt dat de zuidzijde de respresentatieve kant van het erf blijft (voorerf). Binnen het plan is geprobeerd om zo veel mogelijk groen te behouden. Met name aan de noord- en westzijde geeft dit gelijk een goede landschappelijke inpassing. Als aanvulling wordt aan de westzijde een houtsingel aangeplant. Hier heeft altijd een houtsingel gestaan. Middels bomen op het erf worden de gebouwen verzacht. Door de nieuwe schuur op dezelfde locatie te bouwen als de te slopen varkensstallen blijft de impact beperkt.

Met de nieuwe schuur zal verrommeling van het landschap voorkomen worden. De opslag van materiaal/ materieel kan zo veel mogelijk binnen uit het zicht staan. De verstrooide situering van de gebouwen is overeenkomstig de gebiedskenmerken. Daarbij blijft het erf ontsloten door de bestaande inritten met ruimte om op het erf te keren/parkeren.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

16

NL.IMRO.0141.00129-BP21

3.2.2.2 Hoeselderdijk De compensatiewoning aan de Hoeselderdijk wordt gelijk aan de weg gesitueerd. Een bijgebouw zal hier ‘achter’ staan. Gekozen is om het erf eenvoudig en open vorm te geven. Het is niet wenselijk de gebouwen te verstoppen achter groen. Middels een nieuwe inrit wordt deze woning ontsloten. Rondom de compensatiewoning zal een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De tuin wordt afgeschermd met een geschoren haag. De gebouwen op de erven worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. Middels bomen worden de volumes verzacht en het geheel ingepast. Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden (aansluitend op de bestaande verharding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels en overige materialisering van het woonhuis en de overige gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen worden.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Ten behoeve van het akkerbouwbedrijf met ondergeschikte grondgebonden veehouderij blijven de bestaande in- en uitritten behouden. De in- en uitrit ten behoeve van de te verplaatsen bedrijfswoning verschuift in oostelijke richting. Voor de compensatiewoning aan de Hoeselderdijk wordt een nieuwe inen uitrit aangelegd. De te verplaatsen en nieuw te realiseren uitritten worden veilig op respectievelijk de Keursweg en Hoeselderdijk ontsloten. Per saldo is sprake van het toevoegen van één woning. Een dergelijke ontwikkeling gaat niet gepaard met een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen. Geconcludeerd wordt dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkelingen.

3.3.2 Parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Uitgaande van volgende uitgangspunten: Functie: wonen, koop, vrijstaand Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Almelo (Bron: CBS Statline) Stedelijke zone: buitengebied Parkeerbehoefte (per woning): minimaal 2,0 en maximaal 2,8 Het parkeren ten behoeve van de woningen vindt plaats op eigen terrein. Op de erven is voldoende ruimte aanwezig voor het parkeren van 2 à 3 auto's per woning. Dit is duidelijk waarneembaar in afbeelding 3.2 en 3.3. Ten aanzien van het akkerbouwbedrijf met ondergeschikte grondgebonden veehouderij wordt eveneens op eigen terrein geparkeerd. Uit afbeelding 3.2 blijkt dat hier eveneens voldoende ruimte op het erf voor is. Geconcludeerd wordt dat op eigen terrein in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

17

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor k limaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterk e en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toek omstbestendige ontwik k eling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

18

NL.IMRO.0141.00129-BP21

2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, voorganger van de NOVI) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.

Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´

4.1.2 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van elf woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien sprake is van een toevoeging van één nieuwe woning. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.1.3 Conclusie rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijke plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, die verankerd is in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie:

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

19

NL.IMRO.0141.00129-BP21

goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.

4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

20

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven.

Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype.

Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

21

NL.IMRO.0141.00129-BP21

omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.

4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van toepassing. Op deze artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zal hierna worden ingegaan. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwik k elingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaak t: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene omgeving in redelijk heid niet mogelijk is; dat mogelijk heden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.3 van de Omgevingsverordening De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van sloop van de voormalige bedrijfsbebouwing, waarvoor ter compensatie één woning mag worden gebouwd en het verplaatsen en naar plattelandswoning omzetten van een bestaande bedrijfswoning.

Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden op de groene omgeving, maar juist van een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwik k elingen die het bestemmingsplan mogelijk maak t, bijdragen aan het versterk en van de ruimtelijk e k waliteit conform de geldende gebiedsk enmerk en. 2. In het k ader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaak t op welk e wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het k ader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwik k eling past binnen het ontwik k elingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Niet van toepassing 5. In het k ader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaak t op welk e wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaak t van het Uitvoeringsmodel en op welk e wijze de Catalogus Gebiedsk enmerk en is gebruik t bij de ruimtelijk e inpassing van de nieuwe ontwik k eling. Artikel.

2.1.6 lid 1: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving k unnen - met in achtneming van het bepaalde in artik el 2.1.3. en artik el 2.1.4 en het bepaalde in artik el 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijk e redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterk ing van ruimtelijk e k waliteit in deomgeving. Toetsing van het initiatief aan artik el 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Het voorliggende plan leidt tot een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving van de gemeente Almelo. Deze meerwaarde vertaalt zich in:

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

22

NL.IMRO.0141.00129-BP21

de sloop van per saldo 3.240 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing; de sanering ven de mestbak; het versterken van de landschappelijke kwaliteit (zie ook paragraaf 3.2); De ontwikkeling is passend binnen de voorwaarden van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid, wat een uitwerking is van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. De investeringen in de ruimtelijke kwaliteit staan in verhouding met de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' zoals weergegeven in afbeelding 4.2.

Afbeelding 4.2: Uitsnede Ontwik k elperspectievenk aart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werk en in het k leinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

23

NL.IMRO.0141.00129-BP21

landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Het verbinden van de ontwikkelingsmogelijkheden van economische en maatschappelijke functies met het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke elementen draagt bij aan het behoud van de specifieke kwaliteiten van het kleinschalige mixlandschap in Overijssel. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwik k elingsperspectief' In voorliggend geval wordt de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing ten behoeve van de intensieve veehouderij gesloopt, wordt een schuur ten behoeve van een akkerbouwbedrijf met ondergeschikte grondgebonden veehouderij gerealiseerd en wordt het recht op een compensatiekavel in het kader van de Rood voor Rood regeling verkregen. De compensatiewoning wordt uitgevoerd met architectonische meerwaarde, goed passend binnen het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.

De ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt door de sloop van de bebouwing, het saneren van de mestbak en landschappelijk inpassen van de nieuwe erven. Uit paragraaf 5.5 en 5.6 blijkt dat er geen sprake is van het belemmeren van de bedrijfsvoering van omliggende (agrarische) bedrijven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'de stedelijke laag' en 'laag van beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen buiten beschouwing worden gelaten. 1. De “Natuurlijke laag” Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.

De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstypen "Dekzandvlakte en ruggen" en “Beekdalen en natte laagtes”. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

24

NL.IMRO.0141.00129-BP21

Afbeelding 4.3: Uitsnede Natuurlijk e laag (Bron: Provincie Overijssel) "Dek zandvlak te en ruggen" De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk - door de wind gevormd - zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. "Beek dalen en natte laagtes" Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren.

Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Toetsing van het initiatief aan de “Natuurlijk e laag” De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. De van oorsprong voorkomende 'natuurlijke laag' is dan ook niet of nauwelijks meer aanwezig. Bij het treffen van de landschapsmaatregelen wordt uitgegaan van de huidige omgevingsfactoren, waarbij rekening wordt gehouden met 'natuurlijke' beplantingssoorten. Voor een uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar het Ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1) en paragraaf 3.2. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

25

NL.IMRO.0141.00129-BP21

aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype "Oude hoevenlandschap". In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.4: Uitsnede Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) “Oude hoevenlandschap" Laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Rond de beek ontstond een lineair landschap, met daaromheen in de natte laagtes een matenlandschap. Kleinschalig landschap langs beken en in laagten met veel variatie in ruimtelijke opbouw: de open ruimte van de watergang, de coulissen van hakhoutstruweel, de open kamers van de hooien weilanden, met hier en daar een broekbos op de nattere plekken. Vloeivelden maakten onderdeel uit van het bemestingssysteem. Het Maten- en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open 'kamers' en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Inrichting van nog gave delen richt zich op het behouden van de cultuurhistorische waarden.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Het plangebied ligt in het "Oude hoevenlandschap". De nieuwe bebouwing wordt op zorgvuldige wijze ingepast in het landschap. Hiervoor is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2 en Bijlage 1 waar de landschapsmaatregelen worden beschreven. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

26

NL.IMRO.0141.00129-BP21

4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 4.3.1.1 Algemeen De onmgevingsvisie is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. De omgevingsvisie gaat in op hoe de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat voor toekomst beoogd wordt. Het doel is een omgeving waarin zo goed mogelijk gewoond, gewerkt, gesport en ontspannen kan worden. 4.3.1.2 Buitengebied Ontwikkelingen in het buitengebied moeten passen bij de Almelose maat en schaal. Ze tasten de bestaande natuur niet aan en gaan goed samen met de (agrarische) bedrijvigheid. Hieronder staan enkele doelen voor het buitengebied opgesomd; het versterken van het buitengebied door de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit te verbeteren; duurzame doelen stellen en bewust boeren. In het kader hiervan is er onder meer ruimte voor rood-voor-rood trajecten om leegstand te voorkomen en verval; het toevoegen van woningen gebeurt enkel als dat echt nodig is en een meerwaarde heeft.

Voorbeelden van gewenste ontwikkelingen zijn bijzondere woonvormen als een knarrenhof of tiny houses en het toevoegen van een tweede woning op het erf; 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een compensatiewoning aan de Hoeselderdijk (ong.) in het kader van het gemeentelijke rood voor rood beleid in combinatie met de Saneringsregeling Varkenshouderij. Daarnaast wordt er een nieuwe schuur gerealiseerd ten behoeve van de te handhavenn akkerbouwtak met ondergeschikte grondgebonden veehouderij aan de Keursweg 4 en wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Keursweg 2b verplaatst en omgezet naar een plattelandswoning. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de sloop van de landschapontsierende bebouwing en de landschappelijke inpassing van het plangebied. Er wordt daarmee bijgedragen aan het vitaal houden van het buitengebied van Almelo. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Almelo.

4.3.2 Kaderstelling landelijk gebied Almelo 4.3.2.1 Inleiding Op 10 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Almelo de nieuwe kaders voor ontwikkelingen in het buitengebied vastgesteld. Het doel hiervan is een richtinggevend ruimtelijk beleidskader dat dient als toetsingskader voor nieuwe initiatieven in het landelijk gebied. De kaders zijn tevens bedoeld om ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen te voorkomen. 4.3.2.2 Kaders De 4 richtinggevende kaders zijn; 1. Het landelijk gebied is in principe primair bestemd voor de uitoefening van de agrarische sector; 2. Nieuwe initiatieven mogen de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven niet hinderen; 3. De groene longen worden gevrijwaard van verdere oprukkende verstedelijking; 4. Nieuwe initiatieven die:

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

27

NL.IMRO.0141.00129-BP21

a. niet binnenstedelijk zijn op te lossen; b. of van oorsprong al in het gebied aanwezig zijn; kunnen eventueel worden ingepast, indien, enerzijds, met behulp van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving de aanwezige ruimtelijke kwaliteit in het gebied wordt versterkt, anderzijds, nieuwe initiatieven niet leiden tot significante verzwaring van activiteiten zoals verkeersstromen, welke aanleiding kunnen zijn voor aanpassing van de openbare infrastructuur of toeneming van verkeersonveiligheid. 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Kaderstelling landelijk gebied Almelo' Geconcludeerd kan worden dat: het initiatief de bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijvigheid niet hindert. Dit blijkt onder andere uit paragraaf 5.5 en paragraaf 5.6; verstedelijking van een groene long is niet aan de orde; het initiatief aan de hand van het gemeentelijke Rood voor Rood beleid (en daarmee aan de hand van het werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) zorgvuldig is uitgewerkt. Verwezen wordt naar de planbeschrijving (Hoofdstuk 3), de toetsing aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (paragraaf 4.2.4.1) en het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1); het plan niet leidt tot een significante verzwaring van de verkeersdruk. Verwezen wordt naar de paragraaf 'Verkeer en parkeren' (paragraaf 3.3).

Bovenstaande brengt met zich mee dat het plan aansluit bij de 'Kaderstelling landelijk gebied gemeente Almelo'.

4.3.3 Beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' 4.3.3.1 Algemeen Het gemeentelijk beleid 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor rood' van de gemeente Almelo, d.d. 19-11-2007 is gebaseerd op het provinciale uitvoeringskader van de Rood voor Rood regeling, dat met invoering van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving daarin is ondergebracht. Voor de gemeente Almelo geldt als uitgangspunt dat bij de toepassing van Rood voor Rood niet alleen getracht wordt om te komen tot de sloop van ontsierende bebouwing, maar tevens tot een concentratie van burgerwoningen in het landelijk gebied. Achterliggend doel is om te voorkomen dat de ontwikkeling van agrarische bedrijven wordt gehinderd door de toevoeging van woningen. Indien er geen sprake is van een belemmering, is het uitgangspunt dat de compensatiewoning wordt gerealiseerd op de slooplocatie. De kern van deze regeling is dat minimaal 850 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Hiervoor in de plaats mag een woning gebouwd worden van maximaal 750 m3 en bijbehorend bouwwerk van 100 m2. Een compensatiewoning kan ook worden verkregen door het stopzetten van een intensieve veehouderij op een locatie waar de overige agrarische activiteiten worden voortgezet. De voorwaarden van het beleid zijn doorvertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' dat ter plaatse geldt.

Voor een weergave van en een toetsing aan deze voorwaarden wordt verwezen naar paragraaf 4.3.4.

4.3.4 Bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' 4.3.4.1 Algemeen Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' is vastgesteld op 19 april 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo en omvat de planologisch-juridische regeling voor het landelijk gebied van de gemeente. Het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' biedt, binnen de randvoorwaarden die gelden vanuit onder meer het landschap, milieu, water en cultuurhistorie, ontwikkelingsruimte aan bestaande functies en speelt daarnaast in op toekomstige of mogelijk gewenste ontwikkelingen.

ontw erp bestemmingsplan Keursw eg 2b-4 - Hoeselderdijk

28

NL.IMRO.0141.00129-BP21

4.3.4.2 Voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood Op basis van de in het bestemmingsplan 'Buitengebied Almelo' opgenomen wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.6.8 kan medewerking worden verleend door het plan te wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming ´Wonen´, waarbij de bouw van één of meerdere extra woningen wordt toegestaan, in verband met sloop van voormalige agrarische bebouwing, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m2 voormalige bedrijfsbebouwing en/of bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, niet zijnde karakteristieke bebouwing en opgericht met een bouwvergunning voor 1 januari 2004, kan één compensatiewoning worden toegestaan; b. de sloop mag voor een deel plaatsvinden op de locatie van een ander voormalig agrarisch bedrijf, mits op de locatie van dit andere voormalige bedrijf ook alle voormalige bedrijfsbebouwing met uitzondering van karakteristieke bebouwing wordt gesloopt; c. bij sloop op meerdere locaties wordt de compensatiewoning op één van beide locaties toegestaan; d. de compensatiewoning mag een inhoud van maximaal 750 m3 hebben met daarbij bijbehorende bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2; e. de bebouwing dient te worden gesitueerd op een kavel van minimaal 500 m2 en maximaal 1.000 m2 per woning; f.

alle bebouwing die niet ten behoeve van het wonen wordt gebruikt dient te worden gesloopt met uitzondering van de gebouwen, tot een maximale oppervlakte van 300 m2, welke direct worden hergebruikt in het kader van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen; g. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een inpassingsplan dient te worden opgesteld; h. er geïnvesteerd wordt in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; i. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3. in risicogebieden voor wateroverlast aanvullende maatregelen met betrekking tot schadevrij bouwen en compensatie worden getroffen; 4. met betrekking tot (spoor)wegverkeersgeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; 5.

met betrekking tot de luchtkwaliteit een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 6. met betrekking tot de externe veiligheid een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 7. beschermde planten- en diersoorten en biotopen niet onevenredig worden geschaad; 8. het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. 4.3.4.3 Toetsing aan de voorwaarden wijzigingsbevoegdheid Rood voor Rood a. Er is per saldo sprake van de sloop van 3.240 m2 aan voormalig bedrijfsbebouwing. Er wordt dan ook ruim aan de minimale sloopeis van 850 m2 voldaan; b. De sloop vindt uitsluitend plaats aan de Keursweg 2b-4; c. Op basis van de Beleidsnotitie 'Her- en nevengebruik VAB, Rood voor Rood' kan een compensatiewoning op een andere locatie dan de slooplocatie worden gerealiseerd, indien er anders sprake is van het belemmeren van andere agrarische bedrijven. Indien de compensatiewoning aan de Keursweg 2b-4 gerealiseerd zou worden, zou deze ter plaatse van de bestaande mestbak gesitueerd. Dit is onwenselijk, omdat er dan mogelijk sprake is van het belemmeren van de bedrijfsvoering van de intensieve veehouderij aan de Keursweg 1. Bovendien zal er ter plaatse van de compensatiewoning in dat geval geen sprake zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=3d580a17-4e4d-4f29-a4a6-23395f9df9a8